Dagboek RaphaŽl Waterschoot diverse overgenomen artikelen
Het leven in het interneringskamp van Zeist overgenomen uit het Handelsblad 13 02 1915


Vorige pagina | Indexpagina | Volgende pagina

Het Handelsblad 13-2-1915
Het leven in het interneeringskamp van Zeist
Een uurtje loopens langs den steenweg Amersfoort-Utrecht, een aardeweg links afslaan en gij staat voor eene onafzienbare heide- een tweede Beverloo.
Wij zien van verre een verzameling van wit houten loodsen, gelijkend aan een tentoonstelling in opbouw; dit is het kamp van Zeist. Wie zou kunnen vermoeden dat daar ongeveer 15.000 man, in de fleur van het leven, geÔnterneerd zijn en wier eenige misdaad bestaat hun vaderland verdedigd te hebben.
Wij onderscheiden alras twee kampen, elk uit een dertigtal regelmatig gelijnde loodsen en bijhoorigheden bestaande. 
Eene strenge bewaking is er in voege: marechausseťs te paard en te voet, soldatenpatrouilles doorkruisen de omstreken. Tusschen een dubbele haag pinnekensdraad staan alle 200 meters de schildwachten bajonet op 't geweer.
Treed binnen, vooreerst komt gij aan de keukens waar de ketels op een echte soldatenwijze neven een hangen. Er zijn nu Belgische koks en het eten wordt op Belgische manier bereidt. In het eerste kregen wij des morgens rijstsoep op onze nuchtere maag, nu bekomen wij ze des middags en des morgens koffie. Het eten is doorgaans goed, alhoewel de patatten al eens kunnen aangebrandt zijn, hetgeen bij de beste huisvrouw kan voorvallen.
Wat verder staan de woonbarakken, welke men best aan de hangars onzer Antwerpsche bassins kan vergelijken Wat bij 't binnetreden 't eerst in 't oog valt, zijn de talrijke vlaggen en wimpels, welke op koorden tusschen de balken hangen te droogen. 
In elke barak is plaats voor 250man,ieder heeft een strooizak en hoofdkussen en drie dekens, hetgeen wij een soldatenweelde noemen. Elk heeft een paar schabben boven zijne slaapstede. Wie hout heeft kunnen vinden of (pikken) heeft er zich een gansch ameublement van kunnen maken, onder andere provisiekassen (bij maaltijd ledig), twee-, drie- of vierpootige tafeltjes en daarbij staande bankjes (stoelen kunnen wij het niet noemen want er zijn noch leuning noch sporten aan) welke allen van uiterste primitieve smaak getuigen.
Door de vochtigheid gedwongen, hebben de meeste een soort bed aaneen geknoopt: de eene door het vlechten van koorden of van ijzerdraad, andere van lege zakken op 4 paaltes opgespannen en gij moogt gelooven dat een Engelsch bed er niets tegen heeft. 
Nu wat over de bezigheden: buiten een dag wekelijks grondwerk is er hoegenaamd niets te doen