Dagboek RaphaŽl Waterschoot
Antwerpen de inneming 1
Antwerpen de inneming 1.jpg 527.3K
Vorige pagina | Volgende pagina

  Indexpagina of ga terug met de Back Toets

De inneming van Antwerpen
Het College van Burgemeester en Schepenen en de Intercommunale Commissie van Antwerpen aan hunne landgenoten.
Er wordt tegen de bevolking van Antwerpen, hare magistraten en notabelen een schandelijke laster in omloop gebracht, en wel met zulke booze volharding, dat wij hem onmogelijk langer kunnen dulden.
Een naamloos pamphlet, getrokken op een aanzienlijk aantal exemplaren, verspreidt de afschuwelijke beschuldigingen dat de burgerlijke overheid de stad zou overgegeven hebben in weerwil van de onderrichtingen der krijgsoverheid; dat Antwerpen verzocht was zes-en-dertig uren stand te houden, en oogenblikkelijk zou gecapituleerd hebben; dat zoodoende twintigduizend man Belgische troepen gedwongen werden zich in Nederland te verschuilen: dat de Belgische regeering een onderzoek zou ingesteld, en twee Staatsministers naar den Haag gezonden hebben, die in heftige bewoordingen hunnen afkeuring te kennen gaven... Het artikel sluit met de schimprede tegen de stad Antwerpen die overgelaten wordt aan het misprijzen van het land.
Dit schimpschrift geeft zich uit voor de kopij van een artikel uit De Tijd, van Amsterdam, overgenomen door een Belgisch dagblad te Londen. Welnu de hoofdopsteller van De Tijd heeft ons laten weten dat het zoogezegd artikel nooit in zijn blad verschenen is. Wij staan dus tegenover een valsch stuk en naamlooze lasteraars die, om aan hunne verzinsels eenig kredite te geven, niet aarzelen beschuldigingen, die ze niet durven onderteekenen, toe te schrijven aan een eerlijk dagblad.
Tegenover de beweringen die zij uitbrengen stellen wij, voor het geheel en al de bijzonderheden, eene absolute logenstraffing.
Onwaar is het, dat de burgerlijke overheid zou gehandeld hebben in tegenstrijdigheid met de onderrichtingen van de militaire overheid. De waarheid is , dat de krijgsoverheid schriftelijk, volledig en zonder het minste voorbehoud, de overeenkomst goedgekeurd heeft, gesloten door de gemeente overheid om een einde te stellen aan eene beschieting die volkomen nutteloos geworden was voor de nationale verdediging.
Het is valsch te beweren dat de tusschenkomst der burgerlijke overheid aan de Duitsche troepen het middel gegeven heeft om een deel der in aftocht zijnde Belgsiche troepen te bereiken of hun den weg te versperren. De waarheid is, dat Antwerpen zich stoÔek heeft laten beschieten om de redding van het leger dat de plaats ontruimde te verzekeren. Zoo een gedeelte van onze vestingstroepen de Hollandsche grens is moeten overtrekken, dan geschiedde zulks om militaire redenen die geene betrekking hebben met de tusschenkomst der gemeente overheid. 
De 2de veldlegerdivisie die den aftocht dekte en Antwerpen, het laatst verliet is geheel aan den Yser aangeland.
Ten slotte is het een onbeschaamde leugen te durven zeggen dat de Belgische Regeering er aan gedacht heeft onze daden te laken, te dien opzichte een onderzoek instelde en twee Staatsministers naar Holland afvaardigde. Nooit hebben de twee Staatsministers de schandelijke taal gesproken die men hen in de mond legt. De waarheid is geheel anders: niemand van ons heeft zich voor hen hoeven te verdedigen, wijl niemand beschuldigd werd; en wat de Regeering betreft, zijn wij verzekerd dat de handelwijze der gemeente - overheid volkomen door haar werd goedgekeurd.
In die omstandigheden zijn de ellendige schrijvers van het pamphlet, die niet aarzelen, met een schandelijk doel, laster en tweedracht te zaaien, aangeklaagd worden bij het gerecht.
Wij zijn onverschillig aan de beleedigingen jegens onze persoon; wij achten het echter onzen plicht jegens het Land geen veld te laten winnen aan de leugen.
Om den moed der bevolking te kenschetsen, weze het voldoende te herinneren dat de Gemeenteraad toen wij voor het onheil stond, den 4den October , eenparig eene motie stemde die "Aan de Regeering en de krijgsoverheid den vastberaden wil der bevolking te kennen gaf, de verdediging der versterkte plaats Antwerpen tot het uiterste te zien drijven, zonder andere bekommering dan de nationale verdediging en zonder te letten op het gevaar voor personen of privaat-eigendommen"
Wij hopen dat deze protestatie inden geest van alle eerlijke burgers een einde zal stellen aan onrechtvaardige en lasterlijke beschuldigingen, soms zoo lichtzinnig en onder verschillende vormen uitgesproken tegen Antwerpen.
Onze landgenooten, bezield zooals wij, met het vurigste verlangen naar eendracht, zullen integendeel vaststellen, wij zijn ervan overtuigd dat Antwerpen in die tragische uren zijn glorievol verleden indachtig was en niet te kort gekomen is aan zijne vaderlandsche plichten.
Antwerpen 8 Februari 1915
Namens het college van burgemeester en schepenen
Bij verordening De Stadssecretaris HUBERT MELIS
De Burgemeester JAN DE VOS
Namens de Intercommunale Commissie van Antwerpen
LOUIS FRANCK, gemeenteraadslid en Volksvertegenwooriger , Voorzitter
ALPH RYCKMANS, Senator, Ondervoorzitter
GUSTAVE ALBRECHT, Schepen
ED BUNGE, Koopman
F CARLIER
EDG CASTELEIN
MGR CLEYNHENS
ALFRED COOLS
D DE GUELDRE
FRED DELVAUX
DR VICTOR DESGUIN
JOS HERTOGS
PAUL KREGLINGER
JACQ LANGLOIS
CH LECLAIR
L LECLEF
GRAAF EMILE LE GRELLE
A MATTHYS
M MONTENS
K OSTERRIETH
G ROYERS
A VALERIUS
F VAN DAMME
K VAN KUYCK
LEON VAN PEBORGH
K WEYLER
H GYSELYNCK
RICH KREGLINGER
WILLY FRILING
J SCHOBBENS