Dagboek Raphaël Waterschoot diverse overgenomen artikelen
De overgave van Antwerpen opgemaakt door de stadsbibliothecaris Emmanuel de Bom op 4 okt 1914


Vorige pagina | Indexpagina | Volgende pagina

te halen, opdat de stad en de forten nog dienzelfden avond in zijn bezit zouden zijn.
Maar ten slotte gaf hij toe en stelde voor, dat de onderhandelingen in Cotnich, dichter bij Antwerpen, zouden worden voortgezet. Meteen vernamen de parlementairen dat het bombardement was geschorst van het oogenblik af dat hunnen aankomst in de vijandelijke linie was geseind. Dit was dan een eerste resultaat en het vernemen zal zeker voor hun eene opluchting zijn geweest in een uiterst pijnlijk oogenblik.
Tegen vier uur 's namiddags bereikten zij Contich en de onderhandelingen werden hervat, ergens in een alleenstaande villa, half weggedoken onder welkend loof. Het was er doodstil, geen ziel roerde in het verlaten dorp, waar de Antwerpsche afgevaardigden wederom tegenover den Duitschen opperbevelhebber.
Het bleek nu dat, reeds tusschen twaalf en één uur , juist om den tijd toen de parlementairen Thildonck bereikten , de Duitsche troepen, die geen weerstand meer hadden gevonden, na den val van fort 5, Antwerpen waren binnegetreden.
De stad bevond zich dus alreeds in des vijands handen.
Dat privaat eigendom en vreedzame burgers en de ontwapende burgewachten geen letsel te vreezen hadden, werd bepaald: ook dat de policie in handen der stedelijke overheid zou blijven.
Mar nadat men hierover zonder veel moeilijkheden eens was geworden, werden de onderhandelingen lastiger.
Het gold de overgave van de nog overblijvende forten. Generaal von Beseler wilde de afgevaardigden verplichten om de forten over te geven.
Deze verklaarden dat de burgerlijke overheid te Antwerpen voor behoud der orde kon instaan en beloven dat de burgerlijke bevolking zich niet aan vijandelijke daden tegen de Duitsche troepen zou overleveren, maar dat het hun onmogelijk was te antwoorden uit naam van de commandanten van de forten.
Eindelijk werd een opstel voorgelegd, waarin de eisch werd uitgesproken dat de forten onvoorwaardelijk zouden overgegeven worden voor 's anderdaags 's middags 12 uur, en dat ze te dien einde tot overgave zouden gesommeerd worden bij monde van een Duitsch officier die zou vergezeld worden door een Antwerpsch notabele. Geschiedde dit niet dan zou het bombardement herbeginnen.