Dagboek RaphaŽl Waterschoot diverse overgenomen artikelen
Cijfers van den wereldoorlog overgenomen uit  het Volk 15 06 1915


Vorige pagina | Indexpagina | Volgende pagina

Den 15 juni 1915 Uit Het Volk Gent
Cijfers van den wereldoorlog.

In eene reeks tabellen geeft M.Michaelis in Ueber Land Und Meer een overzicht in cijfers van de ontzaglijke worsteling der volken in deze dagen. 
Niet minder dan 21.770.000 man staan in deze wereldoorlog tegenover elkaar: 
12.820.000 Franschen, Engelschen, Russen enz tegen 8.950.0000 aan de andere zijde
De vloot der eerstgenoemden is samengesteld uit 113 linieschepen, 87 gepantserde kruisers,128 kleine kruisers, 704 torpedobooten, 179 onderzebooten en 231 schepen van verschillende soort.
De tegenpartij heeft 56 linieschepen, 17 gepantserde kruisers, 56 kleine kruisers, 358 torpedobooten, 40 duikbooten (het aantal der nieuwe Duitsche onderzeeŽrs is niet bekend) en 139 andere schepen.
Te zamen zijn het 2108 schepen waarvan 566 op Groot-BritanniŽ en 415 op Duitschland komen.

De tegen Duitschland strijdende staten (waarbij ItaliŽ nog niet gerekend is ) hebben eene oppervakte van 67 millioen vierkante K.M. en bijna 800 millioen inwoners 
tegenover 6 millioen vierkante K.M. en 150 millioen inwoners der staten aan Duitsche zijde.

De dagelijkse oorlogskosten der tien staten die tot dusverre aan den oorlog deelnamen bedragen ruim honderd millioen gulden.
Van het begin van den oorlog tot 1 april 1915 waren de kosten 24 milliard gulden. Afgezien van ItaliŽ zijn de kosten voor een oorlog van twaalf maanden dus 48 milliard gulden.

In Duitsche rijksbankbiljetten van 1000 mark zouden 60 millioen biljetten nodig zijn om deze ontzagelijke som te betalen, Op elkaar gelegd zouden de banknoten een hoogte van 6000 meter bereiken. In goud weegt dezelfde som 24 millioen kgr. De totale 
goudproductie der wereld in de laatste 100 jaar bedroeg slechts 15 millioen kilogram.

Voor het Duitsche rijk bedragen de directe oorlogskosten rond 83 millioen mark per dag. De som der dagelijkse oorlogskosten van het Duitse rijk voor nog geen 40 dagen zou voldoende zijn om de gezamentlijke oorlogskosten der Duitsche staten in de jaren 
1870 -1871 te betalen.

De oorlogskosten van Engeland bedroegen volgens de opgaven van minister president Asquith in December 1914 ruim 2,4 miljard gulden, dus eveneens ongeveer 33 millioen mark (20millioen gulden per dag) waarbij de kosten der Britse koloniŽn niet 
meÍgerekend zijn. 

De gansche machtige vloot van Engeland heeft eene waarde van ongeveer 2,4 milliard, dus evenveel als de oorlog in vier maanden geeischt heeft.