Gezond voor hart en bloedvaten

 

In vergelijking met geheelonthouders en met zware drinkers, blijkt matig drinken de kans op hart- en vaatziekten te verminderen evenals de dood door hart- en vaatziekten. Dat is aangetoond in tientallen studies waaraan enkele honderdduizenden mensen deelnamen.

Dit beschermend effect is hoogstwaarschijnlijk een effect van de alcohol zelf, omdat men het in gelijke mate vaststelt bij bier- en wijndrinkers en bij drinkers van sterke drank.

De ontwikkeling van hart- en vaatziekten wordt in de hand gewerkt door de aanwezigheid van risicofactoren, zoals roken, hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte, suikerziekte, overgewicht, enz. Vermoedelijk buigt een matige alcoholconsumptie enkele van deze risicofactoren voor hart- en vaatziekten in gunstige zin om. Uit wetenschappelijke studies is gebleken dat matig drinken vooral het cholesterolgehalte en de stolling in gunstige zin beïnvloeden. Wat het vetmetabolisme betreft, ziet men een lichte afname van de ‘slechte’ cholesterol (LDL-cholesterol) en in het stollingsmechanisme vermindert de concentratie van fibrinogeen, dat is de stof die verantwoordelijk is voor de vorming van bloedklonters. Het gaat hier weliswaar om beperkte invloeden die verder onderzocht moet worden.

Veel bier gaan drinken om de cholesterolwaarde te doen dalen of om klontervorming tegen te gaan, houdt absoluut geen steek. Eens het stadium van fijnproever voorbij, gaat het met deze risicofactoren terug de verkeerde kant op.

Home

Dossier bier

De auteur

Knack