Dagboek RaphaŽl Waterschoot diverse overgenomen artikelen
Vaststelling prijs eetwaren Albert koning der Belgen 1 04 08 1914


Vorige pagina | Indexpagina | Volgende pagina

Vaststelling van den prijs der Eetwaren

Albert Koning der Belgen

Aan allen tegenwoordigen en toekomenden Heil.

Gezien Art 1 nr 4 der wet van 4 Augustus 1914, betreffende de dwingende maatregelen, noodzakelijk gemaakt door de gebeurlijkheden van den oorlog.

Overwegende dat, in het belang der voeding van de bevolking, het van belang is het opkoopen der eetwaren en alle winstbejag op den prijs ervan te beletten.

Op voorstel van onze Ministers van oorlog, Van Binnenlandsche zaken, van FinanciŽn en van Justitie.

Wij hebben besloten  en wij besluiten:

De hoogste prijs waaraan, tijdens den duur van den oorlog en tot nader bevel, mogen verkocht worden de navermelde eetwaren en  koopwaren, wordt bepaald als volgt.

Gebuild meel aan 25 t.h.minimum, de 100 kgr, 28frank.
Keukenbrood, den kgr 0,32 zonder onderscheid van hoedanigheid,
Aardappels, de 100 kgr 9 fr van 15 Aug. tot einde Sept; 7,5 fr tot 8 frank na dien tijd.
Inlandse tarwe de 100 kgr. 21 frank
Zout in 't groot den kgr 0,05 fr, in 't klein 0,08 fr de kgr.
Suiker in 't groot den kilo 0,63 fr; in 't klein 0,70 fr de kgr
Rijst in 't groot den kilo 0,57 fr: in 't klein 0,63 fr de kilo

De provinciegouverneurs mogen in hun provincie opvorderen, aan de prijzen bepaald bij Art.1 het meel en de tarwe  nodig tot het voeden der bevolking.

Anderzijds mogen de burgemeesters in hunne gemeenten opvorderen aan de prijzen bepaald bij Art.1 de aardappelen, het zout, de suiker onder al zijn vormen noodig tot het voeden van de bevolking.

De opvorderingen van tarwe of aardappels bij de landbouwers mogen enkel gebeuren tot beloop van het beschikbare, na aftrekking van den voorraad noodig tot het voeden der bevolking.

De opvorderingen van tarwe of aardappels bij de landbouwers mogen enkel gebeuren tot beloop van het beschikbare na aftrekking van den voorraad noodig voor de familie en gebeurlijk, voor het herzaaien of herplanten.

De opvorderingen welke hun worden gedaan, omvattende in voorkomend geval, voor de landbouwers, de verplichting onmiddelijk het graan te dorsen of de aardappels uit te doen tot beloop van de gevorderde hoeveelheid.