Dagboek RaphaŽl Waterschoot diverse overgenomen artikelen
Amerikaanse nota aan Duitsland 22 04 1916


Vorige pagina | Indexpagina | Volgende pagina

handelsschepen van welken aard, nationaliteit en bestemming vernield worden en die des te klaarblijkender geworden zijn naarmate de bedrijvigheid der Duitsche duikbooten in de laatste maanden aan intensiteit en uitbreiding toegenomen heeft.

De Keizerlijke Regeering zal zich wel herinneren dat toen ze in Februari 1915 haar voornemen aangekondigt heeft de wateren voor Groot-Britanje en Ierland als oorlogsgebied te behandelen en elk handelsschip van vijandelijk eigendom dat in deze zone aangetroffen zou geworden zijn te vernielen en toen ze aan al de schepen zoowel die der onzijdigen als die der oorlogvoerenden de waarschuwing liet geworden, deze wateren te vermijden of op eigen gevaar af zien daarheen te begeven, de Regeering der Vereenigde Staten ernstig geprotesteerd heeft. 

Ze plaatste zich op het standpunt dat een dergelijke politiek niet gevolgd kon worden, zonder bestendige zware en klaarblijkelijke schendingen van het erkende volkenrecht, inzonderheid wanneer hiertoe duikbooten gebruikt worden, daar de regelen van het volkenrecht welke op de grondbeginselen der menschelijkheid steunen en ter bescherming van het leven der niet -meÍvechtenden op zee opgesteld zijn, uiteraard door zulke schepen niet in acht kunnen genomen worden. 

De Regeering der Vereenigde Staten steunde haar protest op het feit dat personen van onzijdige nationaliteit en schepen van onzijdig eigendom aan de allergrootste en onverdraaglijkste gevaren daardoor zouden blootgesteld worden en dat onder de toenmalige omstandigheden, de Keizerlijke Regeering geen rechtmatige aanspraken kan laten gelden om een gedeelte der volle zee te sluiten.
 
Het hier in aanmerking komende volkenrecht, waarop de Regeering der Vereenigde Staten haar protest steunde, is niet van nieuwen oorsprong en is niet gesteund op zuiver willekeurige door overeenkomsten aangenomen grondregelen. Het steunt integendeel op algemeen bekende grondregelen van menschelijkheid en is sedert lang in zwang, met de goedkeuring en de uitdrukkelijke toestemming van al de beschaafde landen. 

Desondanks staat de
.