Dagboek Raphaël Waterschoot
 (TEXTES OFFICIELS door mij aangepast na omzetting)

Gesetz- und Verordnungsblatt fur die okkupierten Gebiete Belgiens
Bulletin officiel des Lois et Arrêtés pour le territoire belge occupé
Wet- en verordeningsblad voor de bezette streken van België
Législation Allemande pour le Territoire Belge Occupé
Textes officiels rédigée par
CHARLES HENRY HUBERICH docteur en droit, ancien professeur de droit a l’universié Stanford Californie , membre du barreau de la cour supreme des Etats Unis de L’Amerique, avocat La Haye Paris Berlin Hambourg
ALEXANDER NICOL-SPEYER Docteur en doit, avocat a la cour de cassation des Pays Bas La Haye
ROTTERDAM CINQUIÈME SÉRIE 2 Octobre 1915-31 Décembre 1915.
(Nos 124-160)

No.124. — 2. oktober 1915.
Krachtens myne Verordeningen van 30 Juni jl. en 23 Juli jl. (nr. 5) betreffend den Korenoogst van 1915 evenàls mijne Verordening van 28 Augu tus jl. betref- fend Jioren en nieel uit voorgaande jaren heb ik op voorstel der Zentral-Enite-Kominission de hoogste prij- zen voor den verkoop van gedorscht koren, nieel, zeme- len en brood voordeliand aïs volgt vastgesteld: voor tarwe uit stapelplaats of
mol en geleverd frk. 38,90 per 100 Kg.
'oor rogge uit stapelplaats of
molen geleverd „ 25,50 „ „ „
voor zemelen uit den molen ge- leverd „ 22,00 „ „ „
voor nieel aan bakkers of ge-
bruikers geleverd „ 46,00 „ „ „
voor brood aan gebruikers ge- leverd „ 0,42 „ 1 Kilo.
Deze hoogste prijzen beginnen te tellen van af In October; maar niet binnen de otnschryving Groot- Brussel.
Waar de plaatselyke toestanden het toelaten, icordt de Provîncial-Ernte-Konimission de bevoegdheid ver- leend, voor de omschrijving van enkele gemeenten op aanvraag of na raadpleging der hurgemeesters telkens eenen lageren hoogsten prijs voor hrood vast te stellen. Voor de verkoopen der voortbrengers van tarwe en rogge aan het National Hulp- en voedingskomiteit hlijven de bij Bekendmaking van lOn Augustus jl. (no. 4 a,} vastgestelde hoogste prijzen behouden.
Brussel, den 24n September 1915.
No.124. — 2. oktober 1915.
Krachtens mijne Verordeningen van 30 Juni jl. en 23 Juli jl. (nr. 5) hetreffend den Korenoogst van 1915 evenals mijne Verordening van 28 Augustus jl. hetref- fend koren en meel uit voorgaande jaren heb ik op voorstel der Zentral-Ernte-Kommission de verkoop- prijsen van gedorscht koren, meel, semelen en hrood voor de omschrijving Groot-Brussel voor de hand aïs volgt vastgesteld: voor tarwe uit stapelplaats of
molen geleverd frk. 38,90 per 100 Kg.
voor rogge uit stapelplaats of
molen geleverd „ 25,50 „ „ „
voor zemelen uit den molen ge- leverd „ 22,00 „ „ „
voor meel aan bakkers of ge-
hruikers geleverd „ 53,25 „ „ „
voor hrood aan gehruikers ge- leverd „ 0.48 „ 1 Kilo.
Deze hoogste prijzen heginnen te tellen van af In Octoher a. s.
Waar de plaatselijke toestanden het toelaten, wordt de' Provincial-Ernte-Kommission de hevoegdheid ver- leend, voor de omschrijving van enkele gemeenten op aanvraag of na raadpleging der hurgemeesters telkens eenen lageren hoogsten prijs voor hrood vast te stellen. Voor de verkoopen der voorthrengers van tarwe en rogge aan het Nationaal Hulp- en voedingskomiteit hlijven de hij Bekendmaking van lOn Augustus jl. (no. 4 a) vastgestelde hoogste prijzen hehouden.
Brussel, den 24n Septemher 1915.
No.124. — 2. oktober 1915.
In uitvoering mijner Verordeningen van 30n Jiini jl. en 23n Juli jl. (no. 5 en 9) betreffend den Koren- oogst van 1915 evenals mijner Verordening van 28n Augustus jl. betreffend koren en meel uit voorgaande jaren heb ik op voorstel der Zentral-Ernte-Kommission van af In October de maalverhouding voor inlandsch, evenals voor ingevoerd koren op 90 % vastgesteld met de bepaling, dat van af 15n October de maalverhou- ding op 75 % gebracht wordt. Deze maalverhouding moet aldus uitgelegd worden, dat op 100 deelen koren niet meer dan 90 of 75 deelen meel mogen gewonnen worden.
De vastgestelde maalverhouding geldt ook voor eigengebruik.
Voor de maalverhouding staat in al wie meel uit koren maalt.
Brussel, den 24n Sepfember 1915.
No.124. — 2. oktober 1915.
Bekendmakîng betreffend den verkoop van nîet aangegeven korenstapels aan het Nationaal
Hulpkomiteit.
In aansluiting aan de Bekendmaking van den Heer General gouverneur van lOn Augustus jl. (Wet- en Verordeningsblad nr. 106 hs. 869) wordt nog byzon- der daaraan herinnerd, dat aile korenstapels, die boven de aangegeven hoeveelheid nog in het bezit der land- bouwers zijn en ten gevolge der onderverklaring niet
No.125. — 5. oktober 1915.
Verordenîng over het verschuilen van ontplofstoffen.
Art. 1. Wie ontplofstoffen verschuilt of deze son- der schriftelijhe toelating der Duitsche Krijgsoverhe- den vervaardigt, hestelt, wetens in zijn hezit heeft, ze aan andere personen afstaat of anderen helpt er aan te geraken, wordt met één tot 15 jaar dwangarheid, in minder erge gevallen met ten minste ééne maand ge- vangenis gestraft.
Art. 2. Vervalt in de zelfde straffen, al wie tot het hegaan van strafbare handelingen van den aard dis onder art. 1 vermeld, iemand verzoekt, aanhitst of tracht te verleiden.
Art. 3. Zoogoed aïs de dader wordt de eigenaar, hezitter, beheerder of bewaker van een huis of grond gestraft, die geduld heeft, dat in dat huis of op dien grond verboden ontplofstoffen gestapeld of verscho- len worden.
Art. 4. Blykt uit de omstandigheden, dat de ont- plofstoffen bestemd waren, de krijgsmacht van het Duitsche rijk of dezes bondgenooten te benadeeligen, zoo wordt in de gevallen der art. 1 tot 3 tegen al wie, wetens den dader verheeld, geherbergd of anders on- dersteund heeft, de doodstraf uitgesproken.
Art. 5. Wordt met dwangarheid gestraft, al ivie tan de toedracht van het bij art. 4 dezer verordening onder straffe geplaatst misdrijf op haarblijhende wijze hennis bekomt en verzuimt, de krijgsoverheid tijdig aangifte te doen.
Art. 6. Bevoegd zijn de Diiitsche krygsrecht- banken.
Brussel, den In October 1915.
No.128. — 13. oktober 1915.
Mij werd ter hennis gehracht, dut hinnen het ge- bied van het Generalgouvernement talryke gehlinde vogels, ni. vinhen in kooien gehouden worden.
Het opzettelijk hlinden van vogels is wreedheid, wat ik hoegenaamd niet duld.
Ik verzoek de Gouvernements en Kommandanturen, in dezen zin voorbeeldig op de hevolking intewerken en elke overtreding onverbiddelijk te beteugelen. Het bestraffen geschiedt krachtens de bepalingen der Jachtregeling van lin Augustus 1915 le nr. 11111 onder de nrs. 2 E en 10.
Brussel, den 5n Oktober 1915.
No.128. — 13. oktober 1915.
De verordening van den Heer General gouverneur van 6n Oktober jl. betreffend het heffen van tolrech- ten op tabak, lucifers en speelkaarten in het bij het General gouvernement aangehechte gebied Maubeuge, wordt hierachter in afdruk ter algemeene kennis ge- bracht.
Brussel, den 9n Oktober 1915.
No.128. — 13. oktober 1915.
Art. 1. Het invoerverbod voor lucifers en speelkaarten en de beperkîngen in het invoeren van tahak, die volgens het Fransche Recht in het bij het General- gotivernement aangehechte gehied Maiibeuge bestaan, worden met terugwerkende kracht van af 3n Oktober 1914 opgeheven.
Art. 2. Op den invoer van tabak, îucifers en speel- kaarten in het gebied Maubeuge worden volgende tol- rechten gelegd:
1. voor tabaksbladeren
a,) ongestroopte .... Fr. 70 \
h) gestroopte .... „ 90 j
2. voor tabakvoortbrengselen f voor 100 kgr. a sigaren en sigaretten . „ 600 i netto.
h) andere „ 120 \
3. voor Iucifers „ 80 j
4. voor speelkaarten ... „ 0.75 per spel. De reisvoorraad aan tabakvoortbrengselen blyft tol-
vrij.
Art. 3. De reeds ingevoerde ten verkoop bestemde icaren der onder art. 2, lit. 1 tot 4 vermelde soort moe- fen binnen de acht dagen na afkondiging van deze ver- ordening bij het Diiitsche tolkantoor te Maubeuge ter navertolling aangegeven worden. Hierby worden de onder art. 2 bepaalde tolpryzen tot grondslag genomen.
Art. 4. Wie tracht, de onder art. 2 en 3 opgelegde invoerrechten te ontduiken, wordt met eene boete van viermaal het ontdoken bedrag gestraft; bovendien wor- den de tolplichtige waren aangeslagen. De boete ont- slaat niet van de rechten op de ingevoerde waren.
Bij ontduiken van het tolrecht op speelkaarten be- draagt de boete ten minste 20 frank per elk geval.
Art. 5. Het opleggen van de onder artikel 4 be- paalde straffen en het aanslaan van de tolplichtige wa- ren geschiedt door den Président der Zivilverwaltting te Maubeuge.
Bestaat geen mogelijkheid de geldboete te innen, zoo moet sij door het Kommandanturgerecht te Mau- beuge in eene evenredige vrijheidsstraf verJceerd wor- den. Hierhij Jcomt het bedrag van 3 tot 15 frank met éénen dag gevangenis overeen.
Deze soort gevangenisstraf mag 1 jaar niet teboven gaan.
Art. 6. De verordening wordt van den dag der af- kondiging van kracht.
Brussel, den October 1915.
No.129. — 15. OKTOBEE 1915.
Verordening, betreffend het fotografeeren door bgzonderen binnen het Gebîed des General- Gouvernements wordt hîerby het volgende verordend.
§ 1. Het is den burgers verboden op den openbaren weg en op andere openbare plaatsen te fotografeeren. JJitzonderingen kunnen in bîjzondere gewettigde ge- vallen door de Gouvernements toegestaan worden.
§ 2. Vreemden is het fotografeeren alleen geoor- loofd, wanneer zij van den „Stellvertretenden Gene- ralstab (Abteilung Illh),, te Berlijn de schriftelijke toelating daartoe behomen hebben. Zulhe toelatingen worden door den „Stellvertretenden Generalstab" enhel op versoeh des General-Gouvernements (Poli- tische Abteilung, Presse-Zentrale) of na afspraak met dezen, afgeleverd. Bij hunne aankomst moeten deze personen zich bij de „Presse-Zentrale" te Brussel en bij de plaatselijJce militaire overheid aanmelden.
§ 3. Duitsche militairen evenals aile tot het léger behoorende personen, de toegelaten buitenlandsche offi- cieren en hun gevolg moeten zich om de toelating tot fotografeeren tot het voor de plaats bevoegd Gouver- nement wenden.
§ 4. Verboden zijn opnamen van verwoeste gebou- wen en aile opnamen, waarmede de vijand kan ge- diend zijn. Op dit verbod moeten de onder §§ 1-3 vermelde per- sonen bij het yerleenen van een toelating uitdrukkelijk gewezen worden.
§ 5. De onder §§ 1 en 3 bedoelde toelating moet schriftelijk en voor eenen hepaalden tijd opgemaakt îcorden. H et toelatingsbewijs (§§ 1-3) moet op zak gehouden îvorden.
§ 6. Het uitgeven en verspreiden van fotografische opnamen zonder voorafgaande toelating van den „Steîl- vertretenden Generalstab der Armée (Aht. Illh)" of de „Presse-Zentrale" te Brussel is verboden.
§ 7. Deze bepalingen gelden naar den zin ook voor linematografen en schiîders.
§ 8. Elke overtreding, uit opzet of nalatigheid, van de voorschriften dezer verordening, evenals het ver- zoek of de ophitsing om ze te overtreden, zoover vol- gens de bestaande wetten geen zwaarder straffen voor- zien zyn, worden tegenover militairen als ongehoor- zaamheid naar §§ 92, 93 van het miîitair strafwet- boek, voor andere personen met ten hoogste 2,000 Mk. boete of ten hoogste 3 maand gevangenis gestraft. Beide straffen kunnen tegelijk uitgesproken ivorden. Bovendien worden platen, afdrukken, en toeslellen aangeslagen. Bevoegd zyn de krygsrechtbanken.
§ 9. De verordening (plakbrief) van 19 Septem- ber 1914 wordt niet meer van kracht verklaard.
Brussel, den 8n Oktober 1915.
No.129. — 15. oktober 1915.

(Vorderseite — Voorzijde — Recto.)
PERSONAL-AUSWEIS No
Eenselvigheidsbewijs Nr. — Certificat d'identité
No.
1. Name
Naam — Nom
falls verh. Frau od. Witwe: Màdchenname
(gehorene):
voor gehuwde vrouw of weduwe: meisjesnaam. (geborene) : — pour femmes mariées ou veu- ves: nom de jeune fille:
2. Eigenhândige Unterschrift
Eigenhandige naamteekening — Signature personnelle
3. Staatsangehôrigkeit
Nationaliteit — Nationalité
4. Geboren am Geburtsort
Geboren den — Né le Geboorteplaats —
Lieu de naissance
5. Beruf 6. Grosse 1 Meter Centimeter
Beroep — Profession Grootte-Taille 1 Meter-
1 Mètre Cent.-Cent.
7. Adresse am Aufenthaltsort. . Strasse. . . .
No.. Woonplaats — Résidence Straat — Rue Nr — No
8. Wann îst der Antragsteller zuletzt in die
Aufenthaltsgemeinde eingezogen?
Wanneer heeft aanvrager het laatst zich in zijn gemeente gevestigdf
Quand le porteur du certificat a-t-il, la dernière fois, pris sa résidence dans la commune?
9. Von welchem Orte ist Antragsteller zugezogen? Uit welke gemeente is aanvrager gekomeni Quelle commune le porteur du certificat habi- tait-il avant?
10. Wohnsitzgemeinde Adresse
Gemeente der huisvesting —
Domicile légal Straat — Rue
11. Zustândige Passzentrale
Bevoegd paskantoor — Bureau des passeports compétent.
12. Anf Grund welcher Le timation
ist der Personalausweis ausgestellt?
Op grond van welke wettigheidsstukken werd het bewijs afgeleverd?
Sur quelles pièces justificatives le certificat est-il délivré!
13. Bescheinigung zweier Zeugen. 1. . Wohnang. . Bevestiging door twee getuigen Woning Attestation de deux témoins Résidence
2 . . Wohnung . .
Woning Résidence

Ausstelliingsort Afgeleverd te Délivré

Datum . Datum Date

191

Unterschrift des Beamten: Handteekening van den Beambte : Signature de l'employé:

Stempel
Zegel
Chachet

Vermerk anf der Bûckseite beachten.
Wichtige opmerking zie ommezgde.
Avia important aa dos.

28
No.129. — 15. oktober 1915.
Belangr k Bericht.
De beambte, die het bewtjs aflevert, draagt door zijne handteehening de voile verantwoordelykheid voor de juistheid der aangiften.
In geval hij de persoonlykheid niet buiten twyfel vermag vast te stellen, nwet hy deze door het getui- genis van twee onbesproken getuigen, door hunne handteekening laten bevestigen. In geval een volstrek- te gewisheid omirent de persoonlykheid tegenover den afleverenden beambte niet kàn verschaft tcorden, zoo moet de beambte het bewys, volgens de aangifte des belanghebbenden invullen en daarbij doen opmerken, dat hem het onderzoeken van de aangifte onmogelyk was.
No.129. — 15. oktober 1915.

Op grond van opgedane ondervinding is het doel- matig gehlehen, de eenselvigheidshewijsen te volledî- gen, om het mogelijk te maken op vluggere en lich- tere w ze inlichtingen omirent de hesitters in te winnen.
Te dien einde wordt voor de toekomst het hieronder- staand model voor eenzelvigheidshewijzen ingevoerd: (Voor het model van het eenzelvigheidshewijs zie Duitsche tekst).
De beamhte, die het bewijs aflevert, draagt door zyne handteekening de voile verantwoording voor de juistheid der aangiften. In geval hij de persoonlijk- heid niet buiten twijfel vermag vast te stellen, m et hij deze door het getuigenis van twee onbesproken ge- tuigen, door hunne handteekening laten bevestigen. In geval eene volstrekte gewisheid omirent de per- soonlijkheid tegenover den af lever enden beambte niet kan verschaft worden, zoo moet de beambte het be- wijs, volgens de aangifte des belanghebbenden invul- len en daarbij doen opmerken, dat hem het onderzoe- ken van de aangifte onmogelijk was.
Hij zoowel als de bezitter van het eenzelvigheidsbe- wijs wordt, indien er wegens oorkondenvervalsching volgens de wetten van het Duitsche Rijk geen zwaar- dere straffe op staat, voor bewuste valsche verklarin- gen of opteekeningen op het eenzelvigheidsbewijs met hechtenis of gevangenis van ten hoogste één jaar of met ten hoogste 4,000 mk boet gestraft. Naast vrij- heidsstraf kan tegelijk geldboete uitgesproken wor- den. Bestraffing geschiedt door het krijgsgerecht en in lichtere gevallen by politievonnis der bevoegde Diiit- sche overheden.
Ten laatste tot In November moeten de oude een- sehigheidsbewijsen in- en de nieuwe afgeleverd zijn. Van dezen dag af mogen passierscheine op g rond der oude eemelvigheidsbewyeen niet meer opgemaakt worden.
Brussel, den 6n Oktober 1915.
No.129. — 15. oktober 1915.
Op grond myner Verordeningen van 30n Juni jl. en 23n Juli jl. (nr. 5) betreffend den Jîorenoogsf 1915 evenàls mijner Verordening van 28n Augustus jl. be- treffend koren en meel uit vroegere oogstjaren, heb ik op voorstel der Zentral-Ernte-Kommission de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorscht koren, meel, zemelen en brood voordehand als volgt vastgesteld: voor tarwe uit stapelplaats of
molen geleverd frank 35.15 de 100 kg.
voor rogge uit stapelplaats of
molen geleverd „ 25.50 „ „ „
voor spelt uit stapelplaats of
molen geleverd „ 23.50 ., ,. „
• oor meel aan bakkers of ge- bruikers geleverd .... „ 45.00 , , „ voor zemelen uit molen geleverd „ 22.00 „ „ „ voor brood aan gebruikers ge- leverd „ — .41 ,, kg.
Dese hoogste prijzen worden van af 15n Oktobet van kracht.
Waar de plaatselyke toestanden het toelaten, tcordt aan de Provinzial Ernte Kommissionen de bevoegd- heid verleend, voor het gehied van enkele gemeenten op aanvraag of na raadpleging van de burgemeesters telkens eenen lageren hoogsten prijs voor brood vast te stellen.
Voor de verkoopen der voortbrengers van tarwe en rogge aan het Nationaal Hulp- en Voedingshomiteit hlyven de in mijne Bekendmaking van lOn Augustus jl. (nr. 4a:) vastgestelde hoogste prijzen behouden.
Brussel, den 9n Oktober 1915.
No.129. — 15. oktober 1915.

In uitvoering mijner Verordeningen van 30n Juni jl. en 23n Juîi jl. (nrs. 5 en 9) betreffend den koren- oogst 1915, evenals mijner Verordening van 28n Augustus jl. betreffend koren en nieel uit vroegere oogstjaren heb ik op voorstel der Zentral-Ernte-Kom- mission van af 15n Oktober de maalverhoiiding voor binnenlandsch zooicel aïs voor rngevoerd koren op 75 % bepaaid. Deze maalverhoiiding moet derwyze verstaan ivorden, dat uit 100 deelen koren niet meer dan 75 deelen meel mogen gewonnen worden.
De vastgestelde maalverhouding geldt ook voor eigengebruik. Verantwoordelijk voor het nakomen van de maalverhouding is elk, die koren tot meel maalt.
Voor koren, dat men naar den molen brengt om ge- stampt te worden, moet het gestampt koren in het- zelfde gewicht, zooals het afleveringsbewijs voor het koren het opgeeft, min 5 % maalstof ten hoogste, den molen weer verlaten.
Brussel, den 9n Oktober 1915.
No.129. — 15. oktober 1915
De invoer van fotografische platen en fonograaf- platen wordt verboden.
39
Uitsonderingen kan het Generaalgouvernement toe- laten. De invoer uit Duitschland volt niet onder het ver- bod. II. Deze verordening wordt terstond van kracht.
Briissel, den lin Oktoher 1915.
No.129. — 15. oktober 1915.

Verordenîng betreffend bestraffîng van over- tredingen der învoerverboden.
1) Wie een invoerverbod overtreedt, wordt, zoover met hijzondere strafbepalingen toepassing vinden, met ten hoogste 10,000 mk. boet, evenals met ten hoogste 1 jaar gevangenis of met één van beide gestrafi.
OoJc Jean tot aanslaan van de waren worden over- gegaan.
2) Bevoegd zijn de JcrijgsrechtbanJcen en de krijgs- overheden.
3) Deze verordening wordt terstond van kracht. Brussel, den lin Oktober 1915.
No.129. — 15. oktober 1915.
Verordening over het schuilhooden van vyandeUjke soldaten of agenten.
Art. 1. Wie tot een vyandelyk léger behoort of na oorlogshegin hehoord heeft en wie zich in dienst eener vijandelijke regeering of persoon bevindt, die in 't 6e- lang eener vijandelijke regeering werkzaam is, icordt, ¦indien hy zijn verblijf binnen het gebied des General- Gouvemements voor de Duitsche overheden verduikt of zich schuil houdt, zoover naar andere wetten geen strengere straffe bepaald wordt, met dwangarbeid ge- straft.
Worden verzachtende omstandigheden aangenomen, zoo îcordt ten minste drie maand gevangenisstraf op- gelegd.
Art. 2. Blykt uit de omstandigheden, dat de dader eene vijandelijke macht heeft willen bevoordeelen of de krijgsmacht van het Duitsche Ryk en van zijne Bond- genooten benadeelen, zoo wordt doodstraf uitgesproken.
Art. 3. Dezelfde straffen treffen diengene, die zul- ken persoon door verleenen van onderkomen. kleeding of verpleging of op eene andere icijze tot het verhelen vayi zijn verblijf opzettelijk behulpzaam is.
Zijn er voor den helper in de gevallen van art. 2 verzachtende omstandigheden voorhanden, zoo wordt de doodstraf door ten minste 2 jaar dwangarbeid ver- vangen.
Art. 4. Wie het hem bekend geworden verblijf van een onder art. 1 vermelden persoon niet sonder uîtstel bij een Duitsche krijgsoverheid aangeeft, wordt met gevangenis en indien hij hennis had van de onder art. 2 vermelde omstandigheden, met ten minste 6 maand dwangarbeid of gevangenis gestraft.
Art. 5. Straffeloosheid wordt al de binnen het ge- bied des General-Gouvernements verblijvende onder art. 1 en 2 dezer verordening vallende personen toe- gestaan, zoo zij sich binnen 24 uur, na het openbaar uitplakken dezer verordening, bij de Duitsche krijgs- overheid vrijwillig aangeven.
Brussel, den 12n Oktober 1915.
No.130. — 18. oktober 1915.

Bekendmakîng over het honden van dnîven.
De bezitters van geJijh tcelhe duiven zyn verplicht hunne duiven dagelijks tot 1 uur 'snamiddags in de hol'ken opgesloten te honden. Van af 1 uur tot zons- ondergang mogen de duiven uitgelaten worden. Van 2 tot 4 uur 's namiddags moeten aile hokkeyi apen zijn ()! aile duiven kunnen uitvliegen.
Er icordt geen onderscheid gemaakt tusschen reis- en andere duiven.
XJitsluitend voor de tot het General gouvernement he- hoorende gedeelten der Kreise Kortrrjk en Doornik, gelden de hijzondere bepalingen van het volgend alinéa: De bezitters van gelijk welke duiven zijn verplicht, hunne duiven bestendig in de hokken opgesloten te houden. De uitvliegopeningen moeten dicht gesloten blijven of met een vast traliewerk overdekt zyn. Er
ogeti geen duiven in afgezonderde vakken van het
hoh of in ergens andere afgezonderde plaatsen gehoii- den worden. Wie duiven vrij laat vliegen, wordt met ten hoogste drie maand gevangenis of ten hoogste 3000 mh. hoete gestraft. Daarhij komt steeds beslaglegging op al de duiven van den overtreder.
2. ElJce duivenhouder moet vôôr den 1 Nov. 1915 aan het Duitsche plaatskommando of in gemeenten sonder Duitsche hezetting aan den hurgemeester, voor ieder duivenhok eene nieuwe in dubbel opgemaakte en eensluidende lijst van aile duiven inleveren, stipt over- eenhomend met onderstaand model. De gem,eenteover- heden moeten voor het druhhen, aanschaffen, verdee- len en inzamelen van hedoelde lijsten zorgen. De lijsten worden door de bevoegde hrijgsoverheden afgestem- peld. Een exemplaar dezer lijsten moet door de aange- duide Jcrijgsoverheid, in gemeenten zonder Duitsche bezetting door den burgemeester, bewaard worden, ter- wijl het andere exemplaar aan den duivenhouder terug- gegeven wordt. De hrijgsoverheden of de burgemeester moeten deze lijsten te allen stond ter inzage voor de militaire Revisionskommandos gereed houden. De dui- venhouders moeten hunne teruggegeven lijsten op de deur van het hok vasthechten. De sleutels der hokken moeten te allen tijde ter hand zijn.
Sterven naderhand enkele der opgegeven duiven, dan moeten hunne voetringen ongeschonden door den dui- venhouder bewaard worden.
No.130. — 18. oktober 1915.

(Model voor de duîvenlqst).
DUIVENLIJST.

57

Naam: Willi Diekers
Beroep: slotenmaker
Woonplaats, straat en huisnummer: ....
Brussel, Gretry straat 49.
Ligging van het hok: op den zolder. . . .
Uitvlîicht langs de straat
Opschrift van den voetring. Kleur
Opscbrift van den voetring.
Maatschappijmerk Nr. 1
Maat- schappijmerk Kleur
Brux. Centro : blauw
V. Z. G. i blauw
Brux. Centre i vaal
F. C. Belge A.'geschelpt
Derby Natal blauw
F. C.Belge E.i blauw
Handteekening van den duivenhouder: Willi Diekers.
No.130. — 18. oktober 1915.
Aanwyzîng voor het opmaken der lijsten:
1. Voor de lijsten moet sterk papier worden gehruikt. Grootte 33 X i cm. (normaal formaat).
2. Op de heerzijde moeten de hepalingen omirent het houden van duiven gedrukt worden. Naar gelang de ge- hruikelijke taal in de gemeente: Vlaamsch, Fransch of in heide talen.
Aile duiven moeten gesloten, onafneembare voetrin- gen sonder naad dragen, uitgezonderd de nestjonge duiven, die men voorloopig geene voetringen meer moet aandoen. Deze dieren moeten veeleer, zoodra se vliegen kunnen, gedood worden. Van af In Fehruari 1916 moe- ten de jonge duiven gesloten voetringen sonder naad met het jaartal 1916 aangedaan worden. Dese duiven worden voorloopig niet aangegeven.
4. Niet aan het hok gewende duiven moeten door sterk inkorten der 6 grootste slagpennen van éénen vleugel tot vliegen ongeschikt gemaakt ivorden. Wor- den bij het nasien ongewende duiven aangetroffen, die niet voldoend gekortwiekt sijn, dan worden sij aange- slagen. Er wordt vooral hierop gewesen, dat een ieder sich van verspieding verdacht maakt, die vluchtge- schikte niet gewende duiven houdt, vooral wanneer hij se in af gesloten vakken van het hok of in ergens een andere plaats bewaart.
5. Duivenhouders, bij wie duiven binnenvliegen, moeten de overheid terstond schriftelijk melding maken onder juiste aanduiding van den voetring en de kleur der duif. De binnengevlogen duiven moeten gedood ivorden; de ring wordt voor het toesicht bewaard.
Duivenhouders, uit wier hok duiven tvegvliegen en naar hun eigen hok niet meer terugkeeren, moeten met het oog op het bijhouden der lijsten aan de bevoegde overheid eveneens hiervan schriftelijk kennis geven.
6. AUe meenemen van duiven ù verboden, ook aile overhrengen van duiven uit een hok naar een ander. Evenzoo is aile handel en ruiling met levende duiven verboden. Derhalve mogen duiven alleen dood op sfraaf of ter niarlf gebracht worden. Wie met een levende duif buiten het hok aangetroffen wordt, krygt ten hoogste één jaar gevangenis of 10,000 mk boete, of beide straffen te gelijk, zooverre tcegens verspieding i'>et een zwaarder straffe uit te spreken volt.
7. De Belgische overheden moeten duiven die 's vôôr- ûiiddags losvliegen laten vangen en dooden. In de tot Jtet General-Gouvernement behoorende gedeelten der Kreise Kortrijk en Doornik geldt deze bepaling ook voor 's namiddags.
8. De krijgsoverheid zal vooralsnog de hokken laten nazien en huiszoekingen doen, om de stipte uitvoering dezer bepalingen na te gaan. Worden bij het militaire
azien van de duivenhokken minder duiven aangetrof- fen, dan er op de lijsten aangegeven staan, zoo moet de duivenhouder de gesloten, ongeschonden voetringen der ontbrekende laten sien.
9. Overtredingen van deze verordeningen tcorden, bijaldien er g een hoogere straffe bepaald is, met ten hoogste ééne niaand gevangenis of met ten hoogste 2.000 mk. boete gestraft; daarby komt steeds beslag- legging op al de duiven van den overtreder.
Desgevallend zal nog een onderzoek icegens verden- king van verspieding geopend worden.
10. Bevoegd tot strafvervolging voor aile vergrij- pen tegen onderhavige verordening zijn de Duitsche krijgsrechtbanken en krijgsoverheden.
11. De Kreis-chefs moeten de Gemeentebesturen per- soonlijk ervoor verantwoordelijk stellen, dat deze be- palingen op behoorlyke wijze den beiconers ter hennis gebracht en stipt uitgevoerd worden.
Aile vroeger verschenen hekendmaîcingen worden door onderkavige verordening opgeheven. Brussel, den 6n Oktoher 1915.
No.130. — 18. oktober 1915.
Verordenîng betreffend benuttiging van been- deren en andere dierl|jke stoffen.
Art. I. Ruwe en gekookte beenderen, verder horens en voeten van slachtvee, die in openbare slachtlmizen en burgerslachterijen aïs afval voorkomen, mogen niet vernietigd noch verwyderd worden. Zij moeten wegens gel kmatige benuttiging verzameld en aan de door de Oelzentrale aangeduide opicoopers afgeleverd worden. De Oelzentrale stelt passende pryzen vast, die by de aflevering betaald worden.
Beze bepalingen zijn overeenkomstig op beendergort, beendermeel, beendervet en beenderolie van toepassing.
Art. IL De in België voorhanden stapels van onder art. 1 vermelde stoffen moeten by de Oelzentrale vôôr In November 1915 schriftelyk aangegeven worden. Aangiften van versch voorkomende of naar België in- gevoerde stapels moeten binnen twee week na het ont- staan of invoeren gedaan worden.
De aangifteplicht sirekt zich niet uit op stapels in 't bezit van den zelfden persoon, die 100 kg. niet te boven gaan; de verplichting ontstaat eerst voor stapels boven 100 kg.
Het bewijs der gedane afgifte kan alleen door een ge- tuigschrift der Oelzentrale geleverd worden.
Art. III. Verplicht tot de onder art. II voorgeschre- len aangifte zijn: 1. de eigenaar, 2. de bezitter of stapelhouder,
3. al wie gerechtigd is, tot eigen of vreemde bâte over deze ware te beschikken.
De aangifte door een dezer personen ontslaat daar- van de andere.
Art. IV. Uitzonderingen op de bepalingen dezer verordening kan de Oelzentrale toestaan.
Art. V. Overtredingen van de voorschriften dezer verordening worden met ten hoogste 5000 mk en met ten hoogste drie maand gevangenis of met een van
heide gestraft. Daarhij worden de niet aangegeven ivarenstapels aangeslagen.
Bevoegd zijn de krijgsrechtbanken en krijgsover- heden.
Brussel, den lin Oktoher 1915.

No.130. — 18. oktober 1915.
Met toestemming van den Heer General gouverneur in België heb ik overeenkomstig de verordeningen van 17 n Fehruari en 26n Augustus 1915 de volgende on- dernemingen onder dwangbeheer geplaatst:

1. Davies Brothers „Roues Steppney", Brussel.
2. Descour et Cahaud, S. A. Antwerpen,
3. Nitrate Works, Vilvorde,
4. die in Belgien befindlichen Vermôgenswerte der Nitrogen Fertilizers Ltd., London.
Zu Zwangsverwaltern habe ich ernannt:
1. Herrn Joseph Welker fiir Davis Brothers „Roues Stepney", Briissel,
2. Herrn Eechtsanwalt Dr. J. M. Lappenberg fiir Descour et Cabaud, S. A., Antwerpen,
3. Herrn Consul W. Emminghaus fiir Nitrate Works, Vilvorde und fiir die in Belgien befind- lichen Vermôgenswerte der Nitrogen Fertilizers Ltd., London.
Briissel, den 14. Oktober 1915.
No.131. — 21. oktober 1915.
In gedeeltelijke wijziging en aanvulling der Veror- dening van 3n Fehruari 1915 betreffend „Wijziging van het Dekreet van lOn Vendémiaire van het jaar IV over de verantwoordelijkheid der gemeenten voor dief- stallen, plunderingen en gewelddaden" (Wet- en Ver- ordeningshlad nr. 37 hs. 131) verorden ik wat volgt:
Art. 1. De hevoegdheid van het op grond der art. 1 en 2 der verordening van 3n Fehruari 1915 voor de provincie Brabant opgericht scheidsgerecht wordt tot de provinciën Henegouw, Luik, Namen , Limburg en Luxemburg uitgehreid.
Art. 2. Aanvragen om eene beslissing over eischen tot schadevergoeding uit de provinciën Brabant, Hene- gouw, Antwerpen, Luik, Namen, Limburg en Luxem-
hurg moeten ten laatste vôôr In Januari 1916 inge- diend worden. Voor later hinnenkomende aanvragen bestaat geen aanspraak op voldoening îangs scheids- gerechtelijken weg.
Brussel, den 13n Oktober 1915.
No.132. — 23. oktober 1915.
Verordening betreffend den verkoop van suîker en
suikerbeetenstroop gedurende het bedryfs-
jaar 1915/16.
7. Voor het gebied des Generalgouvernements wor-
den volgende hoogste prijsen vastgesteld:
Ruwe suiker grondgewicht 100 kg. 88 % zuiver fabriek zonder zah . . 36. — fr. franco.
Kristalsuiker grondgewicht 100 Jcg. witte kontraktsuiker fabriek sonder zak 40. — „
Geraffineerde suiker grondgewicht 100 kg. klontjessuiker raffinaderij zonder verpakking, rechten niet in- begrepen 54. — „
Suikerbeetenstroop grondgewicht 100 kg. fabriek zonder verpakking . . 30. — „
Stroop (mêlasse) grondgewicht 100 kg. 46o Clerget, fabriek zonder ver- pakking 12. — „
Beetpulp grondgewicht 1,000 kg. vochtig, zonder verpakking fabriek 7. — „
Beetpulp andere dan degene bekomen bij „diffusie" grondgewicht 1,000 kg. vochtig, zonder verpakking
fabriek 22. — „
II. De hoogste prijs voor suiker allerhand stijgt bij
levering na 31n December 1915 van af den In van
iedere volgende maand met 0.25 frank tot ten hoogste
1.25 frank.
Geschiedt de verkoop van krùtaJsuiJcer en raf- finade nîet door eene fabriek, die dergeîijke siiiker ver- vaardigt, zoo mag buiten den hoogsten prijs een by- slag van ten hoogste 5 % van den hoogsten prijs ver- lan gd en betaald worden.
Deze byslag kan door den Verwaltungschef ver- hoogd worden.
IV. Tôt het bepalen van hoogste prijzen voor den suikerverkoop in 't klein zijn de kollegi'èn van biirge- meester en schepenen binnen de omschrijving hunner gemeenten bevoegd.
V. De V ericaltungschef is gemachtigd,
a) hoogste prijzen voor nieel-, kandij- en andere sui- ker voor 't gebruik vast te steîîen,
h) de aangifte der suikerstapels en van de voorgeko- men tcijzigingen voorteschryven, evenàls voîgens eenen verdeelingsrooster het afîeveren van suiker te bevelen, indien er schaarschte op de markt te vreezen voit,
c) te bepalen, dat eene zekere hoeveelheid ruwe suiker ter beschikking van landboutc-genootschappen of landbouwende belanghebhenden of broutceryen als- mede het legerbeheer gesteld icordt,
à) het gebruiken van suiker voor bepaalde doeleinden, b. V. tot verbrouwen of stoken te beperken.
VI. Voor het stoken van stroop (mêlasse) is eene byzondere toelating des Verwaltungschef s noodig.
VII. De bepalingen dezer verordening zijn ook op allerhande suiker, stroop (mêlasse), pulp en stroop van toepassing, die reeds bij het uitvaardigen van de ver- ordening, vervaardigd zijn.
VIII. VTorden met ten hoogste zes maand gevange- nis of met ten hoogste 20,000 frank boet gestraft, bui- ten de anders nog opteloopen straf,
a) wie aan- of verkoopen sluit onder overtreding van
onder I tot III of van volgens Fa vastgestelde hoogste prijzen; h) îvie in strijd met de volgens Fd uitgevaardigde 6e- palingen, suiker gehruikt of stroop (mêlasse) son- der de onder VI voorgeschreven toelating stookt.
IX. Wie de door de kollegiën van burgemeester en schepenen volgens IV vastgestelde hoogste prijzen bij verkoopverhandelingen overtreedt, wordt met ten hoogste 14 dagen gevangenis of ten hoogste 1,000 frank boet gestraft, huiten de anders nog opteloopen straf.
X. Bevoegd zijn de Duitsche krijgsrechtbanken.
XI. Bevoegd tot het uitvaardigen van uitvoerings- voorschriften is de Verwaltungschef.
XII. Deze verordening wordt terstond van kracht. Brussel, den 24n September 1915.
No.132. — 23. oktober 1915.
Art. 1. De termijn ter opmaken van protesten en soortgelijke acten tot vrijwaren des verhaals, door Ver- ordening van 20 Septemher 1915 tot 31 Oktober 1915 verlengd, wordt hierbij tot 31 December 1915 ver- schoven.
Art. 2. De houder van eenen vôôr den 31n Decem- ber 1915 vervallenden wisselbrief, op welken de voor- schriften van artikel 1 van toepassing zijn, is verplicht den betrokkene vôôr den 31n December 1915 bericht te geven dat hij den wisselbrief in handen heeft. Indien de wisselbrief getrokken is om in eene andere aange- wesen woonplaats, of door een anderen aangewesen persoon te worden betaald, hoeft de houder ter aange- wezene woonplaats den aangewezenen persoon te ver- wittigen.
Het bewijs van de verwittiging kan spruiten ofwel uit een zichtmerk dat de verwittigde persoon op den wisselbrief plaatst, met aangift des dags en der begin- letters van zijnen naam, ofwel uit het ontvangstbericht der verzending van eenen aangeteekenden brief of van eene aangeteekende postkaart.
Wordt de verwittiging verzuimd, zoo kunnen van af 1 Januari 1916 interesten niet geëischt worden.
Art. 3. De voorschriften van art. 2 zijn op order- briefjes eveneens van toepassing.
Brussel, den 21n Oktober 1915.
No.132. — 23. oktober 1915.

De verordening van den Koning der Belgen van 3n Augustus 1914 betreffend het terugtrekken van banJc- tegoed, blijft met de beperking, in de verordening des Konings der Belgen van 6n Augustus 1914 en met de nitbreiding, in de verordening van 23n September 1914 vervat (nr. 4 van het Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België) tot den 31n Decem- ber 1915 van kracht. Brussel, den 21n Oktober 1915.
No.132. — 23. oktober 1915.
AanvuUende yerordening van de verordenîng van 12 Oktober 1915.

ZuUen niet gestraft worden hrachtens mrine veror- denîng van 12 Oktober 1915 betreffend het schuilhou- den van vijandelijke soldaten en agenten, zij die zich binnen 3 dagen na het openbaar uitpïakken deser aan- rullende verordenîng vrijwillig aangeven. Zooverre zy niet onder toepassing vallen van andere wetten of ver- ordeningen, zuUen ook tot bij het verstryken van dezen termijn begane overtredingen van art. 3 en 4 der ver- ordening, niet gestraft worden.
Brussel, den 23n Oktober 1915.
No.132. — 23. oktober 1915.

MINISTERIE VAN WETENSCHAP EN KUNST. LAGER ONDERWIJS.
1. Bij beschikJcing des Generalgouverneurs in Bel- gië van 15n September 1915 werd J. J . Delhomme, hoofdopziener bij het Lageronderwijs, op rustgeld ge- steld; hij is gemachtigd, den eeretitel van sijn ambt alsmede de uniform van zijnen rang te dragen.
2. Bij beschikking des Generalgouverneurs in Bel- gië van lin September 1915 werd de kantonnale schoolopziener G. J. Evrard op rustgeld gesteld.
3. Bij beschikking des Generalgouverneurs in België van lin September 1915 iverden H. L. J. Seressîa, ondericijzer te Chevetogne en A. J. Genot, ondericijzer te Blehen, tot kantonnale schoolopzieners van 3e kîasse benoemd. 11113080.
No.133. — 26. oktober 1915.
Verordenîng betreffend den vergoedingsdienst.
Art. I. Ter wijziging mijner Verordenîng van 2n April 1915 — nr. 59 van het Wet- en Verordenings- blad — en van 22n Mei 1915 — nr. 80 van het Wet- en V erordeningshlad — ontvangt de „Vorschusskasse beim Generalgouverneur" in België, de amhtelijke be- naming: „Entschâdigungsaint (vergoedingsdienst) beim G-eneralgouverneur in Belgien".
Art. II. De werkzaamheden van het „Entschàdi- gungsamt" bestann in:
1) Het in ontvangst nemen van aanvragen om ver- goeding voor de in België aangeslagen massagoederen en de beslissing der ,,Reichsentschàdigungsko7nmis- sion" door het inwinnen van de noodige inlichtingen, voortebereiden.
2) Het vaststellen van gedeeltelijke vergoedingen voor aangeslagen massagoederen onder voorbehoud van de einduitspraak der „Reichsentschàdigungskommis- sion".
3) Het besorgt de uitbetaling van de door hem, de „Reichsentschàdigungskommission" of andere Duit- sche vergoedingsoverheden vastgestelde vergoedingsbe- dragen door de „Société Générale de Belgique" te Brus- sel, sooverre het verleende vergoedingsbedrag in een tegoed bij Duitsche banken verstrekt wordt.
Art. III. Het „Entschàdigungsamt" bestaat ten minste uit drie bestendige leden, die leden der „Reichs- entschàdigungskommission" moeten sijn. De overige door den Heer Reichskanzler benoemde leden der „Reichsentschàdigungskom.mission" bekleed ik telkens voor den duur hunner ambtswerkzaamheid binnen het gebied des Generalgouvernements met hunne bevoegd- heid als niet bestendige leden van het „Entschàdi- gungsamt".
De icerlxzaamheden van het „Entschàdigungsamt" worden door de dienstregeling bepaaîd.
Bewaakt worden de werkzcuimheden volgens de daar- omtrent genomen schikkingen door eenen toezichtsraad van drie leden, bestaande uit den „KaiserUchen Gene- ralkommissar fur die Banken" in België, den „Pràsi- dent der Beichsentschàdigungskonimission" en een door mij henoemd lid der „Bankabteiliing" . Voorzitter is de ,,Kaiserliche Generalkommissar fur die Banken".
Brussel, den 21n Oktober 1915.
No.133. — 26. oktober 1915.
De bepalingen der Belgische wetten, volgens welke het Belgisch staatsburgerschap door eene verJclaring vôôr de bevoegde overheid kan verkregen worden (art. 8, 9, 13, 14 der wet van 8 Juni 1909 over het verkrijgen en verliezen van het staatsburgerschap en art. 4 der wet van 6 Augustus 1881 over de inburge- ring), sijn op Duitsche staatsburgers, evenals op bur- gers der met het Duitsche Bîjk verbonden Staten niet toepasselijk.
Brussel, den 21n Oktober 1915.
No.133. — 26. oktober 1915.
In afwyking van de bepaling onder art. 2 laatste lid der wet van 15 Met 1846 wordt de termyn voor het afwikkelen van inkomsten en uitgaven voor het reke- ningsjaar 1914 tot 31 December 1915 verlengd. Brussel, den 21n Oktober 1915.
No.134. — 29. oktober 1915.
Verordening over uit- en vervoer van goederen.
Onder opheffing van de Verordening van In Juni 1915 voor den uitvoer van waren uit Belgïé (Wet- en Verordeningsblad nr. 84) naast aanhangsel van 22n Juli 1915 (Wet- en Verordeningsblad no. 101) wordt he tvolgende bepaald:
I. De uitvoer van hiernavermelde goederen geschiedt in geen geval sonder toelating:
Èunderen, swynen, schapen, paarden, duiven, gei- ten, ezels, muildieren en muilezels, honden;
Levens- en genotmiddelen, voeder, hulpvoeder inbe- grepen;
Beenderen, horens en voeten, beendergort en been- dermeel;
Stijfsel, zeep;
Metaalverwerkmachienen en motoren;
Krijgsuitrustingstukken (ni. motorwagens en hunne onderdeelen, motorwielen, rijwielen, rijwielonderdee- len, luchtschepen, vliegtuigen en hunne onderdeelen, telegraaf- en telefoongerief, spoorwegbouw- en be- drijfsmateriaal, staalflesschen voor vloeibare gassen, spermateriaal, paardetuig, sadels, optische toestellen, soeklichten, hoefijzers);
Wapens en schietvoorraad;
Ruwe gom, ruwe rekgom, rekgom- en gomwaren, oudgom, guttapercha, balata en rekgomachtige voort- brengselen;
Metalen (ni. ijzer, 'oudijser, staal, speciaalstalen, goud, zilver, platina, aluminium, tin, koper, messing, lood, sink, antimonium, nikkel, ferromangaan, ferrosilicium, kwiJczilver, hlik, half- en afgewerkte fahrika- ten ait metaal, gietschalen, gietschalenafval;
Ertsen (ni. ijzerertsen, haematite, mangaanertsen, nikkelertsen, zicavelkies, zinkhlende (zwavelzink), galmei, kopèrkies, bauxit, antimoniumertsen, tinert- sen), grafiet, grafiettegels. ashest:
Verfstoffen (ni. anilineverven) en mineraalverven;
Scheikundige stoffen (ni. salpeter, salpeterzuur, zwavelzuur, zwavel, zoutzuur, kalizouten, kaliloog, vast etskali, spiritus, glycérine, ontplof stoffen, kani- fer, zwavelzure ammoniak, ammoniakwater en zijne distilleervoortbrengselen, teer) ;
Ciment; Y erhand stoffen en arfsenymiddelen;
Heel- en ander geneeskundig gerief, hakteriologisch gereedschap, maferiaal voor bakteriologische teelbed- den zooals agar-agar, lakmusverfstof, schutentstoffen en weersera, zooals schutsera, heilsera, diagnostische sera, proefdieren;
Lucifers:
Meststoffen (ni. ruwe fosfaat, superfosfaat, thomas- meel, guano, kalkstikstof);
Huiden, leder, vellen, pelsen, allerhand looistoffen, evenals aile half- en afgewerkte voortbrengselen dezer stoffen;
Vlas, hennep, wol, katoen, kapok, jute, zyde en zulke garens, weefsels en in één woord aile voortbrengselen uit deze grondstoffen, ten slotte aile afval ervan en allerlei vodden (edoch niet afgedragen kleeren en waschgoed;
Dierenharen en hunne iceefsels, vilten;
Mineranl-, dierlijke en plantaardige oliën en vetten (n.l. benzine, parafine, stéarine, petroleum, nafta en smeerolie), harsen;
Suiker;
Hout, timmerhout, klompen, houten vaten, teenwil- gen, peddigriet, stoelriet;
Cellulose en papier (vooral fotografische papier en), allerhande druJcschriften, handschriften en films;
Vensterglas, fotografische- en fonografische platen.
II. De uitvoer van aile onder lit. I niet opgesomde waren naar Duitschland, Luxemhurg en het belette deel van Frankrijk is vrij, voor welke hoeveelheden ooh. De uitvoer van aile onder lit. I niet opgesomde waren, naar en door Nederland hehoeft de goedheuring alleen, sooverre er spraak is van spoorwagenladingen of scheepsladingen of van twee of meer voertuigen tegelijk met dezelfde waren( dus van geen stukgoe- deren).
De uitvoer van aile onder lit. I niet opgesomde waren als stukgoed is dus vrij, 't is gelijk voor welke hestem- ming.
Het verder voeren van waren uit Duitschland naar andere landen hehoeft de goedkeuring van het „Reichs- amt des Innern" te Berlijn.
III. De aanvragen om aflevering der uitvoertoelating moeten de juiste opgave van soort, gewicht en waarde der waren bevatten:
a) voor levens- en genotmiddelen, voeder en hulp- voeder, evenals voor zaden en geiten aan den „Ver- waltungschef bei dem General-Gouverneur" in België, Afd. VU (Brussel, Wetstraat 17).
h) voor aile mineraal-, dierlijke- en plantaardige olie en vetstoffen (petroleum, aardoliepik, vetzuur, oléine, glycérine, stéarine, paraffine, serezin, hars, beenderen, horens, voeten, beendergort en beendermeel inbegrepen, maar benzine en de uit teer gewonnen stof- fen niet inbegrepen) aan de „Oelzentrale" in België (Brussel, Koloniënstraat 54).
c) voor steenkolen, koks, brikets en aile hyvoorthrengseUn uit het kolhedrijf, uitgenomen zuiverhen- eol en solventnafta aati de „Kohlenzentrale in Belgien" (Kanselarijstraat 19) of de door haar bij de Duitsche mijyibeheeren te Luik, Charleroi en Bergen opgerichte kantoren;
à) voor de bijvoortbrengselen der gasinrichtingen, zuiverbenzol en solventnafta uitgezonderd, aan de „Hauptstelle" voor gas, water en elektriciteit te Brus- sel, Koningstraat, 66;
e) voor motorwagens, motorwielen evenals dezer voorraad- en hulpstukken, voor riiwe gom, ruwe rek- gom, rekgom, gombanden, oudgom, gomafval, voor spî- ritus, benzine, zuiverbenzol en solventnafta, evenals le- dige yzeren en houten vaten aan de „Leitung des Kraft- fahrivesens beim General-Gouvernemenf in België (Brussel, Wetstraat, 10);
{) voor paarden, wapens, schietvoorraad en krijgs- uitrustingstukken, in 't bijzonder rywielen, zadels en paardetuig, aan het Generaal-Gouvernement in België, Sektion V, (Brussel, Wetstraat, 10);
g) voor metaalbewerkmcahienen aan den „General der Fussartillerie beim General-Gouvernement" in Bel- gië (Brussel, Wetstraat, 10);
h) voor hout en timmerhout aan den „General des Ingénieur- en Pionierkorps beim General-Gouverne- ment" in België (Brussel, Wetstraat, 10);
i) voor aile overige waren aan de „Politische Abtei- lung beim General-Gouvernement" in België, „Aus- fuhrhauptstelle" (Brussel, Herlevingslaan, 3o) of aan eene der bij de volgende overheden ingerichte uitvoer- katitoren:
Gouvernement Antwerpen,
Deutsche Bergvertcaltung te Luik „ „ te Charleroi
„ „ te Bergen.
Het inrichten van uitvoerkantoren binnen het ge- hied der Etappeninspektion der IV. Armée blijft voor eene bijsondere verordening der bevoegde overheden heden voorbehouden.
IV. Voor het vervoer van goederen binnen België behoeft over 't algemeen geen toelating.
Wel is zulhe noodig in de volgende gevallen:
d.) des „Generals der Fussartillerie beim General- Gouvernement" in België (Wetstraat 10) voor het ver- voer van metaalbewerkmachienen,
h) des „Generals des Ingénieur- und Pionierkorps beim General-Gouverneur" in België (Wetstraat 10) voor het vervoer van hout en timmerhout,
q) der „Leitung des Kraftfahrwesens beim Gêne- rai-Gouvernement" in België (Wetstraat 10) voor het vervoer van motorwagens, motorwielen, evenals dezer voorraad- en hulpstukken, van ruwe gom, ruwe rek- gom, en rekgom, gombanden, oudgom en gomafval evenals van spiritus, benzin, zuiverbenzol en solvent- nafta;
à) der „Oelzentrale' in België (Brussel, Koloniën- straat 54) voor het vervoer van oliën en vetten;
e) des „Verwaltungschefs beim General-Gouver- neur" in België, „Abteilung fiir Handel und Gewerbe (Herlevingslaan 3o), voor het vervoer:
van wol, katoen, vlas, hennep, jute, zijde en dezer half- en afgewerkte voortbrengselen en afvallen, vod- den;
verder van ammoniak in aile vormen en verbindin- gen, chloorkalk, zwavel en zwavelhoudende grondstof- fen, zwavelzuur, zuiver en in aile verbindingen, aniline en teerverven allerhand en in aile vermengingen, zink, ruw en bewerkt, aluin en zwavelzure Meiaarde, teer en de daaruit gedestilleerde voortbrengselen,
ten slotte van aile hiervoren onder a tot e niet ver-
tnelde waren, die aangeslagen of de verkîaringsver- pîichting onderworpen zyn. (Y erg. Verordeningen over den verklaringsplicht voor benzine, bensol, enz., van lin December 1914, Wet- en V erordeningsblad nr. 23, voor nietalen en ertsen van 25n Januari 1915, Wet- en V erordeningsblad nr. 36).
De voor het vervoer van waren binnen het Etappen- gebied genomen maatregelen en voorschriften des Gou- vernements Anticerpen over het îoslaten van de te Ant- werpen ingehouden waren, vallen niet onder voorgaan- de bepalingen.
V. De overeenkomstig nr. I tot IV verleende toela- tingen tellen voor drie week, zooverre in de toelating niet îiitdrukkelyk eene langere t druimte toegestaan werd.
VI. Wie de voorschriften dezer verordening onder I, II en IV overtreedt, wordt met een boet van ten hoogste vyftigniaal de waarde der goederen gestraft, in plaats waarvan, bij onvermogen ten hoogste 1 jaar gevangenis komt. Daarbij komt beslaglegging op de goederen.
De poging tot overtreding tcordt zoo goed aïs de loltrokken overtreding gestraft.
Bevoegd tot bestraffen zijn de krijgsrechtbanken en in lichtere gevallen de krygsoverheden.
VII. Deze verordening tcordt terstond van kracht. Brussel, den 13n Oktober 1915.
No.134. — 29. oktober 1915.
Van af 1 November 1915 wordt de bewaking, zoo- als sij tot nu reeds voor de in de jaren 1892 tot 1897 geboren Belgen bestond, op alle mannelijke Belgen uitge- breid, die in de jaren 1885 tot 1898 (beide inbegrepen) geboren zijn.
Daarentegen ivorden de manschappen (niet de offi- cieren) der voormalige onwerhzame burgerwacht met hun voltooide 30 levensjaar van de hewaking ont- slagen.
Bij deze gelegenheid herhaal ik, dat hewaking al- leen ingevoerd tcerd oni de aanwezigheid der meldings- plichtigen- vast te stellen en hun ontwijken te beletten.
Er wordt daarmede noch inlyving in het Duitsche léger noch een tcegvoeren in krygsgevangenschap be- doeld.
Brussel, den 22n Oktober 1915.
No.134. — 29. oktober 1915.
Verordenîng, betreffend het benuttîgen der aangeslagen suiker|jpeën.
Art. 1. De benuttiging van de hij Verordenîng en van 13n Augustus j.l. (Wet- en V erordeningshlad nr. 107) en van 26n September j.l. (Wet- en Y erordenings- hlad nr. 120} aangeslagen gedroogde suikerijpeën wordt de „Zentral-Einkaufsgesellschaft m. h. H." te Brussel opgedragen.
Art. 2. De binnen het gehied des Generalgouverne- ments geivonnen groene suikerijpeën mogen, sooverre ze niet voor de groenselkweek dienen, alleen voor het drogen gebruikt worden. Vooral is het verboden ze te vervoederen of te branden.
Art. 3. Elke bezitter van gedroogde suikerijpeën is verplicht:
&) de gezamenlijke hoeveelheid in zijn bezit bij de „Zentral-Einkaufsgesellschaft" aan te geven;
h) den door den Verwaltungschef daartoe gemach- tigden vertegenwoordigers der „Zentral-Einkaufsge- sellschaft" toegang tot de bewaarplaatsen te verleenen;
c) den onder h) vermelden vertegenwoordigers de zakenboeken voorteleggen en rekenschap van het ver- hlijf zijner voorraden te geven.
Art. 4. Elke bezitter van gedroogde suikerpeën is verplicht, zijne voorraden aan de „Zentral-Einkaufs- gesellschaft" voor België te lever en, die de ware in evenredigheid harer waarde en bruikbaarheid overeen- komstig de in de Verordening van ISn Augustus jl. (Wet- en Verordening sblad nr. 107) vastgestelde hoog- ste prijzen baar betaalt.
Art. 5. De uitvoering dezer verordening wordt den V ervmltungschef bij den Generalgouverneur in België opgedragen, die ook uitzonderingen op de bepalingen
deser verordeningen en op de hoogste prysen mag toe- staan.
Art. 6. Wie de hepalingen van art. 2 en 3 deser cerordening overtreedt, wordt met ten hoogste 2.000 mk. boeic gestraft. Overtredingen van art. 4 worden met ten hoogste vijf jaar gevangenis of met ten hoogste 20.000 mk. boete gestraft. Bevoegd zijn de Duitsche Krijgsrechtbanken.
Brussel, den 23n Oktober 1915.
No.134. — 29. oktober 1915.
Het invoeren van gehruikte en ongebruikte post- en liefdadigheidszegels, die sedert hegin van den oorlog door de met Duitschland of deses Bondgenooten in oor- log liggende Staten nieuw uitgegeven werden of nog worden, evenals de handel met sulke post- en liefdadig- heidszegels wordt verboden. Inzonderheid wordt ver- boden, zulke zegels aanteprijzen of uit te stallen.
Overtredingen van dit verbod worden met ten hoog- ste 10.000 mk en m et ten hoogste een jaar gevangenis of met een van beide gestraft. Ook kan beslaglegging op de zegels uitgesproken worden.
Bevoegd zijn de Duitsche krygsrechtbanken en krijgsoverheden.
Deze verordening wordt op 5 November van kracht.
Brussel, den 26n Oktober 1915.
No.136. — 3. november 1915.
Art. 1. De bepalingen der Verordening van 3n November 1914 betreffend hetaalverbod tegenover Enge- land en Frankrijk (Wet- en V erordeningsblad voor de bezette streken van Belgi'é nr. 10), in de bewoording der Verordening van 12n Augustus 1915 (Wet- en V er- ordeningsblad voor de bezette streken van België nr. 109) îcorden als vergeldingsniaatregel ook op het Brit- sche bezettingsgebied in Egypte, evencds op de onder Fratisch beschermheerschap staande streken van Ma- rokko toepasselyk verklaard.
Art. 2. Deze Verordening wordt terstond van krach t.
BrusseL den 29n Oktober 1915.
No.136. — 3. november 1915.
Met goedkeuring des Heeren Generalgouvemeurs in België heb ik overeenkomstig de Verordeningen van 17 Fehruari en 26 Augustus 1915 het handelshiiis British- American Tobacco Cy (Belgium) Ltd te Ant- werpen onder dwangheheer geplaatst. Tôt dwangbe- heerder heh ih den Heer Rechtsanwalt Dr. J. M. Lap- penberg benoemd.
Brussel, den 29n Oktober 1915.
No.136. — 3. november 1915.
Verordening, betreffend wijziging der Verordening
an 27. 7. 15 (Wet- en Verord. bl., blz. 837)
over het aanslaan der haver.
In plaats der Verordening van 27. 7. 15 gelden vol- gende hepalingen:
Art. 1. De by art. 1 der Verordening van 27 Jiili 1915 voor het gehied des GeneraJ-Gouvernements uit- gevoerde beslaglegging op de haver uit het oogstjaar 1915 ivordt ook verder van kracht verkîaard.
Het stroo wordt na het dorschen vrij gegeven.
Art. 2. Zooverre hierna met anders bepaald ivordt, ma g: aj aan de aangesJagen haver geene verandering toe- gebracht icorden,
h) bij overeenkonist of verdrag er niet ten bâte van derden over beschikt icorden.
Onder beschikken wordt verstaan: aan- en verkoop, verpanding, wegschenken, beleenen, ruilen.
Art. 3. Elke ondernemer van een landbouwbedrijf binnen het gebied des General-Gouvernements in Bel- gië, in heticelk gedurende het oogstjaar 1915 haver gewonnen werd of welk ander bezitter van haver uit het oogstjaar 1915 is verplicht, aile tot het beivaren der aangeslagen stapels vereischte handelingen, het dorschen inbegrepen, uit te voeren en de haver met de zorgvuldigheid van een ordentelyk huisvader te be- handelen.
Hy moet:
a,) het legerbestuur op verzoek al de haver, met uit- sondering alleen van het onder art. 6, nrs. 1 en 2 ver- melde zaaigoed en de tot den a.s. oogst benoodigde voe- derhaver tegen geld afstaan, ze tydig aanvoeren, leve- ren en verladen,
h) den lasthebbers van het legerbestuur toegang tot alle plaatsen van zijn gedoe tot het uitvoeren van hunne lastgeving toestaan, hun de voorhanden sakenhoeken voorleggen en hun hewijzen waar de haver op het ge- doe gewonnen, gehleven is.
Art. 4. Elken ondernemer van een landhouwhedryf of welh anderen hezitter van haver uit het oogstjaar 1915 wordt verboden:
a) aile opvoederen of gelijk welk gebruik van haver, soover het niet door deze Verordening toegelaten wordt (zie art. 6),
h) aile vervoer van haver zonder geleihrief van het legerbestuur ,uitgenomen het vervoer van 't veld tot het pachthof, van het pachthof naar de dorschmaschien en van daar terug op het pachthof.
Art. 5. Voert een landbouw ondernemer of welh ander bezitter van haver uit het oogstjaar 1915 eene der onder art. 3 nr. I en lia voorgeschreven hande- lingen binnen het P' dsverloop door het legerbestuur of in diens opdracht gesteld, niet uit, zoo laat dit ze door derden op kosten van den ondernemer of bezitter uit- voeren.
Art. 6. Van de beslaglegging worden ten bâte van den bezitter eener landbouwonderneming ontslagen:
1. Bij het zaaien voor elke hektaar van de door hem in het jaar 1915 voor haver besteede akkervlakte tel- kens 170 kg. zaaihaver van beste hoedanigheid en eigen winning.
Het gebruik van grooter hoeveelheden zaaigoed of het aanschaffen van vreemd zaaigoed moet door de Kreischefs der betrokken „kreise" goedgekeurd worden.
2. Voor de opvoedering per dag:
a) voor elken gekeurden dekhengst en voor elk onder grond werkend mynpaard 5000 gr. haver,
h) voor allé andere ya .rden 1500 gr. haver.
Voor paarden die een groot deel van het jaar ter weide gaan, kan de vry te geven hoeveelheîd haver da- gelyks door den Kreischef met een derde verminderd worden. Anderzijds Jean de Kreischef voor elk werk- paard van zware soort in de steden en in nyverheids- ondernemingen, voor elke merrie in de stoetery en elke moedermerrie 2500 gr. haver per dag toestaan.
3. Voor paarden van zulke hezitters, die de haver voor hun gehruik niet zelven winnen, worden de hier- voren opgegeven daghoeveelheden aan haver voor eene behoorlyke, door den Kreischef der aankoopplaatsen te bepalen tydsruimte ten aankoop van den voortbren- ger vry gegeven.
4. Voor muiîdieren, miiilezeîs, ezels en ponys wordt volstrekt geen haver toegestaan.
Het legerhestuur vergoedt voor elke 100 kg. over- genomen en tijdig op de bepaalde plaats geleverde haver van goede marktgeschikte hoedanigheid, met een minstgewicht van 44 kg., per hectoliter 33 frank. Den prys voor haver van minder waarde bepaalt het leger- bestmir op grond van een door een deskundige uitge- bracht verslag.
De prijs van 33 frank voor 100 kg. geldt algemeen cds hoogste prijs.
Art. 8. Wie in strijd met de bepalingen dezer ver- ordening handelt, wordt met ten hoogste 5 jaar ge- vangenis of met ten hoogste 20,000 frank boete ge- straft. Beide straffen kunnen tegelijkertijd uitgespro- ken worden. Terzelfdertijd kan in gevallen als onder art. 2, 3a, 4h of 7 vermeld ook beslaglegging op de haver ten bâte van het legerbestuur uitgesproken worden.
Art. 9. Bevoegd tot oordeelvellen zyn de Duitsche krygsrechtbanken.
cArt. 10. Het uitvaardigen van uitvoeringshepalin- gen hlijft voorhehouden.
Brussel, den 31n Oktober 1915.

No.136. — 3. november 1915.
Tôt hevordering van de veeteeît hepaal ik hierby, dat de uit Nederland ingevoerde teeltkoeien, die over de bewakingsposten Esschen en Maaseik binnen mo- gen en hier op den linker hoorn met het hoornbrand- merk E (Esschen) of M (Maaseik) en volgnummer voorsien worden, van allé opeisching verschoond blyven.
De bezitters der koeien nioefen op verlangen een door den bewakingsveearts voor elk afzonderlyk dier af te leveren betvysschrift overleggen, waaruit blykt, dut de dieren met het vermelde hoornmerk over den bewakingspost werden ingevoerd. In het bewijsschrift moeten buiten het hoornmerk, ouderdom, kleur, merk of welk ander bijzonder kenmerk van elk dier afzon- derJijk aangegeven zyn.
Brussel, den 31n Oktober 1915.
No.137. — 6. november 1915.
Verordening, betreffend het benuttîgen van
krengen en van geslachte dieren voor
menschelljke voeding ongeschikt.
Art. 1. Komen eenhoevigen (paarden, esels, muil- ezels, muildieren) , runderen, kalveren of zwijnen (big- gen uitgezonderd) te vallen of wegens besmettelijke siehte geslacht te worden, zoo moet hiervan hinnen twaalf uur de plaatselijke „Kommandantur" hennis gegeven worden.
Evenzoo moeten aangegeven worden de in open- hare slachthuizen en burgerslachterijen afgeheurde geheele dieren en de in openbare slachthuizen afge- heurde deelen van dieren, indien deze dieren of deelen ervan voor menschenvoeding ongeschikt bevonden wor- den. De in openbare slachthuizen afgekeurde deelen moeten in sluitbare hulzen bewaard en met een ont- smettingsvocht, om bederf te voorkomen, besproeid worden.
Krengen, dierlichamen en hun deelen moeten aan de door de „Oelzentrale" aan te duiden inrichtingen voor krengbenuttiging afgeleverd worden. Schapen en gei- ten zyn aan deze benuttigingsinrichtingen af te leveren.
Art. 2. Zijn tot aangifte verplicht:
1. de eigenaar,
2. de veeartsen en andere vleeschkeurders,
3. de bestuurders der slachthuizen of zulke perso- nen, die met de bewaking der krengen, dierlichamen of deelen ervan (art. 1, Iste en 2de alinéa) belast zijn,
4. voor îcrengen of door smeUiekte aangetaste dieren, de hygehaalde vaststeïlende veearts.
De aangifte door een dezer personen ontslaat aile andere daarvan.
Art. 3. De inrichting voor krengbenuttiging haalt kosteloos de krengen, geslachte dieren of deelen ervan (art. 1.) af. H et afhalen van Jcrengen en geslachte dieren moet des Zomers binnen 24, 's Winters hinnen 36 uur gesckieden, na de inkennisstelling vanwege be- voegde syde.
Het afhalen in de openbare slachtkuizen van de be- îcaarde deelen van dieren is derwijze te regelen, dat het slechts geschiedt, wanneer een zekere hoeveelheid voorhanden is, die de moeite van het vervoer loont.
Art. 4. Voor gevilde krengen, geslachte dieren of deelen van slachtvee (art. 1) komt den eigenaar geene schadeloosstelling toe. Wanneer krengen en geslachte dieren met de huid ingeleverd worden, moet eene be- hoorlijke vergoediny voor de huid toegestaan worden, indien zij volgens de bestaande veearts-politiebepalin- gen mag afgetrokken worden.
De hoogste vergoeding wordt vastgesteld:
voor huiden van paarden van 17 kg. en meer 18. — Mk. per stuk
voor huiden van schapen . . 2.— Mk. per stuk
voor huiden van geiten . . . . 2.— Mk. per stuk
voor huiden van runderen . . 0.80 Mk. per stuk
voor huiden van kalveren . . 1.20 Mk. per stuk
Voor huiden van zwijnen wordt geene vergoeding toegestaan. Weegt de paardehuid minder, dan wordt ook de vergoeding naar verhouding verminderd.
Art. 5. Overtredingen der voorschriften van art. 1, 2 en 3 dezer verordening worden met ten hoogste 5000 Mk. boete en met ten hoogste één jaar gevange- nis, of met één van beide gestraft.

Bevoegd zijn de hrijgsrechthanhen en de krygsover- heden.
Brussel, den 29n Oktoher 1915.
No.137. — 6. november 1915.
Uîtvoeringsbepalingen by de verordening van 29n
Oktober 1915 betreffend het benuttigen van
krengen en van geslachte dieren voor
menscheltjke voedîng ongeschiki.
Ter uitvoering van art. 1 der Verordening van 29h October 1915, betreffend het benuttigen van krengen eu van tot menschelyke voedîng ongeschikte geslachte
dieren, wordt hepaald, dat aïs inrichtingen voor hreng- henuttiging voorshands gelden de vilderijen te:
(Zie de namen hierhoven).
Bij dese inrichtingen moeten de onder art. 1 van voormelde Verordening aangegeven krengen, dier- Jichamen en deelen van tot menschelijke voeding onge- schihte dierlichamen uit de omschrijvingen ingeleverd worden, waarvan de grenzen op de schets hij den Duit- srhen tekst te sien zijn.
Ilet aanduiden van verdere inrichtingen voor krcng- henutitging, evenals daartoe behoorende omschrijvin- gen hhjft voorhehouden.
Brussel, den 4n November 1915.
No.138. — 8. november 1915.
Verordenîng betreffend bestr dîng van mond- en klauwzeer.
Het hij art. 2 uit het Besluit van den Koning der Bel g en, betreffend hestrijding van mond- en hlauw- seer, van 2n Oktober 1913 voorgeschreven in den stal afsonderen van de door mond- en Idauwzeer hesmette of als hesmet verdachte runders wordt voor den Kreis Verviers (prov. Luik) voordehand door volgende voor- schriften vervangen:
1. Van het afzonderen in den stal kan afgezien worden.
2. Uit den „Kreis" mag vee alleen uit onbesmette of reeds van mond- en klauiczeer genesen stapels en alleen om geslacht te worden naar bij sonder e slachte- rijen of openbare slachthuisen binnen den „Kreis" Ver- viers, evenals naar het openbaar slachthuis te Luik uitgevoerd worden. Het bewijs, dat het vee uit onbe- smette of reeds van mond- en klauwzeer genezen sta- pels stamt, moet uit een getuigschrift van den burge- meester blijken, dat de hoofddrijver moet op zich heb- ben en op verzoek laten zien.
De Gouverneur der provincie Luik kan toestaan, dat het vee uit de openbare slachthuizen te Verviers en Luik om te slachten naar andere plaatsen uitge-
voerd wordt, zooverre het door den veearts na onder- £oek, dat vôôr den idtvoer zal plaats hebben, gezond erJcIaard wordt. Brussel, den 4n Novemher 1915.
No.139. — 11. november 1915.
In overeenstemming met artihél 49 der Haagsche Konventie betreffend de regeling der wetten en gehrui- hen des landoorlogs wordt hierhij de Belgische hevol- king voordehand, dis bijdrage tot de onderhoudskosten van het léger en het bestuur van het bezette gebied, eene kr gsbelasting ten bedrage van 40 millioen frank maandelijks opgelegd. De Duitsche ,,Verwaltung" be-
houdt zich het reckt voor, de uitbetaling der maayide- lijJcsche stortingen geheel of gedeeltelijk in Duitsch geld op den voet van tachtig mark voor honderd frank te innen.
Tôt de hetaling verplicht zyn de 9 provinciën van België, die voor de verschuldigde bedragen als geza- menlijke schuldenaar aansprakelyk zijn.
De hetaling der eerste storting moet ten laafste voor 10 December 1915, die der volgende telkens voor den lOn van elke maand geschieden aan de „Feld- kriegskasse des Kaiserlichen Generalgouvernements" te Brussel.
Worden tot het aanschaffen van betaalmiddelen van tcege de provinciën schuîdhrieven uitgegeven, zoo bepaalt er de ,,Kaiserlichen Generalkommissar fur die Banken in België", vorm en inhoud van.
Brussel, den lOn November 1915.
No.139. — 11. november 1915.
Verordening, betreffend het bennttigen van ajuin.
Ter bescherming van gebruikers van ajuin tegen huitensporige pryzen bepaal ik:
1. De binnen het gebied des Generalgouvernements oorhanden ajuin wordt hierby aangeslagen.
Aan de aangeslagen stapels mogen noch wijzigingen gebracht, noch erover beschikt, noch verplichtingen om erover te beschikken aanvaard worden. De rechtszaken in strijd hiermee gesloten tellen niet. Leveringsverdra- gen, die nog niet door leiering uitgevoerd zyn, zyn on- geldig. De ajuin moet door de bezitters zorgzaam be- handeld worden.
2. Elke bezitter van ajuin, de verzenders inbegre- pen, stapelhouder en andere bewaarder is verplicht:
a) de geheele in zijn bezit zijnde hoeveelheid bij de • .Obsfzentrale" aantegeven,
b den door den „Verwaltungschef" hij den Gene- ralgouverneur gemachtigden vertegenwoordigers der „Ohstzentrale' toegang tot hunne bewaarplaatsen te verleenen,
c) onder h) voornoemden vertegenwoordigers der „Ohstzentrale" hunne zahenhoeken voorteleggen en hun te bewijzen waar de ajuin gebleven is.
3. De „V erwaltungschef hij den Generalgouver- neur ivordt gemachtigd, hoogste prijzen voor ajuin hij bekendmaking vast te stellen.
4. H et benuttigen van de aangeslagen ajuin wordt de „Ohstsentrale" te Brussel opgedragen. De ajuinbe- zitters zijn verplicht, hunne stapels tegen gereed geld aan de „Obstzentrale" te leveren. De „Obstzentrale" moet eerst en overal in de behoefte der Belgische be- volking voorzien. De „V erwaltungschef" bij den Gene- ralgouverneur in België wordt gemachtigd, de hiertoe benoodigde hoeveelheid te bepalen.
5. Vrij van beslaglegging en van aangifte zijn:
di) de voor eigen gebruik in het eigen huishouden bestemde ajuin d. i. ten hoogste voor elk huishouden 20 kg.;
h) de ajuin, voor den kleinhandel bestemd en reeds in 't bezit van zulke kooplieden, die rechtstreeks aan de gebruikers verkoopen, in eene hoeveelheid van 60 kilo voor elken koopman.
6. Uitvoeringsbepalingen vaardigt de „Verwaltungs- chef" bij den General gouverneur in België uit, die ook uitzonderingen op de bepalingen dezer verordening, inzonderheid op de hoogste prijzen kan toestaan.
7. Wie de bepalingen der art. 1 en 2 dezer verorde- ning overtreedt, wordt met ten hoogste één jaar gevan- genis of met ten hoogste 10,000 Mk. boet gestraft. Deze kan ook samen met gevangenis uitgesproken worden.
Buitendien kan heslaglegging op de ware, het voor- werp der overtreding, uitgesproken worden.
Bevoegd syn de Duitsche krijgsrechtbanken en krygsoverheden.
8. De verordening wordt terstond van kracht.
Brussel, den 6n November 1915.
No.139. — 11. november 1915.

Het inkomreckt op kakaogrondstof (van stof, schiU len en kiemen gesuiverde, gedroogde of gerooste, ge- malen kakaokerngrut) wordt voorshands op 15 frank per 100 kg. verminderd.
Brussel, den 6n November 1915.
No.139. — 11. november 1915.
Met goedheuring des Heeren Generalgouvemeurs in België heb ik overeenkomstig de Verordeningen van 17 Fehruari 1915 en van 26 Augustus 1915
(Zie de namen kierboven).
Brussel, den 8n November 1915.
No.140. — 14. november 1915.
Verordenîng, betreffend den buitengewonen zittjyd der provincieraden.
Art. 1. De provincieraden der Belgische provinciën
worden hierhij tot eenen huitengewonen eittijd op Ditis- dag. 30 Noveniher 1915 te middag 12 uiir (D. T.) in de hoofdplaatsen der provinci'én opgeroepen.
Art. 2. De afkondiging dezer oproeping geschiedt alJeen in het Wet- en Verordeningsblad voor de be- lette streken van België en in het Verordeningsblad voor het Etappengebied van het IVe Léger.
Art. 3. De uitnoodiging van de leden der provincie- raden geschiedt door de Bestendige Afvaardiging. De gouverneur der provincie is niet gehouden op de zitting aamcezig te zyn. De Bestendige Afvaardiging duidt het lid der Afvaardiging aan, dat den zittijd opent en sluit.
De opening en sïuiting geschiedt voor de provin- ciën Antîcerpen, Brabant, Henegouw, Limburg, Luik, Luxemburg en Namen in den naam „des Kaiserlich Deutschen Generalgouverneurs" , voor de provinciën Oost- en Westvlaanderen in den naam van den „0p- perbevelhebber van het IVe Léger".
Art. 4. De zittyd duurt niet langer dan éénen dag en ivordt bij gesloten deuren gehouden.
Op de dagorde staat uitsluitelijk:
a.) de îcyze van opbrengen van de aan de bevolking van den Belgischen Staat opgelegde krygsbelasting,
h) dekking der op 15 Januari 1916 vervaîlende pro- vinciën-schuldbrieven.
Art. 5. De provincieraden nemen in dezen zittyd, îvelk ook het aantal aanwezige leden zij, geldige be- sluiten.
Brussel, den lOn November 1915.

No.140. — 14. november 1915.
Met goedkeuring des Heeren Generalgouverneurs
in Belgi'é heb ik overeenkomstig de Verordeningen van
17 n Februari en 26n Augustus het handelshuis
Edouard Derop te Brussel, Plantenstrant 97, onder
' dwangbeheer geplaatst. Tôt dwangbeheerder heb ik
den Heer Th. Rix benoemd.
Brussel, den 9n November 1915.

No.140. — 14. november 1915.
Ter wijziging en ter aanvulling der verordening van 20 Juli 1915, hetreffend het gerstverbruik (Wet- en Verordeningshlad nr. 100) verorden ik het volgende:
Art. 1. Aile moiitkiemen in het hereiJc van het Gê- nerai-Gouvernement en van de distrihten Maubeuge, Givet en Fumay syn hiermede aangeslagen; de heslag- legging begrijpt aile voortbrengst van moutkiemen, vanaf het oogenblik dat de niout uit den moutmolen komt.
Art. 2. Elke besitter van moutkiemen is verplicht, op aanvraag, de „Gerstenzentrale in Belgien" binnen den bepaalden tijd, aile voorraad aan moutkiemen in zijn bezit aan te geven, en deze hoeveelheden door verkoop aan de „Gerstenzentrale in Belgien" af te staan.
Art. 3. De „Gerstenzentrale in Belgien' koopt deze moutkiemen op grond van hun stofvrije hoedanigheid en volgens hun bruikbaarheid tegen den prijs van 45 frank per 100 kg. De „Gerstenzentrale in Belgien" verkoopt de overgenomen moutkiemen naar een door haar opgemaakt verdeelingsplan aan de door haar aangeduide gistfabrieken, welke daarvan alleen gist naar het luchtgistproces mogen vervaardigen. Zij ver- hoogt den verkoopprijs dermate, dat hare bedrijfskos- ten gedekt worden.
Art. 4. Artilcel 14 der verordening van 20 Juli 1915 (Wet- en V erordeningshlad nr. 100) is toepasselijh op de geschiUen weJke ten gevolge dezer verordening tusschen de „Gerstenzentrale" en derde personen, het- sij tusschen de „Gerstementraîe" en haar lasthebbers zouden kunn n ontstaan.
Art. 5. De „Gerstenzentrale" kan met goedvinden van den „V erwaUungschef" uitzonderingen aan deze verordening foestaan.
Art. 6. Deze verordening is niet toepasselijk op de moutkiemen waarvan de vreemde herkomst is vastge- steld en die na den 15n November 1915 zyn inge- voerd.
Art. 7. Wordt met gevangenis tot één jaar of met geldboete tot 5.000 Mark gestraft:
a) Wie de door artikel 2 gevorderde aangifte niet, te JcMt, of onnauwkeurig doet;
h) Wie zonder toelating, moutkiemeyi aan de be- slaglegging ontfrekt, of vooral ze opvoedert of ander- zins gebritikt;
c) Wie weigert moutkiemen te verkoopen aan de „Gerstenzentrale in Belgiën";
d) Wie de moutkiemen aan de afnemers door de ,.Gerstenzentrale" aangeduid, niet of niet volgens haar voorschriften aflevert;
e) Wie als brouwer of mou fer, voor iedere 100 kg. aan zyn bedrijf afgestane gerst, minder dan 2 kg. moutkiemen voortbrengt, of tcie aan de voortbrenging of bewaring der moutkiemen niet de noodige zorgvul- digheid en ordentelijkheid besteedt.
Art. 8. Bevoegd tot oordeelvelîen zijn de Duitsche Krijgsrechtban ken.
Brussel, den ïOn November 1915.
No.140. — 14. november 1915.
BEKANNTMACHUNG.
Herr Dr. R. Lepsius ist anstelle des abberufenen Herrn Dr. W. Zeiss fiir die Firmen:
1) Osséine et Engrais de Selzaete, Selzaete,
2) Burt Boulton et Haywood, Selzaete,
3) Société Française d'Aluminium, Selzaete zum Zwangsverwalter ernannt worden.
Briissel, den 10. November 1915.

(Voir les noms ci-dessus). Bruxelles, le 10 novembre 1915.

(Zie de namen hierboven). Brussel, den lOn November 1915.
No.141. — 16. november 1915.
Krachtens art. 3 der Verordening van 6n Novem- her jL hetreffend benuttiging van ajuin, stel ik voor- dehand als hoogsten prijs voor ajuin vast:
&) in 't groot, per 100 kg. verpakking inbegrepen, franco ait stapelpîaats 22 frank;
h) in 't klein per kilo 0,29 frank.
BrusseJ, den lin Novemher 1915.
No.142. — 19. november 1915.
Met goedkeuring des Heeren Generalgouvemeurs in Belgi'é heh ik overeenkomstig de Verordening van 17 Fehruarl 1915 het handehhuis Banque du Nord, Brus- sel, onder dwangbeheer geplaatst.

Tôt dwangbeheerder heb ik benoemd den Heer H ans Weinschenk.
Brussel, den 16n November 1915.
No.143. — 22. november 1915.
Met goedkeuring des Heeren Generalgouverneurs in België heb ik overeenkomstig Verordening van 17 n Februari 1915 de Société Anonyme des Charbonnages d'Alexinatz, te Brussel, onder dwangbeheer geplaatst.
Tôt dwangbeheerder heb ik den Heer Edmond Wil- berg benoemd.
Brussel, den 17n November 1915.
No.144. — 24. november 1915.
Verplichtingen en borgstellingen, die tegenover de ..Société générale de Belgique" aangegaan worden, ten einde befalingen te hekomen op schadevergoedin- gen voor aangeslagen waren, in de Duitsche „Reichs- hank" gesperd, zijn stempelvrij.
Brussel, den 17 n November 1915.
No.145. — 27. november 1915.
Verordening betreffend den handel in huîden van groot vee, kalfs-, schapen- en geit nvellen, looistoffen en leder.
§ 1. De binnen het gebied des Generalgouverne-
ments bestaande huidvetterijen mogen huiden van groot vee, kalfs-, schapen- en geitenvellen, evenals looistoffen allerhand eiken- en pijnschors alleen van de „KriegsJeder-Aktiengesellschaft", hantoor Brus- sel, koopen. Het aanschaffen van elders, wese het door koop of door andere rechtshandelingen, wordt hun verhoden. Hiermee in str d zijnde verdragen worden hierbij opgeheven.
Voor het overige blyft het handelsverkeer met ver- melde stoffen vrij.
§ 2. De „Kriegsleder-Aktiengesellschaft", kantoor Brussel, sal de onder artikel 1 vermelde waren aan- koopen en naar mijne aamvijzing aan de huidvetterijen voortverkoopen.
§ 3. De „Kriegsleder-AktiengeseUschaft'\ kantoor Brussel, wordt een voorkoopsrecht op het door de huid- vetterijen vervaardigd leder toegestaan. Buitendien mo- gen de huidvetterijen over de voorthrengselen uit de hun verkochte stoffen enkel met toestemming der „Politische Ahteilung, Wirtschaftliche Sektion", be- schikken.
§ 4. Overtredingen van deze verordening worden met een boete van ten hoogste vijftigmaal de waarde der ware gestraft, daarbij kan ook gevangenisstraf tot ten hoogste 1 jaar en verbeurdverklaring van de ware uitgesproken worden.
§ 5. Bevoegd sijn de krijgsrechtbanken.
Brussel, den 20n November 1915.
No.145. — 27. november 1915.
Op grand mijner verordeningen van 30 Juni jl. en 23 Juli il. (nr. 5) hetreffend den horenoogst 1915, evenaJs mijner verordening van 28 Augustus jl. hetref- fend koren en meel uit vroegere oogstjaren, heb ik op voorstel der „Zentral Ernte Kommission" de hoogste prijzen voor den verkoop van gedorscht koren, meel, zemelen en brood voordehand als volgt vastgesteld:
voor tarwe uit stapelplaats of molen geleverd frank 34,20 per 100 kg.
, rogge „ „ „ , n " 26,50 , ,. „
, spelt , „ „ , , „ 24.55 „ , ,
„ masteluin , , , , , 28.35 „ „ »
, tarwezemelen uit molen geleverd . . „ 22. — , .. »
. roggezemelen , , „ ... 18,— „ , „ „ tarwemeel aan de bakkers en gebruikers
geleverd . , 43,35 , , ,
, roggemeel aan de bakkers en gebruikers
geleverd , 34,40 , , „
„ tarwebrood aan de gebruikers geleverd , 0,40 , kg.
Dpze hoogste pryeen worden van af 1 December van kracht.
De „Provimial Ernte Kommissionen" wordt de be- voegdheid verîeend, voor de omschrijving van enkele gemeenten op aanvraag of na raadpleging van de bur- gemeesters, teikens eenen lageren hoogsten prijs voor tarwebrood, evenals hoogste prysen voor brood, voor de vervaardiging icaarvan roggemeel wordt gebruikt, vasttestellen.
Voor de verkoopen der voortbrengers van iarwe en rogge aan het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, blijven de in mijne bekendmaking van 10 Augustus d. j. (nr. 4a) vastgestelde hoogste prîjzen van kracht.
Brussel, den 23n November 1915.
No.146. — 30. november 1915.
Verordening betreffend de Belgische Begrootîng
der Ontvangsten en Uîtgaven voor order voor
het dienstjaar 1915.
Eenig artiJcel. De ontvangsten en uîtgaven voor order voor het dienstjaar 1915 ivorden wederzijds geraamd op de som van honderd en twintig mïllioen achthonderd drie en seventig diiisend zeshonderd vijf en dertig frank (120.873.635 fr.}, overeenkomstig de hierbij ge- voegde tabel.
Brussel, den 20n November 1915.
No.147. — 1. december 1915.
Verordening betreffend buîtengewone zittîng der provincieraden van Antwerpen en Brabant;
Art. 1. Gesien de provincieraden van Henegouwen, Limhurg, Luik, Luxemhurg, Namen, Oost- en West- yjaanderen over de noodige middelen tot het afbetaîen der opgelegde hrijgshelasting hebben gestemd; gezien de provincieraden van Anticerpen en Brabant echter in dezen geen eindbesluit hebben genonnen; gezien anderzijds de eerste afbetaling der krygsbelasting reeds op 10 Decetnber vervalt, worden de provincieraden der provincies Antwerpen en Brabant hierbij, op Zater- dag 4 December 1915, 's middags te 12 uur (Duitsche tyd), in de hoofdplaatsen van deze beîde provincies, tot een nieuwe buitengewone zitting byeengeroepen.
De dagorde blijft dezelfde als deze vastgesteld by verordening van 8110 November 1915, namelijk:
a.) wijze van opbrengen van de aan de bevolking van dey} Belgischen Staat opgelegde krygsbelasting,
h) dekking der op 15 Januari 1916 vervcdlende provincieschuldbrieven.
Art. 2. De afkondiging dezer oproeping geschiedt alleen in het Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België.
Art. 3. De uitnoodiging van de leden der provincie- raden geschiedt door de Bestendige Afvaardiging. De gouverneur der provincie is niet gehouden op de zit- ting aanwezig te sijn.
De Bestendige Afvaardiging duidt het lid der Af- vaardiging aan, dat de zitting opent en sluit.
De opening en sluiting geschiedt in naam van den Keizerlijhen Duitschen General-Gouverneur.
Art. 4. De zitting duurt niet langer dan één dag en wordt bij gesloten deuren gehouden.
Art. 5. De provincieraden nemen in deze zitting, welke ook het aantal aanwezige leden zij, geldige he- sluiten.
Brussel, den In December 1915.
No.147. — 1. december 1915.
Met goedkeuring des Ueeren Generalgouverneurs in
België heb ik overeenkomstig de Verordeningen van 17n Februari en 26n Augustus 1915 het huis Harry Wilson Burnyeat, Antwerpen, 2, Rouenkade, onder du'angbeheer geplaatst.
Tôt dwangbeheerder heb ik den Heer Ch. O. Schulz benoemd.
Brussel, den 27n November 1915.
No.148. — 2. december 1915.
Verordenîng over de benuttiging van suîker en de b produkien ervan gedurende den bedrqfstyd 1915-1916.

In aanvulïing der Verordenîng van 24 Septemher jl. betreffend het omgaan met suiker en suikerheeten- stroop gedurende het bedryfsjaar 1915-1916 (Wet- en V erordeningshlad nr. 132) verorden ik over de benut- tiging van suiker en de byprodukten ervan wat volgt:
Art. 1. De benuttiging van suiker en de byproduk- ten ervan geschiedt uifsluitend volgens aanwyzing der „Zuckerverteilungsstelle" te Brnssel.
De „Znckerverteilungsstelle" staat onder den „Ver- waltungschef" by den General gouverneur in BeJgi'é. Hare onkosten worden door een recht gedekt, dat de „Y erwaltungschef voor het afstaan van suiker voor het gebridk bepaalt. Dit recht wordt door den aanvra- ger betaald.
Art. 2. De ruwbeetensuikerfabrieken moeten de ge- heele gedurende den bedrijfstijd 1915-16 gewonnen ruice suiker aan de raffinaderyen afleveren. Hiertoe verstrekt de „ZuckerverteHungssteUe" nadere aanwij- zingen.
Art. 3. De suiker fabrieken, die in één der drie voor-
gaande hedrijfsjaren huissuiker (soogenoemde ivitte meel- of kristalsuiker) vervaardigd hebben, mogen hare ruwe suiJcer alleen dis huissuiker verwerken.
De „ZuckerverteilungsstelW kan hiervan afwijken- de schikkingen nemen.
Art. 4. De onder art. 2 en 3 vermelde fahrieken moeten op aanwijzing der „Zuckerverteilungsstelle" vovr hijsondere doeleinden, h.v. voor het opvoederen, ruwe suiker gereed houd n.
Art. 5. De raffinaderijen mogen enkel de in haar hedrijf voortgebrachte kristalsuiker verwerken.
Art. 6. Voor het vervaardigen van kandijsuiker en van bruine meelsuiker is de toestemming der „Zucker- verteilungsstelle" noodig.
Deze is gerechtigd, hoogste prijsen voor dese sui- kersoorten vast te stellen.
Art. 7. De Zuckerverteilungsstelle is gerechtigd voor de verpakking van suiker en de bijprodukten er- van hoogste prijsen vast te stellen.
Art. 8. De suikerfabrieken en de fabrieken, die sui- ker of bijprodukten ervan verwerken, zijn verplicht, de „Zuckerverteilungsstelle' op verzoek, naar waar- heid elke inlichting te verstrekken, die deze tot het regelen dev'suikerbenuttiging en de bijprodukten ervan, noodig heeft.
Art. 9. De wittesuikerfabrieke'n en raffinaderijen (huissuikerfabrieken) mogen, na aan den accijnsplicht te hebben voldaan, maandelijks niet meer suiker in den vrijen handel brengen, dan de door de „Zuckervertei- lungsstelle" voor elke maand bepaalde hoeveelheid harer jaarvoortbrengst.
Neergelegde suiker in een openbare bergplants voor een anders rekening, geldt als zijnde in den vrijen han- del gebracht.
Art. 10. De mêlasse moet ter beschikking der
,.Zucherverteiliingsstelle' gehouden ivorden, die het afstaayi ervan voor veevoedering of mogelyke andere vericerking regelt. Het verzenden van de mêlasse, icaarvan het gebruik vastgesteld is, moet volgens de aamvijzingen der „Zuckerverteilungsstelle" geschieden.
Art. 11. Aile fahriekinrichtingen, die suiker of stroop tot gelijk welke fabrikatiedoeleinden gebruiken (suikerverwerkende nyverheden) moeten danrtoe de goedkenring der „Zuckerverteilungsstelle" aanvragen en ook dan, wanneer zij de suiker of stroop van de vrije niarkt trekken.
Art. 12. leder handelaar in suiker (ook de klein- handelaar) en de hedryven, die suiker tot fabrikatie- doeleinden gebruiken (art. 11) moeten de suiker van andere waren afgezonderd bergen, zoodra er spraak is van hoeveelheden boven 100 kg. voor elke inrichting.
Art. 13. De onder art. 12 vermelde handelaars en bedrijven moeten een boek houden, waarin zij naar waarheid by elk in- en uitgaan van suiker bij hoeveel- heden boven 50 kg. moeten opteekenen:
a.) soort en gewicht der opgestapelde suiker, die zij indoen, aard, dagteekening en nummer van den belas- tingsbrief, die het vervoer begeleidde;
h) soort en geivicht der suiker, die zij uit bergplaats of winkel afleveren, aard, dagteekening en nummer van den belastingsbrief voor de verzending, naam en icoonplaats der koopers of ontvangers, soort en gewicht der suiker, die tot fabrikatiedoeleinden benuttigd wordt.
Art. 14. Van tvege de „Zuckerverteilungsstelle". lasthebbende personen hebben te allen tijde het recht:
Si) ten einde de hoeveelheden aan suiker en bypro- dukten vasttestellen, de bergplaatsen en aile andere plaatsen, der suikerfabrieken en -handelaars (art. 12) evenals van zulke bedrijven, waarin suiker of bijpro-
dukten tot fabrikatiedoeleinden gebruikt worden, te doorsoehen,
h) de vereischte vaststellingen daaromtrent te doen, of de suiker en de hyprodiikten ervan tot de voorge- schreven doeleinden gebruikt worden.
Art. 15. Wie meer dan 1.000 kg. suiker in zijn be- zit heeft, is verplicht, op verzoek der „Zuckervertei- lungssteUe" bij haar aan te geven, hoe groot de hoe- veelheid en wie er de eigenaar van is.
Ten behoeve eener behoorlijke verzorging der bevol- king en tot het beletten van speculatief achterhonden van suiker en de bijprodukten ervan, is de „Zuckerver- teilungsstelle" gerechtigd, de ware van hen, die er het recht hebben over te beschikken, met geweld tegen eenen door den „Verwaltungschef" goedtekeuren prijs, af te nemen en op gepaste wijze ten gebruike der be- volking te stellen.
Art. 16. Het benuttigen van ingevoerde suiker en de bijprodukten ervan is met goedkeuring der „Zucker- verteilungsstelle" toegelaten.
Art. 17. Wie de bepalingen deser verordening ovcr- treedt, wie den van wege de ,,ZuckerverteilungssteUe" lasthebbenden personen (art. 14) weerstand biedt, ivie hen niet of vaïsch inlicht of wie de aanwijzingen der „Zuckerverteilungsstelle" over het afleveren van sui- ker en de bijprodukten ervan niet nakomt, wordt bin- ten nog andere opteloopen straf, met ten hoogste 6 maand gevangenis of met ten hoogste 20.000 mk boete gestraft.
In elk geval kan op verzoek der „Zuckerverteïlungs- stelle" de verbeurdverklaring van de waren, voorwerp der overtreding, uitgesproken worden.
Art. 18. Bevoegd zijn de Duitsche krijgsrechtban- ken en krijgsoverheden.
Brussel, den 24n November 1915.
No.149. — 5. december 1915.
BEKANNTMACHUNG.
Mit Zustimmung des Herrn Generalgouverneurs in Belgien habe ich gemâss den Verordniingen vom 17. Februar und 26. August 1915 die nachfol- genden Unternehmungen unter Zwangsverwaltung gestellt:
a) S. A. Usines Métallurgiques du Hainaut, Couillet,
b) S. A. Energie, Marcinelle b/Cbarleroi.
Zum Zwangsverwalter habe ich Herrn Ingénieur H. O. Sperling ernannt.
Met goedkeuring des Heeren Generalgouverneurs in Belgi'è heb ik overeenkomstig de Verordeningen van 17 n Febritari 1915 en 26n Augustus 1915 de hierna- volgende ondernemingen onder dwangbeheer geplaatst:
(Zie de namen hierboven).
Brussel, den 24n November 1915.
No.149. — 5. december 1915.
Verordening. Houtstapels binnen het gebied des General-Gouvernements. De handel in hout en het vervoeren van hout binnen het gehied des General-Gmivernements wordt van nu
af toegelaten, uitgenomen voor de stapels overzeesche houtsoorten en aile stapels in de bergplaatsen en havens van Antwerpen.
De beperking, in de Verordening over uit- en ver- voer van goederen van 13. 10. 15 onder IVh vervat, îcordt kierbij opgeheven.
Brussel. den 27n November 1915.
Ter vollediging der Verordening van 10 Augustus 1915 betreffend aangifte en inbeslagneming van rek- gomhanden, oudgom, gomafvàl en ruwe gom bepaal ik h et volgende:
Art. 1. Nieuwe, gebruikte en nog in bewerking zijnde motortviel- en rywielbanden (buiten- en binnen- banden) worden aangeslagen, zooverre er tezamen bij een en dezelfden eigenaar of bezitter meer dan vijf stuks sijn. Op wielen gespannen banden vàllen niet on- der deze verordening.
Art. 2. De krachtens art. 1 aangeslagen banden moe- ten vôôr den 20n December bij de „Kraftfahrstelle" der provincie, in ivelke zich de banden bevinden, aan- gegeven worden.
Art. 3. De bepalingen der verordening van 10 Augustus 1915 zijn op dit aanhangsel van toepassing.
Brussel. den 30n November 1915.
No.149. — 5. december 1915.
Met goedkeuring des Heeren Generalgouverneurs in België heh ik overeenkomstig de Verordeningen van 17n Fehruari 1915 en 26n Augustus 1915 het huis Les Produits Chimiques de Chimay, te Chimay, onder dwangheheer geplaatst. Tôt dwangbeheerder heh ik den Heer W. Emminghaus henoemd.
Brussel, den 2n Decemher 1915.
No.150. — 8. december 1915.
No.150. — 8. december 1915.
Verordening over de regel ing van den handel met boter.
De prys voor boter, dien de -cervaardiger by den ver- koop in 't groot vrij te Brussel, de gewone verpakking inbegrepen, verlangen kan (grondprys) wordt voors- hands per kilogr. vastgesteld, dis volgt:
I. Zoete roomboter. Zuivere boter (ten hoogste 18 % water
inhoudend) (zoete roomboter Iste hoeda-
nigheid 5.00 frank.
Boter meer dan 18 tot 50 % water inhou- dend (zoete roomboter 2de hoedanig- heid 3.00 —
II. Gesouten boter. Zuivere boter (ten hoogste 18 % water
inhoudend) (gezouten boter Iste hoeda-
nigheid) 4.80 —
Boter meer dan 18 tot 50 % water inhou- dend (gezouten boter 2de hoedanigheid) 2.80 — Art. 2. De grondprijzen dienen tot maatstaf voor
het gehied des Generalgouvernements in Belgi'é, zoo- verre niet volgens art. 7 afwijkend hepaald wordt.
Art. 3. Het vervaardigen van boter meer dan 50 % water inhoudend wordt tot wijziging der hepaling van art. 6 van het besluit van den Koning der Belgen van 20n Oktober 1903 in de bewoording van 18n Septem- ber 1904 verboden. Voor 't overige blijven de bepa- lingen uit dit besluit van kracht.
Art. 4. Er mag niet meer dan 4 % van het totaal- gewicht zout in gemengd worden.
Art. 5. De bijslag voor den voortverkoop der boter mag ten hoogste bij den verkoop bedragen: in den groothandel 0.15 fr. per kgr. boter, „ „ kleinhandel 0.40 fr. „ „ „
Iste hoedanigheid. 0.30 fr. „ „
2de hoedanigheid.
De bijslag mag zoowel in den groot- als in den klein- handel slechts eenmaal genomen worden, 't is gelijk of de ware binnen deze groepen meermaals van eigenaar verwisseld heeft.
De byslag omvat aile bedrijfsonkosten des handels en in den groothandel ook de gezamenlijke kosten van vervoer tot de plaats van den verkoop in 't klein; in den kleinhandel ook de mogelijke kosten van ver- voer tot aan de woning van den gebruiker.
Art. 6. Als kleinhandel in den zin dezer verorde ning geldt de verkoop aan den gebruiker, zooverre het niet gaat om hoeveelheden boven 5 kgr.
Art. 7. 31 et het oog op bijzondere markttoestanden in de „Gouvernements-Bezirken" kunnen de krijgs- en vesting gouverneurs voor deze „Bezirke" of gedeel- ten ervan onder aangifte aan het Generalgouvernement bij afwijking van de grondprijzen (art. 1.) hoogste
prtjzen voor den vervaardiger vaststellen, evetwls het iiiarktverkeer met boter zelf regeîen.
Art. 8. De hoogste prysen voor den verkoop in 't
•lein worden berekend met inachtneming der handels-
jslagen (art. 5} volgens de grondprijzen (art. 1} of,
btjaldien afwykingen toegelaten werden, volgens deze
(art. 7).
De kleinhandelaars moeten de boterpryzen onder aangifte der soorten (art. 1) zichtbaar in winkel of kraam uithangen.
Art. 9. Overtredingen van hier vorenstaande bepa- lingen worden met ten hoogste één jaar hechtenis of gevangenis of met ten hoogste 10,000 mark boete ge- straft. Ook beide straffen kunnen te gelijk uitgespro- ken worden.
Bovendien kan de ware verbeurd verkiaard worden.
Art. 10. Bevoegd zijn de Duitsche krygsrecht- hanken.
Brussel, den 30n November 1915.
No.150. — 8. december 1915.
No.150. — 8. december 1915.
In aanvuUing der uitvoeringshepalingen van 4n Xovember 1915 by de verordening, hetreffend de be- nttiging vayt krengen enz., van 29n Oktober 1915 (Wet- en Verordening sblad voor de bezette streJcen van België nr. 137) tcordt de viîderij te Pecq, Kreis Doornik, inrichting voor krengbenuttiging verhlaard. Rare afîeveringsomschryving omvat:
1. het tot het General gouvernement behoorend ge- deelte van deri Kreis Kortrik,
2. het Noordelijk gedeelte van den Kreis Doornik grenzende ten W. aan de provinciegrejis tot aan den spoonceg Rijsel-Doornik, ten Z. aan dezen spoorweg van af de grens tot aan Doornik en den buurtspoorweg van Doornik -F rasnes tot waar deze de Westgrens van het voormalig arrondissement Ath aanraakt, nubij het dorp Quartes; ten 0. aan de Oost grens van het arron- dissement Doornik tot waar ze samenvcdt met de Noordgrens der provincie Henegoitw, ten W. van Ronse: ten N. aan de Noordgrens van het voormalig arrondissement Doornik.
BrusseJ, den 2n December 1915.
No.151. — 10. december 1915.

Verordenîng over het vaststellen der beschikbare
voorraden aardappelen noodîg voor de
burgerbevolking.
Art. 1. Wie in het gebied van het General-Gou- vernement op 20 Decemher 1915 over meer dan 50 kg. aardappelen beschikt, moet sîjn voorraden aangeven bij de gemeenteoverheid, op wier grond zij zich be- vinden.
Art. 2. Deze aangifte moet ten laatste op 23 De- cember 1915 bij de bevoegde overheid (Art. 1} ge- schied zijn. De militaire en vesting gouverneurs, res- pectievelijk de bevelhebbers van Maubeuge en Bever- loo (Art. 6) bepalen op welke wijze de aangifte moet gedaan worden.
Art. 3. Behalve de Duitsche militaire en burger- lijke overheden zijn ook de gemeenteoverheden, of de door hen gemachtigde personen bevoegd om, ten einde nauivkeurige aangifte te verzekeren, bergplaatsen en andere dergelijke bewaarplaatsen, waarin het aanwe- zig zijn van aardappelvoorraden wordt vermoed, te onderzoeken en de boeken na te zien van hen, die tot aangifte verplicht zijn.
Art. 4. Wie de verplichte aangifte binnen den voorgeschreven termijn niet doet, of wie onnauwkeu- rige of onvolledige opgaven verstrekt, wordt met ten hoogste 6 maand gevangenis of met ten hoogste 10.000 mark boet gestraft. Ook kunnen de niet aangegeven voorraden verbeurd verklaard worden.
Art. 5. Bevoegd zijn de Duitsche krijgsrechtbanken.
Art. 6. De militaire- en vesting gouverneurs, alsook de bevelhebbers van Maubeuge en Beverloo, zijn belast met het uitvaardigen van de uitvoeringsbepalingen dezer verordening.
Brussel, den 5n December 1915.
No.151. — 10. december 1915.
Met goedkeuring des Heeren Generalgouverneurs in Belgi'é heb ik overeenkomstig de verordeningen van 17n Februari 1915 en 26n Augustus 1915 het huis Usines Carels, Frères, te Gent, onder divangbeheer ge- pîaatst. Tôt dwangbeheerder heb ik den Heer G. Kiene henoemd.
Brussel, den 2n December 1915.
No.152. — 13. december 1915.
Verordenîiig betreffend aanvullîng der Verordening van lin Oktober 1915 over het benuttigen van beenderen en andere dîerlqke stoffen.
Art. I. De hepalingen der Verordening van lin OJxtoher 1915 (Wef- en Verordening shJad voor de he- zette strehen van België nr. 130) zijn ook op hoeven en klauwen, van de voeten gescheiden, toepasselijk.
Art. II. De tijd voor het indienen van de aangifte der in België voorhanden stapels beenderen enz. (art. der Verordening van lin Oktober 1915) wordt lot (irn 25n December 1915 verlengd.
Art. III . De kunstmatige ontvetting der onder art. I der Verordening van lin Oktober 1915 aangeduide stoffen door water of stoom wordt verboden.
Art. IV. De ophooping der onder artikel I der Verordening van lin Oktober 1915 aangeduide stof- fen in de hand van denselfden bezitter mag 5000 kg. niet te boven gaan.
Art. V. JJitsonderingen op de bepalingen deser Verordening kan de „Oelzentrale" toestaan.
Art. VI. Overtredingen van de voorschriften deser Verordening worden met ten hoogste 5000 mk boete en ten hoogste drie maand gevangenis of met éên van heide gestraft.
Bevoegd sijn de krijgsrechtbanken.
Brussel, den 5n December 1915.
No.152. — 13. december 1915.
Verordening over de verjaringstermynen.
Eenig artikel.
De schuldvorderingen der koop- en amhachtslieden ter oorzake van waren verkocht aan en van werken uitgevoerd, voor personen die geen kooplieden syn (art. 2 en 5 der wet van In Met 1913) verjaren, zoo- verre zij nog niet verjaard zijn, niet vôôr het einde van het jaar 1916.
Brussel, den 8n December 1915.
No.153. — 16. december 1915.
Verordenîng betreffend benuttiging van ruwe vetten van runderen en schapen.
Art. I. Het uit de slachteryen voortkomende ruwe runds- en schapenvet, uîtgezonderd het nierenvet, moet onmiddellyk na het slachten aan de door de „Oelzen- tralé" aangeduide opkoopers afgeïeverd worden.
De „Oehentrale" stelt billijke prijzen vast, die hij de levering hetaald worden.
Art. IL Bij de hehandeling van het ruwe vet moe- ten de afgekondigde voorschriften der „Oelzentrale' gevolgd worden.
Art. III. Overtredingen van art. I, lid 1 en van de op grond van art. II door de „Oelzentrale" îdtgevaar- digde voorschriften worden met ten hoogste 5000 Mk en ten hoogste drie maand gevangenis of met een van heide gestraft. Bovendien kan verbeurdverklaring der ruwe vetten, voorwerp der overtredingen, uitgesproken worden.
Bevoegd zijn de Duitsche krygsrechthanken.
Brussel, den 9n December 1915.

No.153. — 16. december 1915.
No.153. — 16. december 1915.
Op grond der Verordening van 9 December 1915 be- treffend benuttiging van ruw vet van runderen en schapen, wordt het volgende ter hennis gebracht:
I. De overeenJcomstig art. 1 der Verordening door de opJcoopers versamelde ruwe vetten moeten aan de Vetsmelterij van J. Weinhausen, Steenweg van Bergen 189, Brussel, die onder de leiding der „Oelzentrale" staat, afgeleverd worden.
IL Voor ruw vet van runderen en schapen worden bij levering, door de onder I voornoemde Vetsmelterijfa- brieJc aan de opkoopers de volgende prijzen per Jcrg. vrij uit vertrekstation betaald:
voor rundsvet fr. 2.50
„ schapenvet „ 2.00
„ darmvet „ 1.50
„ afvalschapenvet . . . . „ 1.50 III. Het ruwe vet moet als volgt behandeld worden:
Onmiddellijk na het slachten moet het vet m t hesle fynzout licht aangezouten worden en wel zoo, dat doen- lykst aile deelen met eene lichte laag zout bedekt zyn. Dan moet het vet in een doenlijkst koele, lommerige plaats eenige uren te drogen gehangen worden, huiten sterken tocht. Het kleine afvalvet moet vooral goed ge- zouten en op zuiver horden gedroogd worden. Het ge- hruikte zout moet van heste hoedanigheid (tafelzout) zijn en mag niet den minsten reuk hebben. Het moet ook vermeden icorden, dat het zout in de nabijheid van huiden, vellen of and ère voorwerpen te liggen komt, van welke het den reuk kan overnemen.
Het vet moet zuiver en ni. vry van afvalstoffen, darmen enz. gehouden worden.
Versch en bedorven ruw vet mag in geen geval sa- mengepakt worden.
De tot het verzenden gebruikte manden mogen ge- vuld doorgaans niet meer dan 50 kgr. wegen.
Brussel, den 9en December 1915.
No.153. — 16. december 1915.
Verordening betreffend calciumcarbid.
Art. I. De bevoegdheid der „Oehentrale" in Belgi'è wordt op calciumcarbid uitgehreid.
Art. II. De in België voorhanden stapels calciiun- carhid moeten bij de „Oehentrale" ten laatste op 31n December 1915, de versch ingevoerde stapels binnen twee week na invoer schriftelijk aangegeven worden.
Dese verplichting geldt niet voor stapels in de hand van denselfden bezitter, die 100 kg. niet te boven gaan; aangegeven moeten ze worden, zoodra zij 100 kgr. over- treffen.
H et bewijs van aangifte kan alleen door een getuig- schrift der „Oelzentrale" geleverd worden.
Art. III. Tôt aangifte verplicht zyn:
1. de eigenaar,
2. de bezitter of stapelhouder,
3. al wie gerechtigd is, in eigen of vreemd belang over de ware te beschikken.
De aangifte door een dezer personen gedaan, ontslaat de anderen daarvan.
Art. IV. De „Oelzentrale" beslist, of de aangegeven stapels aangeslagen, aangekocht of voor het gebruik of voor den handel mogen afgestaan worden. Tôt deze bc- slissing gevallen is, zijn de onder Art. III vermelde per- sonen verplicht, zich van aile rechtelijke of daadiver- kelijke beschikking over de aangegeven stapels te ont- houden, evenwel voor het ongewijzigd bewaren van de stapels te zorgen.
Art. V, Overtredingen van de voorschriften dezer verordening worden met ten hoogste 5000 mk. en met ten hoogste drie maand gevangenis of met een van beide gestraft. Tegelijkertijd kan tot de verbeurdverklaring
van de niet aangegeven stapeJs besloten worden.
Bevoegd syn de Jcrygsrechtbanhen.
Brussel, den lien Decemher 1915.
Verordening betreffend den uîtvoer van suîker uît het gebied des Generalgouvernements.
§ 1. Voor den uitvoer van suiker allerhand, invert- suiker inbegrepen, met hare bijprodukten buiten het gebied des Generalgouvernements in België is in elk geval de goedkeuring des „Verwaltungschefs" (Zuckcr- verteilungsstelle) noodig.
§ 2. Overtredingen van deze Verordening worden overeenkomstig nr. VI der Verordening van 13n Oklo- ber 1915 over uit- en vervoer van goederen met eene boete van ten hoogste vijftigvoud het bedrag der goe- derenwaarde gestraft, in plaats waarvan bij onvermo- gen ten hoogste één jaar gevangenis komt. Buitendien îvorden de goederen verbeurd verklaard.
No.154. — 18. december 1915.
De poging tot overtreding wordt evenzoogoed dis de voltrokîcen overtreding gestraft. Bevoegd tot bestraffen zijn de krygsrechtbanken en ij hchtere gevaUen de Irygsoverheden.
Brussel, den lin Decemher 1915.
Het by Verordening van 22n December 1914 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette strehen van Bel- gië nr. 24 van 24n December 1914) aan de Société Générale de Belgique vooreerst gediirende één jaar ver- leend uitsluitelyk recht om bankbrieven uittegeven,
wordt hierbij voor den duur van weer één jaar tot 22n December 1916 verlengd.
Brussel, den 14n December 1915.
No.154. — 18. december 1915.
Op grond van art. 3 der V erordening van 6n No- vember jl. betreffend het benuttigen van ajuin stel ik voorshands van af 16 December a.s. als hoogste prij- zen voor ajuin vast: â) in het groot voor 100 hgr. verpakking
inbegrepen vrij uit stapelplaats . . 25 frank.
h> in het Mein voor 1 kgr 0.33 frank.
BrusseL den 14n December 1915.
Met goedheuring des Heeren Generalgouverneurs in België heb ik overeenkonistig de Verordeningen van 17 n Februari en 26n Augustus 1915 de volgende on- dernemingen onder dwangbeheer geplaatst:
(Zie de namen hierboven).
Brussel, den 14n December 1915.
No.154. — 18. december 1915.
Uitvoeringsbepalîng betreffend het reeht voor het afstaan van suiker voor het gebruik.
Overeenkomstig Art. 1, lid 2 der Verordening over de henuttiging van suiker en de bijprodukten ervan ge-
durende den bedryfstijd 1915116 van 24n November 1915 (Wet- en Verordeningsblad nr. 148) stel iJc het recht voor het afstaan van siiiker voor het gebruik op 1 frayik (éénen frank) de 1.000 kg. vast.
BrusseL den 15n December 1915.
No.155. — 21. december 1915.
Verordening betreffend hulpverleening by brand of andere gevallen van openbaren nood en gevaar.
Art. 1. Wie bij branden of in andere gevallen van openbaren nood en gevaar het verzoek van in dienst zijnde militairpersonen of van Duitsche of Belgische overheden of beambten tot persoorUyk hulpverïeenen niet onmiddellijk voldoet, wordt met ten hoogste 1000 vik. boet of ten hoogste 3 jaar gevangenis gestraft.
Ook beide straffen kunnen tegeltjk uitgesproken tcorden. De weigering bîijft straffeloos, indien het hulpverïeenen een aamienlyk gevaar voor lijf en hven van den weigeraar meebrengt; dese bepaling slaat niet op brandie eerlieden en beambten van den open- baren veiligheidsdien t.
Art. 2. Dezelfde straf treft elkeen, die in de geval- len van art. 1 op verzoek van in dienst zijnde militair- personen of van Duitsche of Belgische overheden of be/imbten weigert, in zijn beicaring zijnde gereed- schappen ter beschikking te stellen, die tot verminde- ring of verwijdering van het gevaar kunnen dienen.
Art. 3. De bepaling van art. 556 nr. 5 van het straf icetboek wordt hierbij opgeheven.
Art. 4. Bevoegd zijn de krygsrechtbanken.
Brussel, den lin December 1915.
No.155. — 21. december 1915.
Om twyfel wegtenemen wijs ik er op, dat mijne ver- ordeningen alleen voor het gehied des Generalgou- vernements in België uitgevaardigd worden. Dit ge- hied heeft naar het Etappengehied volgende grenzen:
De scheidingslijn loopt van de Nederlandsche grens de Schelde (Westoever) stroomopwaarts tot Doel (Et.) Noordwestelijk fort Liefkenshoek over Geslecht (G. G.) — Kaleshoek (Et.) — Verrehroek (Et.) — Beveren- dijk — Vliegenstal (G. G.) — Oostzijde van Mosselbank ; — Westgrens der gemeente Haasdonk — Schelde (Zuid- oever) aan de Westsijde van het fort Rupelmonde — scheidingslijn der provinciën Antwerpen, Brabant en Henegouw eenerzijds, Oost- en West-Vlaanderen an dersijds tot Bossuit — en Vaart van Bossuit (G.
Zwevegem (Et.) — Kortrik (Et.) — de Leie tot Meenen (Et.) — Fransch-helgische landsgrens tot la Flamen- grie — Z. respect. Z.-W. grens der tot het Generdlgou- vernement behoorende gemeenten St.-Waast-les-Bavai — Amfroipret — Obies — Mecqiiignies — Hargnies — Vieux-Mesniî — Boussières — St. Rémi-malbâti — Li-
mont-Fontaine — Eclaibes — Beau fort — Wattignies — Dimont — Sars-Poteries — Solre-îe-Château — Clair- fayts, verder de Fransch-belgische grens tot Fumay (G. G.) — Maas- en Semoisdal tot aan de Belgische grens by Etes Rivières (gemeenten in beide dalen tot de Et. behoorend) — staatkundige grens tot aan haar samenvallen met de Belgisch-luxemburgsche lands- grens bij Aathem.
„Et." beteekent: tot de Etappe behoorend,
„G. G." beteekent: binnen het gebied des General- gouvernements liggend.
In geval de verordeningen alleen voor het Belgisch, niet ook voor het Fransch gedeelte des Generalgouver- nements van toepassing zyn, wordt dit in uitdrukke- lijke bewoordingen medegedeeld.
Voor het gebied van het 4e léger bekomen myne verordeningen geldigheid, wanneer sy door het Ober- kommando van het 4e léger uitdrukkelyk van kracht verklaard en in het „VerordeningsbIad voor het Etappengebied van het 4e léger" afgekondigd worden.
Briissel, den 19n December 1915.
No.155. — 21. december 1915.
Krachtens artikelen 14, 21 en 22 van het koninMijk besluit van 6 Octoher 1855, hetreffende de ambtelijle heuring der maten en gewichten, wordt voorgeschre- ven wat volgt:
Bij het ijhen der maten, gewichten en weegwerktui- gen gedurende het dienstjaar 1916 aan de keuring onderworpen, sullen de ijkers, overeenkomstig de he- staande bepalingen,
lo. de thans gebruikte bestendige merken,
2o. de periodische merken der îetter (phi) voor
de maten en geicichten en het cijfer 16 (zestien) voor
de weegtcerktuigen bezigen.
Brussel, den 16n December 1915.
No.156. — 23. december 1915.
VERORDNUNG,
No.156. — 23. december 1915.
No.156. — 23. december 1915.

Verordening betreffend buîtengewone zîtting der provîncîeraden.
Art. 1. De provincieraden der Belgische provin- ciën worden hierhij tot een buitengewone sitting op Dinsdag, 4 Januari 1916 te 10 uur 's voormiddags (M.-E. tyd) in de hoofdpîaatsen der provinciën opge- roepen.
Art. 2. De afkondiging deser oproeping geschiedt alleen in het „Wet- en Verordeningshlad voor de be- lette streken van België" en in het „Verordenings- blad voor het Etappengebied van het IVde léger".
Art. 3. De uitnoodiging van de leden der provin- cieraden geschiedt door de Bestendige Afvaardiglng. De Gouverneur der provincie of de Voorzitter van het Burgerlijk Bestuur, die met zijn rechten en verpUch- tingen bekleed is, sijn niet gehouden de zitting bij te wonen.
De Voorzitter van het Burgerlijk Bestuur of, op sijn uitnoodiging, het door de Bestendige Afvaardiging aan te duiden lid der Afvaardiging opent en sluit de sittina.
De opening en sluiting geschiedt voor de provinciën Antwerpen, Brabant, Henegouwen, Limburg, Luik, Luxemburg en Namen in den naam van den Kei- zerlijken Duitschen Generaal-Gouverneur, in de pro- vinciën Oost- en West-Vlaanderen in den noxim van den Opperbevelhebber van het IVde léger.
Art. 4. De zitting duurt niet langer dan twee da- gen en wordt bij gesloten deuren gehouden.
Op de dagorde staat uitsluitelyk:
Opmaking van de provinciale begrooting voor het dienstjaar 1916.
De provincieraad van Brabant zal bovendien de 6e- krachtiging der provinciale begrooting voor het dienstjaar 1915 te bespreken en in dese de noodige besluiten te nemen hebben.
Art. 5. De provincieraden nemen in dese zitting, welk ook het aantal aanwezige leden zij, geldige be- sluiten.
Brussel, den lAn December 1915.
No.156. — 23. december 1915.
Verordenîng betreffend het verbod van uit- en doorvoer van geldmunt.
Art. 1. Vit- en doorvoer van in- en buitenlandsche goud-, zïlver-, nikkel-, zinh- en Jcopermuntstukken is verboden.
In het reisverkeer wordt het meenemen van silver- munt tût 20 mark en van nikkel-, zink- en kopermunt tot het gesamenlijk hedrag van 2 mark toegelaten.
Art. 2. Wie beproeff, in stryd met het verhod van art. 1 munten uit België uittevoeren of door België door te vœren, wordt, zooverre niet naar andere straf- tceften eene hoogere straf bepaaîd wordt, met ten hoog- ste drie jaar gevangenis en ten hoogste eene boete van de dubbele waarde der munten, ten minste edoch van dertig m rJc gestraft. Zijn er verzachtende omstandig- heden voorhanden, zoo kan uitsluitend geldboete uit- gesproken worden.
De munten worden verbeurd verklaard, sooverre ey de» dader of eenen deelnemer toebehooren.
Bevoegd zijn de krijgsrechtbanken.
Art. 3. De ,,Gen€ralkommi3sar" voor de banken in België is gemachtigd, uitzonderingen op de voorschrif- ten van art. 1 toefesfaan. Hij is met de uitvoering van deze verordening belast.
Brussel, den 17 n December 1915.
AI1188.
No.156. — 23. december 1915.
De bij Verordening van 21n Oktoher 1915 (Nr. 132 van het Wet- en Verordeningsblad voor de hezette streken van België) tot 31n December 1915 verlengde termijn voor protestopmaken en andere tot vrijwaring van verhaal bestemde rechtshandelingen wordt hierbij tot Sln Januari 1916 verlengd.
Brussel, den 17 n December 1915.

Het besluit van den Koning der Belgen van 3n Augnstus 1914, betreffend het terugtrekken van bank- tegoed, blijft met de beperking, bij besluit van den Koning der Belgen van 6n Augustus 1914 en tnet de uitbreiding, bij verordening van 23n September 1914 (Nr. 4 van het Wet- en Y erordeninqsblad voor de be- zette streken van België) er aan toegebracht, tot 31n Januari 1916 van kracht.
Briissel, den 17n December 1915.
No.157. — 24. december 1915.
Verordenîng waarby overdrachten veroorloofd en
bykredieten verleend worden op de begrootingen
van het dienstjaar 1915.

I. — Overdrachten.
Art. 1. Worden toegelaten, ten beîoope van twee millioen drie honderd twee en zestig duizend drie hon- derd vier en twintig frank (fr. 2.362.324), de over- drachten op de begrooting voor het dienstjaar 1915, omstandig vermeld in de bij de tegenwoordige veror- dening gevoegde tabel A en beloopende:
Voor de hegrooting der Openbare Schuld fr. 58.015 ,,
Voor de hegrooting van Justîtie .... 714.300 „ Voor de hegrooting van Wetenschappen
en Kunsten 464.934 „
Voor de hegrooting van Nijverheid en
Arheid 50.000,,
Voor de hegrooting van Financiën . . . 962.175 „ Voor de hegrooting van Landhouw en
Openhare Werken 112.900 „

Te zamen . . fr. 2.362.324 „
II. — Bijkredieten.
Art. 2. Bijkredieten te hrengen op de hegrooting en voor het dienstjaar 1915, ten heloope van tien mil- lioen negen honderd zeven en vijftig duisend vier honderd negen en seventig frank (fr. 10.957.479) zijn geopend.
Die door de gewone middelen van de hegrooting te hestrijden kredieten zijn overeenkomstig de hij dese verordening gevoegde tahel verdeeld, en heloopen: Voor de hegrooting der Openbare
Schuld fr. 10.500,,
Voor de hegrooting der Dotatiën . . . 175.010 ,, Voor de hegrooting van Justitie . . . 154.100 „ Voor de hegrooting van Binnenland-
sche Zaken 1.678.569 „
Voor de hegrooting van Wetenschap- pen en Kunsten 4.422.500 „
Voor de hegrooting van Financiën . . . 3.066.800 „ Voor de hegrooting van Landhouw en
Openhare Werken 1.450.000 „
Te zamen . . fr. 10.957.479 „
No.157. — 24. december 1915.
Verschillende Bepalingen.

Art. 3. De omschrijving der hierna vermelde artikelen wordt volgenderwijze aangevuld:
a) In de hegrooting van het Ministerie van JustUie:
de omschrijving van artikel 43 (Onderhoud der ge- vangenen, enz.) door de vermeîding: „Onbepaald krediet".
h) In de hegrooting van het Ministerie van Bin- nenlandsche Zaken:
de omschrijving van artikel 8 (Middelkommissie voor statistiek, enz.) door de woorden: „Vergoeding aan het lid-secretaris" ,
de omschryving van artikel 38 (Toelagen aan de buitengemeenten voor het aankoopen van hrandiveer- materieel, enz.) door de woorden: „Vergoeding aan den secretaris van het technisch komiteit van den branddienst" ,
de omschrijving van artikel 46 (Uitgave van schrif- ten betrekkelijk de geneeskunde) door de woorden: „Toeiagen aan de vroedvrouwen en leerlingen-vroed- vrouwen",
de omschryving van de artikelen 49 en 50 (Toezicht over de fabrikatie en den handel in eetwaren, enz.) door de woorden: „Keurdienst van het slachtvleesch)" ,
de omschryving van artikel 65 (Wegnemen der oor- zaken van ongezondheid voortspruitende uit de oor- logsgebeurtenissen) door de woorden: ,,Het aanleggen, versieren en onderhouden van soldatengraven en van soldatenkerkhoven" .
c) In de begrooting van het Ministerie van Weten- schappen en Kunsten:
de omschrijving van artikel 11 (Toelagen en aan- moedigingen rakende de letterkunde en de wetenschap-
pen; ens.) door de woorden: „Aankoop van werken voor de volkshibliotheken" ,
de omschryving van artikel 13 (Koninklijke Acadé- mie van wetenschappen, ens.) door de woorden: „Uit- gave eener 'Nationale Biographie" ,
de omschrijving van artikel 60 (Reiskosten van de opzieners, enz.) door de woorden: „Buitengewone ver- goeding aan de kantonnale schoolopsieners voor kan- toorkosten; hijsondere vergoeding aan de kantonnale schoolopzieners van Groot-Brussel" .
à) In de begrooting van het Ministerie van Land- houw en Openhare Werken, Tabel B (Diensten van Openbare Werken):
de omschrijving van artikel 3 (Wegen: onderhoud, enz.) door de vermelding: „Worden desgevallend toe- gelaten de overdrachten van artikel 3 op artikel 12a.",
de omschrijving van artikel 7 (Vaarten, rivieren, pol- ders, enz.) door de vermelding : „Worden desgevallend toegelaten de overdrachten van artikel 7 op arti- kel 12a",
de omschrijving van artikel 9 (H avens, kust, vuur- torens, enz.) door de vermelding: „Worden desgeval- lend toegelaten de overdrachten van artikel 9 op arti- kel 12a".
Art. 4. Deze verordening zal den dag harer afkon- diging in werking treden.
Brussel, den 15n December 1915.No.158. — 26. december 1915.
No.158. — 26. december 1915.
Op grond mijner Verordeningen van 30 Juni jl. en 23 JuU jl. (nr. 5) hetreffend den korenoogst 1915, evenaîs myner Verordening van 28 Augustus jl. he- treffend koren en nieel uit vroegere oogstjaren, heh ik op voorstel der ..Zentral Ernte Kommiss ion" de hoog- ste prijzen voor den verhoop van gedorscht loren, meel, zemelen en brood voordehand aïs volgt vast- gesteld: Voor tarwe uit stapelplaats of
molen geleverd fr. 34,10 per 100 hgr.
Voor rogge uit stapelplaats of
molen geleverd „ 26.40 „ „ „
Voor ongepelde spelt uit stapel
plaats of molen geleverd . . „ 24,20 , Voor masteluin uit stapelplaats
of molen geleverd . . . . „ 29,00
Voor tarwezemelen uit molen geleverd „ 22,00
Voor roggezem-elen uit molen ge- leverd „ 18,00
Voor tarwemeel aan de bakkers
of gebruikers geleverd . . . „ 43,83
Voor roggemeel aan de bakJcers
of gebruikers geleverd . . . „ 37,48
Voor tarwebrood aan de gebrui- kers geleverd „ 0.40 „ kgr.
Deze hoogste prijzen worden van af 1 Januari 1916
van kracht.
De „Provinzial Ernte Kommissionen" wordt de be- voegdheid verleend:
1. den verkoopprijs voor tarwemeel te verlagen en wel in de provincie Antwerpen op 42.33 frank, Bra- bant 42.81 frank, Henegouw 42.03 frank, Luik 43.59 frank, Limburg 43.52 frank en Namen 42.13 frank;
2. ofwel voor de geheele provincie of voor de om- schrijving van enkele gemeenten, in dit geval op ver- soek of na raadpleging der burgemeesters eenen lage- ren hoogsten prijs voor tarwebrood, evenals hoogste prijzen voor brood, waarin roggemeel voorkomt, vast te stellen.
Voor de verkoopen der voortbrengers van tarwe en rogge aan Jiet Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit blijven de hoogste prijzen in mijne bekendmaking van lOn Augustus jl. (nr. 4a) vervat, van kracht.
Brussel, den 22n December 1915.
No.158. — 26. december 1915.
Bekendmakîng over hoogste prîjzen voor raffînade-
kassonade en voor de verpakkîng van suiker en
de byprodukten ervan.
Op grond van art. 6 en 7 der Verordening des Hee- ren Generalgoiwerneurs van 24 November 1915 over de benuttiging van suiker en de bijprodukten ervan ge- durende den bedrijfstijd Wlôjlô, heeft de „Ziicîcer- verteilungsstelle" met mijne toestemming voor het ge- bied des Generalgouvernements volgende hoogste prij- sen vastgesteld:
1. voor raffinade-kassonade per 100 kgr.
vrij uit raffinaderij sonder verpakking . 51 frank
2. voor verpakking per 100 kgr.
a) zakken voor ruwe suiker 1.50 frank
h) zakken voor kristalsuiker en raffinade 2.50 frank c) kisten, papier inbegrepen, voor klont-
jessuiker 3.50 frank
Brussel, den 22n Deceniber 1915.
No.159. — 29. december 1915.
Verordenîng houdcnde toekenning van voorloopige kredieten te gelden op de begrootingen voor het dîenstjaar 1916.
Art. 1. Voorloopige kredieten, te gelden op de be- grootingen der gewone uitgaven voor het dîenstjaar 1916, worden geopend, te weten:
Aan het Ministerie van Financi'én, voor den dienst
der Openhare Schuld fr. 8.750.000
Aan het Ministerie van Finwtci'én, voor Dotatiën ,, 175.000
Aan het Ministerie van Justitie „ 6.650.000
Aan het Ministerie van Binnenlandsche Zaken . . ., 1.450.000
Aan het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten „ 9 500 000
Aan het Ministerie van Nijverheid en Arheid . . „ 2.800.000
Aan het Ministerie van Financi'én „ 16-000.000
Aan het Ministerie van Landbouwen OpenbareWerken „ 6.125.000 Aan het Ministerie van Financïén,voor de Onwaarden
en Teruyhetalingen „ 360.000
Aan het Ministerie van Financi'én, voor de Ontvang-
sten en Uitgaven voor or der „ 30.500.000
Art. 2. Beze verordenîng treedt in iverhing op 1 Januari 1916.
Briissel, den 23n Decemher 1915.
No.159. — 29. december 1915.
De Heer Cari W. Scherer werd in de plaats van Mijnheer Jozef Welher, naar elders geroepen — voor Jiet huis Evetice Coppée & Cie, te Brussel, tot dwang- beheerder benoemd.
Brussel, den 22n Decemher 1915.
No.159. — 29. december 1915.
Art. 1. De rechtstreeJcsche en onrechtstreeksche he- lastingen, in hoofdsom en opcentiemen ten voordeele van den Staat, hestaande op 31 Decemher 1915, ziillen gedurende het jaar 1916 geînd worden volgens de wet- tcn en de tarieven welhe den omslag en de heffhig ervan regelen.
Art. 2. Beze verordening wordt op 1 Januari 1916 van kracht.
Brussel, den 23n Decemher 1915.
No.160. — 31. december 1915.
Ter wyziging der Verordening hetreffend den ver- loop van s uiker en suikerbeetenstroop gedurende het bedrijfsjaar lOlojlô van 24n Septmber 1915 (Wet- en Verordeningsbîad nr. 132) wordt de hoogste prys voor kristalsuiker als volgt vastgesteld:
Kristalsuiker, grmidslag 100 kgr. witte kontrakt- suiker (sucre blanc de contrat) vrij uit fabriek zonder zak, 45 frank.
Brussel, den 23n December 1915.
No.160. — 31. december 1915.
Verordenîng betreffend de regeling van den ver- koop van slachtzwijnen en zwynenvleesch.
Art. 1. Bij verkoop van ewijnen om te slachten mag de prijs voor één kilo levend gewicht op de slachtvee- markt te Brussel (Curegem-Anderlecht) niet te boven gaan (grondprijs).
voor varkens levend gewogen:
van 125 kgr. en meer 2.40 frank
,, 80— 125 kgr 2.20 „
heneden 80 kgr 1.60 „
seugen 1.80 „
Art. 2. De grondprijzen, (Art. 1) dienen voor het gehied des Generalgouvernements in Belgïé tot grond- slag, zooverre overeenkomstig Art. 5 geen afwijkende bepalingen voorgeschreven worden.
Art. 3. De verkoop van zwijnen moet naar levend gewicht geschieden. Waar niet voldoend weegtoestel- len voorhanden syn, kan door de Gouverneurs de han- del naxir slacht gewicht toegelaten worden: daarbij mag voor 1 kgr. slachtgewicht de prijs niet meer dan 25 % den hoogsten prijs voor levend gewicht te boven gaan.
Art. 4. Bij het afstaan aan den verbruiJcer mag de prys voor versch (rauw) varhensvleesch, evenals voor reuzel hinnen het gehied des Gouvernements der stad Brussel de hieronder bepaalde prijsen niet overtreffen:
Iste klasse: rug, lendenbraadstuk en hesp .... 4.00 frank. 2e klasse:
versch spek en reuzel 3.80 „
3e klasse: carbonade, schouder, beneden ribbenstuk-
ken, buik 3.20 „
4e klasse:
schenkel, kop met vetkaak 1.70 „
5e klasse:
kop zonder vetkaak 1.20 „
varkenspoot 0.70 „
Bij het verkoopen der klaseen 1 — 3 mag geen bij- zondere toeslag gegeven worden.
Art. 5. De Gouverneurs kunnen voor het geheele gouvernementsgebied of gedeelten ervan, steunende op byzondere plaatselyke markt- en handelstoestanden, de grondprijzen voor levende zwynen (Art. 1) lager stellen.
Zy kunnen ook hoogste pryzen voor versch varkens- vleesch en reuzel met het oog op de in Art. 1 en 4 aangegeven verhoudingsschaal vaststellen.
Buitendien kunnen de Gouverneurs voor toebereid (gepekeld, gerookt) varkensvleesch, evenals voor spek- slagerijwaren passende hoogste prijzen vaststellen.
Zooverre volgens lid 2 en 3 van dit Artikel hoogste pryzen vastgesteld zijn, moeten de verkoopers de prij- zen onder aangifte van aard en soort in hunne winkels goed sichtbaar uithangen.
Art. 6. De Gouverneurs kunnen het marktverkeer op de slachtveemarkten regelen, inzonderheid zooverre dit in 't belang der geregelde vleeschverzorging noo- dig is.
Art. 7. Overtredingen van de hoogstepr sbetalin- gen deser verordening en de op grond ervan door de Gouverneurs vastgestelde hoogste prijzen, evenals overtredingen van Art. 5, lid IV, worden met ten hoog- ste één jaar hechtenis of gevangenis of met ten hoogste 10.000 mJc hoete gestraft. OoJc beide straffen kunnen tegelijk uitgesproJcen worden. Bovendien kan de ware verbeurd verklaard worden.
Art. 8. Bevoegd zijn de Duitsche krygsrechtbanken.
Art. 9. De prijsbepalingen (Art. 4) voor vleesch en vleeschwaren worden acht dagen na afkondiging van deze verordening van kracht. In de provincies bepalen de Gouverneurs het tijdstip waarop de hoogste prijsen voor vleesch en vleeschwaren van kracht toorden.
Brussel, den 19n December 1915.
No.160. — 31. december 1915.

Bekendmakîng betreffend în- en doorvoer van
voortbrengselen uit vyandelyke landen over
de grenzen Tan het Duitsche Rgk.
Volgens de bekendmakîng van 15n November 1915 van den waarnemenden Rijkskanselier moet bii vol- gende waren van het Duitsche toltarief:
Tarief nr. 41. Bloemen, bloesems, bloesembladen en -knoppen tot vlecht- of sierdoeleinden, versch (gesne- den bloemen), zooverre zij over de grenzen van het Duitsche Rijk in- of doorgevoerd moeten worden, de beschikkingsgerechtigde der ingang sgrensplaats schrif- telyk verklaren, dat de waren geen voortbrengselen Mit Frankrijk of Groot-Britanje of uit de koloniën of beschermgebieden dezer landen zijn en door zyne hand- teekening voor de juistheid der verklaring instaan overeenkomstig de tolverbondswet.
By de volgende waren: Tarief nr. 402 — 412: Waren, geheel of gedeeltelijk uit
zijde (ruwe zijde, kunstzyde, floretzyde),
No.160. — 31. december 1915.

Tarief nr. 464: Kantenstoffen en kanten allerhand uit
katoenspinsels, Tarief nr. 501: Kantenstoffen en kanten allerhand
uit spinsels van andere plantaardige spinstoffen
dan katoen, Tarief nr. 517: Kleederen, modeartikelen en andere
genaaide voorwerpen uit sijde (ruwe-, kunst-, floret-
zijde), Tarief nr. 534, 535, 536, 539, 541, 542: Vrouwen-
hoeden, moet de verklaring luiden, dat noch deze waren, nock de spinselwaren (weefsels, kanten, enz.) wa/iruit zij bestaan, in de vermelde vijandelijke gehieden vervaar- digd (geweven, gepassementwerkt, gehreid, gehaakt, gehorduurd, gespelwerkt, op de tullemachine gemaakt, gevlochten, genaaid) of veredeld (geverfd, enz.) zijn.
De juistheid der verklaring moet door getuigschrift gestaafd worden.
Dit getuigschrift wordt door den „Zivilkommissar" , in wiens „Bezirk" de vervaardigingsplaats der waren ligt, afgeleverd.
Brussel, den 23n December 1915.
No.160. — 31. december 1915.
Met goedkeuring des Heeren Generalgouverneurs in België heb ik overeenJcomstig de Verordeningen van 17 Fehruari en 26 Augustus 1915 het huis Ateliers de Construction de la Biesme, Naaml. Vennootschap, te Bouffioulx, onder dwangbeheer geplaatst. Tôt dwang- beheerder heb iJc den Heer Ingénieur H. O. Sperling benoemd.
Brussel, den 27n December 1915.
 


.
 

  Vorige pagina  Indexpagina Volgende pagina

OF GA TERUG MET DE BACKTOETS


Kent U de v.z.w. KONINKLIJKE OUDHEIDKUNDIGE KRING VAN HET LAND VAN WAAS
(afgekort K.O.K.W.)

niet, of wil je meer weten over de doelstelling
en werking van deze kring, klik dan
"hier voor Werking K.O.K.W".

DOCUMENTATIE CENTRUM
M.Z. Zamanstraat 49 9100 Sint-Niklaas
Zaterdagen 9u30 tot 12u30
Documentatie centrum
gesloten in juli en aug.