Dagboek RaphaŽl Waterschoot diverse overgenomen artikelen
aan Koning Albert van BelgiŽ 
gedicht van August Nobels 08 04 1915


Vorige pagina | Indexpagina | Volgende pagina

Aan Koning Albert van BelgiŽ

Wanneer Gij langs het eenzaam strand,
Op 't eenig brokje van uw land
Nog vrij van vreemde vlekken.
Vooruittreedt wijl de zee, heel wijd.
Als met een zilverblank tapijt
Dien heiligen grond komt dekken.

Terwijl de grauwe wolken, hoog
Omwentlend aan den hemelboog
Een schrikber epos malen. 
Van legerbenden voortgestuwd
Van beelden waar het oog voor gruwt
Tot brand van zonnestralen

Wanneer Gij denkend, denkend treed
Op 't eenzaam strand. O koning weet
Gij dan, dat langs de duinen
De blikken van een volk, wiens kop
Nog pal staat lijk een torentop
Te midden van de puinen

O weet ge, dat de blikken voort
U volgen, Koning ongestoord
Vol hoop en vol betrouwen
En dat ze als een minzaam kind 
Dat in uws hart het zijne vindt
U liefderijk aanschouwen

Eens volgden U die blikken, toen
Uw mond nog warm van Judas zoen
Die fiere taal mocht spreken
Mij zal men treden over 't lijk
Eer ooit mijn land het vaarwel strijk
Op zijnen eed zou breken