Dagboek Raphaël Waterschoot
 (TEXTES OFFICIELS door mij aangepast na omzetting)

Gesetz- und Verordnungsblatt fur die okkupierten Gebiete Belgiens
Bulletin officiel des Lois et Arrêtés pour le territoire belge occupé
Wet- en verordeningsblad voor de bezette streken van België
Législation Allemande pour le Territoire Belge Occupé
Textes officiels rédigée par
CHARLES HENRY HUBERICH docteur en droit, ancien professeur de droit a l’universié Stanford Californie , membre du barreau de la cour supreme des Etats Unis de L’Amerique, avocat La Haye Paris Berlin Hambourg
ALEXANDER NICOL-SPEYER Docteur en doit, avocat a la cour de cassation des Pays Bas La Haye

QUINZIEME SERIE
Flandre: 2 Avril-29 Juin 1918 (Nos. 32—63)
Wallonie: 2 Avril—28 Juin 1918 (Nos. 26—53)

No. 32.- 2. APRIL 1918.
Beschikking.
Op grond van het koninklijk Besluit van 3 januari 1912, dat in uitvoering der wet van 15 mei 1910 tot instelling der werkrechtersraden en, in het bijzonder van artikel 30 van voornoemde wet uitgevaardigd geworden is, beschik ik het navolgende :
Art. 1. De jury, die op grond van het voorschrift van artikel 30 der wet van 15 mei 1910 belast is met het afnemen van het examen nopens de kennis der Vlaamse taal voor het personeel der werkrechtersraden, wordt samengesteld als volgt :
Voorzitter : M. Mirgain, leraar aan het koninklijk atheneum, te Brussel,
Leden : O Van Slijpe, privaatleraar in de Nederlandse taal, te Elsene ;
E. Van de Velde, leraar aan het Sint Michielskollege, te Brussel ;
A.De Jaegher, bestuurder van het Ministerie van Nijverheid en Arbeid, te Brussel;
R. De Decker, leraar aan 's Rijks lagere en middelbare normaalscholen te Brussel en aan de tuinbouwschool, te Vilvoorde,
Plaatsvervangend voorzitter : J, Mattijs, leraar aan de middelbare school, te Halle.
Plaatsvervangende leden : H. De Roover, onderwijzer aan de middelbare jongensschool te Schaarbeek ;
M. Reiniard bureeloverste aan het Ministerie van Nijverheid en Arbeid, te Brussel, ; P. De Smet, onderwijzer aan de Sint-
Barbaraschool, te Sint-Jans-Molenbeek ;
A. De Leije, onderwijzer aan de Sint-Barbaraschool, te Sint-Jans-Molenbeek.
Art. 2. Tot schrijver en plaatsvervangend schrijver van de jury worden de hogergenoemde heren O. Van Slijpe en H. De Roover aangesteld.
Brussel, den 1 maart 1918,
No. 32. - 2. APRIL 1918.
Bij Besluit van den heer Generaal-Gouverneur zijn benoemd
Afbeelding 32
No. 32. - 2. APRIL 1918.
Verordening*
betreffende de bewerking van fruit voor den beroepshandel.
Ik bepaal voor het bestuursgebied Vlaanderen het navolgende
:
Art, 1. Het maken van fruitstroop en van andere geheel of ten dele uit fruit gewonnen voortbrengselen is, zover deze voor den beroepshandel bestemd zijn, zonder de toelating van de „Zuckerverteilungssteile der Verwaltungstelle fur Flandern und Wallonië* (Suikerverdelingskantoor der Hoofden van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen en Wallonië), verboden.
Deze toelating is evenwel niet vereist, indien een bedrijf
binnen het tijdverloop gaande van 15 september tot 20 oktober in het geheel niet meer dan 300 kg. Fruitstroop enz. wenst te maken en de ondernemer van het bedrijf, voor 1 september 1918, de Zuckerverteilungsstelle * te Brussel daarvan per aangetekende brief in kennis heeft gebracht. De bepalingen van lid 1 en 2 zijn eveneens toepasselijk op de verdere bewerking of vermenging van zulke voortbrengselen, die overeenkomstig lid 1 van fruit gemaakt zijn.
Art. 2. Voorraden van de in artikel 1, lid 1 en 3, aangeduide soort moeten door de eigenaars en bezitters voor 1 augustus 1918 aangegeven zijn hij de Zuckerverteilungsstelle der Verwaltungschefs fur Flandern und Walloniën**
deze is gerechtigd tegen een passende prijs, over die voorraden te beschikken ten bate van de Belgische burgerlijke bevolking. In geval men het over den prijs niet eens wordt beslist het bevoegd Hoofd van het burgerlijk bestuur.
Hoeveelheden fruitstroop enz. van niet meer dan 300 kg. die niet voor den beroepshandel bestemd zijn, dienen niet te worden aangegeven.
Art, 3. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen is gerechtigd uitvoeringsbepalingen tot deze verordening uit te vaardigen.
Art. 4. Wie deze verordening of de ter uitvoering er van uitgevaardigde bepalingen en onderrichtingen overtreedt, wordt met hechtenis of met gevangenis van ten hoogste 3 jaar of met een geldboete van ten hoogste 80.000 Mark gestraft; ook kunnen beide straffen te samen uitgesproken en kan de verbeurdverklaring der waar, die het voorwerp der strafbare handeling uitmaakt, bevolen worden. De poging tot overtreden is strafbaar.
De krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd. Voor het minimum der straf gelden de bepalingen der verordening van 28 juni 1917 (Wet en Verordeningsblad, hl. 4306).
Brussel den 18 maart 1918,
:zie Duits nr 33 1
33 2
No. 33. - 4. APRIL 1918.
Beschikking. Overeenkomstig artikel 36 der wet van 10 April 1890/3 juni 1891, in den zin der verordeningen C. C, Illa 3385 van 13 Juni 1917 en C. FI lllh 385/18 van heden, beschik ik :
Art 1. Worden tot leden van de bekrachtigingscommissie van het Vlaams bestuursgebied, voor het jaar 1918, benoemd :
1. de heer P. Tack, algemeen bestuurder aan het ministerie van Wetenschappen en Kunsten ;
2. de heer Lambrechts, algemeen bestuurder (het ministerie van justitie ;
3. de heer J. Spincemaille, algemeen bestuurder
aan het ministerie van Binnenlandse Zaken ;
4. de heer E. Haerens, algemeen bestuurder aan het ministerie van
Landbouw en Openbare Werken ;
5. de heer E. Fabri algemeen bestuurder aan het ministerie van Nijverheid
en Arheid,
Art, 2. Het Hoofd van het Burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze beschikking.
Brussel, den 19 Maart 1918.
No. 33. - 4. APRIL 1918.
Verordening
betreffende de samenstelling van de bekrachtigingscommissie voor het Vlaams bestuursgebied.
Ter aanvulling mijner verordening C, C. Illa 3385 van 13 juni 1917 bepaal ik :
Art. 1. Voor het Vlaams bestuursgebied luidt artikel 36, 2e lid, der wet van 10 april 1890 en 13 Juli 1891 voortaan als volgt :
„De gewone en buitengewone professoren der Universiteiten mogen geen deel uitmaken van deze commissie'\
Art. 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze verordening.
Brussel, den 19 maart 1918.
No. 33. - 4. APRIL 1918.
Bij Besluit van den heer Generaal-Gouverneur zijn benoemd
zie Duits nr 33 1
33 2
No. 33. - 4. APRIL 1918.
Beschikking.
Enig artikel.
De heer Alfons Notenbaert, te Turnhout wordt, uit aanmerking van zijn lange artsenijkundige praktijk, van de wetsbepaling van het laatste lid van artikel 25 der wet van 10 april 1890/3 juli 1891ontslagen, voor het afleggen van het derde gedeelte van het apothekersexamen op den buitengewone zittijd der middenjury voor het hoger onderwijs april 1918.Brussel, den 23 maart 1918,
No. 33. - 4. APRIL 1918.
Verordening
betreffende de liquidatie van Amerikaanse ondernemingen.
Enig artikel.
De voorschriften der verordening van 29 Augustus 1916, betreffende de liquidatie van Britse ondernemingen (Wet en Verordeningsblad nr. 253), worden hij wijze van vergelding toepasselijk verklaard op ondernemingen, wier kapitaal voor het merendeel aan onderdanen der Verenigde Staten van Amerika toebehoort, of die van uit het gebied der Verenigde Staten van Amerika geleid of bewaakt worden of waarvan dit tot hij het uitbreken van den oorlog het geval was, alsook op deelhebbingen aan een onderneming en op vermogenswaarden van elke soort, die aan onderdanen der Verenigde Staten van Amerika toebehoren.
Brussel, den 26 maart 1918.
No. 33. - 4. APRIL 1918.
Bekendmaking
betreffende de liquidatie van Britse onderneming.
Met toestemming van den heer Generaal-Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de verordening van 29 augustus 1916 over de liquidaties van Britse ondernemingen (versenen in het Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 263 van 13 September 1916) de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma Withbread e Co. Ltd. te Brussel De heer luitenant Maas, Oude Kleerkopersstraat 24, te Brussel is tot liquidator benoemd. De likwidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel den 26 maart 1918.
No. 34. - 7. APRIL 1918.
Verordening. ***
Voor den duur van 15 april 1918, 2 uur 's morgens, tot en met 16 september 1918, 3 uur 's morgens, is de wettige tijd de midden-zonnetijd van den 30 n lengtegraad Oosten van Greenwich (Midden-Europese Zomertijd).
Vanaf 16 September 1918, 3 uur 's morgens, is de wettige tijd de midden-zonnetijd van den 15 n lengtegraad Oosten van Greenwich (Midden-Europese tijd).
Op 16 september 1918 komt het uur van 2 tot 3 uur morgens tweemaal voor; de eerste maal wordt dit uur als 2k, 2k 1 minuut enz. tot 2k 59 minuten, de tweede maal als 2B, 2B 1 minuut enz. tot 2B, 2B 59 minuten aangeduid.
Alleen vorenstaande tijdsbepaling mag gebezigd worden,inzonderheid voor al de openbare aankondigingen, duurtabellen alsook voor de vaststelling van gerechtszittingen, school-, kantoor-, magazijn- en bedrijfsuren.
De openbare uurwerken moeten den 15 n april 1918 te 2 uur 's morgens (Midden-Europese tijd) tot op 3 uur voorgezet, den 16 n September 1918 te 3 uur ’s morgens (Midden-Europese Zomertijd) tot op 2 uur achteruitgezet worden.
Onder openbare uurwerken zijn niet alleen te verstaan de torenuurwerken, en de uurwerken, die in straten en op pleinen geplaatst zijn, doch ook al de uurwerken in huizen, waartoe het publiek toegang heeft, als zijnde: openbare verkeersinrichtingen,gasthuizen, banken, scholen, winkels, enz,
Wie in strijd met deze verordening handelt en daarbij de Duitse of de openbare belangen benadeligt of op enigerlei wijze afbreuk doet, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste 10.000 Mark of met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar, Beide straffen kunnen te samen uitgesproken worden. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn daartoe bevoegd.
Brussel, den 28 maart 1918.
No. 34. - 7. APRIL 1918.
Verordening
betreffende het Zoniënbos.
Het Zoniënbos wordt onder het militair beheer en onder de militaire bescherming van het Generaal Gouvernement geplaatst. De „Stabsoffizier der Pioniere Nr. 164'* is belast met de oprichting van een Militar-Forstamt te Brussel dat voor de regelrechte houtbenutting en voor de bescherming van het Zoniënbos overeenkomstig mijn onderrichtingen te zorgen heeft.
Zonder bijzondere schriftelijke toelating van het Militar-Forstamt te Brussel is het voortaan verboden in genoemd bos te jagen en er hout uit weg te nemen.
Wie deze verordening overtreedt wordt met een gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaar of met een geldboete van ten hoogste 10.000 Mark gestraft. Bovendien kan een geldboete opgelegd worden, die vijftigmaal de waarde van het weggenomen vertegenwoordigt.
De poging lot overtreden is strafbaar.
Behalve de straf, opgelopen wegens de overtreding, moet eveneens de verbeurdverklaring van het geweer, het jachtgetuigen de honden, alsook van de gereedschappen, die voor het wegnemen van hout medegebracht worden, uitgesproken worden, om het even of de strafbare handeling in het bos zelf of buiten hetzelve waargenomen wordt.
De krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Deze verordening treedt in werking op het ogenblik haar bekendmaking,
Brussel, den In april 1918.
No. 34. - 7. APRIL 1918.
In verband met vorenstaande verordening bepaal ik het navolgende: Het voor het Militar-Forstamt te Brussel benodigde personeel is uit manschappen van de „Wirtschafts (Forst-) Kompagnien „samen te stellen en op geschikte plaatsen onder te brengen. Het Gouvernement van Brussel en Brabant heeft zich in zake het onderbrengen en het ondersteunen van het Militar-Forstamt te gedragen naar de aanwijzingen van den „Stabsoffizier der Pioniere Nr. 164 Het heeft er eveneens voor te zorgen, dat vorenstaande verordening zodra mogelijk ter algemene kennis worden gebracht. Te Brussel en in de omliggende gemeenten moet bedoelde verordening bij plakbrief bekendgemaakt worden,
No. 34. - 7. APRIL 1918.
Verordening **
betreffende het reizigersverkeer. (Voor het ganse gebied van het Generaal Gouvernement,)
De bij verordening Ild Nr. 1751JII18 van 8 maart 1918 opgelegde bepaling omtrent den pasdwang voor reizen naar en uit het arrondissement Philippeville, naar en uit
het gedeelte van het arrondissement Dinant, gelegen beneden den spoorweg Sasoye Yvoir—Leignm—grenspunt tussen de arrondissementen Dinant en Marche, alsook naar en uit het arrondissement Neufchâteau, is hierbij opgeheven.
Brussel, den 3 april 1918.
No. 34. - 7. APRIL 1918.
Bij besluit van 30 maart 1918 C. FI. V 2083 van den heer Generaal Gouverneur is de heer Jan Stefaan Beenaerts schepen, tot burgemeester van de gemeente Heusden (provincie Limburg) benoemd.
Brussel den 4 april 1918.
No. 35. - 10. APRIL 1918.
Verordening
betreffende vergoeding voor dienstreizen (reis- en verblijfkosten).
Art. 1. De vergoedingen voor dienstreizen (reis- en verblijfkosten) toegekend aan de bedienden van den Staat, evenals aan andere personen, die in het belang van den Staat werkzaam zijn, worden voor het gebied der Vlaamse ministeries van Justitie, van Binnenlandse Zaken van Wetenschappen en Kunsten, van Nijverheid en Arbeid, alsook van Landbouw en Openbare Werken, de grondslag van de bestaande tarieven tot nader bericht algemeen met 60 % verhoogd.

Art. 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is gemachtigd, zelf andere hoogste en geraamde bedragen vast te stellen dan die, welke naar de bestaande bepalingen voor reis- en verblijfkosten bij dienstreizen vastgesteld zijn of vastgesteld kunnen worden.

Art. 3. De voorschriften van deze verordening zijn met terugwerkende kracht toepasselijk op de dienstreizen, dit sedert den 1 oktober 1917 ondernomen werden.

Art. 4. Het hoofd van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze verordening belast,
Brussel, den 30 maart 1918.

No. 35. - 10. APRIL 1918.
Bij Besluit van, den heer Generaal Gouverneur zijn benoemd zie Duitse tekst
No. 36. - 12. APRIL 1918.
Verordening
betreffende den dienst van het opzicht van het middelbaar onderwijs.
Enig artikel,
Artikel 12 lid 1, der wet van 15 juni 1918, luidt voortaan als volgt : Het aantal opzieners hij het middelbaar onderwijs wordt door de Regering vastgesteld.
Brussel den 30 september 1917.
No. 36. - 12. APRIL 1918.
Verordening ***
betreffende de inbeslagneming van de bewerkte cichorei (suikerij).
Voor het bestuursgebied Vlaanderen bepaal ik het navolgende :
Ter aanvulling van artikel 1 der verordening van 16 juni ** Z. blz. 4. 1916, betreffende de inbeslagneming van bewerkte cichorei (suikerij) wordt het navolgende bepaald:
Art, 1 De binnen het gebied van het Generaal Gouvernement voorhanden voorraden bewerkte cichorei, moeten ten laatste op 20 april 1918 bij de Zichorienabteilung'' (Cichoreiafdeling) te Brussel aangegeven zijn. Zij worden ten bate van de Belgische burgerlijke bevolking in beslag genomen.
De eigenaars en de bezitters zijn gehouden de aangifte te doen. Hoeveelheden cichorei van ten hoogste 5 kilogram, die voor het eigen verbruik bestemd zijn en die zich op het ogenblik van de uitvaardiging dezer verordening in handen van de verbruikers zelf bevinden, moeten niet worden aangegeven ; zij blijven eveneens van de inbeslagneming bevrijd.
Art. 2. Cichorei in poeder (artikel i, lid 1) mag alleen met een vervoerbewijs vervoerd worden. De Zichorien abteilung te Brussel levert de vervoerbewijzen vrachtbrieven of cognossementen af.
Art. 3, Wie de bepalingen van deze verordening overtreedt, wordt overeenkomstig de verordening van 16 juni 1916 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, bl. 2288) gestraft ; daarenboven kan overeenkomstig de bepalingen der verordening de waar, die het voorwerp der strafbare handeling uitmaakt verbeurdverklaard worden
Brussel, den 18 maart 1918.
No. 37. - 15. APRIL 1918.
Beschikking.
Art. 1. Ter vervanging van de heren Gustaaf Lambrechts, overleden, en Loos, hoofdschoolopziener, die zijn ontslag gevraagd heeft zijn tot leden van den verbeteringsraad voor het lager onderwijs benoemd de heren De Vae, leraar aan het atheneum te Gent, en De Meyer, hoofdschoolopziener te Antwerpen.
Art. 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel, den 4 april 1918.

No. 87. - 15. APRIL 1918.
Beschikking.
Aangezien de schepenen der stad Gent Coppieters, Heynderyckx en Anseele verklaard hebben, dat zij hun ambt als schepenen der stad Gent neerleggen, wordt
overeenkomstig de verordening van 16/18 maart 1918, betreffende het gemeentebestuur der stad Gent, in gemeen overleg met de Etappeninspektie van het 4 leger het navolgende bepaald :
§ 1. De schepen professor de Bruyneis als schepen der stad Gent afgezet.
§ 2, De heren Flancquart, advokaat, Wannyn, hoofd ener school, vander Spurt, tandarts, prof. Fomier en prof.Huybreghts zijn tot schepenen-kommissarissen der stad Gent benoemd.
Brussel, den 30 maart 1918.
No. 37. - 16. APRIL 1918.
Bij besluit van 4 april 1918, van den heer Generaal Gouverneur, is de heer H. Cels, bestuurder bij het provinciaal bestuur der provincie Antwerpen, voor een tijdsbestek van 6 jaren tot provinciaal griffier der provincie Antwerpen benoemd.
Brussel, den 8 april 1918.

No. 37. - 16. APRIL 1918.
Bij Besluit van 4 april 1918, C. FI V M 190, van den heer Generaal Gouverneur, is de heer Impe, apotheker te Kortrijk, met ingang van 1 februari 1918 benoemd tot apotheker-opziener bij het Vlaams Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Brussel, den 9 april 1918.
No. 38. - 18. APRIL 1918.

Verordening
betreffende de verzekering tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom in Vlaanderen.
Eerste Titel
Algemene bepalingen.
Art. 1. Tegen ziekte, vroegtijdige gebrekkelijkheid en ouderdom worden behoudens de hierna vermelde uitzonderingen verzekerd al de arbeiders, helpers, werklieden,
leerlingen en andere bedienden van beiderlei geslacht, die tegen loon of wedde voor rekening van een bedrijfshoofd werken in het landhouw- of bosbedrijf, de nijverheid, de ambachten of den handel.
Deze bepaling geldt ook voor de arbeiders der openbare ondernemingen, tenzij deze, krachtens bijzondere wetten of verordeningen, in gelijke mate tegen voormelde risico's gewaarborgd zijn.
Zijn niet verzekeringsplichtig de belanghebbenden, wier regelmatige wedde of loon 3.000 frank per jaar oversrijdt.
De zelfstandige arbeiders en zijn die krachtens lid 3 zijn vrijgesteld, kunnen de voordelen dezer wet genieten binnen de grenzen en onder de voorwaarden, bij bijzonder besluit vast te stellen.
Er wordt niet afgeweken van de wet van 5 juni 1911 op de ouderdomspensioenen ten bate van de mijnwerkers.

Art. 2. Verzekering tegen ziekte en vroegtijdige gebrekkelijkheid geschiedt, naar keuze van de belanghebbenden, hetzij door de erkende mutualistische verenigingen of hondskassen, voor dien dienst krachtens deze verordening aangenomen, hetzij door de gewestelijke kassen van vooruitzicht door deze verordening tot stand gebracht.

Art. 3. Verzekering tegen ouderdom geschiedt door de Algemene Lijfrentekas onder den waarborg van den Staat, en Brussel,
De artikelen 40 en 45 der wet van 16 maart 1865, houdende instelling van een Algemene Spaar- en Lijfrentekas, zijn niet van toepassing op wien, die krachtens artikel 1 van deze verordening verplicht zijn zich aan te sluiten.

Art. 4. De verplichte bijdragen moeten behoudens de toepassing van lid 1 van artikel 6 door den verzekerde gestort worden, bij de aangenomen mutualistische vereniging waarhij hij aangesloten is, zo niet hij de bevoegde gewestelijke kas ; voor de verzekering tegen ouderdom mogen zij door den verzekerde rechtstreeks gestort worden in de Algemene Lijfrentekas of hij al de openbare inrichtingen, welke stortingen voor deze aannemen.
Het bedrijfshoofd mag den verzekerde niet verplichten deel uit te maken van een bepaalde mutualistische vereniging of van de gewestelijke kas, noch om beletten zich aan te sluiten hij de instelling welke hij heeft verkozen.

Art. 5. Voor den verzekeringsdienst mag door het bedrijfshoofd geen afhouding worden gedaan van het loon van den verzekerde, zo deze bewijst dat hij de vereiste stortingen deed. Met het oog op dat bewijs, levert de aangenomen mutualistische vereniging of de gewestelijke kas aan den verzekerde een getuigschrift af, dat deze aan zijn bedrijfshoofd moet overleggen. Dit getuigschrift blijft ter ontlasting van het bedrijfshoofd geldig zolang het niet is ingetrokken door de mutualistische vereniging of de kas waarvan het uitgaat.
Deze instellingen zijn, zolang het getuigschrift niet is ingetrokken, aansprakelijk voor de verplichte stortingen.
De verzekerde, die rechtstreeks hij de Algemene Lijfrentekas is aangesloten, vertoont, om de twee maanden, zijn boekje ten kantore waar hij zijn stortingen doet ; door dit kantoor wordt aan het bedrijfshoofd, op zijn aanvraag, of op de aanvraag van den verzekerde, te zijner ontlasting een getuigschrift van vertoon afgeleverd.

Art. 6. Bij gebrek aan de in artikel 5 voorziene getuigschriften, moet het bedrijf verplichte bijdragen afhouden van het loon en ze , op de tijdstippen bij bijzonder besluit bepaald, storten bij de mutualistische vereniging, door den verzekerde gekozen, of, zo niet, bij de gewestelijke kas voor den dienst van de verzekering tegen ziekte en vroegtijdige gebrekkelijkheid, en in de Algeene Lijfrentekas voor den dienst van de ouderdomsverzekering.
Komt het bedrijfshoofd aan die verplichting te kort, dan is hij, ten verzoeke van den Staat of van de mutualistische vereniging waarvan de verzekerde deel uitmaakt, gehouden, persoonlijk de sedert ten hoogste vijf jaar versuldigde en niet gestorte bedragen te betalen.De vrederechter doet daarover uitspraak, zonder kosten.

Art. 7. Een Hogere Raad der instellingen van vooruitzicht wordt opgericht.
De Raad is samengesteld uit dertien leden ; daarvan worden zeven leden aangewezen door de aangenomen verzekeringsinstellingen en de Regering benoemt er zes ;onder dezen moeten ten minste een actuaris, een geneesheer en een apotheker zijn.
De aanwijzing der leden en de werking van den Raad worden bij bijzonder besluit geregeld.
De Raad heeft de bevoegdheden, hem toegekend bij de wetten en besluiten.
Tot den Raad behoort een raadgevende commissie waaraan kennis dient te worden gegeven van de overeenkomsten betreffende den genees- en artsenijkundigendienst.
De uitgaven betreffende de werking van den Hogere Raad komen ten laste van den Staat.

Art. 8. In elk bestuursarrondissement wordt ten minste een gewestelijke kas van vooruitzicht opgericht,
Echter kunnen de kassen, die minder dan twee duizend aangeslotenen tellen, op bij bijzonder besluit te bepalen wijze verenigd worden hetzij met elkaar, hetzij met andere kassen ten einde dit minimum te bereiken.
Alle andere kassen kunnen eveneens, op hun verzoek, in een kas verenigd worden.
Elke kas wordt beheerd door een college bestaande uit negen tot een en twintig leden ; daarvan wordt een derde door de beheerders der mutualistische verenigingen tegen gebrekkelijkheid aangewezen naar evenredigheid van het getal hunner aangeslotenen. Voorts worden twee mandaten aan een geneesheer en een apotheker opgedragen door de betrokken beroepsverenigingen. De overige leden worden door de regering benoemd en voor de helft na een tijdsverloop van zes jaar gekozen onder de aangeslotenen bij de gewestelijke kas. Nadere bepalingen worden gegeven in het bijzonder besluit tot oprichting der gewestelijke kassen.

Art. 9. De gewestelijke kas richt de verzekering tegen ziekte en gebrekkelijkheid in voor de belanghebbenden die hun woonplaats hebben binnen haar omschrijving en geen deel uitmaken van een aangenomen mutualistische vereniging.
Op de voordelen, bij de wet voorzien, hebben die verzekerden slechts aanspraak nadat zij gedurende ten minste een jaar onafgebrokeri hebben gestort.
De stortingen in de Algemene Lijfrentekas mogen insgelijks door de tussenkomst van de gewestelijke kas gedaan worden.
De genees en artsenijkundige dienst berust op de vrije keuze onder de geneesheren en apothekers van het gebied, die het door de gewestelijke kas bepaald tarief hebben aanvaard.
De kas kan geneeskundige raadgevers aanstellen, inzonderheid belast met het houden van toezicht op den genees en artsenijkundige dienst.
Op verzoek van de kas kan de Hogere Raad een geneesheer of apotheker uit bedoelden dienst sluiten om zwaarwichtige redenen die zijn persoon of zijn beroep betreffen.
De gewestelijke kassen mogen zich met een of meer mutualistische verenigingen van hun gebied verstaan om de genees en artsenijkundige diensten gemeenschappelijk in te richten, Zij kunnen hun verzekerden bij de mutualistische verenigingen besteden of onder toezicht plaatsen, mits der voorkeur, zowel van den verzekerde als van de versillende verenigingen, in aanmerking genomen wordt. De overige bevoegdheden en de wijze van werking der kassen worden bij bijzonder besluit bepaald.

Art, 10. Als verzekeraars bezitten de gewestelijke kassen de rechtspersoonlijkheid. Zij genieten al de rechten en zijn onderworpen aan al de verplichtingen die aan de erkende mutualistische verenigingen bij de artikelen 7, 8, 9, 11, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 28, 29, 30 en 31 der wet van 23 juni 1894 zijn toegekend of opgelegd.
Art. 11. De inkomsten van de gewestelijke kassen bestaan uit:
1. de stortingen hunner verzekerden;
2. de stortingen gedaan door de bedrijfshoofden ;
3. de toelagen van de openbare machten en van de openbare instellingen ;
4. de giften en legaten ;
5. de interesten van de belegde fondsen.

Art. 12. De uitgaven van de kassen bestaan uit :
1. de bestuurskosten betreffende hun verzekeringsdiensten, daaronder begrepen die van het beheer der sanatoria ;
2, het toekennen aan hun verzekerden van de vergoedingen voorzien in titel 11 van deze verordening.

Art. 13. De uitgaven van de kassen wegens diensten, welke de verzekering niet betreffen, worden gedekt voor de helft door den Staat en voor de helft door de provincie.

Art. 14. De voorschriften betreffende de aanwending van de toelagen, door de provinciën, de gemeenten en openbare instellingen voor den dienst der verzorging verleend, mogen geen bepalingen bevatten, die strijdig zijn mei deze verordening en met de verdere besluiten, ter uitvoering daarvan genomen. Zij mogen namelijk het toekennen van die toelagen niet afhankelijk maken van vereisten waardoor hetzij de vrijheid van politieke of godsdienstige overtuiging van de mutualistische verenigingen of van hun leden wordt ingekort, hetzij de leeftijd voor het aannemen als lid wordt beperkt.
De toelagen mogen niet evenredig zijn aan de uitgaven, behalve voor de vergoeding voor kraamvrouwen.

Ofwel moeten zij bestaan in de toekenning van vaste sommen, krachtens algemene voorschriften te bepalen, ofwel moeten zij evenredig zijn aan de verplichte of vrijwillige bijdragen der verzekerden.
Bij de verdeling van die toelagen, inzonderheid voor de kosten van bestuur en toezicht, mogen de mutualistische verenigingen en hun leden niet minder gunstig behandeld worden dan de gewestelijke kassen en hun aangeslotenen of de personen rechtstreeks verzekerd bij de Algemene Lijfrentekas.
Elke regeling, daartoe opgemaakt (lid 1), wordt aan de Regering medegedeeld binnen vijf dagen na de aanneming er van.

Art, 15. De mutualistische verenigingen, hun bondsverenigingen en de gewestelijke kassen mogen, boven en behalve het bepaalde in de wet van 23 juni 1894, hun bezit of reservefonds tot een bedrag van 50 t. h. beleggen : 1. in schuldbrieven van de Nationale Maatschappij voor goedkope woningen en van de Maatschappijen, door hen of door de Algemene Spaar- en Lijfrentekas aangenomen ;
2. in Belgische of Congolese waarden, zoals de Algemene Spaar- en Lijfrentekas er bezit, en die door den Hogeren Raad der instellingen van vooruitzicht zijn aangenomen ;
3. in eerst ingeschreven grondpanden op welke onroerende goederen ook, zonder dat het bedrag van iedere lening vijftienmaal de kadastrale waarde van de tot waarborg gegeven goederen mag oversrijden ;
4, in gasthuizen sanatoria, rustoorden of andere gehouwen nodig tot het bereiken van het maatschappelijk doel, Echter mag de waarde van de onder 3. en 4. voorziene beleggingen 20 t. h. van het actief niet oversrijden, behoudens de uitzonderingen toegestaan door den Hogere Raad.

Titel II

Verzekering tegen ziekte en vroegtijdige gebrekkelijkheid.
Art, 16. Maken het voorwerp uit van de verzekering tegen ziekte, naar den zin dezer verordening, de bij artikelen 17 tot 20 voorgeschreven geringste verstrekkingen van ziekendienst en kraamgeld alsook de door de standregelen bepaalde bijkomende verstrekkingen.

Art. 17, Als ziekendienst wordt minstens verleend :

1, ziekenverzorging te rekenen van den aanvang der ziekte ; zij behelst geneeskundige en artsenijkundige behandeling ;
2. in geval van onbekwaamheid tot den arbeid een ziekengeld van 1 fr, 50 daags, te beginnen met den tienden ziektedag, onder voorbehoud der uitzonderingen in artikel 31 voorzien,
Ziekendienst houdt op ten laatste drie maanden na den aanvang der ziekte, of indien het ziekengeld slechte op een anderen dag wordt getrokken, drie maanden na dezen.

Art. 18. In stede van de ziekenverzorging en van het ziekengeld kan de de geneeskuur en verpleging in een gasthuis toestaan. Zo de zieke eigen huishouden heeft of deel uitmaakt van het huishouden van zijn gezin, dan is de toestemming vereist
De toestemming is niet nodig :
1, 900 de aard der ziekte een behandeling of verzorging vereist, die in het gezin van den zieke niet mogeiijk is ;
2. zo de ziekte aanstekelijk is ;
3. zo de zieke herhaaldelijk de verordening nopens de zieken of de voorschriften van den geneesheer heeft overtreden ;
4. zo zijn toestand of zijn gedrag een voortdurende bewaking vereist. Indien de in het gasthuis ondergebrachte zieke een gezin Heeft dat hij helemaal of meestendeels tot dan toe met zijn loon heeft onderhouden, dan wordt bovendien aan dit gezin een gezinsgeld verstrekt dat met de helft van het ziekengeld gelijkstaat. Dit geld mag rechtstreeks in de handen der gezinsleden gestort worden.

Art. 19, Aan de kraamvrouwen wordt gedurende vier weken een vergoeding van minstens 1 fr. 50 daags verstrekt. Deze vergoeding mag niet nevens ziekengeld verleend worden.

Art. 20, De verplichte verzekerden, die wegens werkloosheid hun kas verlaten na den proeftijd vastgesteld door de het of de standregelen omtrent de verstrekkingen van de kas, behouden hun recht op de geringste verstrekkingen, indien het verzekeringsgeval zich voordoet tijdens hun werkloosheid en binnen drie weken na het uittreden uit de kas. Het recht vervalt, zo de werkloze niet in België verblijft en er geen andersluidende bepaling in de standregelen voorkomt.
Art, 21, De verstrekkingen der ziekenkassen kunnen vermeerderd of uitgebreid worden. De standregelen kunnen inzonderheid den duur van de ziekendiensten of van het kraam,geld verlengen, het ziekengeld, kraamgeld of gezinsgeld verhogen, of het ziekengeld verlenen met ingang van den eersten dag der onbekwaamheid tot den arbeid. Bovendien kunnen de standregelen toekennen :
1. ziekenverzorging aan niet verzekerde gezinsleden der verzekerden ;
2. kraamdiensten aan niet verzekerde echtgenoten der verzekerden ;
3. een zooggeld aan de vrouwen, zolang zij hun pasgeborenen zogen;
4. de hulp van geneesheer of vroedvrouw aan de niet verzekerde echtgenoten of aan al de vrouwelijke verzekerden, hij bevalling ;
5 een vergoeding aan de zwangere vrouwen, die wegens zwangerschap tot den arbeid onbekwaam zijn;
6. de diensten van vroedvrouw en de geneeskundige behandeling, wegens storingen der zwangerschap nodig geworden.

Art. 22. De standregelen kunnen bovendien een vergoeding bij Het overlijden van een verzekerde of van dezes echtgenote of kind toekennen.

Art. 23. Het voorwerp van de verzekering tegen vroegtijdige gebrekkelijkheid, naar den zin dezer verordening, behelst boven de ziekenverzorging, het toekennen van gebrekkelijkenrenten. Een gebrekkelijkenrente (gebrekkelijkengeld) van een frank daags, alsook zo nodig, de kosteloze geneeskundige en artsenijkundige behandeling wordt toegekend aan elke verzekerde, bestendig of tijdelijk onbekwaam tot den arbeid, en die gebrekkelijk blijft na den tijd der toekenning der ziekenvergoeding, en wel zolang die onbekwaamheid aanhoudt, tot hij den leeftijd van 65 jaar bereikt.

Art. 24, De instellingen van verzekering tegen gebrekkelijkheid mogen een geneeskundige behandeling bewerken, ten einde de dreigende gebrekkelijkheid van een zieken verzekerde te voorkomen of zijn bekwaamheid tot den arbeid te herstellen. Te dien einde mag ook het onderbrengen van den zieke of rentegenieter in een gasthuis» (sanatorium) of in een in richting voor genezende bevolen worden. Is de zieke of rentengenieter gehuwd leeft hij met zijn gezin of heeft hij zijn eigen huishouden of maakt jij deel uit van het huishouden van zijn gezin, dan is de toestemming van den belanghebbende vereist.

Art. 25. De gezinsleden van den zieke of rentegenieter die tot dan toe helemaal of meestendeels met zijn loon in hun onderhoud heeft voorzien ontvangen gedurende deze behandeling gezinsgeld, overeenkomstig de bepalingen der ziekenverzekering (art. 18, laatste lid). Een gebrekkelijkenrente mag gans of gedeeltelijk ontzegd worden gedurende de behandeling. Het gezinsgeld valt weg zolang een loon of wedde krachtens rechtsverbintenis uitbetaald wordt.

Art. 26. Onttrekt zich een zieke zonder wettige of andere gegronde reden aan de behandeling en blijkt dat door deze de gebrekkelijkheid waarschijnlijk ware voorkomen geworden, dan mag tijdelijk de rente geheel of gedeeltelijk worden geschorst, zo de aandacht van den zieke op dit gevolg werd gevestigd. Hetzelfde mag gebeuren indien de rentegenieter zonder wettige of andere gegronde reden zich aan de behandeling onttrekt en op die wijze het ophouden der gebrekkelijkheid verhindert, of indien hij zonder reden een nader onderzoek of den oppas in een gasthuis ontwijkt.

Art. 27. Voor den dienst der verzekering tegen ziekte en vroegtijdige gebrekkelijkheid, hij deze verordening voorzien, worden aangenomen de erkende mutualistische verenigingen die, wat betreft de tot verzekering verplichte leden overeenkomstig de standregelen aan de volgende vereisten voldoen :
1. ten minste de hij artikelen 17 tot 20 en 23 voorziene verstrekkingen verzekeren ofwel bewijzen, aangaande den genees- en artsenijkundigen dienst, dat de aangeslotenen op een andere wijze bedoelden dienst genieten;
2. de bijdrage, hij artikel 39 voor het ouderdomspensioen voorzien, gedurende de gebrekkelijkheid betalen tot een bedrag van 50 centiem per maand ;
3. het toezicht over de zieken en dezer gedrag hij bijzondere verordening regelen en dit toezicht doen uitoefenen door beheerders die onafhankelijk zijn zowel van de verzekerden als van de bedrijfshoofden hij vne deze arbeiden ;
4. op de wijze, bepaald door den Hogeren Raad der instellingen van vooruitzicht, een waarborg storten van 5 frank per werkend lid, behoudens de vrijstellingen verleend door den zelfde Raad;
5. niet een herkend lid, na een proefperiode n ten hoogste een jaar, uitsluiten omdat dit lid zou hebben opgehouden te doen aan de gezondheidsvereisten, tot zijn aanneming gesteld ;
6. geen uitsluiting na een proeftijd van de zelfde duur toelaten omdat de vereisten wat betreft godsdienst politiek of beroep tot de aanneming gesteld, niet weer zouden bestaan, onverminderd de strafbepalingen betreffende handelingen strijdig met het doel der vereniging of geschikt om haar geregelde werktuig te storen ;
7. de geschillen aangaande de verzekering laten oplossen door een onafhankelijk scheidsgerecht ;
8. aan de verzekerden die, na afloop van tijd, de aan verplichte verzekering onderworpen op. geven, zonder bij verplichting lid te worden van een kas, de vrijwillige voortzetting der verzekering volgens de nadere voorschriften voor een bijzonder besluit
9. den overgang van leden van de ene naar de andere instelling van verzekering in Vlaanderen en in Wallonië toelaten hetzij door overgeving, hetzij door overdracht der wiskundige reserve, berekend overeenkomstig bij bijzonder besluit te bepalen regelen.

Art. 28. De aanneming wordt verleend door de Regering, de Hogere Raad der instellingen van vooruitzicht gehoord zijnde in zijn bericht. Zij mag niet worden ingetrokken, tenzij wegens de tekortkoming aan de vereisten van artikel 27 luidens bericht van den Hogeren Raad.

Art. 29. De bepalingen van artikel 27, nrs. 1 tot 4, en van artikelen 7 tot 9, gelden eveneens voor de gewestelijke kassen van vooruitzicht.
Art. 30. In geval van betwisting aangaande de verstrekkingen der verzekering, wendt zich de verzekerde, indien het een besluit van een ziekenkas betreft, tot de gewestelijke kas; is er spraak van een besluit van een bondskas of een gewestelijke verzekeringskas, dan wendt de verzekerde zich tot den Hogeren Raad der instellingen van vooruitzicht. De instelling waarbij de zaak aanhanging is, zorgt voor de scheidsrechterlijke uitspraak, bij de standregelen voorzien, en tot de versuldigde vergoeding aan den rechthebbende worden betaald op de waarborg. Een beroep bij de Regering mag tegen de besluiten van de gewestelijke kassen en van den Hogeren Raad aangetekend worden op de wijzen bij bijzonder besluit bepaald.
Art. 31. De bijdrage der verzekerden wordt door de standregelen der erkende ziekenkassen en bondskassen bepaald. Voor de leden der gewestelijke kassen van vooruitzicht, is zij op 18 frank per jaar voor de ziekteverzekering en op 6 frank per jaar voor de verzekering tegen vroegtijdige gebrekkelijkheid vastgesteld. Op verzoek der verzekerden die bewijzen dat zij slechts een loon van minder dan 15 frank per week verdienen, kan zij, voor de ziekenverzekering, verminderd worden tot de helft. In dit geval wordt de dagelijkse vergoeding naar evenredigheid verminderd. Zo nodig, mogen de gewestelijke kassen, mits zij daartoe door de Regering worden gemachtigd, bijkomende bijdragen opleggen aan hun aangeslotenen of aan sommige groepen van hen, volgens het bijzonder risico welke zij uitbrengen. De belanghebbenden, meer dan vijf en zestig jaar oud, zijn van elke bijdrage vrijgesteld.

Dezelfde vrijstelling kan voor dien leeftijd en op hun verzoek verleend worden aan :
1. de belanghebbenden die kost en inwoon vrij genieten bij het bedrijfshoofd ;
2, de werklieden, op pensioen gesteld krachtens de wet van 5 juni 1911 op de mijnwerkerspensioenen.

De vrijgestelden hebben enkel recht op den genees- en artsenijkundigen dienst, alsmede op de behandeling in de sanatoria.
De aanvragen tot vermindering en vrijstelling worden, met het bericht van de mutualistische vereniging waarvan de belanghebbende lid is, of, zo niet, van het gemeentebestuur gericht tot de gewestelijke kas ; deze doet uitspraak behoudens beroep bij den vrederechter der woonplaats van den aanvrager.


Art, 32, De bedrijfshoofden zijn gehouden, voor de ziekteverzekering te betalen een bijdrage van 6 frank per jaar en per verzekeringsplichtigen werkman of bediende, daaronder begrepen de bij het vorig artikel bedoelde vrijgestelden. Zij zijn gehouden, onder dezelfde voorwaarden, een bijdrage van 6 frank te storten voor den dienst der Verzekering tegen vroegtijdige gebrekkelijkheid. De bijdragen der patroons worden, op de der Besluit bepaalde wijze, aan de betrokken medische verenigingen of gewestelijke kassen toevertrouwd. Zij zijn bestemd om de kosten van den genees- en artsenijkundigen dienst, alsmede van den dienst der sanatoria te bestrijden. De bedrijfshoofden, die den genees- en artsenijkundigen dienst ten bate van hun personeel hebben ingericht, zijn van de betaling der bijdrage voor de ziekteverzekering vrijgesteld mits zij zich gedragen naar de vereisten, voor dezen dienst aan de gewestelijke kassen opgelegd hij artikel 9, lid 3, dezer verordening.


Art. 33. De tegemoetkoming van den Staat voor de ziekteverzekering bedraagt 25 centiem per jaar en per frank door elke verzekerde gestort, doch slechts voor de eerste vier en twintig frank. Zij wordt gebracht op 50 centiem voor de verzekerden, die uiterlijk op 31 december 1875 geboren zijn. Voor de vrijgestelden bedraagt de tegemoetkoming 2 fr. 50 per jaar. Die tegemoetkoming wordt overhandigd aan de betrokken mutualistische verenigingen of gewestelijke kassen.

Om de toelagen te kunnen ontvangen, zijn de mutualistische verenigingen gehouden :
1. de overeenkomsten betreffende den genees- en artsenijkundigen dienst aan de Raadgevende Commissie van den Hogeren Raad om bericht mede te delen, alvorens zij in werking treden ;
2, ten minste 85 t. h. van de vergoedingen wegens ziekte en van de genees- en artsenijkundige kosten te bestrijden door middel van de bijdragen hunner werkende leden, verhoogd met de interesten van de belegde fondsen ; elk jaar worden die 85 1. h. naar keuze van de vereniging, berekend hetzij op de uitkomst van het vorig jaar hetzij op de gemiddelde uitkomst van de laatste twee, drie vier of vijf jaren. De verenigingen, welke gedurende dit tijdsverloop hun reserve vermeerderden met een som ten minste gelijk aan 25 t. h. hunner uitgaven, zijn niet gehouden, aan die vereiste te voldoen. Een aanvullende toelage van 1 tot 3 frank kan, volgens de hij bijzonder Besluit te bepalen regelen, worden verleend voor den geneeskundigen dienst der verzekerden die ver van een geneesheer wonen.


Art. 34. Aanvullende toelagen worden, overeenkomstig bij bijzonder Besluit te bepalen regelen, verleend aan de mutualistische verenigingen en aan de gewestelijke kassen die, overeenkomstig hun standregelen, hogere verstrekkingen van kraamgeld of bij nr. 1 tot 6, lid 3 van artikel 21 voorziene voordelen verlenen.


Art. 35, De tegemoetkoming van den Staat voor de verzekering tegen vroegtijdige gebrekkelijkheid wordt geregeld overeenkomstig der wet van 5 mei 1912. Echter bedraagt de tegemoetkoming bepaald bij het 2e lid van artikel 2 dier wet, 1 frank per gestorte frank voor de verzekerden die uiterlijk op 31 december 1875 geboren zijn. Zij wordt overhandigd aan de kassen tegen gebrekkelijkheid of aan de kassen, volgens bij bijzonder besluit bepaalde regelen.


Art. 36. Op verzoek van de aangenomen maatschappijen kan de bond, die ze verenigt, tegenover hen de gewestelijke kas vervangen, vooral wat betreft de rechtsbetrekkingen dezer kas met de ziekenkassen. De daartoe na te komen voorwaarden worden bij bijzonder besluit bepaald.


Art. 37. Een krediet van 3 miljoen frank wordt ter beschikking van de Regering gesteld om sanatoria te helpen oprichten voor de verzekerden, lijdende aan besmettelijke ziekten en inzonderheid aan tuberculose. Een krediet wordt jaarlijks op de gewone h / van het Ministerie van Nijverheid en Arbeid uit aandeel van den Staat in de kosten van behandeling der verzekerden in de sanatoria.


Titel 111.
Verzekering tegen ouderdom.
Art. 38. Het voorwerp der verzekering tegen ouderdom is het verlenen van ouderdomspensioen.
Art. 39. De vereiste bijdrage der verzekerden voor het ouderdomspensioen ten minste 6 frank per jaar. Zij moet worden gestort met afstand van kapitaal en het in genot treden der rente dient te worden vastgesteld op vijf en zestig jaar. Zij kan, op hun aanvraag, worden verminderd tot 3 frank voor de verzekerden die bewijzen dat zij slechts een loon van minder dan 15 frank per week verdienen. De vermindering wordt toegestaan overeenkomstig artikel 31, laatste lid.


Art. 40. De bedrijfshoofden zijn verplicht, als bijdrage voor de verzekering tegen ouderdom voor elke te verzekeren werkman of bediende 6 frank per jaar te storten.
Art. 41. Door den Staat wordt in de stortingen ter Algemene Lijfrentekas bijgedragen zoals is bepaald door de wetten van 10 mei 1900 en van 5 juni 1911. De tegemoetkoming van 2 frank, voorzien bij artikel 12 der wet van 10 mei 1900, moet telkens, als zij wordt verleend wegens verplichte stortingen, op het boekje van den belanghebbende worden ingeschreven ; de inschrijving geschiedt onder de voorwaarden, bepaald bij het 2e lid van artikel 39.
Titel IV.
Overgangsmaatregelen.
Art. 42. Een jaarlijkse toelage van 120 frank wordt verleend aan alle Belgen, die in België verblijven, voor 1 januari 1843 zijn geboren en in nood verkeren. Onder dezelfde voorwaarden komt die toelage ten goede aan de Belgen, die, binnen de jaren 1843 tot 1848 geboren, in de Algemene Lijfrentekas ten minste 18 frank hebben gestort. Een verhoging van rente wordt verleend aan elke Belg, die voldoet aan dezelfde vereisten van verblijf en behoeftigheid en in de jaren 1849 tot 1900 is geboren.

Het bedrag van die verhoging wordt bepaald op 120 frank voor de belanghebbenden, die in de jaren 1849 tot 1879 zijn geboren. Zij bedraagt 115 frank waar de belanghebbenden die in 1880, 110 frank voorzien die in 1881 zijn geboren en wordt zo achtereenvolgens verminderd met 5 frank per jaar voor de belanghebbenden die in de volgende jaren tot in 1900 geboren zijn. Om de verhoging te kunnen genieten, moeten de aanvragers bewijzen dat zij in de Algemene Lijfrentekas ten minste 6 frank per jaar hebben gestort, met afstand van kapitaal, en wel gedurende een tijdsverloop van ten minste drie jaar. De verhoging wordt met 4 frank ingekort voor elk jaar binnen hetwelk, te rekenen van 1919, de bij het vorig lid voorgeschreven stortingen niet werden gedaan, tenzij de belanghebbende bewijst dat hij twintig jaarlijkse stortingen van ten minste 6 frank Heeft gedaan of bij de Algemene Lijfrentekas een rente van 120 frank op vijf en zestig jaar heeft verworven. De voorwaarden en vormvereisten om gemelde toelagen en verhogingen te bekomen worden bij bijzonder besluit bepaald. Met afwijking van artikel 48 der toet van 16 maart 1865, wordt de Algemene Lijfrentekas gemachtigd, de stortingen voor uitgestelde renten te ontvangen, welke door personen, geboren binnen de jaren 1843 tot 1879, na den leeftijd van vijf en zestig jaar worden gedaan ten einde de toelage of de verhoging van rente te bekomen. Het in genot treden van de renten, door die stortingen verkregen, kan worden uitgesteld tot dat zij onder de voorgeschreven voorwaarden volkomen gevestigd zijn.
Art. 43. De toelagen en verhogingen van rente, bij het vorig artikel voorzien, worden door den Staat betaald en uitgekeerd uit het bijzonder fonds van de dotaties voor de instelling van ouderdomspensioenen opgericht hij de wet van 10 mei 1900. De Staat doet daarvan een twaalfde door de gemeenten en een twaalfde door de provinciën terugbetalen. Deze terugbetaling geschiedt hij wijze van afhouding op de toelagen en aandelen in het gemeentefonds en in het bijzonder fonds en op de andere voordelen door den Staat versuldigd en, hij ontoereikendheid, op de wijze voorzien door de provincie- en gemeentewetten tot het nakomen van de verbintenissen der provinciën en gemeenten. De aldus opgebrachte middelen worden gestort in bedoeld bijzonder fonds. Art. 44. Tegemoetkomingen worden ieder jaar door den Staat toegekend aan de mutualiteitshonden, die voor het overgangstijdperk een bijzondere kas hebben opgericht om jaarlijkse vergoedingen te verlenen aan hun voor 1871 geboren leden. Die tegemoetkomingen van den Staat zijn evenredig aan de bijdragen der werkende leden, die al dan niet de voordelen van die bijzondere kassen genieten ; het bedrag daarvan wordt elk jaar bepaald door de begroting en zij worden toegekend onder hij bijzonder Besluit te bepalen voorwaarden.
Art. 45. De bijdragen der bedrijfshoofden voor de verzekering tegen ouderdom (art. 40) worden, behoudens wat later zal worden bepaald, gestort in het bijzonder fonds der dotaties voor de instelling der ouderdomspensioenen, opgericht hij de wet van 10 mei 1900.
Art. 46. Totdat verkiezingen voor den Hogeren Raad der instellingen van vooruitzicht hebben plaats gegrepen, zullen voorlopig zeven leden, door de regering uit de kringen der aangenomen verzekeringsinstellingen of honden te benoemen optreden in plaats van de zeven te verkiezen leden,
Titel V.
Slot- en Strafbepalingen.
Art. 47. Inhoud en vorm der door de bedrijfshoofden af te geven verklaringen met het oog op het doorvoeren van de verzekering worden door bijzonder Besluit bepaald, Het opmaken der rollen en het beroep der aangeslagenen geschieden zoals bij de rechtstreekse belastingen ; hetzefde geldt voor de inning van de bijdragen, die desnoods bij dwangbevel gebeurt.
Art. 48. Met een boete van 26 tot 600 frank worden voor elke overtreding gestraft de beheerders van de mutualistische verenigingen, de leden der gewestelijke kassen en de bedrijfshoofden, die willens en wetens onjuiste opgaven doen in de rekeningen invulbladen en getuigschriften, voorgeschreven door deze verordening of door ter uitvoering daarvan genomen besluiten, –

De verzekerde, die valse aangiften doet ten einde zich aan de verplichte stortingen te onttrekken, wordt gestraft met een boete van 5 tot 25 frank voor elke overtreding. De bedrijfshoofden, die het toezicht verhinderen, door den ontvanger uit te oefenen krachten de artikelen 32, 40 en 47 worden gestraft met een boete van 26 tot 600 frank, onverminderd de toepassing van de straffen voorzien bij de artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek. Dezelfde boete wordt op hen toegepast voor elke overtreding van lid 2 van artikel 4. Bevoegd zijn de vrede- of politierechters.
Art. 49. Het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zal bij bijzondere verordeningen vastgesteld worden.
Art. 50. Het Ministerie van Nijverheid en Arbeid en het Ministerie van Financiën zijn met de uitvoering van deze verordening belast.
Brussel, den 14 maart 1918.
No. 39. - 20. APRIL 1918.
Verordening
houdende instelling van Duitse rechtbanken voor burgerlijke
rechtsgedingen.
Art. 1. De burgerlijke rechtspleging wordt in Vlaanderen overeenkomstig onderstaande bepalingen uitgeoefend door onafhankelijke, alleen aan de wet onderworpen rechtbanken,en aan in 2 aanleg door „Kaiserliche Bezirksgerichte'' (Abteilung fur Zivilsachen) (keizerlijke districtsrechtbanken (afdeling voor burgerlijke zaken ), waarvan zetel en rechtsgebied door een bijzondere beschikking te bepalen zijn;
in 2 aanleg door het „Kaiserliches Obergericht in Brussel (keizerlijk Opperste Gerechtshof te Brussel).
Scheidsgerechten mogen alleen met de toestemming van het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) ingesteld worden.
Art, 2. Tot districtsrechter alsook tot lid van het Opperste Gerechtshof kunnen alleen beroepen worden personen die de overeenkomstig § 2 van het Duits verfassungs gesetz van 27 januari 1877, de bevoegdheid bezitten om het rechterlijk ambt uit te oefenen.
Art, 3. De Generaal Gouverneur benoemt de rechters,
Art 4, Bij iedere rechtbank is een griffie ingericht. Zo nodig, kunnen deurwaarders worden aangesteld.
Art. 5. Voor de waarneming van de belangen der partijen.kan het Hoofd van het burgerlijk bestuur „Justizkommissare aanstellen.
Art. 6. De Duitse taal is de gerechtstaal naast Bij terechtzittingen met personen, die geen Duits kennen is de tussenkomst van een tolk vereist. Zij is echter niet
nodig wanneer al de belanghebbenden de vreemde taal machtig zijn.
Art. 7. De terechtzittingen voor de kennisnemende rechtbank zijn openbaar. De rechtbank kan naar goeddunken van de openbaarheid geheel of ten dele afzien. Zij is niet gehouden de redenen daarvan bekend te maken.
Art. 8. Wraking van gerechtelijke personen is niet toegelaten.Verklaart een rechter of een griffier zich bevooroordeeld,zo treedt zijn plaatsvervanger voor hem op.
Art. 9. Openbare bekendmakingen worden in het ,Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen in het Etappengebied bovendien in het Verordeningsblad van de betrokken Etappeninspektie afgekondigd. De rechtbanken kunnen ook een andere wijze van openbaarmaking bevelen.
Art. 10. De rechtbanken zijn aïleen bevoegd wanneer :
a) een Duitser, een onderdaan van een met het Duitse Rijk verbonden Staat of een onderdaan van een onzijdige Staat, of b) een dwangbeheerder (verordeningen van 17 februari en 26 augustus 1915), een likwidator (verordeningen van 29 augustus 1916 en 15 april 1917) of een vertegenwoordiger (verordening van 26 november 1914) in deze ambtelijke hoedanigheid, als aanklager, beklaagde of tussenkomende bij het geding betrokken is. De onderdanen van de onderaan opgesomde Staten zijn gelijkgesteld met de rechtspersonen, die hun zetel hebben in genoemde Staten ; de rechtbank beslist in hoever in ieder afzonderlijk geval rechtspersonen, die hun zetel hebben in Vlaanderen, met hen gelijk te stellen zijn
Op grond van een aanspraakoverdracht die na de bekendmaking van deze verordening plaats zou hebben, kan de bevoegdheid zoals zij in lid 1& bepaald w, niet ingeroepen worden : de rechtbank is bevoegd uitzonderingen toe te laten.
Art. 11. De rechtbanken verlenen gerechtelijken bijstand:
a) elkander wederkerig,
b) aan Duitse burgerlijke en krijgsrechtbanken,
c) aan de rechtbanken van de met het Duitse Rijk verbonden en van de onzijdige Staten.
Art. 12. Vorderingen tegen militairen van het Duits leger en van de verbonden legers zijn niet ontvankelijk. Naar den zin dezer bepalingen, zijn ook de ambtenaren, beambten en bedienden van de Duitse overheden in Vlaanderen en Wallonië te beschouwen als militairen van het Duits leger. De rechtbank is bevoegd uitzonderingen toe te laten.
Art. 13. Bijaldien een der in artikel 10, lid i, genoemde personen een scheidsrechterlijke overeenkomst gesloten heeft wordt de scheidsrechterlijke uitspraak op aanvraag door de districtsrechtbank uitvoerbaar verklaard ; is een scheidsrechterlijke uitspraak nog niet geveld en is de scheidsrechterlijke overeenkomst gesloten voor het in werking treden dezer verordening, zo treedt op aanvraag de districtstrechtbank in plaats van het scheidsgerecht op.
Art. 14. In de districtsrechtbanken worden de gedingen door een rechter afgehandeld. Het Opperste Gerechtshof beslist met 3 rechters.
Art. 15. Het toe te passen recht wordt bepaald door de ten gronde gelegde rechtsverhouding.
Art. 16. De Zivilprozessordnung fur das Deutsche Reich** van 30 januari 1877 is voor de rechtspleging toepasselijk ; zoveel doenlijk richt deze zich naar de bepalingen
op de rechtspleging van het Ambtsgericht doch
a) welstellende excepties moeten gezamenlijk en voor alle behandeling ter hoofdzaken worden voorgesteld.
b) de rechtbank kan beschikken, dat alle vorderings-, verwerings- en bewijsmiddelen hij mijding niet in overweging genomen te worden, in een bepaalden tijd voor te stellen zijn;in geval deze termijn niet wordt nageleefd, is alleen het hervatten van het rechtsgeding overeenkomstig § 233 en volgende van de „Zivilprozessordnung'' toegelaten
c) de rechtbank kan bevelen, dat de partijen hun aanvragen en uiteenzettingen schriftelijk moeten indienen ;
d) de rechtbank beslist naar goeddunken of en wanneer de betekening ener akte als geldig te beschouwen is.
Art. 17. Tegen de vonnissen van de distriktrechtbanken kan hoger beroep ingesteld worden bij het Opperste Gerechtshof,wanneer de waarde van de betwiste zaak meer dan 5000 frank bedraagt. De instelling van hoger beroep moet gedaan worden binnen een termijn van een maand, ingaande met den dag der betekening van het vonnis ; het hoger beroep kan bij de distriktrechtbank of bij het Opperste Gerechtshof ingesteld worden, hetzij schriftelijk, hetzij door vermelding in een proces-verbaal van den griffier.
Andere beslissingen van den distriktrechtbanken zijn niet vatbaar voor verhaal.
Art. 18. De tussenkomst van een pleitbezorger is niet vereist. De „Justizkommissare'' zijn als vertegenwoordigers of als raadgevers van de partijen toe te laten. Voor het overige beslist de rechtbank naar goeddunken wie als vertegenwoordiger of als raadgever van een partij zal worden toegelaten.
Indien het verblijf van een partij onbekend, of wanneer deze ten gevolge van den oorlog uit haar gewone verblijfplaats afwezig is en zich in de onmogelijkheid bevindt haar rechten waar te nemen, kan de rechtbank van ambtswege voor haar een vertegenwoordiger aanstellen.
Art. 19. De tenuitvoerlegging van een vonnis geschiedt op aanvraag door de rechtbank, die te dieneinde de hulp van de krijgsoverheden kan inroepen'
Met het oog op de gedwongen tenuitvoerlegging, kan de rechtbank het vermogen van den schuldenaar geheel of ten dele onder dwangbeheer plaatsen ; de dwangbeheerder wordt door de rechtbank benoemd ; de bepalingen der verordening van 17 februari 1915 zijn dienovereenkomstig van toepassing op de rechten en verplichtingen van de dwangbeheerders,
Een in Duitsland uitvoerbare titel is ook in Vlaanderen uitvoerbaar.
Art, 20. De taksen voor getuigen en deskundigen worden door de rechtbank naar goeddunken vastgesteld ; de griffier levert de betaalbrieven af.
Art. 21. De taksen, die naast en behalve de kosten te innen zijn, bedragen :
Art. 22. De door de rechtbanken vast te stellen en vooraf te betalen taksen voor de tussenkomst der „Justizkommisssare'' worden in de Schatkist gestort. De rechtbank beslist naar goeddunken of en in welke mate
de kosten van vertegenwoordiging of bijstand door de winnende partij te betalen zijn.
Art. 23. Rechtsgedingen, die hij het in werking treden dezer verordening hij Belgische rechtbanken aanhangig zijn, doch waarover nog niet door een kracht van gewijsde hebbend vonnis beslist ts, kunnen, zover aan de voorwaarden gesteld onder artikel 10 is voldaan, hij de distriktrechtbank opnieuw aanhangig gemaakt worden. De werkingen van de rechtsaanhangigheid blijven overigens onaangeroerd. De distriktrechtbank kan naar goeddunken rekening houden met den huidige stand van het geding.
Brussel, den 6 april 1918.


No. 39. - 20. APRIL 1918.
Verordening
houdende instelling van Duitse rechtbanken voor strafzaken.
Art. 1. De strafrechtspleging wordt, in Vlaanderen, overeenkomstig onderstaande bepalingen uitgeoefend door onafhankelijke alleen aan de wet onderworpen „Kaiserliche Bezirksgerichte'' [Abteilung fur Strafsachen] (keizerlijke distriktrechtbanken afdeling voor strafzaken, waarvan zetel en rechtsgebied door een bijzondere beschikking te bepalen zijn. De distriktrechtbanken kunnen zo nodig zittingen beleggen buiten de plaats waar hun zetel gevestigd is.
Art. 2. Tot districtsrechter kunnen alleen geroepen worden personen, die overeenkomstig § 2 van het Duitse ,,Gerichtsverfassungsgesetz'' van 27 januari 1877 de bevoegdheid bezitten om het rechterlijk ambt uit te oefenen.
Art. 3. Bij iedere rechtbank is een parket (Staatsanwaltschaft) gevestigd.
Art. 4, De Generaal Gouverneur, in het Etappengebied de „Kwartiermeister' benoemt de rechters en de leden van het parket (Staatsantanwalt).
Art, 5. Bij iedere rechtbank wordt een griffie ingericht.
Art. 6. De Duitse taal is de gerechtstaal. Bij terechtzittingen met personen die geen Duits kennen, is de tussenkomst van een tolk vereist, Zij is echter niet nodig, wanneer al de belanghebbenden de vreemde taal machtig zijn.
Art. 7. De terechtzittingen voor de kennisnemende rechtbank zijn openbaar. De rechtbank kan naar goeddunken van de openbaarheid geheel of ten dele afzien. Zij is niet gehouden de redenen daarvan bekend te maken.
Art. 8. Wraking van gerechtelijke personen is niet toegelaten. Verklaart een rechter of een griffier zich bevooroordeeld zo treedt zijn plaatsvervanger voor hem op.
Art. 9. Openbare bekendmakingen worden in het „Wet- en Verordeningsblad voor Vlaanderen in het Etappengebied bovendien in het Verordeningsblad van de betrokken Etappeninspektie afgekondigd. De rechtbanken kunnen eveneens een andere wijze van openbaarmaking bevelen.
Art. 10. De rechtbanken zijn bevoegd misdrijven en overtredingen te vonnissen, die het parket aanhangig maakt. De bevoegdheid van de krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers wordt hierdoor in genen dele gewijzigd.
Art. 11. De rechtbanken vonnissen krachtens het in Vlaanderen gelden strafrecht, met dien verstande eventueel, dat enkel en alleen straffen uit te spreken zijn, overeenkomstig het Duits ,,Reichsstrafgesetzbuch 't is te zeggen : „Zuchthaus' in plaats van dwangarbeid en opsluiting, „Gefangnis'' in plaats van gevangenisstraf, Festung in plaats van hechtenis.
Art. 12. De rechtbanken en parketten verlenen gerechtelijke bijstand :
a) elkander wederkerig,
b) aan Duitse burgerlijke en krijgsrechtbanken als ook aan Duitse parketten,
c) aan de rechtbanken van de met het Duitse Rijk verbonden en van de onzijdige Staten.
Art. 13. In de distriktrechtbanken worden de gedingen door den rechter afgehandeld. Alleen misdaden, waarvoor de doodstraf of meer dan 5 jaar gevangenisstraf is voorzien, worden door drie rechters gevonnist ; is echter in deze gevallen een gevangenisstraf van minder dan 5 jaar te verwachten, dan kan op aanvraag van het parket een rechter uitspraak doen.
Art. 14. De Strafprozessordnung fur das Deutsche Reich'' van 1 februari 1877 is op de rechtspleging dienovereenkomstig toepasselijk voor den maatstaf van onderstaande bepalingen :
a) het parket dient slechts dan een klacht in, wanneer dit in het openbaar belang ligt,
b) het parket is gerechtigd over te gaan tot onderzoekingen van elken aard, inzonderheid aanhoudingsbevelen uit te vaardigen ; een rechterlijk voorafgaandelijk onderzoek gebeurt niet,
c) de rechtbank velt geen bijzonder vonnis betreffende de inleiding van de hoofdzaak ; zodra de klacht ingediend is, beslist de rechtbank ter zake van de verlenging der verzekerde bewaring,
d) gevangenisstraffen van ten hoogste een jaar en boeten van ten hoogste 3000 frank, afzonderlijk of samen, kunnen door een rechterlijk strafbevel worden uitgesproken,
e) de rechtspleging richt zich voor het overige zoveel doenlijk naar de bepalingen op het „Schoffengerichf\
f) de rechtbank beslist naar goeddunken of en wanneer de betekening van een akte als geldig te beschouwen is.
Art. 15. De beslissingen der rechtbanken en parketten zijn niet vatbaar voor verhaal. De vonnissen bekomen kracht van gewijsde wanneer zij uitgesproken worden, de strafbevelen wanneer de beschuldigde de kennisgeving ontvangt ; is de kennisgeving niet mogelijk, dan gaat het vonnis in kracht van gewijsde zodra het bij de rechtbank wordt uitgehangen.
Art. 16. De rechtbank beslist naar eigen goeddunken inzake de toelating en de aanstelling van een verdediger. De verdediging is noodwendig, wanneer de rechtbank met drie rechters zetelt. Zij kan den aangestelden verdediger een passend ereloon uit de Staatskas toekennen.
Art. 17. Het parket zorgt voor de voltrekking der straf ; het kan daarbij de hulp van de krijgsoverheid inroepen. Een vonnis tot ter doodveroordeling mag niet voltrokken worden, vooraleer vaststaat, dat de bevoegde overheid beslist heeft geen gebruik te maken van het genaderecht. De doodstraf wordt door den kogel voltrokken. De plaatselijke bevoegde krijgsoverheid zorgt voor de uitvoering.
Art. 18. Het recht van begenadiging en van strafverzachting berust bij den Generaal Gouverneur, betreffende de vonnissen der in het Etappengebied gevestigde rechtbanken bij den Opperbevelhebber van het leger, in wiens gebied de rechtbank haar zetel heeft.
Art, 19, De taksen voor getuigen en deskundigen worden door de rechtbank naar goeddunken vastgesteld ; de griffier levert de betaalbrieven af.
Art. 20. Ten laste van den aangeklaagde, bij vonnis met kracht van gewijsde veroordeeld, wordt een taks geïnd, die door de rechtbank naar goeddunken wordt vastgesteld.
Art. 21. Bijaldien een door het Belgisch parket ingestelde strafvordering, bij het in werking treden dezer verordening nog niet door een kracht van gewijsde hebbend vonnis beslist is, kan het Duits parket de vordering bij de op grond van deze verordening bevoegde rechtbank aanhangig maken.
Brussel, den 6 april 1918.

No. 40. - 23. APRIL 1918.
Beschikking.
Art. 1. De jury belast met het afnemen van Het examen van leraar in den handenarbeid aan de lagere en middelbare jongensscholen, wordt voor het jaar 1918 als volgt samengesteld :
1, de heer De Waele,A,, opziener van het tekenonderwijs in het middelbaar en lager onderwijs (voorzitter),
2. de heer De Weert,E leraar in het tekenen en in den handenarbeid aan de normaalschool te Lier,
3. de heer Aerts, leraar aan de normaalschool te Brussel
4. de heer Aelterman, leraar aan de Rijks middelbare school te Leuven,
5. de heer Van Laar, schoolopziener te Antwerpen.
Art, 2. De voorzitter of een door hem daartoe gemachtigd lid der jury is gelast de kandidaten op te roepen.
Art. 3. De voorzitter kan ter ondersteuning een of twee vaklieden aan de jury toevoegen.
Brussel, den 26 maart 1918.

No. 40. - 23. APRIL 1918.
Bekendmaking:betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België heb ik, overeenkomstig de verordeningen van 29 augustus 1916 en van 15 april1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, No. 253 van 13 September 1916 en No, 335 van 19 april 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen der firma „Cie. An, Continentale pour la Fabrication des Compteurs te Brussel. De heer Oberleutnant Coeler, Oude Kleerkopersstraat 24, te Brussel, is tot likwidator benoemd. De likwidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 6 AprU 1918.
No. 40. - 23. APRIL 1918.
Bekendmaking: betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 april 1917 over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 253 van 13 September 1916 en Nr. 335 van 19 april 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen der firma , Freres e Soeurs" te Marcinelle. De heer Karl Thieme, Oude Kleerkopersstraat 24, te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 6 april 1918.

No. 40. - 23. APRIL 1918.

DUITSE namen
Gemàss Artikel 34 des Gesetzes vom 8. Juli 1891 und Artikel 1 der Koniglichen Verordnung vom —18. Oktober 1890 mit den Abânderangen der Verordnong vom 13. juni 1917 uber dem Allgemeinen Prùfungsausschuss fiir den hoheren Unterrioht,
gemàss der Verordnung vom 7. Februar 1918 ûber die Anordnung einer ausserordentlichen Tagung dieses Ausschusses bestimme ich:
Art. 1. Der Allgemeine Priifungsausschuss fur den
hoheren Unterricht im flàmischen Verwaltungsgebiet
setzt sich fur die in diesem Monat stattfindende ausserordentliche
Tagung wie folgt zusammen:
Vorsitzender : Herr Maurits Josson, Direktor im Ministerium fur Wissenschaft und Kunst.
Mitglieder: ,
I. Philbsophische Fàkultat: ' -
a) Kandidaien'prufung, vorhereitend zum Studium der
Bechtsmissenschaft :
Die Herren: '
Hoffmann, Professor an der Universitât Gent,
De Decker, Professor an der Universitàt Gent,
Godee Molsbergen, Professor an die Universitàt Gent,
Labberton, Professor an der Universitàt Gent,
Tack, Professor an der Universitàt Gent,
Menzerath, Professor an der Universitàt Gent,
Vlamynck, Dozent' an der Universitàt Gent,
Jacob, Dozent an der Universitàt Gent.
.
Sekretàr: Herr Jacob, Dozent.
h) Kandidatenprufung, vorbereitend zum Doktorat in der klassischen Philologie:
Die Herren:
Hoffmann, Professor an der Universitàt Gent
De Decker, Professor an der Universitàt Gent,
Godee Molsbergen, Professor an der Universitàt Gent,
Baehrens, Professor an der Universitàt Gent»
Tack, Professor an der Universitàt Gent,
Menzerath, Professer an der Universitàt Gent,
Vlamynck, Dozent an der Universitàt Gent,
Jacob, Dozent an der Universitàt Gent.
Sekretâr: Herr Jacob, Dozent.
II. Juristische Facultat.
Kandidatenprufung im Notariat :
Die Herren:
Obrie, Professor an der Universitàt Gent,
Dosfel, Professor an der Universitàt Gent,
Labberton, Professor an der Universitàt Gent,
Van Roy, Professor an der Universitàt Gent,
Jonckx, Professor an der Universitàt Gent,
Eggen, Professor an der Universitàt Gent,
Heyndrickx, Professor an der Universitàt Gent.
Sekretâr: Herr Eggen, Professor.
III. Mathemaiisch naturtwisenschaftliche Fakultàt.
a) Erster Ahschnitt der Kandidatenprufung in der Maihêmatik und Physik :
Die Herren:
Haerens, Professor an der Universitàt Gent,
Vollgraff, Professor an der Universitàt Gent,
Valeton, Professor an der Universitàt Gent,
F. Bralez, Professor an der Universitàt Gent,
Kortmulder, Professor an der Universitàt Gent,
Minnaert, Dozent an der Universitàt Gent.
Sekretâr: Herr Minnaert, Dozent.
h) Ingenieurkandidatenpriifung :
Die Herren:
Vollgraff, Professor an der Universitàt Gent,
Kortmulder, Professor an der Universitàt Qent,
Haerens, Professer an der Universitàt Gent,
Valeton, Professor an der Universitàt Gent,
F. Brûlez, Professor an der Universitàt Gent,
Jacob, Dozent an der Universitàt Gent,
Minnaert, Dozent an der Universitàt Gent.
Sekretàr: Herr Minnaert, Dozent.
IV. Medizinische Fakultàt
a) Erster Ahschnitt der Doktorprûfung in der Medizirif
Chirurgie und Gehurtshilfe :
Die Herren:
Speleers, Professor an der Universitàt Gent,
Schoenfeld, Professor an der Universitàt Gent,
Laqueur, Professor an der Universitàt Gent,
Maertens, Professor an der Universitàt Gent,
Van Bockstaele, Professor an der Universitàt Gent,
Forster, Professor an der Universitàt Gent.
Sekretàr: Herr Forster, Professor.
h) Zweiter Abschnitt der Doktorpriifung in der Medizin
Chirurgie und Gehurtshilfe :
Die Herren:
Speleers, Professor an der Universitàt Gent,
Schoenfeld, Professor an der Universitàt G«nt,
ten Hom, Professor an der Universitàt Gent,
Borms, Professor an der Universitàt Gent,
Clans, Professor an der Universitàt Gent,
Laqueur, Professor an der Universitàt Gent,
De Keersmaecker, Professor an der Universitàt Gent.
Sekretàr: Herr ten Hom, Professor.
c) Dritter Ahschnitt der Doktorpriifung in der Medizin
Chirurgie und Gehurtshilfe :
Die Herren;
Speleers, Professor an der Universitàt Gent,
Sdioodleld, Professer an der Universitàt Gent,
ten Hom, Professer an der Universitàt Gent,
Clans, Professor an der Universitàt Gent,
De Keersmaeoker, Professer an der Universitàt Gent,
Maertens, Professor an der Universitàt Grent,
Van Bockstaele, Professor an der Universitàt Gent,
Picard, Professor an der Universitàt Gent.
Sekretàr: Herr, Picard, Professor.
d) Apothekerprûfung :
Die Herren:
Speleers, Professor an der Universitàt Gent,
Laqueur, Professor an der Universitàt Gent,
Valeton, Professor an der Universitàt Gent,
Witsenburg, Professor an der Universitàt Gent,
Alleman, Dozent an der Universitàt Gent.
Sekretàr: Herr Valeton, Professor.
Art. 2. Die ansserordentliche Tagung des Allgemeinen
Prûfungsausschusses fiir den hoheren Unterricht
beginnt am Donnerstag, den 25. april 1918, im Universitàtsgebàude
zn Gent.
Art. 8. Der Vorsitzende des Allgemeinen Prtifungsaasschusses
wird ermàchtigt, einen stellvertretenden Vorfiitzenden
zn bestellen. Er hat im Falle der Verhinderung
eines Mitgliedes fiir Ersatz zu sorgen.
Brûssel, den 18. april 1918.

No. 40. - 23. APRIL 1918
Beschikking Overeenkomstig artikel 34 van de wet van 13 oktober 1890,en artikel 1 van het koninklijk Besluit van 21 Juli 1891 besluit gewijzigd werd bij de verordening van No. 40. - 23. APRIL 1918. 13 juni 1917 betreffende de middenjury voor hoger onderwijs ; overeenkomstig de verordening van 7 februari 1918 betreffende de inrichting van een buitengewone zittijd der voornoemde middenjury ;beschik ik :
Art 1. De middenjury voor hoger onderwijs, op den buitengewone zittijd dezer maand, wordt voor het Vlaams bestuursgebied samengesteld aïs volgt :
Voorzitter: de heer Josson, Maurits, bestuurder aan het
ministerie van Wetenschappen en Kunsten,
Leden :
I. Faculteit der wijsbegeerte en letteren.
a) Candidaatsexamen voorbereidend tot de rechtsgeleerdheid :
(Voor de namen zie Duits.)
b) Candidaatsexamen voorbereidend tot het doctoraat in de classieke philologie:
(Voor de namen zie Duits.)
II. Faculteit der rechtsgeleerdheid.
Examen van candidaat-notaris
(Voor de namen zie Duits.) ,
III. Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen.
a) Eerste gedeelte van het candidaatsexamen in de "wiskunde en de natuurwetenschappen :
(Voor de namen zie Duits.)
b) Examen van candidaat-ingenieur
(Voor de namen zie Duits.)
IV. Faculteit der geneeskunde.
a) Eerste gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde:
(Voor de namen zie Duits.)
b) Tweede gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde:
(Voofrde namen zie Duits,)
c) Derde gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde:
(Voor de namen zie Duits.)
d) Apothekersexamen :
[Voor de namen zie Duits.)
Art. 2. De buitengewone zittijd der middenjury voor hoger ondenwijs zal geopend worden op Donderdag, 25 april 1918, in de lokalen der Universiteit te Gent.
Art. 3. De'voorzitter der middenjury voor hoger onderwijs wordt gemachtigd zijn plaatsvervanger aan te duiden en gelast te voorzien in de vervanging van leden, die desvoorkomend zouden verhinderd zijn.
Brussel, den 13 AprU 1918.

No. 40. - 23. APRIL 1918.

Bekendmaking. ***
Op grond mijner verordening van 19 Juli 1917, betreffende de Oogstkommissies (Ernte-Kommissionen), evenals der uitvoeringsbepalingen van 19 juli 1917 tot deze verordening heb ik, op voorstel der centrale Oogstkommissie (Zentral-Eniie'Kommission) de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, meel, zemelen en brood voorshands als volgt vastgesteld :
voor tarwe uit stapelplaats of molen geleverd frank 73. 74 per 100 hgr.
„ rogge (inlandse) uit stapeplaats of molen geleverd „ 38.88
„ masteluin uit stapelplaats of molen geleverd „ 41.46 „ „ „
„ apeli, ongepelde uit stapelplaats of molen geleverd „ 37.64 „
„ zemelen uit stapelplaats of molen geleverd „ 25.5) „
„ voor tarwemeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 82.96 „
„ roggemeel aan bakkers of verbruikers gdeverd „ 47.02
„ masteluinmeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 49.68 „
„ tarwebrood aan verbruikers geleverd „ — 69 „ 1 kg
Deze hoogste prijzen worden op 1 mei 1918 van kracht.
De provinciale Oogstkommissies (Provinzial-Ernte-Kommissionen) zijn bevoegd, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten op verzoek of na raadpleging van de burgemeesters,telkens een lagere hoogsten prijs voor brood, tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt, vast te stellen.
Voor den verkoop van koren door de verbouwers aan het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, blijven de hoogste prijzen vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen tot de verordening van 19 Juli 1917 betreffende de Oogstkommissies van kracht
Brussel den 16 april 1918»
No. 41. - 26. APRIL 1918.
Beschikking.
Op grond van de wet van 1 oktober 1855 op de maten en gewichten en van artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 22 mei 1898, betreffende de jaarwedden van de ijkmeesters en ijkers beschik ik het navolgende :
Art. 1. De heer Rival, ijkmeester 2e klasse te Brugge, is benoemd tot ijkmeester le klasse, met een jaarwedde van 6000 frank, en belast met den dienst in het ijkgebied Antwerpen. De heer François, ijkmeester 3e klasse te Doornik, is benoemd tot ijkmeester 2e klasse, met een jaarwedde van 4500 frank, en belast met den dienst in het ijkgebied Brugge. De heer Renwart, ijker te Brussel, is benoemd tot ijkmeester 2e klasse, met een jaarwedde van 4500 frank, en belast met den dienst in het ijkgebied Binche. De heer Lebrun, ijker te Antwerpen, is benoemd tot ijkmeester 2e klasse, met een jaarwedde van 4000 frank, en belast met den dienst in het ijkgebied Doornik.
Art. 2. Deze overplaatsingen en bevorderingen worden geacht te zijn ingegaan op 1 april 1918.
Art. 3. De Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) voor Vlaanderen en voor Wallonië zijn met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel, den 4 april 1918.
No. 41. - 26. APRIL 1918

Verordening houdende uitbreiding van het koninklijk besluit van 16 augustus 1896, betreffende de assistenten aan de Staatsuniversiteiten. Voor het Vlaams bestuursgebied wordt besloten : Het koninklijk Besluit van 16 augustus 1892 wordt door de vogende artikels 8 en 9 aangevuld :
Art.8.De assistenten mogen ene buiten hun ambt liggende beroepswerkzaamheid slechts met toelating der regering uitoefenen, Deze toelating is wederroepelijk.
Art. 9. Door wetenschappelijke voorbereiding uitmuntende en in de praktijk ervaren assistenten kunnen tot hoofdassistenten benoemd worden. Bij de herneming van hoofdassistenten kan van de bepalingen van artikel 8 voor den duur der aanstelling en van artikel 7 voor het vaststellen der wedde afgeweken worden.
Brussel, den 13 april 1918.

No. 41. - 26. APRIL 1918.
Verordening.
Ten einde de bevolking met lucifers te voorzien, is voor het gebied van het Generaal Gouvernement een Zundholzverteilungsstelle'' (kantoor voor lucifersverdeling), met zetel te Brusssel, opgericht.
De winst, die hij den verkoop der lucifers door de „Zund holzverteilungsstelle'' overbiijft, wordt op grond van nadere bepalingen van het Hoofd der Afdeling van Financiën (Leiter der Finanzabteiling) gebruikt tot dekking van de bestuurskosten in het bezet gebied, Het Hoofd der Afdeling van Financiën is gelast, in gemeen overleg met de Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) voor Vlaanderen en voor Wallonië, deze verordening uit te voeren en de nodige uitvoeringsbepalingen daartoe uit te vaardigen.
Brussel, den 18 april 1918.
No. 42. – 28. APRIL 1918.
Bij Besluit van den heer Generaal Gouverneur zijn benoemd : op 23 maart 1918 , P. Brans, beambte bij het beheer der burgerlijke godshuizen te Brussel, tot bureeloverste aan het Vlaams ministerie van Justitie. op 30 maart 1918, Eva Meyns, tot ekonome en studiemeesteres aan de Rijks middelbare Normaalschool ie Brussel op 4 april 1918 , J. Hinderyckx, tot hoofdonderwijzer aan een oefenschool, gehecht aan een Rijks lagere Normaalschool.
Brussel, den 10 april 1918,
No. 42. – 28. APRIL 1918.
Verordening **
betreffende de opneming der landbouwgronden en de schatting der opbrengst van den broodkorenverbouw in het jaar 1918.
§ 1, In de loop van de lente wordt tot de opmetingovergegaan van al de landbouwgronden, waarop broodkoren (wintertarwe, zomertarwe, rogge, masteluin en spelt) worden verbouwd. In den loop van den zomer wordt tot de schatting overgegaan naar de opbrengst der in lid 1 bedoelde landbouwgronden. De Provinciale Oogstkommissies (Provincial Emte Kommissionen) zijn met de ten uitvoer brenging van de opneming der gronden en van de schatting der opbrengst belast ; zij stellen de termijnen vast, binnen dewelke tot de opneming en de schatting dient te worden overgegaan.
§ 2. Tot de opneming der gronden en de schatting der opbrengst zal worden overgaan in landbouw bedrijven die in *t geheel ten minste 1 hektaar landbouwgronden (akkers, weiden, hooiland, tuinen) omvatten. De provinciale Oogstcommissies zijn gerechtigd eveneens in bedrijven die in het geheel minder dan 1 hektaar landbouwgrond omvatten, alsook voor andere veldvruchten, tot de opmeting en de schatting over te gaan.
§ 3, De bedrijfstuinders of dezer plaatsvervangers zijn gehouden juiste opgaven te verstrekken aan de organen, die door de provinciale Oogstcommissies belast zijn met de opneming der landbouwgronden en met de schatting der opbrengst, of met de toetsing van de opneming en van de schatting.
§ 4. Bedrijfshouders of plaatsvervangers van bedrijfshouders, die opzettelijk de opgaven, waartoe zij op grond dezer verordening of van uitvoeringsbepalingen tot deze verordening verplicht zijn, niet of onjuist of onvolledig doen, worden met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden of met een geldboete van ten hoogste 10.000 mark gestraft, Ook kan de gevangenisstraf tezamen met de geldboete uitgesproken worden. Bedrijfshouders of plaatsvervangers van bedrijfshouders die uit nalatigheid de opgaven, waartoe zij op grond van deze verordening of van uitvoeringsbepalingen tot deze verordening verplicht zijn, niet of onjuist of onvolledig doen, worden met een geldboete van ten hoogste 3,000 mark gestraft.
§ 5. De krijgsbevelhebbers en de krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.
§ 6. De voorzitters van de provinciale Oogstkommissies zijn gerechtigd, met het oog of de ten uitvoer brenging dezer verordening, de nodige onderrichtingen of uitvoeringsbepalingen uit te vaardigen.
Brussel, den 20 april 1918.
No. 43. - 1. MEI 1918.
Bekendmaking betreffende het inwisselen van zinkmunt.
De zinkmunt van 50 centiem wordt overeenkomstig nummer 6 der verordening van 20 december 1917 over het slaan van zinkmunt van 50 centiem, bij de kassen van de Nationale Bank van België te Brussel . en van dezer agentschappen te Antwerpen, Charleroi en Luik, tegen wettelijke betaalmiddelen in bedragen van ten minste 100 frank ingewisseld.
Brussel , den 22 april 1918.

No. 43. - 1. MEI 1918.
Bekendmaking betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen.
Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België die ik, overeenkomstig de verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 april 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr, 263 van 13 september 1916 en Nr, 335 van 19 april 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde grondeigendom van de Wwe Achille Adam, te Parijs. De heer Dr. Ochwadt, Antwerpen, meir 14, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen,
Brussel . den 23 April 1918.

No. 43. - 1. MEI 1918.
Bij besluit van 20 april 1918 van den heer Generaal Gouverneur, is de heer G. van de Weghe, advocaat hij het Hof van Beroep te Gent, tot vrederechter van het kanton Oudenaarde benoemd, ter vervanging van den heer D'hont (S. A. E.) overleden.
Brussel , den 23 april 1918.
No. 44. - 4. MEI 1918.
Verordening ** houdende regeling van het slachten van runderen, kalveren en varkens. Ter vervanging van de verordening van 27 mei 1916, houdende regeling van het slachten van varkens en kalveren (Wet- en Verordeningsblad nr. 221, hl. 2245), en ter vervanging van artikel 2 der verordening van 22 augustus 1916, houdende regeling van den handel in boter (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 248, hh 2559), verorden ik het navolgende :
Art. 1. Het slachten van zichtbaar drachtige koeien, van melkkoeien, van kalveren, van zichtbaar drachtige zeugen, alsook van varkens van minder dan 60 kg. levend gewicht, is verboden. Onder melkkoeien zijn te verstaan alle koeien, die meer dan 3 liter melk per dag geven. Als kalveren in den zin dezer verordening zijn alle jonge runderen tot den ouderdom van per jaar te beschouwen. Het verbod is niet toepasselijk op gedwongen slachtingen, d. i., wanneer een dier wegens zware ziekte of wegens een ongeval, op grond van een getuigschrift van den bevoegden aangenomen veearts, moet worden afgemaakt.
Art. 2, Ingeval tot een gedwongen slachting van dieren der in artikel 1 vermelde soorten is overgegaan, moet daarvan, met overlegging van het getuigschrift van den aangenomen veearts, terstond worden kennis gegeven aan den burgemeester der gemeente waar de slachting plaats gehad heeft, deze maakt de aangifte en het getuigschrift, met de voorgeschreven lijsten der slachtingen over aan den „Kreischef'* (of, bij ontstentenis van een „Kreischef'\ aan de Kommandantur). De veearts die de getuigschriften heeft afgeleverd moet onmiddellijk afschrift x>an zijn getuigschriften aan den bevoegden Gouvernementsveearts en aan den bevoegden Belgische veearts-toeziener doen toekomen.
Art. 3. Wie de bepalingen van deze verordening overtreedt, wordt met een gevangenisstraf van ten minste 1 maand en ten hoogste 1 jaar en met een geldboete van ten minste 1000 en ten hoogste 10.000 mark of met een van beide straffen gestraft. Naast die straf kan de verbeurdverklaring van het vlees en van de overige gedeelten (huid, ingewanden), der in strijd met het verbod geslachte dieren of van de opbrengst van den verkoop er van, worden uitgesproken, Bovendien kan de openbare bekendmaking van het vonnis voorgeschreven worden. De poging tot overtreding is strafbaar. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 4. Deze verordening wordt den dag harer afkondiging van kracht.
Brussel , den 23 april 1918.
No. 44. - 4. MEI 1918.
Art. 1. In de provinciën Brabant en Henegouwen worden de ambtsgebieden der belastingcontrole en der ontvangkantoren, welke zich op beide beheersgebieden uitstrekken heringericht en begrensd zoals is voorzien in bijlage A.
Art. 2. Een eigen kontroolamtsgebied van het kadaster, met zetel te Ottingen, wordt ingericht en zal de in het arrondissement Nijvel gelegen delen omvatten van de twee kontroolambtsgebieden van het kadaster der vroegere provincie Brabant. De wijzigingen in de begrenzing der ambtsgebieden van het kadaster zijn in bijlage B aangegeven.
Art. 3. De nodige wijzigingen in de toezichtsgebieden van den werkelijken accijnsdienst zijn in bijlage C aangegeven,
Brussel , den 25 april 1918.
Bijlage A. Zetel der Ontvangkantoren. Gemeenten van het ambtsgebied der ontvangkantoren.
Kontroolambtsgebied Eigen-Brakel. (Voor de namen zie Duits.)
Kontroolambtsgebied Leerbeek. (Voor de namen zie Duits.)
Kontroolambtsgebied Halle. (Voor de namen zie Duits.)
Kontroolambtsgebied Ukkel. (Voor de namen zie Duits.)
Kontroolambtsgebied Leuven.( 2e afdeling.) (Voor de namn zie Duits.) Kontroolambtsgebied Tienen (2e afdeling.) (Voor de namen zie Duits.)
De gemeenten Ldnsmeau en Noduivez gaan over iot het (ontvangkanloor Jauche en tot liet Kontroolambtsgebied Geldenaken, die voor het overige ongewijzigd blijven.
Sitz der Hebestellen. Zum Bezirk der Hebestellen gehorige Gemeinden. Kontrolbezirk Eigen-BrakeL Ëigen-Brakel Kasteel-Brakel , Ter Hulpen Eigen-Brakel. Lillois-Witterzee. Ophasin-Bois-Seigneur-Isaac Plancenoit Waterloo Kasteel-Brakel Hautre-Ittre Ittre Oisquercq Virginal-Samme Wouter-Brakel Couture-Saint -Germain Genval Ter Hulpen Lasne-Cbapelle-Saiut-Lambert Ohain Bixensart Rosieres

Sitz der Hebestellen. Zum Bezirk der Hebestellen gehorige Gemeinden. Bebecq-Rognon . . Klabeek Quenast Rebecq-Rognon Tubize Kontroiïbezirk Leerheek, Bellingen Heme Lembeek Sint-Kwintens-Lennik Bellingen Bogaarden Beert Kester Heikruis Herfelingen Leerbeek Oetingen Pepingen Galmaarden Heme ToUenbeek Vollezele Bierk Lembeek Sinte-Renelde Elingen Gaasoeek Gooik Sint-maartens-Lennik Sint-Kwintens-Lennik Maria-Lombeek Sitz der Hebestellen.

Zum Bezirk der Hebestellen gehorige Gemeinden. KontroUbezirk Halle. Alsetoberg Halle Riiisbroek Alsemberg Boei-sel Buisingen Huisingen Linkebeek Sint-Genesius-Rodo Dworp Halle Oudenaken Sint-Laurens-Berchem Drogenbosch Sint-Pieters-Leeuw Ruisbroek Vlezenbeek KontrolWezirk Ukkel. Elsene-Boendael Oudergem Elsene (Sektion C teilweise und Sektioneii D. E. F.) Watermaal-Boschvoorde Ukkel I Ukkel. (Hoeilaart Overijsche

Sitz der Hebestellen. Zum Bezirk der Hebestellen gehorige Gemeinden. Kraaienhem Duisburg Sterrebeek Tervuren l Tervxiren Vossem Wezenbeek Sint-Pieters-Woluwe KoniroUbezirk Tienen, (2. Division), Hoegaarden Opheilisem Tienen (E. M.) .... Vertryk Bost Hoegaarden Sluizen Meldert Ezemaal Godsenhoven Neerheilisem Opheilisem Zittard-Lummen Kumtich Hakendover Sinte-Margriet-Houthem Oorbeek Oplinter Vissenaken Wominersom Bautersem Bierbeek Kerkom Neerpelt

Sitz der Hebestellen. Zum Bezirk der Hebestellen gehorige Gemeinden. Vertrijk Opvelp Koosbeek Vertrijk Willebringen Die Gemeinden Linsmeau und Noduwez kommen zur Hebestelle Jauche und zum Kontrollbezirk Jodoigne, die im ubrigen unverândert bleiben.

Bijlage B

Gemeente komt van het kadaster ambtskring naar ambtskring van het kadaster
Rebecq-Rognon Heme Tweebeek
Sinte-Renelde Tweebeek Heme
Rosières Overijse Waver
Linsmeau Tienen 2 Geldenaken
Loonbeek Hamme-Mille Tervuren
Neerijse “ “
Sint-JoriS'Weerd “”
Vaalbeek “ Leuven 2e afdeel.
Bîanden “ “
Bierbeek “ “
Sluizen “ Tienen 1

Bijlage C,
Gemeente gaat van het kontroolambtsgebied over naar het kontroolambtsgebied
Kasteel'Brakel Lembeek Tubize
Wouter-Brakel Lembeek Tubize
Klabeek Lembeek Tubize
Ottenburg Waver Neerijse
No. 44. - 4. MEI 1918.
Betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de verordeningen van 29 augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 253 van 13 September 1916 en Nr. 335 van 19 april 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen der firma Societe Fonciere Lyonnaise S. A.y te Parijs. De heer Dr. Ochwadt, meir 14, te Antwerpen, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel , den 25 april 1918.
No. 44. - 4. MEI 1918.
Bekendmaking. Bij Besluit van 17 april 1918 van den heer Generaal Gouverneur in België zijn benoemd :
1, Bij het Hoofdbeheer van Posterijen voor Vlaanderen te Brussel :
a) met ingang van 1 april 1918 tot hoofdpostmeester - dienstbestuurder
de heer H, E. F, Van de Velde, bouwmeester te Schaarbeek
b) met ingang van 1 maart 1918, tot bureeloverste de heer T,E,De Buck, klerk,
de heer H. E. H. C. Brunein, klerk, tot bureelonderoverste
de heer C. J. T. Fineau, klerk, allen te Antwerpen,
de heer H. G. Swillens, klerk, te Brussel ;
c) met ingang van 1 februari 1918, tot bureelonderoverste de heer L. Mees, klerk, te
Brussel ,
2. Bij het bestuur der postomschrijving Gent : met ingang van 1 januari 1918, tot hoofdklerk de heer P, Bowan, klerk, te Gent.
Brussel , den 17 april 1918,
No. 44. - 4. MEI 1918.
Besluit. De Voorzitter van het Keizerlijk Duits Beheer van Posterijen en Telegrafen in België, die belast is met de waarneming der rechten en verplichtingen van een Belgische minister van Zeewezen, Posterijen en Telegrafen, besluit :
Enig artikel. Zijn benoemd : Bij het Hoofdbeheer van Posterijen voor Vlaanderen, te
Brussel . :
a) met ingang van 1 maart 1918, tot klerk 2e klasse de heer L. J. G. P eeters, ordeklerk te Deurne, tot bode de heer J. E, Hoisheek te Brussel ;
b) met ingang van 1 februari 1918, tot machineschrijfster juffrouw .Maas, te Brussel ,
Brussel , den 17 april 1918.
No. 46. - 9. MEI 1918.
Verordening betreffende de uitoefening der geneeskundige praktijk door in het buitenland tot deze praktijk gemachtigde leerkrachten der Staatsuniversiteiten.
Enig artikel. Artikel 50 der wet van 10 april 189013 Juli 1891 wordt, voor het Vlaams bestuursgebied met volgende 4de lid aangevuld :
Professoren, docenten en assistenten der geneeskundige faculteit ener Staatsuniversiteit die in het buitenland tot uitoefening der geneeskundige praktijk in haar vollen omvang gerechtigd zijn, hebben eveneens zonder de vrijstelling voorzien in het Iste lid, het recht op grond hunner benoeming tot uitoefening dezer geneeskundige praktijk in het binnenland voor den duur hunner werkzaamheid aan de medische faculteit. Van kracht blijven nochtans de bepalingen, welke, voor een buiten hun universiteitsambt liggende beroepswerkzaamheid, een bijzondere toelating voorschrijven.
Brussel , den 20 april 1918.
No. 46. - 9. MEI 1918.
Beschikking betreffende den zetel en de districten van de „Kaiserliche Bezirksgerichte'* (keizerlijke distriktrechtbanken) in Vlaanderen Ter uitvoering der verordeningen van 6/7 April 1918 houdende instelling van Duitse rechtbanken, bepaal ik het navolgende :
Art. 1. Voor ieder der onderstaande gebieden wordt een Bezirksgericht opgericht :
a) voor het arrondissement Brussel , met zetel te Brussel ,
b) voor het arrondissement Leuven, met zetel te Leuven,
c) voor de provincie Antwerpen, met zetel te Antwerpen,
d) voor de provincie Limburg, met zetel te Hasselt.

Art, 2, Het Hoofd van het burgerlijk bestuur Verwaltungchef) is met de uitvoering van deze beschikking belast. Hij bepaalt het tijdstip, waarop de in artikel bedoelde „Bezirks gerichte" en de „Staatsanwaltschaften'' (parketten) hij deze rechtbanken hun ambtsbezigheden zullen aanvaarden.
Brusssel, den 25 april 1918.
No. 46. - 9. MEI 1918.
Bekendmaking. Bij Besluit van den heer Generaal Gouverneur zijn aan het Vlaams ministerie van Landbouw en Openbare Werken benoemd : in de afdeling Bruggen en Wegen : de heer L. Vervoort tot bureeloverste, de heren I, Boonen en Fr, Leemans tot onderbureeloversten,
Brussel , den 26 april 1918.
No. 46. - 9. MEI 1918.
Beschikking houdende samenstelling van den Vlaamse Mijnraad.
Ter uitvoering van artikel 3 mijner verordening van 27 september 1917 betreffende het vormen van twee Mijnraden, benoem ik in den Mijnraad van Vlaanderen :
Tot voorzitter : Dr. jur. E. Verhees, algemeen secretaris van het Vlaams ministerie van Nijverheid en Arbeid.
Tot raadsheren : Dr. jur. Albrecht Van Steenberghe en Dr. jur. Joris Meysmans.
Tot ere-raadsleden : Frans van Autryve rustend ministerie-bestuurder ; Dr. jur. Paul Bellefroid ; Dr. jur. A. Hendrickx volksvertegenwoordiger, en Dr. jur. Alfons Van Roy, professor.
Brussel den 30 april 1918
No. 47. - 12. MEI 1918.
Bij besluit van den heer Generaal Gouverneur zijn benoemd :

Thiry A in Gent
Van Camp Julius in Lier
Brussel , den 26 april 1918
No. 47. - 12. MEI 1918.
Beschikking. Onder wijziging der beschikking van 4 Juli 1917 (Wet- en Verordeningsblad) draag ik de waarneming der rechten en verplichtingen van den minister van Financiën inzake het beheer der Rechtstreekse Belastingen, Douanen en Accijnzen, alsmede inzake de Handelsstatistiek en het beheer der Registratie en der Domeinen, met ingang van heden op aan het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen, voor het Vlaams bestuursgebied, aan het Hoofd van het burgerlijk bestuur voor Wallonië voor het Waals bestuursgebied. Inzake het beheer der Schatkist, het beheer der Openbare Schuld en der Munten evenals inzake het beheer der Kas voor Weduwen en Wezen der ambtenaren beambten en bedienden van het beheer van Financiën, blijft het Hoofd van de afdeling van Financiën hij den Generaal Gouverneur in België (Leiter der Finanzabteilung het dem Generalgouverneur in Belgien) voorlopig belast met de waarneming der rechten en verplichtingen van den minister van Financiën.
Brussel , den 4 mei 1918.
No. 47. - 12. MEI 1918.
Bekendmaking betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België heb ik, overeenkomstig de verordeningen van 29 augustus 1916 en van 15 april 1917, over de liquidatie van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 253 van 13 September 1916 en Nr. 355 van 19 april 1917), de liquidatie bevolen van de grotendeels Frans eigendom uitmakende erven gelegen Huidevetterstraat, 2 en 4 en Meir 10, te Antwerpen. De heer Dr. Ochwadt, meir 14, te Antwerpen, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel , den 4 Met 1918.
No. 47. - 12. MEI 1918.
Verordening ** over de benutting van boter en melk. Voor het bestuursgebied Vlaanderen bepaal ik het navolgende :
Art, 1. De gemeenten zijn verplicht al de in hun gebied voortgebrachte boter en melk, tegen den vastgestelde prijs (Art. 4) aan de daartoe aangewezen inrichtingen (art 3) af te leveren, in den omvang, aïs door de bevoegde overheden is bepaald (art, 2),
Art, 2, De burgerlijke Kommissaris(Zivilkommissar) bepaalt, rekening houdend met de maandelijks door het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) vastgestelde hoogste hoeveelheid, op grond van Het aantal melkkoeien, die in de gemeente voorhanden zijn en, rekening houdende met het jaargetijde en andere omstandigheden van economische aard, hoeveel melk iedere gemeente te leveren heeft. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur of de door hem aangewezen overheid beslist in hoogsten aanleg over alle klachten, die door de gemeenten tegen de vaststelling der te leveren hoeveelheid worden ingebracht. Onder toezicht van den bevoegden burgerlijke Kommissaris, verdelen de gemeenten de levering, die hun krachtens lid 1 wordt opgelegd, over de versillende melkkoehouders van hun gebied. leder melkkoehouder is verplicht de hem aldus opgelegde hoeveelheid melk te leveren.
Art. 3. De burgerlijke Kommissaris bepaalt, overeenkomstig de grondregels, die door het Hoofd van het burgerlijk bestuur in gemeen overleg met den Staatskommissaris van den Belgische Boterbond zijn vastgelegd, in hoever boter en melk te leveren is en aan welke inrichtingen die levering moet geschieden. Hij regelt ook de teruggave van de ontroomde melk, bijaldien de geleverde zoete melk tot boter wordt verwerkt.
Art. 4. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur bepaalt tegen welke prijzen de boter of de melk af te leveren is.
Art. 5. Zover zulks in overeenstemming is voor de bepalingen van artikel 6, kunnen de voortbrengers naar goeddunken beschikken over de melk of de boter, die hun overblijft nadat zij de vereiste hoeveelheden hebben afgeleverd.
Art. 6. Het bereiden van kaas bij wijze van beroep uit ontroomde melk is alleen met de toelating van den bevoegden burgerlijke Kommissaris geoorloofd. Deze toelating kan afhankelijk gesteld worden van zekere voorwaarden of van zekere uitkeringen. De burgerlijke Kommissaris is gerechtigd, ter vermenging met ontroomde melk voor de bereiding van kaas, zoete melk beschikbaar te laten. Voor het overige is de bereiding van kaas bij wijze van beroep uit volle melk verboden. Melkerijen en kaasmakerijen, die de bepalingen van deze verordening of de tot uitvoering er van uitgevaardigde verordeningen of aanwijzingen overtreden het publiek uitbuiten of op een andere wijze in strijd met de openbare belangen handelen, kunnen bij Besluit van het Hoofd van het burgerlijk bestuur hetzij gesloten hetzij onder toezicht of onder dwangbeheer geplaatst worden, Wordt de onderneming onder dwangbeheer geplaatst, dan zet de dwangbeheerder het bedrijf voort op kosten van den eigenaar.
Art. 7. De Belgische Boterbond belast zich met den aankoop en den omzet van de boter en de melk, zover het Hoofd van het burgerlijk bestuur er niet anders over beschikt. Voornoemde Boterhond blijft met de daarbij aangesloten beroepsverenigingen der verkopers overeenkomstig artikel der verordening van 26 juli 1916 Over de regeling van den handel in boter, bestaan. De door mij aangestelde Staatskommissaris van den Boterbond beschikt over de boter en de melk en heeft te zorgen voor de regelmatige verdeling dier voortbrengselen aan de burgerlijke bevolking. Hij is belast met het toezicht over den gehelen zakengang van den Boterbond en van de daarbij aangesloten verenigingen ; hij beslist eveneens inzake het aanleggen van botervoorraden en het gebruik daarvan. De personen die van den Staatskommissaris daartoe met een opdracht bekleed zijn, hebben het recht de lokalen, waarin uit melk bereide voortbrengselen gemaakt, bewaard of te koop aangeboden worden, te betreden en te bezichtigen, alsmede inzage te verlangen van de zakenboeken, rekeningen en andere in den handel gebruikelijke bescheiden; zij hebben tevens het recht, ter oefening van het toezicht over de melkvoortbrengst, tot al de nodige vaststellingen over te gaan in de gemeenten en hij ieder landbouwer in het bijzonder.
Art. 8. De Voorzitters van het burgerlijk bestuur (Presidenten der Zivilverwaltung) zijn gerechtigd, de gemeenten of de voortbrengers van boter en melk, die de hun overeenkomstig artikelen 1 en 2 opgelegde leveringsverplichting niet of niet bijtijds nakomen, met een geldboete te bestraffen van ten hoogste 100 mark per kg. boter en van ten hoogste 3 mark per liter melk waarmede de levering vertraagd of achterwege gebleven is. De invordering van deze geldboeten geschiedt van ambtswege. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur beschikt over de ingevorderde geldboeten voor weldadigheidsdoeleinden. Boter en melk die binnen den daartoe vastgestelde termijn niet geleverd zijn, kunnen door de Voorzitters van het burgerlijk bestuur zonder schadeloosstelling ten bate van de burgerlijke bevolking verbeurd verklaard worden.
Art. 9. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze verordening belast. Hij is bevoegd uitvoeringsbepalingen tot deze verordening uit te vaardigen en al de onderrichtingen te geven, die tot de uitvoering er van nodig zijn. Hij is gerechtigd een zeker aantal gemeenten te verenigen tot leveringskringen die in plaats van iedere gemeente afzonderlijk voor het nakomen der leveringsverplichting overeenkomstig artikel 3 te zorgen hebben. Hij is eveneens gerechtigd de Voorzitters van het burgerlijk bestuur te machtigen, de bevoegdheid waarmede deze laatsten krachtens artikel 8 bekleed zijn, over te dragen op andere diensten.
Art. 10. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur kan bepalen of en in welken omvang het vervoer van boter onder toezicht gesteld wordt, inzonderheid of vervoerbewijzen ingevoerd worden.
Art. 11. Wie de bepalingen van deze verordening die ter uitvoering er van uitgevaardigde aanwijzingen en onderrichtingen overtreedt, of wie in strijd handelt met de overeenkomstig artikel 6 vastgestelde voorwaarden of uitkeringen, wie inzonderheid de hem opgelegde levering ontduikt of poogt te ontduiken en te dien einde de Duitse overheid of de lasthebbers van den Staatskommissaris van den Belgische Boterbond valse opgaven verstrekt, of tot de overeenkomstig artikel 10 getroffen aanwijzingen overtreedt wordt met een geldboete van ten hoogste 1000 mark of met een gevangenisstraf van ten hoogste 5 jaar gestraft. Beide straffen kunnen tezamen worden uitgesproken. De poging tot overtreding is strafbaar, Bovenal moeten de voorwerpen waarop de strafbare handeling betrekking heeft gehad of die tot ongeoorloofd vervoer van inbeslaggenomen melk en boter hebben gediend, verbeurdverklaard worden. De Staatskommissaris van den Boterbond beschikt over de verbeurdverklaarde boter en melk ten bate van de Belgische burgerlijke bevolking. Bijaldien de overtreding is begaan met het inzicht een ongeoorloofde winst op te strijken, dan moet een gevangenisstraf van ten minste een week en een geldboete, die ten minste het tienvoudig bedrag der vastgestelde prijzen uitmaakt in geen geval echter minder dan 25 mark bedraagt, toegepast worden. De krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 12. De verordening van 26 juli 1916, houdende regeling van den handel in boter, de verordening van 22 Augustus 1916 betreffende den handel in boter, alsmede de wijzigingen van 18 oktober 1916 en van 23 oktober 1916 worden hierbij opgeheven, zover zij overeenkomstig artikel 7 dezer verordening niet van kracht blijven. De tot dusver bestaande bepalingen blijven toepasselijk voor de vroeger begane strafbare handelingen.
Art. 13. Deze verordening treedt met ingang van 15 mei 1918 in werking.

Brussel , den 25 april 1918.


No. 47. - 12, MEI 1918.
Bij het Ministerie van Nijverheid en Arbeid te Brussel werden benoemd :
1. C. C.Fl.IV 193 ; 7. 3. 1918 Fabn, E,,Aigemeen Opziener, tot Algemeen bestuurder van het Arbeidsambt.
2. C. C, FI IV 193 ; 7. 3, 1918 Leeten, J., Algemeen OpzieneTf tot Algemeen bestuurder ten persoonlijken titel van het Nijverheids- en Beroepsonderwijs.
3. C. C. FI IV 316 ; 6. 10. 1917 Dufour, M., Eersixian' wezend Opziener, tot Bestuurder bij het Beheer der Nijver' heid.
4. C. C. FI, IV 316 ; 6. 10, 1917 De Jaegher, A., Bestuurder ten persoonlijken titel, tot Bestuurder.
5. C. C. FI IV 193 ; 7. 3. 1918 Van Acker, K., Bestuurder ten persoonlijken titel tot Bestuurder hij het Arbeidsambt.
6. C. C. FI. IV 317 ; 30. 8. 1917 De Vriese, A, Bocer aan 's Rijks Hogeschool te Gent, tot Opziener van de Nijverheid,
7. C. C. FI IV 212 ; 1. 3. 1918 De Heu, H., Deskundige voor ongevallenvergoeding, tot Toezichter bij het Ambt voor Maatschappelijke Verzekering en Vooruitzicht.
8. C. C. FI. IV 212 ; 1. 3. 1918 De Boeck, F., Bureeloverste bij het Arbeidsambt, tot Toezichter bij het Ambt voor Maatschappelijke Verzekering en Vooruitzicht behouden in zijn huidig ambt.
9. C. C. FI. IV 316 ; 6. 10. 1917 MerUns, F., Opsteller, tot Bureeloverste.
10. C. C. FI. IV 122 ; 1. 4. 1918 De Vreese, J., Scheikundige bij het Arbeidsopzichter tot Arbeidsopziener.
11. Mev, De Muyter, M,, Lerares, tot Opzienster van het Huishoudonderwijs.
12. FI, IV 620 A ; 30. 9, 1917 Halet, F,, Assistent tot Aardkundige.
13. FI. IV. 876 ; 21. 11. 1917 Stevens, L., Plaatsvervangend volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Mechelen, tot Bureeloverste ten persoonlijken titel
No. 48. - 14. MEI 1918.
Verordening ** betreffende de heffing van een bijzonder recht op suiker, beetstroop en melasse.
Art. 1. 1. Op de beschikbaarstelling van suiker is, behalve de bij de verordening van 1 februari 1917 (Wet- en Z. blz. 4. 148 Verordeningsblad, hl. 3257) vastgestelde rechten, een bijzonder recht te betalen, dat per 100 kg. bedraagt :
a) voor suiker bestemd tot het vervaardigen van invertsuiker of van kunstmatige honig alsmede voor beetstroop (ook gemengd met geleien) en voor melasse 50 frank
b) voor suiker bestemd tot liet vervaardigen van ingelegde groenten ingelegd vlees, ingemaakte vruchten, moes of geleien verdichte melk, of melkmeel, alsmede voor suiker bestemd, na voorafgaande ontaarding, tot voeding der bijen 100 „
c) voor suiker bestemd voor huishoudingen en apotheken 150 „ d) voor suiker, bestemd tot het vervaardigen van chokolade, peperkoek, likeur, vruchtensiroop, cider, limonade, bier en lekkergoed van elke soort (vgl. ook artikel 2 der verordening van 1 februari 1917, Weten Verordeningsblad, bl. 3257) 300 „ 2, De in artikel 1, 3de lid, der verordening van 18 Juli 1916 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 2451) op de beschikbaarstelling van suiker voorziene rechten, tot het dekken van de uitgaven der „Zuckerverteilungsstelle der Verwaltungschefs fur Flandern und Wallonien' (kantoor voor de suikerverdeling van de Hoofden van Het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen en Wallonië), zijn ingetrokken.

Art. 2. 1. De fabrikant, aan wien de levering opgedragen is, moet het hierbij gevestigd bijzonder recht aan de „Zukerverteilungsstelle der Verwaltungschefs fur Flandern und Wallonien*' betalen, die het aan de kasse der Finanzabteilung bei dem Generalgouvemeur*zal overmaken. 2. De daaruit voortvloeiende opbrengst is overeenkomstig nadere aanwijzing van het Hoofd der Afdeling van Financien (Leiter der Finanzabteilung) bij den Generaal Gouverneur in België te besteden aan de bestrijding der bestuurskosten in het bezet gebied van België ; van bedoelde opbrengst zal evenwel niets afgestaan worden voor de bij de wet van 18 Juli 1860 ingestelde Gemeentefondsen.

Art. 3. 1. Voor de voorraden suiker, melasse, beetstroop en de daaruit gewonnen voortbrengselen, die bij het inwerkingtreden dezer verordening door de Zuckerverteilungsstelle der Verwaltungschefs fur Flandern und Wallonien' beschikbaar gesteld, doch voor 1 Juli 1918 nog niet aan de verbruikers ten goede gekomen zijn, moet het in artikel 1 1ste lid, vastgesteld bijzonder recht achteraf betaald worden. 2. De bezitters van de hiervoren bedoelde voorraden moeten deze ten laatste op 10 Juli 1918* per aangetekende brief aangeven bij de „Zuckerverteilungsstelle der Verwaltungschefs fur Flandern und Wallonien''.

Art, 4. Het Hoofd der Afdeling van Financiën bij den Generaal Gouverneur, in gemeen overleg niet de Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) voor Vlaanderen en voor Wallonië, zal de nodige uitvoeringsbepalingen uitvaardigen.

Art. 5. 1. Wie het op grond van artikelen 1 en 3 te betalen recht ontduikt of poogt te ontduiken, of wie de overeenkomstig artikel 4 uitgevaardigde uitvoeringsbepalingen overtreedt, wordt, onverminderd elders voorziene straffen, met een gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaar of met een geldboete van ten hoogste 200.000 mark of met gevangenisstraf en geldboete tezamen gestraft. Bovendien moet het bijzonder recht voor de suiker, waarvoor het recht ontdoken is, volgens het hoogste tarief van artikel 1 betaald worden.
2. Wordt inzonderheid dis ontduiking van het recht beschouwd, het gebruiken van de suiker voor een doel, dat de' heffing van een hoger recht voor gevolg zou gehad hebben, dan voor de suiker betaald is geworden. 3. In ieder geval kunnen de waren, die het voorwerp van de overtreding uitmaken, verbeurdverklaard worden
Art. 6. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsoverheden zijn tot oordeelvellen bevoegd.
No. 48. - 14. MEI 1918.
Verordening houdende inrichting ener zedenpolitie te Mechelen, Pasbrug en Muizen. Ter aanvulling mijner verordeningen van 6 maart 1915 ••• S a 4; Z. blz. 4.
151 en van 11 april 1915, houdende inrichting ener zedenpolitie te Antwerpen enz., bepaal ik het navolgende :
Art. 1. Voor Mechelen en de omliggende gemeenten Pasbrug en Muizen wordt een gemeenschappelijke dienst voor de zedenpolitie ingericht die als Sittenpolizei-Nebenstelle Mechelen (bijgevoegde dienst van de zedenpolitie voor Mechelen) bij de zedenpolitie te Antwerpen aangesloten en onder de bevoegdheid van den Voorzitter van het burgerlijk bestuur (President der Zivilverwaltung) voor de provincie Antwerpen, in zijn hoedanigheid van Hoofd der zedenpolitie voor Groot Antwerpen en Mechelen, geplaatst wordt. De Voorzitter van het burgerlijk bestuur voor de provincie Antwerpen is bevoegd, zich door den burgerlijke Kommissaris hij den „Kreischef' te Mechelen te laten vervangen bij de handhaving der zedenpolitie.
Art. 2. Artikel 2 der verordening van 6 maart 1915 is dienovereenkomstig van toepassing.
Brussel , den 27 april 1918.
No. 48. - 14. MEI 1918.
Bekendmaking betreffende de liquidatie van Britse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de verordening van 29 Augustus 1916, over de liquidaties van Britse ondernemingen (versenen in het Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 253 van 13 September 1916), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen der firma „James Caider e Co. Ltd.,'' alloa, Schotland. De heer W. Siebert, meir 14, te Antwerpen, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen,
No. 50. - 18. MEI 1918.
Bekendmaking. ** op grond mijner verordening van 19 Juli 1917, betreffende de Oogstkommissies (Ernte-Kommissionen), evenals der uitvoeringsbepalingen van 19 Juli 1917 tot deze verordening heb ik, op voorstel der centrale Oogstkommissie (Zentral-Emte-Kommission), de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, meel, zemelen en brood voorshands aïs volgt vastgesteld : voor tarwe(mengtarwe) uit stapelplaats of molen geleverd frank 73.01 per 100 hgr,
rogge (inlandse) uit stapelplaats of molen geleverd „ 39.72
„ „ masteluin uit stapelplaats of molen geleverd „ 42.36
„ „ spelt, ongepeld uit stapelplaats of molen geleverd
„ 39.94 M zemelen uit stapelplaats of molen geleverd
„ 21.50 „ „ „ m tarwemeel aan bakkers of verbruikers geleverd
„ 83.25 voor roggemeel aan bakkers of verbruikers geleverd frank 48.93 per 100 kgr.
„ masteluinmeel aan hakkers of verbruikers geleverd „ 51.65
„ „ „ „ tarwebrood aan verbruikers geleverd „ —.69 kg.
Deze hoogste prijzen worden op 1 juni 1918* van kracht. De provinciale Oogstkommissies (Provinzial-Ernle- Kommissionen) zijn bevoegd, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten, op verzoek of na raadpleging van de burgemeesters, telkens een lageren hoogsten prijs voor brood, tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt vast te stellen. Voor den verkoop van koren door de verbouwers aan het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, blijven de hoogste prijzen, vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen tot de verordening van 19 Juli 1917, betreffende de Oogstkommissies, van kracht
No. 50. - 18. MEI 1918.
Verordening betreffende een buitengewonen zittljd van de provincieraden.

Art. 1. De provincieraden van de Belgische provincies worden hierbij tot een buitengewone zittijd op Zaterdag, 1 juni 1918*, te 12 uur '« middags, in de hoofdplaatsen der provincies opgeroepen.

Art. 2. De afkondiging van deze oproeping geschiedt voor Het Generaal Gouvernement in België alleen in de Weten Verordeningsbladen voor Vlaanderen en voor Wallonië voor het Operatie- en Etappengebied in den vorm, die aldaar voor het afkondigen van verordeningen gebruikelijk is.

Art. 3, De uitnodiging van de leden der provincieraden geschiedt door de bestendige afvaardiging. De Gouverneur der provincie is niet gehouden den zittijd hij te wonen. De bestendige afvaardiging benoemt het lid, dat den zittijd zal openen en sluiten. De opening en de sluiting geschiedt voor de provincies Antwerpen, Brabant, Henegouwen, Limburg, Luik Luxemburg en Namen, in den naam van den keizerlijke Duitse Generaal Gouverneur, voor de provincies Henegouwen en Luxemburg terzelfder tijd in den naam van de bevoegde Opperbevelhebbers en voor de provincies Oost- en West- Vlaanderen in den naam van de bevoegde Opperbevelhebbers.

Art. 4. De zittijd duurt niet langer dan een dag en wordt met gesloten deuren gehouden. Op de dagorde staan volgende punten, waarover uitsluitend mag worden beraadslaagd : a) Wijze van opbrengen van zes verdere vervelende maandelijkse stortingen, namelijk voor de maanden juni 1918 tot en met november 1918, van de hij bevel van 21 mei 1917 aan de Belgische bevolking opgelegde krijgsbelasting ;
b) Opbrengen van de middelen ter heffing der in juni en September 1918 vervallende kasbons en intrestkoepons van de tot dusver aangegane krijgsbelastingsleningen.

Art. 5. De provincieraden nemen in dezen zittijd welke ook het aantal aanwezige leden zijn geldige Besluiten.

Brussel , den 18 mei 1918. .
No. 51. - 21. MEI 1918.
Bekendmaking. Op grond van artikelen 9, 10, 11, 13, 29 en 31 der wet van 15 Juli 1849, op het hoger onderwijs, van de verordening 20 juni 1917, betreffende de leerkrachten der Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Universiteit te Gent, van het koninklijk besluit van 16 augustus 1892 betreffende de assistenten, alsmede van het koninklijk besluit van 4 december 1912, tot regeling van den toestand van het beheerspersoneel der Staatsuniversiteiten, heeft de heer Generaal Gouverneur in België aan de Staatsuniversiteit te Gent de hiernavolgende personen benoemd, aangesteld, bevorderd of ontslagen :

l. In de faculteit der wijsbegeerte en letteren. 1. De heer E. Wolff, doctor in de wijsbegeerte, buitengewoon professor aan de Universiteit te Munchen, is tijdelijk belast met colleges en oefeningen in de Engelse philologie, alsook in de vergelijkende grammatica en in het Sanskrit. (Beschikking van 13 april 1918. )

2. De heer E. C. Witsenburg, leraar in de scheikunde aan de Middelbare Technische School en aan de School voor suikernijverheid te Amsterdam, is met vrijstelling van den vereisten wettelijke doctorsgraad tot gewoon professor in de scheikunde benoemd en is inzonderheid belast met colleges en oefeningen in de organische scheikunde. (Beschikkingen van 6 december 1917 en van 13 april 1918. )

3. De heer E.P. Van den Berghe, hoofdingenieur bestuurder der Staatsspoorwegen te Doornik, is met behoud van de aan zijn tegenwoordige toestand als hoofdingenieur verbonden rechten met den rang en den titel van gewoon professor aan de Universiteit te Gent beroepen, belast met colleges in de burgerlijke bouwkunde aan de hij de Universiteit toegevoegde Technische Scholen en benoemd tot bestuurder dezer scholen. (Beschikking van 10 januari 1918. ) III. In de faculteit der geneeskunde.

4. De heer D. D e Vries Beilingh, doctor in de geneeskunde en privaatdocent aan de Universiteit te Groningen, is tot gewoon professor in de inwendige geneeskunde benoemd en belast met colleges in de inwendige geneeskunde, alsmede met de leiding van de kliniek voor inwendige ziekten. (Beschikking van 20 december 1917.)

5. De heer K. Borms, doctor in de geneeskunde, buitengewoon professor in de inwendige geneeskunde, is, gezien zijn benoeming tot algemeen bestuurder van den Gezondheidsdienst bij het Vlaams ministerie van Binnenlandse Zaken, uit zijn ambt van professor ontslagen en tot nadere regeling tijdelijk belast met een college in de theoretische geneeskunde. (Beschikking van 10 januari 1918. )

6. De heer E. Van Bockstaele, doctor in de geneeskunde, gewoon ereprofessor in de algemene en praktische heelkunde, is tot gewoon professor bevorderd. Hij blijft belast met dezelfde leergangen. (Beschikking van 21 februari 1918. )

7. De heer Adr. Martens, buitengewoon professor in de algemene ziekteleer, is tot gewoon professor bevorderd. Hij blijft belast met dezelfde leergangen. (Beschikking van 21 februari 1918. )

8. De heer E. Alleman, apotheker te Gent, is belast mt colleges in de farmaceutische scheikunde en in de praktische (galenische en magistrale) artsenijbereidkunde met oefeningen, inzonderheid ook in het bereiden van geneesmiddelen. (Beschikking van 14 maart 1918. ) IV. In de hogere Land- en Tuinbouwschool.

9. De heer P. De Caluto algemeen bestuurder aan het ministerie van Landbouw en Openbare Werken te Brussel , is met den titel van professor benoemd tot docent in de landbouwkunde en belast met colleges in de bedrijfsleer van den landbouw. (Beschikking van 11 November 1917,)

10. De heer A. De Jaegere, repetitor aan de Technische Scholen, is benoemd tot docent in de landbouwtechniek. (Beschikking van 29 november 1917.)

11. De heer B. Kimpe, repetitor aan de Technische Scholen, is benoemd tot docent en belast met colleges en praktische oefeningen in de landmeetkunde. (Beschikking van 29 november 1917.)

12. De heer B. Tritsmans, landbouwingenieur, te Heverlee bij Leuven, is benoemd tot docent in de landbouwkunde. (Beschikking van 23 maart 1918. ) V. Wetenschappelijke en technische hulpleerkrachten.

13. De heer I. Semey,te Gent, is benoemd tot leraar in het handtekenen van de Technische Scholen en bovendien belast met tekenoefeningen in de Hogere Landen Tuinbouwschool . (Beschikkingen van september en van 29 november 1917.)

14. De heer B. D e Waele, landbouwingenieur te Schellebelle, is benoemd tot leider der werkzaamheden in het laboratorium voor landbouwscheikunde aan de Hogere Land en Tuinbouwschool. (Beschikking van 1 december 1917.)

15 De heer F. Chrispeels te Laken, is benoemd tot technicus aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool en belast met den leergang over tuinarchitectuur. (Beschikking van 14 maart 1918. )

16. De heer N. S mets is benoemd tot preparator voor den leergang van delfstofkunde aan de Universiteit te Gent en tevens tot repetitor voor de wiskunde en de proefondervindelijke [natuurkunde in het voorbereidend jaar der tuinbouwafdeling van de Hogere Land- en Tuinbouwschool. (Beschikking van 14 maart 1918. )

17. De heer J. Gantre, te Gent, is tijdelijk aangesteld als tekenleraar aan het Instituut voor oudheidkunde en kunstgeschiedenis . (Beschikking van 14 maart 1918. )

18. De heer M. Schag, geneesheer te Amsterdam, is aanvankelijk voor den duur van twee jaar, benoemd tot hoofdassistent aan het Heelkundig Instituut. (Beschikking van 18 april 1918. )

19. De heer J. V. L. Eynatten, doctor in de geneeskunde, geneesheer te Amersfoort, is, aanvankelijk voor den duur van twee jaar, benoemd tot hoofdassistent aan het Instituut voor oogheelkunde. (Beschikking van 20 april 1918. ) VI. Beheerspersoneel. 20. De heer W. Hombrecht is benoemd tot algemeen conservator der Universiteit. (Beschikking van 5 januari 1918. )
21. De heer F.Van de Walle, te Gent, is benoemd tot opsteller hij den beheerder-opziener. (Beschikking van 19 januari 1918. )
22. De heer E. Theirlynck,te Gent, is benoemd tot hoekhouder hij den beheerder-opziener. (Beschikking van 19 januari 1918. ) 166
23. De heer P. K. Wilhelm is benoemd tot opsteller (van de Hogere Land- en Tuinbouwschool. (Beschikking van 14 februari 1918. )
Brussel, den 11. Mei 1918.
No. 51. - 21. MEI 1918.

Verordening,* houdende verbod het leder op kunstmatige wijze van gewicht te verhogen.
Art. 1. Het bereiden van leder, dot kunstmatig van gewicht is verhoogd, alsook alle kunstmatig van gewicht verhogen van leder, inzonderheid door aanwending van barium, magnesium-, lood-, tin- en andere minerale zouten, van druivensuiker dextrine, mêlasse en gelijkaardige suikerachtige stoffen van suikerhoudende samenstellingen en gelijkaardige middelen, is verboden.
Art. 2. Voor het afwerken van leder, met de gewichtsverhoging waarvan den dag van het inkrachttreden dezer verordening reeds is begonnen, wordt een termijn gaande tot 1 juni 1918.
Art, 3. De „Abteilung fur Handel und Gewerbe'' (Afdeling voor Handel en Nijverheid) te Brussel , Kunstbelevingslaan 30, kan op schriftelijke aanvraag, uitzonderingen op het in artikel 1 vervat verbod toestaan.
Art. 4. Wie de voorschriften dezer verordening opzettelijk of uit nalatigheid overtreedt, wordt, indien volgens een andere strafwet geen zwaarder straf is voorzien, met een gevangenisstraf van.ten hoogste een jaar en een geldboete van ten hoogste 20.000 mark, of met een dezer straffen gestraft. Bovendien is de verbeurdverklaring der voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft, in ieder geval toegelaten en, hij opzettelijke overtreding, steeds uit te spreken. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd


Brussel , den 14 mei 1918.
No. 52. - 23. MEI 1918.

Uitvoeringsverordening * tot de verordening van 7 februari 1918, houdende inbeslagneming van gerst, haver, vroege en late aardappelen, tabak en cichorei (suikerij) uit den oogst van 1918. Ter uitvoering van de verordening van 21 februari 1918, houdende inbeslagneming, van gerst, haver, vroege en late aardappelen enz. uit den oogst van 1918, bepaal ik, wat betreft de vroege aardappelen, het navolgende :


Art. 1. De „Kartoffeiversorgungsstelle der VerwaUungschefs fur Flandern und Wallonien'' (Aardappel bevoorradingskantoor der Hoofden van het burgeriijk bestuur voor Vlaanderen en Wallonië te Brussel ), is alleen gemachtigd vroege aardappelen op te koopen. De opkoop en de verzending in het grondgebied der in de bijgevoegde lijst aangegeven gemeenten is opgedragen aan het „Verladerbureau beim Zivilkommissar*' (Verzendingskantoor bij den burgerlijke Kommissaris) te Mechelen ; buiten dat gebied zijn de bevoegde burgerlijke Kommissarissen en dezer opkopers belast met het opkopen van de vroege aardappelen. De Kartoffelversorgungsstelle is gerechtigd, voor vroege aardappelen buiten den vastgestelden koopprijs een premie voor spoedige aflevering toe te kennen. De bevoegde burgerlijke Kommissarissen zijn gemachtigd voor vroege aardappelen, die na afloop van een bepaalden termijn niet geleverd zijn, den vastgestelden prijs van 25 frank per 100 kilo te verminderen.


Art. 2. De Kartoffelversorgungsstelle is gemachtigd het tijdstip te bepalen, waarop het rooien van vroege aardappelen toegelaten is ; voor dit tijdstip mogen, zelfs voor eigen verbruik, geen aardappelen gerooid worden.


Art. 3, De gevoegde burgerlijke Kommissaris stelt vast, welke hoeveelheden overeenkomstig § 3 der verordening van 21 februari 1918 af te leveren zijn. De Voorzitters van het burgerlijk bestuur (Pràsidenten der Zivilverwaltung) zijn gemachtigd, de hun krachtens § 4 van voormelde verordening toegekende bevoegdheden over te dragen op de burgerlijke Kommissarissen.


Art. 4. Het vervoer van vroege aardappelen is enkel toe' gelaten op grond van regelmatige vervoerbewijzen f wie vroege aardappelen vervoert, moet de vervoerbewijzen hij zich dragen. De toelating wordt verstrekt : 1) voor het vervoer per spoorweg, buurtspoorweg of schip en voor het vervoer van het een arrondissement naar het ander, uitsluitend door de „Kartoffelversorgungsstelle voor het vervoer binnen het grondgebied der in de hiernavolgende lijst aangegeven gemeenten van het vroege- aardappelgebied, uitsluitend door den burgerlijke Kommissaris te Mechelen buiten dit gebied door den bevoegden burgerlijke Kommissaris.


Art. 5. Wie de bepalingen dezer verordening overtreedt, wordt overeenkomstig § 7 der verordening van 21 februari 1918, met een geldboete van ten hoogste 20.000 mark of een gevangenisstraf van ten hoogste 5 jaar gestraft. Boven en behalve de straf, is de verbeurdverklaring uit te spreken van de voorwerpen, waarmede de strafbare handeling is begaan of die tot het ongeoorloofd vervoer van de veldvruchten hebben gediend. Is de overtreding begaan met het inzicht een ongeoorloofde winst op te strijken, dan moet een gevangenisstraf van ten minste een week of een geldboete die ten minste tienmaal de prijzen overeenkomstig § 2, in geen geval echter minder dan 25 mark bedraagt uitgesproken worden.


Brussel , den 17 april 1918.


Lijst van de gemeenten, behorende tot het „Verladerbureau beim Zivilkommissar'* (verzendingskantoor bij den burgerlijke Kommissaris) te Mechelen, voor het benuttigen der vroege aardappelen. Arrondissement Mechelen: Al de gemeenten van het arrondissement.
Arrondissement Antwerpen: (Voor de namen zie Duits.)
Arrondissement Turnhout: (Voor de namen zie Duits.)
Arrondissemsni B rus s el-Land: (Voor de namen zie Duits.)
Arrondissement Leuven : [Voor de namen zie Duits.)

No. 52. - 23. MEI 1918.

Gemeinden. Kreis Mecheln: Sàmtliche Gemeinden des Kreises. Kreis Antwerpen: Broekhem, Kontich, Emblehem, Linth, Massenhoven, Pulderbosch, PuUe, Kanst, Keet, Kamst, Terhagen, Viersel, Waarloos, Zandhoven. Kreis Turnhout: Bouwel, Geel, Gierle, Grobbendonk, Herenthals, Herenthout, Herselt, Houtvenue Hulshout, Morkhoven, Noorderwijk, Oevel, Olen, Poederlee, Kamsel, Sint-Pieters :Lille, Tielen, Tongerloo, 172
Varendonk, Veerle, Vorselaar, Vorst, Wechelderzande, Westerloo, Westmeerbeek, Zoerle-Parwijs. Kreis Brûssel-Land: Humbeek, Kapellen-opden- Bo8ch, Londerzeel, Malderen, Muizen, NieQwenrode, Ramsdonk, Steenhuffel. Kreis Lowen: Baal, Begijnendijk, Boortmeerbeek, Haacht, Hever, Keerbergen, Tildonk, Tremeloo, Werchter, Wespelaar.
No. 62. - 23. MEI 1918.
Beschikking.
Art. 1. Op grond van artikel 23 der wet van 15 juni 1914, wordt aan de gemeente Hoboken Provincie Antwerpen) een buitengewone toelage van vijf duizend frank (5000 fr.) verleend om haar uitgaven voor den gewone dienst van het hoger onderwijs te dekken ; deze som wordt uitgetrokken op hoofdstuk VI, artikel 71, van de begroting voor het dienstjaar 1917 (tweede helft) van het Vlaams ministerie van Wetenschappen en Kunsten.
Art. 2. Het hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel, den 21n mei 1918.
No. 53. - 26. MEI 1918.
Bekendmaking over de liquidatie van Britse en Franse deelhebbinge. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België heb ik, op grond der verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 april 1917, over de liquidatie van Britse en Franse ondernemingen (Wet en Verordeningsblad, hl, 2611 en bi. 3598), de liquidatie bevolen van de in België voorhanden zijnde Franse en Engelse deelhebbingen (aandelen) aan de Societe Anonyme des Hauts Fourneaux et Acieries de Rumelange-St. Ingbert [Rûmelinger und St, Ingberter Hochofen- und Stahlwerke Akt.-Ges.) te Rumelingen- St. Ingbert, en den heer WeinkranU, bijzonder Kommissaris te Brussel , Bankabteilung, Wetstraat 28, tot likwidator benoemd.
Brussel . den 17 mei 1918

No. 53. - 26. MEI 1918.
Verordening ** houdende verbod koren uit den oogst 1918 op halm van de hand te doen. § 1, Het is verboden om het even op welke wijze rechtszakelijk te beschikken over koren op halm uit den oogst 1918. De bevoegde provinciale Oogstkommissie (Promnzial'Ernte- Kommission) kan evenwel uitzonderingen op dit verbod toestaan.
§ 2. Reeds voor de uitvaardiging van deze verordening, over koren op halm uit den oogst 1918 getroffen beschikkingen, zijn van nul en gener waarde.
§ 3. Overtredingen van § 1 van deze verordening worden met ten hoogste 1 jaar gevangenis of met ten hoogste 20.000 mark boete gestraft ; ook kunnen beide straffen tegelijk worden uitgesproken. De krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd,
Brussel , den 18 mei 1918.
No. 54. - 29. MEI 1918.
Bij besluit van 20 mei 1918 is de Maatschappij van het Gemeentekrediet te
Brussel . gemachtigd, voor rekening van versillende besturen een lening van honderd miljoen frank (100.000.000 frank) tegen 4 % aan te gaan ; zij heeft deze lening zelf onderschreven met benutting van haar stamkapitaal en van haar steunkapitalen.

No. 54. - 29. MEI 1918.
Beschikking houdende wljziging van de samenstelling van scboolkantons.
Art. 1, De gemeenten : Attenhoven, Elisem, Laar, Landen, Neerhespen, Neerlanden, Neerwinden, Overhespen, Overwinden, Eumsdorp, Waasmond, Wals-Houihem,Wals-hets, Wange en Wezeren worden van het schoolkanton Tienen afgescbeiden en hij het schoolkanton Sint-Truiden ingedeeld.
Art, 2, Ter wijziging mijner beschikking IIIb. 9 van 3 januari 1917, wordt de vergoeding van vijfhonderd frank (500 fr,), tot dusver aan den kantonnale schoolopziener te Tienen wegens verhoging der reiskosten verleend, voortaan toegekend aan den kantonnalen schoolopziener te Sint-Truiden.
Brussel , den 18 mei 1918.
No. 54. - 29. MEI 1918.

Verordening betreffende indeling van schoolkantons.
Art. 1. De gemeente Twee Akkers wordt van het schoolkanton Zinnik afgescheiden en bij Het schoolkanton Geraardsbergen ingedeeld. •
Art. 2. De Hoofden van het burgerlijk bestuur (FeruwZtungschefs) voor Vlaanderen en Walloniën zijn met de uitvoering van deze verordening belast.
Brussel , den 18 mei 1918,
No. 54. - 29. MEI 1918.
Bekendmaking. De heer Generaal Gouverneur heeft hij beschikking van 18 mei aan Prof. Dr. Hoffmann, rector der Universiteit te Gent een verlof van drie maanden verleend en dezes vervanging opgedragen aan Prof. Dr. Speleers, deken der geneeskundige faculteit.
Brussel , den 21 mei 1918.
No. 54. - 29. MEI 1918.
Bekendmaking, betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 april 1917 over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr 253 van 13 september 1916 en Nr 335 van 19 april 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma Louis Rolez, te Brussel . De heer luitenant Maas, Oude Kleerkopersstraat 24, te Brussel , is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel , den 22 mei 1918,
No. 54. - 29. MEI 1918.
Bekendmaking. Hierbij wordt bekendgemaakt, dat op grond der verordening van 18 februari 1918, versenen in het Wet en Verordeningsblad voor Vlaanderen, Nr, 28 van 22 maart 1918, en in het Wet- en Verordeningsblad voor Wallonië, Nr. 23 van 22 maart 1918, in vervanging van de bevoorrechte aandelen der ,,Compagnie Commerciale Belge anciennement H, Albert de Bary en Co,'\ te Antwerpen, dragende de nummers 1-625, 626-1150, 2708-2726, 2968-2976, 3443—3470, 4231—4286 en in vervanging der genotsaandelen, dragende de nummers 1—1250, bewijsstukken zijn afgeleverd, die den houder er van machtigen, al de rechten te doen gelden, voor welker uitoefening hij de oorspronkelijke aandelen en genotsaandelen of de daaraan gehechte winstaandeelkoepons of de vernieuwingsbladen zou hebben moeten overleggen of inleveren. De hiervoren genoemde oorspronkelijke aandelen en genotsaandelen, als mede de daaraan gehechte aanstaan deelkoepons of de vernieuwingsbladen hebben alle rechten verloren. Brussel, den 2 mei 1918,
No. 54. - 29. MEI 1918.
Bekendmaking. Hierbij wordt bekendgemaakt dat op grond der verordening van 18 februari 1918, versenen in het Wet- en Verordeningsblad voor Vlaanderen, Nr. 28 van 22 maart 1918, en in het Wet-en Verordeningsblad voor Wallonië, Nr. 23 van 22 maart 1918, in vervanging van de 140 aandelen
185 der Brasserie-Koekelberg, S. A.'' te Brussel, dragende de nummers 751-850, 1251-1262, 1295-1300, 1437- 1450, 1796—1803, bewijsstukken zijn afgeleverd, die den houder er van machtigen, al de rechten te doen gelden, voor welker uitoefening hij de oorspronkelijke aandelen of de daaraan gehechte winstaandeelkoepons of de vernieuwingsbladen zou hebben moeten overleggen of inleveren. De hiervoren genoemde oorspronkelijke aandelen, alsmede de daaraan gehechte winstaandeelkoepons of de vernieuwingsbladen hebben alle rechten verloren.
Brussel, den 25 mei 1918,
No. 55. - 29. MEI 1918.
Bekendmaking. Hierbij wordt bekendgemaakt, dat op grond der verordening van 18 februari 1918, verschenen in het Wet- en Verordeningsblad voor Vlaanderen, Nr. 28 van 22 maart 1918, en in het Wet- en Verordeningsblad voor Wallonië, Nr. 23 van 22 maart 1918, in vervanging van de aandelen der ,Societe anonyme des Engrais concentres'' te Engis, dragende de nummers 20-260, 264-493, 494-500, 511— 520, 531, 1001-1800, 1936-1945, bewijsstukken zijn afgeleverd, die den houder er van machtigen, al de rechten te doen gelden, voor welker uitoefening hij de oorspronkelijke aandelen of de daaraan gehechte aandeelkoepons of de vernieuwingsbladen zou hebben moeten overleggen of inleveren. De hiervoren genoemde oorspronkelijke aandelen alsmede de daaraan gehechte winstaandeelkoepons of de vernieuwingsbladen hebben alle rechten verloren.
Brussel , den 25 mei 1918,
No. 55. - 2. juni 1918.
Verordening betreffende de uitvoering van het bevel van 1 mei 1917, waarbij een krijgsbelasting werd opgelegd.
De provincieraden der negen provincies van België heb hen, in hun buitengewone zittijd belegd op 1 juni 1918* de 188 besluiten die het opbrengen van de middelen ter betaling der bij besluit van 21 mei 1917 aan de Belgische bevolking opgelegde krijgsbelasting verder verzekeren niet genomen. Deze handeling is in strijd met de openbare belangen, Om die reden worden de besluiten zover die genomen zijn overeenkomstig artikel 89 der provinciale wet van 30 april 1836 opgeheven en zijn de Gouverneurs der provincies Antwerpen, Brabant Henegouwen Limburg Luik, Luxemburg en Namen samen met de Voorzitters van het burgerlijk bestuur (Pràsidenten der Zivilverwaltung) aldaar, voor de provincies Oost- en West-Vlaanderen de Voorzitters van het burgerlijk bestuur aldaar alleen met bindende kracht, elk wat zijn provincie betreft, gemachtigd tot het nemen van onderstaande maatregelen :
1, Solidair met de andere provincies :
a) met het oog op de betaling van zes verdere vervallende maandelijkse stortingen,namelijk van juni tot en met november 1918 van de bij bevel van 21 mei 1917 aan de Belgische bevolking opgelegde krijgsbelasting de nodige maatregelen te treffen en desnoods daartoe een lening aan te gaan ;
b) met het oog op het opbrengen van de middelen ter betaling der intresten en ter delging van de bedoelde lening, alsook met het oog op de betaling der in juni 1918 en in September 1918 vervallende der provinciale kasbons van de tweede krijgsbelastingslening en der in den loop van dezelfde maanden vervallende intrestkoepons der versillende krijgsbelastingsleningen, de nodige maatregelen te treffer en desnoods daartoe een lening aan te gaan ;
2, de nodige oorkonden te ondertekenen,
Brussel . den 2 juni 1918.
No. 55. - 2. juni 1918.
Verordening betreffende de vervaldagen van de door de Belgische provincies uitgegeven kasbons.
Art. 1. De vervaldagen van de op 10 juni 1918 en op 10 september 1918 uitkeerbaar wordende kasbons, ten gezamenlijke bedrage van 240 miljoen frank, der door de negen Belgische provincies op 10 december 1915 aangegane krijgsbelastingslening, zijn, onder verlenging met twee jaar van den geldigheidsduur der kasbons en zonder dat de voorwaarden der lening enige wijziging ondergaan, op 10 juni 1920 en op 10 September 1920 vastgesteld.
Art. 2. Voor de toepassing van het onder artikel 1 bepaalde hebben de negen Belgische provincies zorg te dragen, die, krachtens de verordening van heden, betreffende de uitvoering van het bevel van 21 mei 1917 waarbij een krijgsbelasting werd opgelegd vertegenwoordigd worden door de Gouverneurs en door de Voorzitters van het burgerlijk bestuur,
Brussel , den 2 juni 1918.
No. 55. - 2. juni 1918.
Verordening.
Art. 1. De in 1918 te innen bijdrage ten laste der ondernemers die op 31 december 1917 niet ontslagen waren van de verplichte storting in het waarborgfonds, fxxtrgien bij artikelen 10 en 20 uit de wet van 24 december 1903, betrekkelijk de vergoeding voor werkongevallen, is vastgesteld op den grondslag ener taks van vier frank per onderneming, die onder de bepalingen van bedoelde wet valt, en ener taks van een frank voor iedereen in een dergelijke onderneming in dienst zijnde werkman.
Brussel . den 30 april 1918
No. 55. - 2. juni 1918.
Beschikking.
Art. 1. Op grond van artikel 23 der wet van 15 juni 1914, wordt aan de hiernavermeide gemeenten een buitengewone toelage van vijf duizend driehonderd vijftig frank (5350 fr.) verleend om hun uitgaven voor den gewone dienst van het lager onderwijs gedurende het jaar 1917 te dekken ; deze som wordt uitgetrokken op het hoofdstuk VI, artikel 71, van de begroting voor het dienstjaar 1917 (tweede helft) van het Vlaams ministerie van Wetenschappen en Kunsten, De toelage is als volgt verdeeld : Sint-Huibrechts-Hove 1200 frank. Veldwezelt 2000 „ Meldert 700 „ Hoeselt 1200 „ Opheers 260 Art. 2. Het Hoofd van het burgeriijk bestuur(Verwaltungschef) voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel, den 18 mei 1918.
No. 56. - 2. juni 1918.
Verordening ** betreffende de beperking in het verbruik van gas en elektrieiteit. Aan artikel 2 der verordening van 22 September 1917 (Wet' en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, hl. 4473) worden volgende bepalingen toegevoegd : Wanneer meer gas of elektriciteit wordt verbruikt dan overeenkomstig artikel 1 is toegelaten of dan op grond van artikel 7 door de „Hauptsteïle fur Gas, Wasser und Elektrizitàt bij uitzondering is veroorloofd, zijn voor de bijkomende hoeveelheden volgende prijzen te betalen : Gas : voor ieder kubieke meter meer 1 fr.
Elektriciteit : voor ieder kilowattuur meer voor verlichting 2 fr.
Elektriciteit voor ieder kilowattuur meer voor andere doeleinden 1 fr. De gaS' en elektriciteitsfabrieken moeten maandelijks aan de „Hauptstelle fur Gas, Wasser und Elektrizitàt" kennis geven van alle verbruik boven de toegelaten hoogste hoeveelheden.
Brussel , den 23 mei 1918
No. 56. - 2. juni 1918.
Bekendmaking betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België heb ik, overeenkomstig de verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 april 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België. Nr, 263 van 13 september 1916 en Nr. 335 van 19 april 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van den Fransman Georges Mirgaine, te Luik. De heer luitenant Maas, Oude Kleerkopersstraat 24, te Brussel is tot liquidator benoemd. De likwidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel , den 25 mei 1918.
No. 56. - 2. juni 1918.
Verordening betreffende verlening van tijdelijk verhoogde duurtebijslagen aan de beambten en bedienden van de Staat.
Enig artikel. De duurtebijslagen verleend bij de verordeningen van 1 februari 30 mei, 23 augustus, 25 oktober 1917 en van 14 februari 1918, worden voor de maanden mei en juni 1918* verdubbeld.
Brussel den 30 mei 1918.
No. 56. - 5. juni 1918.
Verordening ** houdende verbod voorraden vlees op te hopen in koelkamers, vrieskamers, zouterijen en rokerijen.
Art. 1. Van de in de koelkamers, vrieskamers, zouterijen en rokerijen aanwezige voorraden rund- en kalfsvlees moet, binnen 5 dagen na de afkondiging dezer verordening, door den eigenaar der voorraden of door degene, die gerechtigd is over dezelve te beschikken, alsook door den houder der bewaarplaatsen opgave worden gedaan aan het Generaal Gouvernement, waarbij dient vermeld de hoeveelheid hetzij naar het gewicht in kilogram, hetzij naar het getal hele beesten, helften of vierendelen van beesten, alsmede de gemeente en de bewaarplaats waarin de voorraden zich bevinden en den naam van den eigenaar van het vlees of van degene die gerechtigd is er over te beschikken. Het vlees moet binnen een door het Gouvernement te bepalen termijn uit de bewaarplaatsen genomen en in den handel gebracht worden. Tor nader bericht blijft het verboden, rund- en kalfsvlees in koelkamers, vrieskamers, zouterijen en rokerijen op te hopen.
Art 1 en 2 zijn niet toepasselijk op vers geslacht vlees, dat men ten behoeve van het lopend vleesverbruik in koelkamers bewaart om het ten laatste binnen 8 dagen na de slachting in den handel te brengen.
Art. 2. Wie de voorschriften dezer verordening overtreedt wordt met een gevangenisstraf van ten minste 1 maand en van ten hoogste 1 jaar en met een geldboete van ten minste 1000 mark en van ten hoogste 10.000 mark of met een van beide straffen gestraft. Terzelfder tijd kan de verbeurdverklaring van het niet aangegeven en het niet uit de bewaarplaatsen genomen vlees worden uitgesproken. Bovendien kan de openbare bekendmaking van het vonnis voorgeschreven worden.De poging tot overtreden is strafbaar. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 3. Deze verordening wordt den dag harer afkondiging van kracht.
Brussel . den 28 mei 1918.
No. 56. - 5. juni 1918.
199 Bij Besluit van den heer Generaal Gouverneur is benoemd : Vlg, nr. 200
Bekendmaking. Bij besluit van 11 mei 1918 — C. Fi, Il 3100 — van den heer Generaal Gouverneur is de heer Van Eldere, E., surnumerair bij de Direktie te
Brussel , tot ontvanger der Registratie en Domeinen te Waterschoot benoemd.
Brussel . den 26 mei 1918.
No. 56. - 5. juni 1918.
Bekendmaking betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de verordeningen van 29 augustus 1916 en van 15 april 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr, 253 van 13 september 1916 en Nr, 335 van 19 april 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma Louis Foulon, te Brussel De heer luitenant Maas, Oude Kleerkopersstraat 24, te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel , den 24 mei 1918.
No. 56. - 6. juni 1918.
Bekendmaking. In gemeen overleg met de Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) voor Vlaanderen en Wallonië, heb ik den heer ritmeester Donnevert, te Brussel , benoemd tot leider van de hij verordening van 18 april 1918 van den heer Generaal Gouverneur voor het gebied van het Generaal Gouvernement opgerichte Zundholsverteilungs stelle (kantoor voor luciferverdeling).
No. 57. - 8. juni 1918.
Bekendmaking. Bij besluit van 15 mei 1918 van den heer Generaal Gouverneur is de heer J.Collard, klerk 1e klasse, met ingang van 1 oktober 1917 benoemd tot onderbureeloverste bij het Beheer der Schatkist van het ministerie van Financiën. Brussel, den 28 mei 1918.
No. 57. - 8. juni 1918.
Besluit
Art. 1. De hiernavermelde leden van de overeenkomstig artikel 3 der wet van 17 februari 1849 ingestelde provinciale pensioencommissies blijven voor den duur van 5 jaar, te rekenen van 1 Juli 1917 hun dienst waarnemen : Provincie West-Vlaanderen : de heer provinciale bestuurder der belastingen te Brugge, Provincie Oost-Vlaanderen : de heren De Riemaecker en Cooreman, leden van de bestendige afvaardiging van den provincieraad,
Provincie Antwerpen : de heer provinciale bestuurder der Registratie en der Domeinen te Antwerpen.
Provincie Brabant : de heer provinciale bestuurder der Registratie en der Domeinen, te Brussel , de heer provinciale bestuurder der Douanen en Accijnzen, de heer opziener der lagere scholen te Brussel .
Provincie Limburg : de heer Baron de Berman, lid van de bestendige afvaardiging van den provincieraad.

Art. 2. Zijn benoemd tot leden van de provinciale pensioencommissies voor den duur van 3 jaar te rekenen van 1 Juli 1917 : in de provincie West-Vlaanderen : de heer dienstbestuurder van Posterijen, te Brugge, in plaats van den heer Denys, hoofdingenieur dienstbestuurder van Weg en Werken bij de Staatsspoorwegen, In de provincie Limburg : de heer bestuurder van het provinciaal bestuur van Bruggen en Wegen, te Hasselt.
Brussel , den 7 mei 1918

No. 57. - 8. juni 1918.
Verordening houdende wijziging van de wet van 15 april 1896, betreffende de rechten op de tabak. De termijn voor de aangifte der met tabak aangeplante percelen, voorzien in § 1, hoofdstuk II, artikel 6, lid 1 en 2, van de verordening tot wijziging van de wet van 17 april 1896, betreffende de rechten op de tabak (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, van kracht verklaard voor de tot het Etappengebied behorende gedeelten van de provincies Henegouwen en Luxemburg bij verordening van 29 juni 1917 van den Generalquartiermeister voor de toekomst vastgesteld op 15 juni van ieder jaar. Brussel, den 15 mei 1918.
No. 57. - 8. juni 1918.
Bekendmaking betreffende het examen van leraar en van lerares in de lichamelijke opvoeding aan de inrichtingen van Middelbaar en Middelbaar Normaal Onderwijs.
Art. 1. De jury in 1918 belast met het afnemen van het examen van leraar en van lerares in de lichamelijke opvoeding bij het middelbaar en middelbaar normaal onderwijs, zal op een nader te bepalen datum zetelen, voor de mannelijke kandidaten in het Koninklijk Atheneum, Eikstraat 11, te Brussel , en voor de vrouwelijke kandidaten in de Rijks Middelbare meisjesschool Verweestraat 12, te Schaarbeek.

Art. II. Tot dit examen worden toegelaten de personen, die het diploma bezitten van lager onderwijzer of van lagere onderwijzeres van leraar of van lerares bij het middelbaar onderwijs. Niemand wordt tot het examen ter verkrijging van het het bekwaamheidsdiploma op een middelbare normaalschool toegelaten, zo hij niet, sedert ten minste een jaar, in het bezit is van het bekwaamheidsdiploma voor het onderwijs in de lichamelijke opvoeding van een middelbare onderwijs inrichting.

Art. III. De aanmeldingen moeien gezonden worden aan het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten, Hoofdbestuur van het Middelbaar Onderwijs Liefdadigheidstraat nr. 25, te Brussel . De aanmeldingsbrieven moeten vermelden : naam en voornamen, geboorteplaats en -datum, beroep, adres aard van de diploma's en certificaten welke de recipiendus reeds bezit, examen waarvoor hij zich aanmeldt en verder alle nuttige inlichtingen. Met onvolledige aanmeldingen wordt geen rekening gehouden. Op 15 Juli worden de inschrijvingen gesloten. Aanmeldingen die te laat inkomen, worden niet meer in aanmerking genomen

Art, IV. De recipiendi worden opgeroepen door den Voorzitter van de jury of door een door hem gemachtigd jurylid. Bij het begin van het examen moeten ze hun diploma, of het bewijs van het vereiste diploma, aan de jury overleggen,
Brussel den 28 mei 1918

No. 57. - 8. juni 1918.
Bekendmaking betreffende de inrichting van leergangen, voorbereidend tot het examen van leraar en van lerares in de lichamelijke opvoeding aan de inrichtingen van Middelbaar en Middelbaar Normaal Onderwijs.

Art. I. Met het oog op het examen van leraar en van lerares in de lichamelijke opvoeding bij de inrichtingen van middelbaar en middelbaar normaal onderwijs dat zal plaats hebben te Gent in den loop van de maand Augustus a.s. op een nader te bepalen datum, worden voorbereidende leergangen ingericht.

Art. II. De leergangen zullen gegeven worden in de Rijks Middelbare meisjes normaalschool, Van Monckhovenstraat 19, te Gent.

Art. III. De inschrijvingen worden opgenomen door mevr. de Bestuurster der Rijks Middelbare Normaalschool te Gent, tot 15 Juli a.s. Na dien datum worden geen inschrijvingen meer aanvaard. De aanmeldingsbrieven moeten opgeven: naam en voornamen, geboorteplaats en -datum, beroep, adres, aard van de diploma's en getuigschriften welke men reeds bezit, examen, dat de kandidaat wenst af te leggen en verder alle nuttige inlichtingen. Met onvolledige aanmeldingen wordt geen rekening gehouden.

Art. IV. De personen, die inschrijven voor de voorbereidende leergangen, schrijven tevens in voor het examen.

Art. V. Tot het examen worden alleen toegelaten de personen, die in het bezit zijn van het diploma van leraar of van lerares Bij het middelbaar onderwijs of van lager onderwijzer of van lagere onderwijzeres, alsook diegenen die ontslagen werden van het vereiste diploma. Niemand mag zich aanmelden voor het examen van leraar of van lerares in het tumen hij het middelbaar normaal onderwijs, die niet sinds ten minste een jaar in het bezit is van het bekwaamheidsdiploma voor het onderwijs in de lichamelijke opvoeding bij het middelbaar onderwijs.

Art. VI. De recipiendi worden opgeroepen door den Voorzitter van de jury, die hun den juisten datum, waarop het examen zal beginnen, mededeelt.
Brussel , den 11 mei 1918.
No. 58. - 12. juni 1918.
Beschikking. Gezien artikel 8, le lid, der grondverordening van 25 april 1905 van het Hoger Handelsgesticht te Antwerpen benoem ik tot leden van den beheerraad van bedoeld gesticht, ter vervanging van de leden, wier mandaat afgelopen is : de heren : Leo Augusteyns, volksvertegenwoordiger te Antwerpen, Julius Boumans, graanhandelaar, te Antwerpen, Jozef Hellemans, lid van den Hogeren Nijverheids- en Handelsraad, te Antwerpen.
Brussel , den 23 mei 1918,

No. 58. - 12. juni 1918.
Bij beschikking van 4 mei 1918 van den heer Generaal Gouverneur zijn tot inspecteur-veearts 2e klasse benoemd :
1. Van Beygaerden, aangenomen veearts te Maaseik 14 210
2. A. Achter waarnemend inspecteur-veearts ie Hasselt.
Brussel . den 27 mei 1918.

No. 58. - 12. juni 1918.
Beschikking. *« Krachtens artikel 2 der beschikking van 25 april 1918 van den heer Generaal Gouverneur (Wet- en Verordeningsblad voor Vlaanderen hi. 447) bepaal ik het navolgende : De Kaiserliche Bezirksgerichte (keizerlijke districht rechtbanken) te Brussel . Antwerpen en Leuven, de „Staatsanwalschaften (parketten) bij deze rechtbanken,alsmede het ,,Justizkommissariat (kommissariat van Justitie) te Brusssel, zullen hun ambtsbezigheden met ingang van 1 juni 1918 aanvaarden. De betreffende dienstlokalen zijn gevestigd in het paleis van justitie te Brussel . en te Antwerpen en in het voorlopig rechtsgebouw te Leuven,
Brussel , den 30 mei 1918

No. 58. - 12. juni 1918.
Beschikking.
Art. 1. Aan de gemeente Wezemaal wordt, voor den gewone dienst van het lager onderwijs gedurende het dienstjaar 1917, een buitengewone toelage van 300 fr. (driehonderd frank) verleend, om de bijkomende kosten, ontstaan ten gevolge van de toepassing der wet op het lager onderwijs te helpen dekken ; genoemde som wordt uitgetrokken op Hoofdstuk VI artikel 71, van de begroting van het Vlaams ministerie van Wetenschappen en Kunsten voor het dienstjaar 1917 (2e helft).
Art. 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel , den 30 mei 1918.

No. 58. - 12. juni 1918.

Bij Besluit van 30 mei 1918 van den heer Generaal Gouverneur is de heer G. J. De Boyy lakenhandelaar, tot burgemeester der gemeente Merchtem (Provincie Brabant) benoemd. Brussel , den 31 mei 1918,

No. 58. - 12. juni 1918.
Bekendmaking. I. De personen die het ingangsexamen of het overgangsexamen van het le naar het 2e jaar in de Rijks Middelbare Jongens en meisjesnormaalscholen te Brussel . en te Gent, en de eerste of tweede proef voorbereidend tot het examen van kandidaat leraar en kandidaat-lerares wensen af te leggen, moeten zich ten laatste op 31 Augustus te Brussel of ten laatste op 15 Juli te Gent, laten inschrijven bij den bestuurder der school.
Na 31 Augustus, respectievelijk 15 Juli, worden geen inschrijvingen meer aanvaard.
II. De bestuurder der school is belast met het oproepen der recipiendi, die te bekwamer tijd zullen worden ingelicht over den datum van het examen, dat tijdens de grote vakantie plaats heeft.
III. Om tot het afleggen van het overgangsexamen van het le naar het 2ejaar in de Rijks Middelbare Normaalscholen toegelaten te worden, moet men sedert ten minste een jaar het ingangsexamen in die inrichting met vrucht afglegd hebben. Om tot de 2e voorbereidende proef te worden toegelaten, moet men sedert ten minste een jaar met vrucht de eerste voorbereidende proef afgelegd hebben ; houders of houdsters van het diploma van onderwijzer of onderwijzeres mogen ook rechtstreeks met de tweede proef beginnen.
Brussel, den 31 mei 1918.

No. 58. - 12. juni 1918.
Bekendmaking.
I. Voor het jaar 1918 zal het examen van kandidaat leraar en kandidaat-lerares en van leraar en lerares bij het middelbaar onderwijs van den lageren graad, evenals een grondig examen over de Germaanse talen plaats hebben, in de Rijks Middelbare Jongens- en meisjesnormaalscholen te Brussel . en te Gent.
II. De voorzitter van de jury stelt den dag van het examen vast.
III Tot deze examens worden ook kandidaten toegelaten die zich door privaatonderwijs hebben voorbereid.
IV. De examens worden in het Nederlands afgenomen.
V. De inschrijvingen voor deze examens zullen aanvaard worden van 3 tot 19 juni. Na dezen datum worden geen inschrijvingen meer aanvaard. De inschrijvingen worden aangenomen:
Voor de provincie Brabant : in het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten, Hoofdbestuur van het Middelbaar Onderwijs, 3e afdeling Liefdadigheidstraat, nr. 26, te Brussel .
Voor de provincie Limburg en het deel van de provincie Luik, dat afhangt van Het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten te Brussel , door den heer L. Mesotten, provinciebestuur te Hasselt.
Voor de provincie Antwerpen, door den heer Jacobs, provinciebestuur te Antwerpen. Voor de provincie Oost Vlaanderen, door den heer G. De Zutter, provinciebestuur te Gent. Voor de provincie West Vlaanderen, door den heer H, Axters, provinciebestuur te Brugge.
VI. De inschrijvingskosten zijn als volgt vastgesteld :
Voor het examen van kandidaat-leraar en kandidaat lerares 20 fr, Voor het examen van leraar en lerares 50 fr. De kandidaten, die bij een vroeger examen uitgesteld werden, betalen slechts het vierde, zij, die afgewezen werden, de helft der inschrijvingskosten. De kosten zijn bij de inschrijving te betalen.
Brussel , den 31 mei 1918.

No. 58. - 12. juni 1918.
Bij Besluit van 1 juni 1918 van den heer Generaal Gouverneur zijn benoemd: de heer Dr. Walter Tamm, geneesheer, lot algemeen gezondheid opziener hij het Vlaams ministerie van Binnenlandse Zaken ; mevrouw Dr. Margarete Tamm, dokteres, tot bestuurster van het Rijks scheikundig en bacteriologisch Laboratorium van den Gezondheidsdienst en voor Hygiëne, te Brussel .
Brussel , den 3 juni 1918.

No. 58. - 12- juni 1918.
Bekendmaking betreffende de likwidatie van Britse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de verordening van 29 augustus 1916, over de liqudatie van Britse ondememingen (verschenen in het Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr. 253 van 13 september 1916), de likwidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de Engelse firma „Phoenix Giass Works H, Bain e Co,'\ spiegelglasslijperij te Brussel . De heer eerste-luitenant Coeler, Oude Kleerkoopersstraat 24 te BriLSsel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen. Brussel, den 4 juni 1918.

No. 58. - 12. juni 1918.
Bekendmaking betreffende de likwidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in Belgi'e, heb ik, overeenkomstig de verordeningen van 29 AvvtV;S 1916 en van 15 Ajpril 1917 over de likmdaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de hezette streken van België, nr. 253 van 13 Septernber 1916 en nr. 335 van 19 april 1917), de likwidatie hevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma „S. A. d'Arendonck'\ poederfahriek te Luik, De heer J. Welker, Oude Kleerkoopersstraat 24 te
Brussel , is tot likwidator benoemd. De likwidator verstrekt nadere irdichtingen.
Brussel , den en juni 1918.
No. 59. - 15. juni 1918.

Verordening over de bevoegdheld van het Kaiserliches Obergericht'* (keizeriyk Opperstegerechtshof) te Brussel . inzake onteigeningen.
Enig artikel. Inzake onteigeningen overeenkomstig de verordening van 17 Januari 1918, betreffende de onteigening ten algemeen nut in dringende gevallen, is het „Kaiserliches Obergericht te Brussel , in plaats van de Belgische rechtbanken, in eerste en laatste aanleg bevoegd.
Brussel , den 31 mei 1918,
No. 59. - 15. juni 1918.
Bekendmaking betreffende vroege en late aardappelen.
Overeenkomstig artikel 6 der verordening van 21 februari 1918, houdende inbeslagneming van gerst, haver vroege en late aardappelen, tabak en chikorei (suikerij) uit den oogst 1918, verorden ik het navolgende :
Art. 1. Het is verboden, vroege aardappelen voor 4.juni 1918, late aardappelen voor 1 september 1918 te rooien. ook voor eigen gebruik mogen voor dien tijd geen aardappelen gerooid worden.
Art. 2. Het is verboden vroege of late aardappelen in de nijverheid te verwerken of te gebruiken inzonderheid tot het bereiden van aardappelmeel, alsook vroege en late aardappelen te verwerken in branderijen en brouwerijen.
Art. 3. Wie deze bepalingen overtreedt, wordt overeenkomstig § 7 van de verordening van 21 februari 1918, met een geldboete van ten hoogste 20,000 mark of met een gevangenisstraf van ten hoogste 5 jaar gestraft. Bovendien is de verbeurdverklaring uit te spreken van de voortbrengselen en de voorwerpen, waarmede de strafbare handeling is begaan, of die tot het ongeoorloofd vervoer der veldvruchten hebben gediend. Is de overtreding begaan met het inzicht een ongeoorloofde winst op te strijken, dan moet ten minste een week gevangenzitting of een geldboete, die tenminste tienmaal de prijzen bepaald in § 2 van de hiervoren vermelde verordening, in geen geval echter minder dan 25 mark bedraagt, uitgesproken worden.
Brussel , den 5 juni 1918.
No. 59. - 15. juni 1918.
Verordening ** betreffende het verspinnen van wol.
Art 1. Het is verboden:
1. wol te verspinnen,
2, spinnewielen en mechanische toestellen dienende tot het verspinnen van wol te vervaardigen, aan te kopen, te verkopen of op elke andere wijze van de hand te doen, te gebruiken of te vervoeren. De „Abteilung fur Handel und Gewerbe'' (Afdeling voor handel en nijverheid), Kunstbelevingslaan 30 te Brussel , is gemachtigd op schriftelijke aanvraag, uitzonderingen op deze bepalingen toe te staan.
Art. 2. Wie de voorschriften dezer verordening opzettellijk of uit nalatigheid overtreedt, wordt, indien volgens een andere strafwet geen zwaarder straf is voorzien, met een gevangenisstraf van ten hoogste 1 jaar en met een geldboete van ten hoogste 10.000 mark of met een dezer straffen gestraft. In ieder geval is de verbeurdverklaring der voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft, uit te spreken. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel , den 6 juni 1918
No. 59. - 15. juni 1918.
Verordening houdende toekenning van buitengewone duurte toeslagen aan de ambtenaren, beambten en bedienden van den Staat
Art. I. Aan de ambtenaren en beambten van de Staat die thans hun betrekking uitoefenen :
a) van het beheer van het Rekenhof,
b) aan de ministeries van Justitie, van Binnenlandse Zaken, van Wetenschappen en Kunsten, van Nijverheid en Arbeid, van Financiën van Landbouw en Openbare Werken en van de daartoe behorende beheren,
c) in de diensten, welke voorloopig aan die ministeriën verbonden zijn, en
d) aan het ministerie van Zeewezen, Posterijen en Telegrafen, alsmede in den postdienst worden, te rekenen van 1 Juli 1918*, met inachtneming van onderstaande bepalingen, buitengewone duurtebijslagen verleend.
Art, II. § 1. Door ambtenaren en beambten in den zin dezer verordening worden verstaan de personen, die in staatsdienst werkzaam zijn en, op grond van benoemingen krachtens wetten of door de beheren gedaan (artikelen I en VI van de wet van 21 juli 1844 op de pensioenen), een wedde uit de Staatskas genieten. Als ambtenaren en beambten, in den zin dezer verordening wordt insgelijks beschouwd het besturend en onderwijzend personeel der staatsinrichtingen van onderwijs.
§ 2. De ambtenaren en beambten, die op grond der bestaande bepalingen tijdelijk of op de proef werkzaam zijn, zijn met de vast benoemden gelijkgesteld.
Art. III. Onderstaande drie klassen worden gevormd :
le klasse : a) de ongehuwden
b) de weduwnaars en de van tafel en bed of uit den echt gescbeidenen, zonder kinderen.
2e klasse : a) de gehuwden zonder kinderen
b) de weduwnaars en de van tafel en bed of uit den echt gescbeidenen, hebbende een kind,
3e klasse :
a) de gehuwden, hebbende een kind,
b) de gehuwden, weduwnaars, van tafel en bed of uit den echt gescheidenen, hebbende meer dan een kind.
Art. IV. § 1. Komen in aanmerking, al de kinderen, waarvan het onderhoud uitsluitend ten laste van de ouders valt ; de zonen evenwel, die in staat zijn geld te verdienen, slechts zolang zij hun een en twintigste levensjaar nog niet bereikt hebben.
§ 2. Kinderen uit een vroeger huwelijk der vrouw geboren, komen als gemeenschappelijke kinderen in aanmerking ; de wettelijk of feitelijk aangenomen kinderen worden insgelijks meegerekend.
§ 3. In het huisgezin van den ambtenaar of van den beambte levende en door hem onderhouden kleikinderen, zijn als kinderen te beschouwen.
§ 4. Kinderen, die zich thans buiten het bezet gebied bevinden, komen niet in aanmerking.
Art. V. De duurtebijslag bedraagt :
i. voor de 1 Klasse (ongehuwden weduwnaars gescheiden levenden of uit den echgescheidenen zonder kinderen), 35 frank per maand ;
2. voor de 2e klasse (gehuwden zonder kinderen, weduwnaars, gescheiden levenden of uit den echt gescheidenen, hebbende een kind), 50 frank per maand ;
3. voor de 3e klasse :
a) gehuwden met een kind, 62 frank per maand ;
b) gehuwden, weduwnaars, gescheiden levenden of uit den echt gescheidenen, hebbende meer dan een kind, 62 frank per maand, en, daarenboven, 12 frank voor elk kind, te beginnen met het tweede.
Art, VI. § 1. De duurtebijslagen moeten ieder maand vooraf worden betaald.
§ 2. Ingeval een ambtenaar of een beambte een huwelijk aangaat, of in geval van geboorte of van aanneming van een kind, wordt de aanvullende bijslag over de volle maand verleend.
§ 3. In geval van overlijden van de vrouw of van een kind, wordt de aanvullende bijslag voor den overleden persoon, nog voor de maand, volgende op die van het overlijden uitbetaald. Eveneens wordt de bijslag voor een kind nog uitbetaald voor de maand, volgende op die waarin het onderhoud van dat kind niet meer ten laste van de ouders valt, of waarin de zoon, die in staat is geld te verdienen, zijn 21e levensjaar bereikt heeft.
Art. VII. De bepalingen dezer verordening zijn op gelijke wijze als voor de ambtenaren en beambten van den Staat, toepasselijk op de werklieden, dagloners en dienstlieden, die doorlopend werkzaam zijn en hun hoofdbediening hebben bij de onder artikel I vermelde beheren en diensten.
Art. VIII. De vrouwelijke aangestelden zijn met de mannelijke gelijkgesteld. Daarvan uitgezonderd zijn echter de vrouwen die gehuwd zijn hetzij met een ambtenaar of een beambte (artikel II), hetzij met een doorlopend werkzaam zijnde staatsbediende (artikel VII).
Art. IX. De verordeningen van 1 februari, 30 mei, 23 augustus en 25 oktober 1917 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, bl. 3393, 3814, 4379 en 4723) en van 14 februari 1918 (Wet- en Verordeningsblad voor Vlaanderen, bl. 187) zijn te rekenen van 1 juni 1918 ingetrokken.
Brussel , den 6 juni 1918
No. 59. - 15. juni 1918.
Verordening betreffende de aangifte van vijandelijke grondeigendom in de provincies Brabant, Antwerpen en Limburg.
Art. 1. Landerijen en bosgronden uit de provincies Brabant Antwerpen en Limburg, die geheel of ten dele het eigendom zijn van Fransen of van onderdanen van Groot-Britannie en Ierland of van de Verenigde Staten van Noord- Amerika, moeten ten laatste op 15 Juli 1918* bij den bevoegden burgemeester (zie artikel 6) worden aangegeven.
Bij de aangifte zijn tevens de uittreksels uit het kadaster over te leggen. De burgemeester moet de aangiften, naar het voorbeeld van het hiernavolgend formulier, in een lijst optekenen en deze ten laatste op 20 Juli 1918* den burgerlijke Kommissaris (Zivilkommissar) doen toekomen. De uittreksels uit het kadaster moeten, gerangschikt volgens de afzonderlijke bezitters, aan de lijst worden toegevoegd.
Art. 2. Kan niet met zekerheid worden vastgesteld, tot welken Staat de in artikel 1 bedoelde personen behoren, dan zijn zij te beschouwen als vijandelijke onderdanen in den zin van deze verordening.
Art. 3. Al de percelen van den in artikel 1 vermelden aard moeten worden aangegeven, onverschillig of zij door den eigenaar zelf gebruikt of aan anderen verpacht worden. Percelen (artikel 1), die reeds onder dwangbeheer of onder toezicht staan, of die op grond van vroeger verordeningen reeds zijn aangegeven, moeten eveneens aangegeven worden.
Art. 4. De eigenaars der percelen zijn verplicht de aangifte te doen. Zijn de eigenaars afwezig, dan is de aangifte te doen door de betreffende beheerders, toezichters of andere personen die gelast zijn de belangen van den eigenaar waar te nemen. Bij ontstentenis van dergelijke personen, is de bevoegde burgemeester (artikel 5) verplicht de aangifte te doen.
Art. 5. De aangifte (artikelen 1 en 4) moet bij den burgemeester van de gemeente op wier gebied de percelen gelegen zijn, warden gedaan, onverschillig of deze door den eigenaar zelf gebruikt of aan anderen verpacht worden.
Art. 6. De burgemeesters zijn persoonlijk verantwoordelijk voor de volledige en de tijdige aangifte door de betrokken personen (artikel 4).
Art. 7. Overtredingen van deze verordening worden met een geldboete van ten hoogste 100.000 mark en met een gevangenisstraf van ten hoogste 5 jaar, of met een dezer straffen gestraft.
Art. 8. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 9. Het hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is met de uitvoering dezer verordening belast.
Brussel , den 8 juni 1918
No. 59. - 15. juni 1918.
Bekendmaking. Op grond der verordening van 2 juni 1918 betreffende de vervaldagen van de door de Belgische provincies uitgegeven kasbons worden de houders van de op 10 juni 1918* en op 10 September 1918 vervallende kasbons van de krijgsbelastingslening, op 10 december 1915 aangegaan door de negen Belgische provincies, hierbij uitgenodigd bedoelde kasbons ter afstempeling, alsook ter verkrijging van nieuwe intrestkoepons in te leveren hij een der banken van het consortium,
Brussel , den 5 juni 1918.
No. 59. - 15. juni 1918.
Bekendmaking. Bij verordening van 31 mei 1918 van den heer Generaal Gouverneur in België zijn in het Vlaams bestuursgebied de hierna vermelde Belgische postambtenaren bevorderd :
a) met ingang van 1 oktober 1917, tot bureeloverste, de heer F. P. M. E. Bayet, hoofdklerk te Antwerpen ;
b) met ingang van 1 januari 1918, tot bureeloverste : de heer F. H. Stevenin, hoofdklerk en de heer A. H. J. F. Bollansee, hoofdklerk, beiden te Antwerpen.
Brussel , den 5 juni 1918
No. 59. - 15. juni 1918.
Bij Besluit van 6 juni 1918* van den heer Generaal Gouverneur is de heer Alois Eoelandts, brouwer, tot burgemeester van de gemeente Rupelmonde (provincie Oost Vlaanderen) benoemd,
Brussel , den 7 juni 1918
No. 60. - 19. juni 1918.
Verordening betreffende het vervaardigen van dienststempels en dienstzegels.
Art. 1. Wie zonder schriftelijke opdracht of zonder schriftelijke toelating der bevoegde Duitse overheid dienststempels of dienstzegels van hetzij gelijk welken aard (Duitse, Belgische, Franse, enz.) 1. vervaardigt, laat vervaardigen, aan iemand anders dan aan de bevoegde overheid ter hand stelt, zich laat ter hand stellen of op een andere wijze zich aanschaft, wordt met een gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaar en met een geldboete van ten hoogste 20.000 mark, of met een dezer straffen gestraft. De ongeoorloofd vervaardigde stempels en zegels, en de tot de vervaardiging gediend hebbende tekeningen, graveerstiften, sneden of platen, moeten verbeurdverklaard worden. De poging tot overtreden is strafbaar.
Art. 2. Tot het geven van de opdracht of tot het verlenen der toelating zijn gemachtigd :
1. voor den dienst der krijgsoverheden en -kantoren : het hevoegd Militair Gouvernement ;
2. voor den dienst der Duitse burgerlijke overheden, die rechtstreeks van den Generaal Gouverneur in België afhangen, en der daaraan toegevoegde overheden en kantoren : het hoofd van de burgerlijke overheid, die rechtstreeks van den Generaal Gouverneur afhangt en voor wiens dienst de stempels of de zegels tot dienstgebruik bestemd zijn ;
3. voor de Vlaamse ministeries en de diensten, die er rechtstreeks van afhangen : het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen ; voor den dienst der overige Vlaamse overheden : de Voorzitter -van het burgerlijk bestuur (Pràsident der Zivilverwaltung) der provincie, waar de betreffende overheden hun zetel hebben.
Art. 3. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel , den 30 mei 1918
No. 60. - 19. juni 1918.
Bekendmaking. De in artikel 7 der wet bedoelde jury, belast met het goedkeuren van door middelbare onderwijsinrichtingen afgeleverde getuigschriften en met het afnemen van de in artikel 10 en 12 dier wet bedoelde voorbereidende examens, zal in augustus 1918 zitting houden, Aanvragen om goedkeuring van getuigschriften en om toelating tot de voorbereidende examens, moeten van 16 juli tot en met 26 juli 1918* tot den Voorzitter van het burgerlijk bestuur (Pràsident der Zirnlvertoaltung) der betrokken provincie (voor de provincie Brabant, desgewenst tot het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten, Sectie Hoger Onderwijs, Waterwerktuigstraat 14 te Brussel ) gericht worden. Na dien datum ingediende aanvragen om goedkeuring van getuigschriften zullen niet in aanmerking genomen worden. Na dien datum ingediende aanvragen om toelating tot de examens worden slechts dan in aanmerking genomen, wanneer zij uitgaan :
1. van kandidaten, wier getuigschrift van volledige middelbare studiën door de goedkeuringsjury afgewezen werd en die, in den loop van den aanstaanden zittijd een voorbereidend examen wensen af te leggen;
2. van kandidaten wier getuigschrift van volledige humaniora door de goedkeuringsjury aangenomen werd en die, in den loop van de zelfde zittijd, het voorbereidend examen tot den graad van kandidaat in de wis- en natuurkunde en tot den graad van „kandidaat ingenieur'* wensen af te leggen ;
3. van kandidaten, wier getuigschrift van volledige humaniora door de goedkeuringsjury aangenomen werd en die, door het afleggen van een der aanvullende examens voorzien hij artikel 51 van het koninklijk organisch, besluit van 1 oktober 1890,gewijzigd bij koninklijk besluit van 10 februari 1896, dat getuigschrift willen geldig maken om lot een ander dan het daarop vermelde wettelijk examen van hoger onderwijs ie worden toegelaten. De onder 2 en 3 bedoelde kandidaten zijn gehouden, hij het overleggen van hun getuigschrift van middelbare studiën, aan den heer Voorzitter van het burgerlijk bestuur en, hij voorkomend geval, aan het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten te verklaren of zij voornemens zijn in den loop van den aanstaanden zittijd het voorbereidend examen af te leggen.
Brussel den 4 juni 1918

No. 60. - 19. juni 1918.
Bekendmaking. De in artikel 34 der wet bedoelde 3 middenjury's zullen in den loop der maanden juli - augustus en oktober - november aanstaande zitting houden, Kandidaten, die voor bedoelde jury's wettelijke examens wensen af te leggen, moeten hun aanvraag bij den Voorzitter van het burgerlijk bestuur (Pràsident der Zirnlverwaltung), voor de provincie Brabant, desgewenst bij het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten, Sectie Hoger Onderwijs, Waterwerktuigstraat 14 te Brussel , indienen : voor den zittijd van juli- augustus, van 25 juni tot en met 5 juli ; voor den zittijd van oktober - november, van 25 September tot en met 5 oktober. Voornoemd Ministerie van Wetenschappen en Kunsten, alsook de Voorzitters van het burgerlijk bestuur verstrekken op aanvraag nadere inlichtingen betreffende de bewijsstukken, die vereist zijn om tot de examens te worden toegelaten,
Brussel , den 4 juni 1918.
No. 60. - 19. juni 1918.
Bekendmaking betreffende de inrichting van leergangen voorbereidend tot het examen van leraar en lerares in de lichamelijke opvoeding aan de inrichtingen van middelbaar en middelbaar normaal ouderwijs.
Art. I. Met Het oog op het examen van leraar en lerares in de lichamelijke opvoeding bij de inrichtingen van middelbaar en middelbaar normaal onderwijs dat zal plaats hebben te Brussel . in den loop van de maand augustus a.s. op een nader te bepalen datum, worden voorbereidende leergangen ingericht.
Art. II. De leergangen zullen gegeven worden, voor de mannelijke kandidaten s Zondags van 11 tot 1 uur in de lokalen van het Koninklijk Atheneum te Brussel , Eikstraat, en voor de vrouwelijke kandidaten 's Donderdags van 3 tot 5 uur in de Rijks Middelbare meisjesschool, Verweestraat, te Schaarbeek.
Art. III. De inschrijvingen moeten zonder uitstel opgegeven worden in het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten, Hoofdbestuur van het Middelhaar Onderwijs, Liefdadigheidsstraat, nr. 25, te Brussel , De aanmeldingsbrieven moeten opgeven : naam en voornamen, geboorteplaats en -datum, beroep, adres, aard van de diploma's en certificaten, welke de kandidaten reeds bezitten, examen dat zij wensen af te leggen en verder alle nuttige inlichtingen. Met onvolledige aanmeldingen wordt geen rekening gehouden.
Art. IV. De recipiendi worden opgeroepen door den Voorzitter van de jury, die hun den juiste datum, waarop de leergangen zullen beginnen, zal mededelen.
Brussel , den 31 mei 1918
No. 61. - 22. juni 1918.
Voor het Vlaams bestuursgebied bepaal ik het navolgende : Overeenkomstig artikel 7 der verordening van 27 maart 1916, betreffende den verkoop van kunstmeststoffen worden, te rekenen van 1 juni 1918*, volgende prijzen vastgesteld voor den omzet van kunstmeststoffen binnen het Belgisch grondgebied :
1. voor in citroenzuur oplosbaar fosfaatzuur 1.85 fr. per kg.

2. voor Bernard-fosfaat, gecalcineerd 16/18 %, los, 7,20 fr. per 100 kg.

3. voor Bernard-fosfaat, gecalcineerd 12/14 %, los, 6.60 fr. per 100 kg.
Brussel . den 4 juni 1918.
No. 61. - 22. juni 1918.
Beschikking.
Art. 1. Ben heer Alfons Beelen, Frans-biga-square 39 te Schaarbeek, wordt voor het jaar 1918 tot dekking van de aanzienlijke bijkomende uitgaven, ontstaan ten gevolge van de toepassing der wet op het lager onderwijs en van de heersende algemene levensduurte, een buitengewone toelage van 3.200 frank (drie duizend twee honderd frank) toegekend voor den gewone schooldienst van de aanneembare lagere Jongensschool, Frans Riga-square 39 te Schaarbeek ; bedoelde som wordt uitgetrokken op het voorlopig krediet, bewilligd bij verordening van 20 december 1917 en in rekening gebracht op Hoofdstuk VI, artikel 71, der begroting van het ministerie van Wetenschappen en Kunsten (dienstjaar 1918).
Art. 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel , den 8 juni 1918.
No. 61. - 22. juni 1918.
Verordening houdende vaststelling van de hoogste snelheid voor automobielen van bijzonderen. De voorschriften op het rijden, vervat in § 18 der verordening van 26 mei 1915 op het verkeer van automobielen van bijzonderen in België zijn gewijzigd als volgt :

Automobielen mogen niet sneller rijden, dan hieronder is opgegeven :
Op open weg:
personenautomobielen 50 km, per uur
vrachtautomobielen met gummibanden 25 km. per uur,
vrachtautomobielen met ijzeren handen 15 per uur

In gemeenten:
personenautomobielen 25 km. per uur,
vrachtautomobielen 12 per uur

Op plaatsen, waar de geleider den weg niet kan overzien, moet hij de snelheid zodanig regelen, dat het voertuig voor beschadiging en de inzittenden en derde personen voor letsel gevrijwaard zijn. De overige voorschriften van § 18 blijven onveranderd, Deze verordening wordt onmiddellijk van kracht.
Brussel , den 10 juni 1918.
No. 61. - 22. juni 1918.
Beschikking. Mijn beschikking 1208 van 28 februari 1918, wordt als gevolgd gewijzigd : I. De heer De Paepe, kantonnaal schoolpziener te Asse is, ter vervanging van den heer Voortmans, hoofdschoolopziener bij het vrij onderwijs, benoemd tot lid in de jury, belast met het afnemen der onderwijzersexamens in het gebied van het Generaal Gouvernement,
De heer Roskin, kantonnaal schoolopziener, is benoemd tot plaatsvervangend lid van genoemde jury,

II. De heer Bollen, kantonaal schoolopziener te Maaseik 18, ter vervanging van den heer Sak, hoofdschoolopziener bij het vrij onderwijs, benoemd tot lid van de jury, belast met het afnemen der onderwijzeressen examens in het gebied van het Generaal Gouvernement. De heer Geuis, kantonnaal schoolopziener te Herentals, is benoemd tot plaatsvervangend lid van genoemde jury.

III. De heer Claeys, kantonnaal schoolopziener te Lede- berg is, ter vervanging van den heer Van Overstraeten, kantonnaal schoolopziener, benoemd tot lid van de jury, belast met het afnemen der onderwijzersexamens in het etappen- en operatiegebouw Vanherstraeten, opzienster van het huishoudkundig onderwijs te Gent, is, ter vervanging van den heer Claeys, kantonnaal schoolopziener, benoemd tot lid van de jury, belast met het afnemen der onderwijzeressenexamens in het etappen- en operatiegebied.
Brussel , den 10 juni 1918.
No. 61. - 22. juni 1918.
Beschikking. Gezien artikel 12 der wet van 10 april 1890/3 Jidi 1891, Gezien de artikelen 8, 14, 15 en 20 van het koninklijk besluit van 25 januari 1897 en de artikelen 12 tot 14 van het ministerieel Besluit van 30 januari 1897, betreffende de bij de Staatsuniversiteit te Gent toegevoegde Technische Scholen, Gezien de verordening van 21 februari 1918 voor de inrichting van een mijnbouwkundige afdeling aan de Technische Scholen bij de Universiteit te Gent, op voorstel van den bestuurder der Technische Scholen wordt besloten :

Art. 1. De jury*s, belast met het afnemen, in het jaar 1918, van de nu vermelde examens, aan de bij de Staatsuniversiteit te Gent toegevoegde Technische Scholen, zijn samengesteld als volgt :
1. Voorbereidend examen tot den wettelijke graad van kandidaat-ingenieur en toegangsexamen tot de academische graden. De heren : E. P. van den Berghe, professor aan de Universiteit te Gent bestuurder der Technische Scholen, voorzitter ; F. Brûlez, professor aan de Universiteit te Gent, R. J. Kortmulder, professor aan de Universiteit te Gent, P. Menzeraih, professor aan de Universiteit te Gent, J. A. Vollgraff, professor aan de Universiteit te Gent, A. Jacob, docent aan de Universiteit te Gent, A, Vlamynck, docent aan de Universiteit te Gent.

Examen tot den wettelijke graad van kandidaatingenieur. Eerste gedeelte. De heren. E. P. van den Berghe, professor aan de Universiteit te Gent, bestuurder der Technische Scholen, voorzitter, F. Brûlez, professor aan de Universiteit te Gent, E. Haerens, professor aan de Universiteit te Gent, B. J. Kortmuller, professor aan de Universiteit te Gent, J. J. P. Valeton, professor aan de Universiteit te Gent, J. A. Vollgraff, professor aan de Universiteit te Gent, A. Jacob, docent aan de Universiteit te Gent, M. Minnaert, docent aan de Universiteit te Gent. Tweede gedeelte. De heren : E. P. van den Berghe, professor aan de Universiteit te Gent, bestuurder der Technische Scholen, voorzitter,F. BruleZy professor aan de Universiteit te Gent R, J. Kortmulder, professor aan de Universiteit te Gent, J. A. Vollgraff, professor aan de Universiteit te Gent, E. C. Witsenimrg, professor aan de Universiteit te Gent, M. Minnaert, docent aan de Universiteit te Gent.
Examen tot den academische graad van leerling ingenieur. Eerste gedeelte. De heren : E. P. van den Berghe, professor aan de Universiteit te Gent, bestuurder der Technische Scholen, voorzitter, F, Bridez, professor aan de Universiteit te Gent, A. Fornier, professor aan de Technische Scholen, E. Haerens, professor aan de Universiteit te Gent, R, J. Korimulder professor aan de Universiteit te Gent, J. J. P. Valeton, professor aan de Universiteit te Geni, J, A. Vollgraff, professor aan de Universiteit te Gent, A, Jacohy docent aan de Universiteit te Gent, M, Minnaert, docent aan de Universiteit te Gent, Tweede gedeelte. De heren : E, P. van den Berghe, professor aan de Universiteit te Gent, bestuurder der Technische Scholen, voorzitter, F, Bndez, professor aan de Universiteit te Gent, A. Fornier, professor aan de Technische Scholen, R. J. Kortmulder, professor aan de Universiteit te Gent, J. A. Vollgraff, professor aan de Universiteit te Geni, E, C. Witsenburg, professor aan de Universiteit te Gent, M, Minnaeri, docent aan de Universiteit te Gent.
Examen tot den academische graad van leerling conducteur. De heren: E, P. van den Berghe, professor aan de Universiteit te Gent, bestuurder der Technische Scholen, voorzitter, F. Brûlez, professor aan de Universiteit te Gent, E. Haerens, professor aan de Universiteit te Gent, J. J. P. Vaûton, professor aan de Universiteit te Gent, A. Jacob, docent aan de Universiteit te Gent, M. Minnaert, docent aan de Universiteit te Gent, B. Kimpe, docent aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool te Gent.
Examen tot den wettelijke graad van ingenieur der burgerlijke bouwkunde. Eerste gedeelte. De heren : E. P. van den Berghe, professor aan de Universiteit te Gent, bestuurder der Technische Scholen, voorzitter, H. E, Boeke, tijdelijk professor aan de Universiteit te Gent, A. Former, professor aan de Technische Scholen, E. Haerens, professor aan de Universiteit te Gent, A. De Jaegere, docent aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool te Gent, M. Minnaert, docent aan de Universiteit te Gent, B.Kimpe, docent aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool,
Examen tot den wettelijke graad van mijningenieur. Eerste gedeelte. De heren : E. P. van den Berghe, professor aan de Universiteit te Gent, bestuurder der Technische Scholen, voorzitter, H. E. Boeke, tijdelijk professor aan de Universiteit te Gent, C. De Bruyker, professor aan de Universiteit te Gent, A. Fornier, professor aan de Technische Scholen, E. Haerens, professor aan de Universiteit te Gent, F. Stoher, professor aan de Universiteit te Gent, J. J. P. Valeton, professor aan de Universiteit te Gent, J. Versluys, professor aan de Universiteit te Gent, M. Minnaert, docent aan de Universiteit te Gent, A. De Jaegere, docent aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool R. Kimpe, docent aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool.
Art. 2. ledere jury henoemt uit haar midden een secretaris.

Art. 3. In geval een jurylid verhinderd is, zal de bestuurder der Technische Scholen in diens vervanging voorzien.

Art. 4. De dagen der onderscheiden bovenvermelde examens, alsmede de dagen waarop de inschrijvingen voor die examens worden genomen, zijn bepaald als volgt :

1. Voorbereidend examen tot den wettelijke graad van kandidaat-ingenieur en toegangsexamen tot de academische graden. De eerste zittijd zal den Dinsdag 6 Augustus, de tweede zittijd den Dinsdag 8 oktober, telkens te 9 uur, in het gebouw der Technische Scholen (Plateaustraat) worden geopend. Inschrijvingen kunnen genomen worden : voor den eersten zittijd, tot den 8 Augustus ; voor den tweeden zittijd, tot den 6 october, op het Secretariaat in voormeld gebouw.

Examens tot den wettelijke graad van kandidaat ingenieur en tot academische graden van leerling ingenieur en van leerling-conducteur. De eerste zittijd zal den Dinsdag 23 Juli, de tweede zittijd den Dinsdag 1 oktober, telkens te 9 uur, in het gebouw der Technische Scholen (Plateaustraat) worden geopend. inschrijvingen kunnen genomen worden : voor den eersten zittijd tot den 20 Juli ; voor den tweeden zittijd, tot den 28 September, op het Secretariaat in Gouverneursgebouw.
Examens tot de wettelijke graden van ingenieur der burgerlijke bouwkunde en van mijningenieur. De eerste zittijd zal den Dinsdag 23 Juli, de tweede zittijd den Dinsdag 1 oktober, telkens te 10 uur in het gebouw der Technische Scholen (Plateaiustraat) worden geopend, Inschrijvingen kunnen genomen worden : voor den eersten zittijd, tot den 20 Juli, voor den tweeden zittijd, tot den 28 September, op het Secretariaat in voormeld gebouw.
Art, 5. De bestuurder der Technische Scholen is belast met de uitvoering dezer beschikking, die in het Wet- en Verordeningsblad zal verschijnen.

Brussel , den 12 juni 1918.
No. 61. - 22. juni 1918.
Beschikking.
Art. 1, Aan de gemeente Schelle (provincie Antwerpen), wordt, voor den gewone dienst van het lager onderwijs gedurende Het dienstjaar 1917, een buitengewone toelage van 2.500 frank (twee duizend vijfhonderd frank) verleend, om de bijkomende kosten, ontstaan ten gevolge van de toepassing der wet op het lager onderwijs, te helpen dekken ; genoemde som wordt uitgetrokken op Hoofdstuk VI, artikel 71, van de begroting van het Vlaams ministerie van Wetenschappen en Kunsten voor het dienstjaar 1917 (2e helft).
Art. 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel, den 13 juni 1918.
No. 61. - 22. juni 1918.
Bekendmaking. Bij Besluit van 18 april 1918 van den heer Generaal Gouverneur, is de heer Theodoor Minnaert, ingenieur en buurtwegkommissaris der provincie Brabant, benoemd tot werfopziener hij het beheer der gemeentewegen van het Vlaams ministerie van Landbouw en Openbare Werken.
Brussel , den 15 juni 1918.
No. 62. - 26. juni 1918.
Beschikking betreffende het vaststellen der onderhoudskosten voor de in de Weldadigheidsgestichten, Krankzinnigengestichten, enz., ondergebrachte personen, voor het jaar 1918.
Art. 1. De prijs van den onderhoudsdag van de in de weldadigheidsscholen ondergebrachte personen, wordt voor het jaar 1918 op 3 frank voor jongens en 2 frank voor meisjes vastgesteld. De prijs van den onderhoudsdag van de in Bewaargestichten te Merksplas en te Bekheim ondergebrachte Franse krankzinnigen, wordt voor het jaar 1918 op 2.40 frank vastgesteld. De verblijfkosten voor de geleiders van krankzinnigen wordt op 6 frank, 10 frank en 15 frank vastgesteld, naar gelang de terugreis plaats vindt op denzelfden, op den tweeden of op den derden dag. Deze schadeloosstelling is onafhankelijk van de volgens Artikel 1 der verordening van 30 augusttus 1903 te betalen reiskosten.
Art. 2. De prijs van den onderhoudsdag der in de Bedelaarsgestichten en Toevluchtshuizen, evenals der tijdelijk in de Gevangenissen ondergebrachte personen, wordt voor het jaar 1918 in zulke mate verhoogd, dat er moet betaald worden :
A. In de Bedelaarsgestichten en Toevluchtshuizen, voor gezonde mannen en voor gezonde vrouwen, en voor zulke zieken, wier gezondheidstoestand gene bijzondere verpleging vereist fr. 1.80 B.
In de Bedelaarsgestichten en Toevluchtshuizen : a) voor zieke mannen en vrouwen, wier gezondheidstoestand ene bijzondere verpleging vereist /r. 2.49 266
b) voor kinderen van 3 maanden tot 2 jaar oud, welke zich hij hun moeder bevinden fr. 0.75
Art, 3, De prijs van den onderhoudsdag van de in de Gods- en Gasthuizen ondergebrachte niet krankzinnige behoeftigen, wordt voor het jaar 1918 met 60 centiem verhoogd boven den in het Koninklijk Besluit van 24 maart 1914 (Moniteur belge van 29 maart 1914, nr. 88) vastgestelden 'prijs.
Art. 4. De pyrijs van den onderhoudsdag van krankzinnige behoeftigen, welke in Krankzinnigengestichten, Bewaarplaatsenf tijdelijke en doorgangsgestichten opgenomen zijn, wordt voor het jaar 1918 verhoogd met 60 centiem boven den in het besluit van 25 maart 1914 (Moniteur belge van 29 maart 1914, nr. 88) vastgestelde prijs. De „Verwaltungschef fur Flandern' wordt met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel den 6 juni 1918.
No. 62. - 26. juni 1918.
Verordening houdende wijziging van het invoerrecht op zout.
Ter wijziging van § 2, lid 1, mijner verordening van 9 juni 1917, waarbij een tolrecht op het zout wordt gevestigd (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, bl. 3853), beaal ik het navolgende : Zout van om het even welken aard (salinezout, gemalen steenzout en alle ander zout) is bij invoer uit het buitenland in België onderworpen aan een invoerrecht, bedragende 16 frank per 100 kg.
Brussel , den 13 juni 1918.
No. 62. - 26. juni 1918.
Bekendmaking. ** Op grond mijner verordening van 19 juni 1917 betreffende de Oogstcommissies , evenals der uitvoeringsbepalingen van 19 juni 1917 tot deze verordening heb ik, op voorstel der centrale Oogstcommissie (Zentral-Ernte-Kommission), de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, zemelen, meel en brood voorshands als volgt vastgesteld :
voor tarwe (mengtarwe)uit stapelplaats of molen geleverd .... frank 73.82 per 100 kgr. voor rogge (inlandse) uit stapelplaats of molen geleverd „ 40.46 „ „ „
voor masteluin uit stapelplaats of molen geleverd „ 43.90 „ „ „
voor ongepelde spelt uit stapelplaats of molen geleverd „ 42.78 „ „ „
voor zemelen uit stapelplaats of molen geleverd „ 21.50 „ „ „
voor tarwemeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 84.18 „ „ „
voor roggemeel aan hakkers of verbruikers geleverd „ 49.78 „ „ „
voor masteluinmeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 53.33 „ „ „
voor tarwebrood aan verbruikers geleverd „ —.71 „ kg.
Deze hoogste prijzen worden op 1 Juli 1918* van kracht.
De provinciale Oogstcommissies (Provinzial-Ernte-Kommissionen) zijn bevoegd, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten, op verzoek of na raadpleging van de burgemeester telkens een lageren hoogsten prijs voor brood, tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt, vast te stellen. Voor de verkoop van koren door de verbouwers aan het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit,blijven de hoogste prijzen, vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen tot de verordeningvan 19 Juli 1917, betreffende de Oogstcommissies, van kracht.
Brussel , den 15 juni 1918.
No. 62. - 26. juni 1918.
Bij besluit van 15 juni 1918* van den heer Generaal Gouverneur, is de heer Hendrik Guis, gewezen politieagent, tot politiekommissaris der gemeente Merelbeke provincie Oostvlaanderen) benoemd.
Brussel , den 18 juni 1918.
No. 62. - 26. juni 1918.
Bekendmaking betreffende het examen van leraar en lerares In het tekenen aan de inrichtingen van Middelbaar en Middelbaar Normaal Onderwljs.
Art. 1. De jury, in 1918 belast met het afnemen van het examen van leraar en lerares in het tekenen hij het Middelbaar en Middelbaar Normaal Onderwijs, zal van 15 September af zetelen in de lokalen van de Rijks Middelbare Normaalschool, Broekstraat 70 te Brussel .
Art. II. Leergangen, voorbereidende tot het examen, zullen gegeven worden in dezelfde richting van 1 tot 15 Augustus.
Art. III. De inschrijvingen zijn in te zenden hij het Hoofdbestuur van het Middelbaar Onderwijs, Liefdadigheidsstraat 25 te Brussel . Na 15 Juli worden geen aanmeldingen voor de voorbereidende leergangen meer aanvaard. Na 15 augustus worden geen aanmeldingen meer aanvaard voor het examen.
De aanmeldingsbrieven zullen opgeven : naam en voornamen der kandidaten, adres, geboorteplaats en -datum, aard van de getuigschriften en diploma's, welke men reeds bezit, examen voor hetwelk men zich aanmeldt en verder alle nuttige inlichtingen. Met onvolledige aanmeldingen wordt geen rekening gehouden.
Art. IV. De kandidaten, die zich op tijd laten inschrijven, melden zich, zonder verdere oproeping, in het voornoemd lokaal aan, te 10 uur 's morgens. Zij zullen zorg dragen zich op de openingszitting te voorzien van hun oorspronkelijk onderwijzersdiploma of van een voor echt verklaard afschrift er van.
Brussel , den 15 juni 1918.
No. 63. - 29. juni 1918.
Besluit. Op voorstel van den „Pràsident der Zivilverwaltung'* (Voorzitter van het burgerlijk bestuur) der provincie Brabant en van dm gemeenteraad der stad
Brussel , besluit ik, overeenkomstig met keizerlijk decreet van 10 Brumaire, Jaar XIV, het navolgende : Enig Artikel. 1. De beheerraad van de godshuizen en van het armwezen der stad Brussel is gemachtigd, overeenkomstig het in zijn zitting van 30 oktober 1917 genomen besluit aan het onder zijn beheer staande gasthuis Brugmann, 2 gebouwen op te richten, bestemd voor huidziekten en zieke kinderen en, voor het oprichten van deze gebouwen 100.000 frank (honderd duizend frank) te besteden.
2. Een aanvullend krediet van hetzelfde bedrag wordt daartoe aan genoemd beheer verleend. De „Verwaltungschef' (Hoofd van het burgerlijk bestuur) voor Vlaanderen is met de uitvoering van dit besluit belast,
Brussel , den 30 mei 1918.
No. 63. - 29. juni 1918.
Verordening ** tegen den woekerhandel in vee en vlees.
Ter aanvulling van de verordening tegen den woekerhandel (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België en, onder opheffing van de verordening van 30 mei 1916, betreffende den handel in slachtvee (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, hl. 2235), verorden ik het navolgende voor het Vlaams bestuursgebied :
Art. 1. Met ingang van 1 juli 1918*, is de beroepshandel in vee en vlees zonder bijzondere schriftelijke toelating verboden, ook voor handelaars van beroep, die reeds voor 1 Augustus 1914 zelfstandig handel dreven. Al de vroeger verleende toelatingen zijn van 1 juli 1918* af ongeldig. De toelating wordt, in gemeen overleg met den „Gouvernement Veterinairs'' (Gouvernementsveearts) verleend door den „Pràsident der Zivilverwaltung'' (Voorzitter van het burgerlijk bestuur) in wiens ambtsgehied de handelsinrichting gevestigd is. Zij is herroepelijk en kan afhankelijk gemaakt worden van bepaalde voorwaarden en verplichtingen. Zij geldt als toelating voor liet uitoefenen van het beroep in de provincie, waarvoor zij verleend is ; zij kan echter, door een daarop te plaatsen vermelding van den bevoegden „Pràsident der Zivilverwaltung' ook voor andere provincies geldig gemaakt worden. Toelatingen voor het gehele gebied van het „Generalgouvernemen (Generaal-Gouvernement) worden verstrekt door de „Verwaltungschefs'' (Hoofden van het burgerlijk bestuur) , in gemeen overleg met de „ Veterinàrabteilung' ' ( Veeartsenijkuridige Afdeling) van het ,,Generalgouvernement'
Art. 2. De voorschriften van artikel 1 zijn ook toepasselijk op ondernemers of vennootschappen, die, zonder dat daarbij gewin wordt beoogd, in geregeld handelsverkeer vee of vlees voor de bevoorrading van de bevolking opkopen of afzetten, zomede op de ondernemers van fabrieken van vleeskonserven; zij zijn voorts van toepassing op de personen die, in opdracht van vee- of vleeshandelaars van beroep of van bovenbedoelde ondernemers of vennootschappen, vlees kopen of verkopen.
Art. 3. De personen, die overeenkomstig artikel 1 de toelating hebben verkregen om handel te drijven in vee en vlees, evenals hun lasthebbers, moeten, gedurende de uitoefening van hun beroep,het toelatingsbewijs op zich dragen. Zij moeten, alvorens een koophandeling af te sluiten, den verkoper inzage geven van hun toelatingsbewijs en van hun eenzelvigheidsbewijs. Het toelatingsbewijs moet, op aanvraag, aan de lasthebbers van de Duitse overheden getoond worden.
Art. 4. De personen, die de toelating hebben verkregen om handel te drijven in vee en vlees, moeten, overeenkomstig het hieraan toegevoegd model, boekhouden over hun aan- en verkopen van vee en vlees.
Art. 5. De voorschriften van deze verordening zijn niet toepasselijk op den aan- en verkoop van vlees in den kleinhandel.
Art. 6. De „Verwaltungschef'' is gerechtigd, uitvoeringsbepalingen tot deze verordening uit te vaardigen.
Art. 7. Overtredingen van deze verordening worden gestraft overeenkomstig de strafvoorschriften der verordening 10 juni 1917 tegen den woekerhandel. Iedere 1 november 1917 handeling in strijd met vorenstaande verordening valt voor Het overige eveneens onder toepassing van genoemde verordening. De krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel , den 20 juni 1918.
No. 68. - 29. juni 1918.
Verordening ** houdende verbod, vee te kopen of te verkopen onder beding van latere levering.
Art, 1, Het is verboden vee te kopen of te verkopen, indien de levering en de betaling niet binnen 14 dagen na den koop of den verkoop bedongen is, Reeds afgesloten koopverdragen, waarin een langere leveringstermijn is voorzien, zijn van nul en gener waarde, voor zover de verkoper het vee of het vlees er van nog in handen heeft De bevoegde ,,Pràsidenten der ZivUverwaltung* (voorzitters van het burgerlijk bestuur) kunnen, in gemeen overleg met de Veterinarabteilung" (Veeartsenijkundige Afdeling) bij het Gouvernement uitzonderingen op dat verbod toestaan.
Art. 2. Overtredingen worden met ten minste 1 maand en ten hoogste 1 jaar gevangenis en met een geldboete van ten minste 1000 en ten hoogste 100.000 mark of met een van beide straffen gestraft. Bovendien wordt het in strijd met het verbod verhandeld vee of vlees er van verbeurdverklaard. De poging tot overtreden is strafbaar. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgshevelhehhers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 3, Deze verordening wordt den dag harer afkondiging van kracht.
Brussel , den 20 juni 1918*,
No. 63. - 29. juni 1918.
Beschikking. Overeenkomstig artikel 4 der verordening C. C. Illh 2383 van 20 Jupii 1917 betreffende de voorwaarden tot aanvaarding en de toegangsexamens aan de hij de Staatsuniversiteit te Gent toegevoegde Hogere School voor Handelswetenschap alsmede artikel 7 der verordening C C. Illh 2388 van 20 juni 1917, betreffende het examen tot den graad van licentiaat in de handelswetenschap aan voornoemde Hogere School, Onder wijziging der beschikking Illh 247 van 29 Augustus 1917 bepaal ik :
Art. 1. De examencommissies, voor het studiejaar 1917- 1918, belast met het afnemen aan de hij de Universiteit te Gent toegevoegde Hogere School voor Handelswetenschap van de na vermelde examens, zijn samengesteld dis volgt
1. Commissie voor bet toegangsexamen. De heren : B, Claeys professor aan de Universiteit te Gent, bestuurder der Hogere School voor Handelswetenschap, voorzitter, J. Mees professor aan de Universiteit te Gent, J. A. Vollgraff, professor aan de Universiteit te Gent, M. Minnaert, docent aan de Universiteit te Gent, P. Thihau, docent aan de Universiteit te Gent, R, Van Sint Jan, docent aan de Hogere School voor Handelswetenschap.
2. Commissie voor het examen tot den graad van licentiaat in de handelswetenschap.
a) Voor het eerste examengedeelte. De heren : R. Claeys, professor aan de Universiteit te Gent, bestuurder der Hogere School voor Handelswetenschap, voorzitter, R. Van Sint Jan, doceren aan de Hogere School voor Handelswetenschap, P, Thibau, docent aan de Universiteit te Gent, A, L. Van den Brande, docent aan de Hogere School voor Handelswetenschap, F, Sandbergen, docent aan de Hogere School voor Handelswetenschap, J. Mees, professor aan de Universiteit te Gent, H, Boeke, professor aan de Universiteit te Gent, B. Huybreghts, professor aan de Universiteit te Gent, A. Van Roy, professor aan de Universiteit te Gent,
b) Voor het tweede examengedeelte. De heren : R, Claeys, professor aan de Universiteit te Gent, bestuurder der Hogere School voor Handelswetenschap, voorzitter, B. Van Sint Jan, docent aan de Hogere School voor Handelswetenschap, P. Thihau, docent aan de Universiteit te Gent, A. L. Van den Brande, docent aan de Hogere School voor Handelswetenschap J. Van den Bussche, docent aan de Hogere School voor Handelswetenschap, M. Ohoussier, docent aan de Hogere School voor Handelswetenschap, H. Boeke, professor aan de Universiteit te Gent, A. Van Boy, professor aan de Universiteit te Gent, J. Mees, professor aan de Universiteit te Gent,
Art. 2. Iedere commissie stelt uit haar midden enen secretaris aan.
Art. 3. De bestuurder der Hogere School voor Handelswetenschap is met de uitvoering van deze beschikking belast.
Brussel , den 21 juni 1918.
No. 68. - 29. juni 1918.
Bekendmaking. Bij besluit van 30 maart 1918 van den heer Generaal Gouverneur in België, is de wettelijke erkenning verleend aan de Onderlinge Maatschappij voor de verzekering tegen sterfte van het vee, gezegd : ,,Sint Isidorusgilde'' te Tielen (provincie Antwerpen).
Brussel, den 18 juni 1918
No. 68. - 29. juni 1918.
Bekendmaking. Bij besluit van 23 maart 1918 van den heer Generaal Gouverneur in België zijn de wijzigingen toegebracht aan de artikel der statuten van de Onderlinge Maatschappij voor de verzekering tegen de sterfte der paarden : Paardenverzekering Sint-Isidorus", gevestigd te Lubbeek (Brabant), goedgekeurd,
Brussel , den 18n juni 1918.
No. 63. - 29. juni 1918.
Bekendmaking betreffende de verhoging van den abonnement - en aankondigingsprijs van het Wet- en Verordeningsblad en het bijblad. Met het oog op de vermeerdering van de kosten voor het uitgeven van het Wet- en Verordeningsblad voor Vlaanderen, wordt de abonnementsprijs van dat blad met ingang van 1 Juli 1918* 6.25 frank per kwartaal, en de aankondigingsprijs op 75 centiem per regel of per ruimte van een regel gebracht. Van den zelfde dag af, bedraagt de abonnementsprijs van het bijblad van het Wet- en Verordeningsblad voor Vlaanderen 15 centiem per vel van 8 bladzijden, en de aankondigingsprijs een frank per regel of per ruimte van een regel. Te dezer gelegenheid wordt verwezen naar de verordening van 13 december 1917 van den heer „Generalgouvemeur" (Generaal Gouverneur) (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, bl. 4899) luider welke alle bekendmakingen slechts dan voor het gehele gebied van het generaal gouvernement" (Generaal Gouvernement) wettelijke uitwerking hebben wanneer zij in beide Wet en Verordeningsbladen verschijnen. De aanvragen tot bekendmaking van aankondigingen in het hoofdblad van het Wet- en Verordeningsblad voor Vlaanderen zijn aan de Staatsdrukkerij te
Brussel , die tot bekendmaking van aankondigingen in liet hoofdblad van het Wet' en Verordeningsblad voor Wallonië aan het dienstkantoor van dat blad ie Namen (rue du Luxembourg 1) te richten. Voor de openbaarmaking in ieder blad is de volle aankondigingsprijs te betalen. De aanvragen tot bekendmaking van uitnodigingen tot algemene vergaderingen van handelsvennootschappen moeten ten laatste een maand voor den dag der vergadering ingediend worden.
Brussel , den 25 juni 1918.
No. 63. - 29. juni 1918.
Bekendmaking betreffende het afnemen van het examen van lerares in de nuttige handwerken b|j het Middelbaar Onderwijs.
I. De jury, in 1918 belast met het afnemen van het examen van lerares in de nuttige handwerken hij het middelhaar onderwijs, zal van 26 Augustus af, te 10 uur 's morgens, zetelen in de Rijks Middelbare meisjesschool, te Schaarbeek.
II. Voorbereidende leergangen tot de examens zullen in dezelfde school plaats hebben van 12 tot 24 Augustus.
III. Tot dit examen worden toegelaten de personen, die houdster zijn van het diploma van lerares hij het middelbaar onderwijs van den lageren graad of ontslagen werden van het vereiste diploma.
IV. De aanmeldingen zijn in te zenden hij het Hoofdbestuur van het Middelbaar Onderwijs, Liefdadigheidsstraat 25 te Brussel .De aanmeldingsbrieven moeten opgeven : naam en voornaam, geboorteplaats en -datum, beroep, adres, aard van de diploma's en getuigschriften welke de recipienda reeds bezit en verder alle nuttige inlichtingen. Met onvolledige aanmeldingen wordt geen rekening gehouden. Op 15 Juli worden de inschrijvingen gesloten. Aanmeldingen, die te laat inkomen, worden niet meer in aanmerking genomen.
V. De recipiendae worden opgeroepen door den voorzitter van de jury. Bij het begin van het examen moeten ze hun diploma of het bewijs van ontslaging van het gewenste diploma aan de jury overleggen.
Brussel , den 18 juni 1918.
 

 
 


 

 

Vorige pagina    Indexpagina volgende pagina

OF GA TERUG MET DE BACKTOETS


Kent U de v.z.w. KONINKLIJKE OUDHEIDKUNDIGE KRING VAN HET LAND VAN WAAS
(afgekort K.O.K.W.)

niet, of wil je meer weten over de doelstelling
en werking van deze kring, klik dan
"hier voor Werking K.O.K.W".

DOCUMENTATIE CENTRUM
M.Z. Zamanstraat 49 9100 Sint-Niklaas
Zaterdagen 9u30 tot 12u30
Documentatie centrum
gesloten in juli en aug.