Dagboek RaphaŽl Waterschoot diverse overgenomen artikelen
Gevolgen van den oorlog voor onze Zoologie overgenomen uit het Handelsblad 10 02 1915


Vorige pagina | Indexpagina | Volgende pagina

Het handelsblad van den 10-02-1915
Gevolgen van den oorlog
Onze Zoologie
In een vorig artikel spraken wij over allerlei vervelende dingen, die allemaal "verveling" tot hoofdgedachte hadden en dus uit den aard zelf erg vervelend moeten geweest zijn.
Wij zullen de lezers van Het Handelsblad, niet om verschooning vragen , om de eenvoudige reden dat wij ons verplicht gevoelen, immer op hetzelfde onderwerp "gevolgen van den Oorlog" terug te komen, 
onderwerp dat misschien voor sommigen niet van verveling is vrij te pleiten, maar voor anderen toch nog altijd een zekere aantrekkingskracht blijft bezitten om er belangen in te stellen. Als men daarbij in 
aanmerking neemt, dat de dissertatie 's over de feiten die met de dagelijkse gebeurtenissen niets gemeens hebben, hoe belangrijk van inhoud , of hoe knap ook geschreven, niet eens zouden gelezen worden, 
denken wij in alle geval verkieslijker hetzelfde onderwerp op een andere manier te behandelen. er valt zoveel over te zeggen en die dingen leest men ten minste, al geeuwt men er al eens bij.
Wij hebben er dus reeds op gewezen, dat er voorloopig niets kan gedaan worden om ons volk aangenaam bezig te houden, te vermaken wanneer men vroeger schier aan niets anders dacht. Er was geen ramp 
gebeurd van beteekenis , in 't zij gelijk welk werelddeel of deze liefdadige koppen werden bijeen gestoken, om iets voor te bereiden, of zij gaf hare jaarlijkse feesten, om een goed werk te steunen en daarmee onze 
medeburgers aangenaam bezig te houden.
In onze kunstkring kregen wij de heerlijkste avonden van zuiver kunstgenot te smaken, onze toneel, zang- en muziekmaatschappijen wedijverden stes allen voor hetzelfde doel, tot zelf inden koninklijken "Poesje" 
hadden liefdadigheidsvoorstellingen plaats die eveneens geschikt waren om ons volk aangenaam bezig te houden en goede werking mee te doen.
Tusschen al die maatschappijen of kringen van vermakelijkheden was er eene die onder alle opzichten de kroon spande, ver boven al de andere, namelijk onze Zoologie ofte Koninklijken dierentuin.
Met duizenden en nog eens duizenden moeten hare leden geteld worden; minstens de helft der goede burgerij maakt er deel van en