Dagboek Raphaėl Waterschoot diverse overgenomen artikelen
Regeling der broodlevering amerikaans relief april 1915 2


Vorige pagina | Indexpagina | Volgende pagina

7°) Ieder bakker of winkelier moet in zijnen winkel de lijst der klanten aanplakken.
8°) De Bakkers mogen de bloem of 't meel door het comiteit geleverd noch verkoopen, noch uitvoeren, noch verbergen, noch achterhouden, noch vervalschen.
Buiten de straffen opgelegd door het strafwetboek, wetten en verordeningen aan de personen die de eetwaren vervalschen, aan de personen die zich verzetten tegen onderzoekingen, of het nemen van stalen door aangestelde personen, aan diegenen die 
bedriegen in kwaliteit of hoedanigheid van het verkochte, die verkoopen boven de prijs, vastgesteld door invoege zijnde wetten en verordeningen, zal het bureel van verdeeling een boete toepassen aan elken bakker die deze voorschriften niet nakomt, en bij 
herhaling geene bloem meer bezorgen.
Wie de bloem uit het meel zift, zal, zelfs bij de eerste vaststelling van het bedrog, onverbiddelijk van de lijst der bakkers geschrapt worden.
9°) De bakkers of winkeliers leveren het brood aan de bevolking tegen betaling van den prijs van 't brood of tegen ontvangst van broodkaarten van 't stedelijk hulpcomiteit. Het brood mag niet voortverkocht worden.


3°) Toezicht
Indien de bakkers de voorschriften niet nakomen is het publiek verzocht een reklaam in te dienen op het bureel van de verdeeling (Stadhuis-Bovenverdieping).
Een bestendig toezicht zal uitgeoefend worden door de overheid van de stad, door de afgevaardigden van de Commission for Relief in Belgium en de politieagenten op het gewicht, de hoedanigheid en hoeveelheid van het brood.
De bakkers moeten voor elken dag op het bureel van verdeeling het uur aangeven waarop zij het meel verwerken.


4°) Hoeveelheid brood
De toegestane hoeveelheid brood aan elke persoon is veranderlijk; bericht zal er van gegeven worden door plakkaten; voor alsnu is de hoeveelheid bepaald op 300 grammen brood per persoon en per dag.