Dagboek RaphaŽl Waterschoot diverse overgenomen artikelen
Gevolgen van den oorlog voor onze Zoologie overgenomen uit het Handelsblad 10 02 1915


Vorige pagina | Indexpagina | Volgende pagina

al wat aan of bij dezen tuin raakt, bleek alleen geschikt om ons volk te vermaken, 
te ontspannen.
Onze Zoologie! Wat zou Antwerpen geweest zijn zonder onzen Dierentuin?
Wij kennen hem van toen zwart Jefken nog op 't hoeksken van de Carnotstraat aan den ingang stond, om uit te zien of soms geen vreemde indringers het wagen durfden binnen te sluipen. 
Wij kennen hem van toen er nog Leuvensch in flesschen werd verkocht en moeder , vader en zes kinderen zich trakteerden met een flesch van 30 centiemen, waar bij dan 8 glaasjes noodig waren om elk zijne 
portie te geven. Wij hebben hem weten vergrooten en verfraaien deed men hem van jaar tot jaar tot hij geworden is het pronkjuweel onzer Scheldstad, heel de wereld door beroemd, bezocht en geroemd door 
koningen en koninginnen, prinsen princessen en al wat groot was of naam had in de wereld en onze stad bezocht.
Onze zoologie met hare schier rijkste dierenverzameling van heel de wereld, met haar ergens geziene Aquarium, waar de rijkste visschenssorten publiek ten toon zwemmen, haar concertgebouw, die prachtige zaal 
met hare bloemententoonstellingen, hare overheerlijke muziekuitvoeringen, hare galafeestmalen! en dan de spijszaal, de melkerij, de bakkerij ... En de speelplaats voor onze kinderen en...... zoveel meer. Het alles 
geschikt om de burgerij genoeglijke uren te laten slijten. Wat blijft daar nog van over?... Wij bedoelen de vermakelijkheden.
Was er in de zomer is aangenamer dan de concerten onder open lucht in den prachtigen tuin schitterend verlicht, Eduard Keuvels met zijn orkest in 't midden en daarrond duizenden medeburgers met hunne 
kinderen, gehuwd, huwbaar, of nog te jong voor een of andere. Al die jonge schoone meisjes en vrouwen, zooals men dat alleen in Antwerpen aantreft, gekleed en versierd zooals men dat alleen in Antwerpen 
aantreft, gekleed en versierd zooals men dat ook maar alleen in Antwerpen van de burgerij te zien kreeg, gezeten aan afzonderlijke tafels of wandelend rond de kiosk, al die lieve meisjes en knappe jongens, die met 
elkaar in kennis kwamen en op den duur zo intiem werden, dat er van de Zoologie naar het stadhuis werd gewandeld.
En dan de conversatie's! 
Heeft men ooit plezieriger dingen gehoord dan de conversaties in onzen Dierentuin?.