Dagboek Raphaël Waterschoot
Gesetz- und Verordnungsblatt fur die okkupierten Gebiete Belgiens.
Bulletin officiel des Lois et Arrêtés pour le territoire belge occupé.
Wet en Verordeningsblad voor de bezette strekenvan België.

(TEXTES OFFICIELS door mij aangepast na omzetting)

RÉDIGÉE PAR CHARLES HENRY HUBERICH

DOCTEUR EN DROIT, ANCIEN PROFESSEUR DE DROIT À L'UNIVERSITÉ STANFORD (CALIFORNIE).
MEMBRE DU BARREAU DE LA COURSUPRÊME DES ÉTATS UNIS DE L'AMÉRIQUE,
AVOCATLA HAYE • PARIS - BERLIN - HAMBOURG
ET
ALEXANDER NICOL-SPEYER
DOCTEUR EN DROIT, AVOCAT À LA COUR DE CASSATION DES PAYS-BAS
LA HAYE - ROTTERDAM

TREIZIEME SERIE

1 Octobre—28 Decembre 1917

 (Nos 398-429) 

MARTINUS NIJHOFF LA HAYE 1918  

Gesetz- und Verordnungsblatt fur die okkupierten Gebiete Belgiens.

Bulletin officiel des Lois et Arrêtes pour le territoire belge occupe.

Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van Belgiê.

No. 398. - 1. oktober 1917. VERORDENING

De met drie sterretjes gemerkte Verordeningen worden ook door middel van aanplakbrieven bekend gemaakt, Ale andere Verordeningen moeten door de gemeente-overheid volgens de gebruikelijke wijze van bekendmaken vooral aan de belanghebbenden medegedeeld worden.
No. 398. - 1. oktober 1917. Verordening (voor Vlaanderen),betreffende het getuigschrift van bekwaamheid tot het ambt van kantonnaal schoolopziener van het lager onderwijs.
Art. 1. Artikel 11 van het koninklijk besluit van 1 Februari 1896 (Belgisch Staatsblad, bl. 499) is opgeheven.
Art. 2. De tekst van het getuigschrift, voorgeschreven bij het koninklijk besluit van 1 februari 1896, is gewijzigd als volgt :

Na de woorden : „De jury door de Regering, in uitvoering van het koninklijk besluit van 1 februari 1896 '.', wordt het volgende ingelast : „gewijzigd bij Verordening van 23 Mei 1917".

Aan het slot van den tekst wordt een bemerking toegevoegd, waaruit blijkt, op welke der in artikel 8 bedoelde wijzen het examen afgelegd werd.

Brussel, den 20n Juli 1917.
No. 398. - 1. oktober 1917. Verordening voor Vlaanderen. Het 2e en 3de lid van artikel 47 van het koninklijk besluit gedagtekend 14 oktober 1890, houdende organiek reglement van de kommissie tot bekrachtiging der akademise diploma's, zijn voorshands als volgt gewijzigd :

Met het oog op de huidige bijzondere toestanden, is de vergoeding voor reiskosten en verblijf van de voorzitters en leden van de kommissie tot bekrachtiging der akademische diploma's, bij wijziging van artikel 47 van het koninklijk besluit gedagtekend 14 oktober 1890, voorshands als volgt vastgesteld :

De voorzitters en leden van de kommissie tot bekrachtiging der akademische diploma's, die wonen in gemeenten, weïke meer dan 8 kilometer van Brussel gelegen zijn, bekomen :

1) 1.50 fr. per 5 kilometer spoorweg en 2.50 „ „ 5 „ gewonen weg

2) 25 fr. vergoeding per zittingsdag.

Brussel, den 15n Augustus 1917.
No. 398. - 1. oktober 1917. Verordening

betreffende de getuigschriften van middelbare studlen en de voorbereidende examens.

Ter wijziging van artikel 3 van de Verordening van 13 Juni 1917, betreffende de getuigschriften van middelbare studiën en de voorbereidende examens (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3885), verorden ik het navolgende :

De bevoegdheid van de jury, die bij Verordening van 8 Augustus 1917 voor het Vlaams bestuursgebied samengesteld is, omvat ook het Waals bestuursgebied, zolang hiervoor geen eigen jury is samengesteld.

Brussel, den 21n september 1917.
No. 398. - 1. oktober 1917. Betreffende het verbod van betaling tegenover Siam, Liberia en China en het verbod om over het vermogen te beschikken tegenover onderdanen van China en China
Art 1. De voorschriften van de verordening van 3 november 1914, betreffende het verbod van betaling tegen-Engeland en Frankrijk, gewijzigd bij de Verordening van 12 August s 1915 (Wet- en Verordeningsblad voor van België, nrs 10 en 109), zijn bij wijze van vergelding toepasselijk verklaard op Siam, Liberia en China.

De toepassing is aan volgende beperkingen onderworpen:
1) Voor de vraag,of het verbod van betaling en de schorsing tegenover de overnemer geldt of niet (artikel 2, 2e lid van de Verordening), komt niet de woonplaats of de zetel van den overnemer in aanmerking, maar enkel en alleen het feit of de overneming voor Siam na of voor 22 Juli 1917, voor Liberia na of voor 4 Augustus 1917 en voor China na of voor 14 Augustus 1917 heeft plaats gehad.
2) De aanduidingen omtrent de tijdsbepaling van het van kracht worden der Verordening van 3 november 1914 worden vervangen door de tijdsbepaling van het in werking treden dezer Verordening.
Art. 2. Als vijandelijke Staten in den zin van de Verordening van 5 Mei 1916, betreffende het vermogen van onderdanen van vijandelijke Staten (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr 212) zijn eveneens te beschouwen Siam en China, met dien verstande echter, dat wat Siam betreft 22 Juli 1917 wat China betreft 15 Augustus 1917 de in artikel 1 aangegeven tijdsbepaling 9 oktober 1915 vervangt.

Brussel, den 22n september 1917.

No. 398. - 1. oktober 1917. Verordening

Betreffende den Hogeren Raad voor Handel en Nijverheid. (Voor Vlaanderen.) In aanvulling van het koninklijk besluit van 15 Januari 1896, is bij den Hogeren Raad voor Handel en Nijverheid, het ambt van deskundig verslaggever ingesteld.

Brussel, den 22n september 1917.
Beschikking.

De heer Leo Meert, fabrikant, zal bij den Hogeren Raad voor Handel en Nijverheid het ambt van deskundig verslaggever, ingesteld bij Verordening van heden, waarnemen. Mijn beschikking IV 2 van 30 Juni 1917 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 4325) is dienovereenkomstig gewijzigd.

Brussel, den 22n september 1917.
No. 398. - 1. oktober 1917. Uitvoeringsbepalingen ***

tot de Verordening van 22 september 1917, houdende regeling van den handel in beten, rapen, koolrapen en wortelen van elke soort.Overeenkomstig artikel 4 van de Verordening van 22 september 1917, houdende regeling van den handel in beten, rapen, koolrapen en wortelen van elke soort, wordt het navolgende bepaald :
Art. 1. Alle toelatingen voor het vervoer per spoorweg, per schip of per as van beten, rapen, koolrapen en wortelen van elke soort, zijn aan te vragen bij den burgerlijken Kommissaris (Zivilkommissar) uit wiens ambtsgebied deze veldvruchten vervoerd moeten worden. Voor de aanvraag zal men gebruik maken van het formulier A, dat in dubbel exemplaar moet ingediend worden. Voor de verzending per spoorweg of per schip moeten de vereiste verzendingsbescheiden, behoorlijk ingevuld, bijgevoegd worden.
Art. 2. De vervoertoelating wordt gegeven door het afstempelen van . een vervoerbewijs en het afstempelen van de verzendingsbescheiden. De toelating kan afhankelijk gemaakt worden van zekere voorwaarden en prestatie*. Zodra het vervoer geëindigd is en ten laatste binnen den in het toelatingsbewijs aangegeven termijn, moet het bewijs met de verzendingsbescheiden teruggegeven worden aan de overheid, die ze afgeleverd heeft.
Art. 3. Het aardappelbevoorradingskantoor (Kartoffelversorgungsstelle) kan aan afzonderlijke gemeenten, bonden tot nut van Het algemeen en nijverheidsondernemers bepaalde gebieden voor den aankoop van beten, rapen, koolrapen en wortelen aanwijzen. De aanvragen moeten met behulp van bijgaand formulier B opgesteld en bij den bevoegden burgerlijke Kommissaris ingediend worden.
Art. 4. Het is verboden :

1. Beten, rapen, koolrapen en wortelen van elke soort zonder geleibrief te vervoeren, of ten vervoer aan te nemen buiten de gemeente, waarin zij gewonnen werden.

2. Beten, rapen, koolrapen en wortelen te verkopen, te kopen of er anderszins over te beschikken, wanneer men zeker is of, naar de omstandigheden te oordeelen, moet aannemen dat zij zonder de voorgeschreven toelating vervoerd zijn of zullen vervoerd worden,

3. Onjuiste verklaringen te doen om de vervoertoelating voor beten, enz., te bekomen.

4. Te handelen in strijd met de bepalingen op het vervoer.

5. Een vervoertoelating meer dan eenmaal te benuttigen of die te behouden zonder daar recht toe te hebben (Artikel 2, 2e lid).
Art. 5. De bevoegde burgerlijke Kommissarissen kunnen doorlopende geleibrieven afleveren voor het vervoer van wortelen naar de markten. Voor het vervoer van wortelen met voertuigen die door mensen of honden worden getrokken, is geen vervoertoelating vereist.
Art. 6. De bepalingen van deze Verordening zijn niet toepasselijk op de suikerbeten ; voor deze zal een bizondere uitvoeringsVerordening uitgevaardigd worden.

Art. 7. Wie de bepalingen van deze Verordening overtreedt, wordt overeenkomstig artikel 5 van de Verordening van 22 september 1917 van den heer Generalgouverneur, met hechtenis of Un hoogste een jaar gevangenis of met ten hoogste 10.000 mark boete gestraft ; beide straffen kunnen ook tegelijk worden uitgesproken ; daarenboven kunnen de waar en de vervoermiddelen verbeurd verklaard worden.

Brussel, den 22n september 1917.
FORMULIER A.

(Aanvraag tot het bekomen van een vervoertoelating voor beten, rapen, koolrapen of wortelen). hem

De ondergetekende verzoek— haar een toelating te verlenen voor hun voor het vervoer van kg.( *) van naar met (**)

De beten, enz. t zijn bestemd : Voor het eigen gebruik

Om af te leveren aan ie

De levering geschiedt door ik wij verplichte(n) de voorwaarden, die —- voor de toelating door ons ons werden opgelegd. na te komen.

Ik

Wij . verzeker( en), dat de bovenstaande aangiften juist en volledig zijn.

(*) De soort nader bepalen.

(**) soort van vervoermiddel.

Den heer burgerlijke Kommissaris te

No. 398. - 1. oktober 1917. FORMULIER B.

(Aanvraag tot het bekomen twn een toelating voor het aankoopen ton beten, rapen, koolrapen of wortelen binnen een bepaald gebied).

De ondergetekende ondernemer, gemeente gemeentemagazijn vraagt (vragen) de toelating kgr. beten, rapen, koolrapen en wortelen aan te kopen, en **l(*) te verdelen over de volgende gebieden :

De aankoop wordt gedaan door

De beten, rapen, koolrapen en wortelen zijn bestemd voor

ik wij verplicht(en) —- de voorwaarden, die—- voor de toelating door ons werden opgelegd, na te komen. Ik wij verzeker(en), dat bovenstaande aangiften juist en volledig zijn.
De soort nader bepalen. Den heer burgerlijke Kommissaris

te ……………………….

No. 399. - 4. oktober 1917. Beschikking.
Art. 1. Overeenkomstig artikel 11, le en 2e lid, der organieke wet van 15 Juli 1849 op het hoger onderwijs, zijn, op voorstel der betrokken faculteiten der Universiteit te Gent, in uitbreiding van het programma der lessen aan deze Universiteit, de hiernavolgende wijzigingen en nadere bepalingen getroffen, betreffende zekere leergangen :
I. In de Faculteit der Wijsbegeerte en Letteren.

1. Dr. J. De Decker, bij beschikking van 22 Juli 1916 benoemd tot gewoon  hoogleraar in de classieke philologie, is belast met de hiernavolgende colleges en oefeningen : Geschiedenis der Latijnse letterkunde^gii aQ£, Vertalen en verklaren van Latijnse schrijvers in de kandidatuur en in het doctoraat (jpartim) ; Romeinse geschiedenis met oefeningen ; igoiiiM Historische kritiek toegepast op de Romeinse geschiedenis> { >?§oqoi ïeb m xiegnudeU Romeinse Staatsinstellingenj^i^' rfoiuG ,18 Latijnse epigraphte ; alsook tijdelijk, met : Griekse geschiedenis ; Philologische oefeningen in de Griekse en Latijnse taal in de kandidatuur (jpartim) ; Vertalen en verklaren van Griekse schrijvers in de kandidatuur (jpartim).

2. Dr. E. C. Godee-Molsbergen, bij beschikking van 28 Augustus 1916 benoemd tot gewoon hoogleraar in de buiteneuropese geschiedenis, in het bijzonder, in de koloniale en de politieke aardrijkskunde, is van den leergang in de politieke aardrijkskunde ontslagen en belast met de hiernavolgende colleges en oefeningen : Staatkundige geschiedenis der moderne tijden met oefeningen ; nistorische kritiek toegepast op de moderne geschiedenis ; Staatsinstellingen der moderne tijden ; rzicht van de hedendaagsche geschiedenis ; rteneuropese geschiedenis ; Koloniale geschiedenis en geschiedenis van de kolonisatie.

3 S. Dr, K. F. K< oewaahf bij bmchikking van 2 september 1916 benoemd tot gewoon hoogieeraar in de geschiedenis der Duitse letterkunde en in de wetenschappelijke grammatica der Duitse taal, is belast buiten den leergang in de geschiedenis van de Duitse letterkunde, alsook met de niernavolgende colleges en oefeningen : Verklaren van Duitse schrijvers met philologische oefeningen in het docioraat ; Geschicdkundige grammaHca van de Duitse taal; Goti alsook tijtlclijk, met Vertalen en verklaren van Duitse schrijvers in de kandidatuur ; Philologische oefeningen in de Duitse taal in de candiâatuur.

4. Dr. W. A. Baehrens, bij beschikking van 16 Augusttus 1916 benoemd tot buitengewoon  hoogleraar in de classieke philologie, is belast met de hiernavolgende colleges en oefeningen : Vertalen en verklaren van Griekse en Latijnse schrijvers in de kandidatuur en in liet doctoraat (partim); Vergelijkende grammatica, in het bijzonder deze van het Grieks en Latijn ; Beginselen der Griekse en der Latijnse paleographie ; Encyclopedie der classieke philologie ; alsook tijdelijk, met : Philologische oefeningen in de Griekse en Latijnse taal in de kandidatuur (jpartim) ; Overzicht van de staatsinstellingen van Borne.

5. Dr. P. Menzerath, bij beschikking van 10 oktober 1916 benoemd tot buitengewoon  hoogleraar in de zielkunde en, bij beschikking van 25 oktober 1916, bovendien tijdelijk aangesteld voor het onderwijs in de Romaanse taïen en letterkunde, is belast, buiten de colleges en oefeningen, bestemd voor de studenten van de faculteit der wijsbegeerte en letteren, namelijk : Zielkunde en eerste begrippen van ontleedkunde en physiologie ; Grondige studie van vraagstukken uit de zielkunde ; Critische ontleding van philosophische werken ; Oefeningen in de zielkunde ; alsook met een college in de : Zielkunde en eerste begrippen van ontleedkunde en physiologie van den mensch voor de studenten van de faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen (kandidatuur) en een college in de : Zielkunde met praktische oefeningen voor de studenten van de faculteit der geneeskunde ; alsook, zooals voorheen HjdeUpc. met het college in de Geschiedenis der Franse letterkunde.

 6. Dr. V. Tack, algemeen bestuurder van het hoger onderwijs aan het ministerie van Wetenschappen en Kunsten, bij beschikkinq van 12 Augustus 1916 benoemd tot gewoon eere- hoogleraar in de Nederlandsche philologie, is belast met het college in : Geschiedenis der Nederlandse letterkunde in de kandidatuur ; alsook tijdelijk, met de hiernavolgende colleges en oefeningen : Vertalen en verklaren van Engelsche schrijvers in de kandidatuur ; Phychologische oefeningen in de Engelse taal in de kandidatuur ; Geschiedkundige grammatica der Nederlandse taal in het doctoraat ; Vergelijkende grammatica, in het bijzonder deze der Germaanse talen in het doctoraat.

7. Dr. Il Meert, algemeen bestuurder van het middelbaar onderwijs aan het ministerie van Wetenschappen en Kunsten, bij beschikking van 18 november 1916 benoemd totaewoon eere- hoogleraar in de Nederlandse philologie, is belast, buiten Oef le Nederlandse taal, bestemd voor de van de faculteit der wijsbegeerie en leUeren, als- Stijloefen\ in de Nederlandse taal voor de studenten van de voorbereidende  afdeling der School voor burgerlijke bouwkunde en der School voor kunsten en fabne

8. Dr. L. Brûlez, bij beschikking van 29 Juli 1916 benoemd tot docent in de wijsbegeerte, is belast met de hiemavolgende colleges en oefeningen : Algemene en bijzondere metaphysica; Logica ; Praktische oefeningen in de wijsbegeerte ; Grondige studie van vraagstukken uit de logica ; Critische ontleding van een philosophisch werk ; alsook met : Logica en ethica in de faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen.

9. Dr. A. Vlamynck, bij beschikking van 2 september 1916 benoemd tot docent in de paleographie en geschiedkundige hulpwetenschappen, is belast met de hiernavolgende colleges en oefeningen : Paleographie der Middeleeuwen : Oorkondenleer ; Archiefkunde ; alsook tijdelijky met : Geschiedenis van Belgiëf met de daarbij behorende praktische oefeningen.

10. Dr. A. Jacob, bij beschikking van 14 oktober 1916 benoemd tot docent in de Nederlandse taal en letterkunde, is belast met de hiernavolgende colleges en oefeningen : Overzicht van de belangrijkste verschijnselen in de moderne (Germaanse,Romaanse en Slavische) letterkunde; Grondige geschiedenis van de Nederlandscde letterkunde; Grondige geschiedenis van de moderne letterkunde ; Critische oefeningen tot de Nederlandse letterkunde ; alsook tijdelijky met : Philologische oefeningen tot de Nederlandse grammatica in de kandidatuur.
II. In de Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

11. Dr. J. H. Labberton, bij beschikking van 30 september 1916 benoemd tot gewoon  hoogleraar in het natuurrecht en in de moraal-philoosophie, is belast met colleges in : Natuurrecht voor de studentenf die zich in de faculteit der wijsbegeerte en letteren tot de studie der rechtswetenschap voorbereiden en voor de candidaat-notarissen ; Moraal-philosophie voor de candidaat-notarissen ; alsook tijdelijk met : Internationaal privaatrecht voor het doctoraat in de faculteit der rechtsgeleerdheid.

12. Dr. A. R. Van Roy, bij beschikking van 29 Juli 1916 benoemd tot buitengewoon  hoogleraar in de rechtsencyclopedie en in het handelsrecht, is belast met de hiernavolgende colleges : Grondbeginselen van het recht ; Handels- en zeevaartrecht aan de Hogere School voor handehwetenschap ; alsook tijdtlijk, met : Romeins recht :Pandecten in het doctoraat van de faculteit der rechtsgeleerdheid.

13. Dr. J. L. M. Eggen, bij beschikking van 9 september 1916 benoemd tot buitengewoon  hoogleraar in de geschiedeni8 van het recht, in het burgerïijk recht en in de burgerlijke rechtsplegingt is belast met de hiernavolgende colleges : Geschiedkundige inleiding tot de studie van het burgerïijk recht in de candidat u: Beginselen der recJiterlijke organisatie, bevoegdJieid en burgerlijke rechtspleging ; Burgerlijk redit, Boek III, titel 5 en 18 in het doctoraat ; alsook tijdelijk, met : Romeinse recht : Instituten iu de candidatnur.

14. Dr. K. Claeys, bij beschikking van 14 oktober 1916 benoemd tot buitengewoon  hoogleraar in het voïkenrecht en in de sociale wetenschappen, is belast met de hiernavolgende colleges : Staathuishoudkunde ; Voïkenrecht in het doctoraat van de fakulteit der rechtsgeleerdheid en aan de Hogere School voor handelswetenschap ; alsook met : Hedendaagsche geschiedenis van liandel en nijverheid aan de Hogere School voor handelswetenschap.

15. Dr. A. Th. M. Jonckx, bij beschikking van 18 oktober 1916 benoemd tot buitengewoon  hoogleraar in het strafrecht en het fiscaal recht, is belast met de hiemavolgende colleges : Strafrecht en beginselen der strafrechtspleging in det doctoraat en fiscale wetten voor de candidaat-notarissen ; alsook tijdelijk, met : Burgerlijk recht, Boek III, titel 1—4, 6—17, 19, 20 in het doctoraat en voor de candidaat-notarissen.
III. In de Fakulteit der Wiskunde en der Natuurwetenschappen en in de daarbij aangesloten technische scholen.

16. De heer E. Haerens, hoofdingenieur van bruggen en wegen, aan de hogeschool te Gent benoemd met den rang van gewoon  hoogleraar, biijft met dezeifde bevoegdheden bekleed en is tijdelijk belast met de hiernavolgende colleges : Analytische mechanica, le en 2e deelt voor de candidaat-ingenieurs.

17. Dr. J. Versluys. bij beschikking van 23 Augustus 1916 benoemd tot gewoon  hoogleraar in de dierkunde en in de vergelijkende ontleedkunde is belast met de hiernavolie colleges en oefeningen : in de kandidatuur in de natuurwetenschappen en in de geneeskunde Beginselen der dierkunde ; praktische oefeningen in de dierkunde; in de kandidatuur in de geneeskunde Beginselen der vergelijkende ontleedkunde ; Praktische oefeningen in de vergelijkende ontleedkunde; in het doctoraat in de natuurwetenschappen Stelselmatige dierkunde ; Aardrijkskunde van het dierenrijk ; Herkundige paleontologie ; Ontleedkunde en physiologie der dieren; alsook tijdelijk : Ontwikkelingsleer in de kandidatuur in de geneeskunde.

18. Dr. C. De Bruyker, bij beschikking van 29 Juli 1916 benoemd tot buitengewoon  hoogleraar in de plantenkunde, is belast met de hiernavolgende colleges en oefeningen : in de kandidatuur in de natuurwetenschappen Beginselen der plantenkunde ; Praktische oefeningen in de plantenkunde; Erfelijkheidsleer ; aUook tijdelijk: in het doctoraat in de natuurwetenschappen Stelselmatige plantenkunde ; Aardrijkskunde van het plantenrijk ; Paleontologie der planten ; Morphologie, ontleedkunde en physiologie der planten; aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool Erfelijkheidsleer ; Landbouwplantenkunde ; aan de Hogere School voor handelswetenschap (voor het akademisch jaar 1917-1917) Inleiding tot de warenkunde.

19. Dr. J. J. P. Valeton, bij beschikking van 2 september 1916 benoemd tot buitengewoon  hoogleraar in de algemene en de physische scheikunde, is belast met de hiernavolgende colleges en oefeningen : in de kandidatuur in de natuurwetenschappen en in de voorbereidende klas tot de technische scholen Algemene scheikunde (anorganisch gedeelte) ; Praktische oefeningen in de scheikunde (anorganisch gedeelte) ; in het doctoraat in de natuurwetenschappen Algemene scheikunde (anorganisch gedeelte) ; Physische scheikunde ; Praktische oefeningen in de anorganische en physisehe scheikunde ; alsook tijdelijk, met : in de kandidatuur in de natuurwetenschappen en in de voorbereidende klassen tot de technische scholen Algemene scheikunde (organisch gedeelte) ; Praktische oefeningen in de scheikunde (organisch gedeelte).

20. De heer F. Brûlez, ingenieur, bij beschikking van 9 september 1916 benoemd tot buitengewoon  hoogleraar in de beschrijvende meetkunde, is belast met de hiernavolgende colleges en oefeningen in de kandidatuur in de wis- en natuurkunde en m de voorbereidende klassen tot de technische scholen Beschrijvende meetkunde met tekenoefeningen; alsook tijdelijk, met : in de voorbereidende klas tot de  afdeling voor de burgerlijke bouwkunde Toepassingen der beschrijvende meetkunde met tekenoefeningen, graphostatica met oefeningen.

21. Dr. J. A. Vollgraff, bij beschikking van 30 september 1916 benoemd tot buitengewoon  hoogleraar in de wiskunde, is belast met de hiernavolgende colleges en oefeningen : in h et doctoraat in de uns- en natuurkunde en in de voorbereidende klassen tot de technsische scholen Anaiytische mechanica ; Analytische meetkunde van hetplatte vlak en in de ruimte ; alsook tijdelijk : Stelkunde ; Differentiaal- en integraalrekening ; Integraalrekening 2e deel en beginselen der variatieen der differentierekening; Beginselen der waarschijnlijkheidsrekening ; Syntfietische meetkunde ; Beginselen der sterrekunde en der aardmeetkunde.
IV. In de Faculteit der Geneeskunde.

23. Dr. R. Speleers, bij beschikking van 13 september 1916 benoemd, tot gewoon  hoogleraar in de oogheelkunde, is belast met de hiernavolgende collges en klinische lessen : in het doctoraat van de faculteit der geneeskunde Oogheelkunde ; Oogheelkundige kliniek ; Oogheelkundige polikliniek ; alsook tijdelijk, met : Gerechtelijke geneeskunde.

24. Dr. H. Schoenfeld, bij beschikking van 7 oktober 1916 benoemd tot gewoon  hoogleraar in de heelkunde, is belast met de hiernavolgende colleges en klinische lessen : in het doctoraat van de faculteit der geneeskunde Bijzondere heelkundige ziekteleer (partim); Heelkundige kliniek (partim) ; Heelkundige polikliniek (partim) ; Heelkundige polikliniek, verbandsleer {partim) ; alsook tijdelijk, met : Theoretische verloskunde ; Kliniek der vrouwenziekten ; Verloskundige kliniek.

25. Dr. J. De Keersmaecker, bij beschikking van 12 Âugustus 1916 benoemd tot gewoon eere- hoogleraar in de inwendige ziekteleer en, in het bijzonder, in de urologie, is belast met de hiernavolgende colleges en klinische lessen : in het doctoraat van de faculteit der geneeskunde Inwendige ziekteleer (jpartim) ; Hoofdstuk : Urologie ; Inwendige ziekteleer (partim ) ; Hoofdstuk : Nierziekten ; Urohgische kliniek en polikliniek.

26. Dr. A. Claus, bij beschikking van 13 september 1916 benoemd tot gewoon eere- hoogleraar in de psychia46 trie en de neurologie, is beiast met de hiernavolgende colleges en klinische lessen : in het doctoraat van de faculteit der geneeskunde Intoendige ziekteleer (partim), Hoofdstuk : Neurologie ; Psychiatrische kliniek en polikliniek

 27. Dr. E. Van Bockstaele, bij beschikking van 23 september 1916 benoemd tot gewoon eere- hoogleraar in de algemene en praktische heelkunde, is belast met de hiernavolgende colleges : in het doctoraat van de faculteit der geneeskunde : Algemene heelkunde en heelkundige ziekteleer; Theorie en techniek der heelkundige operaties.

 28. Dr. K. Borms, bij beschikking van 29 september 1916 benoemd tot buitengewoon  hoogleraar in de inwendige geneeskunde, is belast met het hiernavolgende college : in het doctoraat van de faculteit der geneeskunde Inwendige ziekteleer en bijzondere geneesmiddelen (partim).

29. Dr. C. ten Horn, bij beschikking van 11 november 1916 benoemd tot buitengewoon  hoogleraar in de heelkunde, is belast met de hiernavolgende colleges en klinische lessen : in het doctoraat van de faculteit der geneeskunde Bijzondere heelkundige ziekteleer {partim) ; Heelkundige kliniek (partim) ; Heelkundige polikliniek (partim) ; Heelkundige polikliniek, verbandsleer (partim) ; alsook tijdelijk, met : Patfwlogische ontleedkunde ; Bôntgenologie.

30. Dr. A. Picard, bij beschikking van 2? »iber 1916 benoemd tot docent in de plaatsbesc r ontleedkunde, is belast met de hiernavolgende colleges en oefemngen: in de kandidatuur en in het docioraat van de faculieit der geneeskunde Plaatsbeschrijvende ontleedkunde ; Stelselmatige ontleedkunde van den mensch; Microscopische oefeningen in de stelselmatige ontleedkunde van den mensch ; Oefeningen in de plaatsbeschrijvende ontleedkunde.

31. Dr. E. Forster, is bij beschikking van 23 november 1916 belast geworden met de hiernavolgende colleges en oefeningen : in de kandidatuur van de faculteit der geneeskunde Algemene weefselleer ; Bijzondere weefselleer; Microscopische oefeningen in de ontleedkunde.
Art. 2. Bovenstaande bepalingen zijn van kracht van 24 oktober 1916 af.
Art. 3. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen (Verwaltungschef fur Flandern) is belast met de uitvoering van deze beschikking.

Brussel, den 3In Augustus 1917.
No. 399. - 4. oktober 1917. Verordening(voor Vlaanderen en Wallonië) betreffende het vormen van twee mijnraden. Als vervolg op de Verordening van 21 Maart 1917, betreffende de indeling van België in twee bestuursgebieden (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3457), alsook op de Verordening van 5 Mei 1917, betreffende het vormen van twee Ministeries van Nijverheid en Arbeid (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3675), verorden ik het navolgende :

Art. 1. Voor elk der beide bestuursgebieden wordt een bijzondere mijnraad gevormd.

Art. 2. De Vlaamse mijnraad heeft zijn zetel te Brussel ; de Waalse mijnraad heeft zijn zetel te Namen. Overigens blijven voorlopig voor de beide mijnraden de bepalingen van de bestaande wetten en Verordeningen van kracht.

Art. 3. De samenstelling van de beide mijnraden zal bij bijzondere beschikking geschieden.

Brussel, den 27n september 1917
No. 399.-. 4. oktober 1917. Bekendmaking. ***

Op grond mijner Verordening van 19 Juli 1917, betreffende de Oogstcommissies (Erntekommissionen), evenals der uitvoeringsbepalingen van 19 Juli 1917 tot deze Verordening, heb ik, op voorstel der centrale Oogstcommissie *** Z. blz. 1. (Zentral-Ernte-Kommission), de hoogste prijzen voor de verkoop van gedorst koren, meel, zemelen en brood voorhands als volgt vastgesteld : voor tarwe uit stapelplaats of molen geleverd
voor tarwe uit stapelplaats of molen geleverd frank 68.48 per 100 kgr
„ rogge uit stapelplaats of molen geleverd frank 37,64 per 100 kgr
„ masteluin uit stapelplaats of molen geleverd frank 32,60 per 100 kgr
„ ongepelde spelt uit stapelplaats of molen geleverd frank 37,53 per 100 kgr
„zemelen uit stapelplaats of molen geleverd frank 21,50 per 100 kgr
„ tarwemeel aan bakkers of verbruikers geleverd frank 75,44 per 100 kgr
„ roggemeel aan bakkers of verbruikers geleverd frank 43,64 per 100 kgr
„ masteluinmeel aan bakkers of verbruikers geleverd frank 38,45 per 100 kgr
„ tarwebrood aan verbruikers geleverd frank 0,64 per 1kgr
Deze hoogste prijzen worden op 16 oktober 1917 van kracht. De provinciale Oogstkommissies (Provincial~Ernte-Kommissionen), zijn bevoegd voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten, op verzoek of na raadpleging van de burgemeesters, telkens een hogeren hoogsten prijs voor brood, tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt, vast te stellen. Voor den verkoop van koren door de verbouwers aan het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, blijven de hoogste prijzen, vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen tot de Verordening van 19 Juli 1917, betreffende de Oogstkommissies, van kracht.
Brussel, den 29n september 1917.

No. 400. -.6. oktober 1917
Beschikking. Krachtens Art. 14, 21 en 22 van het koninklijk besluit van 6 oktober 1855, betreffende de ambtelijke ijking der maten en gewichten, wordt besloten : Bij het ijken van de maten, gewichten en weegtoestellen, die gedurende het dienstjaar 1918 aan de ijking onderworpen zijn, zullen de ijkers, overeenkomstig de bestaande bepalingen, volgende ijken bezigen : 
1) de thans gebruikte bestendige merken,
2) de periodieke letter Y (psi) voor de maten en gewichten en het cijfer 18 (achttien) voor de weegtoestellen.
Brussel, den 30n september 1917.
No. 400. - 6. oktober 1917
Bekendmaking.
De Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) voor Vlaanderen en voor Wallonië bepalen, overeenkomstig Art. 7 der Verordening van 27 maart 1916 van den heer Generaal Gouverneur, betreffende den verkoop van kunstmeststoffen, het navolgende : Voor de hiernavermelde meststoffen zijn volgende hoogste prijzen vastgesteld : Hierbij wordt verstaan dat de papieren zakken aan den kosten prijs zullen afgeleverd worden. zelf den 12n september 1917. 
No. 400. - 6. oktober 1917.
Beschikking (voor Vlaanderen). Met werkende kracht van 1 oktober 1917, beschik ik het navolgende : 1. aan het koninklijk conservatorium voor muziek te Brussel wordt een Vlaamse leerstoel voor geschiedenis der muziek opgericht ; 2. voor dien leerstoel wordt benoemd professor Dr. Hermann Wirth, met een jaarwedde van 4000 frank.
Brussel, den 29n september 1917.
No. 401. - 9. oktober 1917. Uitvoeringsverordening ***

lot de Verordening van 22 september 1917, houdende regeling van den handel in bieten, rapen, koolrapen en wortelen van elke soort Krachtens Art. 3 en 4 van de Verordening van 22 september 1917, houdende regeling van den handel in bieten, . rapen, koolrapen en wortelen van elke soort, wordt voor de suikerbieten het navolgende bepaald :
Art. 1. De suiker- en stroopfabrieken, die krachtens artikel 3 van de Verordening van 18 Juli 1916 over het benuttigen van suikerbieten door het Suikerverdelingskantoor (Zuckerverteïlungsstelle) toegelaten zijn, zijn alleen gerechtigd de suikerbieten op te kopen. Al de suikerbieten moeten aan een dier fabrieken worden afgeleverd. Zij mogen slechts in die fabrieken en volgens de aanwijzingen van het Suikerverdelingskantoor verwerkt worden. Het is verboden suikerbieten aan andere afnemers te verkopen, ze elders dan in de toegelaten fabrieken te verwerken, ze te vervoederen of ze anderszins te verbruiken.
Art. 2. Met het oog op den aankoop zullen de in artikel 1 vermelde fabrieken voor 1 december 1917 leveringsverdragen met de verbouwers van suikerbieten sluiten. Al de suikerbieten moeten voor 15 januari 1918 afgeleverd zijn. suikerbieten, die voor dien datum niet zijn afgeleverd, zullen tegen een nog vast te stellen prijs onteigend worden ; voor suikerbieten, waarvoor voor 1 december 1917 geen geldig leveringsverdrag gesloten is, wordt die prijs hierbij 20 frank per 1000 kgr. hoger gesteld dan voor de bieten, waarvoor een dergelijk verdrag tijdig werd gesloten.
Art. 3. Voor het vervoer van suikerbieten per spoorweg, per schip of per as, is een toelating van het Suikerverdelingskantoor te Brussel vereist. De toelatingen zijn aan te vragen bij een van de suiker of stroopfabrieken, waarvan spraak in artikel 1. Voor het vervoer per as wordt een vervoertoelating afgeleverd ; voor het vervoer per spoorweg of per schip, worden de verzendingsbescheiden afgestempeld. De vervoertoelating kan afhankelijk gemaakt worden van zekere voorwaarden of prestaties. Zodra het vervoer geëindigd is, en in elk geval binnen den termijn, die in de vervoertoelating of in de verzendingsbescheiden aangegeven is, moet het bewijs of moeten de verzendingspapieren teruggegeven worden aan het kantoor, dat die stukken heeft afgeleverd. De bepalingen van dit artikel zijn ook toepasselijk op het vervoer van beetstroop, kandijstroop en onvermengde melasse. De toelating moet aan het Suikerverdelingskantoor te Brussel worden aangevraagd.
Art. 4. Het is verboden :

1. Onjuiste verklaringen te doen om een vervoertoelating voor suikerbieten te bekomen ;

2. de voorwaarden, die voor het vervoer werden gesteld, niet na te komen ;

3. een vervoertoelating of een afgestempeld verzendingsbescheid meer dan eenmaal te benuttigen of, zonder daar recht toe te hebben, te behouden (artikel 3, 5e lid);

4. suikerbieten onder een valse benaming of met andere veldvruchten vermengd te vervoeren;

5. een vervoertoelating of afgestempelde verzendingsbescheiden te wijzigen of te beplakken, of aldus gewijzigde of beplakte bescheiden te benuttigen.
Art. 5. Wie de bepalingen van deze Verordening of de tot uitvoering er van uitgevaardigde aanwijzingen overtreedt, wordt overeenkomstig de Verordening van 22 september 1917 over het verkeer met bieten enz., met hechtenis of ten minste een jaar gevangenis of met ten minste 10.000 mark boete gestraft ; beide straffen kunnen ook tegelijk worden uitgesproken ; daarenboven kunnen de waar en de vervoermiddelen verbeurdverklaard worden. Brussel, den 29n september 1917.
No. 402. - 14 oktober 1917. (Nihil) Verordening ***over het vervoer van fruit en fruitstroop.
Art. 1. Voor het vervoer, binnen het gebied van het Generaal Gouvernement, van fruit, fruitstroop en alle voortbrengselen die geheel of gedeeltelijk uit fruit vervaardigd zijn, is een toelating vereist.
Art. 2. De toelating wordt verleend :

1. voor het vervoer van fruit per as, door den burgerlijken Kommissaris (Zivilkommissar), uit wiens gebied het fruit moet worden weggevoerd ;

2. voor de overige vervoeren, door de Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) voor Vlaanderen en voor Wallonië (afd. VII B), en wel door tussenkomst van de „Zuckerverteïlungsstelle" (Suikerverdelingskantoor) te Brussel voor het vervoer van fruitstroop en van de andere in artikel 1 bedoelde voortbrengselen.
Art. 3. De Hoofden van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen en voor Wallonië zijn gemachtigd, uitvoeringsbepalingen tot deze Verordening uit te vaardigen. Zij kunnen voor bepaalde fruitsoorten of voor bepaalde streken uitzonderingen toestaan.

Art. 4. Wie deze Verordening of de tot uitvoering et van uitgevaardigde schikkingen of aanwijzingen overtreedt, wordt met ten hoogste 10.000 mark boete of met hechtenis of ten hoogste 6 maand gevangenis gestraft ; beide straffen kunnen ook tegelijk worden uitgesproken ; daarenboven kunnen de zonder geleibrief vervoerde waren. alsook de vervoermiddelen, verbeurdverklaard worden. De krijgsrechibanken en krijgsbevelhebbers zijn lot oordeelvellen bevoegd.
Art. 5. De Verordening van 5 Mei is opgeheven. Voor de reeds begane strafbare handelingen blijven de bestaande bepalingen van kracht.

Brussel, den 5n oktober 1917.
No. 404. - 17. oktober 1917.

Bekendmaking.

Op grond van de artikelen 9, 11, 12, 13, 21 en 31 der wet van 15 Juli 1849, tot regeling van het hoger onderwijs, heeft de Heer Generaalgouverneur in België navolgende verdere benoemingen aan de Staatshogeschool te Gent gedaan :
I. In de faculteit der Wijsbegeerte en Letteren:

40) De heer Juliaan Mees, Dr in de wijsbegeerte, archivaris aan het Rijksarchief te Brussel en leraar aan de Hogere Handelsschool te Bergen, is benoemd tot gewoon hoogleraar en belast met colleges en oefeningen in de aardrijkskunde en de geschiedenis der aardrijkskunde, alsook in de handels- en huishoudkundige aardrijkskunde, aan de Hogeschool en aan de daaraan toegevoegde Hogere school voor handelswetenschap. (Beschikking van 31 Januari 1917.)

41) De heer Foeke Buitenrust Hettema, Dr in de wijsbegeerte, privaatdocent aan de Hogeschool te Utrecht en leraar aan het stedelijk gymnasium te Zwolle, is benoemd tot gewoon hoogleraar in de Germaanse filologie en belast met een geregelden tweejarigen leergang in de historische grammatica der Nederlandse taal, een vrijen leergang in de Friese taal, en tijdelijk met een leergang in de vergelijkende grammatica, inzonderheid der Germaanse talen, in het doctoraat in de Germaanse filologie. (Beschikking van 31 Augustus 1917.) IL In de Faculteit der Rechtsgeleerdheid :

42) De heer Benedikt-Juliaan Huybreghts, Dr in de rechtsgeleerdheid en advocaat te Gent, is benoemd tot buitengewoon hoogleraar en belast met colleges in de statistiek en de financiële wetenschappen aan de Hogeschool en aan de daaraan toegevoegde Hogere School voor handelswetenschap. (Beschikking van 31 januari 1917.)

43) De heer Johannes van Binsbergen, Dr in de philologie en candidaat in de rechtsgeleerdheid, is met vrijstelling van den vereisten graad van doctor in de rechtsgeleerdheid, benoemd tot gewoon hoogleraar in het Romeins recht en belast met colleges en seminarie-oefeningen in het Romeins recht (instituten en pandecten). (Beschikking van 12 september 1917.)
II. In de faculteit der Wiskunde en der Nat wetenschappen :

41) De heer Hendrik Enno Boeke, uit Wormerveer (Holland), Dr in de natuurlijke wetenschappen, gewoon hoogleraar aan de Hogeschool te Frankfort aan den Mainf is tijdelijk belast met colleges en oefeningen op het gebied der scheikunde en met de leiding van het laboratorium voor nijverheidsscheikunde-, alsook, gedurende den zomersemester 1917, met de colleges en oefeningen in de beginselen der aardkunde en der fysische aardrijkskunde. (Beschikking van 21 April 1917.)

45) De heer Richardus Johannes Kortmulder, Dr in de wijsbegeerte, leraar in de wiskunde en de natuurkunde aan de Zeevaartschool te Rotterdam, is benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de wiskunde en belast met colleges en oefeningen in de stelkunde, de differentiaal- en integraalrekening en de hogere analyses. (Beschikking van 31 Augustus 1917.)
IV. In de faculteit der Geneeskunde:

46) De heer Ernest Laqueur, Dr in de geneeskunde en lector in de fysiologie aan de Hogeschool te Groningen, thans aan de „Kaiser Wilhelm Akademie" te Berlijn beroepen, is benoemd tot gewoon hoogleraar in de pharmacodynamica en belast met colleges in de pharmacodynamica, alsook met de leiding van de werkzaamheden in het laboratorium en van het pharmacodynamisch instituut. (Beschikking van 31 Augustus 1917.)

47) De heer Gustaaf Doussy, Dr in de geneeskunde en geneesheer te Kortrijk, is belast met colleges in de praktische verloskunde en met de leiding van een verloskundige polikliniek. Hij is ook benoemd tot leider van de werkzaamheden in het Moederhuis en in de kliniek der vrouwenziekten en tijdelijk belast met de leiding van de kliniek en polikliniek der venerische ziekten en huidziekten. (Beschikking van 2 juni 1917.)
V. Aan de aan de Hogeschool te Gent toegevoegd** School voor burgerlijke bouwkunde.

48) De heer Reimond Kimpe, conducteur van bruggen en wegen te Lier, is benoemd tot repetitor in de bouwkunst, de burgerlijke bouwkunde en de landmeetkunde en vooris belast met practische oefeningen in die vakken. (Beschikking van 2 Juni 1917.)
VI. Aan de aan de Hogeschool te Gent toegevoegde Hogere Land- en Tuinbouwschool :

49) De heer Cesar De Bniyker, Dr in de geneeskunde en in de natuurwetenschappen, buitengewoon hoogleraar aan de Hogeschool te Gent, is benoemd tot tijdelijk bestuurder van de Hogere Land- en Tuinbouwschool. (Beschikking van 20 juni 1917.)
VII Aan de aan de Hogeschool te Gent toegevoegde Hogere School voor handelswetenschap :

50) De heer Rene Claeys, Dr in de handelswetenschap, buitengewoon hoogleraar aan de Hogeschool te Gent, is benoemd tot bestuurder van de Hogere School voor handelswetenschap. (Beschikking van 20 juni 1917.)

51) De heer R. Van Sint Jan, Dr in de wijsbegeerte, tijdelijk leraar aan het koninklijk atheneum te Gent, is met behoud van dat ambt belast met colleges in de Nederlandse en de Duitse taal. Hij is ook tijdelijk belast met colleges in de Engelse taal. (Beschikking van 31 januari 1917.)

52) De heer Pieter Thibau, Dr in de wijsbegeerte, / lijk leraar aan het atheneum te Gent en docent aan de faculteit der wijsbegeerte en letteren der Hoogetr te Gent, is tijdelijk belast met colleges in de Franse taal. (Beschikking van 31 januari 1917.)

53) De heer Max Oboussier, koopman te Antwerpen, is benoemd tot docent in de handelswetenschap en belast met colleges in de handelstechniek en, inzonderheid, in het verkeerswezen. (Beschikking van 31 Augustus 1917.)

54) De heer L. Sandbergen, gediplomeerd handelsleraar, boekenrevisor te Deurne bij Antwerpen, is benoemd tot docent in de handelswetenschap en belast met colleges en praktische oefeningen in de handelstechniek, de boekhouding, de handelsrekenkunde, het geld- en bankwezen. (Beschikking van 12 september 1917.)

55) De heer J. E. Van den Bussche, licentiaat in de handelswetenschap, nijverheidsboekhouder te Brussel, is benoemd tot docent in de handelswetenschap en belast met colleges en praktische oefeningen in de handelstechniek, de boekhouding, de handelsrekenkunde, het geld- en bankwezen, alsook met het onderwijs in de Spaanse taal. (Beschikking van 12 september 1917.)

56) De heer A. L. Van den Brande, licentiaat van den hogere graad in de handelswetenschap, redacteur te Antwerpen, is benoemd tot docent in de handelswetenschap en belast met colleges en praktische oefeningen in de handelstechniek, de boekhouding, de handelsrekenkunde, het geld- en bankwezen. (Beschikking van 12 september 1917.)
VIII. Wetenschappelijke en technische helpers:

57) De heer Prosper-Desideer Peeters, Dr in de geneeskunde, de heelkunde en de verloskunde, geneesheer te Gent, is benoemd tot leider van de werkzaamheden in het physiologisch instituut aan de Hogeschool te Gent. (Beschikking van 23 Juni 1917.)

58) De heer Lodewijk Delorge, apotheker te Gent, en preparator aan de Hogeschool te Gent, is benoemd tot bewaarder en tot leider van de werkzaamheden in het museum voor warenkennis aan de Hogere School voor handelswetenschap. (Beschikking van 4 Juli 1917.)
IX. Bestuurspersoneel:

59) De heer Hyacinth van Hecke, Dr in de rechtsgeleerdheid, tijdelijk secretaris van den rector der Hogeschool te Gent, is voorgoed tot dat ambt benoemd. (Beschikking van 4 Juli 1917.)

60) De heer Reimond Jonckx, opsteller aan de Hogeschool le Gent, is van dat ambt ontslagen en benoemd tot secretaris bij den beheerder-opziener van de Hogeschool. (Beschikking van 15 Augustus 1917.)

Brussel, den In oktober 1917.
No. 405. - 20. oktober 1917. Beschikking.

De heer Gustaaf Schelstraete, notaris te Ouwegem, is tot notaris te Drongen benoemd. Het hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze beschikking. Brussel,

den 29n september 1917.
No. 405. - 20. oktober 1917. Bekendmaking

betreffende de bevoegdheid van het mijnbestuur Luik en van het mijnbestuur Charleroi.

Nadat zekere gedeelten van het Generaal Gouvernement bij het Etappengebied zijn ingedeeld geworden, is de omschrijving van de mijnbesturen Luik en Charleroi als volgt vastgesteld :

1) De omschrijving van het mijnbestuur Luik omvat de provincies Antwerpen, Limburg, Luik en Luxemburg, met uitzondering van het arrondissement Aarlen, dat tot het Etappengebied behoort.

2) De omschrijving van dhet mijnbestuur Charleroi omvat de provincies Brabant, Namen en Henegouwen met uitzondering van de gedeelten, die tot het Etappengebied behoren, doch met inbegrip van de schacht Havre der mijn Bois-du-Luc en zonder de mijn Bernissart.

Brussel, den 6n oktober 1917.
No. 405. - 20. oktober 1917. Verordening.Bij wijziging van het voorschrift uit het laatste lid van artikel 2 der wet van 15 mei 1846, is de termijn betreffende de afwikkeling der inkomsten en uitgaven voor het dienst jaar 1916, tot 31 december 1917 verlengd.

Brussel, den 13 oktober 1917.
No. 405. - 20. oktober 1917. Beschikking.

Overeenkomstig artikel 33, cijfer 7 van het koninklijk besluit van 4 september 1896, beschik ik het navolgende : Voorhands wordt het onderwijs in de voorbereidende afdelingen aan de Rijksnormaalscholen kosteloos verstrekt. Het schoolgeld dat voor het schooljaar 1917/18 reeds betaald is zal teruggegeven worden.

Brussel, den 12n oktober 1917.

No. 405. - 20. oktober 1917. Verordening

houdende wijziging van de wet van 25 maart 1891 (Belgisch Staatsblad, bl. 885, vertaling bl. 1117) en van de wet van 30 Augustus 1913 (Belgisch Staatsblad, bl. 5817).

Art. I. De wet van 25 maart 1891 (Belgisch Staatsblad, bl. 885, vertaling bl. 1117) is gewijzigd als volgt :

1) In artikel 12 is de bepaling 3° doorgehaald.

2) Het le lid van artikel 14 luidt voortaan als volgt : „Het zegelrecht voor actiën of obligaties en alle andere effecten, zonder onderscheid van duurtijd, is vastgesteld op 1 t. h. van het bedrag, dat daartoe in voorkomend geval opwaarts wordt afgerond als volgt : tot honderd frank of een meervoud van honderd frank, voor stukken van ten hoogste 1000 frank, en tot een meervoud van duizend frank, voor stukken van meer dan 1000 frank.'*

3) In artikel 14 11 als 13e lid (na het woord uitgegeven") volgende bepaling ingelast : „Voor de obligatiën, uitgegeven door de provincies, de gemeenten, de Maatschappij van gemeentekrediet en de Nationale maatschappij van buurtspoorwegen, wordt de helft derde lid voorziene rechten geheven.

4) Artikel 62, cijfer 60 is opgeheven.

5) De zeven laatste woorden van artikel 62, cijfer 63. zijn doorgehaald.
Art.II. De strafbepalingen van artikel 48 der wet zijn toepasselijk ingeval papieren, die krachtens artikel 1, cijfer 3 dezer Verordening aan de zegelbelasting onderworpen zijn, niet van het vereiste zegel voorzien werden.
Art. III. De wet van 30 Augustus 1913 (Belgisch Staatsblad, bl. 5817), is als volgt gewijzigd :

1) In artikel 4, is het recht van 0.50 1. h. vervangen door een recht van 1 1. h.

2) In artikel 30 A, is het recht van 3 frank vervangen door een recht van 5 frank per 1000 frank, zonde-r breuk.

3) In artikel 30B,is het recht van 2 centiem vervangen door een recht van 10 centiem per 1000 frank, zonder breuk.

4) Artikel 32 is aangevuld als volgt :

„5° De verzekeringen aangegaan met aangesloten maatschappijen van onderlingen bijstand.

Brussel, den 13n oktober 1917.

No. 405. - 20. oktober 1917. Verordening ***

betreffende den handel in en het vervoer van leder binnen net ganse gebied van het Generaal Gouvernement. De bepalingen van de Verordening van 10 oktober 1916, betreffende huiden, vellen, leder en looistoffen (Wet- en Verordeningsgblad, nr. 267), alsook de bepalingen van de Verordening van 5 september 1916, over het vervoer van goederen (Wet- en Verordeningsblad, nr. 258), zijn te rekenen van den dag der uitvaardiging dezer Verordening eveneens toepasselijk op al het gelooid leder van het om even welke soort, bijaldien van voorwerpen die per gewicht worden verhandeld, ten minste 5 kg., van voorwerpen die per stuk worden verhandeld, ten minste 3 stuks voorhanden zijn.

Bedoelde voorwerpen zijn ten laatste op 1 november 1917 aan te geven op het kantoor van de „Kriegsleder~Aktien- Gesellschaft" t Anspachlaan 29, te Brussel. Vervoertoelatingen voor deze voorwerpen zijn eveneens bij voornoemd kantoor aan te vragen. Hoeveelheden leder van ten minste 5 kg. of van ten minste 3 stuks in een zelfde vervoer verenigd, zonder onderscheid van het gewicht of van het aantal stuks, waaruit de afzonderlijke lederzendingen bestaan, mogen in geen geval zonder toelating vervoerd worden.

Brussel, den 13n oktober 1917.
No. 406. - 22. oktober 1917. Verordening ** betreffende de stapelopneming van en den handel in gemaakte schoenen uit leder, uit vervangingsstoffen voor leder en uit andere weefsels, binnen net ganse gebied van het Generaal Gouvernement in België.
Art. 1. De op den dag van de afkondiging dezer Verordening (proefdag). het gebied van het Generaal Gouvernement voorhanden hoeveelheden van de hieronder aangemelde soort, moeten naar maatstaf van de hiernavolgende bepalingen aangegeven worden : Bijaldien meer dan 5 paar van een zelfde hoedanigheid leder, vervangingsstof voor leder of andere weefselsbvoorhanden zijn, zonder onderscheid van afmetingen, kleur, tekening, snede en maaksel :

1) Gemaakt schoeisel voor heren van om het even welke soort en uit elke stof, zoals straatschoenen, werkschoenen, sportschoenen, sportlaarzen, inzonderheid rijlaarzen, turnschoenen, schoenen uit stof genaamd lasting, salon- en balschoenen, huisschoenen, sandalen, alsook pantoffels van om het even welke soort, met uitzondering van uitsluitend uit hout gemaakt schoeisel.

2) Gemaakt schoeisel voor jongelingen van om het even welke soort en uit elke stof, zoals onder cijfer 1 nader is bepaald.

3) Gemaakt schoeisel voor vrouwen van om het even welke soort en uit welke stof, zoals onder cijfer 1 nader is bepaald.

4) Gemaakt schoeisel voor meisjes van om het even welke soort en uit elke stof, zoals onder cijfer 1 nader is bepaald.

5) Gemaakt schoeisel voor kinderen.

6) Al de onafgemaakte schoenen die nog in de madk zijn van al de onder cijfer 1—5 opgesomde soorten.
Artikelen waarop de Verordening niet toepasselijk is.
Art. 2. Evenals voor de kleinste hoeveelheden, aangegeven in artikel 1, is deze Verordening ook niet toepasselijk op de voorwerpen die het eigendom uitmaken van bijzondere en tot hun persoonlijk gebruik onontbeerlijk zijn, of die na den proefdag op bestelling van een bijzondere voor zijn regelmatig privaat gebruik vervaardigd worden. Hetzelfde geldt ook voor de voorwerpen, die in gasthuizen, hospitalen en andere inrichtingen van sociale voorzorg (gestichten voor blinden, oudemannen- en oudevrouwenhuizen), zo van kerkelijke als van profane natuur in gebruik zijn en zover zij onontbeerlijk zijn voor de regelmatige schoeiing van de kostgangers dier inrichtingen. Worden echter dergelijke voorwerpen na den proefdag aangeschaft, dan is daarvan in ieder geval overeenkomstig artikel 8 aangifte te doen.
Personen die onder toepassing van de Verordening vallen.

Art. 3. Alle natuurlijke personen en rechtspersonen, verenigingen van privaatrechtelijke en openbaarrechtelijke natuur handels- en nijverheidsbedrijven, alsook al de bedrijven en inrichtingen van Staat, gemeenten en kerk, die de in artikel 1 bedoelde waren voortbrengen, verwerken of anderszins in bezit of in bewaring hebben, zijn verplicht deze aan te geven, om het even of zij er al dan niet de eigenaars van zijn of het recht hebben er over te beschikken. Voor de handelingen van privaatrechtelijke of openbaarrechtelijke personen zijn de wettelijke vertegenwoordigers verantwoordelijk.
Aangiften van de voorhanden hoeveelheden.
Art. 4. De aangifte moet op de daartoe bestemde kaarten van aangifte ten laatste op 10 november 1917 gedaan zijn op het kantoor van de „Kriegsleder-A.-G. y " Anspachlaan 29, te Brussel; als maatstaf voor de aangifte geldt de hoeveelheid die op den proefdag voorhanden is. De kaarten van aangifte zijn op gemeld kantoor of bij de bevoegde Kreischefs" of „Abschnittskommandeure, te verkrijgen ; zij moeten op zulke wijze worden ingevuld, dot zij een overzicht geven van de soort en de hoeveelheid van de betrokken voorwerpen.

Al de aanvragen en verzoeken aangaande deze Verordening, zijn eveneens op het kantoor van de „Kriegleder- A.-Q." te Brussel in te dienen.
Bepalingen betreffende het aankopen.
Art. 5. Het kantoor van de „Kriegsleder-A.-G" te Brussel, evenals de door de Afdeling voor handel en nijverheid daartoe gemachtigde handelaars, zijn gerechtigd de in artikel 1 opgesomde voorwerpen op te kopen tegen den prijs, die op 25 Juli 1914 in België gebruikelijk was, vermeerderd met een door de Afdeling voor handel en nijverheid goed te keuren bijslag. Komt geen onderhandse aankoop tot stand, dan kunnen de betrokken waren onteigend worden. In dat geval krijgt de afleveraar een ontvangstbewijs en wordt de schadeloosstelling vastgesteld door de Rijkskommissie tot regeling van de schadeloosstellingen (Reichsentschadigungskommission)
Bewaring en gebruik van de voorwerpen.
Art. 6. Afgezien van den verkoop aan de in artikel 5 aangeduide opkopers, mag slechts het tiende deel (10 %) van al de aan te geven waren van de hand worden gedaan, doch enkel op voorwaarde dat te voren aan de voorschriften van artikel 7 is voldaan. Overigens is het verboden over de voorwerpen, die niet van de hand mogen worden gedaan, op enige wijze rechtszakelijk te beschikken, of ze op om het even welke wijze te vervoeren, te benuttigen of te wijzigen. De bezitters zijn verplicht die voorwerpen zorgvuldig te bewaren en behoorlijk te behandelen.
Boekhouding en afzonderlijke berging van de voorwerpen.
Art. .7 Ieder persoon, die verplicht is aangifte te doen, moet een zakenboek houden over al de waren van de in artikel 1 aangegeven soort, ook wanneer hij er niet meer van bezit dan de vastgestelde kleinste hoeveelheden, en wel zodanig, dat daarin al de bij hem voorhanden zijnde voorwerpen, om het ven of zij al dan niet aan te geven zijn, kunnen worden nagegaan. Elke wijziging van de voorhanden hoeveelheden, alsook de wijze van verbruik, moet in het zakenboek vermeld staan. De voorwerpen, die niet van de hand mogen worden gedaan zijn, als zodanig kenbaar gemaakt, van de vrije voorraden afgezonderd te bewaren. De lasthebbers van de militaire en burgerlijke overheden hebben het recht, de zakenboeken, de zakenpapieren en bewaarplaatsen te onderzoeken, om zich te vergewissen dat deze voorschriften nagekomen worden.
Aangiften die naderhand te doen zijn.
Art. 8. De waren van de in artikel 1 bedoelde soort, die eerst na den proefdag vervaardigd werden, ook wanneer de hoeveelheid niet groter is dan de vastgestelde kleinste hoeveelheid, moeten zonder onderscheid den eersten van de volgende maand en, voor de eerste maal op 1 december 1917, aangegeven worden door den vervaardiger en den opdrachtgever en door degene die de voorwerpen in magazijn of in bewaring neemt. Zij zijn onderworpen aan dezelfde bepalingen als de voorwerpen, die op den proefdag reeds vervaardigd waren.
Ongeldigheid van vroegere vrijverklaringen.
Art. 9. De verplichtingen, door deze Verordening op~ gelegd, blijven ook dan bestaan, wanneer de voorwerpen, waarop deze Verordening toepasselijk is, vervaardigd of vervaardigd worden uit grondstoffen, afval, afgewerkte of halfafgewerkte fabrikaten, die op grond van vroegere Verordeningen of beschikkingen vrijverklaard werden.
Strafbepalingen.
Art. 10. Wie de voorschriften van deze Verordening opzettelijk of uit nalatigheid overtreedt, wordt, zover een andere strafwet geen zwaarder straf voorziet, met ten hoogste 2 jaar gevangenis en met ten hoogste 25.000 mark boete of met een van deze straffen gestraft. Bovendien kan in al de gevallen de verbeurdverklaring uitgesproken worden van de voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft ; in geval van opzettelijke overtreding moet de verbeurdverklaring steeds worden uitgesproken. Overigens gelden de voorschriften van de Verordening van 17 juni 1917, houdende uitbreiding van de strafbepalingen der in verband met de oorlogseconomie uitgevaardigde Verordeningen. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 11. De voorschriften van artikelen 5, 6, 7, lid 2, 8, 2e zin, en 10, lid 1, 2e zin, van deze Verordening zijn niet toepasselijk op de waren, waarvan bewezen kan worden dat zij op den proefdag, het eigendom uitmaakten van het „Spaans-Nederlands Komiteit" of van het „Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit' '.

Brussel, den 13n oktober 1917.

No. 406. - 22. oktober 1917. Uitvoeringsverordening tot de verordening; van .5 oktober 1917, over het vervoer van fruit en fruitstroop. Overeenkomstig artikel 3 van de verordening van 5 oktober 1917, over het vervoer van fruit en fruitstroop), bepalen wij het navolgende :
Art. I. Binnen de bebouwde delen van steden en landelijke gemeenten mag het fruit per as vrij vervoerd worden. Verschillende, aaneengebouwde gemeenten zijn als een enkele gemeente te beschouwen.
Art. II. De toelating tot het vervoer wordt gegeven door de aflevering van een vervoerbewijs en door de afstempeling van de verzendingsbescheiden (artikel 2 van de Verordening van 5 oktober 1917.) De vervoertoelating kan afhankelijk gemaakt worden van zekere voorwaarden of prestaties zodra het vervoer geëindigd is, doch in ieder geval binnen den termijn, die in het vervoerbewijs aangeduid is, moeten het bewijs en de verzendingbescheiden teruggegeven worden aan de overheid die de stukken heeft afgeleverd.
Art. III. Het is op straf verboden :

1) onjuiste gegevens te verstrekken, ten einde een vervoertoelating te bekomen ;

2) te handelen in strijd met de voorwaarden, die voor het vervoer werden gesteld ;

3) een vervoerbewijs meer dan eenmaal te benuttigen of, zonder daar recht toe te hebben, achter te houden (artikel 11, lid 2).
Art. IV. Wie de bepalingen van deze Verordening overtreedt wordt krachtens de verordening van 5 oktober 1917 van den gouverneur Generaal met ten hoogste 10.000 mark boete of wel met of ten hoogste 6 maand gevangenis gestraft. Ook kunnen beide straffen tegelijk alsook de verbeurdverklaring van de zonder geleibrief vervoerde waren en van de vervoermiddelen uitgesproken worden.

Brussel, den 17n oktober 1917.

No. 407. - 25. oktober 1917. Verordening ***betreffende de vaststelling van dorstermijnen voor de oliezaden.
Art. 1. De Voorzitters van het burgerlijk bestuur zijn gemachtigd dorstermijnen vast te stellen voor de oliezaden en, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de diensten, die zij te dien einde opdracht hebben gegeven, uitzonderingen toe te staan met het oog op de inachtneming van deze termijnen.
Art. 2. Wie de overeenkomstig artikel 1 vastgestelde dorstermijnen niet in acht neemt wordt met ten hoogste 10.000 mark boete en met ten hoogste 6 maand gevangenis of met een van deze beide straffen gestraft. De niet gedorste waren moeten terzelfder tijd verbeurdverklaard worden.
Art. 3. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsoverheden zijn tot oordeelvellen bevoegd.

Brussel, den 13n oktober 1917.

No. 407. - 25. oktober 1917. Bekendmaking.

Ter uitvoering van artikel 9 der Verordening van 13 december 1916 van den heer Generaal Gouverneur, betreffende de regeling van den handel in brandewijn en gist (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3092) en van artikel 14 der Verordening van 16 juni 1917 van den heer Generaal Gouverneur, betreffende de inbeslagneming en het gebruik van de gerst (zomer- en wintergerst), evenals van de moutkiemen uit het oogstjaar 1917 binnen het gebied van hei Generaal Gouvernement (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3909), is de heer Dr. Schultz, Landrichter, beroepen bij de Finanzabteilung" (Afdeling van Financiën) bij den Generaal Gouverneur in België te Brussel, benoemd tot voorzitter van het scheidsgerecht der Branntweinzentrale (Brandewijncentrale) en tot voorzitter van het scheidsgerecht der „Gerstenzentrale ,> (Gerstcentrale). *

Brussel, den 13n oktober 1917.

No. 407. - 25. oktober 1917. Verordening *** tot regeling van den handel in stro en hooi.
Art. 1. Het is verboden stro en hooi van om het even welke soort — ook in gepersten of in gesneden toestand (gekapt stro, enz.) — per spoorweg of per schip zonder toelating te vervoeren.
Art. 2. De Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen en voor Wallonië (Afdeling VII B), te Brussel, verlenen de desbetreffende toelating (artikel 1) .
Art. 3. De Hoofden van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen en voor Wallonië zijn gerechtigd, uitvoeringsbepalingen tot deze Verordening uit te vaardigen. Zij kunnen vergemakkelijkingen toestaan, inzonderheid de Verordening tot bepaalde gewesten beperken of ze voorgoed of tijdelijk buiten werking stellen. -
Art. 4. Overtredingen van de bepalingen dezer Verordening worden hetzij met hechtenis of ten hoogste een jaar gevangenis, hetzij met ten hoogste 10 000 mark boete gestraft. Ook kunnen beide straffen tegelijk, alsmede de verbeurdverklaring van de waar en van de vervoermiddelen uitgesproken worden.
Art. 5. De krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.

Brussel, den 18n oktober 1917.

No. 407. - 25. oktober 1917. Verordening *** betreffende de inbeslagneming van honden.

1) Al de honden binnen het gebied van het Generaal Gouvernement, die aan de schouders gemeten, meer dan 40 centimeter hoog zijn, zijn te rekenen van den dag der uitvaardiging van deze Verordening in beslag genomen. De inbeslagneming heeft voor doel: daartoe geschikte honden tot dienstdoeleinden te gebruiken.
2) De burgemeesters moeten voor 3 november op de plaatselijke kommandanturen (Ortskommandanturen) lijsten indienen, waarop de in beslag genomen honden vermeld staan (in grotere gemeenten zijn de lijsten per wijk op te maken). Bedoelde lijsten moeten opgeven:

a) den naam en het juist adres van de bezitters,

b) het ras, het geslacht, den ouderdom en den naam van den hond,

c) waartoe het dier tot nog toe gebruikt werd. De bezitters zijn gehouden hun aangifte te doen binnen de termijnen, die de gemeenten te dien einde onmiddellijk moeten bekendmaken. Als bezitter van den hond wordt beschouwd, de persoon die het dier in bewaring heeft
3) Al de bestaande rollen van de belasting op de honden moeten onmiddellijk op de plaatselijke kommandanturen ingeleverd worden, evenals de ledenlijst of de hondenlijst van de maatschappijen voor hondenkweek en hondensport.
4) Het is verboden in beslag genomen honden, zonder toelating van de plaatselijke kommandanturen, op een of andere wijze weg te doen of te doden, of ze op enigerlei wijze aan de inbeslagneming te onttrekken.
5) Op de dagen, die daartoe in iedere gemeente bekend te maken zijn, moeten de honden naar de daarvoor te bepalen plaatsen worden gebracht, waar een bijzondere commissie hen zal onderzoeken en de geschikt bevonden dieren, tegen een door haar vast te stellen prijs, zal overnemen.
6) Aanvragen tot vrijverklaring van de inbeslagneming van honden, die tot biizondere doeleinden nodig zijn, moeten bij de aangifte gevoegd worden.
7) Voor overgenomen honden wordt in beginsel de vastgestelde prijs eerst uitbetaald, wanneer gebleken is dat de dieren werkelijk bruikbaar zijn tot den dienst. Niet te gebruiken honden worden zodra zulks mogelijk is aan de bezitters teruggegeven.
8) Wordt gestraft met ten hoogste 5 jaar gevangenis en met ten hoogste 20.000 (twintig duizend) mark boete, of slechts met een van deze straffen :

a) Wie hetzij verzuimt de voorgeschreven hondenaangifte te doen, hetzij willens en wetens of uit grove nalatigheid een valse of onvolledige aangifte doet,

b) wie, in strijd met het onder cijfer 4 bepaalde, aan te geven honden verkoopt of koopt of er anderszins rechtszakelijk over beschikt, of wie ze van kant helpt of ongeschikt maakt voor het gebruik,

c) wie deze Verordening op enige andere wijze overtreedt. De poging tot overtreden is strafbaar. Afgezien van de straf die den overtreder treft, kan de hond die het voorwerp van de overtreding uitmaakt, verbeurdverklaard worden. De gemeenten worden als zodanig verantwoordelijk gemaakt voor de regelmatige uitvoering van deze Verordening. Zij stellen er zich aan bloot, voor iedereen aan de inbeslagneming onttrokken, van kant geholpen of voor het gebruik ongeschikt gemaakten hond, een geldstraf ten bedrage van 200 (tweehonderd) mark te moeten opbrengen.

De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsoverheden zijn tot oordeelvellen bevoegd.

Brussel. den 23n oktober 1917

No. 408. - 28. oktober 1917. Verordening

(voor Vlaanderen en voor Wallonië), houdende toekenning eener vergoeding voor gedane stortingen in de Mas van weduwen en wezen. Aan al de ambtenaren en beambten en bedienden van den Staat, die overeenkomstig de bestaande bepalingen verplicht zijn de wedde voor de eerste maand hunner indiensttreding te storten in de Kas van weduwen en wezen, waarbij zij aangesloten zijn, wordt een vergoeding toegekend ten belope van de door hen uit dien hoofde gestorte som. Aan al de ambtenaren en beambten en bedienden van den Staat, die een verhoging van hun jaarwedde bekomen en die, overeenkomstig de bestaande bepalingen verplicht zijn een of meer twaalfden van net bedrag dier verhoging te storten in de Kas van weduwen en wezen, waarbij zij aangesloten zijn, wordt een vergoeding toegekend ten belope van de door hen uit dien hoofde gestorte som.

Deze Verordening is toepasselijk op de ambtenaren en beambten en bedienden, die sedert 1 oktober 1914 benoemd zijn en op deze die sedert dien datum een verhoging hunner jaarwedde hebben bekomen.

De Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) voor Vlaanderen en voor Wallonië en de bestuurder van de afdeling van financiën (Leiter der Finanzabteilung) bij den Generaal Gouverneur zijn> ieder voor den dienst voor de welke hij bevoegd is, belast met de uitvoering van deze Verordening.

Brussel, den 18n oktober 1917.

No. 408. - 28. oktober 1917. Bekendmaking betreffende de liquidatie van Britsche ondernemingen.

Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordening van 29 Augustus 1916 over de liquidaties van Britse ondernemingen (verschenen in nr 253 van 13 september 1916 van h et Wet~ en Verordeningsblad voor de bezette streken van België), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma Taylor & Lancaster te B russel.

De heer J. Welker te B rus s el is tot liquidator benoemd. De liquidator vertrekt nadere inlichtingen.

Brussel, den 21n oktober 1917.

No. 408. - 28. oktober 1917. Bekendmaking.

Het getal omschrijvingen van de staatstuinbouwkonsulenten voor Vlaanderen is op drie vastgesteld. Deze omschrijvingen omvatten :

I) De provincies West- en Oostvlaanderen ; titelvoerder : de heer V. Deïbeke te Gent.

II) De provincie Brabant, alsmede de arrondissementen Antwerpen en Mechelen ; titelvoerder : de heer A. Martin te Vilvoorde.

[II) De provincie Limburg en het arrondissement Turnhout ; titelvoerder : de heer V. Ramael te Hasselt.

Brussel, den 30n september 1917.

No. 408. - 28. oktober 1917. Beschikking.
Art. 1. Overeenkomstig de Verordening van ' *^ ,— 1916, C. C. Illb 854 betreffende de verlening van faculteitsprijzen aan de Staatsuniversiteiten, worden voor het academisch jaar 1916—1917, volgende faculteitsprijzen verleend, waarvan het bedrag aanschrijfbaar is op het krediet van artikel 30 der begroting van het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten in het Vlaams bestuursgebied, voor de eerste helft van het dienstjaar 1917, aan navermelde studenten der Universiteit te Gent.

A. In de faculteit der wijsbegeerte en letteren:

Van Acker, Karel 50 Fr

De Wael, Cyriel 50 ..

Van Goethem, Ferdinand 50

Craeybeekx, Herman 50

B. In de faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen :

Rem, Reimond 75 Fr.

Goddijn, Raoul 75

Leeten, Werner 50

C. In de faculteit der geneeskunde:

Ruyffelaert, Boudewijn 200 h r.

Van Hoorde, Eduard 50
Art. 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef)

voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze beschikking.

Brussel, den lin oktober 1917.

No. 408. - 28. oktober 1917. Beschikking.

Aangaande de leiding der wetenschappelijke instituten en seminariën der Staatsuniversiteit te Gent, worden, op voorstel der Faculteiten en aangesloten scholen, de volgende bepalingen getroffen :

I. In de Faculteit der Wijsbegeerte en Letteren.

Seminarie voor Wijsbegeerte : Professor Dr. P. Hoffmann, Docent Dr L. Brûlez. Instituât voor proefondervindelijke zielkunde : Professer Dr P. Menzerath.

Seminarie voor classieke philologie en geschiedenis der Oudheid : Professor Dr J. De Decker, Professor Dr A . Baehrens.

Seminarie voor Nederlandse philologie : Professor Dr W. De Vreese, Docent Dr A. Jacob. Seminarie voor Duitse philologie : Professor Dr E. F. Kossmann.

Seminarie voor Romaanse philologie : Professor Dr E. F. Kossmann, Professor Dr P. Menzerath.

Instituut voor geschiedenis :

a) Seminarie voor middeleeuwse en vaderlandse geschiedenis : Docent Dr A. Vlamynck, b) Seminarie voor moderne en koloniale geschiedenis : Professor Dr E. C. Godee-Molsbergen.

Instituut voor aardrijkskunde : Professor Dr J. Mees.

Instituut voor oudheidkunde en kunstgeschiedenis : Professor Dr A. Jolies.
II. Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Leeszaal der faculteit : Professor Dr. J. L. M. Eggen (Conservator).

Seminarie voor vaderlandse rechtsgeschiedenis : Professor Dr J. L. M. Eggen.

Instituut voor rechtswetenschap : Professor Dr F. Dosfel.

Instituut wor Staatswetenschap : Professor Dr R. Claêys.
III. Faculteit der Wiskunde en der Natuurwetenschappen.

Leeszaal der faculteit : Professor Dr F. Stôber (Voûniiter der commissie), Professor ingenieur F. Brûle* (Conservator).

Instituut voor wiskunde : Professor Dr J. A. Vollgraff, Professor ingenieur F. Brûlez.

Instituut voor sterrekunde, weerkunde en aardmeetkunde : Professor DrJ.A. Vollgraff (in plaatsvervanging).

Instituut voor natuurwetenschappen : Docent Dr F. Minnaert.

Instituut voor scheikunde : Professor Dr J. Valeton.

Instituut voor aard- en delfstofkunde : Professor Dr F Stober, Professor Dr H. E. Boeke (in plaatsvervanging).

Instituut voor dierkunde en vergelijkende ontleedkunde : Professor Dr J. Versluys.

Instituut voor plantenkunde: Professor Dr C. DeBruyker.

Instituut voor erfelijkheidsleer en toegepaste plantenkunde : Professor Dr C. De Bruyker.
Technische Scholen.

Biblioiheek : Professor ingenieur E. Haerens.

Verzameling van modellen : Professor ingenieur E. Haerens.

Instituut voor Mechanische technologie : Professor ingenieur A. Fornier.

Instituut voor toegepaste scheikunde : Professor Dr H. E. Boeke.
IV. Faculteit der Geneeskunde.

Instituut voor ontleedkunde : Docent Dr A. Picard.

Instituut voor weefselleer en ontwikkelingsleer : Professor

Dr E. Forster, Professor Dr J. Versluys.

Instituut voor physiologie : Professor Dr E. Lahousse.

Instituut voor pharmacodynamica : Professor Dr E. Laqueur.

Instituut voor geneeskunde : Professor Dr A. Martens.

Instituut voor inwendige ziekten: Professor Dr A. Martens.

Instituut voor heelkunde : Professor Dr H. Schoenfeld,

Professor DrC.ten Horn, Professor Dr A. van Bockstaele.

Instituut voor urologie : Professor Dr J. Keersmaecker, Professor Dr K. Borms.

Instituut voor verloskunde, zuigelingen, verzorging en vrouwenziekten : Professor Dr H. Schoenfeld.

Verloskundige polikliniek : Docent Dr Doussy.

Instituut voor oogziekten : Professor Dr R. Speleers.

Instituut voor keel-, neus- en oorziekten : Professor DrR. Speleers.

Instituut voor neurologie en geestesziekten : Professor Dr A. Claus.

Hogere School voor Handelswetenschap.

Museum voor warenkunde : Delorge (conservator).

Brussel, den 13n oktober 1917.

No. 408. - 28. oktober 1917. Beschikking, betreffende de bekrachtingscommissie. Overeenkomstig artikel 2 der Verordening van 13 juni 1917 en onder gelijktijdige afschaffing mijner Beschikking van 14 Juli 1917 bepaal ik het navolgende :

Enig artikel. De bekrachtigingskommissie voor het Vlaams bestuursgebied wordt, voor het jaar 1917, uit de volgende leden samengesteld :

Algemeen Bestuurder : J. Libbrecht, aan het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten.

Algemeen Secretaris : FI. Heuvelmans, aan het Ministerie van Justitie.

Algemeen Bestuurder : Dr. J. Spincemaille, aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Algemeen Bestuurder : P. de Caluwe, aan het Ministerie van Landbouw en Openbare Werken.

Algemeen Bestuurder : E. Fabri, aan het Ministerie van Nijverheid en Arbeid.

Brussel, den 18n oktober 1917.

No. 408. - 28. oktober 1917. Verordening.Enig artikel. De bij artikel 54 der wet van 10 april 1890 ingestelde studiebeurzen, kunnen ook aan studenten der bij de Staatsuniversiteit te Gent toegevoegde hogere scholen, toegekend worden.De Verordening 14 oktober 1916,houdende organiek reglement voor de verdeling der studiebeurzen, is ook, voor deze hogere scholen, toepasselijk.

Brussel, den 18n oktober 1917.

No. 408. - 28. oktober 1917. Verordening.Enig artikel. De bij de Verordening van 23 september 1916, aan de Staatsuniversiteiten- 14 oktober 1916, * stelde faculteitsprijzen, kunnen ook aan studenten der bij de Staatsuniversiteit te Gent toegevoegde hogere scholen, toegekend worden.

De Verordening C. C. Hlb 854, van 14 oktober 1916,betreffende de begeving van de faculteitsprijzen aan de universiteiten, is ook, voor deze hogere scholen, toepasselijk.

Brussel, den 18n oktober 1917.

No. 408. - 28. oktober 1917. Bekendmaking.

I. Op de hierna vermelde datums zullen te Gent leergangen gegeven worden, voorbereidend tot het examen van leraar in den handenarbeid bij het lager en middelbaar onderwijs van den lageren graad : 2, 18 en 25 november en 24, 26, 27, 28 en 29 december. Van 31 decembsr 1917 af tot 5 januari 1918 zetelt de jury, ingesteld om het examen af te nemen van leraar in den handenarbeid bij het lager onderwijs en aan de middelbare Jongensscholen. Op Nieuwjaarsdag heeft echter geen examen plaats.

II. Kandidaten, die zich aanmelden voor de voorbereidende leergangen of voor het examen, moeten hun aanvraag bij het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen inzenden ; op den omslag moet geschreven worden : „Jury belast met het afnemen van het examen van leraar in den handenarbeid." De aanmeldingsbrief moet opgeven : naam en voornaam ; geboorteplaats en datum ; juist adres ; beroep ; de juiste aanduiding van het examen, dat men afleggen wil ; diploma's die men bezit.

III. De inschrijvingen voor de voorbereidende leergangen worden aanvaard tot 27 oktober. De aanmeldingen voor het examen tot 15. december. De recipiendi worden door den Voorzitter der jury of een der gevolmachtigde leden opgeroepen. De oproepingsbrief vermeldt plaats en uur der zitting.

Brussel, den 19n oktober 1917.

No. 409. - 30. oktober 1917 Verordcning.

Ter wijziging van het besluit D. B. R. Kr. J. nr. 12695 van 14 oktober 1916 (Militer Verordnungsblatt Nr. 2849 van 21 oktober 1916, bl. 1761), van artikel 14 der verordening van 20 Juli 1917, betreffende de benutting van de haver (Wet- en Verordnungsblad, jaargang, 1917, bl. 4291) en van artikel 12, lid 3 en 4 der Verordening 2222 van 1 april 1916, op de jacht en de vogelvangst, bepaal ik dat de vanwege Belgen betaalde rechten voor het afleveren van nieuwe aanmeldingskaarten en de opbrengst van den verkoop van in beslag genomen wild en haver, die tot dusver gestort werden in de kas van het Belgisch Rood Kruis, te rekenen van 1 november 1917 toe te wijzen zijn aan het Liefdadigheidsfonds (Wohlfahrtsfonds) bij het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen.

Brussel, den 18n oktober 1917.

No. 409. - 30. oktober 1917. Verordening *** betreffende het slachten van eenhoevigen (paarden, ezels, muildieren en muilezels).
Art. 1. Het is verboden eenhoevigen (paarden, ezels, muildieren en muilezels) hetzij van beroepswege, hetzij aan huis te slachten. Dit verbod is niet van toepassing op gedwongen slachtingen,'t is te zeggen slachtingen, die blijkens een getuigschrift van den bevoegden aangenomen veearts noodzakelijk zijn ten gevolge van een erge ziekte of van een ongeval.

Art . 2. Gedwongen slachtingen van eenhoevigen zijn onmiddellijk bij den burgemeester van de gemeente, waar de slachting heeft plaats gehad, aan te geven. De getuigschriften van de aangenomen veeartsen moeten bij de aangifte gevoegd worden. De burgemeesters moeten de aangiften en de getuigschriften, samen met de regelmatige opgaven van de slachtingen, overmaken aan den bevoegden „Kreischef of Kommandant. De aangenomen veeartsen moeten zonder verwijl een afschrift van de door hen afgeleverde getuigschriften doen toekomen aan den bevoegden gouvernementsveearts (Gouvernementsveterinar) en aan den Belgissche opzienerveearts.
Art. 3 . Het vlees van eenhoevigen, die gedwongen geslacht zijn, wordt beschouwd als minderwaardig vlees zover het bij de keuring niet nadelig voor de gezondheid bevonden wordt , om enige andere reden, niet volstrekt ongeschikt tot het verbruik blijkt te zijn. Dit minderwaardig vlees moet gemerkt worden met de bijzondere stempel, die te dien einde bij ministerieel besluit van 31 maart 1901, bijlage G, voor eenhoevigen is voorgeschreven.
Art. 4. Het minderwaardig vlees van eenhoevigen mag enkel en alleen afgeleverd worden in daartoe bestemde lokalen (Freibanke), waar de verkoop onder ambtelijk toezicht plaats heeft, aan afnemers, die het voor hun eigen verbruik kopen. Voortverkopers, inzonderheid vleesstouwers, varkensslachters, gasthof- en spijshuishouders mogen geen minderwaardig vlees van eenhoevigen kopen. Dezelfden dag mag aan een koper slechts een bepaalde hoogste hoeveelheid (echter niet meer dan 1 kg.) afgeleverd worden, welke hoeveelheid door den veearts, belast met het onderzoek van het vlees, is vast te stellen. paalt eveneens den prijs van het minderwaardig vlees van eenhoevigen; de prijs mag niet meer bedragen dan 2 frank het kilo. De bevoegde „Kreischeff of Kommandant mag bij uitzondering den verkoop van grotere hoeveelheden dan de voorziene hoogste hoeveelheid toestaan.
Art. 5. Overtredingen van deze Verordening worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met boete van 1000 tot 10.000 mark, of met een van beide straffen. Bijaldien de overtreding is begaan met het inzicht een ongeoorloofde winst op te strijken, moet ten m maand gevangenis en een boete die binnen de perken van lid 1, voor ieder kg. vlees van eenhoevigen ten minste het tienvoudig bedrag uitmaakt van den hoogsten prijs, uitgesproken worden. De poging tot overtreden is eveneens strafbaar. In al de gevallen kan de verbeurdverklaring van het vlees en van de andere delen (huid, ingewanden) der ongeoorloofd geslachte eenhoevigen, of van de opbrengst van den verkoop worden uitgesproken; bovendien kan de openbaarmaking van het vonnis bevolen worden. De Duitse krijgsbevelhebbers en krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 6. Deze Verordening wordt op den dag haar afkondiging van kracht.

Brussel, den 23n oktober 1917.

No. 409. - 30. oktober 1917. Bekendmaking. *** Op grond mijner Verordening van 19 Juli 1917, betreffende de Oogstkommissies (Ernte-Kommissionen) , evenals der uitvoeringsbepalingen van 19Juli 1917 tot deze Verordening, heb ik, op voorstel der centrale Oogstkommissie (Zentral- Ernte-Kommission), de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, meel, zemelen en brood voorshands ah volgt vastgesteld :

voor tarwe uit stapelplaats of molen geleverd frank 73.21 per 100 kgr.

„ rogge uit stanpelplaats of molen geleverd „ 37.25 „ „

„ mastduin uit stapelplaats of molen geleverd „ 45.07 „ „

„ ongepelde spelt uit stapelplaats of molen geleverd „ 39.29 „ „

„ zemelen uit stapelplaats of molen geleverd „ 21.50 „ „

„tarwemeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 80.91 „ „

„ roggemeel aan bakkers of verbruikers geleverd n.84 per 100 kgr.

„ masteluinmeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 51.90 „ „

„ tarwebrood aan verbruikers geleverd „ 0,68 „ kgr.

Deze hoogste prijzen worden op 5 november 1917 van kracht.

De provinciale Oogstkommissies (Provinzial-Ernte- Kommissionen) zijn bevoegd, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten, op verzoek of na raadpleging van de burgemeesters, telkens een logeren hoogsten prijs voor brood, tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt, vast te stellen.

Voor den verkoop van koren door de verbouwers aan het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit blijven de hoogste prijzen, vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen tot de Verordening van 19 juli, 1917, betreffende de Oogstkommissies

van kracht.

Brussel, den 25 oktober 1917.
No. 410. - 2. november 1917. Verordening,

betreffende de rechten en plichten der studenten aan de Hogere School voor Handelswetenschap, toegevoegd aan de Staatsuniversiteit te Gent.
Art. 1. De inschrijving der gewone en vrije studenten, alsook der toehoorders aan de Hogere School voor Handelswetenschap gebeurt jaarlijks door den Rektor der Universiteit overeenkomstig de door de Verordening, van 20 juni 1917, getroffen bepalingen aangaande de voorwaarden tot aanvaarding en de toegangsexamens aan de bij de Universiteit te Gent toegevoegde Hogere School voor Handelswetenschap. De studenten worden bij hunne inschrijving door den Rektor, door handslag als leerlingen der Universiteit verbonden en tot de stipte vervulling hunner plichten aangezet. De toehoorders worden, bij hunne inschrijving door den Rector gewezen op de plichten die uit de deelneming aan het onderwijs voortspruiten. Bij hunne inschrijving, wordt aan de studenten en de toehoorders een kaart overhandigd, die als bewijs voor de universiteitsoverheden geldig is.
Art. 2. De gewone studenten moeten zich laten inschrijven voor een bepaald studiejaar der Hogere School. Zij hebben het recht zich aan de examens tot het verkrijgen der academische graden te onderwerpen en wel telkenmale, voor die examen-gedeelten, waarvoor zij zich hebben laten inschrijven. De vrije studenten en de toehoorders zijn gehouden zich te laten inschrijven voor de colleges en oefeningen, tot dewelke zij werden toegelaten.
Art. 3. De studenten en de toehoorders kunnen door hunne professoren, door den bestuurder der Hogere School en door den Rector tot het vervullen hunner plichten aangemaand worden.
Art. 4. Tuchtstraffen kunnen over de studenten gesproken worden : wegens aanhoudende nalatigheid, wegens een zwaar vergrijp tegen de tucht der Hogere School en wegens erge zedelijke tekortkomingen. Voor het uitspreken der straf, wordt den beschuldigde gelegenheid tot verantwoording gegeven.
Art. 5. Volgende straffen kunnen uitgesproken worden:

1) de eenvoudige vermaning,

2) de vermaning voor de vergadering van het college der professoren der Hogere School,

3) de bedreiging met uitsluiting en de gelijktijdige onttrekking van eventuele studiebeurzen,

4) de tijdelijke uitsluiting,

5) de bestendige uitsluiting.
Art. 6. De eenvoudige vermaning wordt door den bestuurder, de andere straffen door den raad der professoren van de Hogere School uitgesproken. Voor de geldigheid van het besluit tot tijdelijke of bestendige uitsluiting van de Hogere School is een meerderheid van twee derden der stemmen vereist. De uitsluiting wordt, op grond het genomen besluit. door den Hector der Universiteit, door schrapping van de studentenrol uitgevoerd. Het verslag der verhandelingen met het gemotiveerd besluit moet aan het Ministerie overgemaakt worden. gemotiveerd besluit zal ook aan de ouders van den gestrafte, indien deze minderjarig is, gezonden worden. De raad der professoren kan beslissen, dat de door hem uitgesproken straffen, „ad valvas" bekendgemaakt worden.
Art, 7. De toehoorders zijn niet aan tuchtstraffen onderworpen. Nochtans kan hun door den Hector, op voorstel van de professoren der Hogere School, het bijwonen der colleges ontzegd worden, indien hun gedrag niet overeenstemt met de bij hunne aanvaarding aangenomen plichten.

Brussel, den 18n oktober 1917.
No. 410. - 2. november 1917. Verordening betreffende de rechten en plichten der studenten van de Hogere Land- en Tuinbouwschool, toegevoegd aan de Staatsuniversiteit te Gent.
Art. 1. De inschrijving der gewone en vrije studenten, alsook de toehoorders aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool gebeurt jaarlijks door den Rector der Universiteit overeenkomstig de door de Verordening 20 Juni 1917, getroffen bepalingen, aangaande de voorwaarden tot aanvaarding en de toegangsexamens aan de bij de Staatsuniversiteit te Gent toegevoegde Hogere Land- en Tuinbouwschool. De studenten worden bij hunne inschrijving door den Hector gewezen op de plichten die uit de deelneming aan het onderwijs voortspruiten. Rij hunne inschrijving wordt aan de studenten en de toehoorders een kaart overhandigd, die als bewijs voor de universiteitsoverheden is.
Art. 2. De gewone studenten moeten zich laten inschrijven voor een bepaald studiejaar der Hogere School. Zij hebben het recht zich aan de examens lot het verkrijgen der academische graden te onderwerpen en wel telkenmale, voor die examengedeelten, waarvoor zij zich hebben laten inschrijven. De vrije studenten en de toehoorders zijn gehouden zich te laten inschrijven voor de colleges en oefeningen tot dewelke zij werden toegelaten.
Art. 3. De studenten en de toehoorders kunnen door hunne professoren, door den bestuurder der Hogere School en door den Rector tot het vervullen hunner plichten aangemaand worden.
Art. 4. Tuchtstraffen kunnen over de studenten uitgesproken worden : wegens aanhoudende nalatigheid, wegens een zwaar vergrijp tegen de tucht der Hogere School, wegens erge zedelijke tekortkomingen. Voor het uitspreken der straf, wordt den beschuldigde gelegenheid tot verantwoording gegeven. Art. 5. Volgende straffen kunnen uitgesproken worden :

1) de eenvoudige vermaning

2) de vermaning voor de vergadering van het college der professoren der Hogere School,

3) de bedreiging met uitsluiting en de gelijktijdige onttrekking van eventuele studiebeurzen,

4) de tijdelijke uitsluiting

5) de bestendige uitsluiting.
Art. 6. De eenvoudige vermaning wordt door den bestuurder, de andere straffen door den raad der professoren van de Hogere School uitgeproken. Voor de geldigheid van het besluit tot tijdelijke of bestendige uitsluiting van de Hogere School, is een meerderheid van twee derden der stemmen vereist. De uitsluiting wordt, op grond van het genomen besluit, door den Hector der Universiteit, door schrapping van de studentenrol, uitgevoerd. Het verslag der verhandelingen met het gemotiveerd besluit moet aan het Ministerie overgemaakt worden. Het gemotiveerd besluit zal ook aan de ouders van den gestrafte, indien deze minderjarig is, gezonden worden. De raad der professoren kan beslissen, dat de door hem uitgesproken straffen, „ad valvas" bekendgemaakt worden.
Art. 7. De toehoorders zijn niet aan tuchtstraffen onderworpen. Nochtans kan hun door den Rector, op voorstel van de professoren der Hogere School, het bijwonen der colleges ontzegd worden, indien hun gedrag niet overeenstemt met de bij hunne aanvaarding aangenomen plichten.

Brussel, den 18n oktober 1917.
No. 410. - 2. november 1917. Beschikking.

Enig artikel. Op voorstel van den Senaat der Staats- universiteit te Gent, wordt de heer Dr. Willem Devreese, gewoon professor in de faculteit der wijsbegeerte en letteren, benoemd tot secretaris van den Academische Raad dezer Universiteit, voor het academisch jaar 1917—1918.

Brussel, den 25n oktober 1917.

:

No. 410. - 2. november 1917. Verordening. Overeenkomstig de Verordening 13 juni 1917 en de daaruit spruitende wijziging van artikel 13 van het koninklijk besluit van 24 oktober 1890, betreffende de ambtelijke bekrachtiging der in België verworven academische getuigschriften, alsmede overeenkomstig de Verordening van 9 augustus 1917, betreffende de ambtelijke taal in Vlaanderen,

bepaal ik :
Art. 1. De ambtelijke bekrachtiging der getuigschriften en diploma's van hoger onderwijs geschiedt, in het Vlaams bestuursgebied, volgens hierna vermeld formulier : „Wij, voorzitter en leden der bijzondere Bekrachtigingscommissie, ingesteld overeenkomstig de wet van 10 April1890;

Verklaren dat dit (diploma, getuigschrift) regelmatig is afgeleverd geworden, en dat alle wetsbepalingen werden nageleefd. Ten oorkonde waarvan wij het heden (datum voluit geschreven) hebben bekrachtigd en geregistreerd onder nr.. t folio.., van het register, littera.. Brussel, den

Namens de Commissie :

De Secretaris, De Voorzitter,
Art. 2. Ingeval overeenkomstig artikel 40, wet van e getuigschriften, afgeleverd door een universiteit, buiten de vakken door de wet voorzien, nog andere vakken worden toegevoegd, waarover het examen of het examen-gedeelte gelopen heeft, luidt het tweede lid van het ambtelijk bekrachtigingsformulier als volgt: „Verklaren dot dit (diploma, getuigschrift) regelmatig is afgeleverd geworden, en dat al de wetsbepalingen, betreffende de vakken bij het wettelijk programma voorzien, werden nageleefd."

Brussel, den 25n oktober 1917.
No. 410. - 2. november 1917. Bekendmaking betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr 253 van 13 september 1916 en nr 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma La Grande Parfumerie S. A., te Antwerpen. De heer Dr. chwadt, Meir 14, te Antwerpen, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.

Brussel, den 24n oktober 1917.
No. 410. - 2. november 1917. Bekendmaking

betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet~ en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr 253 van 13 september 1916 en Nr 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma Adolf Roos, te Brussel, winkel van zijden- en modeartikelen. De heer J. Welker, te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.

Brussel, den 24n oktober 1917.
No. 410. - 2. november 1917. Bekendmaking

betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr 253 van 13 september 1917 en nr 335 van 19 -April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de firma Paul Guastalla, te Brussel, winkel van kunstvoorwerpen, inzonderheid zulke uit brons. De heer luitenant M a a s, te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.

Brussel, den 26n oktober 1917.
No. 410. - 2. november 1917. Verordening. De bepaling van § 4 der Verordening van 7 september 1916, over den handel in moutkoffie door het Nationaal Komiteit, is opgeheven en vervangen door het volgende voorschrift : „De centrale Oogstkommissie (Zentral'Ernte-Kommission) zal voortaan den prijs bepalen van den moutkoffie, die door het Nationaal Komiteit vervaardigd wordt."

Brussel, den 27n oktober 1917.
No. 410. - 2. november 1917. Terechtbrenging. In de bijlage tot de beschikking 357 van 8 september 1917 (verschenen in het Wet~ en Verordeningsblad Nr 397 van 28 september 1917 regel van boven tussen „3. Bever" en „4 Bogaarden"

in te lasschen : „3a. Bierk."
No. 411. - 5. november 1917
Verordening. Overeenkomstig de Verordening van 9 Augustus 1917, over de ambtelijke taal in Vlaanderen, wordt bepaald :
Enig artikel. De getuigschriften en diploma's, af te leveren door de Staatsuniversiteit te Gentf over het verlenen van de wettelijke graden
I. van kandidaat en van doctor in de verschillende faculteiten (A., B., C, D.) en
II. II. van kandidaat-ingenieur en van ingenieur in dz burgerlijke bouwkunde aan de School voor burgerlijke bouwkunde (E.) bij de Staatsuniversiteit, zijn op te maken overeenkomstig de hiernavoigende modellen :x
FORMULIEREN DER GETUIGSCHRIFTEN EN DIPLOMA'S.
1) Getuigschrif t van het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de wijsbegeerte en Letteren. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wijsbegeerte en letteren der Staatsuniversiteit te Gent (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (of wel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wijsbegeerte en letteren van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de wijsbegeerte en letteren") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van volledige humaniora vereist bij artikel 5 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld bij Koninklijk besluit van 14 oktober 1890 ter uitvoering van artikel 11 dier wet. (Desvoorkomend : „Aangezien de heer geboren te , houder is van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij het voorbereidend examen, bij artikel 10 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd"). Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de wijsbegeerte en letteren [vermelden : „voorbereidend tot de rechtsgeleerdheid" of „voorbereidend tot het doctoraat in de wijsbegeerte en letteren, groep M (groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890)] uitmaken. Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werke174 lijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften van de wet van 10 A]>nl 1890 betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den De Secretaris, De Voorzitter. De Examinatoren, (Handtekening van den houder Gezien door ons, Rektor van het getuigschrift of diploma. der Staatsuniversiteit.
2) Diploma van kandidaat in de wijsbegeerte en letteren.
Staatsuniversiteit te Gent. Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wijsbegeerte en letteren der Staatsuniversiteit te Gent (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wijsbegeerte en letteren van de Staatsuniversiteit te < belast met het afnemen van het tweede gedeelte van )iet kandidaatsexamen in de wijsbegeerte en letteren") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : . (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de wijsbegeerte en letteren [vermelden : „voorbereidend tot de rechtsgeleerdheid" of „voorbereidend tot het doctoraat in de wijsbegeerte en letteren, groep " (groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890)1 uitmaken ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het tweede gedeelte van het kandidaatsexamen in de wijsbegeerte en letteren, groep " (groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890) uitmaken ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van kandidaat in de wijsbegeerte en letteren. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diphma hebben a/- geleverd, tevens getuigende dot de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1).
 3) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het Doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wijsbegeerte en letteren der Staatsuniversiteit te Gent (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wijsbegeerte en letteren van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren") ; Aangezien de heer (naam en voornamen) f geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de wijsbegeerte en letteren voorbereidend tot het doctoraat in de wijsbegeerte en letteren groep (groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890) afgeleverd den (datum) door en behoorlijk bekrachtigd den (datum) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) (en desvoorkomend bijvoegen : „en in , door den examinandus gekozen vak"), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren, groep  aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890) uitmaken ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) U>t het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer toerkjk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften van de wet van 10 Aprl 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1).
 4) Diploma van doctor in de wijsbegeerte en letteren.
 a) Afgeleverd na het afleggen van het e x a m^e n in twee gedeelten. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan) , secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wijsbegeerte en letteren der Staatsuniversiteit te Gent (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wijsbegeerte en letteren van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den .... door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren, groep (groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890) uitmaken ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) (desvoorkomend bijvoegen : „en in , door den examinandus gekozen vak"), welke vakken het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren, groep (groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890) uitmaken ; Aangezien hij een proefschrift over , wetenschappelijk vraagstuk in verband met voormelde groep, heeft ingediend en in het openbaar verdedigd; Aangezien hij een openbare les heeft gegeven over onderwerp door de Faculteit of commissie opgegeven (desvoorkomend weg te laten) ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van doctor in de wijsbegeerte en letteren. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekening: zie formulier 1).
 b) Afgeleverd na het afleggen van een een examen. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wijf decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wijsbegeerte en letteren der Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „«n tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890"), (ofwel: Wij voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wijsbegeerte en letteren van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een diploma heeft overgelegd, van kandidaat in de wijsbegeerte en letteren, voorbereidend tot het doctoraat in de wijsbegeerte en letteren, groep . . ï\ . . (groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890) afgeleverd den (datum) door en behoorlijk bekrachtigd den (datum) ; Aangezien Jiij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) en in , door den examinandus gekozen vak, welke vakken het doctoraal examen in de wijsbegeerte en letteren, groep (groep aanduiden volgens artikel 14 der wet van 10 April 1890), uitmaken ; Aangezien hij een proefschrift over , wetenschappelijk vraagstuk in verband met voormelde groep, heeft ingediend en in het openbaar verdedigd ; Aangezien hij een openbare les heeft gegeven over , onderwerp door de Faculteit of commissie opgegeven (desvoorkomend weg te laten) ; o w Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van doctor in de wijsbegeerte en letteren. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1).
 B. Faculteit der RECHT80ELEERDHKID.
 5) Diploma van kandidaat in de rechtswetenschap. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren can de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter f secretaris en leden der commissie door de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het kandidaatsexamen in de rechtswetenschap") ; Aangezien de lieer (naam en voornamen), geboren te c.en diploma heeft overgelegd van kandidaat in de wijsbegeerte en letteren voorbereidend tot de rechtsgeleerdheid, afgeleverd den (datum) door , en behoorlijk bekrachtigd den (datum) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : . (vakken opsommen in de door de wet aangeduide orde), welke vakken het kandidaatsexamen in de rnaken ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van kandidaat in de rechtswetenschap). Ten oorkonde waarvan urij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier i).
 6) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaari), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober i§^?") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Fakulteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap)") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de rechtswetenschap, afgeleverd den. '. (datum), door , en behoorlijk bekrachtigd den (datum) ; Aangezien hij (waarde van het examen) exa182 men heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van h et doctoraal examen in de rechtswetenschap uitmaken ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den ^.(Handtekeningen : zie formulier 1).
 7) Getuigschrift van het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent, {desvoorkomend bijvoegen : („en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en âer commissie door de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap**) ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum), door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap uitmaken ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door wet aangeduide volgorde), welke vakken het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap uitmaken; Verklaren dat de heer (naam en voornamen), tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier I).
 8) Diploma van doctor in de rechtswetenschap. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Konink184 lijk besluit van 5 oktober 1890"); (ofwel: .AVij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faa> der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te ' belast met het afnemen van het derde gedeelte van doctoraal examen in de rechtswetenschap") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door en waaruit blijkt dut h ij respectievelijk den (datum) (waarde van examen) en den {datum) (waarde van het examen) y het eerste en het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap heeft afgelegd, waarvan het eerste gedeelte de volgende vakken omvat (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) en het tweede de volgende : (vakken opsommen in den door de wet aangeduide volgorde) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) welke vakken het derde gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap uitmaken ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van doctor in de rechtswetenschap. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer . . werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dot de voorschriften der wet van 10 AprU 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, (Handtekeningen : zie formulier
 9) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het examen van kandidaat-n o t a r i s. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het examen van kandidaat-notaris") ; >ob «^ Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van e-en getuigschrift van volledige humaniora vereist bij artikel 5 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld bij Koninklijk besluit van 14 oktober 1890 ter uitvoering van artikel 11 dier wet ; (desvoorkomend : „Aangezien de heer (naam en voornaam), geboren te , houder is van een getuigschrift, waaruit blijkt dat hij het voorbereidend examen, bij artikel 10 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd"). Aangezien hij (waarde van het examen) het eerste gedeelte van het examen van kandidaat-notaris heeft afgelegd, hetwelk de volgende vakken omvat : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), alsook oplossingen van vraagstukken uit de praktijk en ontwerpen van notariële akten. (Vermelden : lo. de vakken waarover deze vraagstukken en ontworpen notariële akten hebben gelopen ; 2o. of de akten in het Nederlands of in het Frans, in beide talen, of ook in het Duits werden opgesteld) ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrifi hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 10) Getuigschrift van het tweede gedeelte van het examen van kandidaat -notaris. Staatsuniversiteit te Gent
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 5 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het examen van kandidaat-notaris") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), inbegrepen het oplossen van vraagstukken uit de praktijk en ontwerpen van notariële akten, welke vakken het eerste gedeelte van het examen van kandidaat-notaris uitmaken ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : {vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde ; vakken vermelden waarover de opgeloste vraagstukken uit de practijk en ontworpen notariële akten hebben gelopen), alsook oplossingen van vraagstukken uit de praktijk en ontwerpen van notariële akten. (Vermelden : lo. de vakken waarover deze vraagstukken en ontworpen notariële akten hebben gelopen, 2o. of de akten in het Nederlands of in het Frans, in beide talen, of ook in het Duits werden opgesteld, en desvoorkomend bijvoegen : „zooals bij het vorige gedeelte"), welke vakken het tweede gedeelte van het examen van kandidaat-notaris uitmaken ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgele erdt tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, dm (Handtekeningen : zie formulier I.)
 11), Diplom a van kandidaat-notaris. StaaUuniversiteit te Gent
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de universiteit te Gent (desvoorkomend bijvoegen: „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 5 van het Kon besluit van 5 oktober 1890") ; (ofioel : „Wij, voor: secretaris en leden der commissie door de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van hrf eêrdê gedeelte van examen van kandidaat-notaris") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door en waaruit blijkt dat hij respectievelijk den (datum) (waarde het examen) en den (datum) (waarde van het examen), het eerste en het tweede gedeelte examen van kandidaat-notaris heeft afgelegd, waarvan. eerste gedeelte de volgende vakken omvat : (vak~ ken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) y en het tweede de volgende : (vakken opsommen m de door de wet aangeduide volgorde) en beide examens, het oplossen van vraagstukken uit de praktijk en ontwerpen van notariële akten ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen m de door de wet aangeduide volgorde), de vakken vermelden waarover de opgeloste vraagstukken uit de practijk en de ontworpen notariële akten hebben gelopen), alsook het oplossen van vraagstukken en het ontwerpen van notariële akten, (vermelden : lo. de vakken waarover deze vraagstukken en ontworpen notariële akten hebben gelopen, 2o. of de akten in net Nederlands of \n het Frans, in beide talen, of ook in het Duits werden opgesteld, en desvoorkomend bijvoegen: ,,zoals de vorige gedeelten ,f ), welke vakken het derde gedeelte van het examen van kandidaat-notaris uitmaken ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van kandidaat-notaris. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 12) Diploma van doctor in de reohtswetenschap en van kandidaat-notaris. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaari), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden van de commissie door de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het derde gedeelte van het examen van doctor in de rechtswetenschap en van het examen van kandidaat-notaris (bijzonder examen)" ;) Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door en waaruit blijkt dat hij respectievelijk den (datum) (waarde van het examen) en den (datum) (waarde van het examen) het eerste en het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap heeft afgelegd, waarvan het eerste gedeelte de volgende vakken omvat (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) en het tweede de volgende : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) , welke vakken het derde gedeelte van het doctoraal examen in de rechtswetenschap uitmaken, en in de volgende vakken : (opsommen, in de door de wet aangeduide volgorde, de vakken van het examen van kandidaat-notaris, die geen deel uitmaken van het kandidaats- of van het doctoraal examen in de rechtswetenschap), welke vakken het bijzonder examen van kandidaat-notaris uitmaken, ingesteld bij artikel 16 der wet van 10 April 1890 ; Aangezien in dit bijzonder examen bij de vakken, onder nrs 4 tot 9 van artikel 17 der wet van 10 April 1890 voorzien, waren begrepen het oplossen van vraagstukken uit de praktijk en het ontwerpen van notariële akten, daartoe behorende : Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) de graden van doctor in de rechtswetenschap en van kandidaat-notaris. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dot de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dot de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 C. Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen.
 13)Getuigschrift van het eerste gedeelte van het c a n d i d a a t s e x am e n in de wis- en natuurkunde. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de wis- en natuurkunde ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van middelbare studiën, vereist bij artikel 5 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld bij Koninklijk besluit van 14 oktober 1890 ter uitvoering van artikel 11 dier wet (desvoorkomend : „Aangezien de heer. , geboren te houder is van een getuigschrift, waaruit blijkt dat hij het voorbereidend examen, bij artikel 12 der wet van 10 April 1890 vereist, met goed gevolg heeft afgelegd ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de wis~ en natuurkunde uitmaken (desvoorkomend bijvoegen : „en hij een praktisch examen in de proefondervindelijke natuurkunde heeft afgelegd") ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) ht de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan ivij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 14) Diploma van kandidaat in de wis- en natuurkunde. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig ar 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het tweede gedeelte van liet kandidaatsexamen (of „het kandidaatsexamen") in de wis- en natuurkunde") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de wis- en natuurkunde uitmaken ; (voor het geval van een enig examen, wordt deze overweging vervangen door de volgende : „Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van middelbare studiën, vereist bij artikel 5 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld bij Koninklijk besluit van 14 oktober 1890 ter uitvoering van artikel 11 dier wet", of door de volgende : „Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift, waaruit blijkt dat hij het voorbereidend examen, bij artikel 12 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd") ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het tweede gedeelte van het kandidaatsexamen (of, volgens het geval : „het kandidaatsexamen") in de wis en natuurkunde uitmaken ; (desvoorkomend bijvoegen : „en hij een praktisch examen in de proefondervindelijke natuurkunde heeft afgelegd") ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van kandidaat in de wis- en natuurkunde. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften van de wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 15)Getuigschrift van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de wis-en natuurkunde. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomend artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wijt voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de uns- en natuurkunde) ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de wis- en natuurkunde, afgeleverd den (datum) door en behoorlijk bekrachtigd den (datum) ; Aangezien I icaarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : . (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde). welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de wis- en natuurkunde uitmaken ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890 betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 16) Diploma van doctor in de wis- en natuurkunde. Staatsuniversiteit te Gent
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit ie Gent belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het doctoraal examen (of het ,.doctoraal examen") in de wiskunde en natuurkunde") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waar196 uit blijkt dat hij {waarde van) het examen examen heeft afgelegd in de volgende vakken .... (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het docioraal examen in de uns- en natuurkunde uitmaken ; (voor het geval van een enig examen, wordt deze overweging door de volgende vervangen : „Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een behoorlijk bekrachtigd diploma heeft overgelegd van kandidaat in de wis- en natuurkunde, afgeleverd den (datum) door "); Aangezien hij waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), en verder een grondig examen (voor groep D (mathematische sterrekunde en aardmeetkunde) en voor groep E (proefondervindelijke natuurkunde en mathematische natuurkunde) bijvoegen : „alsook een praktisch examen") in de vakken van groep (groep aanduiden volgens artikel 19 van de wet van 10 April 1890), welke vakken het laatste gedeelte van het doctoraal examen (of „het doctoraal examen") in de wis- en natuurkunde uitmaken ; (ofwel : „Aangezien de heer (waarde van het examen) een grondig examen (desvoorkomend bijvoegen, in geval van groep E en groep D : „alsook een praktisch examen") heeft afgelegd in de vakken van groep (groep aanduiden volgens artikel 19 van de wet van 10 April 1890), welke vakken het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de wis- en natuurkunde uitmaken" ); Aangezien hij een proefschrift over wetenschappelijk vraagstuk (of vraagstukken) tot voornoemde groep behorende, heeft ingediend en in het openbaar verdedigd ; Aangezien hij twee openbare lessen heeft gegeven, de ene in de wiskunde over , de tweede in de proef ondervindelijke natuurkunde over , onderwerpen door de Faculteit of commissie aangeduid. (Desvoorkomend deze overweging weglaten.) Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voonamen) den graad van doctor in de wis- en natuurkunde. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 17) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de geneeskunde of de artsenijbereidkunde. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan) , secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschap198 pen van de Staatsuniversiteit te Gent (desvoorkomend bijvoegen : ,,en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijbereidkunde") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van volledige humaniora, vereist bij artikel 5 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld bij Koninklijk besluit van 14 oktober 1890, ter uitvoering van artikel 11 dier wet, [desvoorkomend wordt deze overweging door de volgende vervangen : „Aangezien de heer (naam en voornamen) y geboren te , houder is van een getuigschrift, waaruit blijkt, dat hij het voorbereidend examen, bij artikel 10 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd" ;] Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijbereidkunde. uitmaken ; (desvoorkomend bijvoegen : „en hij een microscopische demonstratie heeft gehouden ; M ) Aangezien hij ook examen heeft afgelegd over de bijgevoegde lessen, vereist bi l 20 der wet van 10 April 1890 ; Verklaren dat de heer tot de verdere mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 18) Diploma van kandidaat in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot net doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de geneeskunde of de artsenijbereidkunde. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; [ofwei : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het kandidaatsexamen (of het kandidaatsexamen") in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijbereidkunde" ;] Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waaruit blijkt dathij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijbereidkunde, uitmaken ; [voor het geval van een enig examen, wordt deze overweging vervangen door de volgende : „Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te houder is van een getuigschrift van volledige humaniora, vereist bij artikel 5 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld bij Koninklijk besluit van 14 oktober 1890, ter uitvoering van artikel 11 dier wet" ; of door de volgende : „Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift, waaruit blijkt dat hij het voorbereidend examen, bij artikel 10 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd" ;] Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het tweede gedeelte van het kandidaatsexamen (of ,,het kandidaatsexamen") in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijbereidkunde, uitmaken ; Aangezien hij een praktisch examen in de scheikunde heeft afgelegd en eene microscopische demonstratie heeft gehouden ; Aangezien hij ook examen heeft afgelegd over de b voegde lessen vereist bij artikel 20 der wet van 10 April 1890; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van kandidaat in de natuurwetenschappen. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 19) Diploma van kandidaat in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde (enig examen). Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het af~ nemen van het kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van volledige humaniora, vereist bij artikel 5 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld bij Koninklijk besluit van 14 oktober 1890, ter uitvoering van artikel 11 dier wet desvoorkomend : „Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift, waaruit blijkt dat hij het voorbereidend examen, bij artikel 10 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd" ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde, uitmaken ; Aangezien hij een praktisch examen in de scheikunde heeft afgelegd en eene microscopische demonstratie heeft gehouden ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van kandidaat in de natuurwetenschappen. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universùeit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier /.)
 20) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de natuurwetenschappen. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de natuurwetenschappen") ; Aangezien de heer (naam en voornamen) t geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de natuurwetenschappen voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijbereidkunde, afgeleverd den (datum), door en behoorlijk bekrachtigd den (datum); Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde)y van groep groep aanduiden volgens artikel 21 der wet van 10 April 1890), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de natuurwetenschappen uitmaken ; (desvoorkomend bijvoegen : „en hij een praktisch examen heeft afgelegd in de vakken dezer groep") ; Verklaren dat de heer (naam en voomamen), tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift heb204 ben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formuHer 1.)
 21) Diploma van doctor in de natuurwetenschappen. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bij~ voegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890'*); [ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het doctoraal examen (of: „het doctoraal examen*') in de natuurwetenschappen";] Aangezien de heer (naam en voornaam geboren te een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door , en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), van groep (groep aanduiden volgens artikel 21 der wet van 10 April 1890), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de natuurwetenschappen uit. maken ; [voor het geval van een enig examen, wordt deze overweging door de volgende vervangen : „Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te - een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijbereidkunde, afgeleverd den (datum) door en behoorlijk bekrachtigd den (datum) ;] Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), van groep (groep aanduiden volgens artikel 21 der wet van 10 April 1890), welke vakken het laatste gedeelte van het doctoraal examen (of „het doctoraat examen") in de natuurwetenschappen uitmaken, en hij een praktisch examen in de vakken dezer groep heeft afgelegd; Aangezien hij een proefschrift heeft ingediend over , vraagstuk (of vraagstukken) behorende tot de vakken van het examen ; Hebben verleenden verlenen den heer (naamen voornamen) den graad van doctor in de natuurwetenschappen. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dot de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
22)Getuigschrift van het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen de genees-, heel- en verloskunde. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzxthr, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de genees-, heel- en verloskunde") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de natuurwetenschappen, afgeleverd den (datum) door en behoorlijk bekrachtigd den (datum) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de genees-, heel- en verloskunde uitmaken ; (desvoorkomend bijvoegen : „en hij een praktisch exam< afgelegd, bestaande in gewone of macroscopische en in microscopische demonstraties") ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift /c6- ben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer. werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.) x 23) Diploma van kandidaat in de genees-, heel- en verloskunde. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der geneeskunde van de staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het kandidaatsexamen in de genees-, heel- en verloskunde") ; Aangezien de heer (naam en voornamen). geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de geneeskunde uitmaken ; [Voor het geval van een enig examen, wordt deze overweging door de volgende vervangen : „Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de natuurwetenschappen, afgeleverd den (datum) door en behoorlijk bekrachtigd den (datum) ;] Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het laatste gedeelte van het kandidaatsexamen (of „het kandidaatsexamen' ") in de geneeskunde uitmaken, en hij een praktisch examen heeft afgelegd, bestaande in gewone of macroscopische en in microscopische ontleedkundige demonstraties ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van kandidaat in de genees-, heel- en verloskunde. Ten oorkonde waarvan wij Item dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer toerkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 24) Getuigschrift van het eerste gedeelte der verenigde kandidaatsexamens in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde en in de genees-, heel- en verloskunde.
 Staatsuniversiteit te Gent. Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde, en van het kandidaatsexamen in de genees-, heel en verloskunde, verenigd overeenkomstig artikel 25 der wet van 10 April 1890 ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van volledige humaniora, vereist bij artikel 5 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld bij Koninklijk besluit van 14 oktober 1890, ter uitvoering van artikel 11 dier wet; [desvoorkomend vervangen door : „Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift, waaruit blijkt dat hij het voorbereidend examen, bij artikel 10 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd" ;] Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij het Koninklijk besluit van 29 Juni 1896), welke vakken het eerste gedeelte der verenigde kandidaatsexamens in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde, en in de genees-, heel- en verloskunde, uitmaken ; Aangezien hij een praktisch examen heeft afgelegd in de scheikunde en een microscopische demonstratie heeft ge 1 ouden ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de (openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 25) Getuigschrift van het tweede gedeelte der verenigde kandidaatsexamens in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde, en in de genees-, heel- en verloskunde. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der wiskunde en der natuurwetenschappen en de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde, en van het kandidaatsexamen in de genees-, heel- en verloskunde, verenigd overeenkomstig artikel 23 der wet van 10 April 1890 ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te een getuigschrift heeft overglegd, afgeleverd den (datum) door , en waaruit blijkt dathij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen), welke vakken het eerste gedeelte der verenigde kandidaatsexamens in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde, en in de genees-, heel- en verloskunde uitmaken ; en hij insgelijks een praktisch examen heeft afgelegd in de scheikunde en een microscopische demonstratie heeft gehouden ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij het Koninklijk besluit van 29 Juni 1895), welke vakken het tweede gedeelte van de verenigde kandidaatsexamens in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde, en in de genees-, heel- en verloskunde uitmaken ; Aangezien hij insgelijks een practisch examen heeft afgelegd bestaande in gewone of macroscopische en in microscopische demonstraties (artikel 22 der wet) ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen), tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den. ... (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 26) Diploma van kandidaat in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde,en van kandidaat in de genees-, heel- en verloskunde 1). Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het derde gedeelte van het kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde, en van het kandidaaisexamen in de genees-, heel- en verloskunde, verenigd overeenkomstig artikel 23 der wet van 10 April 1890; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door en waaruit blijkt dot hij respectievelijk den (datum) (waarde van het examen), en den (datum) (waarde van het examen), het eerste en het tweeds gedeelte der verenigde kandidaatsexamens in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde, en in de genees-, heel- en verloskunde, heeft afgelegd, welke gedeelten omvatten, Jiet eerste de volgende vakken : (vakken opsommen), alsook een praktisch examen in de scheikunde en eene microscopische demonstratie, het tweede, de volgende : (vakken opsommen), alsook een praktisch examen, bestaande in gewone of macroscopische en in microscopische demonstraties (artikel 22 der wet) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd vn de volgende vakken :. . {vakken opsommen), welke vakken het derde gedeelte der verenigde kandidaatsexamens in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot de geneeskunde, en in de genees-, heel en verloskunde uitmaken, en hij een praktisch examen heeft afgelegd, bestaande in gewone of macroscopische en in microscopische demonstraties ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voomamen) de graden van kandidaat in de natuurwetenschappen voorbereidend tot de geneeskunde en van kandidaat in de genees-, heel- en verloskunde. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)  
 27) G e t u i g s c h r i f t van h e t e e r s t e gedeelte van het doctoraal examen de genees-, heel- en verloskunde. Staatsuniversiteit te Gent
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, vôorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de genees-, heel- en verloskunde, afgeleverd den (datum), door , en behoorlijk bekrachtigd den (datum) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde uitmaken, en hij een praktisch examen heeft afgelegd, bestaande in microscopische demonstraties van pathologische ontleedkunde ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 28) Getuigschrift van het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waaruit blijkt dat hij (waarde can het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde uitmaken, en hij een praktisch examen heeft afgelegd, bestaande in microscopische demonstraties van pathologische ontleedkunde ; Aangezien hij {waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde uitmaken ; « ,po Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot het eindexamen mag worden toegelaten. , r/ Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd, Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1
 29) Diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Fakulteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent beiast met net afnemen van het derde gedeelte vzn het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde) ; Aangezien de heer (naam en voornamen). geboren te , twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door , en waaruit blijkt dot hij respectievelijk den (datum) (waarde van net examen) en den (datum) (waarde van het examen) het eerste en het tweede gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde heeft afgelegd, welke gedeelten omvatten, het eerste, de volgende vakken (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), alsook een praktisch examen bestaand» microscopische demonstraties van pathologische ontleedkunde, net tweede, de volgende : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken: (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het derde gedeelte van het doctoraal examen in de genees-, heel- en verloskunde uitmaken, en hij daarenboven twee praktische examens heeft afgelegd, bestaande : het eerste in macroscopische demonstraties van pathologische ontleedkunde, het tweede in demonstraties van plaatsbeschrijvende ontleedkunde ; Aangezien hij door getuigschriften heeft bewezen dat hij, gedurende ten minste twee jaar na het bekomen van den graad van kandidaat in de genees-, heel- en verloskunde, met vlijt en goed gevolg, de geneeskundige, de heelkundige, de oogheelkundige en de verloskundige kliniek heeft bezocht ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van doctor in de genees-, heel en verloskunde. Ten oorkonde, waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 30) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het apothekersexamen. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der geneeskunde van de staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toe218 gevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het eerste gedeelte van het apothekersexamen*') ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een diploma heeft overgelegd van kandidaat in de natuurwetenschappen, voorbereidend tot het doctoraat in de natuurwetenschappen of tot de artsenijbereidkunde, afgeleverd den (datum) door en behoorlijk bekrachtigd den (datum) ; Aangezien hij (waarde van het examen) het eerste gedeelte van het apothekersexamen heeft afgelegd, hetwelk de volgende vakken omvat : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen), tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan urij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer (werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 31) Getuigschrift van het tweede gedeelte van het apothekersexamen. Staatsuniversiteit te Gent,
 Wij, decaan (of pro~decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het tweede gedeelte van het apothekersexamen") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door , en waaruit blijkt dot hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), welke vakken het eerste gedeelte van het apothekersexamen uitmaken ; Aangezien hij (waarde van het examen) het tweede gedeelte van het apothekersexamen heeft afgelegd, hetwelk omvat de volgende praktische examens : twee scheikundige bewerkingen, een algemene analyse, een toxicologisch onderzoek, een onderzoek van aard om de vervalsing van genees- of levensmiddelen vast te stellen en een microscopisch onderzoek ; Aangezien hij een quantitatieve bepaling omtrent de tweede of derde of vierde analytische bewerking heeft gedaan ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 1.)
 32) Diploma van A p o t h e k e r. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, decaan (of pro-decaan), secretaris en hoogleraren van de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent, (desvoorkomend bijvoegen : „en tot stemmen gerechtigd zijnde personen aan de genoemde Faculteit toegevoegd, overeenkomstig artikel 3 van het Koninklijk besluit van 5 oktober 1890") ; (ofwel : „Wij, voorzitter, secretaris en leden der commissie door de Faculteit der geneeskunde van de Staatsuniversiteit te Gent belast met het afnemen van het derde gedeelte van het apothekersexamen") ; Aangezien de heer (naam en voornamen), twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door en waaruit blijkt dat hij respectievelijk den (datum) (waarde van het examen) en den (datum) (waarde van het examen) het eerste en het tweede gedeelte van het apothekersexamen heeft afgelegd, waarvan het eerste gedeelte omvat de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) f het tweede de volgende praktische examens : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) ; Aangezien hij (waarde van het examen) f et derde gedeelte van het apothekersexamen heeft afgelegd, hetwelk de volgende vakken omvat : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde), alsook een praktisch examen, bestaande in twee officinale en drie magistrale artsenijbereidingen ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van apotheker. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 7.)
 1) Getuigschrift A) van het voorbereidend examen tot den wettelijke graad van kandidaat-ingenieur. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter en leden der commissie door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen aan de Staatsuniversiteit te Gent, van het voorbereidend examen tot den graad van kandidaat-ingenieur, voorzien bij artikel 12 der wet van 10 April 1890 ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , met goed gevolg voornoemd examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) ; Verklaren dat de heer {naam en voornamen) tot het examen van kandidaat-ingenieur mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift Jtebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften van het organiek Koninklijk besluit, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den De secretaris der Commissie, De voorzitter der Commissie, De Leden der Commissie : Handtekening van den houder Gezien door ons van het getuigschrift. Rector der Staatsuniversiteit.
 2) Getuigschrift B) van het voorbereidend examen tot den wettelijken graad van kandidaat-ingenieur. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter en leden der Commissie door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen, aan de Staatsuniversiteit te Gent, van het voorbereidend examen tot den graad van kandidaat- ingenieur, voorzien bij artikel 12 der wet van 10 April 1890; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te houder is van em getuigschrift,  welk behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld bij Koninklijk besluit van 14 oktober 1890, ter uitvoering van artikel 11 dier wet, en waaruit blijkt dat hij een cursus van humaniora van ten minste 6 jaren, de retorica inbegrepen, met goed gevolg heeft gevolgd ; Aangezien hij uit dien hoofde, overeenkomstig artikel 12 voornoemd, van het examen in de vakken onder nrs 1 tot 3 van dit artikel 12 vermeld, werd vrijgesteld ; Aangezien de heer (naam en voornamen) voor noemd examen met goed gevolg heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de door de wet aangeduide volgorde) ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot het examen van kandidaat-ingenieur mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de voorschriften van het organiek Koninklijk besluit, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie voorgaand formulier.)
 3) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het examen van kandidaat- ingenieur. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter en leden der Commissie door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen, aan de Staatsuniversiteit te Gent, van het eerste gedeelte van het examen van kandidaat-ingenieur; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift, waaruit blijkt dat hij met goed gevolg het voorbereidend examen heeft afgelegd, voorzien bij artikel 12 der wet van 10 April 1890 ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij ministerieel besluit van 30 Januari 1897, Programma 2), welke vakken het eerste gedeelte van het examen van kandidaat-ingenieur uitmaken ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij Item dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den De Secretaris, De voorzitter, Handtekening van den houder Gezien door ons, van het getuigschrift. Rector der Staatsuniversiteit.
 4) Diploma van kandidaat-ingenieur. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter en leden der Commissie door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen, aan de Staatsuniversiteit te Gent van het tweede gedeelte van het examen van kandidaat-ingenieur; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te cen getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den , door en waaruit blijkt dot hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen), welke vakken het eerste gedeelte van het examen van kandidaat-ingenieur uitmaken ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij Ministerieel besluit van 30 Januari 1897', Programma 3), welke vakken het tweede gedeelte van het examen van kandidaatingenieur uitmaken; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van kandidaat-ingenieur. Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma ebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. (Handtekeningen : zie formulier 3.)
 5) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke bouwkunde Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter en leden der Commissie door et Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met et afnemen, aan de Staatsuniversiteit te Gent, van et eerste gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke bouwkunde ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een diploma van kandidaat-ingenieur heeft overgelegd, afgeleverd den door en behoorlijk bekrachtigd den Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij Ministerieel besluit van 30 Januari 1897, Programma 4), welke vakken het eerste gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke bouwkunde uitmaken ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot de verdere examens mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift heb~ ben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 3.)
 6) Getuigschrift van het tweede gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke bouwkunde. Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter en leden der Commissie door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het a/- nemen, aan de Staatsuniversiteit te Gent, van het tweede gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke bouwkunde ; Aangezien de heer (naam en voornamen) geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den door , en waaruit blijkt dot hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen), welke vakken het eerste gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke bouwkunde uitmaken; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij Ministerieel besluit van 30 Januari 1897, Programma 5), welke vakken het tweede gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke bouwkunde uitmaken; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot het eindexamen mag worden toegelaten. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 April 1890, betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 3.)
 7) Diploma van ingenieur van burgerlijke bouwkunde. Staatsuniversiteit te Gent
 Wij, voorzitter en leden der Commissie door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen, aan de Staatsuniversiteit te Gent, van het derde gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke bouwkunde ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door en waaruit blijkt dat hij respectievelijk den (waarde van het examen) en den (waarde van Jiet examen) het eerste en het tweede gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke bouwkunde heeft afgelegd, waarvan het eerste gedeelte de volgende vakken omvat : (vakken opsommen) en het tweede de volgende : (vakken opsommen) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij Ministerieel besluit van 30 Januari 1897, Programma 6), welke vakken het derde gedeelte van het examen van ingenieur van burgerlijke bouwvakken uitmaken ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van ingenieur van burgerlijke bouwkunde ; Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werk aan de Universiteit te Gent heeft gestudeerd en dat de voorschriften der wet van 10 ApirU 1890, betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : tie formulier 3.) Brussel, den 6, oktober 1917.
 Verordening. In uitvoering van artikel 9 der Verordening G. G. Illb 2383 van 20 Juni 1917, evenals van artikel 12 der ver^ ordening C. C. Illb 2388 van 20 Juni 1917, Overeenkomstig de Verordening van 9 Augustus 1917, over de ambtelijke taal in Vlaanderen, wordt bepaald :
Enig artikel. De getuigschriften en diploma's, af te leveren door de Hogere School voor Handelswetenschap bij de Staatsuniversiteit te Gent, en waaruit blijkt dot het toegangsexamen, alsook de afzonderlijke gedeelten van het examen ter verkrijging van den graad van licentiaat in de handelswetenschap met goed gevolg werden afgelegd, zijn vp te maken overeenkomstig de hiernavolgende modellen :
 1) Getuigschrift van het toegangsexamen tot de hogere school voor handelswetenschap. Hogere School voor Handelswetenschap bij de Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter, secretaris en leden der Commissie, door Jiet Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen van het toegangsexamen aan de Hogere School voor Handelswetenschap bij de Staatsuniversiteit te Gent ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , met goed gevolg examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel 2 der Verordening C. C. Mb 2383 van 20 Juni 1917), welke vakken het toegangsexamen tot de Hogere School voor Handelswetenschap bij de Staatsuniversiteit te Gent, uitmaken ; Verklaren dot de heer (naam en voornamen) als gewoon leerling der Hogere School voor Handelswetenschap kan worden aanvaard. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift heb~ ben afgeleverd, tevens getuigende dat alle wettelijke voorschriften, in het bijzonder, deze betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den De Secretaris, De Voorzitter, De Leden, Handtekening van den houder van het getuigschrift.
 2) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het examen van Licenntiaat in de handelswetenschap. Hogere School voor Handelswetenschap bij de Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter, secretaris en leden der Commissie, door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen aan de Hogere School voor Handelswetenschap bij de Staatsuniversiteit te Gent van het eerste gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van licentiaat in de handelswetenschap; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van volledige humaniora, voorzien bij de artikelen 5 tot 7 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld bij Koninklijk besluit van 14 oktober 1890, ter uitvoering van artikel 11 dier wet ; (ofwel : „Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift, waaruit blijkt dat hij het voorbereidend examen, bij artikel 10 of artikel 12 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd ,J ; ofwel : „Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te houder is van een getuigschrift van volledige moderne humaniora, afgeleverd den (datum) door "; ofwel : „Aangezien de heer (naam en voornamen) geboren te , een uitgangsdiploma heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door de Staatsmiddelbare normaalschool te (of: „door de Middelbare nor232 maalschool te , erkend door den Staat") ; ofwel : „Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeieverd den door , en waaruit blijkt dat hij h et toelatingsexamen tot de Hogere School voor Handelswetenschap bij de Staatsuniversiteit te Gent, met goed gevolg heeft afgelegd in de vakken voorzien bij artikel 2 der Verordening C. C. Illb 2383 van 20 Juni 1917") ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij Verordening C. C. Illb 2388 van 20 Juni 1917), welke vakken het eerste gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van licentiaat in de handelswetenschappen uitmaken ; Aangezien hij de bij artikel 4 der Verordening, C. C. Illb 2388 van 20 Juni 1917 vereiste bewijsstukken heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij, met goed gevolg, de praktische oefeningen heeft bijgewoond, door het programma voorgeschreven : Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot het tweede gedeelte van het examen mag worden toegelaten. (Desvoorkomend bijvoegen : „Verklaren daarenboven, dat hij, naast en tegelijk met het eerste gedeelte van het examen van licentiaat in de handelswetenschap, met goed gevolg een bijzonder examen, voorzien bij artikel 5 der Verordening C. C. Illb 2388 van 20 Juni 1917 heeft afgelegd in./. ") ; Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer aan de Universiteit te Gent, als gewoon leerling van de Hogere school voor Handelswetenschap, heeft gestudeerd m dat alle wettelijke voorschriften, in het bijzonder, deze betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd Aldus gedaan te Gent, den De Secretaris, De Voorzitter, De examinatoren Handtekening van den houder Bekrachtigd door ons van het getuigschrift. rector der Staatsuniversiteit.
 8) Diploma van licentiaat in de handelswetenschap. Hogere School voor Handelswetenschap bij de Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter secretaris en leden der Commissie, door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen aan de Hogere School voor Handelswetenschap bij de Staatsuniversiteit te Gent, van het tweede gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van licentiaat in de handelswetenschap ; Aangezien de heer (naam en voornamen) geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd afgeleverd den (datum) door en waar uit blijkt, dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij verordening C. C, Illb 2388 van 20 Juni 1917), welke vakken het eerste gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van licentiaat in de handelswetenschap uitmaken ; Aangezien hij {waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij Verordening van 20 Juni 1917), welke vakken het tweede gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van licentiaat in de handelswetenschap uitmaken ; Aangezien hij de bij artikel 4dr Verordening C. C. Hlb 2388 van 20 Juni 1917, vereiste bewijsstukken heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij, met goed gevolg, de praktische oefeningen heeft bijgewoond, door het programma voorgeschreven ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van licentiaat in de handelswetenschap. (Desvoorkomend bijvoegen : „Verklaren daarenboven dat hij, naast en tegelijk met het tweede gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van licentiaat in de handelswetenschap, met goed gevolg, een bijzonder examen, voorzien bij artikel 5 der Verordening C. C. Illb 2388 van 20 Juni 1917 heeft afgelegd •».. ) ; Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd tevens getuigende, dat de heer (naam en voornamen), werkelijk aan de Universiteit te Gent, als gewoon leerling van de Hogere School voor Handelswetenschap, heeft gestudeerd en dat alle wettelijke voorschriften, in het bijzonder deze betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 2.) Brussel, den 18. oktober 1917.
No. 411. - 5. november 1917.
In uitvoering van artikel 9 der Verordening G. (7. IlIb 2384 van 20 Juni 1917, alsmede van artikel 12 der Verordening G. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917, Overeenkomstig de Verordening van 9 Augustus 1917, over de ambtelijke taal in Vlaanderen, wordt bepaald : Enig artikel. De getuigschriften en diploma's, af te leveren door de Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent, en waaruit blijkt dat het toegangsexamen, alsook de afzonderlijke gedeelten van het examen ter verkrijging van den graad van landbouwingenieur en van tuinbouwingenieur met goed gevolg werden afgelegd, zijn op te maken overeenkomstig de hiernavolgende modellen :
 Afdeling landbouwkunde. 1) Getuigschrift van het toegangsexamen tot de Hogere Lan d- en Tuinbouwschool (Afdeling Landbouwk u n d e). Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter, secretaris en leden van de Commissie door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen van het toegangsexamen aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent (Afdeling landbouwkunde) ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , met goed gevolg examen heeft afgeiegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel 2A der Verordening i Illb 2389 van 20 Juni 1917) welke vakken het toegangsexamen tot de Hogere Land- en Tuinboutcschool bij de Staatsuniversiteit te Gent, (Afdeling landbouwkunde) uitmaken ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen als gewoon leerling der Hogere Land- en Tuinbouwschool (Afdeling landbouwkunde) kan worden aanvaard. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift ben afgeleverd, tevens getuigende dat alle wettelijke voorschriften, in het bijzonder deze betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den De Secretaris, De Voorzitter, De Leden Handtekening van den houder van het getuigschrift.
 2) Getuigschrift van het eerste gedeelte van het examen van landbouwingenieur. Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent
 Wij, voorzitter, secretaris en leden der Commissie door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent van het eerste gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van landbouwingenieur; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van volledige humaniora, voorzien bij de artikelen 5 tot 7 der wet van 10 April 1890, welk getuigschrift behoorlijk werd goedgekeurd door de jury ingesteld bij Koninklijk besluit van 14 oktober 1890, ter uitvoering van artikel 11 dier wet (ofwel : „Aangezien de heer (naam en voornamen), houder is van een getuigschrift, waaruit blijkt dat hij het voorbereidend examen, bij artikel 10 of artikel 12 der wet van 10 April 1890 bepaald, met goed gevolg heeft afgelegd" ; ofwel : „Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , houder is van een getuigschrift van volledige moderne / umaniora, afgeleverd den (datum) door" ; ofwel : „Aangezien de heer (naam en voornam'n), geboren te een uitgangsdiploma heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door de Staatsmiddelbare normaalschool te , (of : „door de middelbare normaalschool te erkend door den Staat") ; ofwel : „Aangezien de heer (naam en voornamen) geboren te een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den door en waaruit blijkt dat hij het toegangsexamen tot de Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent (Afdeling landbouwkunde) , met goed gevolg heeft afgelegd in de vakken voorzien bij artikel 2A der Verordening C. C. 111b 2384 van 20 Juni 1917") ; Aangezien hij (waarde van het examen examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel la de Verordening C. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917), welke vakken het eerste gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van landbouwingenieur uitmaken ; Aangezien hij de bij artikel 4 der Verordening C. C. 11Ib 2389 van 20 Juni 1917 vereiste bewijsstukken heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij, met goed gevolg, de praktische oefeningen heeft bijgewoond, door het programma voorgeschreven ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot het 2e gedeelte van het examen mag worden toegelaten. (Desvoorkomend bijvoegen : „Verklaren daarenboven dat hij, naast en tegelijk met het eerste gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van landbouwingenieur, met goed gevolg een bijzonder examen, voorzien bij artikel 5 der Verordening C. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917, heeft afgelegd in "). Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer werkelijk aan de Universiteit te Gent, ah gewoon leerling van de Hogere Land- en Tuinbouwschool, heeft gestudeerd en dat alle wettelijke voorschriften, m het bijzonder deze betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den De Secretaris, De Voorzitter, De Examinatoren, Handtekening van den houder Bekrachtigd door ons , van het getuigschrift. rector der Staatsuniversiteit.
 8) Getuigschrift van het tweede gedeelte van het examen van landbouwingenieur. Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter, secretaris en leden der Commissie door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent van het tweede gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van landbouwingenieur ; Aangezien de heer (naam en voornameri), geboren te , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door , en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel la der Verordening C. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917), welke vakken het eerste gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van landbouwingenieur uitmaken. Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel 1b der Verordening C. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917), welke vakken het tweede gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van landbouwingenieur uitmaken ; Aangezien hij de bij artikel 4 der Verordening C C. Illb 2389 van 20 Juni 1917 vereiste bewijsstukken heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij, met goed gevolg, de praktische oefeningen heeft bijgewoond, door het programma voorgeschreven ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen) tot het derde gedeelte van dat examen mag worden toegelaten. (Desvoorkomend bijvoegen : „Verklaren daarenboven dat hij, naast en tegelijk met het tweede gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van landbouioingenieur, met goed gevolg een bijzonder examen, voorzien bij artikel 5 der Verordening ('. C.IIIb2389van20Junil917heeftafgeiegdin ) Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer (naam en voornamen ) werkelijk aan de Universiteit te Gent, als gewoon leerling van de Hogere Land- en Tuinbouwschool, heeft gestudeerd en dat alle wettelijke voorschriften, in het bijzonder deze betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd, Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 2.)
 4) Diploma van landbouwingenieur. Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter secretaris en leden van de Ct door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent, van het derde (te van het examen ter verkrijging van den graad van landbouwingenieur ; Aangezien de heer (naam en voornamen),  M , twee getuigschriften heeft overgelegd, uitgeleverd door en waaruit blijkt dat hij respectievelijk den (datum) (waarde van het examen) en den (datum) (waarde van het examen) het eerste en het tweede gedeelte van het ter verkrijging van den graad van landbouwingenieur heeft afgelegd, welke gedeelten de volgende vakken omvatten: het eerste (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel la der Verordening C. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917) en het tweede : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel 1b der Verordening C. C. Illb van 2389 20 Juni 1917) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel lb der Verordening C. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917), welke vakken het derde gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van landbouwingenieur uitmaken ; Aangezien hij de bij artikel 4 der Verordening C. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917 vereiste bewijsstukken heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij, met goed gevolg, de praktische oefeningen heeft bijgewoond, door het programma voorgeschreven ; Hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van landbouwingenieur. (Desvoorkomend bijvoegen : „Verklaren daarenboven dat hij naast en tegelijk met het derde gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van landbouwingenieur, met goed gevolg een bijzonder examen, voorzien bij artikel 5 der Verordening C. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917, heeft afgelegd in "). Ten oorkonde waarvan wij hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer (naam en voornamen) werkelijk aan de Universiteit te Gent, als gewoon leerling van de Hogere Land- en Tuinbouwschool, heeft gestudeerd en dat de wettelijke voorschriften, in het bijzonder deze betreffende de openbaarheid der examens en ;den duur der studie, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 2.) 16
 1) Getuigschrift van het toegangsexamen tot de Hogere 1 a n d- en tuinbouwschool(Afdeling tuinbouwkunde). Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent.x Wij, voorzitter, secretaris en leden der Commissie door h et Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen van het toegangsexamen tot de Hogere Landen Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent (Afdeling tuinbouwkunde) ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , een diploma van tuinbouwkundige heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door de middelbare tuinbouwschool met driejarigen cursus te Aangezien hij, met goed gevolg, een examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel 2 B der Verordening C. C. 111b 2384 van 20 Juni 1917), welke vakken h et toegangsexamen lot de Hogere Land- en Tuinbouw school bij de Staatsuniversiteit te Gent (Afdeling tuinbouwkunde) uitmaken ; Verklaren dat de heer (naam en voornamen), als gewoon leerling der Hogere Land- en Tuinbouwschool (Afdeling tuinbouwkunde) kan worden aanvaard. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende dat alle wettelijke voorschriften, in het bijzonder deze betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den De Secretaris, De Voorzitter, De Leden, Handtekening van den houder van het getuigschrift.
 2) Getuigschrift van het eerste(voorbereidend) gedeelte van het examen van tuinbouwingenieur. Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent
 Wij, voorzitter, secretaris en leden der Commissie door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent van het eerste gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van tuinbouwingenieur ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , heeft overgelegd : lo. een diploma van tuinbouwkundige, afgeleverd den (datum) door de middelbare tuinbouwschool te en 2o. een getuigschrift, afgeleverd den (datum) door (Staatsmiddelbare school van den lageren graad of ander onderwijsgesticht van denzelfden graad) en waaruit blijkt dat hij volledige studiën in genoemd gesticht heeft gedaan ; (ofwel : „en 2o. een gewaarmerkte verklaring, afgeleverd den door )atheneum of ander onderwijsgesticht van denzelfden graad), en waaruit blijkt dat hij tot de derde klas in genoemd ge~ sticht kon worden toegelaten ; ofwel : en 2o. een getuigschrift afgeleverd den door en waaruit blijkt dat hij het toegangsexamen tot de Hogere Landen Tuinbouwschool (Afdeling tuinbouwkunde) met goed gevolg heeft afgelegd, in de vakken voorzien bij artikel 2B der Verordening C. C. Illb 2384 van 20 Juni 1917) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangedtiid bij artikel 2b der Verordening C. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917), welke vakken het eerste voorbereidend gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van tuinbouw ingenieur uitmaken ; Aangezien hij de bij artikel 4 der Verordening C. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917 vereiste bewijsstukken heeft overgelegd, waaruit hlijkt dat hij, met goed gevolg, de praktische oefenxngen heeft bijgewoond, door het programma voorgeschreven ; Verklare7i <lat de iieer (naam en voornamen tot het tweede gedeelte van het examen mag worden toege laten. (Desvoorkomend bijvoegen : „Verklaren daarenboven dat hij, naast en tegelijk met het eerste gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van tuinbouwingenieur, met goed gevolg een zonder examen, voorzien bij artikel 5 der Verordening 1 1 Ib 2389 van 20 Juni 19171 heeft afgelegd in.. Ten oorkonde waarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd tevens getuigende dat de heer (naam en voornamen) werkelijk aan de Universiteit te Gent, als gewoon leerling van de Hogere Land- en Tuinbouwschool heeft gestudeerd en dat alle wettelijke voorschriften, in het bijzonder deze betreffende de openbaarheid der examens, werden nageleefd. Aldus gedaan te Gent, den De Secretaris, De Voorzitler, De Examinatoren, Handtekening van den Jwuder Bekrachtigd door ons Becvan het getuigschrift. tor der StaatsuniversiteiL x 8) Getuigschrift van het tweede g edeelte van het examen van tuinbouwingenieur. Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter, secretaris en leden der Commissie door het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met het afnemen aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent van het tweede gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van tuinbouwingenieur ; Aangezien de heer {naam en voornameri), geboren te. , een getuigschrift heeft overgelegd, afgeleverd den (datum) door en waaruit blijkt dat hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel 2a der Verordening C. C. IIIb 2389 van 20 Juni 1917), welke vakken het eerste gedeelte van het examen ter verkrijging den graad van tuinbouwingenieur uitmaken ; Aangezien l waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel 2b der Verordening C. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917), welke vakken het tweede gedeelte van het examen ter verkrijging tvin den graad van tuinbouwingenieur uitmaken; Aangezien hij de bij artikel 4 der Verordening C. C. Illb 23S9 van 20 Juni 1917 vereiste bewijsstukken heeft overgelegd waaruit blijkt dot hij, met goed gevolg, de praktische oefeningen heeft bijgewoond, door het programma voorgeschreven ; Verklaren dat de heer . (naam en voornamen) tot het derde gedeelte van dat examen mag worden toegelaten. (Desvoorkomend bijvoegen : „Verklaren daarenboven dat hij naast en tegelijk met het tweede gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van tuinbouwingenieur, met goed gevolg een bijzonder examen, voorzien bij artikel 5 der Verordening ( ( . III 2389 van 20 Juni 1917, heeft afgelegd in '). Ten oorkonde \caarvan wij hem dit getuigschrift hebben afgeleverd, tevens getuigende, dat de hs< - . (naam en voornamen) werkelijk aan de Universiteit te Gent, als gewoon leerling van de Land- en Tuinbouwschool. heeft gestudeerd en dat alle wettelijke voorschriften, met bijzonder deze betreffende de evenwaarheid der examens werden na- Aldus gedaan te Gent, den. (Handtekeningen : ne formulier 2.)
 4) Diploma tuinbouwingenieur. Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent.
 Wij, voorzitter, secretaris en leden der Commissie door liet Ministerie van Wetenschappen en Kunsten belast met liet afnemen aan de Hogere Land- en Tuinbouwschool bij de Staatsuniversiteit te Gent van het derde gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van tuinbouwingenieur ; Aangezien de heer (naam en voornamen), geboren te , twee getuigschriften heeft overgelegd, afgeleverd door en waaruit blijkt dat hij respectievelijk den (datum) (waarde van het examen) en den (datum) (waarde van het examen) het eerste en het tweede gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van tuinbouwingenieur heeft afgelegd, welke gedeelten de volgende vakken omvatten : het eerste (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel 2a der Verordening C.C. Illb 2389 van 20 Juni 1917) en het tweede : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel 2b der Verordening C.C . Illb 2389 van 20 Juni 1917) ; Aangezien hij (waarde van het examen) examen heeft afgelegd in de volgende vakken : (vakken opsommen in de volgorde aangeduid bij artikel 2b der Verordening C. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917), welke vakken het derde gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van tuinbouwingenieur uitmaken ; Aangezien hij de bij artikel 4 der Verordening C. C. Illb 2389 van 20 Juni 1917 vereiste bewijsstukken heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij met goed gevolg de praktische oefeningen heeft bijgewoond, door het programma voorgeschreven ; hebben verleend en verlenen den heer (naam en voornamen) den graad van tuinbouwingenieur. (Desvoorkomend bijvoegen) : „Verklaren daarenboven dat hij, naast en tegelijk met het derde gedeelte van het examen ter verkrijging van den graad van tuinbouwingenieur, met goed gevolg een bijzonder examen, voorzien bij artikel 5 der Verordening C. G. 111b 2389 van 20 Juni 1917, heeft afgelegd in... Ten oorkonde waarvan voor hem dit diploma hebben afgeleverd, tevens getuigende dat de heer (naam en voornamen) werkelijk aan de Universiteit te Gent als gewoon leerling van de Hogere Land- en Tuinbouwschool heeft gestudeerd en dat alle wettelijke voorschriften, in het bijzonder deze betreffende den duur der studie en de openbaarheid der examens, werden nagestreefd. Aldus gedaan te Gent, den (Handtekeningen : zie formulier 2.)
Brussel, den 18. oktober 1917. V. FI. III6 615.
No. 412. - 7. november 1917.
Beschikking.
Ik benoem :
a) den heer Dr. Karel Borms, hoogleraar, tot algemeen bestuurder van den gezondheidsdienst aan h et Vlaams ministerie van Binnenlandse Zaken ;
b) de heer Dr. Julius Bussens, tot opziener van den gezondheidsdienst voor Groot-Brussel en tot bestuurder van het laboratorium van den gezondheidsdienst te Brussel ;
c) den heer Gaston Bibauw, kandidaat in de Geneeskunde, tot assistent aan het laboratorium van den gezondheidsdienst te Brussel.
Brussel, den 25n oktober 1917.

No. 412. - 7. november 1917.
Beschikking.
Bij besluit van 31 oktober 1917 is de Maatschappij van Gemeentekrediet, te Brussel, gemachtigd, voor rekening van verschillende besturen een lening van honderd miljoen frank (100.000.000 fr.) tegen 4 % intrest uit te geven ; genoemde maatschappij heeft de lening zelf onderschreven met benuttiging van haar stamkapitaal en van haar steunkapitaal.

No. 412. - 7. november 1917.
Beschikking.
Daar de heer Remacle, studieprefect aan het koninklijk atheneum te Aarlen, sedert het begin van den oorlog zijn post heeft verlaten en zijn huidige verblijfplaats onbekend is gebleven, is zijn ambt opengevallen verklaard.* De heer Karel Nikolaas Warker, leraar aan voornoemd atheneum, is in de plaats van den heer Remacle tot studieprefekt benoemd. Aangezien het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Wallonië, die thans de ambtsbezigheden van den verbeteringsraad voor het middelbaar onderwijs uitoefent (Verordening van 18 September 1917 van den heer generaal Gouverneur in België, Wet- en Verordeningsblad, bl. 4467), daarvoor gehoord zijnde, geen bezwaren heeft geopperd, wordt den belanghebbende, krachtens artikel 7, laatste lid, van de wet van 15 juni 1881, vrijstelling verleend van het luidens artikel 5 der wet voorgeschreven omtrent het bezit van het Belgisch staatsburgerschap en het bekwaamheidsdiploma om bij het middelbaar onderwijs van den hogere graad onderricht te geven. De jaarwedde van den studieprefect Warker is vastgesteld op 5700 (vijf duizend zevenhonderd) frank. De belanghebbende zal zijn ambt onmiddellijk waarnemen.
Brussel, den 6n oktober 1917.
No. 413. - 10. november 1917. Uitvoeringsverordening ***tot de Verordening van 22 september 1917, houdende inbeslagneming van tabak.

Overeenkomstig artikel 6 van de Verordening van 22 september 1917, houdende inbeslagneming van tabak, bepalen wij het navolgende : De „Tabakverwertungsstelle in Belgien", die haar zetel te Brussel heeft, is alleen toegelaten om de in beslag genomen tabakvoorraden op te kopen.
Art. 2. De tabak-, sigaren- en sigarettenfabrikanten zijn eveneens te beschouwen als handelaars in van artikel 1 der Verordening van 22 september 1917, houdende inbeslagneming van tabak. AU handelaars in dien zin worden evenwel slechts beschouwd, de personen die voor 1 januari 1917 van beroep hetzij handel dreven in tabak, hetzij tabak verwerkten.
Art. 3. Ook niet in beslag genomen onverwerkte tabak, evenals gesneden rooktabak — om het even of zij van inlandse of van uitheemse herkomst is — mag zonder toelating niet vervoerd worden. De burgerlijke Kommissaris (Zivilkommissar), uit wiens ambtsgebied de tabak verzonden wordt, is bevoegd om de vereiste toelating te geven.
Art. 4. Tabak mag zonder toelating niet gesneden worden. De „Tabaksverwertungsstelle" te Brussel, is bevoegd toelating te geven.
Art. 5. De Belgische tol- en accijnsdiensten zijn verplicht, aan de burgerlijke Kommissarissen of aan dezer lasthebbers al de inlichtingen te verstrekken aangaande de aangegeven hoeveelheden tabak, alsook al de bescheiden over te leggen, die zij aangaande de voorhanden zijnde hoeveelheden tabak bezitten.
Art. 6. Wie de bepalingen van deze Verordening overtreedt, wordt, overeenkomstig artikel 7 van de Verordening van 22 september 1917, houdende inbeslagneming van tabak, met hechtenis of ten hoogste 5 jaar gevangenis, of met ten hoogste 20.000 mark boete gestraft ; ook kunnen hechtenis of gevangenisstraf en boete te gelijk worden uitgesproken. De voorraden en inrichtingen, die bestemd zijn of gebruikt werden om de strafbare handelingen te begaan, moeten verbeurdverklaard worden. De poging tot overtreden is strafbaar. Indien de overtreding is begaan met het inzicht een ongeoorloofde winst op te strijken, moet een gevangenisstraf en een boete worden uitgesproken. De krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.

Brussel, den 28n oktober 1917.
No. 413. - 10. november 1917. Verordening *** ter aanvulling van de Verordening van 18 Joli 1916, over het benuttigen van suikerbieten, en van de daaruit gewonnen voortbrengselen (Wet- en Verordeningsblad, bl. 2451).
Art. I. Het verwerken of mengen, met het oog op den omzet, van de uit suikerbieten gewonnen voortbrengselen is, zonder toelating van de „Zuekerverteilungsstelle n (kantoor voor de suikerverdeling) , verboden.
Art. II. Het is verboden suiker, mêlasse en bietenstroop van om het even welke soort te kopen, te verkopen, of het afsluiten van een dergelijke overeenkomst aan le bieden. Dit verbod is niet toepasselijk op de overeenkomsten tussen den leveraar en den verbruiker, die door de „Zuckerverteilungsstelle" toegelaten zijn en waarvoor een vrijverklaringsbewijs (Freigabeschein) en een overbrengingsbewijs ( Ueberfuhrungsschein) kan vertoond worden.
Art. III. De Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) voor Vlaanderen en voor Wallonië stellen bij openbare bekendmaking de aan de voortbrengers te betalen prijzen vast voor ruwe suiker, gekristalliseerde suiker, mêlasse en bietenstroop. De aan de voortbrengers of door de verbruikers te betalen prijzen voor de door de verdere verwerking of menging gewonnen voortbrengselen ( Art. 1), wordt bepaald door de „Zuckerverteïlungengsstellë\ die deze prijzen, vermeerderd met den voor de verpakking toegelaten bijslag, zal doen uitplakken in de leveringsplaatsen. De prijzen, die overeenkomstig dit artikel zijn opgemaakt, gelden, als hoogste prijzen in den zin van de desbetreffende Verordeningen.
Art. IV. De Hoofden van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen en voor Wallonië zijn gemachtigd, tot deze Verordening, alsmede tot de Verordening van 18 Juli 1916 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 2451) uitvoeringsbepalingen uit te vaardigen.
Art. V. Wie deze Verordening of de Verordening van 18 Juli 1916 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 2451), of de ter uitvoering dier Verordeningen uitgevaardigde bepalingen en onderrichtingen overtreedt, wordt met ten hoogste 2 jaar gevangenis of met ten hoogste 80.000 mark boete gestraft. Indien de overtreding is begaan met het inzicht een ongeoorloofde winst op te strijken, moet een gevangenisstraf van ten minste 4 weken of een boete ten bedrage van ten minste het dubbel der waarde van de koopwaar, die het voorwerp van de strafbare handeling uitmaakt, worden uitgesproken. De poging tot overtreden is strafbaar. ook kunnen beide straffen te gelijk worden uitgesproken. Bovendien kan tot de verbeurdverklaring van de koopwaar en van de vervoermiddelen besloten worden.
Artikel VII van de Verordening van 18 Juli 1916 (Weten Verordeningsblad, bl. 2451) is opgeheven. De krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.

Brussel, den In november 1917.
No. 413. - 10. november 1917. Verordening *** houdende wijzeging en aanvulling van de Verordening van 10 Juni 1911 tegen den woekerhandel, enz. (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3869).

I De hoofding van de Verordening van 10 Juni 1917 luidt voortaan als volgt : Verordening tegen den woeker in den omzet van dagelijkse artikelen, inzonderheid van levensmiddelen en voederstoffen.
II. Aan artikel 11 wordt volgend artikel lia toegevoegd: De Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) voor Vlaanderen en voor Wallonië zijn gerechtigd, uitvoeringsbepalingen tot deze Verordening uit te vaardigen. Zij zijn gemachtigd, schikkingen te treffen met het oog op het aanplakken van de verkoopprijzen in openbare verkooplokalen en op de verpakking van waren. die in fabrieken vervaardigd en voor de menselijke voeding bestemd zijn.
III. Artikel 12 van de Verordening is als volgt aan te vullen : a) na cijfer 1, volgend cijfer la inlassen: Wie voor voorwerpen ah in cijfer 1 bedoeld prijzen toestaat of aan- *** Z. blz. 1. biedt die, de kosten van vervaardiging, van bewerking en andere bijkomende kosten er bij gerekend, een buitensporige winst opleveren;

b) in cijfer 5, na de woorden : „wie in strijd met dp. bepalingen van deze Verordening" , de volgende woorden inlassen : of van de tot uitvoering er van uitgevaardigde schikkingen.
IV. Aan het slot van artikel 12 is toe te voegen : Wanneer de verbouwer, bezitter of handelaar bij het van de hand doen der voortbrengselen van den land- en bosbouw, van de groenten- en ooftteelt, van den gevogeltekweek en van de bijenteelt, alsook van het jacht- en visserijbedrijf, de bepalingen van artikel 12 overtreedt, het publiek uitbuit of bij het te gelde maken der voortbrengselen op om het even welke wijze handelt in strijd met het openbaar belang, zijn ook de Voorzitters van het burgerlijk (bestuur (Prasidenten der Zivilverwaltung) gerechtigd de voorraden en andere voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft te onteigenen en overeenkomstig artikel 3 der Verordening te verkopen, — zover wel te verstaan, de inbeslagneming niet reeds door de rechtbank is uitgesproken. Voor de onteigening dient geen termijn te worden gesteld. De daders blijven strafbaar overeenkomstig het le lid van artikel 12.

Brussel, den In november 1917.
No. 413. - 10. november 1917. Verordening. Onder wijziging en ter aanvulling van de Verordening van 1 Februari (Wet~ en Verordeningsblad, bl. 3393), van 30 Mei ((Wet~ en Verordeningsblad, bl. 3814) en van 23 Augustus 1917 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 4379), houdende toekenning van buitengewone duurtebijslagen aan beambten en bedienden van den Staat, bepaal ik voor het Vlaams en voor het Waals bestuursgebied:
Art. 1. Aan de beambten en bedienden van den Staat, wier jaarwedde op 1 Juli 1917 niet meer dan 3000 frank bedroeg, wordt een buitengewone, eenmaal te betalen duurtebijslag, ten bedrage van een maandelijkse bezoldiging, berekend volgens de wedde op 1 november 1917, toegekend. Deze bijslag is voor de boventallige aangestelden van het beheer der Registratie en de Domeinen vastgesteld op 170 frank.
Art. 2. De maandelijkse duurtebijslag van de beambten en bedienden, die ongehuwd zijn of die, weduwnaar, gerechtelijk of uit den echt gescheiden zijnde, geen kinderen hebben en wier jaarwedde niet meer dan 2000 frank bedraagt, wordt te rekenen van 1 november 1917 veranderd in een maandelijkse duurtebijslag van 25 frank.
Art. 3. Aan artikel 5, § 1 cijfer 2 lid 2 van de Verordening van 1 februari 1917 wordt toegevoegd : behalve bij het beheer der Registratie en der Domeinen, waar van de toekenning der duurtebijslagen af en voor de toekomst, de percentsgewijze bezoldiging van ieder lopend jaar in aanmerking komt.
Art. 4. De uitgaven voor de beambten en bedienden, die bij een van de in artikel 1 der Verordening van 1 Februari 1917 onder de letters a, b en c opgesomde overheden werkzaam zijn, worden opgenomen onder de kredieten, welke geopend zijn : voor het Viaamsch bestuursgebied onder artikel 37 der bijlage tot de begroting van het ministerie van Financiën voor de tweede helft van het dienstjaar 1917, en voor het Waals bestuursgebied onder artikel 36 der begroting van het Ministerie van Financiën voor de tweede helft van het dienstjaar 1917. De uitgaven voor de beambten en bedienden, die aan het ministerie van Zeewezen, Posterijen m Telegrafen of in den Postdienst werkzaam zijn (artikel 1, letter d der Verordening van 1 februari 1917), worden opgenomen onder de uitgaven van het Duits Beheer van Posterijen en Telegrafen.

Brussel, den 25n oktober 1917.
No. 413. - 10. november 1917. Beschikking. Krachtens de wet van 1 oktober 1885, betreffende de maten en gewichten, alsook overeenkomstig de artikelen 14, 21 en 22 van het koninklijk besluit van 6 oktober 1865, betreffende de ambtelijke ijking der maten en gewichten, wordt voor het Waals bestuursgebied het navolgende beschikt : Bij het ijken der maten, gewichten en weegwerktuigen, die in den hop van het dienstjaar 1918 moeten geijkt worden, zullen de ijkers in overeenstemming met de bestaande bepalingen volgende merken bezigen :

1. de thans gebruikte bestendige merken

2. de periodische letter ¥ (psi) voor de maten en gewichten en het cijfer 18 (achttien) voor de weegwerktuigen.

Namen, den 23n oktober 1917.
No. 414. - 13. november 1917.

Verordening.

Op aanvraag van de hieronder opgesomde zeven maatschappijen van onderlingen bijstand, alsook op grond van h et advies der bestendige commissie voor de maatschappijen van onderlingen bijstand en op voorstel van het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen, heb ik bedoelde maatschappijen wettelijk erkend :

Provincie Brabant :

1. De Broeders van Etterbeek, te Etterbeek.

2. De Onderlinge Eendracht, te Koekeïberg.

3. Hulp en onderstand, te Leuven.

4. Nachtwakers en gewezen Nachtwakers, te Brussel.

4. De Arbeidsvrienden der Nijverheidsschool van Etterbeek, te Etterbeek. Provincie Antwerpen :

6. Wie Zaait, Maait, te Antwerpen.

7. Mijn Pensioen, te Wilrijk.

Onder dezelfde voorwaarden als hierboven aangeduid, verleen ik aan de beide navermelde maatschappijen de toelating, hun standregelen te wijzigen :

Provincie Brabant :

1. Ons aller Belang, te Brussel. Provincie Oost-Vlaanderen :

2. Verbroedering der Werklieden, te Vinkt.

Brussel, den In november 1917.
No. 414. - 13. november 1917. Verordening ***

Inbeslagneming van olm-, es- en populierstammen. ( Voor net ganse gebied van net Generaal Gouvernement). Ik bepaal hierbij, dat al de staande olmen, essen en populieren, die op 1.50 meter hoogte van den grond gemeten, 1 meter of meer omtrek hebben, te rekenen van den dag der bekendmaking dezer Verordening in beslag genomen zijn.

Onder populieren zijn al de populiersoorten, zoals Canada populier, de witte populier, de abeel enz. te verstaan. Wie na den dag der bekendmaking dezer Verordening, olmen, essen en populieren velt, vervoert of ze verwerkt, zonder daartoe de schriftelijke en afgestempelde toelating te hebben van den „Stabsoffiziere der Pioniere Nr 164 Brussel (welke toelating aan te vragen is bij de „Holzabgabestelle" te Antwerpen), wordt gestraft met ten hoogste 10.000 mark boete en met ten hoogste 3 jaar gevangenis of met een dezer straffen. De krijgsrechtbanken, krijgsbevelhebbers en de krijgsoverheden die met de nodige macht werden bekleed, tot oordeelvellen bevoegd.
No. 414. - 13. november 1917. Ik bepaal, dat vorenstaande Verordening in de verschillende gemeenten bij aanplakbrief ter algemene kennis is te brengen. De „Holzabgabestelle" te Antwerpen zal dan een keuze doen onder de in beslag genomen bomen en verdere aanwijzingen uitvaardigen over het vellen en het vervoeren. De bestaande bepalingen op het vellen en vervoeren van populieren en van olmen door de onderscheiden Gouvernementen alsook van essen door de bosbeheren, worden door deze Verordening in genen dele gewijzigd. Brussel, den 6 november 1917.
No. 415. - 15. november 1917. Verordening betreffende de pensioenen van de ambtenaren en beambten, die uit een provinciedienst in den staatsdienst zijn overgegaan. Voor de uit een provinciedienst overgenomen staatsambtenaren en -beambten, kan de tijd, dien zij in den dienst van een provinciebestuur hebben doorgebracht voordat zij zijn overgegaan in den dienst van den Staat aanmerking worden genomen voor de vaststelling van den dienstouderdom waarop men aanspraak op pensioen mag doen gelden.

Brussel, den In november 1917.
No. 415. - 15. november 1917. Verordening *** betreffende de geregelde aangifte van den veestapel.

Art. 1. Ieder bezitter van vee (paarden, muildieren, met inbegrip van ezels en muilezels, runderen, met inbegrip van kalveren, varkens, schapen, geiten, pluimvee en konijnen) of zijn vervanger is verplicht, onmiddellijk na het in werking treden dezer Verordening, bij den burgemeester van de gemeente waarin het vee zich bevindt aangifte te doen van den volledige veestapel, gerangschikt volgens soorten, zoals die in het hier aan toegevoegd model van aangifte nader zijn opgesomd.

De veebezitter of zijn vervanger moet voortaan eveneens op 1 en 15 van ieder maand van elke verandering in den veestapel, hetzij vermindering (door afstand, slachting, sterfte, overgang tot een andere soortklasse of op andere wijze hetzij vermeerdering (door geboorte, aanschaffing, overgang tot een andere soortklasse of op andere wijze), overeenkomstig het hier aan toegevoegd model, aangifte doen bij den burgemeester der gemeente, waarin het vee zich bevindt. Veranderingen in den pluimvee- en konijnenstapel hoeven niet te worden aangegeven. Ondergaat de veestapel een vermindering ten gevolge van den verkoop van vee, dan moet in de aangifte bij den burgemeester eveneens de koper en de verkoopprijs worden vermeld.
Art. 2. De burgemeester is verplicht de aangiften, die de veebezitters of hun vervangers op grond van artikel 1 doen, in te schrijven in het reeds voorgeschreven veeregister (Viehbestandsbuch) en dit register te allen tijde in overeenstemming met de binnengekomen aangiften te houden, ten einde een bestendig toezicht te kunnen uitoefenen over den veestapel. Hij moet eveneens en wel te laatste den 20n van de maand, bericht doen aan den bevoegden Kreischef of kommandant over den stand van den veestapel in de gemeente op 15 van iedere maand.
Art. 3. De burgemeester is verantwoordelijk voor de regelmatige aangiften van de veebezitters of hun vervangers, evenals voor de nauwkeurige aanvulling van het veeregister. Hij is gerechtigd, met het oog op het uit te oefenen toezicht, te allen tijde de aangifte van de veebezitters of hun vervangers hetzij persoonlijk te onderzoeken, hetzij door in ‘ t bijzonder in de gemeente daartoe aangestelde toezichtsbeambten te laten onderzoeken. Hij moet ieder vergrijp van een veebezitter of van dezes vervanger ter kennis brengen van den bevoegden „Kreischef' of kommandant. Hij moet bovendien de Duitse overheden of hun lasthebbers desverlangd te allen tijde inzage laten nemen van het veeregister.
Art. 4. De politiediensten en de lasthebbers van de politieoverheid zijn bevoegd, te allen tijde de lokalen of weiden waarin vee verblijft te betreden en ter plaatse een onderzoek te doen. De veebezitters of hun vervangers zijn verplicht aan de politiediensten, de burgemeesters en de lasthebbers van de politieoverheid elke gevraagde inlichting naar waarheid te geven, alsook de aanwijzingen en onderrichtingen dier overheidspersonen na te komen.
Art. 5. Overtredingen van de voorschriften van artikelen 1 en 4 dezer Verordening of van de door de „Kreischefs of kommandanten daartoe uitgevaardigde uitvoeringsbepalingen, worden gestraft hetzij met ten minste 1 week en ten hoogste 1 jaar gevangenis en met ten minste 100 en ten hoogste 10.000 mark boete} hetzij met een dezer straffen. Ook de poging tot overtreden is strafbaar. In al de gevallen moet bovendien het vee, dat niet regelmatig is aangegeven, zonder toekenning een schadeloosstelling verbeurd verklaard worden. Het in beslag genomen 'slachtvee zal gebruikt worden ten bate van de Belgische werklieden, die zware arbeid verrichten. De Duitse krijgsbevelhebbers en krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 6. Deze Verordening wordt met ingang van den dag harer afkondiging van kracht.

Brussel, den 6n november 1917.
No. 415. - 15. november 1917. MODEL VOOR HET VEEREGISTER.

Model voor het veeregister Paard en Hengsten\ Merries Ruinen

Veestapel op Vermindering: /. door slachting 2. door afstand 3. door sterfte 4. door overgang in een andere soortklasse 5. op elke andere wijze

Vermeerdering : /. door geboorte t. door aanschaffing .... 3. door overgang in een andere soortklasse 4. op elke andere wijze

Stand van den veestapel op
No. 415. - 15. november 1917. MODEL VOOR HET VEEREGISTER.

Mode! voor het veeregister

Veestapel op . .

Vermindering: 1. door slachiing 2. door afstand . . 3. door sterfte . 4. door overgang in een andere soortklasse . 5. op elle andere wijze

Vermeerdering : 1. door geboorte . . 2. door aanschaffing 3. door overgang in een andere soortklasse . 4. op elk andere wijze

Stand van den veestapel op ....

Muildieren met inbegrip van ezels en muilezels. Ezels en muilezels moeten tussen haakjes aangegeven worden. 8 Runderen 9 10 Vaarzen
No. 416. - 18. november 1917. Verordening *** betreffende de oprichting van een bijgevoegden dienst te Turnhout van de zedenpolitie voor G r o o t-A n twerpen.

Ter aanvulling van mijn Verordening van 6 Maart 1915, betreffende de inrichting van de zedenpolitie te Antwerpen, enz., bepaal ik het navolgende : In de gemeente Turnhout wordt een bijgevoegde dienst van de zedenpolitie voor Groot-Antwerpen, opgericht. Bij dezen bijgevoegde dienst zijn volgende gemeenten aangesloten :

Oud-Turnhout, Herentals, Geel, Beerse, Mol, Meerhout, Minderhout, Brecht, Herenthout, Wuustwezel, Noorderwijk, Rijkevorsel, Balen, Kalmthout, Westerloo, Hoogstraten.
Artikel 2 van de Verordening van 6 Maart 1915, is inzonderheid wat de verdeling der kosten betreft, dienovereenkomstig van toepassing.

Brussel, den In november 1917.

C. FI V 174$.
No. 416. - 18. november 1917.  Bekendmaking.

De heer Generaal Gouverneur in België heeft in den loop der laatste jaren de hiernavermelde benoemingen gedaan :

A. Burgemeesters :

De heer Albert, van de gemeente Linkebeek, bij beschikking C. G. V. 300 van 3 Februari 1915.

De heer Delang, van de gemeente Sint-Joris-Weerd, bij beschikking C. C. V. 83 van 10 Juli 1915.

De heer Lindelauf, J., van de gemeente Hoepertingen, bij beschikking G. C. V. 876 van 2 Februari 1916.

De heer Digneffe, J., van de gemeente Broekom, bij beschikking C. G. V. 887 van 2 Februari 1916.

De heer Zeegers, E., van de gemeente Boorsheim bij beschikking C. C. V. 1503 van 16 Februari 1916.

De heer Couvents, L., van de gemeente Paal, bij beschikking C. C. V. 2733 van 4 Maart 1916.

De heer Nassen, J. J., van de gemeente Maartenslinde, bij beschikking G. C. V. 2423 van 18 Maart 1916.

De heer Dandoy, C., van de gemeente Klein-Gelmen, bij beschikking van C. C. V. 2889 van 25 maart 1916.

De heer Conings, H., van de gemeente Vucht, bij beschikking G. C. V. 3433 van 8 April 1916.

De heer Moons, F., van de gemeente Beverloo, bij beschikking C. G. V. 3799 van 10 April 1916.

De heer Martin, E., van de gemeente Berg bij Tongeren, bij beschikking G. C. V. 4122 van 29 april 1916.

De heer Voets, J., van de gemeente Klein-Brogel, bij beschikking C. C. V. 4418 van 6 Mei 1916.

De heer Lemmens, van de gemeente Kinrooi, bij beschikking G. G. V. 4554 van 13 Mei 1916.

De heer Gerstelotte, van de gemeente Beringen, bij beschikking C. C. V. 5625 van 15 Juni 1916.

De heer Hansen, van de gemeente Koninksheim, bij beschikking C. C. V. 7885 van 16 Augustus 1916.

De heer Delvigne, van de gemeente Henis, bij beschikking G. C. V. 8102 van 19 Augustus 1916.

De heer Titman Bex, van de gemeente Opheers, bij beschikking C. C. V. 9971 van 30 september 1916.

De heer Vranken, J., van de gemeente Bree, bij beschikking C. C. V. 10004 van 30 september 1916.

De heer V. Meelbeek, van de gemeente Heusden, bij beschikking C. C. V. 10704 van 25 oktober 1916.

De heer Rensonf J., van de gemeente Kwaadmechelen- Bovelingen, bij beschikking C. C. V. 11358 van 4 november 1916.

De heer Driesen, J., van de gemeente Berlingen, bij beschikking C. C. V. 11760 van 15 november 1916.

De heer Meers, H., van de gemeente Riemst, bij beschikking C. C. V. 12602 van 17 December 1916.

De heer Embrechtsf J., van de gemeente Deurne bij beschikking C. C. V. 12621 van 23 December 1916.

De heer Vanmarsenille, Willem, van de gemeente Basheers bij beschikking C. C. V. 1206 van 10 Februari 1917.

De heer Tits, J., van de gemeente Aalst, bij beschikking C. C. V. 1205 van 10 Februari 1917.

De heer Oudebrouckx, van de gemeente Wellen, bij beschikking C. C. V. 2333 van 14 Maart 1917.

De heer Digneffe, J., van de gemeente Otringen, bij beschikking C. C. V. 2332 van 14 Maart 1917.

De heer Mulders, P., van de gemeente Opoeteren, bij beschikking C. C. V. 2334 van 14 Maart 1917.

De heer Ramaekerst A., van de gemeente Eisden bij beschikking C. C. V. 1837 van 21 Maart 1917.

De heer Scheppets, W., van de gemeente Vroenhoven, bij beschikking C. C. V. 2330 van 21 Maart 1917.

De heer Winten, J., van de gemeente Lanaken, bij schikking C. C. V. 3022 van 11 April 1917

De heer Vansimpsen, J., van de gemeente Rijkel, bij beschikking C. C. V. 3528 van 5 Mei 1917.

De heer Bynens, Eustache, van de gemeente Lummen, bij beschikking C. C. V. 4380 van 9 Juni 1917.

De heer Goffin, H., van de gemeente Sint-Truiden, bij beschikking C. C. V. 5362 van 21 Juli 1917.

De heer Hendrickx, V., van de gemeente Langdorp, bij beschikking C. C. V. 5495 van 24 Juli 1917.

De heer Vand&perre, van de gemeente Rester, bij beschikking C. FI. V. 396 van 20 Augustus 1917.

De heer Vanheers, A., van de gemeente Guigoven, bij beschikking C. FI. V. 430/647 van 31 Augustus 1917.

De heer Knapen, C, van de gemeente Gutsenhoven, bij beschikking C. FI. V. 876 van 12 september 1917.
B. Politiekommissarissen : De heer Adolf De Keukelaere, van de gemeente St.

Amandsberg, bij beschikking C. C. V. 3073 van 7 Augustus 1915.

De heer Karel Lodewijk Rommelaere, van de gemeente Nazareth, bij beschikking C. C. V. 4828 van 13 november 1915.

De heer Hilduard van Kerpel, van de gemeente Temse, bij beschikking C. C. V. 1563 van 17 Mei 1916.

De heer Jozef Eugeen de Konink, van de gemeente Erenbodegem, bij beschikking C. C. V. 7701 van 5 Augustus 1916.

De heer Filip Roels, van de gemeente Waasmunster, bij beschikking C. C. V. 11988 van 23 november 1916.

De heer Joost Jozef Nestor Lisen, van de gemeente Hoeïlaart, bij beschikking C. C. V. 122 van 13 januari 1917.
C, Ambtenaren van den gezondheidsdienst :

De heer Dr. L. Merken tot voorlopigen gezondheidsopziener van Hasselt, bij beschikking C. C. V. 4834 van 17 november 1915.

Brussel, den 9 november 1917.

No. 416. - 18. november 1917.

Bekendmaking.

Als vervolg op de Verordening van 27 oktober 1917 (W.- en V. bl. 4660), is de prijs voor 500 gr. moutkoffie (torrealine), die door het Nationaal Komiteit wordt verkocht, tot nader bericht op 0.80 fr. vastgesteld.

Brussel, den Wn november 1917.

No. 416. - 18. november 1917. Bekendmaking. *** Op grond mijner Verordening van 18 Juii 1917, betreffende de Oogstkommissies (Ernte-Kommissionen), evenals der uitvoeringsbepalingen van 19 Juii 1917 tot deze Verordening, heb ik, op voorstel der centrale Oogstkommissie

(Zentral-Ernte-Kommission), de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, meel, zemelen en brood voorshands als volgt vastgesteld :

voor tarwe uit stapelplaats of molen geleverd frank 73.27 per 100 kgr. „

rogge uit stapelplaats of molen geleverd ;frank 37.26 per 100 kgr.

uit stapelplaats of molen geleverd „

uit stapelplaats of molen geleverd masteluin frank 41,20 per 100 kgr.

uit stapelplaats of molen geleverd ongepelde spelt uit stapelplaats of molen geleverd frank 40,06 per 100 kgr.

uit stapelplaats of molen geleverd zemelen uit stapelplaats of molen geleverd frank 21, 50 per 100 kgr.

uit stapelplaats of molen geleverd tarwemeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 81.00 per 100 kgr

voor roggemeel aan bakkers of verbruikers geleverd 43,.88 per 100 kgr

voor masteluinmeel aan bakkers of verbruikers geleverd „ 47,94 per 100 kgr

voor tarwebrood aan verbruikers geleverd „ —.68 „ kgr.
Deze hoogste prijzen worden op 1 December 1917 van kracht.

De provinciale Oogstkommissies (Provinzial-Ernte- Kommissionen) zijn bevoegd, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten op verzoek of na raadpleging van de burgemeesters, telkens een lageren hoogsten prijs voor brood, tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt, vast te stellen.

Brussel, den 13n november 1917.

No. 416. - 18. november 1917. Bekendmaking. *** Ter uitvoering van artikel 6 der Verordening van 22 Augustus 1916 van den heer Generaal Gouverneur (Wet en Verordeningsblad, bl. 2559), zijn de prijzen voor 1 kgr. boter, bij den voortbrenger gekocht, van 15 november 1917 af als volgt vastgesteld :

1) Ongezouten boter, met ten hoogste 18 % vreemde bestanddelen fr. 7.70

2) Gezouten boter-, met ten hoogste 18 % vreemde bestanddelen fr 7.30

3) Melkerijboter, voorzien van het ambtelijk kontroolmerk en met ten hoogste 18 % vreemde bestanddelen fr 8.70

4) Ongezouten boter, met meer dan 18 % doch niet meer dan 50 % vreemde bestanddelen fr 3.90

5) Gezouten boter, met meer dan 18 % doch niet meer dan 50 % vreemde bestanddelen . . fr 3.60

De prijzen gelden voor boter ter plaatse van de voortbrenging genomen, met inbegrip van de gebruikelijke verpakking in perkamentpapier. De groothandelaar en de kleinhandelaar mogen bij den voortverkoop van de boter ieder 40 centiem, doch in het geheel niet meer dan 80 centiem per kilogram in rekening brengen.

Brussel, den 14n november 1917.

No. 416. - 18. november 1917. Beschikking betreffende den verbeteringsraad voor net middelbaar onderwjjs in Vlaanderen. In uitvoering van de Verordening C. C. Illa 3388 van

13 Juni 1917, betreffende den verbeteringsraad voor het middelbaar onderwijs, worden hiernavermelde personen benoemd tot leden van den verbeteringsraad voor het middelbaar onderwijs in het Vlaams bestuursgebied :

1) de heer Tack, Pieter, gewoon eere-professor aan de hogeschool te Gent.

2) „ Brûlez, Fernand, buitengewoon professor aan de hogeschool te Gent.

3) „ Claeys, Renaat, buitengewoon professor aan de hogeschool te Gent.

i) „ De Braycker, Cesar, gewoon professor aan de hogeschool te Gent.

5) „ De Decker, Josue, gewoon professor aan de hogeschool te Gent.

6) „ Maes, Viktor, studieprefect aan het koninklijk atheneum te Antwerpen.

7) „ Bossaerts, August, bestuurder van de Rijks middelbare Jongensschool te Antwerpen.

8) „ Goemans, Lodewijk, leraar in de geschiedenis aan het koninklijk Atheneum te Leuven.

9) „ Peeters, Edgar, leraar in de natuurwetenschappen aan het koninklijk atheneum te Antwerpen.

10) „ Libbrecht, G., eere-prefekt aan het koninklijk atheneum te Antwerpen.
Art. 2. Het Hoofd van het burgerhjk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze beschikking.

Brussel, den 8n november 1917

No. 416. - 18. november 1917. Verordening (voor Vlaanderen) betreffende de hervorming van het middelbaar onderwijs van den lageren graad. Op grond van de wetten van 1 Juni 1850 en 15 Juin 1881, van het koninklijk besluit van 24 december 1912 en van de koninklijke besluiten over de regeling var middelbaar normaalondenwijs, verorden ik het navolgende:
Art. 1. Aan artikel 1 van het koninklijk besluit van 241912 wordt volgend 2de lid toegevoegd : „Aan de Rijksmiddelbare normaalscholen in het Vlaams bestuursgebied kan een voorbereidende afdeling van twee schooljaren worden toegevoegd, waarin volgende vakken onderwezen worden: godsdienst, zedenleer, Nederlands Frans, Duits, Engels, Latijn, Grieks geschiedenis en aardrijkskunde, wiskunde, natuurwetenschappen, handelswetenschappen, tekenen, handenarbeid, huishoudkunde, gezondheidsleer en kinderverzorging, turnen, zang, snelschrift en machineschrift."
Art. 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur {Verwaltungschef) voor Vlaanderen bepaalt het leerplan voor de in artikel 1 aangegeven onderwijsvakken, de verplichte en vrije vakken, alsook den duur van het onderwijs in ieder vak.
Art. 3. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 24 december 1912 is ook toepasselijk op de voorbereidende afdeling der middelbare normaalscholen.
Art. 4. Het onderwijs in de voorbereidende afdeling van een middelbare normaalschool wordt gegeven door het onderwijzend personeel van die school.
Art. 5. De wedden van het onderwijzend personeel, de toelatings-, overgangs- en eindexamens, alsook het schoolreglement der voorbereidende afdeling zullen door bizondere Verordeningen geregeld worden.
Art. 6. Aan de leerlingen, die met goed gevolg het eindexamen van de voorbereidende afdeling hebben afgelegd, wordt een desbetreffend getuigschrift afgeleverd.
Art. 7. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze Verordening. Brussel, den Wn november 1917.
No. 417. - 22. november 1917. Verordening (voor de bezette streken van België) betreffende een buitengewone zittijd van de provincieraden.
Art. 1. De provincieraden van de Belgische provincies worden hierbij tot een buitengewone zittijd op Zaterdag, 1 december 1917, te 12 uur 's middags, in de hoofdplaatsen der provincies opgeroepen.
Art. 2. De afkondiging van deze oproeping geschied voor het Generaal Gouvernement in België alleen via Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, voor het Operatie- en Etappengebied in den vorm, die aldaar voor het afkondigen van Verordeningen gebruikelijk is.
Art. 3. De uitnodiging van de leden der provincieraden geschiedt door de bestendige algemene Goeverneur der provincie ù niet gehouden den zittijd bij te De bestendige afvaardiging benoemt het lid, dat den zittijd zal openen en sluiten. De opening en de sluiting geschiedt voor de provincies Antwerpen, Brabant, Henegouwen, Limburg, Luik, Luxemburg en Namen, in den naam van den keizerlijke Duitse Generaal Gouverneur, voor de provincies Henegouwen en Luxemburg terzelfder tijd in den naam van de bevoegde Opperbevelhebbers en voor de provincies Oosten West-Vlaanderen in den naam van de bevoegde opperbeveïhebbers.
Art. 4. De zittijd duurt niet langer dan een dag en wordt met gesloten deuren gehouden. Op de dagorde staan volgende punten, waarover uitsluitend mag worden beraadslaagd :

a) Wijze van opbrengen van zes verdere vervallende maandelijkse stortingen, namelijk voor december 1917 tot en met Mei 1918, van de bij bevel van 21 Mei 1917 aan de Belgische bevolking opgelegde krijgsbelasting ;

b) Opbrengen van de middelen ter betaling der in December 1917 en in Maart 1918 vervallende kasbons en intrestkoepons van de tot dusver aangegane krijgsbelastingsleningen.
Art. 5. De provincieraden nemen in dezen zittijd, welk ook het aantal aanwezige leden zij, geldige besluiten. Grosses Hauptquartier, den 22 november 1917.
No. 417. - 22. november 1917. Besluit op grond van artikel 2 der gemeentewet, in verband

met de Verordening van 3 december 1914 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, bl. 61), is de heer Willem Swennen, landbouwer burgemeester van de gemeente Neeroeteren (Provincie Limburg) benoemd.

Brussel, den 8n november 1917.
No. 417. - 22. november 1917. Bekendmaking ***

over de hoogste prijzen voor suiker, melasse en suikerbietenstroop uit het bedrijfsjaar 1917/18.

Op grond van artikel III der Verordening van 1 november 1917, ter aanvulling van de Verordening van 18 Juli 1916, over het benuttigen van suikerbieten en van de daaruit gewonnen voortbrengselen (Wet-en-Verordenings~ blad, bl. 4720), zijn de aan de voortbrengers te betalen hoogste prijzen als volgt vastgesteld :

per 100 kgr.

Ruwe suiker-eerste opbrengst (grondslag 88 % voortbrengst )fr. 63.—

Ruwe suiker-naopbrengst, (grondslag 88 % voortbrengst) „ 61.50

Gekristalliseerde suiker „ 70.—

Melasse (grondslag 46 % Clerget-Herzfeld 41°  Methode Langlet) „ 18.—

suikerbietenstroop van beste hoedanigheid (dichtheid ten minste 41° Langlet) . . „ 63.—

Deze prijzen gelden voor levering vrij op spoorwagen, ter vertrekstatie (Staatsspoorweg) , zonder verpakking. De aan de voortbrengers te betalen prijzen stijgen van 1 januari 1918 af iedere maand met

0.40 fr. per 100 kgr. ruwe suiker,

0.45 fr. per 100 kgr. gekristalliseerde suiker.

De maand, waarin het Suikerverdelingskantoor (Zuckerverteilungsstelle) het vrijverklaringsbewijs (Freigabe- *** Z. bk. 1. schein) of het overbrengingsbewijs (Ueberfùhrwngsschexn) heeft afgeleverd, als maatstaf voor de berekening van de maandelijkse prijsverhogingen.

Brussel, den 14n november 1917.
No. 417. - 22. november 1917. Verordening

Voor Vlaanderen betreffende den dienst van het opzicht bU bel middelbaar onderwijs. Artikel 2, lid 1, van het koninklijk besluit van 31 december 1912, luidt voortaan als volgt : Het opzicht over het letterkundig en wetenschappelijk onderricht in de onderwijsinstellingen, die onder de bepalingen vallen der wetten van 1 juni 1850, van 15 juni 1881 en van 6 februari 1887, alsook over de middelbare normaalscholen, die geldige getuigschriften van leraar of van lerares bij het middelbaar onderwijs van den logeren graad afleveren, wordt uitgeoefend door opzieners, wier getal door de regering wordt vastgesteld.

Brussel, den 30n september 1917.
No. 417. - 22. november 1917. Verordening betreffende de rechtspersoonlijkheid van de Universiteit te Gent.
Art. 1. De Universiteit te Gent is een staatsinstelling voor onderwijs en bezit de rechten van een rechtspersoon. De aan haar toegevoegde instellingen en inrichtingen voor hoger onderwijs worden eveneens beschouwd als behorende bij de Universiteit
Art. 2. De Universiteit wordt als rechtspersoon vertegenwoordigd door een raad van beheer. Aangaande deze samenstelling, zdkenbeheer en verhouding tot de staatsoverheden zullen bijzondere bepalingen uitgevaardigd worden
Art. 3. De raad van beheer beheert het vermogen der Universiteit. Zijn bevoegdheid omvat alle rechtszaken en proceshandelingen t zover die niet in strijd zijn met de bepalingen van deze Verordening of van de wetten op het hoger onderwijs. De raad van beheer heeft inzonderheid het recht te kopen en te verkopen, te huren, processen te voeren, dadingen te treffen of rechtsgeschillen aan scheidsrechters op te dragen, opheffingen van hypotheekinschrijvingen toe te staan, gelden te beleggen, te ontvangen en te betalen.
Art. 4. De Universiteit te Gent mag alleen de onroerende goederen bezitten, welke nodig zijn ter vervulling van haar onderwijstaak en ter bevordering van de wetenschap. In haar hoedanigheid van instelling van openbaar nut, heeft zij het recht, behoudens goedkeuring van de regering, tot de onteigening over te gaan van de onroerende goederen die aan de voorwaarden van het 1e lid beantwoorden.
Art. 5. Schenkingen onder levenden of bij uiterste wilsbeschikking te haren voordele gedaan, zijn slechts uitvoerbaar zover overeenkomstig artikel 910 van het Burgerlijk Wetboek daartoe machtiging verleend wordt. Bij het verlenen van de machtiging om een schenking te aanvaarden, die onroerende goederen omvat, kan in b&paalde gevallen terzelfder tijd een termijn worden vastgesteld, binnen de welken bedoelde onroerende goederen te gelde moeten gemaakt zijn. Overgangsbepalingen .
Art. 6. De onroerende goederen, waarin de diensten der Universiteit te Gent voor het ogenblik gevestigd zijn. kunnen haar door de gemeenten of door de aan wie zij toebehoren, in eigendom worden overgedragen. Indien zulke eigendomsoverdracht plaats heeft binnen 6 jaar na de afkondiging van deze Verordening, wordt zij vrijgesteld van het evenredig registratie- en overschrijvingsrecht en ontslagen van de machtiging voorzien artikel

Brussel, den 20n oktober 1917.
No. 417. - 22. november 1917. Beschikking.

Gezien de wet betreffende de begeving der academische graden en het programma der universiteitsexamens ; Gezien het Koninklijk besluit van 13 oktober 1890, tot regeling van de uitvoering der wet, wat betreft de examens af te leggen voor de middenjury, zoals dit besluit gewijzigd werd door het koninklijk besluit van 21 juni 1891 ; Gezien de Verordening van 13 juni 1917 betreffende de inrichting der middenjury's, belast met het afnemen van de examens van hoger onderwijs ; wordt ex besloten :
Art. 1. De middenjury, belast met het afnemen van de navermMe examens van hoger onderwijs, in den 2n zittijd van 1917, is voor het Vlaams bestuursgebied samengesteld als volgt :

Voorzitter : De heer F. Heuvelmans, Algemeen Secretaris aan het Ministerie van Justitie.

Leden :

I. Faculteit der wijsbegeerte en letteren.

a) Kandidaatsexamen voorbereidend tot de rechtsgeleerdheid.

Professor aan de Universiteit te Gent : De heren J. De Decker, E. Godee Molsbergen, P. Hoffmann, W. Baehrens, P. Menzerath. Docent aan de Universiteit te Gent: De heeren L. Brûlez, A. Vlamynck, A. Jacob. Secretaris : de heer L. Brûlez, docent.

b) Candidaatsexamen voorbereidend tot het doctoraat in de Germaanse philologie.

Professor aan de Universiteit te Gent : De heren W. Devreese, E. Godee Molsbergen, P. Menzerath. Docent aan de Universiteit te Gent : De heren L. Brûlez, A. Vlamynck, A. Jacob. Secretaris : de heer A. Jacob, docent.
II. Faculteit der rechtsgeleerdheid. Candidaatsexamen.

Professor aan de Universiteit te Gent : De heren L. Dosfel, P. Hoffmann, A. Van Roy, J. Eggen. Secretaris : de heer A. Van Roy, professor.
III. Faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen. Kandidaatsexamen in de natuurwetenschappen. Professor aan de Universiteit te Gent : De heren F. Stober, J. Versluys, E. Boeke, C. De Bruyker, J. Voleton, P. Menzerath. Docent aan de Universiteit te Gent : De heeren M. Minnaert, L. Brûlez. Secretaris : de heer J. Valeton, professor.
IV. Faculteit der Geneeskunde.

Eerste, tweede en derde gedeelte van het Apothekersexamen. Professor aan de Universiteit te Gent : De heren R. Sprleers, C. ten Horn, E. Laqueur, A. Martens, A. Srhoenfeld, E. Boeke, J. Valeton. Secretaris: de heer A. Martens, professor.
Art. 2. De tweede zittijd dezer middenjury zal te Gent geopend worden op Donderdag 15 november 1917, te 9 uur y s morgens, in de lokalen der Universiteit te Gent.
Art. 3. De voorzitter der jury is gemachtigd, zijn plaatsvervanger aan te duiden en te voorzien in de vervanging van leden, die desvoorkomend zouden verhinderd zijn. Brussel, den 12n november 1917.
No. 417. - 22. november 1917. Beschikking.

Art. 1. De jury, voor het jaar 1917 belast met het a/- nemen van het toegangsexamen en van het overgangsexamen van het le naar het 2e studiejaar in de Rijks middelbare normaalschool voor meisjes te Cent, alsook van de proeven voorbereidend tot het examen van kandidaat- lerares bij het middelbaar onderwijs van den lageren graad, zal samengesteld zijn uit den heer Roegiers, bestuurder van de Rijks middelbare normaalschool voor jongens te Gent, als voorzitter, en uit ten hoogste leden van het onderwijzend personeel van de onderwijsinstelling. De bestuurster en de leraar in den godsdienst moeten onder deze leden opgenomen zijn. De overige leden worden door den voorzitter, in gemeen overleg met de bestuurster, aangeduid. De samenstelling van de jury moet in het verslag van de zitting opgenomen zijn.
Art. 2. De voorzitter benoemt onder de leden een secreris of een sekretaresse.
Art. 3. De bestuurster van de instelling is gelast, het onderwijzend personeel en ingeschreven de examinandae, op te roepen.
Art. 4. De voorzitter van de jury is gemachtigd, onder de andere onderwijskrachten van de instelling plaatsvervangers aan te duiden voor de leden, die desvoorkomend verhinderd zouden zijn.

Brussel, den 16n november 1917.

No. 417. - 22. november 1917. Bekendmaking.

I. De jury, voor het jaar 1917 belast met het afnemen van het toelatingsexamen en van het overgangsexamen van het le naar het 2e studiejaar aan de Rijks middelbare normaalschool voor meisjes te Gent, zal in bedoelde instelling zitting houden ; zij zal eveneens de twee proeven voorbereidend tot het examen van kandidaat-lerares bij het middelbaar onderwijs van den lageren graad afnemen.
II. De jury zal haar zitting openen op 22 november, te 10 uur 's voormiddags. De personen, die de hiervoren bedoelde examens wensen af te leggen, moeten zich ten laatste vp 21 november bij de bestuurster van de onderwijsinstelling laten inschrijven ; aanvragen na dezen datum ingediend, zullen niet in aanmerking genomen worden.

Brussel, den 16n november 1917.

No. 418. - 24. november 1917. Bekendmaking

betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr 253 van 13 september 1916 en Nr 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van den handelaar in oudheden Leo Venerand Bieillemand, te Brussel. De heer J. Weïker, te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.

Brussel, den 15n november 1917.

No. 418. - 24. november 1917. Verordening betreffende de bevoegdheid van de „Hauptstelle fiir Gas, Masser und Elditrizitat'* (hoofdkantoor voor gas, water en elektriciteit). Als vervolg op de Verordening van 26 Juli 1915 (Weten Verordeningsblad, nr 102, bl. 832), bepaal ik hierbij het navolgende :
Art. 1. De „Hauptstelle fur Gas, Wasser und Elektrizitat" (Hoofdkantoor voor gas, water en elektriciteit) te Brussel is ook belast met het toezicht over de elektrische tram- en buurtspoorwegen en over de daartoe behorende elektriciteitsfabrieken.
Art. 2. De „Hauptstelie fiir Gas, Wasser und Elektrizitat" is gemachtigd, algemene en bijzondere voorschriften uit te vaardigen aangaande het bedrijf en de daarvoor benodigde inrichtingen van de gas-, water- en elektriciteitsfabrieken, alsook van de elektrische tram- en buurtspoorwegen en de daartoe behorende elektriciteitsfabrieken. Voor de voorschriften, betreffende de elektrische buurtspoorwegen, is de toestemming van de „Militar-General- Direktion der Eisenbahnen" (militair hoofdbestuur der spoorwegen) vereist.
Art. 3. Wie de op grond dezer Verordening uitgevaardigde algemene en bijzondere voorschriften opzettelijk of uit nalatigheid overtreedt, wordt, zover andere strafwetsbepalingen geen zwaarder straf voorzien, met ten hoogste 3 jaar gevangenis en met ten hoogste 100.000 mark ! of met een van beide straffen gestraft. Overigens blijven de voorschriften van artikel 5 der Verordening van 26 Juli 1915 van kracht. De Duits e krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers

tijn tot oordeelvellen bevoegd.

Brussel, den 17n november 1917.

No. 418. - 24. november 1917. Beschikking.

Art. 1. De hierna vermelde personen zijn benoemd tot leden van de jury, die voor het jaar 1917 belast is met het afnemen van het examen van leraar in den handenarbeid voor jongens aan lagere en middelbare onderwijsinstellingen : Voorzitter : A. de Waele, opziener van het onderwijs in het tekenen aan de lagere en middelbare normaalscholen. Leden : Johan Lefevre, leraar aan de Rijks lagere en middelbare normaalscholen te Gent ; Heckers, leraar aan een stedelijke onderwijsinrichting te Gent; Semey, leraar in het tekenen aan de Rijks Universiteit te Gent ; A. Thiry, leraar aan de Rijks middelbare normaalschool voor jongens te Gent.
Art. 2. De voorzitter of een daartoe gemachtigd jurylid is gelast de kandidaten op te roepen ; de voorzitter is tevens gemachtigd de jury door twee vaklieden te doen bijstaan.
Art. 3. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze beschikking ; hij is gemachtigd te zorgen voor de vervanging van afwezige juryleden.

Brussel, den 20n november 1917.

No. 418. - 24. november 1917. Beschikking.
Art. 1. Op grond van artikel 5 uit het algemeen reglement van het Koninklijk Vlaams Conservatorium te Antwerpen, is het mandaat der heren leden van den beheerraad der voornoemde muziekinstelling J. A. SteJlfeld, J. Verachtert, L. van Peborg, K. Weyler, N. J. Cuperus voor den duur van 3 jaar verlengd.
Art. 2. Te rekenen van 25 juni 1916 zijn, voor de zelfde duur, als vertegenwoordigers der regering in den beheerraad benoemd : Professor Fr. J. de Keersmaeker, geneesheer te Antwerpen, ter vervanging van wijlen den heer Leo van Hoof. Volksvertegenwoordiger Leo Augustyns . ter vervanging van den heer J. Hekkers.
Art. 3. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze beschikking.

Brussel, den 15n november 1917.

No. 418. - 24. november 1917. Bekendmaking.

Z. E. de bisschop van Luik heeft den E. H. G. Steensels, diocesaan opziener, tot diocesaan hoofdopziener voor de provincie Limburg en den E. H. Th. Lambrechts, professor, tot diocesaan opziener voor het schoolkanton Hasselt benoemd. De bestuursoverheden en het onderwijzend personeel van deze school, die onder de bepalingen vallen van artikel 19 der wet van 15 juni 1914 op het lager onderwijs, zijn verzocht de hiervoren genoemde opzieners bij de uitoefening van hun ambt behulpzaam te zijn.

Brussel, den 16n november 1917.
No. 419. - 27. november 1917. Beschikking.

Art. 1. In aanvulling van de beschikking C. FI. III l 90 van 8 augustus 1917, is de heer J. Van Hauwaert, leraar aan het gemeentelijk kollege te Nijvel, benoemd tot plaatsvervangend lid van de goedkeuringsjury voor Vlaanderen.
Art. 2. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze beschikking.

Brussel, den 20n augustus 1917.

No. 419. - 27. november 1917. Verordening,betreffende de indeling der Belgische post omschrijvingen in Wallonië naar provincies.
Als vervolg op artikel 4 van de Verordening van september 1917, betreffende het vormen van twee Belgische Ministeries van Zeewezen, Posterijen en Telegrafen (Wet en Verordeningsblad, bl. 4453) , naar luid waarvan de postomschrijvingen van het Vlaamse land dezelfde grenzen hebben als de provincies, verorden ik het navolgende :
Art. 1. Ook in Wallonië hebben de Belgische postomschrijvingen dezelfde grenzen als de provincies, met dien verstande, dat de bestaande indeling van Henegouwen in twee postomschrijvingen behouden blijft.
Art. 2. Het Keizerlijk Duits beheer van Posterijen en Telegrafen in België is met de uitvoering van deze Verordening belast.

Brussel, den 21n oktober 1917.

No. 419. - 27. november 1917. Beschikking. Op grond van de Verordening van 13 April 1917, betreffende de afscheiding van het arrondissement Nijvel van de provincie Brabant (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3597), van de wet van 1 oktober 1855, betreffende

de. maten en gewichten (Staatsblad van 30 oktober 1855), alsook van het koninklijk besluit van 22 Met 1898 (Staatsblad van 23 Mei 1898), wordt het navolgende bepaald : Het arrondissement Nijvel, dat tot dusver met het arrondissement Leuven een ijkgebied uitmaakte, wordt van dat gebied afgescheiden en met de arrondissementen Charleroi en Thuin tot een ijkgebied, zetel Charleroi, verenigd.

Brussel, den 30n oktober 1917 Namur,
No. 419. - 27. november 1917. Verordening (voor Vlaanderen) betreffende de vervanging van afwezige leden van het onderwijzend personeel bij het lager onderwijs. Artikel 38 van de wet van 15 juni 1914 tot regeling van het lager onderwijs, is als volgt aangevuld :
Art. 1. Aan lid 1 is volgende zinsnede toegevoegd : „De gevallen van vervanging van leden van het onderwijzend personeel, die wegens de oorlogsgebeurtenissen afwezig zijn, worden met de gevallen van vervanging wegens ziekte gelijkgesteld."
Art. 2. Het hiernavolgende is er als laatste lid aan toegevoegd : „In geval van vervanging van leden van het onderwijzend personeel, die in den dienst van het leger zijn, worden de uitgaven op dezelfde wijze verdeeld als in geval van vervanging wegens ziekte. In de overige gevallen van vervanging vallen de daaruit spruitende kosten uitsluitend ten laste van de gemeentebesturen en van de schoolbeheren."

Brussel, den 15n november 1917

No. 420. - 30. november 1917.

Beschikking betreffende de Indeling van de dienstomschrijvingen der staatslandbouwkundigen in de provincie Henegouwen. Op grond van de Verordening van 13 April 1917 van den heer General Gouverneur in België, betreffende de afscheiding van het arrondissement Nijvel van de provincie Brabant (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3597), en van artikel 7 van het koninklijk besluit van 30 Juli 1911 (Staatsblad van 21 december), beschik ik het navolgende :
De omschrijvingen der staatslandbouwkundigen in de provincie Henegouwen zijn als volgt ingedeeld :
1) De omschrijving van de staatslandbouwkundige te Bergen omvat de gerechtelijke kantons: Bergen, Pâturages, Dour, Boussu, Lens, Merbes-le* Château, Beaumont, Chimay, Binche.
2) De omschrijving van den staatslandbouwkundige te Roeulx omvat de gerechtelijke kantons: Roeulx, La Louviere, Zinnik, Edingen, Lessen, Ath, Chievres, Nijvel, Seneffe.
3) De omschrijving van den staatslandbouwkundige te Charleroi omvat de gerechtelijke kantons: Charleroi (Noord en Zuid), Gosselies, Fontaine-VEveque, Châtelet, Jumet, Marchienne-au-Pont, Thuin, Geldenaken, Waver, Perwez, Genappe.
4) De omschrijving van den staatslandbouwkundige te Doornik omvat de gerechtelijke kantons: Doornik, Templeuve, Antoing, Leuze, Frasnes-lez-
Buissenal, Vloesberg, Celles, Peruwelzy Quevaucamps.
Deze beschikking wordt op 15 oktober 1917 van kracht.
Namen, den 19n september 1917.

No. 420. - 30. november 1917. Verordening***
betreffende de aangifte en de inbeslagneming van wissen en schors van wissen.
De Verordening van 21 Maart 1917 (Wet- en Verordeningsblad, Nr 327) is opgeheven ; voor het gehele gebied van het Generaal Gouvernement wordt het hiernavolgende bepaald :
Aangifte van de voorhanden hoeveelheid.
Art. I. Al de wissen uit den oogst 1917/1918, alsook al de uit vroegere oogstjaren overgebleven hoeveelheden met inbegrip van schors welke er bij het schillen (pellen) afvalt, moeten door den eigenaar, beheerder en pachter van wisteelten, of door elk ander persoon, die ze in bewaring heeft, onmiddellijk na het snijden, doch ten laatste op 1 januari 1918 aangegeven worden. De aangifte moet in twee exemplaren en op de daartoe voorgeschreven formulieren ingediend worden bij de „Abteilung fur Handel und Gewerbe, Bohstoffvenoaltungsstelle" ( afdeling voor handel en nijverheid, kantoor voor grondstoffen), Kunstherlevingslaan 30 te Brussel. De formulieren van aangifte zijn op genoemd kantoor of bij de „Kreischefs" , Kommandanturen en „Abschnittskommandeure" verkrijgbaar. AI de aanvragen en verzoeken betreffende deze Verordening, zijn eveneens te richten tot de „Rohstoffverwaltungsstelle" te Brussel.
Inbeslagneming.
Art. II. De in artikel I bedoelde voorraden aan wissen en aan schors van wissen zijn hierbij in beslag genomen. Door het feit van de inbeslagneming is het verboden behalve in de gevallen voorzien in artikel IV, op enige wijze rechtszakelijk over de voorraden te beschikken, inzonderheid ze te vervreemden, te verwerken of te gebruiken voor eigen doeleinden, alsook ze naar een andere gemeente te vervoeren. Behandeling van de wissen.
Art. III. De eigenaars, beheerders en pachters van wisteelten evenals andere personen, die ze in bewaring hebben, zijn gehouden hun wissen regelmatig, doch ten laatste op 1 Januari 1917, te snijden en zoo mogelijk te schillen. De schors, voortkomend van het schillen, moet behoorlijk gedroogd, gebundeld en, tegen vochtigheid beschut, bewaard worden. Gesneden, ongeschilde wissen moeten volgens lengte gesorteerd, in bundels van 1 meter omtrek gebonden en op houten onderleggers gedroogd worden.
De voorraden aan wissen en aan schors van wissen moeten tot bij de aflevering zorgvuldig bewaard en behandeld worden. Het is verboden de wissen te koken. De belanghebbenden moeten hun wisteelten na het snijden bijtijds van onkruid zuiveren en ze naar behoren bewerken.
De  afdeling voor Handel en Nijverheid, Kantoor voor Grondstoffen, te Brussel, is gemachtigd vrijstellingen te verlenen van de bepalingen van dit artikel, evenals van de bepalingen van artikel II, lid 2.
Bepalingen op den aankoop.
Art. IV. Als een de opkopers, die een desbetreffend bewijsstuk van de  afdeling voor Handel en Nijverheid, Kantoor voor Grondstoffen, te Brussel, bezitten, mogen al de wissen en de schors van wissen ophopen. Voor wissen van eerste hoedanigheid en van beste sortering, vrij geladen op spoorwegwagen, is de hoogste prijs bepaald op :
Per bundel van 1 meter omvang op den ezel gebonden

1) voorgroene,ongedroogde-wissen 2. fr

2) voor grauwe, droge wissen. . . . 2.50 fr
3) voor geschilde :

a) Weda-wissen 3.80 fr

b) rood Franse wissen 4.20 fr
4) voor gedroogde, gebundelde schors van wissen . .5 fr per 100 kg.
Voor waren van mindere hoedanigheid en sortering zijn de hoogste prijzen dienovereenkomstig lager.
Heeft een bundel bij het overnemen niet den voorgeschreven omvang van 1 meter, of is hij niet behoorlijk of niet vast genoeg gebonden, dan wordt naar gelang van het ontbrekende op den prijs afgehouden.
Komt geen onderhandse aankoop tot stand op grond van de vastgestelde hoogste prijzen, dan kan de waar tegen een ontvangstbewijs onteigend worden. In dat geval zal de Rijkskommissie tot regeling der schadeloosstellingen (Reichsentschadigungskommission) de vergoeding naar de bestaande grondregels bepalen.
Ongeldigheid van vroegere vrijverklaringen.
Art. V. De bij deze Verordening opgelegde verplichtingen gelden eveneens voor de wisteelten, wissen en schors van wissen, die door vroegere algemene of bijzondere beschikkingen vrijverklaard waren.
Strafbepalingen.
Art VI. Wie de voorschriften van deze Verordening opzettelijk of uit nalatigheid overtreedt, wordt, zover bij een andere strafwet geen hogere straf is voorzien, met ten hoogste 2 jaar gevangenis en met ten hoogste 25.000 mark boete of met een dezer straffen gestraft. Bovendien mag de verbeurdverklaring der voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft steeds worden uitgesproken ; ingeval de overtreding opzettelijk is begaan moet de verbeurdverklaring steeds bevolen worden. Overigens zijn de voorschriften van de Verordening van 17 juni 1917, betreffende de uitbreiding van de strafbepalingen der in verband met de oorlogseconomie uitgevaardigde Verordeningen van kracht. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.
Brussel, den 15 november 1917.

No. 420. - 30. november 1917. Beschikking, betreffende de indeling van de dienstomschrijvingen der Staatslandbouwkundigen in de provincies Brabant en Oost Vlaanderen.
Op grond van de Verordening van 13 April 1917 van den heer Generaal Gouverneur, betreffende de afscheiding van h et arrondissement Nijvel van de provincie Brabant (Wet~ en Verordeningsblad, bl. 3597), van artikel 7 van het koninklijk besluit van 24 december 1898 en van de tot uitvoering daarvan uitgevaardigde voorschriften van 31 Augustus 1907 van het ministerie van Landbouw, beschik ik :
De omschrijvingen van de staatslandbouwkundigen in de provincies Brabant en Oost Vlaanderen zijn van 15 oktober 1917 af als volgt ingedeeld :
1) De omschrijving Brussel omvat het gerechtelijk arrondissement Brussel, met het kanton Haacht en het 1e kanton Leuven van het gerechtelijk arrondissement Leuven. Titelvoerder : de heer Warnants, te Leuven.
2) De omschrijving Leuven omvat het gerechtelijk arrondissement Leuven, uitgenomen het kanton Haacht en het 1e kanton Leuven, alsook de Vlaamse gemeenten van het kanton Landen. Titelvoerder : de heer Giele, te Leuven.
3) De omschrijving Aalst omvat het gerechtelijk arrondissement Dendermonde, met de kantons Aalst. Hove en Herzele. Titelvoerder : de heer Weynants, te Aalst.
Brussel, den 21 november 1917.

No. 420. - 30. november 1917. Verordening houdende verbod te beschikken over het vermogen van onderdanen der Verenigde Staten van Amerika.
Enig  Art. De Verenigde Staten van Amerika zijn eveneens te beschouwen dis vijandelijke Staat in den zin der Verordening van 5 Mei 1916, betreffende het vermogen van onderdanen van vijandelijke Staten (Wet* en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, bl. 2133), met dien verstande, dat 6 April 1917 de in artikel 1 aangegeven tijdsbepaling van 9 oktober 1915 vervangt.
Brussel, den 22 november 1917.
No. 420. - 30. november 1917. Beschikking.
De bestuurster van de aangenomen lagere schooi der Konstantinopelstraat, nr 5, te Sint-Gilles heeft, in weerwil van de herhaalde aanmaningen, den toegang tot de school ontzegd aan de commissarissen, die door het ministerie van Wetenschappen en Kunsten, overeenkomstig artikel 1 van de verordening van 19 Mei 1917 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3772), naar die school waren gezonden, om de wet op het hoger onderwijs toe te passen en de regelmatige uitvoering er van na te gaan. Wegens deze weigering van de bestuurster, zich aan de wetsbepalingen te onderwerpen, worden overeenkomstig artikel 15, laatste lid, van de wet van 15 juni 1914 tot regeling van het lager onderwijs, al de toelagen, die aan de lagere school der Konstantinopelstraat nr 5 door de gemeente, de provincie en den Staat werden verleend, te rekenen van heden aan bedoelde school onttrokken.
Brussel, den 22 november 1917.
No. 420. - 30. november 1917.

Bekendmaking
betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordening 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidatie van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr 253 van 13 september 1916 en nr. 335 van 19 April 1916), de liquidatie bevolen van het België voorhanden zijnde vermogen van de firma Perigne, Les ault e C ie, Pari inzonderheid, van het bijhuis te Brussel, Vanderborghtstraat 28. De heer luitenant Maas, te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator voor nadere inlichtingen.
Brussel, den 23 november 1917.
No. 420. - 30. november 1917.

Bekendmaking
betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1916, over de liquidatie van vijandelijke ondernemingen (Wet~ en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr 253 van 13 september 1916 en nr 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de Franse deelhebbing aan de firma Compagnie Anglais e, C ho que e Zorn, te Brussel, De heer luitenant M a a s, te B r u s s e l, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 23n november 1917.

No. 420. - 30. november 1917.

Bekendmaking
betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr 253 van 13 september 1916 en Nr 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van den Fransman Jules Ollier, te Charleroi, Marchienne-au-Pont, en Châtelet. De heer luitenant Maas, te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.
Brussel, den 23n november 1917.

No. 420. - 30. november 1917.

Bekendmaking.
De  heren Burssens, Van Hoogenbemt, Roelants, Verhoeven, Otquet, zijn tot klerk 3e klasse aan het Vlaams Ministerie van Landbouw benoemd.
Brussel, den 4n oktober 1917.
No. 420. - 30. november 1917.

Beschikking. Zijn voorlopig benoemd :
1) de heer Jef Hinderdael, toondichter, tot  afdelingsoverste aan het ministerie van Wetenschappen en Kunsten, met een jaarwedde van zes duizend frank (6.000 fr.) ;
2) de heer Fritz Van den Berghe, kunstschilder, tot bureeloverste aan voornoemd ministerie, met een jaarwedde van vijf duizend frank (5.000 fr.), zijnde het medium van de wedde
Brussel, den 30n september 1917.

No. 421. - 3. december 1917. Verordening*** houdende verbod in open lucht vuren te maken na het invallen van de duisternis.

§ 1. Het is verboden na het invallen van de duisternis vuren te maken in open lucht.

§ 2. Overtredingen van deze Verordening worden gestraft met ten hoogste een jaar gevangenis en met ten hoogste 10.000 mark boete, of met een dezer straffen, zover de algemene strafwetten geen zwaarder straf voorzien. De Duitse krijgsrechtbanken en de krijgsbevelhebbers zijn tot oordeelvellen bevoegd.

Brussel, den 27 november 1917.
No. 421. - 3. december 1917. Verordening (voor de bezette streken van België) betreffende de uitvoering van net bevel van 1917, waarbij een krijgsbelasting werd opgelegd.
De provincieraden der negen provincies van België hebben, in hun buitengewone zittijd belegd op 1 december 1917, de besluiten, die het opbrengen van de middelen der betaling die bij bevel van 21 mei 1917 aan de Belgische bevolking opgelegde krijgsbelasting verder verzekeren, niet genomen.

Deze handeling is in strijd met de openbare belangen. Om die reden worden de besluiten, zover die genomen zijn, overeenkomstig artikel 89 der provinciale wet van 30 April 1836 opgeheven, en zijn de Gouverneurs der provincies Antwerpen, Brabant, Henegouwen, Limburg, Luik, Luxemburg en Namen samen met de Voorzitters van het burgerlijk bestuur (Prasidenten der Zivilverwaltung) aldaar, voor de provincies Oosten West-Vlaanderen de Voorzitters van het burgerlijk bestuur aldaar alleen, met bindende kracht, elk wat zijn provincie betreft, gemachtigd tot het nemen van onderstaande maatregelen :
1. solidair met de andere provincies :

a) met het oog op de betaling van zes verdere vervallende maandelijkse stortingen, namelijk voor december 1917 tot en met mei 1918, van de bij bevel van 21 mei 1917 aan de Belgische bevolking opgelegde krijgsbelasting, de nodige maatregelen te treffen en desnoods daartoe een lening aan te gaan ;

b) met het oog op het opbrengen van de middelen ter betaling der intresten en ter delging van deze lening, alsook met het oog op de betaling der in december 1917 en in maart 1918 vervallende interprovinciale kasbons van de tweede krijgsbelastingslening en der in den loop van dezelfde maanden vervallende intrestkoepons der verschillende krijgsbelastingsleningen, de nodige maatregelen te treffen en desnoods daartoe een lening aan te gaan ;

2. de nodige oorkonden te ondertekenen.

Brussel, den 3 december 1917.

No. 422. - 5. december 1917. Bekendmaking

betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. Met toestemming van den heer (Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidatie van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, nr 253 van 13 september 1916 en nr 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen der firma

Aron S a m d a m, te Brussel.

De heer luitenant Maas, te Brussel, is lot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.

Brussel, den 27n november 1917.

No. 422. - 5. december 1917. Verordening betreffende het oprichten van een schoolraad voor de Duitse school te Namen.

§ 1. Voor de leiding der zaken der Duitse school te Namen en voor het beheer der nodige geldmiddelen, wordt een schoolraad opgericht.

1) Deze schoolraad bestaat uit den dienstdoende Voorzitter van het burgerlijk bestuur (Prasident der Zivilverwaltung) te Namen, als voorzitter,

2) uit een hogere ambtenaar van het burgerlijk bestuur te Namen, die tevens plaatsvervanger is van den voorzitter,

S) uit den leraar, die het bestuur der Duitse school te Namen waarneemt,

4) uit twee personen, behorende tot de Duitse Kolonie der provincie Namen, als leden. De leden van den schoolraad worden door den voorzitter benoemd.

§ 3. De schoolraad bezit de eigenschap der rechtspersoonlijkheid. In rechtszaken wordt de schoolraad vertegenwoordigd door den voorzitter of door dezes plaatsvervanger.

§ 4. De raad moet in elk schoolkwartaal ten minste tot een zitting opgeroepen worden. In de zittingen worden de besluiten bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen beslist de stem van den voorzitter. De schoolraad mag steeds besluiten nemen, om het even hoeveel leden er aanwezig zijn.

§ 5. De voorzitter leidt de lopende zaken ; hij is gehouden den schoolraad te raadplegen in alle aangelegenheden van enig belang, inzonderheid echter bij benoeming of ontslag van onderwijskrachten.

§ 6. De geldzaken worden door een kashouder geleid. Deze wordt door den voorzitter benoemd.

§ 7. De kashouder moet jaarlijks rekenschap geven bij den schoolraad. Deze verleent ontlasting.

§ 8. De kashouder mag alleen op aanwijzing van den voorzitter of van dezes plaatsvervanger betalingen doen.

§ 9. Het bedrijfsjaar begint op I oktober van elk jaar en eindigt den 30 september van het volgend jaar. Voor elk bedrijfsjaar zal een begroting der inkomsten en uitgaven opgemaakt worden. De begroting moet door het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Wallonië worden goedgekeurd. De bevoegdheid van den voorzitter of van dezes plaatsvervanger tot het opleggen van betalingen, blijft beperkt tot de bedragen die in de begroting voorkomen*

§ 10. Binnen twee maand na afloop van elk bedrijfsjaar, stuurt de schoolraad aan het Hoofd van het burgerlijk bestuur voor Wallonië een verslag over al de gebeurtenissen van enig belang, die in het afgelopen schooljaar zijn voorgekomen, alsook over den gang van het schoolbeheer en over het aantal leerlingen. Bij dat verslag zal een op grond der kasboeken afgesloten rekening over het afgelopen bedrijfsjaar gevoegd worden.

Brussel, den 22 november 1917.

No. 422. - 5. december 1917. Verordening (voor Vlaanderen en voor Wallonië) houdende wijziging van de wet van 24 Mei 1854, betreffende de brevetten, en van het koninklijk besluit met dezelfde dagtekening, dat de uitvoering dier wet regelt (Belgisch Staatsblad van 25 Mei 1854.)
Art. 1. Artikel 17, lid 1, van de wet van 24 Mei 1854, wordt vervangen door het hiernavolgend voorschrift : Wie een brevet wil nemen, is gehouden ter griffie van een der provinciebesturen of ten kantore van een arrondissementscommissaris van het bestuursgebied, waarin hij zijn wettelijke woonplaats heeft, volgens de bij koninklijk besluit bepaalde pleegvormen, onder zegel en in dubbel exemplaar een klare en volledige beschrijving, alsook een nauwkeurige tekening op metrieke schaal van het voorwerp der uitvinding neer te leggen.

De beschrijving moet in de Nederlandse taai opgesteld zijn, bijaldien de uitvinder zijn wettelijke woonplaats in het Vlaams bestuursgebied heeft ; zij mag opgesteld zijn in een der in België gebruikelijke talen, bijaldien de uitvinder zijn wettelijke woonplaats heeft in het Waals bestuursgebied.
Art. 2. Artikel 8, le zin, van het koninklijk besluit van 24 Mei 1854, wordt vervangen door het hiernavolgend voorschrift: De aanvraag moet den naam, den voornaam en het beroep, alsmede de wettelijke en, desverlangd, de verkozen woonplaats van den uitvinder bevatten.
Art. 3. Artikel 4, lid 1 en 2, van het koninklijk besluit van 24 Mei 1854, wordt vervangen door het hiernavolgend voorschrift: De beschrijving moet in de Nederlandse taal opgesteld zijn, bijaldien de uitvinder zijn wettelijke woonplaats heeft in het Vlaams bestemming gebied en, in de Duitse, Nederlandse of Franse taal, bijaldien de uitvinder zijn woonplaats heeft in het Waals bestuursgebied. Is de beschrijving niet in de Nederlandse taal opgesteld, dan moet er een Nederlandse vertaling aan worden toegevoegd, wanneer de uitvinder zijn wettelijke woonplaats buiten België heeft.

Brussel, den 29n November 1917.

No. 422. - 5. december 1917. .

Bekendmaking. betreffende de liquidatie van Franse ondernemingen. ! Met toestemming van den heer Generaal Gouverneur in België, heb ik, overeenkomstig de Verordeningen van 29 Augustus 1916 en van 15 April 1917, over de liquidaties van vijandelijke ondernemingen (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 253 van 13 september 1916 en Nr. 335 van 19 April 1917), de liquidatie bevolen van het in België voorhanden zijnde vermogen van de Franse deelhebbing aan de vennootschappen

1) S. A. des Charbonnages de Beringen, te Luik,

2). A. des Charbonnages de Winterslag, te Brussel,

3) S. A. des Charbonnages Limbourg-Meuse, te Brussel De heer Hauptmann Freund, Bergassessor, Krijgsschool te Brussel, is tot liquidator benoemd. De liquidator verstrekt nadere inlichtingen.

Brussel, den 29n november 1917.
No. 423. - 8. december 1917.

Verordening *** over de stapelaangifte en inbeslagneming van weefsels, gemaakte en gebreide goederen in lintwaren. Onder opheffing van de Verordening van 19 juli 1916 (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 239, bl. 2435), van 19 Juli 1916 (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 262, bl. 2595), va Augustus 1916 (Wet- en Verordeningsblad, . M6, bl. 2539), van 14 oktober 1916 (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 268, bl. 2867) betreffende de stapelopneming van en den handei in weefsels, gemaakte en gebreide goederen en lintwaren, en van artikel 1, cijfer 5, 6, 7, 10, 11, 12 en 13 der Verordening van 14 februari 1917 (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 315, bl. 3329), over de handel in stoffen van dierlijke en plantaardige vezels, zo mede onder opheffing van de Verordening van 31 Juli 1917 (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 383, bl. 4333) over de stapelopneming van en den handel in gemaakte klederen, verbandstoffen en andere weefsels, bepaal ik het navolgende :
Voorwerpen, waarop deze Verordening toepasselijk is.
Art. 1. Al de stapels waren van de hierna vermelde soort, die op den dag der uitvaardiging van deze Verordening (proefdag) in het gebied van het Generaal Gouvernement voorhanden zijn, moeten als volgt worden aangegeven :

1) weefsels, gemaakte en gebreide goederen en lintwaren van elke soort uit plantaardige en dierlijke stoffen, zonder onderscheid van kleur, tekening en afmetingen, doortrokken of niet doortrokken, naar maat geweven en gesneden, afgewerkt, gezoomd, enz. :

2) uit zulke stoffen vervaardigde, hetzij afgewerkte of halfafgewerkte, naar maat geweven en gesneden voorwerpen, zonder onderscheid van kleur, tekening, afmetingen en maaksel ;

3) linten, snoeren, gordellint, veters, liskoord, tressen, bretels, rijgveters, elastieken, gekaoetchoeteerde stoffen, wasdoek, linoleum, vilt, met een weefsel beplakt of toebereid papier, tapijten, van bepaalde afmetingen, vloerkleedjes, lopers, gordijnen, ook tulen gordijnen ;

4) nieuwe en gebruikte zeildoek en dekzeilen, wagenhuiven en wagenkleden. De betrokken voorwerpen die op grond van vroegere Verordeningen en beschikkingen reeds aangegeven werden, moeten niettemin nogmaals aangegeven worden. Moeten niet aangegeven worden:
Art. 2. a) al de voorwerpen en waren, die voor het grootste deel uit zijde, halfzijde en kunstzijde gemaakt zijn. Als halfzijde worden enkel beschouwd stoffen, waarvan ketting of inslag uitsluitend het zij natuur-, hetzij kunstzijde bevat en halfzijden fluweel.

b) echte en nagemaakte kant ;

c) kledingstukken, die voor het grootste deel uit pelswerk vervaardigd, of die met pels gevoederd of overtrokken zijn ;

d) borduurwerk met de hand of met de machine gemaakt, bijaldien de waarde van het geborduurd werk de waarde van de stof overtreft ;

e) ruches (plooikraagjes), jabots, dassen ;

f) afgemaakt passementwerk, zoals belegsels voor mantels en klederen ; handtasjes met of zonder beugel, lampekappen en lichtschermen ;

g) regen- en zonneschermen en de foedralen daarvan ;

h) keurslijven (korsetten), vrouwenhoeden ;

i) echte Oosterse tapijten en echte gobelins ;

j) papieren weefsels en daaruit vervaardigde voorwerpen;

k) al de voorwerpen, die in het bezit zijn van bijzondere en in den gebruikelijke omvang tot dezer persoonlijk gebruik dienen.
Personen waarop deze Verordening toepasselijk is.
Art. 3. alle natuurlijke personen en rechtspersonen, van privaatrechterlijke of openbaarrechtelijke nahandels- en nijverheidsbedrijven, alsook de bedrijven en inrichtingen van Staat, gemeenten en kerk. die aan te geven waren voortbrengen, verwerken of anderzins in bewaring hebben zijn verplicht deze aan te geven, om het even of al dan niet de eigenaars van zijn of hel recht hebben of beschikken. Voor de handelingen van privaatrechtelijke en openbaarrechtelijke personen zijn de wettelijke vertegenwoordigers verantwoordelijk. Aangifte van de voorhanden hoeveelheden.
Art 4. De aangifte moet op de daartoe bestemde kaart van aangifte ten laatste op 22 december 1917 gedaan zijn bij het „Militârisches Textil-Beschaffungsamt" , Quatre-Brasstraat 13, le Brussel ; als maatstaf voor de aangifte geldt de hoeveelheid die op den proefdag voorhanden is. De kaarten van aangifte zijn op gemeld kantoor of bij den bevoegden „Kreischef" of „Abschnittsk6mmandeur" te verkrijgen ; zij moeten op zulke wijze worden ingevuld, dot zij, overeenkomstig de aanduidingen van het formulier, een overzicht geven van de soort en de hoeveelheid van de voorhanden voorwerpen. Desverlangd moeten stalen vrachtvrij en kosteloos worden ingezonden. Al de aanvragen en verzoeken aangaande deze Verordening zijn eveneens bij het „Militarisches Textil-Beschaffungsamt" te Brussel in te dienen.
Bepalingen betreffende de inbeslagneming en het aankopen.
Art. 5. Van de aan te geven stapels zijn 90 % van elke soort en hoedanigheid in beslag genomen. De overige 10 % worden voor den handel beschikbaar gelaten. Het „Militârisches Textil-Beschaffungsamt" heeft het recht, de in beslag genomen waren op te kopen tegen den fabrieksprijs, die op 25 Juli 1914 in België gebruikelijk was, vermeerderd met een bijslag tot 200 % van dien prijs. Komt geen onderhandse aankoop tot stand, dan kunnen de betrokken waren onteigend worden. In dat geval bekomt de afleveraar een ontvangbewijs en wordt de schadeloosstelling vastgesteld door de Rijkskommissie tot regeling MM de. schadeloosstellingen (, Reichsentschadigungskomori\)
Bewaring en gebruikmaking van de voorwerpen.
Art. 6. Elke rechtszakelijke beschikking over de in beslag genomen voorwerpen, iedere aan- en verkoop, ieder verelke gebruikmaking van zulke voorwerpen, alsook elke wijziging derzelven, is zonder bijzondere toelating verboden. De bezitters en bewaarders zijn verplicht, die voorwerpen zorgvuldig te bewaren en behoorlijk te behandelen. Het „Militârisches Textil-Beschajfungsamt" te Brussel is gemachtigd, in bijzondere gevallen, uitzonderingen toe te staan op de. voorschriften van het le lid, wanneer daartoe een schriftelijke aanvraag is ingediend.
Boekhouding en afzonderlijke berging van de voorwerpen.
Art. 7. Ieder persoon, die verplicht is aangifte te doen, moet een zakenboek houden over al de in artikel 1 opgesomde waren, en wel zodanig, dot daarin de bij hem voorhanden zijnde aan te geven voorwerpen, gescheiden naar in beslag genomen en vrij gelaten hoeveelheden te erkennen Elke wijziging van de voorhanden hoeveelheden, alsook de wijze van verbruik, nu t zakenboek vermeld staan. De lasthebbers van de militaire en burgerlijke overheden hebben het recht, de zakenboeken, zakenpapieren en bewaarplaatsen te onderzoeken om zich te vergewissen dot deze voorschriften nagekomen worden.
Aangiften, die na den proefdag te doen zijn.
Art. 8. Wie na den proefdag waren van de in artikel / opgesomde soort in bewaring houdt, moet deze, om het even of hij er al dan niet eigenaar van is of anderszins gerechtigd is er over te beschikken, binnen 3 dagen na ze ontvangen te hebben, aangeven, ook dan, wanneer deze waren overeenkomstig de bepalingen een Verordening vrijverklaard zijn en reeds vroeger aangegeven werden. Deze bepaling is niet toepasselijk op waren die, in den gebruikelijke omvang, voor het persoonlijk gebruik aangeschaft worden. De voorwerpen waarvan naderhand aangifte is te doen en die eerst na den proefdag in het gebied van het Generaal Gouvernement hetzij ingevoerd, hetzij vervaardigd werden, zijn aan dezelfde voorwaarden onderworpen, als de voorwerpen die op den proefdag aldaar voorhanden waren. De voorwerpen, die binnen het gebied van het Generaal Gouvernement op den proefdag steeds voorhanden waren en aangegeven zijn geworden, blijven vrijgesteld van de inbeslagneming, ingeval zij voortkomen van de in artikel 5 bedoelde 10 %> a. i. van de hoeveelheden, die voor den handel beschikbaar gelaten zijn ; deze voorwerpen moeten echter nogmaals aangegeven worden.
Ongeldigheid van vroegere vrijverklaringen.
Art. 9. De verplichtingen. door deze Verordening opgelegd, blijven ook dan bestaan, wanneer de voorwerpen, waarop deze Verordening toepasselijk is, vervaardigd zijn uit grondstoffen, afval, afgewerkte of halfafgewerkte fabricaten, die op grond van vroegere Verordeningen of beschikkingen vrijverklaard werden. Voorwaardelijke straffeloosheid.
Art. 10. Personen, die aan te geven voorwerpen in bewaring hebben, waarvan op grond van vroegere Verordeningen of beschikkingen reeds aangifte had moeten gedaan zijn, zullen niet gestraft worden en hun voorraden, waarvan :y verzuimd hebben aangifte te doen, zullen overgenomen worden tegen de. voorwaarden voorzien onder artikel 5 van deze Verordening, indien bedoelde personen deze voorwerpen thans aangeven en indien daaromtrent nog geen rechtsvervolging aanhangig is gemaakt.
Strafbepalingen.
Art. 11. Wie de voorschriften van deze Verordening opzettelijk of uit nalatigheid overtreedt, wordt, zover een andere strafwet geen zwaarder straf voorziet, met ten hoogste 5 jaar gevangenisstraf en met ten hoogste 500.000 mark boete of met een van deze straffen gestraft. Bovendien kan in al de gevallen de verbeurdverklaring uitgesproken worden van de voorwerpen, waarop de strafbare handeling betrekking heeft ; in geval van opzettelijke overtreding, moet de verbeurdverklaring steeds worden uitgesproken. Overigens gelden de voorschriften van de Verordening van 17 juni 1917, houdende uitbreiding van de straf der in verband met de oorlogseconomie uitgevaardigde verordeningen. De Duitse krijgsrechtbanken en krijgsbevelhebbers tot oordeelvellen bevoegd.
Art. 12. De voorschriften van artikel 5, 6'. 7, lid 2 en 3, 11, lid 7, 2de zin van deze Verordening, zijn niet toepasbaar op de waren, waarvan bewezen kan worden dat zij, op proefdag, het eigendom uitmaakten van het Nederlands Spaans Hulpkomiteit of van het Nationaal Hulp en Voedingskomiteit.

Brussel, 19 november 1917.

No. 423. - 8. december 1917. Duitse tekst met vermelding gemeentesL niet nagekeken op foute omzetting) VERFUGUNG

der Post- und Télégraphenverwaltung, betreffend die Einteilung der belgischen Postbezirke naeh Provinzen.

 (Fiir Flandern und Wallonien). In Ausfûhrung des Art. 4 der Verordnung des Herrn Generalgouverneurs in Belgien vom 18. September 1917 P. T. V. VI 834. betreffend Abschaffung des 2. belgischen Postbezirks und Einteilung der belgischen Postbezirke im flâmischen Lande nach Provinzen (Gesetz- und Verordnungsblatt Nr. 395 und Amtsblattvf. Nr. 149) sowie der Verordnung des Herrn Generalgouverneurs vom 21. Oktober 1917, betreffend die Einteilung der belgischen Postbezirke in Wallonien nach Provinzen, die noch verôffentlicht werden wird, wird mit Wirkung vom. 1. Januar 1918 ab folgendes bestimmt:

 1) Die bisherige Bezeichnung der belgischen Postbezirke nach laufenden Nummern fàllt fort. Die kûnftigen belgischen Postbezirke werden nach dem Sitze der Bezirksdirektionen bezeichnet, in Flandern also mit Antwerpen, Brûgge, Brûssel, Gent und Hasselt, in Wallonien mit Charleroi, Lûttich, Mons, Namur und Neufchâteau.

 2) Der kùnftige Postbezirk Brûssel, bisher 1. und 2. Postbezirk, umfasst die Postorte dieser Bezirke mit Ausnahme von Lincent, Neerhespen und Grand-Leez sowie der im Kreise Nivelles gelegenen Postorte. Lincent und Neerhespen werden dem Postbezirk Lûttich, Grand- Leez wird dem Postbezirk Namur zugeteilt. Die Postorte des Kreises Nivelles, nâmlich : Autre-Eglise, Aywiers, Bevekom, Blanmont, Bousval, Chasire-Villeroux, Chaûmont-Gistoux, Corroy-le-Grand, Court-St.-Etienne, Eigen-Brakel, Genappe, Gentinnee, Genval, Grez-Doiceau, Hamme-Mille, Houtain-le-Val, Huppaye, Incourt, Ittre, Jauche, Jodoigne, Kasteel- Brakel, Klabeek, Larocbe-Tangissart, Lasne-Chapelle- St. Lambert, Lillois, Limai, Longueville, Marbais, Melin, Mont-St.-Guibert, Nethen, Nil-St.-Vincent-St.-Martin, Nivelles, Ohain, Oisquercq, Ophain-Bois-Seigneur-Isaac, Orp, Ottignies, Perwez, Petit-Rosiere, Pletrain, Pietrebais, Quenast, Rebecq, Rixensart, Sart-Dame-Avel Ter Hulpen, Tilly, Tourinnes-St.-Lambert, Tubize, Villers- la-Ville, Virginal, Walhain-St.-Paul Waterloo, Waver, Wouter-Brakel, werden dem Postbezirk Charleroi zngewiesen, nachdem der Kreis Nivelles durch die Verordnungen des Herrn Generalgouverneurs in Belgien vom 21. Mârz 1917 und vom 18. April 1917 (Gesetz- und Verordnungsblatt Nr. 324 und 385) von der Provinz Brabant abgetrennt und der Provinz Hennegau einverleibt worden ist. Die im Kreise Nivelles liegenden, jetzt zum Postbezirk Namur gehôrenden Postorte Noville-Taviers, Tourinnes- St.-Lambert und Walhain-St.-Paul werden falls dem Postbezirk Charleroi zugeteilt. Den kûnftigen Postbezirk Briissel werden ferner zugewiesen :
a) vom Postbezirk Hasselt die Postorte: Aarschot, Averbode, Begijnendijk, Bekevoord, Budingen, Diest, Drieslinter, Geet-Bets, O.-L.-V.-Tielt, Rillaar, Scherpenheuvel, Sichem, Testelt, Tremeloo und Zout-Leeuw ;

b) vom Postbezirk Antwerpen: Keerbergen;

c) vom Postbezirk Gent: Galmaarden und Pamel;

d) vom Postbezirk Mons: Herne (bij Edingen, H lingen und Tollenbeek.

 3) Vom Postbezirk Brugge werden die Post Knesselare nach dem Postbezirk Gent, Saint-Leger und Leers-Nord nach dem Postbezirk Mons abgezweigt.

 4) Vom Postbezirk Gent werden die Postorte Beernem und Sint-Joris-ten-Distel nacb dem Postqezirk Brùgge, die Postorte Everbeek und Anseroeul nach dem Postbezirk Mons abgezweigt; zugeteilt wird nach Gent der Postort 't Vlaams Hoofd vom Postbezirk Antwerpen.

 5) Vom Postbezirk Hasselt wird der Postort Houtain- St.-Simeon nach dem Postbezirk Lûttich abgezweigt ; zugeteilt werden nach Hasselt die jetzt zum Postbezirk Lûttich gehôrenden Postorte Gingelom, Montenaken und Jeuk.

 6) Vom Postbezirk Namur werden abgezweigt:

a) nach dem Postbezirk Lûttich die nachstehenden, im Kreise Huy belegenen Postorte: Amay, Ampsin, Antheit, Avins-en-Condroz, Bas-Oha, Burdinne, Clavier, Comblain-la-Tour, Couthuin, Ferrieres, Gives, Hamoir, Heron, Huccorgne, Huy, Jehay- Bodegnee, Landenne (Maas), Marchin, Modave, Moha, Nandrin, Ocquier,-Oteppe, Seilles, Seny, Soheit-Tinlot, Statte. Tavier, Vierset-Barse, Villers-le-Bouillet, Villersle- Temple, Werbomont sowie die Postorte Rotheux-Rimiere und Wasseiges;

b) nach dem Postbezirk Neufchâteau die Postorte Nassogne und Sugny. Zugeteitl werden nach Namur:

c) vom Postberirk Charleroi die nachstehenden im Kreise Philippeville belegenen Postorte: Anthee, Aublain, Berzee, Boussu-en-Fagne, Brûly (Le), Cerfontaine, Couvin, Cul-des-Sarts, Doische, Flavion, Florennes, Fraire, Frasnes-lez-Couvin, Gimnee, Hanzinne, Laneffe, Mariembourg, Matagne-la-Grande, Merlemont, Morialme, Morville, Nismes, Oignies, Olloy, Philippeville, Rosee, Senzeilles, Silenrieux, Stave, Surice, Thy-le Château, Treignes, Vierves, Villers-le-Gambon, Walcourt, Yves-Gomezee, I

 sowie die Postorte Onhaye und Velaine (Sambre).

d) vom Postbezirk Neufchâteau die Postorte Gra Heure (Famenne) und Resteigne.

 7) Vom Postbezirk Neufchâteau werden die Postorte Bra und Lierneux nach dem Postbezirk Lûttich abgezweigt. Hiernach haben die belgischen Postbezirke vom 1. Januar 1918 ab folgende Postotte zu umfassen : Flandern.
a) Postbezirk Antwerpen fur die Provinz Antwerj Aartselaar, Antwerpen, Arendonk, Balen (bij Geel), Beerlaar (bij Lier), Beerse, Beersel (Ant.), Bercbem (Ai Berendrecht, Boekhout (bij Lier), Boischot, Bonheiden, Boom, Borgerhout, Bornhem, Borsbeek (Antw.), Bouwel, Brasschaat, Brecht, Broekhem, Desschel, DouittO, Duffel, Edegem, Eekeren, Eindhout, Esschen, I Gierle, Grobbendonk, Heist-op-den-Berg, Hemiksesn, Herenthaks, Herenthout, Herselt, Hingene, Hob< Hoevenen, Hombeek, Hoogstraten, Hove, Itegem, Kalmthout, Kapellen, Kastt rh . . Kessel, Kob hoikt, Kontich, Lier, Lillo, Linth, Locnhout, Mechrlu, Meerhout, Merksem, Merksplas, Mol, Niel, Nijln, Noorderwijk, Olen, O.-L.-V.-Waver, Oordm-n, Oosterloo, Oostmalle, Oppuurs, Oude-God, Oud-T hout Pulle, Putte, Puurs, Ramsel, Ranst, Reet, Reti, Rijkevorsel, Rijnuimin, Rumst, Sauvegarde-1 broek, Schilde, Schoten, Schriek, 's Gravenwt : Amands (Antw.), Sint-Bernard, Sint-Job-in-Goor, E Lenaarts, Sint-Pi» rfc us-Lille, Sinte-Katehjne Wt Sinte-Mariaburg, Btafooek, ÏVrhagen, Tielen, Tissait, Tongerloo (Antw.), Turnhout, Veerle, Vorselaar, Voret (Kempen), Vremde, Waarloos, Weelde. Westmalle, Westmeerbeek, Westwezel, Wijnegem, WilNo. 423. - 8. december 1917. 429 iebroek, Wilmarsdonk, Wilrijk, Wommelgem, Zandhoven, Zandvliet, Zoerle-Parwijs, Zoersel. Ausserdem fur die Dauer des Krieges die zur Provinz Ostflandern, Bezirksdirektion Gent, gehôrenden Postorte: Bazel, Beveren (Waas), Burcht, Haasdonk, Kailoo, Kruibeke, Melsele, Nieuwkerken-Waas, Rupelmonde, Sint-Niklaas (Waas), Steendorp, Temsche, Tielrode, 't Vlaams Hoofd, Zwijndrecht.

 b) Postbezirk Brugge fur die Provinz Westflandero : Aalbeke, Aarsele, Aartrijke, Abeele, Adinkerke, Alveringem, Anzegem, Ardooie, Assebroek, Avelgem, Beernem, Bellegem, Beselare, Beveren (aan den Yser), Beveren (bij Kortrijk), Bissegem, Bizet, Blankenberge, Boezingen, Bredene, Brugge, Dadizele, Damme Deerlijk, Den Haan, Dentergem, De Panne, Desselgem, Diksmnide, Dottenijs, Dudzele, Eernegem, Eesen, Elverdingen, Geluwe, Gistel, Gits, Gullegem, Handzame, Harelbeke, Heist (aan Zee), Helkijn, Herseeuw, Heule, Hoodede, Houthem (bij Veurne), Houthem (bij Yperen), Hulste, Ichtegem, Ingelmunster, Izegem, Jabbeke, Kenmel, Klemskerke, Klerken, Knokke, Koekelare, Koksijde, Komen, Kooigem, Koolskamp, Kortemark, Kortrijk, Kuurae, Langemark, Lauwe, Ledegem, Leffingen, Leizele, Leke, Lendelede, Lichtervelde, Lombardsijde, Loo, Lophem, Marke, Menen, Merkem, Mesen, Meulebeke, Middelkerke, Moen-Heestert, Moerkerke, Moeskroen, Montaleux, Moorsele, Moorslede, Nieuw- Kerke, Nieuwpoort, Oedelem, Ooigem, Oostduinkerke, Oostkamp, Oostnieuwkerke, Oostrozebeke, Oostvleteren, Ostende, Oudenburg, Passchendale, Pervijze, Pithem, Ploegsteert, Pollinkbove, Poperingen, Proven, Rekkem, Reninghelst, Roesbrugge-Haringen, Roeselare, Rollegem, Ruddervoorde, Ruiselede, Rumbeke, Sijsele, Sint-Andries, Sint-Denijs, Sint Eloois-Vijve, Sint-Joris430 ten-Distel, Sint-Kruis, Sint-Louis (Deerlijk), Sint-Micbiels, Sinte-Katberina, Staden, Stalhille, Tiegem, TVlt. Torhout, Veurve, Vichte, Vlamertingen, Waasten, Waregem, Wakken, Waten, Wenduine, Wervik, Westende, Westkapelle, Westrozebeke, Wevelgem, Wielsbeke, Wingene, Woumen, Wulveringem, Wijtschate, Ypern, Zarren, Zedelgem, Zeebrugge, Zonnebeke, Zwevezele, Zwevegem. Alle Orte zur Zeit Kampfgebiet oder Etappe.

 c) Postbezirk Briissel fur die Provinz Brabant (Kreise Brùssel und Lôwen) : Aarschot, Anderlecht, Assche (Brabant), Averbode, Beersel (Brabant), Begijnendijk Bekevoord, Bertbem, Betekom, Bierk, Boortmeerbeek, Borcht-Lombeek, Boscbvoorde, Briissel, Budingen, Buisingen, Curegem, Diegem, Diest, Dilbeek, Drieslinter, Dworp, Elewijt, Elsene, Eppegem, Erps-Kwerps, Esschene, Etterbeek, Everberg, Evere, Ezemaal, Galmaarden, Ganshoreu, Geet-Bets, Glabbeek-Zuurbeemd, Gooik, Grimbt-r Grooten-Bijgaard, Haacht, Halle (Belgien), Halle- Booienhoven, Haren, Heikruis, Hekelgem, Herent, Herfelingen, Herne (bij Edingen), Heverlee, Hoegaarden, Hoeilaart-, Humbeek, Kampenhout, Kapellen-op-den- Boscb, Keerbergen, Kessel-Loo, Rester, Korbeek-Loo, Kortenberg, Kumtich, Laken, Leefdaal, Lembeek, Liedekerke, Lindebeek, Lôwen, Londerzeel, Loth, Lubbeek, Malderen, Meensel-Kiezepnn, Mtise, Meldert (Brabant), Melsbroek, Mercbtem, Muizen, Neder-over-Heeml Neerheilisem, Nossegem, Oetingen, O.-L.-V.-Tielt, Opwijk, Orsmaal-Gussenhoven, Oudergem, Oud-Heverlee, Overijsche, Pamel, Pepingen, Perk, Rillaar, Roosbeek, Rotselaar, Ruisbroek, Saventbem, Scbaarbp<k daai, Scherpenh» -uv. il, Sicbem, Sint-Genesius-R< Gillis (bij Briissel), Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joostten- Noodc, Sint-Joris-Weerd, Sint-Joris-Winge, SintNo. 423. - 8. december 1917. 431 Jozef-Londerzeel, Sint-Kwinstens-Lennik, Sint-Lambrechts- Woluwe, Sint-Maartens-Bodegem, Sint-Pieters- Jette, Sint-Pieters-Leeuw, Sint-Stevens-Woluwe, Sinte- Agatba-Berchem, Sinte-Renelde, Steenhuffel, Steenokkerzeel, Strombeek-Bever, Teralfene, Ternat, Tervuren, Testelt, Tienen, Tollenbeek, Tremeloo, Ukkel, Velthem, Vertrijk, Vilvoorde, VJezenbeek, Vollezele, Vorst (bij Briissel), Watermaal, Weerde, Wemmel, Werchter, Wespelaar, Wezemaal, Wezetibeek-Ohem, Wijgmaal (Brabant), Wolverthem, Zemst, Zout-Leeuw.

 d) Postbezirk Gent fur die Provinz Ostflandern: Aaigem, Aalst, Aalter, Adegem, Amougies, Appels, Aspelare, Assenede, Baardegem, Baasrode, Bachte- Maria-Leerne, Balegem, Bassevelde , *Bazel, Beerlare (bij Dendermonde), Beervelde, Bellem, Belsele, Berchem (bij Oudenaarde), Bevere (bij Oudenaarde), Beveren (Waas), *Boekhoute, Borsbeke (bij Aalst), Bottelare, Buggenhout, Burcht, *Burst, Cherskamp, Deftingen, Deinze, De Klinge, Denderbelle, Denderhoutem, Denderleeuw, Dendermonde, Denderwindeke, De Pinte, Destelbergea, Deurle, Doel, Drongen, Eeke, Eekloo, Eename Eine, Erenbodegem, Erondegem, Erpe, Ertvelde, Etikhove, Evergem, Eksaarde, Gaver, Geeraardsbergen, Gent, Gentbrugge, Gijzegem, Grembergen, Haaltert, Haasdonk, Hamme (bij Dendermonde), Hansbeke, Herzele, Heusden, (bij Gent), Hillegem Hofstade (bij Aalst), Huise, Iddergem, Iddegem, Kalken,*Kalloo,Kap> rijke, Kemseke, Kerksken, Kieldrecht, Kluizen, Knesselare, *Kruibeke, Kruishoutem, Kwatoecht, Laarne, Landegem, Leddeke, Lede, Ledeberg, Lembeke (bij Eekloo), Lokeren, Loochristi, Lootenhulle, Lovendegem, Machelen (bij Deinze), Maldegem, Maria-Horebeke, Mariakerke (bij Gent), Maria-Lierde, Maria-Oudenhove, Massemen, Mater, Meerbeke, Meerdonk, Melden, Meldert (bij Aalst), Melle, *Melsele, Mere, Merelbeke, Moerbeke  (bij Lokeren), Moerzeke, Moorsel, Moortsele, Muukzwalm, Nazareth, Nederbrakel, Nevele, Nieuwerkerken (bij Aalst), *Nieuwkerken-Waas, Ninove, Oelter, Okegem, Olsene, Oordegem, Oostakker, Oost-Eekloo, Ooster zele, Oudegem, Oudenaarde, Overmere, Petegem (bij Oudenaarde), Ronse, Rooborst, Ruien, *Rupelmonde, Scheldewindeke, Sohellebelle, Schoonaarde, Schorisse, Sinaai, Sint-Amandsberg, Sint-Denijs-Boekel, Sint-Denijs- Westrem, Sint-Gillis (bij Dendermonde), Sint-Gillis- Waas, Sint-Kruis-Winkel, Sint-Laurens, Sint-Lieveng- Essche, Sint-Lievens Houthem, *Sint-Niklaas (Waas), Sint-Pauwels, Sleidingen, *Steendorp, Steenhuize-Wijnhuize, Stekene, *Temsche, *Tielrode, **t Vlaams Hoofd, Uitbergen, Ursel, Velzike-Ruddershove, V broek, Viane-Moerbeke, Vracene, Waarschoot, Waasmunster, Wachtebeke, Wannegem-Lede, Watervliet, Welle, Wetteren, Wichelen, Wieze, Wondelgem, Wortegem, Zaffelare, Zandbergen, Zele, Zelzate, Zeveneken, Zingem, Zomergem, Zottegem, Zulte, Zwijnaarde, *Zwijndr Anmerkung: Die mit * bezeichneten Postorte bleiben fur die Dauer des Krieges der Bezirksdin-ktion in Antwerpen zugewiesen; alle ûbrigen Orte z. Z. Kampfgebiet oder Etapp» -.

e) Postbezirk Hasselt fur die Provinz Limburg: Achel, Alken, Asch (Limburg), Berûigen, Beverloo (Tr. Ueb. PL), Beverst , Bilsen, Bocholt, Borgloon, Bree, nb» < k. Eben-Emaal, Eelen, Eigen-Bilsen. Eisden, 1, Fal-»]i-Mter, Gelinden, Genk, Giugelom, H Hamont, Hasselt, Hechtel, Heers, Heks, Helohteren, Beppeo, Barderai, Herk-de-Stad, Heusden (Limburg) Hoepertingen, Hoeselt, Houthalen, Jesseren, Jeuk, Kanne, Kermt, Kessenich, Kmrooi, Koersel, Kortessem, Lanaken, Lanklaar, Leopoldsburg (Belgien), Leut, Lomnitl, Lummen, Maaseik, Mechelen (Limburg), Meeuv Mrldert (Limburg), Mielen (Aalst), Milieu. iïeerNo. sel, Montenaken, Munsterbilsen, Nederheim, Neeroeteren, Neerpelt, Nieuwerkerken (Limburg), Oostham, Opglabeek, Ophoven, Opitter, Ordingen, Overpelt, Paal, Peer, Rekheim, Rothem, Rukkelingen-aan-den-Jeker, Rutten, Sichen-Sussen-en-Bolree, Sint-Huibrechts-Lille, Sint-Truiden, Stevoord, Tessenderloo, Tongern, Veldwezelt, Velm, Vliermaal, Vlijtingen, Vroenhoven, Wellen, Wijchmaal (Limburg), Wonk, Zeelhem, Zolder, Zonhoven, Zutendaal.

 II. Walbnien.

 a) Postbezirk Charleroi fur den ôstlichen Teil der Provinz Hennegau (Kreise Charleroi, Nivelles und Thuin) : Acoz, Aiseau, Anderlues, Autre-Eglise, Aywiers, Bascoup, Beaumont, Bellecourt, Bevekom, Binche, Blanmont, Bonne-Esperance, Bouffioulx, Bourlers, Bousval, Buvrinnes, Carnieres, Chapelle-lez-Herlaimont, Charleroi, Cbassart, Chastre-Villeroux, Châtelet, Chatelineau Chaumont-Gistoux, Chimay, Corroy-le- Grand, Couillet, Courcelles, Court-St.-Etienne, Cronfestu, Dampremy, Eigen-Brakel, Erquelinnes, Estinnes, Familleureux, Farciennes, Fayt-lez-Seneffe, Feluy, Feluy-Arquenues, Fleurus, Fontaine-l'Evêque, Fontaine-Valmont, Forchies, Farsnes-lez-GosseHes, Froid- Chapelle, Genappe, Gentinnes, Genval, Gerpinnes, Gilly, Godarville, Gosselies Gougnies, Goutroux, Gouy-lez-Pieton, Gozee, Grand- Reng, Grez-Doiceau, Haine-St.-Pierre, Ham (Heure), Hamme-Mille. Houtain-le-Val, Huppaye, Incourt, Ittre, Jamioulx Jauche, Jodoigne, Jolimont, Jumet, Kasteel- Brakel, Klabeek, La Buissiere, La Hestre, Lambusart, Landehes, Laroche- Tangissart, Lasne-Chapelle-St.-Lambert, Leernes, Levai- Trahegnies, Lillois, Limai, Lobbes, Lodelinsart, Longueville, Luttre, Maçon, Manage, Marbais, Marchienne au Pont, Marcinelle, Mariemont, Melin, Mellet, Merbes-le-Château, Momignies, Monceau (Sambre), Mont-St.-Guibert, Mont-sur-Marchienne, Montignies- le- Tilleul, Montiguies (Sambre), Morlanwelz, Nalinnes, Netben, Nil-St.-Vincent-St.-Martin, Nivelles, Noville-Taviere, Obaix-Buzet, Ohain, Oisquercq, Ophain- Bois-Seigneur-Isaac, Orp, Ottignies, Peissant, Perwez, Petit-Rosiere, Pieton, Pietrain, Pietrebais, Pironchamps, Pont-a-Celles, Pont-de-Loup, Quenast, Rance, Raisart, Rebecq, Ressaix, Rêves Riezes Rixensart, Roux, St.-Amand (Hennegau), Sart-Dame-Aveli Seloignes, Seneffe, Sivry, Solre-St.-Gery, Solre (Sambre), Souvret, Stree, Taillis-Pre, Ter Hulpen, Thimeon, Thuillies, Thuin, Tilly, Tourinnes-St.-Lambert, Trazegnies, Tubize, Viesviiie, Villers-la-Tour, ViUeis-la-Ville, Villers- Perwin, Virginal, Walhain-St.-Paul, Wanfercee- Baulet, Waterloo, Waver, Wouter Brakel.

 b) Postbezirk Lûttich fur die Provinz Lùtticb : Amay, Ampsin, Angleur, Ans, Antheit, Anthis Argenteau, Attenhoven, Aubel, Avennes, Avernas, Avinsen- Condroz, Aywaille,Balen (bij!jimburg),Bas-Oha, Basse- Bodeux, Battice, Beaufays, Bergilers, Beyoe-Heusay, Bierset-Awans, Bleyberg, Bois-de-Breux, Borgworm, Bra, Braives Buraiune, Chaineux Chapong-Seraing, Chaudfontaine, Chênee, Cheratte, Clavier, Cointe, Comblain-au- Pont, Comblain-la-Tour, Couthuiu Dalhem, Dison, Engis, Ensival, Esneux, Fallais, Ferrieres, Fexhe-1» -Hau - Clocher, Fexhe-Slins, Flemalle, Flemalle-Grande, Fleron, Francorchamps, Froidthier, Fumai, Gemmenich, G Glons, Grâce-Berleur, Grivegnee, Haccourt Hamoir, Hannut, Henri-Chapelle, Hermalle-sous-Huy, Heron, Herstal, Herve, Heusy, Hollogne-aux-Pierres, Hollogne (Geer), Homburg, Horion-Hozemont, Houtain-St.- Simeon, Huccorgne, Huy, Jalhay, Jehay-Bodegnee, Jemeppe (Maas), Jupille, La Gleize, Landen, Landenne (Maas), Lens-St.-Remy, Les Waleffes, Liemeux, Liera, Limburg-Dolhain, Lincent, Luttich, Marchin, Membach, Mery, Micheroux, Milmort, Modave, Moha, Momalle, Mons-lez-Liege, Montegnee, Montzen, Moresnet, Nandrin, Neerhespen, Neerwinden, Nessoovaux, Neuvilleen- Condroz, Ocquier, Olne, Oreye, Oteppe, Othee, Ouffet, Ougree, Pepinster, Petit-Eechain, Polleur, Poulseur, Queue-du-Bois, Baatsboveu, Eemicoart, Eemouchamps, Koanne-Coo, Eocourt, Eoost-Krenwik, Eotheux-Eimiere, St.-Georges (Maas), St.-Nocalas, St.-Severin, Sartlez- Spa, Sclessin, Seilles, Seny, Seraing, 's Graven- Voeren, Soheit-Tinlot, Soumagne, Spa, Sprimont Statte, Stavelot, Stembert, Tavier, Theux, Thimister-Clermont, Tilff, Tilleur, Trembleur, Trois-Ponts, Trooz, Val-St.- Lambert, Vaux-sous,Cbevremont, Verlaine, Verviers, Viemme Vierset-Barse, Villers-le-Bouillet, Villers-le- Temple, Villers-l'Evêque, Vise, Vivegnis, Vottem, Wals- Houthem, Wandre, Wasseiges, Welkenraad, Werbomont.

 c) Postbezirk Mons fur den westlichen Teil der Provinz Hennegau (Kreise Ath, Mons, Soignies und Tournai): *Angre, *Anseroeui, *Antoing, *Anvaing, Ath, *Audregnies, *Aulnois, *Barry-Maulde, Basecles, Bassilly, *Baudour, *Bauffe, Beloeil, Bernissart, Bever, *Blandin, Blaton, *Blaugies, *Bleharies, Bois-de-Lessines, *Bonsecours, *Boussu, Bouvignies, Bracquegnie, Bru gelette, *Callenelle, *Cambron-Casteau, *Cambron-St.- Vincent, Casteau, Celles (Hennegau), *Chapelle-a Wattines, *Chaussee-N.-D.-Louvignies, Chievres, *Cuesmes, *Dour, Ecaussines, Ecaussines-d'Enghien, Edingen (Belgien), Ellezele, *Elouges, Erbisoeul, *Ere, *Escanaffles, Esplechin, *Eugies, Everbeek, *Fayt-le-Franc, *Flenu, Frameries, Frasnes-lez-Buissenal, *Froidmont, *Froyennes, *Gaurain-Eamecroix, *Genly, Ghislengbien, Ghlin, Ghoy, *Givry, Gottignies, Grandglise, Grand436 metz, Graty, Harchies, *Harmignies, *Harveng, *Hautrage, *Havay, *Havinnes, *Havre-Ville, Hellebecq, *Hennuyeres, Herchies, *Herinnes-lez-Pecq, *Hollum, Hornu, Horrues, Houdeng, *Hyon-Ciply, Isieres, *Jemappea, *Jurbisse, *Kain, *La Bouverie, La Croyere, Ladeuze, *La Glanerie, Labamaide, La Louviere, *Leers- Nord ,*Lens (Hennegau), Lessines, Leuze, Ligne, *Lombise, Maffle, Mainvault, *Maisieres, Marchc-lez-Ecaussines, *Marquain, *Masnuy-St.-Pierre, *Maubray, Maurage, Meslin-l'Evêque, Mevergnies-Attre, Mignault, *Mons, *Montignies-lez-Lens, *Montroeul-au-Bois,Moustier (Hennegau), Naast, *Nechain, *Neufvilles, *Nimy, Obourg, G^udegien, Ogy, Oilignies. Ormeignies, •Pâturages, *Pecq, Peronnes (Binche), *Peronnes-lez-Antoing, Peruwlz, *Pipaix, *Pottes, Quaregnon, Quevaucamps, *Quevy-le-Petit, *Quievrain, *Ramegnies-Chin, Rebaix, Roeulx (Le), *Roisin, Ronquieres, *Roucourt, *Rumes *Rumillies, *St.-Ghislain, *St.-Leger (Hennegau), St.-Sauveur, *St.-Symphorien, *Sars-la-Bruyere, 's Graven-Brakel, ttilly, Sint-Pieters-KapelL-, *Sirault, Soignies, Stambruges, *Taintignies, *Templ» -uv. -, Tertre, Thieu, Thieusies, Thoricourt, *Thulin, *Thumaide, Tongree-Notre-Dame, *Tournai, Tourp* Twee Akkert, Yamlignies, *Vaulx-lez-Tournai, *Velaines, *Vezon, Ville-Pommerocul, Vloesberg, *Warcoing, Warquignies, *\\ *Wasmuel, *Wiers, *Wih» Wod( <•(]. * = zur Zeit Etappe oder Kampfgebiet.

 d) Pontl>» v.irk Namur fiir die Provinz Namur: Agimont, AUc And»'iiiu\ Anhee, Ann» 'nninit\ Anthee, Ardennenschloss bei Dinant, Arsn Aublain, Auvelais, Beauraing, Beez, Belgrade, Berzee, Beuzrt. Bierwart, Biesme (Namur), Bievr* , Biool, Bohan, Bois-d< -Villers, Bonoffe, Boussu-en-Fag] (Le), Orfontaine, Champion Chevetogne, Ciney, CogNo. 423. - 8. december 1917. 437 nelee, Corroy-le-Château, Courriere, Couvin, Cul-des- Sarts, Dave, Denee, Dinant, Doische, Eghezee, Eprave, Ermeton-sur-Biert, Ernage, Falaën, Falisolle Falmignoul, Faulx, Felenne Flavion, Flawinne, Floreffe, Florennes, Forville, Fosse, Fraire, Franiere, Frasnes-lez- Couvin, Gediiine, Gembloux, Gesves, Gimnee, Graide, Grand-Leez, Haillot, Ham (Sambre), Hamois, Han (Lesse), Hanzinne, Hastiere-Lavaux, Havelange, Haversin, Heer, Heure (Famerme), Houyet, Jambes, Jemelle, Jemeppe (Sambre), Laneffe, Leignon, Lesve, Leuze-Longchamps, Liernu, Ligny, Lonzee, Lustin, Malorme, Marche- les-Dames, Maredret, Mariembourg, Matagne-la- Grande, Mazy, Merlemont, Mesnil-St.-Blaise, Mettet, Meux, Moignelee, Mont-Gauthier, Morialme, Morville, Moustier (Sambre), Nameche, Namur, Nariirrne, Natoye, Nismes, Noville-les-Bois, Obey, Oignies, Oizy, Olloy, Onhaye, Orchimoat Petit-Fays, Philippeville, Pondrôme, Profondeville, Eesteigne, Khisnes, Riviere, Rochefort, Romeree, Rosee, St.-Denis-Bovesse, St.-Gerard, St.- Servais, Sauveniere, Sclayn, Senzeilles, Silenrieux, Sombreffe, Spontin, Spy, Stave, Strud, Surice, Tamines, Temploux, Thy-le-Château, Treignes, Vedrin, Velaine (Sambre), Vezin, Vierves, Villers-le-Gambon, Viller (Lesse)- Jamblinne Vonêche, Vresse, Walcourt, Waahn, Waulsort, Wepion, Winenne, Yves-Gomezee, Yvoir.

 e) Postbezirk Neufchâteau fur die Provinz Luxemburg: *Alt-Habich, Altsalm, Amberloup, Ansler, *Arel, *Athem, *Attert, Aye, Baconfoy-Termeville, Baride, Barvaux, Bastnach, *Bellefontaine (Luxemburg), Benonchamps, Bertogne, Bertrix, Bihain, Bornai, Bouillon, Bourcy, Bovigny, Carlsbourg, Champion, Cherain, Corbion, Cugnon, Daverdisse, Dochamps, Durbuy, Erezee, Etalle, *Ethe, Feiteler, *Florenville, Forrieres, Freux, *Gerouville, Givroulle, Gouvy Gaod-Halleux, Grupont, Haufflescht, Haut-Fays, *Heinstert, Herbeumont, *Herzig, Heyd, *Holdingen, Hondelingen, *Houdemont, *Ibingen, *Izel, *Jamoigne, Lamerscher, *Lamorteau Laroche (Luxemburg), Lavacherie, Leglise, Libin, Libramont, Longlier, Mabompre, Maissin, Manhay, *Marbohan, Marche, Marcourt, Marenne, *Marloie, Martelingen, Meix-devant-Virton, MelUer, *Melreux-Hotton, Metzig, Morhet, Mormont, *Muno, *Musson, Nassogne, Neufchâteau (Luxemburg), *Neu-Habich, Noirefontaine Ochamps, Offagne, Orgeo, Ortho, Paliseul, Poix, Porcheresse (Luxemburg), Redu, Rendeux, Rochehaut, St.-Hubert, *St.-Leger (Luxemburg), *St.-Mard, St.- Medard, *Ste. Cecile, *Ste.-Marie (Semois), Seviscourt, Sibret, *Signeulx, Soy, *Stockem, Strainchamps, Sugny, Tavigny, Tellin, Tillet, *Tintigny, *Villers-devant-Orval, *Virton, Wellin, Wibrin, Wideumont. * = zur Zeit Etappe. . Die Kreis-Postâmter haben die belgischen Bezirksdirektoren, die Vorsteher der belgischen Postâmter sowie die sonst beteiligten belgischen Beamten von vorstehendem in Kenntnis zu setzen. Weitere Verfùgung bleibt vorbehalten. Briissel, den 20, november 1917.

No. 423. - 8. december 1917. Beschikking aan het Beheer van Posterijen en Telegrafen (Post- und Telegraphenverwaltung), betreffende de indeling naar provincies van de Belgische postomschrijvingen. (Voor Vlaanderen en voor Wallonië). Ter uitvoering van Art. 4 der Verordening van 13 september 1917 P. T. V. VI 334 van den heer Generaal Gouverneur in België, betreffende de afschaffing van de 2e Belgische postomschrijving en de indeling naar provincies van de Belgische postomschrijvingen in het Vlaams land (Wet- en Verordeningsblad, Nr. 395 en Dienstbevel 149) , alsook ter uitvoering der Verordening van 21 oktober 1917 van den heer Generaal Gouverneur, betreffende de indeling naar provincies van de Belgische postomschrijvingen in Wallonië (welke Verordening nog moet verschijnen), wordt te rekenen van 1 januari 1918 bepaald :
1) De Belgisehe Postomschrijvingen zullen voortaan niet meer naar volgnummers, maar wel naar den zetel der omschrijvingsbesturen worden aangeduid, zodat men in Vlaanderen zal hebben de postomschrijvingen Antwerpen, Brugge, Brussel, Gent en Hasselt, in Wallonië de postomschrijvingen Charleroi, Luik, Bergen, Namen en Neufchâteau.

2) De nieuwe postomschrijving Brussel, tot dusver le en 2e postomschrijving genaamd, omvat de postkantoren van genoemde omschrijvingen, met uitzondering van Lincent, Neerhespen en Grand-Leez, alsmede van de postkantoren uit het arrondissement Nijvel, Lincent en Neerhespen worden ingedeeld bij de postomschrijving Luik, Grand-Leez bij de postomschrijving Namen.
Volgende postkantoren van het arrondissement Nijvel . (voor de namen zie hiervoor).

worden toegevoegd aan de postomschrijving Charleroi, het arrondissement Nijvel, krachtens de Verordeningen van 21 maart en 13 April 1917 van den Heer Generaal Gouverneur in België (Wet- en Verordeningsblad, Nrs. 324 en 335), opgehouden heeft deel uit te maken van de provincie Brabant en ingedeeld is bij de provincie Henegouwen. De postkantoren Noville-Taviers, Tourinnes-St.-Lambert en Walhain-St-Paul, die in het arrondissement Nijvel liggen en thans deel uitmaken van de postomschrijving Namen, worden eveneens ingedeeld bij de omschrijving Charleroi.
Aan de nieuwe postomschrijving Brussel worden verder de hiernavermelde postkantoren toegevoegd :

a) van de omschrijving Hasselt : (voor de namen zie hiervoor). \

b) van de omschrijving Antwerpen : Keerbergen.

c) van de omschrijving Gent : Galmaarden en Pamel

d) van de omschrijving Bergen : Herne (bij Edingen), Herfelingen en Tollenbeek.
3) Van de postomschrijving Brugge gaan het postkantoor Knesselare over naar de omschrijving Gent, de kantoren Saint-Leger en Leers-Nord naar de omschrijving Bergen.

4) Van de postomschrijving Gent gaan de postkantoren Beernem en Sint-Joris-ten-Distel over naar de omschrijving Brugge, de kantoren Everbeek en Anseroeul naar de omschrijving Bergen : het postkantoor 't Vlaams Hoofd gaat van de postomschrijving Antwerpen over naar de omschrijving Gent.

5) Van de postomschrijving Hasselt gaat liet postkantoor Hautain-St.-Simeon over naar de omschrijving Luik ; de thans tot de omschrijving Luik behorende kantoren G-ingelom, Montenaken en Jeuk worden bij de omschrijving Hasselt ingedeeld.
6) Van de postomschrijving Namen gaan over

a) naar de omschrijving Luik, de hierna vermelde kantoren , die in het arrondissement Hoei liggen : (voor de namen zie hiervoor). alsmede de postkantoren Rottieux-Rimiere en Wasseiges ;

b) naar de omschrijving Neufchâteau, de posikantoren Nassogne en Sugny. Ingedeeld bij de postomschrijving Namen worden :

a) van de omschrijving Charleroi, de hierna vermelde postkantoren, die in het arrondissement Philippeville liggen : (voor de namen zie hiervoor) . alsmede de postkantoren Onhaye en Velaine (Samber) :

c) van de omschrijving Neufchâteau, de postkantoren Graide, Heure (Famenne) en Resteigne.
7) Van de postomschrijving Neufchâteau gaan de postkantoren Bra en Lierneux over naar de omschrijving Luik. De Belgische postomschrijvingen zullen derhalve te rekenen van 1 januari 1918 de hiernavolgende postkantoren omvatten.
I. Vlaanderen.

a) Postomschrijving Antwerpen voor de provincie Antwerpen : (voor de namen zie hiervoor). Bovendien voor den duur van den oorlog de hierna vermelde postkantoren van de provincie Oost Vlaanderen, bestuur der postomschrijving Gent : (voor de namen zie hiervoor).

b) Postomschrijving Brugge voor de provincie West Vlaanderen : (voor de namen zie hiervoor). Al deze plaatsen liggen thans in het Operatiegebied of in de Etappen.

c) Postomschrijving Brussel voor de provincie Brabant (arrondissementen Brussel en Leuven) : (voor de namen zie hiervoor).

d) Postomschrijving Gent voor de provincie Oost Vlaanderen : (voor de namen zie hiervoor). Aanmerking: De met * aangeduide postkantoren blijven voor den duur van den oorlog toegevoegd aan het bestuur der postomschrijving Antwerpen ; al de andere kantoren liggen in het Operatiegebied of in de Etappen.

e) Postomschrijving Hasselt voor de provincie Limburg : (voor de namen zie hiervoor).
II Wallonië.

a) Postomschrijving Charleroi voor het oostelijk gedeelte van de provincie Henegouw (arrondissementen Charleroi, Nijvel en Thuin) : (voor de namen zie hiervoor).

b) Postomschrijving Luik voor de provincie Luik: (voor de namen zie hiervoor).

c) Postomschrijving Bergen voor het westelijk gedeelte van de provincie Henegouwen (arrondissementen Ai)i y Bergen Zinnik en Doornik) : (voor de namen zie hiervoor).

d) Fostomschrijving Namen voor de provincie Namen : (voor de namen zie hiervoor).

e) Postomschrijving Neufchâteau voor de provincie Luxemburg : (voor de namen zie hiervoor).
De ,,Kreis-Postamter" zullen de Belgische bestuurders der postomschrijvingen, de Belgische postontvangers, alsook de belanghebbende Belgische ambtenaren en beambten kennis geven van vorenstaande beschikking. Verdere beschikkingen blijven voorbehouden.

Brussel, den 20n november 1917.

No. 423. - 8. december 1917. Beschikking waarbij het beschermingscomiteit te Nijvel onder de beroepscommissie inzake ouderdomstoelagen te Charleroi geplaatst wordt. Op grond van de Verordening van 13 April 1917, betreffende de afscheiding van het arrondissement Nijvel van de provincie Brabant (Wet en Verordeningsblad, bl. 3597) en van artikel 16 van het koninklijk besluit van 31 Mei 1912 (Staatsblad van 9 Juni 1912, Nr 161, bl 3869), wordt bepaald : Het beschermingscomiteit voor het arrondissement Nijvel, te Nijvel, houdt op deel uit te maken van het gebied der beroepscommissie te Brussel, en wordt ingedeeld bij het gebied der beroepscommissie te Charleroi. den 20n oktober 1917. Namen,
No. 423. - 8. december 1917.
Bekendmaking. Overeenkomstig de artikelen 9 en 13 der organische wet van 15 Juli 1849 op het hoger onderwijs, heeft de heer Generaal Gouverneur in België navolgende bevorderingen aan de Staatsuniversiteit te Gent gedaan :

I. Faculteit der Wijsbegeerte en Letteren. /. De heer P. Menzraih, doctor in de wijsbegeerte, buitengewoon professor in de zielkunde, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)

2. De heer W. A. Baehrens, doctor in de wijsbegeerte, buitengewoon professor in de klassieke philologie, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)
II Faculteit der Rechtsgeleerdheid. 3. De heer A. R. van Roy, doctor in de rechtswetenschap, buitengewoon professor in de rechtsencyclopaedie en in het handelsrecht, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)

4. De heer A. Th. M. Jonckx, doctor in de rechtswetenschap, buitengewoon professor in het strafrecht en in het fiscaalrecht, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)

5. De heer R. Claeys, doctor in de handelswetenschappen, bestuurder van de Hogere School voor Handelswetenschap, buitengewoon professor in het volkenrecht en de sociale wetenschappen, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)
III. Faculteit der Wiskunde en der Natuurweten schappen.

6. De heer C. de Bruyker, doctor in de geneeskunde, tijdelijk bestuurder van de Hogere Land- en Tuinbouwschool, buitengewoon professor in de plantkunde, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering m zijne ambtsbevoegdheid. (bij beschikking van 1 november 1917.)

7. De heer J. A. Vollgraff, doctor in de wijsbegeerte, buitengewoon professor in de wiskunde, is bevorderd tot gewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)

8. De heer C. ten Horn, doctor in de geneeskunde, buitengewoon professor in de heelkunde, is bevorderd tot gewoon professor zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)

9. De heer A. Picard, doctor in de geneeskunde, docent in de plaatsbeschrijvende ontleedkunde, is bevorderd tot buitengewoon professor, zonder verandering in zijne ambtsbevoegdheid. (Bij beschikking van 1 november 1917.)

Brussel, den 24n november 1917.
No. 423. - 8. december 1917. Beschikking.

Art. 1. Op grond van de Verordening van 10 november 1917 wordt aan de Rijks middelbare Meisjesnormaalschool te Brussel een voorbereidende afdeling met Nederlands ah voertaal toegevoegd.
Art. 2. De jaarwedden van het onderwijzend en behorend personeel der voorbereidende afdeling worden geregeld overeenkomstig de koninklijke besluiten van 9 december 1907 en 10 januari 1913 .
Art. 3. De bestuurster van de school heeft te beslissen inzake het aanvaarden van nieuwe leerlingen gedurende het hopend jaar. Na dien tijd zijn daarbij de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 maart 1884 in acht te nemen.
Art. 4. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is met de uitvoering van deze beschikking belast.

Brussel, den 29n november 1917.
No. 428. - 8. december 1917. Verordening ***

betreffende de aangifte van en den handel in bed-, huis- en tafellinnen.
Voorwerpen waarop deze Verordening toepasselijk is.
Art. 1. Moeten volgens nadere bepaling dezer Verordening worden aangegeven : il de op den dag der uitvaardiging van deze Verordening (proefdag) binnen het ganse gebied van het Generaal Gouvernement voorhanden hoeveelheden ongebruikt in gebruik zijnde of gebruikt bed-, huis- en tafellinnen van om het even welke soort, toit of gekleurd, dat tot het overtrekken of bedekken van bedden in instellingen, waar onderkomen ge geven wordt, of dat anderszins tot het gebruik in gasthoven en spijslokalen, huishoudingen en keukens bestemd is, turheid overtrekken van bedden t dekens, lakens, handdoeken, servetten, tafellakens en dekservetten, afwas- en opneemdoeken.
Personen waarop deze Verordening toepasselijk is.
Art. 2. Zijn verplicht aangifte te doen, al de bedrijven en al de ondernemingen tot nut van Het algemeen, die ingericht zijn hetzij om personen te herbergen m levens en genotmiddelen te verkopen, welke ter plaatse verbruikt worden, zoals : gasthoven, logementen, kosthuizen drank en koffiehuizen, restaurants, scheepvaartondernemingen, klub- en gezelschapslokalen, inrichtingen voor genezenden en herstellenden, opvoedkundige instellingen, seminaries, kostscholen, enz. Zijn eveneens verplicht aangifte te doen, al de natuurlijke en rechtspersonen, al de handels- en nijverheidsbedrijven van privaat- en openbaarrechtelijke natuur, inzonderheid ook de gemeentelijke en kerkelijke instellingen, die het in de bij lid 1 opgesomde bedrijven en ondernemingen gebezigd bed-, huis en tafellinnen uitlenen, verhuren, bewerken of anderszins voor het gebruik van bedoelde bedrijven in bewaring hebben, b.v. wasserijen, instellingen voor het uitlenen van linnen en naaiinrichtingen.
Aangifte der voorhanden hoeveelheden.
Art. 3. De aangifte moet ten laatste den 24n december 1917 bij het „Militarisches Textil-Beschaffungssamt" , Quatre-Brasstraat 13, te Brussel, gedaan zijn bij middel van het daartoe voorgeschreven bewijs van aangifte. De voorwerpen, waarvan opgave verlangd is, moeten, naar soorten gescheiden, vermeld, worden. De formulieren zijn verkrijgbaar bij het „Militârisches Textil-Beschaffungsamt" of bij de bevoegde „Kreischefs' n en „Abschnittskommandanturen , \ Zij moeten derwijze worden ingevuld, dot zij een overzicht geven van de soort en de hoeveelheid der voorhanden zijnde voorwerpen.
Bepalingen betreffende het aankopen.
Art. 4. Het „Militarisches Textil-Beschaffungsamt" heeft het recht, de aan te geven waren op te koopen tegen den fabrieksprijs, die op 25 Juli 1914 in België gangbaar was, vermeerderd met een bijslag gaande tot 100 %. Komt geen onderhandse aankoop tot stand, dan kunnen 30 de betrokken waren onteigend worden. In dat geval bekomt de afleveraar een ontvangstbewijs en wordt de schadeloosstelling vastgesteld door de Rijkscommissie tot regeling van de schadeloosstellingen (Reichsentschadigungskommission). Voor de bedrijven, die overwegend dienen om Duitse militairen en burgers te herbergen, zal de aankoop nadat overleg is gepleegd met de bevoegde plaatselijke Kommandantuur.
Gebruik en behoud van de voorwerpen.
Art. 5. Zover de voorschriften van artikel 4 zulks mogelijk maken, laten de bepalingen van deze Verordening toe verder op regelmatige wijze gebruik te maken van de aan te geven voorwerpen in het eigen bedrijf en laten zij de instellingen voor het uitlenen van linnen de vrijheid hun bedrijf op regelmatige wijze voort te zetten. Overigens is het verboden op enigerlei wijze over de aan te geven voorwerpen rechtszakelijk te beschikken of ze te vervoeren, alsook er om het even welke wijziging aan toe te brengen, uitgenomen deze die te beschouwen is als gewone slijtage, voortspruitende uit het krachtens lid 1 veroorloofde gebruik. De bezitters zijn verplicht de voorwerpen zorgvuldig te bewaren en behoorlijk te behandelen.
Regelmatige boekhouding.
Art. 6. leder persoon, die verplicht is aangifte te doen moet een zakenboek houden over de in artikel 1 opgesomde voorwerpen en wel zodanig, dat het te allen tijde een overzicht geeft van de gebruikte aan te geven voorwerpen die de belanghebbende in zijn bezit heeft. De lasthebbers van de militaire en burgerlijke overheden hebben het recht de zakenboeken en bewaarplaatsen te onderzoeken, om zich te vergewissen dat deze voorschriften nagekomen worden.
Aangiften die naderhand te doen zijn.
Art. 7. De aan te geven voorwerpen, die eerst na den proefdag door aankoop of op elke andere wijze bij de in artikel 2 bedoelde bedrijven en personen in bewaring komen, moeten ten laatste den eersten van de volgende maand en, voor de eerste maal op 1 februari 1918, aangegeven worden. Zij zijn onderworpen aan dezelfde bepalingen als de voorwerpen, die op den proefdag reeds in bewaring bij bedoelde bedrijven waren.
Ongeldigheid van vroegere vrijverklaringen.
Art. 8. De verplichtingen, door deze Verordening opgelegd, blijven ook dan bestaan, wanneer de betrokken voorwerpen zelf of de grondstoffen, de afgewerkte en halfafgewerkte fabricaten

No. 424. - 11. december 1917. Verordening

(voor Vlaanderen en voor Wallonië, zover deze niet tot net gebied van het 4e leger behoren) ter aanvulling van de Verordening van 13 oktober 1914, betreffende de censuur der voortbrengselen van de drukpers.

Aan cijfer 1 van de Verordening wordt het navolgende als 4e lid toegevoegd :„Zonder toestemming van het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) mag geen burgerlijke noch strafrechtsvordering ingesteld worden betreffende enig gedrukt werk, dat door de censuur werd goedgekeurd. Iedere rechtsvordering waarvoor de vereiste toelating niet verleend werd, is nietig en van gener waarde".
Grosses Hauptquartier, den 13n november 1917.

No. 424. - 11. december 1917. De heer Generaal Gouverneur in Beigië heeft de hiernavolgende benoemingen gedaan : bij besluit van : 30 september 1917 De heer Frits Pauwels, Dr. in de rechten, advokaat te Aalst, tot afdelingsoverste aan het Vlaams ministerie van Justitie, 3e Algemeen Bestuur. 29 november 1917 De heer J. G. A. Callewaert, hulpgriffier bij het vredegerecht van het 2e kanton te Kortrijk, tot griffier bij het vredegerecht van het le kanton te Kortrijk, ter vervanging van den heer K. Van Walleghem, die tot griffier bij het vredegerecht van het 3e kanton te Gent benoemd is.

29 november 1917 De heer A. Th. Janssens, hulpgriffier bij de politierechtbank te Antwerpen, tot griffier bij het vredegerecht van het kanton Berchem, ter vervanging van wijlen den heer C. J. L. Rossaert. 29 november 1917 De heer K. Van Wallegehm, Dr. in de rechten, griffier bij het vredegerecht van het le kanton te Kortrijk, tot griffier bij het vredegerecht van het 3e kanton te Gent, ter vervanging van wijlen den heer G. Van de Veegaete.

Brussel, den 3 december 1917.

No. 424. - 11. december 1917. Verordening houdende wijziging van de Verordening betreffende de beperking van net verbruik van vlees en vet. Artikel 2, cijfer 2 der Verordening van 14 oktober 1916, ter beperking van het verbruik van vlees en vet (Wet en Verordeningsblad, bl. 2858), houdende verbod Dinsdags en Vrijdags vlees, vleeswaren en spijzen, die hetzij ten dele hetzij geheel uit vlees of uit vleeswaren bestaan, alsook spek, in gasthoven, herbergen en spijshuizen, alsmede in maatschappij- en verversingslokalen op te dienen, is hierbij tot nader bericht opgeheven.

Brussel, den 4n December 1917.

No. 425. - 13. december 1917.
Verordening (voor Vlaanderen) betreffende het examen van leraar in den handenarbeid aan de middelbare Jongensscholen.
Art. 1. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 27 februari 1913 luidt voortaan als volgt : Het examen wordt afgenomen door een jury van ten hoogste 7 leden, door mij te benoemen. Twee of meer jury's kunnen ingesteld worden, indien het nodig blijkt.
Art. 2. Artikel 4 van voormeld koninklijk besluit luidt voortaan als volgt :
De eisen van het examen worden aldus vastgesteld :
1) kartonwerk : te vervaardigen en te versieren voorwerp.
2) boetseren : samenstelling naar gegeven bestanddelen.
3) schrijnwerk : te vervaardigen en te versieren voorwerp.
4) ijzerbewerking : te vervaardigen voorwerp.
5) kunstarbeid : drijven van leder of tin.
6) schriftelijk of mondeling examen over opvoedkunde en methode leert in verband met het onderwijs in den handenarbeid (twee vragen).
7) een les over een onderwerp in verband met den handenarbeid.
Art. 3. Artikel 5 van voormeld koninklijk besluit luidt voortaan als volgt.
Duur en belangrijkheid van elke proef zijn als volgt vast- ^MteW; Duur der proef Aantalpunten
1) kartonwerk 6 uren 100
2) boetseren 6 „ 100
S) schrijnwerk 8 „ 150
4) ijzerbewerking 6 100
5) kunstarbeid 6 100
6) opvoedkunde. en methodeleer 2 100
7) les l uur ISO 35 uren 800 punten.
De recipiendi krijgen ten minste een paar uren om hun les voor te bereiden.
Art. 4. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze Verordening
No. 425. - 13. december 1917.
Verordening
Betreffende de begeving van leidende posten bij de Belgische beheren van Posterijen voor het Vlaams en voor het Waals bestuursgebied. (Voor Vlaanderen en voor Wallonië.)
Op grond mijner Verordeningen van 21 maart 1917 (Wet en Verordeningsblad, bl. 3457) en van 13 september 1917 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 4463) verorden ik het navolgende:
Art. 1. Zijn te rekenen van 1 januari 1918 benoemd :
a) De heer H. E. Jacob s hoofdvertaler bij het Algemeen Sekretariaat van Spoorwegen te Brussel, tot bestuurder van beheer bij het Algemeen Sekretariaat van Zeewezen, Posterijen en Telegrafen voor het Vlaams bestuursgebied.
b) De heer J. N. Pardon, postkontrolleur 2e JU te Brussel, tot bestuurder van beheer bij het Midbeheer van Posterijen voor het Vlaams bestw gebied, afdeling Personeel en Materieel.
c) De heer E. T. C. Peeren, postbureeloverste te Gent, tot bestuurder van beheer bij het Middenbeheer van Posterijen voor het Vlaams bestuurchef
afdeling Exploitatie en Rekenplichtigheid.
Art. 2 Te rekenen van denzelfden dag, zijn van het personeel van het ministerie van Posterijen de in de bijlage genoemde ambtenaren naar Namen overgeplaatst. Brussel, den 6n december 1917.
No. 425. - 13. december 1917.
Bijlage tot de Verordening P. T. V. VI. 405.
Zijn naar Namen overgeplaatst :
a) Van het Algemeen Sekretariaat :
de heer P.~J. Debrandt, bureeloverste,
„ L.J. Vincent, „
„ J.J. Max, „
b) Van het Middenbeheer van Posterijen :
de heer A.-M.-.J.-G. Pirard, opziener van beheer,
„ G.-G. P ir et, bestuurder bij den exploitatiedienst,
„ E.-C.-J.-M. Masure, afdelingsoverste,
M.-A. Turbet,
M.-N.-J.-M. Culot,
„ E. Andre,
„ F.-A. Dartevelle,
„ X.-J.-A. Ernould,
„ E.-F.-J. Hysecome,
„ L.~H. Lambot,
No. 425. - 13. december 1917.
Verordening
betreffende de verlenging van M voorrecht, aan de „Societe Generale de Belgique" verleend, om bankbrieven te geven. t bij de verordeningen van 22 december 1914, van 14 december 1915 en december 1916 (Wet- en VerorNo. 425. - 13. december 1917. 485 deningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 24 van 24 december 1914, Nr. 154 van 18 december 1915 en Nr. 290 van 20 december 1916) aan de Societe Generale de Belgique tot 22 december 1917 verleend uitsluitend recht om bankbrieven uit te geven, wordt hierbij opnieuw verlengd voor den duur van een jaar, d. i. tot 22 december 1918.
Brussel, den 6n december 1917.
No. 425. - 13. december 1917.
Verordening (voor de bezette streken van Belgie) betreffende de vervaldagen van de door de Belgische provincies uitgegeven kasbons.
 
Art. 1. De vervaldagen van de op 10 december 1917 en op 10 maart 1918 uitkeerbaar worden kasbons, ten gezamenlijken bedrage van 240 millioen frank, der door de negen Belgische provincies op 10 december 1915 aangegane krijgsbelastingslening, zijn, onder verlenging met twee jaar van den geldigheidsduur der kasbons en zonder dat de voorwaarden der lening enige wijziging ondergaan, op 10 december 1919 en op 10 maart 1920 vastgesteld.
 
Art. 2. Voor de toepassing van Jiet onder artikel 1 bepaalde hebben de negen Belgische provincies zorg te dragen, die, krachtens de Verordening van 3 december 1917', betreffende de uitvoering van het bevel van 21 Mei 1917, waarbij een krijgsbelasting werd opgelegd, (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, bl. 4821), vertegenwoordigd worden door de Gouverneurs en door de Voorzitters van het burgerlijk bestuur.
Grosses Hauptquartier, den 8n December 1917.
No. 425. - 13. december 1917.
Bekendmaking.
Op grond van de Verordening van 8 december 1917, betreffende de vervaldagen van de door de Belgische provincies uitgegeven kasbons (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, bl. 4885) worden de houders van de op 10 december 1917 en <yp 10 maart 1918 vervallend* bons van de krijgsbelastingslening, op 10 december 1915 aangegaan door de negen Belgische provincies, hierbij uitgenodigd, bedoelde kasbons ter afstempeling, alsook ter verkrijging van nieuwe intrestkoepons in te leveren bij der banken van het konsortium.
Brussel, den 13 December 1917.
 
No. 426. - 16. december 1917.
Beschikking, houdende wijziging van net arbeidsopzichtsgebied in de provincie Henegouwen. Op grond van artikel 2 van he koninklijk besluit van 22 oktober over het arbeidsopzichtsgebied (Staatsblad van 6 november 1895), beschik ik het navolgende. het arrondissement Zinnik, dat tot dusver een arbeidsopzichtsgebied uitmaakte met de arrondissementen Charleroi Thuin, houdt op deel uit te maken van dat gebied, om met de arrondissementen Bergen, Ath en Doornik tot een arbeidsopzichtsgebied te worden verenigd.
Namen, den 15n oktober 1917.
No. 426. - 16. december 1917.
Beschikking, betreffende de indeling van het arrondissement Nijvel bij het arbeidsopzichtsgebied Charleroi-Thuin. Op grond van de Verordening van 13 April 1917 (Wet en Verordeningsblad, bl. 3597), betreffende de afscheiding van het arrondissement Nijvel van de provincie Brabant, alsook op grond van artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1895 over het arbeidsopzichtsgebied (Staatsblad van 6 november 1895), beschik ik het navolgende :
Het arrondissement Nijvel, dat tot dusver ingedeeld is bij het arbeidsopzichtsgebied Leuven, houdt op deel uit te maken van dat gebied, om met de arrondissementen ( Charleroi en Thuin tot een arbeidsopzichtsgebied, met zetel te Charleroi, te worden verenigd.
Brussel den 20n oktober 1917.
No. 426. - 16. december 1917.
Verordening betreffende de regeling van de dienst en van de wedden voor het personeel der Rijksmiddelbare Meisjesnormaalschool te Gent (grond van de Verordening van 10 november 1917, betreffende de oprichting van een Rijksmiddelbare Meisjesnormaalschool met voorbereidende afdeling, te Gent, worden de benoemingen en de wedden van het aan deze onderwijsinstelling verbonden personeel, in afwijking van de bepalingen van het koninklijk besluit van 9 december 1907, als volgt geregeld :
Art. 1. De leerkrachten van de Rijksmiddelbare Meisjesnormaalschool met voorbereidende afdeling, te Gent, worden voorlopig door de Algemeen secretaris van het ministerie van Wetenschappen en Kunsten benoemd ; zij worden voorgoed door mij benoemd, op voorstel van den Algemeen secretaris en van de bestuurder der onderwijsinstelling.
Art. 2. De wedden van gemeld personeel worden vastgesteld als volgt :
a) Bestuurster :
Aanvangswedde 4500 frank
Na 4 jaar dienst 5000 „
Na 8 jaar dienst 5500 „
( Na 30 jaar goeden dienst bij het onderwijs en 4 jaar genot van de maximumwedde kan haar een nieuwe verhoging van 500 frank toegekend worden. De bestuurster mag buiten haar gewone werkzaamheden ook belast worden met het geven van een of meer leergangen. Uit dien hoofde zal haar een jaarlijkse vergoeding van 200 frank per wekelijks lesuur worden toegekend, welke vergoeding evenwel niet meer dan 1200 frank mag bedragen. Indien haar geen woning met vuur en licht kan verstrekt worden, zal haar uit dien hoofde een jaarlijkse vergoeding toegekend worden, berekend tegen 30 1. h. van haar wedde als bestuurster.
b) Leraars of leraressen.
Aanvangswedde 2500 frank
Na 3 jaar dienst 2900
6 3300
9 3600
12 3900
15 4200
18 4500
c) Studiemeesteres-Huisbezorgster.
Aanvangswedde 1700 frank
Na 3 jaar dienst 1900
6 „ „ 2100
9 „ „ 2300
12 „ „ 2500
15 „ „ 2700
18 „ „ 2900
Na 30 jaar goeden dienst in het onderwijs en zes jaar genot van de maximumwedde, kan een nieuwe verhoging van 500 frank aan de leraars of leraressen, en van 400 frank aan de studiemeesteres- huisbezorgster toegekend worden.
d) Leraar in den godsdienst.
De leraar in den godsdienst zal een onveranderlijke jaarwedde van 2500 frank genieten. Deze wedde zal slechts 15OO frank bedragen, indien de leraar in den godsdienst nog een andere, door den Staat bezoldigde, maar niet tot het Staatsonderwijs behorende bediening bekleedt.
e) Geneesheer.
De dokter of dokteres belast met den gezondheidsdienst van de instelling zal een onveranderlijke jaarwedde van 500 frank genieten. Is de titularis tevens belast met den leergang in de kinderverzorging, dan zal hem (haar) voor dit vak ook de vergoeding toegekend worden, bepaald onder artikel 3.
f) Huisbewaarster — Bode-Stoker.
Aanvangswedde 1000 frank
Na 4 jaar dienst 1100
Na 8 jaar dienst 1200
Na 12 jaar dienst 1300
Na 16 jaar dienst 1400
Na 20 jaar dienst 1500
Na 24 jaar dienst 1600
Art. 3. De wedden vastgesteld onder b van artikel 2 gelden niet voor leraars en leraressen, die minder dan 12 lesuren per week hebben; deze leerkrachten zullen een jaarlijkse vergoeding bekomen, berekend tegen 200 frank per wekelijkse lesuur.
Leraars en leraressen, die meer dan 18 lesuren per week hebben, zullen, buiten hun bezoldiging, voor ieder lesuur, dat zij boven de 18 wekelijkse uren geven, dezelfde vergoeding bekomen.
Een leraar of lerares mag wekelijks niet meer dan 22 lesuren hebben. De vergoeding in lid 1 bepaald kan verhoogd worden.
op 225 frank na 5 jaar dienst
„ 250 „ „ 10
„ 275 „ „ 15
„ 300 „ „ 20
„ 325 „ „ 25
 
Art. 4. De leraars of leraressen in de bijzondere vakken (muziek, turnen, tekenen, nuttige handwerken, huishoudkunde, snel- en machineschrift genieten een jaarlijkse vergoeding, berekend 150 frank per wekelijks lesuur.
De vergoeding kan gebracht worden :
op 175 frank na 5 jaar dienst
op 200 frank na 10 jaar dienst
op 225 frank na 15 jaar dienst
op 250 frank na 20 jaar dienst
op 275 frank na 25 jaar dienst
Indien deze leraars of leraressen het wettelijk diploma van leraar bij het middelbaar onderwijs bezitten, zal hun jaarlijkse vergoeding per wekelijks lesuur 200 frank bedragen, en vatbaar zijn voor de verhogingen vastgesteld onder lid 4 van artikel 2.
Art. 5. Tot het vaststellen van de drie-, nier- of vijf jaarlijkse verhogingen, wordt de datum van de voorlopige aanstelling als uitgangspunt genomen.
Art. 6. De vergoedingen wegens vervanging, worden bepaald als volgt :
1) voor de leerkrachten van de onderwijsinstelling :
a) voor de gewone vakken, 5 frank per uur ;
b) voor de bijzondere vakken, 3 frank per uur ;
2) voor de andere leerkrachten :
a) voor de gewone vakken, 10 frank per uur voor de 40 eerste lessen ; daarna, 5 frank per uur;
b) voor de bijzondere vakken, 6 frank per uur voor de 40 eerste lessen ; daarna, 3 frank per uur
3) de vergoeding wegens vervanging studiemeesteres wordt berekend tegen 5 frank per uur.
4) de vergoeding wegens vervanging van huisbewaarster of den bode-stoker wordt berekend tegen 3 frank per dag.
Art. 7. De beperking, opgelegd door artikel 2 van het koninklijk besluit van 26 April 1879, aangaande de keuze der leerkrachten van de onderwijsinstelling, is opgeheven.
Art. 8. De leden van het personeel worden principieel met de aanvangswedde benoemd ; de dienstjaren, die zij bij het staatsonderwijs of bij het vrij onderwijs zouden doorgebracht hebben, kunnen evenwel in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van de jaarwedde.
Art. 9. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze Verordening.
Brussel, den 6n december 1917.
No. 426. - 16. december 1917.
Verordening (voor Vlaanderen) omtrent de Nederlandse voertaal in de uit openbare middelen ondersteunde vakscholen in Vlaanderen.
Art. I. In Vlaanderen mogen met ingang van 1 januari 1918 toelagen van den Staat, van een provincie, een gemeente of een andere openbare instelling, in geld of onder anderen waar, slechts aan zulke nijverheids-, beroeps-,huishoud- en landbouwscholen, alsmede aan zulke handels- verleend worden in dewelke het Nederlands uitsluitend voertaal bij het onderwijs is.
Art. II Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) is met de uitvoering van deze Verordening belast.
Hij kan voorlopig en wanneer een bijzondere behoefte blijkt te bestaan, de toekenning van ondersteuningen aan scholen, met een andere dan de Nederlandse taal onderwijzen, veroorloven.
Brussel, den 13n December 1917.
No. 426. - 16. december 1917.
Beschikking.
Ter uitvoering van de verordening van 13 december 1917 van den Generaal Gouverneur omtrent de Nederlandse voertaal in de uit openbare middelen ondersteunde vakscholen in Vlaanderen, bepaal ik hierbij :
Art. I. De bestuurders van nijverheids-, beroeps-, huishoud) en handelsscholen die naar ondersteuning van om het even welken aard uit openbare middelen dingen, zullen bij dit verzoek een getuigschrift van het Ministerie van Nijverheid en Arbeid overleggen, waaruit blijkt dat hunne scholen de bij Art. I der Verordening van 13 december 1917 van den Generaal Gouverneur, omtrent de Nederlandse voertaal in de uit openbare middelen ondersteunde vakscholen in Vlaanderen, gestelde vereisten naleven. Het in lid 1 bedoelde getuigschrift wordt voor de landbouw-, beroeps- en huishoudscholen afgeleverd door het Ministerie van Landbouw en Openbare Werken en voor de vroedvrouwenscholen door het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Art. II De getuigschriften worden voor den duur van een dienstjaar, beginnende den 1 januari, afgeleverd. In de getuigschriften zullen de bestuurder en de in de betrokken school toegelaten leraars bij name vermeld worden. Vervanging van bestuurder of leraars van de school zal zonder verwijl aan dat Ministerie bericht worden, dat het getuigschrift voor de betrokken school afgeleverd heeft.
Brussel, den 14n december 1917.
No. 427. - 19. december 1917.
De heer Generaal Gouverneur heeft aan het Vlaams ministerie van Justitie benoemd : bij besluit van 18 september 1917, den heer H.-P.-E. Coopman, bureeloverste ten persoonlijke titel, tot bureeloverste. bij besluit van 6 december 1917, den heer V.-L. Lambreckt, advocaat-pleitbezorger en plaatsvervangend vrederechter te Kortrijk, tot algemeen bestuurder van het 4e algemeen bestuur.
Brussel, den 19 december 1917.
No. 427. - 19. december 1917.
Bekendmaking.***
Op grond mijner Verordening van 19 Juli 1917, betreffende de Oogstkommissies (Ernte-Kommissioneri), evenals der uitvoeringsbepalingen van 19 Juli 1917 tot deze Verordening, heb ik, op voorstel der centrale Oogstkommissie (Zentral-Ernte-Kommission), de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorst koren, meel, zemelen en brood voorshands als volgt vastgesteld :
Voor tarwe uit stapelplaats of molen geleverd frank 74.48 per 100 kgr.
voor rogge uit stapelplaats of molen geleverd frank 37.17 per 100 kgr.
voor masteluin uit stapelplaats of molen geleverd , frank 40.21 per 100 kgr.
voor ongepelde spelt uit stapelplaats of molen geleverd frank 38.12 per 100 kgr.
voor zemelen uit stapelplaats of molen geleverd frank 21.50 per 100 kgr.
voor tarwemeel aan bakkers of verbruikers geleverd frank 82.38 per 100 kgr.
voor roggemeel aan bakkers of verbruikers geleverd frank 43.92 per 100 kgr.
voor masteluinmeel aan bakkers of verbruikers geleverd frank 47.05 per 100 kgr.
tarwebrood aan verbruikers geleverd frank 0,69 per kgr.
Deze hoogste prijzen worden op 1 Januari 1918 van kracht.
De provinciale Oogstkommissies (Provinzial-Ernte- Kommissionen) zijn bevoegd, voor de omschrijving van afzonderlijke gemeenten, op verzoek of na raadpleging van de burgemeesters, telkens een lageren hoogsten prijs voor brood, tot het bereiden waarvan roggemeel wordt gebruikt, vast te stellen. Voor den verkoop van koren door de verbruikers aan het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, blijven de hoogste. prijzen, vastgesteld in de uitvoeringsbepalingen tot de Verordening van 19 Juli 1917, betreffende de Oogstkommissie van kracht.
Brussel, den 13 december 1917.
No. 427. - 19. december 1917.
Verordening betreffende de bindende kracht yan de Verordeningen en de wetteljjke organen, waarin de Verordeningen bekendgemaakt worden. De Verordening van 3 september 1914 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 3), alsook de Verordening van 23 december 1914 (Wet- en Verordeningsblad, bl. 86) zijn opgeheven. ik bepaal dienaangaande het navolgende :
Art. 1. De door mij afgekondigde Verordeningen ver- Liijgen, te rekenen van 1 januari 1918, tenzij een ander tijdsverloop wordt bepaald, bindende kracht : in Vlaanderen na het verstrijken van den dag, waarop het betreffende nummer van het „Wet- en Verordeningsblad voor Vlaanderen" te Brussel verschenen is, in Wallonië na het verstrijken van den dag, waarop het betreffende nummer van het „Wet~ en Verordeningsblad voor Wallonië" te Namen verschenen is. Alleen de Duitse tekst is bindend ; in Vlaanderen wordt er een Nederlandse, in Wallonië een Franse vertaling aan toegevoegd.
 
Art. 2. Alle bekendmakingen, die op grond van de Belgische wetgeving in het „Belgisch Staatsblad" of in de bijbladen er van dienen te verschijnen, moeten om wettelijke uitwerking te hebben, te rekenen van 1 januari 1918, voor Vlaanderen in het „Wet- en Verordeningsblad voor Vlaanderen" of in de bijbladen er van, voor Wallonië in het „Wet- en Verordeningsblad voor Wallonië" of in de bijbladen er van verschijnen.
Brussel, den 13n december 1917.
Op grond van bovenstaande Verordening houdt het „Weten Verordeningsblad voor de bezette streken van België te Brussel, den 31 december 1917 op te verschijnen. ingang 1 januari 1918 verschijnen daarentegen een ..Wet- en verordeningsblad voor Vlaanderen" te Brussel en een Wet- en verordeningsblad voor Wallonië. Beide bladen worden door de Hoofden van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschefs) uitgegeven. Zij zijn verkrijgbaar tegen dezelfde voorwaarden als het thans No. 427. - 19. december 1917. 513 „Wet- en Verordeningsblad" . Bestellingen zijn te doen op de postkantoren ; het „Wet- en Verordeningsblad voor Vlaanderen" kan ook rechtstreeks bij de Staatsdrukkerij te Brussel besteld worden.
 
No. 428. - 21. december 1917.
Verordening waarbij overdrachten veroorloofd en bijkredieten verleend worden op de begrotingen van de dienstjaren 1916 en 1917.
Art. 1. Op de begroting van )iet Ministerie van Justitie voor het dienstjaar 1916 zijn volgende overdrachten toegelaten van artikel 10 dier begroting (Rechtbanken van eersten aanleg. Personeel) :
 
op artikel 44 (Werklonen der gevangenen) ... fr. 4.200
op artikel 45 (Kleding der wachters) fr 13.500
op artikel 46 (Reiskosten, enz.) fr 1.100
op artikel 49 (Drukkosten) fr 15.000
te samen fr. 33.800 (drie en dertig duizend achthonderd frank).
 
Art. 2. Bijkredieten te brengen op de begrotingen voor het dienstjaar 1916 zijn geopend ten belope van twee miljoen zeshonderd zeven en veertig duizend honderd vijf en dertig frank vijftig centiemen (fr. 2.647.135,50). te weten :
Voor de begroting van Financiën
1. ten laste van artikel 20 ( Vergoedingen, enz.) fr. 345.000
2. ten einde de vereffening mogelijk te maken van de schuldvorderingen, die tot de dienstjaren 1914 en 1915 behorenf
ten laste van artikel 17 (Bijjaarwedden) 545.50
ten laste van artikel 22 (Materieel) 1.590
Voor het bijvoegsel van de begroting van Financiën
ten laste van artikel 31 (Verlening om de ontoereikende inkomsten te dekken van de pensioenkassen voor weduwen en wezen) fr 2.300.000
 
Art. 3. Bijkredieten te brengen op de begroting van het Ministerie van Justitie voor de eerste helft van het dienstjaar 1917 zijn geopend ten belope van zeshonderd vijf en zestig duizend tweehonderd twee en dertig frank (fr. 665.232,-), te weten:
ten laste van artikel 12 (Vredegerechten en politierechtbanken — Personeel) fr.5000
ten laste van artikel 28 (Lagere geestelijkheid van den katholieken eredienst) ten laste fr 4000
van artikel 39 (Weldadigheidsscholen van den Staat) fr. 600.000
ten laste van artikel 50 (Patronaten ter voorkoming van landloperij, kinderbescherming, enz.) fr 24.000
ten laste van artikel 51 (Onderhoud der gevangenissen) fr.18.000
ten laste van artikel 53 (Tijdelijke wedden). fr 1000
ten laste van artikel 57 (Te verlenen hulp aan voormalige magistraten, ambtenaren, beambten, enz.) fr.9802
ten laste van artikel 58 (Te verlenen hulp aan bezoldigde agenten enz.) fr. 2055
ten laste van artikel 59 (Verscheiden uitgaven) fr.1375
 
Art. 4. Bijkredieten te brengen op de begrotingen voor de tweede helft van het dienstjaar 1917 zijn geopend ten belope van drie miljoen vijftig duizend twintig frank een en dertig centimen (fr. 3.050.020,31), te weten :
1. ten einde de vereffening mogelijk te maken van schuldvorderingen, die tot het dienstjaar 1915 behoren, ten laste van artikel 15 van Tabel A der begroting van het ministerie van Landbouw en Openbare Werken in het Vlaams bestuursgebied (Materieel van 's Rijks veeartsenijschool), een bijkrediet van 1793,31 franken
2. ten laste van artikel 19 van het bijvoegsel tot de begroting van het ministerie van Financiën in het Vlaams bestuursgebied (Aandeel van België in de kosten van het Duits bestuur der posterijen en telegrafen in België), een bijkrediet van 3.048.227 frank.
Art. 5. De in artikelen 2—4 verleende bijkredieten zijn te dekken met de gewone inkomsten der begroting.
Art. 6. Deze Verordening treedt den dag harer afkondiging in werking.
Brussel, den 13n December 1917.
No. 428. - 21. december 1917
Beschikking houdende oprichting van een Internaat bij de Rijks middelbare Meisjesnormaalschool te Brussel.
 
Art. 1. Het internaat, bij beschikking van 11 november 1917 ingesteld, wordt ingericht als „ekonomaat" .
 
Art. 2. Indien het ekonomaat een tekort boekt, kan de Staat na een zorgvuldig onderzoek, op aanvraag van de bestuurster der instelling en van den naziener van de boekhouding der sekretarissen-penningmeesters bij het Rijks middelbaar onderwijs, aan het ekonomaat een toelage verlenen om het tekort te dekken.
 
Art. 3. Het internaat staat onder het toezicht van de bestuurster van de Rijks middelbare Meisjesnormaalschool.
 
Art. 4. Het personeel van het internaat bestaat uit:
1) een huisbezorgster;
2) een dokter, tevens belast met den gezondheidsdienst in de middelbare normaaischool;
3) een huisbewaarster ;
4) een of meer dienstmeisjes.
 
Art. 5. De huisbezorgster, de dokter en de huisbewaarster worden door den algemene sekretaris van het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten voorlopig aangesteld. Hun vaste benoeming geschiedt bij koninklijke beschikking. De dienstmeisjes worden aangesteld en ontslagen door de huisbezorgster, mits kennisgeving aan de bestuurster.
 
Art. 6. De ivedden van het personeel worden vastgesteid als volgt :
a) Huisbezorgster :
Aanvangswedde ". . 2.000 frank
Na 4 jaar dienst 2.200
8  „ „ 2.400
12 „ „ 2.600
16 „ „ 2.800
20 „ „ 3.000
Na 30 jaar goeden dienst en 6 jaar genot van de maximumwedde, kan een nieuwe verhoging van 400 frank toegekend worden.
De huisbezorgster geniet, benevens haar wedde, huisvesting en voeding, en zo deze niet in natura verstrekt worden. een vergoeding bepaald op den prijs van het internaat voor de voeding, en op 30 % van haar jaarwedde voor de huisvesting.
b) De dokter van de instelling zal een onveranderlijke jaarwedde van 600 frank genieten, te verrekenen op de begroting van het internaat.
c) Huisbewaarster :
Aanvangswedde 800 frank
Na 4 jaar dienst 900
8  „ „ 1.000
12 „ „ 1100
16 „ „ 1200
20 „ „ 1400
24 „ „ 1600
 
d) Dienstmeisjes : De lonen van de dienstmeisjes worden door de huisbewaarster geregeld en vallen ten laste van het ekonomaat.
Art. 7. Tot het vaststellen van de verhogingen wordt de datum van de voorlopige aanstelling als uitgangspunt genomen.
Art. 8. Al de leden van het personeel worden bij hun voorlopige aanstelling met de aanvangswedde benoemd.
Art. 9. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) voor Vlaanderen is belast met het opmaken van een reglement voor het internaat dat in bijzonder de volgende punten zal behandelen.
1) Bevoegdheden van de bestuurster en van de andere leden van het personeel ;
2) Prijs van het internaat en wijze van betaling ;
3) Huisvesting, voeding en onderhoud ;
4) Levering en onderhoud van de meubelen ; onderhoud van de lokalen ;
5) Boekhouding.
 
Art. 10. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur voor Vlaanderen is belast met de uitvoering van deze beschikking.
Brussel den 6n december 1917.
No. 429. - 28. december 1917.
Verordening.
Art. 1. De ontvanger der registratie van Brussel-Oost (Van Campenhoutstraat, nr 29) wordt bevoegd verklaard voor de registratie van de oorkonden bedoeld in de Verordening van 2 Juni 1917 (Wet~ en Verordeningsblad, W. 3837). 
Art. 2. De regeling van 27 maart 1893 (Belgisch Staatsblad, bl. 985) van de loongelden aan notarissen verschuldigd is op de in artikel 1 genoemde oorkonden met dien verstande toepasselijk, dat de daaruit voortspruitende loongelden en andere rechten aan de „Hauptkasse der Finanzabteïlung" (Hoofdkas van de afdeling van Financiën) bij den Generaal Gouverneur in België te betalen zijn. 
Art. 3. Het Hoofd van de afdeling van Financiën (Leiter der Finanzabteilung) bij den Generaal Gouverneur in België, kan in bijzondere gevallen en om redenen van billijkheid, uitstel verlenen voor de betaling van de rechten en loongelden, die hetzij wegens registratie, hetzij krachtens artikel 2 dezer Verordening ontstaan. In zulk geval is de registratie niet afhankelijk van de voorafgaande betaling der rechten en loongelden.
Brussel, den 8n December 1917.
No. 429. - 28. december 1917
Verordening houdende toekenning van voorlopige kredieten, te gelden op de begrotingen van het dienstjaar 1918. 
Art. 1. Voorlopige kredieten te gelden op de begrotingen der gewone uitgaven voor het dienstjaar 1918, worden geopend, te weten : 
I. In het Vlaams bestuursgebied.
Voor de openbare schuld fr. 10.924. 415
dotaties 377.725
les non-valeurs et remboursements „ 650.000
le ministere de la justice „ 10.345.300
le ministere de l'interieur „ 2.572.250
le ministere des sciences et des arts „ 14.016.800
le ministere de l'industrie et du travail „ 4.603.200
le ministere de finances „ 67.689.160
le ministere de l'agriculture et des travaux publics „ 10.468.010
les depenses pour ordre „ 40.000.000

II. Dans la region administrative wallonne.
pour la dette publique fr. 5.003.00
„ les non-valeurs et remboursements „ 475.000
„ le ministere de la justice „ 6.356.400
„ le ministere de l'interieur „ 1.692.000
„ le ministere des sciences et des arts „ 9.389.500
„ le ministere de l'industrie et du travail „ 3.036.100
„ le ministere des finances „ 4.068.100
„ le ministere de l'agriculture et des travaux publics „ 3.020.000
„ les depenses pour ordre „ 20.000.000
Art 2. Deze Verordening treedt op den dag harer afkondiging in werking.
No. 429. - 28. december 1917.
Verordening betreffende het heffen van belastingen gedurende net jaar 1918.
Art. 1. De rechtstreekse en onrechtstreekse belastingen zullen, in hoofdsom en opcentiemen ten voordele van de Staat, gedurende het jaar 1918 verder geïnd worden volgens de op 31 december 1917 geldende wetten en tarieven welke den omslag en de heffing er van regelen.
Art. 2. Deze Verordening wordt met ingang van 1 januari 1918 van kracht.
Brussel, den 20n december 1917.
No. 429. - 28. december 1917.
Verordening betreffende de Belgische begroting van de ontvangsten en uitgaven voor order, voor het dienstjaar 1917.
Enig artikel. De Belgische begroting van de ontvangsten en uitgaven voor order, voor het dienstjaar 1916, vastgesteld bij Verordening van 28 oktober 1916 (Wet en Verordeningsblad, Nr 273), blijft ook voor het dienstjaar 1917 bestaan.
Brussel, den 20n december 1917.
No. 429. - 28. december 1917.
Verordening
(voor Vlaanderen en voor Wallonië)
Over de verjaringstermijn
Enig artikel. De schuldvorderingen van kooplieden en ambachtslieden wegens levering van waren of uitvoering van werken, of personen die geen kooplieden {artikel 2 en 5 van de wet van 1 Mei 1913), verjaren, zover zij nog niet verjaard zijn niet voor het einde van het jaar 1918.
Brussel, den 20n december 1917.
No. 429. - 28. december 1917.
Verordening
(voor Vlaanderen en voor Wallonië) waarbij de wetgeving inzake rechtstreekse belastingen wordt gewijzigd. De wetgeving in zake rechtstreekse belastingen wordt aangevuld als volgt :
I. Personele belasting.
Art. 1. § 1. Met wijziging van artikelen 51 en volgende der wet van 28 juni 1822, worden de belastingschuldigen die in 1918 bij voortduur de woonhuizen of gebouwen zullen gebruiken voor dewelke zij over 1917 werden aangeslagen en waaraan geen merkelijke verandering zal gebracht geweest zijn, ontslagen van het hernieuwen hunner aangifte in de personele belasting wat betreft de drie eerste grondslagen (huurwaarde, deuren en vensters, mobilair). Zij worden dienaangaande over 1918 belast op grond der bestanddelen van hun aanslag over 19
§ 2. Wie voor 1 April 1918 belastbare woning of gebouwen in gebruik heeft, welke werkelijke aan de personele belasting nog niet onderworpen veranderingen hebben ondergaan, blijft gehouden, evenals de nieuwe bewoners, zijn aangifte bij den bevoegden ontvanger belastingen te doen, op straffe ener boete van vijftig frank, en ongerekend den aanslag van ambtswege. Deze aangifte moet worden gedaan voor 15 januari 1918 door degene die gemelde gebouwen bij aanvang van het jaar in gebruik zal hebben en voor 15 April daaropvolgende, door degene die dezelve slechts in den loop van het 1e trimester zal in gebruik nemen. Bij gebreke van dergelijke aangifte is de nieuwe eigenaar solidair verantwoordelijk met den vorige gebruiker, voor de belasting die over 1918 op naam dezes laatsten blijft ingeschreven ; deze wordt van bedoelde gemeenschappelijke verplichting ontslagen indien hij de verandering aan den bevoegden ontvanger heeft bekend gemaakt voor 15 januari of voor 15 April 1918, volgens de opmerkingen gemaakt in het voorgaande lid.
De overschrijving der belasting mag van ambt* op naam van den nieuwen bewoner geschieden.
§ 3. Op bovengemelde datums maken de gemeentebesturen aan den bevoegden ontvanger der belastingen een over van de gezinshoofden die overleden zijn of die verblijfplaats veranderden, onderscheidenlijk m den loop der laatste drie trimesters van 1917 of gedurende het 1 trimester van 1918. Het model dezer lijst wordt door het beheer der belastingen vastgesteld.
Art. 2. § 1. De belastingschuldigen die in 1918 zelfde getal en dezelfde soort van dienstboden en van paarden zullen houden als diegene op grond waarvan zij over 1917 werden belast, worden insgelijks ontslagen van het hernieuwen hunner aangifte. Over 1918 worden zij uit hoofde dezelfde bestanddelen aangeslagen.
§ 2. Degenen waarvan het getal en de soort van dienstboden of van paarden in 1918 niet meer dezelfde zullen zijn als in 1917, moeten, op straf ener boete van vijftig frank en van de strafbepalingen voorzien bij artikelen 88 en 105 der wet van 28 juni 1822, hunne aangifte doen bij den bevoegden ontvanger der belastingen voor 15 januari 1918 of binnen vijftien dagen van de verandering, naar gelang van de veranderingen in gemelde grondslagen bij aanvang van het jaar of voor het einde van het 3e trimester zullen voorkomen.
Brengen deze veranderingen geen vermeerdering van belasting te weeg, dan zijn de boeten niet toepasselijk.
II Patentrecht.
Art. 3. § 1. Met wijziging van artikelen 16 en volgende der wet van 21 Mei 1819 worden de gevestigde patentplichtigen die in 1918 zullen voortgaan hun koophandel, beroep, bedrijf, stiel of nering in dezelfde voorwaarden als voorheen uit te oefenen, ontslagen van het hernieuwen hunner aangifte. Over 1918 zullen zij worden belast naar de grondslagen van hun aanslag over het vorig jaar, tenzij deze, naar het advies van het college der patentzetters, van ambtswege dient vermeerderd of verminderd te worden met minstens een tiende. 
§ 2. De vrijstelling van de aangifte, voorzien in § 1 is niet van toepassing :
1) op de leurders en andere handelaars aangeduid in de wet van 18 juni 1842 ;
2) op de ondernemers van vertoningen, spelen en vermakelijkheden ;
3) op de vreemde schippers noch op de inlandse schippers die hun schip tot woning hebben ;
4) op de bosexploitanten ;
5) op de patentplichtigen die den zetel hunner zaken hebben verplaatst ;
6) op al de aan het klimmend patentrecht onderworpen belastingschuldigen.
De hierboven genoemde belastingschuldigen blijven dientengevolge gehouden over 1918 aangifte te doen. 
§ S. De aanslagen in het gewoon patentrecht mogen worden vervangen door aanslagen in het klimmend patentrecht en wederkerig, wanneer deze maatregel nodig is tot het handhaven der juiste evenredigheid van de belasting.
III. Bijzondere bepaling.
Fiskale verjaringstermijn.
Art. 4. Worden tot verdere schikking verlengd, de verjaringstermijnen voor de invorderbaarheid van de gesloken rechten en voor de vervolgingen tot inning van rechtstreekse belastingen en daarmede gelijkgestelde rechten.
Brussel, den 24 december 1917.


 

Vorige pagina    Indexpagina volgende pagina

OF GA TERUG MET DE BACKTOETS


Kent U de v.z.w. KONINKLIJKE OUDHEIDKUNDIGE KRING VAN HET LAND VAN WAAS
(afgekort K.O.K.W.)

niet, of wil je meer weten over de doelstelling
en werking van deze kring, klik dan
"hier voor Werking K.O.K.W".

DOCUMENTATIE CENTRUM
M.Z. Zamanstraat 49 9100 Sint-Niklaas
Zaterdagen 9u30 tot 12u30
Documentatie centrum
gesloten in juli en aug.