Dagboek Raphaël Waterschoot
 (TEXTES OFFICIELS door mij aangepast na omzetting)

Gesetz- und Verordnungsblatt fur die okkupierten Gebiete Belgiens
Bulletin officiel des Lois et Arrêtés pour le territoire belge occupé
Wet- en verordeningsblad voor de bezette streken van België
Législation Allemande pour le Territoire Belge Occupé
Textes officiels rédigée par
CHARLES HENRY HUBERICH docteur en droit, ancien professeur de droit a l’universié Stanford Californie , membre du barreau de la cour supreme des Etats Unis de L’Amerique, avocat La Haye Paris Berlin Hambourg
ALEXANDER NICOL-SPEYER Docteur en doit, avocat a la cour de cassation des Pays Bas La Haye
LA HAYE MARTINUS NIJHOFF 1916
ROTTERDAM TROISIÈME SÉRIE 1 avril 1915 —27 juin 1915
(Nos. 56-89)


No. 57. — 6. april 1915
Het op 6 Februari j.l. (Wet- en Verordeningsblad nr. 38, hh. 149) uitgevaardigd invoerverbod op suikerbietenzaad in de bezette streken van België wordt opgeheven
Brussel, den 3n april 1915
No. 58. — 8. april 1915
Compagnie Continentale du Gaz,
Brussel, Antwerp Water Works Co. Ltd, Antwerpen, Compagnie du Gaz d'Anvers, Antwerpen, Compagnie Fermière de 'lEtablissement Thermal de Vichy, S. A.,
Brussel, North British Kubber Co. Ltd,
Brussel, Dunlop Pneumatic Tyre & Rubber Co.,
Brussel, Le Grand Hôtel S. A.,
Brussel, La Grande Distillerie Belge S. A.,
Brussel, Savonnerie Lever Frères S. A., Forest. Zu Zwangsverwaltem habe ich ernannt: Herrn Hans Drape fiir die Compagnie Continentale du Gaz,
Brussel, Hans Drape fiir die Antwerp Water Works Co Ltd, Antwerpen, Hans Drape fiir die Compagnie du Gaz d'Anvers, Antwerpen, August Dubbers fiir die Compagnie Fermière de l'Etablissement Thermal de Vichy, S. A.,
Brussel, August Dubbers fiir die North Britsh Rubber Co. Ltd,
Brussel, August Dubbers fiir die Dunlop Pneumatic Tyre & Rubber Co.,
Brussel, . Herrn Theodor Kix fur Le Grand Hôtel S. A.,
Brussel, „ Theodor Eix fur La Grande Distillerie Belge, S. A.,
Brussel, „ Joseph Welker fiir die Savonnerie Lever Frères, S. A., Forest.
Brussel, den 6. april 1915
Met toestemming van den Heer Generaalgouverneur in België heb ik, overeenkomstig de verordening van 17 Februari 1915
(Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, ) de hierna vermelde ondernemingen onder dwangbeheer geplaatst: (Zie de namen hierboven)
Brussel, den 6n april 1915
No. 58. — 8. april 1915
Art. 1. De in 1915 te innen bijdrage ten laste der ondernemers, die op 31 December 1914 niet ontslagen waren van de verplichte storting in het waarborgfonds, voorzien bij artikel 10 uit de wet van 24 December 1903, betrekkelijk de vergoeding voor werkongevallen, zal worden vastgesteld op den grondslag eenr taks van 4 frank per onderneming, die onder de bepalingen van bedoelde wet volt, en eenr taks van 1 frank per arbeider
Art. 2. Deze verordening zal vanaf hare bekendmaking bindend zijn
Brussel, den 27 n Maart 1915
No. 58. — 8. april 1915
Aan de soldatengraven die zich in het gebied van het Generaal gouvernement bevinden mogen alleen veranderingen worden toegebracht voor het onderhoud of de versiering derzelve. In bijzondere gevallen kunnen uitzonderingen worden toegestaan, door den voorzit 6
ter van het Burgerlijk Bestuur, die bevoegd is in de streek waar het graf zich bevindt Overtreders kunnen tot 5 jaar gevangenisstraf oplopen. Ook de gemeente op wier grondgebied het graf ligt kan verantwoordelijk worden gemaakt. De vroegere bepalingen blijven van kracht voor het overbrengen van soldatenlijken naar andere begraafplaatsen, evenals voor het vervoeren derzelve naar het vaderland
Brussel, den 5n april 1915

No. 59. — 11. april 1915
Beschikking betreffend de hondsdolheid. Om het dreigend gevaar der hondsdolheid in de provincie Luxemburg te keer te gaan, verorden ik tijdelijk voor het gehele gebied der provincie het dragen van den muilband voor alle honden en bepaal, dat in de, volgens artikel 6 der Belgische verordening van 29 Oktober 1908, betreffend de hondsdolheid, bedreigde gewesten de honden moeten aan den band gelegd worden en dit gelijk te stellen is met het aan de lijn houden van gemuilbande dieren
Brussel, den 30n Maart 1915
No. 59. — 11. april 1915
Verordening betreffende. het oprichten van een voorschotkas bij den Generaalgouverneur in België
Art. 1. Aan de handafdeling bij den Generaal- gouverneur in België wordt een voorschotkas met Brussel tot zetelplaats onder den naam van: „Voorschotkas bij den Generaal gouverneur in België" toegevoegd, met het doel, voorschotten op zulke ontvangstbewijzen te verlenen, die voor opgeëiste massagoederen afgeleverd geworden zijn
Art. 2. De voorschotkas staat onder leiding van een bestuur bestaand uit drie leden ten minste, onder voorzitterschap van den Generaalkommissaris voor de banken in België. Aan het bestuur wordt een uit vijf leden bestaande beleningskommissie toegevoegd. De zakenregeling der voorschotkas en de beleningsvoorschriften behoeven mijne goedkeuring
Art. 3. Alle bekendmakingen der voorschotkas geschieden in het Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België
Brussel den 2n april 1915
No. 59. — 11. april 1915
Bekendmaking betreffend opgeëiste massagoederen. De grote moeilijkheden, die met het vervoeren, het ordenen en het schatten van de in België opgeëiste massagoederen gepaard gaan, evenals met het nazien van de ontvangstbewijzen, laten het betalen ervan slechts langzaam vorderen. Daar echter hij de bezitters van zulke ontvangstbewijzen de billijke wens bestaat, tot het ingang houden van hun bedrijf, tot inkopen of tot betalen van lonen enz., reeds nu hun geld te trekken, zo heb ik een „Voorschotkas hij den Generaal gouverneur in België* te Brussel, Wetstraat, 90, opgericht, die op ontvangstbewijzen voor opgeëiste massagoederen, voorschotten zal verlenen. Van dit voorrecht kunnen, zonder onderscheid, alle houders van ontvangstbewijzen voor opgeëiste massagoederen, gebruik maken zover zij Duitsers, Duitse bondgenoten, in 't land vertoevende Belgen of onzijdige zijn. De voorschotten worden zonder interest verstrekt. De voorschotkas opent hare werkzaamheden den 6n april a.s. De nadere voorschriften omtrent het verkeer met de kas zijn aldaar zelf, hij het Hoofd van het burgerlijk bestuur in de enkele provinciën, of hij de Kreits-chefs verkrijghaar. Buitendien worden de bedrijf voorschriften aan alle grotere banken en hulpbanken in de bezette streken van België toegezonden. Door het verstrekken van voorschotten door de voorschotkas wordt de eindelijke betaling der ontvangstbewijzen voor opgeëiste massagoederen, zoals die in mijne bekendmaking van 9 Januari j.l., toegezegd werd, in genen dele vertraagd. De tussenkomst der voorschotkas moet veeleer tot het bespoedigen der slotregeling bijdragen, daar zij met het schikken en onderzoeken van de ingeleverde ontvangstbewijzen de slotvereffening helpt voorbereiden.
Brussel, den 2n april 1915
No. 60. — 14. april 1915
Bij besluit van den Heer Generaal gouverneur van 3 april 1915 werden krachtens artikel 2 der Verordening van 3 februari 1915 , betreffend wijziging der wet van 10 n Vendémiaire van het jaar W aangaande de verantwoordelijkheid der gemeenten voor diefstallen, plunderingen en gewelddaden, benoemd: lo. tot voorzitter van het scheidsgerecht voor de provincie Antwerpen de keizerlijk Duitse Geheime regeringsraad von Biilow, tot nu lid van het internationaal gerechtshof te Alexandrie, 2o. tot voorzitter van het scheidsgerecht voor de provincie Brabant de rechtskundige magistraatsraad te Mûnchen, Freiherr von FreyhergDe voorzitters vervangen elkander wederzijds
No. 60. — 14. april 1915
De Koninklijke besluiten van 24 en 25 Maart 1914, in het Belgisch Staatsblad van 29 Maart 1914, nummer 88, afgekondigd, waarbij vastgesteld worden voor het jaar 1914
lo. de prijs per dag onderhoud voor de niet krankzinnige behoeftigen, in de gods- en gasthuizen geplaatst,
2o. de prijs per dag onderhoud van de behoeftige krankzinnigen in 's Rijksinrichtingen voor krankzinnigen, van bewaring en doorgangshuizen geplaatst, blijven tot 31 December 1915 van kracht
Het Hoofd van Bestuur hij den Generaalgouverneur in België wordt met de uitvoering van dit besluit belast
Brussel, den 20n Maart 1915
No. 60. — 14. april 1915
Hierbij benoemd tot leden van het bestuur der „Voorschotkas bij den Generaalgouverneur in Belgie': (Zie de namen hierboven).
Brussel, den 12n april 1915
No. 61. — 17. april 1915
De Koninklijke verordening van 1 Maart 1914 betreffend het steenbakken ('Staatsblad van 11 Maart 1914) houdt op gedurende heel het jaar 1915 van kracht te zijn
Brussel, den 14n Aprïl 1915
No. 41 van 20. februari 1915
Met toestemming van den Heer Generaalgouverneur in België heb ik, overeenkomstig de verordening van 17 Februari 1915 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, ) de hierna vermelde ondernemingen onder dwangbeheer geplaatst: (Zie de namen in de officiële tekst ),
Brussel, den 16n april 1915
No. 62. — 19. april 1915
Bij besluit van den Heer Generaal-Gouverneur in België van 3 Maart 1915 werd, op zijn verzoek, den heer Th. Sents, leraar en turnleraar aan de Staatsmiddelbare school voor jongens te Antwerpen, eervol ontslag verleend. Voornoemde mag zijne rechten op wettelijk rustgeld laten gelden en den eretitel van zijn ambt verder dragen
No. 62. — 19. april 1915
Verordening betreffend het vaststellen van een hoogsten prijs voor ruwe voersuiker
§ 1. Voor de in de bezette streken van België dis voeder te koop gestelde ruwe suiker wordt een hoogste prijs vastgesteld ( § 4.)
§ 2. De koper van tot voeder bestemde ruwe suiker, moet den verkoper een door de legerintendantur, door ene der onder haar staande gouvernement sintendanturen of door het Hoofd van Bestuur afgeleverd bewijs over het gebruik van de ruwe suiker als voeder overhandigen. Dit bewijs moet den koper, den verkoper, de ligplaats der ruwe suiker, de plaats en wijze van verdere bewerking, de juiste hoeveelheid en het tijdstip van vervoer ervan uit de ligplaats aangeven. Deze aangiften zijn verbindend voor den koper
§ 3. De tot voeder bestemde ruwe suiker is in zulke hoeveelheid belastingvrij, die in het volgens § 2 afgeleverd bewijs aangegeven werd
§ 4. De hoogste prijs der belastingvrije ruwe suiker bedraagt voor 100 kilogram van 88 p. h. opbrengst zonder zak uit de fabriek 27 frank geleverd tot uiterlijk 1 mei. Bij latere levering stijgt de hoogste prijs elken In der maand om 0,30 frank
§ 5. Wordt gestraft met ten minste 3 maand en ten hoogste 3 jaar gevangenis of met een boete van 30,000 frank, de verbeurde belasting niet inbegrepen:
1. Wie in strijd met de bepalingen dezer verordening ruwe voersuiker verkoopt, koopt of uit ander winstbejag verhandelt;
2. Wie in bezit van ruwe suiker het verzoek, om ruwe suiker tot voering te leveren, niet beantwoordt;
3. Wie ruwe suiker, luidens de bepaling dezer verordening, koopt en ze, ondanks door hem als voersuiker bestempeld, toch anders gebruikt of aan den handel onttrekt
Brussel, den 13n april 1915
No. 62. — 19. april 1915
De wet van 1 februari1844 onder den vorm der wetten van 15 Augustus 1897 en van 28 Met 1914, wordt als volgt gewijzigd: . 25 De termijn in de artikelen 5 en 7 voorzien, tot het vaststellen van rooilijnen en het beginnen der onteigeningswerkzaamheden neemt, onbekommerd om het tijdstip der indiening van de aanvraag om te houwen, eerst aanvang op 1 Juli 1915 , wanneer deze aanvragen betrekking hebben op openbare plaatsen en straten, langs welke, door de krijgsgebeurtenissen een of meer huizen werden verwoest
Brussel, den 17 n april 1915
No. 62. — 19. april 1915
Met toestemming van den Heer Generaal-gouverneur in België heb ik, overeenkomstig de verordening van 17 februari 1915 (Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België, ) de hierna vermelde ondernemingen onder dwangbeheer geplaatst: (Zie de namen hierboven)
Brussel, den 18n april 1915
No. 60 --.14 april 1915
Tot lid der beleningskommissie der Voorschotkas bij den Generaalgouverneur in België (me Bekendmaking Nr. 3 in het Wet- en Verordeningsblad van 14 april 1915 , Nr. 60) werd bovendien heer Hauptmann (kapitein) Hoffmann benoemd
Be hij verordening van 21n Maart 1915 (Nr. 53 van het Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België) tot 30n april 1915 verlengde termijn voor protestopmaken en andere tot vrijwaring van verhaal bestemde rechtshandelingen wordt hierbij tot 15n mei 1915 verlengd
Brussel, den 21n april 1915
No. 64. — 25. april 1915
De verordening van den Koning der Belgen van 3 Augustus 1914 betreffend het terugtrekken van banktegoed blijft, mits de beperking in de verordening van den Koning der Belgen van 6 Augustus 1914 en de uitbreiding in de verordening van 23 September 1914 (Nr. 4 van het Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België) vervat, tot 31 mei 1915 van kracht
Brussel, den 21n april 1915
No. 65. — 27. april 1915

Art. 1. Voor de verdeling aller in België voortgebrachte steenkolen, koks, briketten en andere voortbrengselen der koksfabrieken is de Kolencentrale in België te Antwerpen, die onder het Hoofd van Be stuur bij den Generaal gouverneur staat, bevoegd
Art. 2. Tot het regelen van den handel in de onder artikel 1 opgesomde voortbrengselen wordt den voortbrengers de verplichting opgelegd, hunne gehele opbrengst, ten einde ze aan den man te brengen, de Kolencentrale ter beschikking te stellen .Dit geschiedt volgens bepaalde door de Kolencentrale opgestelde en door den Generaal gouverneur goed Ite keuren grondregelen. De opbrengst van den verkoop moet aan den rechthebbenden worden uitbetaald. Voor het dekken van de kosten der Kolencentrale wordt aan de voortbrengers een billijke bijdrage berekend, die het Hoofd van Bestuur bij den Generaalgouverneur naar verhouding van den gehelen afzet vaststelt.
Art. 3. Den voortbrengers wordt verboden de wegens levering hunner voortbrengselen aangegane verbintenissen na te komen. De tengevolge van dit verbod in gebreke blijvende partij is tot geen schadeloosstelling verplicht. De Kolencentrale kan uitzondering betreft, die tot dekking van bewezen behoefte der verbruikers gesloten werden
Art. 4. Wie beproeft, voortbrengselen anders dan onder artikel 2 voorgeschreven wordt, aan den man te brengen, wordt met een boete van ten hoogste 10,000 frank gestraft. De straf wordt door den Generaalgouverneur vastgesteld. Benevens de boete han hij ook nog de inbeslagneming van de uitspreken. Is de inbeslagneming niet mogelijk, zo wordt tot betaling van de waarde der voortbrengselen, en kan deze niet vastgesteld worden, tot betaling in geld van de waarschijnlijke waarde, veroordeeld
Art. 5. Deze verordening wordt terstond van kracht
Brussel, den 26n april 1915

No. 66. — 30. april 1915
De invoer van vetzuren en oliën d. i. glycérine oliën, wordt verboden. uitzonderingen kan het Generaal-Gouvernement toestaan. Deze verordening wordt terstond van kracht
Brussel, den 22n april 1915
No. 66. — 30. april 1915
Met toestemming van den Heer Generaalgouverneur in België heb ik, overeenkomstig de verordening van 17 1915 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België No. 41 van den 20n februari 1915 ) de hierna vermelde ondernemingen onder dwangbeheer geplaatst: (Zie de namen in de originele tekst)
Brussel, den 28n april 1915
No. 69. — 8. mei 1915
Pag. 505 BEKANNTMACHUNGMit Ziistimmung des Herrn Generalgouvemeurs in Belgien habe ich gemâss Verordnung vom 17. Februar 1915
(Gesetz- und Verordnungsblatt fiir die okkupierten Gebiete Belgiens Nr. 41 vom 20. Februar 1915) die nachfolgenden Unternehmungen unter Zwangsverwaltung gestellt: Internationale Schlafwagengesellschaft, Brussel, Compagnie Générale de charbonnages, Brussel, La Belge Cinéma, Soc. an., Brussel, Soc. an. Belge de Pneumatique „Michelin", Brussel, Société Minière et Met. de Pennaroya, Bleyberg . 35 Forges et Ateliers de la Longueville, Brussel, Soc. an. de Pont Brûlé, Vilvoorde, Usines Duché, Soc. an., VilvoordeZu Zwangsverwaltern habe ich ernannt: Herrn Dr. Kitter von Ritter-Zahony fiir die Internationale Schlafwagengesellschaft, „ Theodor Rix fiir Compagnie Générale de Charbonnages, Theodor Rix fiir La Belge Cinéma, August Dubbers fiir Soc. an. Belge de Pneumatique „Michelin", Brussel, Ernst Poensgen fiir Société Minière et Met. de Pennaroya, Dr. Getz fiir Forges et Ateliers Longueville, Jebens fiir Soc. an. de Pont Brûlé, Jebens fiir Usines Duché
Met toestemming van den Heer Generaalgouverneur in België heb ik, overeenkomstig de verordening van 17 februari 1915 (Wet- en Verordening sblad voor de bezette streken van België, Nr. 41 van den 20n februari 1915 ) de hierna vermelde ondernemingen onder dwangbeheer geplaatst: 1(Zie de namen hierboven).
Brussel, den 6n mei 1915
No. 71. — 14. mei 1915
Is de heer Fischbach, J., leraar in de Duitse taal aan het Koninklijk Athenaeum te Chimay, op eigen verzoek uit zijn ambt ontslagen.Hij is er toe gemachtigd aanspraak op pensioen te maken en den eretitel van zijn ambt te voeren
No. 72. — 16. mei 1915
Verordening over de Belgische begrotîng voor 1915
Art. 1. De gewone ontvangsten van den Staat, voor het dienstjaar 1915
worden, overeenkomstig de hierhijgevoegde tabel, op honderd vijf en zeventig miljoen honderd negen en vijftig duizend vijfhonderd negen en twintig frank (175,159,529 fr.) geraamd
Art. 2. De uitgaven van den Staat voor het dienstjaar 1915 worden, overeenkomstig de hierbijgevoegde begrotingen, op te samen honderd acht en negentig mïllioen honderd negen en vijftig duizend vijf honderd negen en twintig frank (198,159,529 fr.) vastgesteld en wel: Voor de Openbare Schuld op vier en dertig mïllioen achthonderd vijf en zeventig duizend frank (34,875,000 fr.);
Voor de dotatiën op vierhonderd vier en negentig duizend driehonderd frank (494,300 fr.);
Voor het Ministerie van Justitie op zes en twintig miljoen zeshonderd twintig duizend honderd en drie frank (26,620,103 fr.)
voor de gewone uitgaven en op vijftig duizend frank (50,000 fr.)
voor de uitzonderlijke uitgaven, tezamen op zes en twintig miljoen zeshonderd zeventig duizend honderd en drie frank (26,670,103 fr.);
Voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken op vier miljoen vier en veertig duizend honderd twee en dertig frank (4,044,132 fr.)
voor de gewone uitgaven en op honderd en vijftig duizend frank (150,000 fr.) voor de uitzonderlijke uitgaven, tezamen op vier miljoen honderd vier en negentig duizend honderd twee en dertig frank (4,194,132 fr.);
Voor het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten op drie en dertig mïllioen vierhonderd zeven en negentig duizend zeven honderd twee en negentig frank (33,497,792 fr.)
voor de gewone uitgaven en op vierhonderd en zeven duizend frank (407,000 fr.) voor de uitzonderlijke uitgaven, tezamen op drie en dertig miljoen negenhonderd en vier duizend zevenhonderd twee en negentig frank (33,904,792 fr.);
Voor het Ministerie van Nijverheid en Arbeid op elf miljoen tweehonderd zes en twintig duizend 42 frank (11,226,000 fr.)
voor de gewone uitgaven en op zeven en dertig duisend frank (37,000 fr.)
voor de uitzonderlijke uitgaven, te samen op elf miljoen tweehonderd drie en zestig duizend frank (11,263,000 fr.);
Voor het Ministerie van Financiën op zestig miljoen driehonderd zes en twintig duizend acht honderd frank (60,326,800 fr.);
Voor het Ministerie van Landbouw en Openbare Werhen op drie en twintig miljoen tweehonderd en dertien duizend vierhonderd en twee frank (23,213,402 fr.)
voor de gewone uitgaven en op een miljoen achthonderd en tien duizend frank (1,810,000 fr.)
voor de uitzonderlijhe uitgaven, tezamen op vijf en twintig miljoen drie en twintig duizend vierhonderd en twee frank (25,023,402 fr.);
Voor onwaarden en terugbetalingen op een miljoen vierhonderd en acht duizend frank (1,408,000 fr.)
Art. 3. Het schaffen der middelen tot het dekken van het volgens artikelen 1 en 2 gebleken te kort van drie en twintig miljoen frank (23,000,000 fr.) blijft voor een bijzondere verordening voorbehouden
Brussel, den 2n mei 1915
No. 74. — 20. mei 1915
De hij artihel Tbis der wet van 28 februari 1882 en van 4 april 1900 bepaalde vergoeding voor schade, aan de vruchten en den oogst door wilde konijnen veroorsaaht, wordt tot het enkele der aangerichte schade teruggehracht
Brussel, den 13n Met 1915
No. 75. — 23. mei 1915
§ 1. H et is gebleken dat nog steeds grote hoeveelheden haver in het land verborgen gehouden en in *t geheim verhandeld worden.
Dienvolgens besluit ik, dat elke haver voorraad boven 500 kg. binnen 10 dagen na afkondiging van deze verordening onder aangifte van naam, woonplaats en kreits der haverbezitters, evenals het aantal der paarden, die in 't bezit zijn der afzonderlijke paardenhouders, hij den Burgemeester of dezes vertegenwoordiger moeten aangemeld worden
§ 2. De Burgemeester s maken een lijst op van alle aangegeven havervoorraden, evenals van de voorhanden paarden en leveren die naast de afzonderlijke aangiften binnen verdere acht dagen bij den bevoegden militairen kreits-chef indeze lijst moet bevatten: a) de volgens § 1 aangegeven havervoorraden van elke haverbezitter;
b) het aantal der aan de af zonderlijke paardenhouders behorende paarden.
Tot den nieuwen oogst (1 september) mogen de eigenaars van paarden over 2,500 g. haver per dag en per paard beschikken. Alle daarboven gaande voorraden moeten bijzonder zichthaar gesteld en mogen zonder toelating van den Kreits-chef of Kommandant niet van de hand gedaan worden
§ 3. Elke voorraad haver, die binnen de hier voren bepaalde 8 dagen hij den Burgemeester niet aangegeven is, wordt zonder vergoeding aangeslagen
Brussel den 15n mei 1915
No. 76. — 26. mei 1915
De bij verordening van 21n april 1915 (Nr. 64 van het Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België) tot 31n Met 1915 verlengde termijn voor protestopmaken en andere tot vrijwaring van verhaal bestemde rechtshandelingen wordt hierbij tot 30n Juni 1915 verlengd
Brussel, den 22n Met 1915
No. 76. — 26. mei 1915
De verordening des Konings der Belgen van 3 Augustus 1914, betreffend het terugtrekken van banktegoed, blijft met de beperking in de verordening des Konings der Belgen van 6 Augustus 1914 en met de uitbreiding in de Verordening van 23 September 1914 48 vervat (Nr. 4 van het Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België) tot den 30n Juni 1915 van kracht
Brussel, den 22n mei 1915
No. 77. — 29. mei 1915
Het aantal naamloze aanklachten, die bij mij en bij de Duitse overheid binnenkomen, neemt voortdurend toe. Ik weiger voortaan, zulke aanklachten volstrekt in aanmerking te nemen en heb in den selfden zin, dan mijn onderhorige beambten bevelen gegeven, Smeekschriften uit de bevolking, die degelijk ondertekend aan mij geworden, zullen voor als na, gaarne in aanmerking genomen en welwillend onderzocht worden
Brussel, den 4n mei 1915
No. 77. — 29. mei 1915
Het aankopen van vroege aardappelen in de militairkreitsen Leuven, Mechelen en Turnhout is alleen zulken handelaars toegelaten, die in 't bezit zijn van een door de kreitschefs der voornoemde kreitsen of hun vertegenwoordigende burgerlijke kommissarissen afgelever d verlof. Overtredingen van deze verordening kunnen met beslaglegging op de aangekochte aardappelen en met een boete van ten hoogste 1,000 Mk., voor onvermogenden met overeenkomstige gevangenis, gestraft worden
Brussel, den 20n Met 1915
No. 77. — 29. mei 1915
Art. 1. Wîe zonder ambtelijke toelating goud-, sïlver- of nikkelmunt of Franse bankbrieven tegen hogere prijs dan de noemwaarde koopt of tracht te kopen, wordt met gevangenis ten hoogstens één jaar en met een boete van hoogstens 10,000 frank gestraft. Ondergaat dezelfde straf, wie goud, zilver of nikkelmunt of Franse bankbrieven aan personen, die geen ambtelijke toelating bezitten, te hoop aanbiedt, van de hand doet of aan zulken handel deelneemt. Laat men verzachtende omstandigheden gelden, zo kan uitsluitend tot geldboete veroordeeld worden. Bevoegd zijn de krijgsgerechten. De muntstukken en bankbrieven worden aangeslagen
Art. 2. Tot het aflever en van de in artikel 1 vermelde toelating is de Generaalkommissaris voor de banken gemachtigd. De personen van een toelating voorzien ontvangen een ambtelijh bewijs en worden in het Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België bekend gemaakt
Art. 3. Deze verordening wordt op den dag der afkondiging van kracht
Brussel, den 22n mei 1915
No. 77. — 29. mei 1915
De uitvoeringsbepalingen van 22n februari 1915 hij de verordening van 16n Januari 1915 betreffend de afwezigheidsbelasting (Wet- en Verordeningsblad nr. 50, hlz. 267-270) worden met terugwerkende kracht, als volgt, volledigd:
§ 9. Het opmaken van de kohieren en lijsten, evenals het belastingaanslag kan ook maar door de bevoegde belastingkontroleurs van den Staat en de belastingontvangers alleen gedaan worden
Brussel, den 22n mei 1915
No. 79. — 3. juni 1915
Verordening betreffend het verkeer met niet ambtelijke motorvoertuigen in België
§ 1, Motorvoertuigen in den zin dezer verordening zijn alle wagens en rijwielen, die door motorkracht gedreven worden en niet op spoorwegen lopen. Op de motorvoertuigen der troepen evenals op diegene der Duitse krijgs- en burgerlijke overheden is deze verordening niet van toepassing .Verplichte aangifte
§ 2. Elk motorvoertuig moet tot den 20n Juni 1915 op het motorvoertuigkantoor van zulke provincie aangegeven worden, op wier gebied zich het voertuig bevindt. Tot aangifte verplicht zijn zowel de voertuighouders (eigenaars, héritiers, huurders) als de héritier der stalplaats van het voertuig. Na de aangifte wordt den voertuig houder een bewijs afgeleverd, dat de soort van het motorvoertuig, den voertuighouder, den dag der aangifte en den stal, waar het zich bevindt, moet aanduiden. De motorvoertuigkantoren maken een lijst op van de hij hen aangegeven voertuigen en zenden er een afschrift van op voor 30 Juni 1915 één aan het Generaal-Gouvernement, één aan de bevoegde Gouvernementen en één aan den Président van het bevoegde Duitse Burgerlijk Bestuur.
De bewijzen en de lijsten moeten door vermelding van in- en uitgang, evenals van voorkomende wezenlijke veranderingen van een voertuig op 1 en 15 van elke maand bijgehouden worden,
Toelating
§ 3. Motorvoertuig en mogen alleen na uitdrukkelijke toelating van wege het Generaal-Gouvernement in gebruik genomen worden. De aanvraag om toelating moet bij het Gouvernement van die vesting of provincie ingediend worden, in welke zich het voertuig ten tijde der aanvraag bevindt. Het Gouvernement, na het motorvoertuigkantoor en den President van het burgerlijk bestuur gehoord te hebben, onderwerpt de aanvraag met een geleiwoord, aan het Generaal-Gouvernement. De toelating kan voor onbeperkten tijd, voor beperkten tijd of voor bepaalde reizen en afstanden toegestaan worden. Ze kan ten allen tijde door het Generaal-Gouvernement zonder uitleg ingetrokken worden. Als nog andere burgerlijke personen een toegelaten motorvoertuig willen benuttigen, moeten zij een meereisverlof bezitten.
Alle verkeer van niet toegelaten motorvoertuigen is verboden; toegelaten voertuigen mogen enkel voor het doel, op het toelatingsbewijs aangegeven, evenals door de daarop aangeduide personen, gebruikt worden
§ 4. Alleen de volgende motorvoertuigen worden toegelaten:
A) Motorvoertuigen die door diplomatische vertegenwoordigers of door van Duitse zijde erkende generaal Connsuls of consuls gehouden worden. Buitendien kan het generaal gouvernement, op voorstel der Politische Abteilung hij den Generaal gouverneur, bij uitzondering van Duitse zijde niet uitdrukkelijk erkende generaalhonsuls of honsuls de toelating tot het ingebruik nemen van een motorvoertuig toestaan
B) Motorvoertuigen die door maatschappijen tot algemeen nut gehouden wordenc) Motorvoertuigen, waarvan de toelating in het openhaar of algemeen economisch belang ligt Toelatingsbewijs
§ 5. Na de toegestane toelating wordt door het motorvoertuigkantoor een bewijs afgeleverd, dat de menner moet hij sich hebben en op verlangen der bevoegde beambten ten allen tijde moet laten zien. Met het bewijs is de handenkaart ( § 12), de drijfstofkaart ( § 13) en het daghoek ( § 14) verbonden. Voor het bewijs heeft de aanvrager een recht van 20 tot 300 frank te betalen. Dit recht wordt door het Generaalgouvernement vastgesteld; de kwijting wordt op het toelatingsbewijs erkend.
Niet-Belgische motorvoertuigen
§ 6. Motorvoertuigen, die buiten België tehuis behoren en krachtens een bijzondere toelating naar België binnenkomen, moeten de politieplaten uit hun land dragen, zo niet worden de bepalingen dezer verordening van toepassing. Zijn alle politievoorschriften uit het land van herkomst in alle opzichten nagekomen (ook betr. mennerkaart, toelatingsbewijs enz.) zo worden de bepalingen der § 2, 7, 8 en 10 niet toegepast
§ 3, lit. 1 wordt voor deze motorvoertuigen in dezen zin gewijzigd, dat de aanvraag om toelating, terstond na aankomst bij het eerst betreden gouvernement of ten laatste te Brussel moeten ingediend worden .In de plaats van het toelatingsbewijs van § 5, lit. 1, komt: sl) voor Duitse motorvoertuigen de Fahrerlaubnis eenr Duitse Immediatbehorde. h) Bij alle andere, aangenomen dat alle drijfstoffen hoegenaamd, uit het buitenland getrokken worden, het bewijs van den buitenlandsen bevoegden gezant of konsul
Politiemerken
§ 7. Elk toegelaten motorvoertuig ontvangt een politieplaat. Deze bevat de letter B en het nummer onder hetwelk het voertuig op de ten motorvoertuig kantore liggende lijst der politieplaten ingeschreven werd. Deze plaat moet aan de voor- en achterzijde van het voertuig buitenwaarts en goed zichthaar bevestigd worden. De platen moeten rechthoekig zijn, in wit blokschrift op zwarten grond en met schroeven en kliknagels vastgemaakt worden. De achterplaat kan ook deel van een lantaarn uitmaken.
De toegelaten motorvoertuigen moeten in donkere kleur geschilderd worden. Verboden kleuren zijn: veldgrauw, bleekgeel, bleekgroen en bleekbruin
De afmetingen der letters moeten bedragen: Voorkant. Achterkant, Letterhoogte 75 m/m 100 mlm Letterdikte 12 „ 1 „ Ruimte (tussen regels en rand) 20 „ 20 „ De afmetingen der platen bedragen voor den voorkant 115 mjm hoogte, voor den achterkant 260 mjm hoogte, Motorwielen moeten een aan beide zijden beschreven plaat aan den voorkant in de stuurrichting goed zichthaar dragen. De plaat moet met wit blokschrift op zwarten grond, rechthoekig met licht afgeronde voorhoeken aan het voertuig bevestigd worden. De afmetingen zijn: letterhoogte 60 mjm; letterdikte 10 mjm, ruimte tussen regels en rand 12 mlm; hoogte der plaat 80 mjm
§ 8. De motorvoertuigkantoren leveren de nummers der platen voor de bij hen aangegeven motorvoertuigen af, zodra de houder van het voertuig het toelatingsbewijs overlegt. Het bezorgen van de platen valt ten laste der voertuighouders. De motorvoertuigkantoren laten zich het voertuig voorbrengen en moeten zich overtuigen, dat het de voorschriften dezer verordening en de andere, in het belang der openbare veiligheid op te leggen eisen beantwoordt. Alsdan wordt de plaat met den stempel van het motorvoertuigkantoor gestempeld. Wordt het toelatingsbewijs ingetrokken (
§3), zo moet het bevoegde motorvoertuigkantoor de politieplaat afnemen
§ 9. De platen mogen niet kunnen toeklappen noch overdekt zijn. Zij moeten steeds in leesbaren toestand gehouden worden. In de duisternis of bij dichten mist moet de achterplaat — hij motorwielen de voorplaat — zo verlicht zijn, dat ze goed te erkennen is. Inrichtingen, waardoor de platen van uit den wagen kunnen bedekt of onzichtbaar gemaakt worden, zijn verboden. De verantwoording, dat het motorvoertuig met de voorgeschreven platen voorzien is, dragen de menner en de houder van het voertuig
§ 10. De provinciën worden volgende nummerreeksen toegewezen: 3 prov . Brahant Brussel, nrs 1000 -1999; Luik •| Luik nrs 2000 -2999; Namur X o Namur, nrs 3000 -3999; Antîverpen 1 "1 Antwerpen, nrs 4000 -4999; Luxemburg Arel, nrs 5000 -5999; Limburg "1 Hasselt, nrs 6000 -6999; Henegouwen Mons, nrs. 7000 -7999
§ 11. leder menner van een motorvoertuig moet een mennerkaart hebben, die hij steeds bij zich moet hebben. Op die kaart moet de fotografie des eigenaars geplakt zijn door dezen genaamtekend. De kaart moet bevatten: naam en voornaam, geboortedag, geboorteplaats, woonplaats van den menner. De mennerkaart wordt door het motorvoertuigkantoor der provincie afgeleverd, waar de menner zijn woonplaats heeft. Ze mag enkel afgeleverd worden, indien de aanvrager in bezit is van een geldig toelatingsbewijs (
§ 3) evenals van een door de politie afgeleverd mennergetuigschrift, indien hij zijn geschiktheid om motorvoertuig en te mennen bewezen heeft en geen feiten voorhanden zijn, die wettigen aan te nemen, dat hij niet geschikt is tot het mennen van motorvoertuigen. De menner moet de proef ondergaan met het voertuig, dat hij van zin is te voeren. Bij betwistingen beslist het bevoegde gouvernement. Bij bewezen onbetrouwbaarheid van den menner kan dezen te allen stond zijn mennerkaart door het bevoegd gouvernement voor goed of slechts tijdelijk ontnomen worden
Bandenkaart
§ 12. Voor elk motorvoertuig behoeft men een handen- en drijfstoffenkaart te hebben. Deze kaarten worden met het toelatingsbewijs door het Generaalgouvernement afgeleverd. Voor elk motorvoertuig mag maar telkens een kaart tellen. Op de bandenkaart moeten voor elken afonderli]ken band en wel volgens buiten- en binnenbanden gescheiden aangegeven worden: a) het tijdstip der aanschaffing, b) het fabriekmerk, c) het fabrieknummer, d) bandgrootte, e) de plaats van waar de band betrokken werd, f) de plaats aan welke hij teruggegeven werd, g) het tijdstip der teruggave, h) het kwijtschrift van den ontvanger.
De aangifte moet door hem geschieden, die den band aflevert of terugontvangt. Door gezamenlijke stapelhuizen, door bijzonderen (zo winkels als personen) mogen banden alleen na overleggen van de bandenkaart en alleen tegen teruggave van een op deze kaart aangetekende ouden band, afgeleverd worden. Drijfstoffenkaart
§ 13. Op de drijfstoffenkaart moeten aangegeven worden: a,) het tijdstip der aanschaffing, h) den aard der drijfstof, c) de hoeveelheid der stof, d) de plaats, van waar ze getrokken werd. De aangifte moet door hem geschieden, die de drijfstof aflevert. Hij is tot de aangifte verplicht. De gezamenlijke tapplaatsen, evenals bijzondere, £00 winkels die personen, mogen drijfstoffen alleen na overleggen van drijfstoffenkaarten afleveren
Dagboek
§ 14. Elke menner van een motorvoertuig is verplicht, een daghoek te houden. Daarin moet hij optekenen en door naamtekening bevestigen: Tijd en plaats van begin en slot der reis. Aantal doorlopen kilometer
§ 15. De menners en hij geval de houders van motorvoertuig en zijn verplicht, de in deze verordening opgelegde bewijsstukken allen, ter bewaking van het motorvoertuig verkeer aangestelde beambten, ten allen tijde, op verlangen ten onderzoek, in te leveren. Voor het overige raakt deze verordening de gerechtelijke pasbepalingen betreffend den plicht der inzittenden en den menner van een motorvoertuig zich uit te wijzen (eenzelvigheidsbewijs, passierschein, meereisverlof) niet
Vlaggen
§ 16. Het voeren van vlaggen op motorvoertuig en is alleen met goedkeuring van het Generaal gouvernement toegelaten. De goedkeuring han alleen voor den wagen der gezanten en voor een enkel niet in
Brussel verblijf houdend generaal consul van elke staat, evenals van de Commission for Relief in Belgium en van het Rode Kruis, toegestaan worden. De goedkeuring moet op het toelatingsbewijs te lezen zijn
§ 17. Verhuist de voertuighouder naar het gebied een andere provincie of wordt het voertuig voor goed in het gebied een andere provincie overgebracht, zo moet de voertuighouder het oude toelatingsbewijs en de oude politieplaat hij het nieuwe bevoegde motorvoertuigkantoor inleveren en nieuwe aanvragen.
Voorscliriften op het rijden
§ 18. De vaartsnelheid mag op open weg 60 kilometer., binnen gemeenten 30 kilom. per uur niet te boven gaan. Reeds bestaande, hiervan afwijkende gemeentelijke straatpolitiemaatregelen blijven van kracht. Op gevaarlijke plaatsen moet de menner de snelheid zodanig regelen, dat alle beschadiging van voertuig en inzittenden, evenals van buitenstaanden, onmogelijk is. Men moet rechts rijden en links voorsteken.
Voorstekende voertuigen mogen op hun beurt niet voorgestoken worden; voorsteken aan krommingen en sprietwegen is verboden. Bij sprietwegen moet het van rechts komend voertuig voorgelaten worden. Op gevaarlijke plaatsen en bij het voorsteken moet getoet worden. Het inzicht om links in te slaan of stil te houden moet door een teken voor achteraan rijdende voertuigen kenbaar gemaakt worden
Het gehruik van van faren is verboden. Bij stïlstaande wagens moet de motor stilgelegd worden. Mïlitairkolonnen en enkele militairmotorvoertuigen hebben in alle omstandigheden den voorrang op motorvoertuigen van bijzonderen,
Strafbepalingen
§ 19. Overtredingen van deze verordeningen worden met ten hoogste één jaar gevangenis en ten hoogste 10,000 mark boete of met een van beide gestraft. Ook kan beslaglegging op het motorvoertuig , de banden of drijfstoffen uitgesproken worden. De bestraffing ligt in de bevoegdheid der krijgsoverheden.
Bestaande voorschriften
§ 20. De anders in België bestaande voorschriften op het mennen en de bediening, vervaardiging en uitrusting van motorvoertuigen, het benuttigen van wegen en plaatsen, de belasting evenals de verantwoordelijkheid van den voertuighouder en den menner, raken deze verordening niet. Worden Duitsers gekwetst of wordt Duits eigendom beschadigd, zo stelt het bevoegde Gouvernement eenzijdig de schadevergoeding vast. Van de uitspraak van het Gouvernement is alleen beroep bij het Generaalgouvernement toegelaten. Voor het overschrijden der grenzen met motorvoertuigen gelden de bepalingen van het Generaalgouvernement op het paswezen
§ 21. Deze verordening wordt op den dag harer afkondiging van kracht
Brussel, den 26n mei 1915
No. 79. — 3. juni 1915
Alle invoer van allerhande zeep, zeeppoeier evenals van zeepige oliën en vetten wordt verboden. Uitzonderingen kan het Generaal-Gouvernement toestaan,
Deze verordening wordt terstond van kracht
Brussel, den 29n mei 1915
No. 80. — 6. juni 1915
1. Kaiserlichem Generalkommissar fur die Banken in Belgien Geheimem Oberfinanzrat Dr. von Lumm, Brussel, 2. Prâsidenten der Eeichsentsehâdigungskommission Geheimen Jnstizrat Dr. Hiekman, Berlin, 3. Bankdirektor Dr. Schacht, Brussel; der Ansschuss ans den Herren: 1. Prâsidenten der Keichsentschâdignngskommission Geheimen Justizrat Dr. Hiekmann, Berlin, 2. Landgeriehtsdirektor Dr. Eitter aus Hamburg, z. Zt. Berlin, ordentlichem Mitglied der Reiehsentschâdigungskommission, 3. Erstem Staatsanwalt Dr. Sehwedersky, Brussel, 4. Kammergerichtsrat Dr. Kônigsberger, Brussel, 5. Bankdirektor Dr. Beheim-Sehwarzbaeh, Brussel, zu 3 — 5 stellvertretenden Mitgliedern der Reiehsentsehâdigungskommission
Brussel, den 22. mei 1915
No. 80. — 6. juni 1915
De door verordening van den Heer Reichshansler van 25n april 1915 benoemde Rijksvergoedingskommissie met Berlijn tot zetelplaats heeft het laten gepast voorkomen, de door mijne verordening van 2n april 1915 ingerichte voorschotkas bij den Generaalgouverneur in België hij de Rijksvergoedingskommissie in den vorm eenr vooronderzoekskommissie aan te sluiten. Mijne verordening van 2n april 1915 blijft hierbij in haar geheel bestaan. In tussen bleek het nodig het bestuur en den beheerraad te vernieuwen(Zie de namen hierboven)
Brussel, den 22n mei 1915
No. 80. — 6. juni 1915
Met goedkeuring van den Heer Generaal gouverneur in België heb ik overeenkomstig de Verordening van 17 Februari 1915 (Wet- en Verordening sblad voor de belette streken in België nr. 41 van 20 Februari 1915) naast de reeds benoemde dwangbeheerders, tot dwangbeheerder der hierna volgende banken: (Zie de namen hierboven). den Heer Wilhelm Tang benoemd
Banken: Crédit Lyonnais, Banque de Paris et des Pays-Bas, Comptoir National d'Escompte de Paris, Société Belge de Crédit Industriel et Commercial et de Dépôts, Société de Dépôts et de Crédit, sâmtlich in Brussel, und Société Française de Banque et de Dépôts in Brussel und Antwerpen
Brussel, den In Juni 1915
No. 81. — 8. juni 1915
Aan het beheer der liefdadigheidsgestichten te Trwières is machtiging verleend om voor 7,227 fr. 32 c. (zeven duizend tweehonderd zeven en twintig frank twee en dertig centiem), aan de naamloze vennootschap „Les Charbonnages de Ressaix-Péronnes" , uit de hand te verkopen een perceel grond, gelegen te Péronnes-lez-Binche, aldaar bekend ten kadaster wijk A, nrs, 242, 243 en 244, ter grootte van 31,23 arenHet Hoofd van de Burgerlijke Administratie hij den Generaal gouverneur in België is helast met de uitvoering van dit besluit
Brussel, den 22n mei 1915
No. 81. — 8. juni 1915
I In de Staatsmiddelbare normaalscholen te Gent en Nijvel (voor jongens), te Brussel en Luik (voor 92 meisjes) zullen de jury's belast met het uitreiken, in 1915 , van de diploma’s van aspirant geaggregeerd leraar, van aspirante regentes en regentes, alsmede van de getuigschriften betreffende de examens over de Germaanse talen, vergaderen op een door de voorzitters te bepalen datum
II De recipiendi die private studiën deden, mogen zich aanbieden voor een of andere van hovengemelde jury's; zij die zich aanmelden tot het examen van geaggregeerd leraar en zich willen wijden aan het onderwijs in een Vlaamse plaats, moeten dit verklaren op het ogenblik hunner inschrijving
III. Jury's helast met het uitreiken van de diploma’s van aspirante régentes en régentes, alsmede van de getuigschriften betreffende de examens over de Germaansche talen aan de leerlingen der middelbare vrije normaalscholen te Leuven, te Tielt, te O.-L.-V.Waver, te Nijvel, te Champlon, te Doornik, te Eeklo, te Landen, te Gent (Maatschappij voor hoger onderwijs voor jonge meisjes), te Gent (Dames van het Christelijk onderwijs) , te Turnhout, te Bastenaken, en de Sint-Nicolaas (Waas), zullen vergaderen in het lokaal der normaalschool in elke dezer plaatsen, op een door de voorzitters te bepalen datum
IV. De inschrijving en zullen aanvaard worden van 28 Juni tot en met 12 Juli. Latere aanvragen komen niet in aanmerking. Bij de inschrijving zullen den recipiendi de nodige inlichtingen gegeven worden. (Zie de namen in het origineel)
V. De examenkosten zijn vastgesteld zoals volgt: Examen van aspirant geaggregeerd leraar of van aspirante regentes: 20 frank; Examen van geaggregeerd leraar of van regentes: 50 frank
. 93 De tijdens een vorige zitting uitgestelde recipiendi betalen slechts het vierde der examenkosten; de afgewezen recipiendi betalen de helft dier kosten. De kosten zijn te bepalen bij de inschrijving
Brussel, den 2. Juni 1915
No. 82. — 10. juni 1915
Om alle speculeren en prijsopjagen te keer te gaan worden alle wettige verhandelingen van welken aard ook over den deesjarigen graanoogst ongeldig verklaard
Brussel, den 5n Juni 1915
No. 82. — 10. juni 1915

Art. 1. Het verzorgen van België met smeeroliën ligt in de bevoegdheid der smeeroliecentrale in België te Antwerpen, die onder het Hoofd van Bestuur bij den Generaal gouverneur staat. De uitdeling van oliën geschiedt onder medewerking der mijnbesturen te Luik, Mons (Bergen) en Charleroi
Art. 2. De smeeroliecentrale duidt een aantal in België gevestigde oliezaken aan, die alleen gerechtigd en verplicht zijn, aan verbruikers smeeroliën te leveren. De namen dezer oliezaken worden door de smeeroliecentrale in het Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België afgehondigd. Deze zaken hebben de onderrichtingen der smeeroliecentrale, vooral in het opzicht van behandeling en uitdeling der oliën, evenals der vastgestelde verkoopprijzen, na te komen
Art. 3. Zulke bezitters van smeeroliën, die niet onder de in artikel 2 vermelde zaken voorkomen, mogen hunnen voorraad slechts aan deze zaken afstaan
Art. 4. De kosten der smeeroliecentrale worden volgens schikkingen door deze getroffen, door de Art. 2 aangeduide zaken gedragen
Art. 5. Tekortkomingen tegen deze verordening worden met een geldboete van hoogstens 5,000 frank gestraft, daarbij kan op de olievoorraden beslag gelegd worden. De straf wordt door den Generaalgouverneur vastgesteld, evenals de beslagneming door hem uitgesproken. Is beslagneming niet mogelijk, zo wordt tot het storten van de geldwaarde der olievoorraden, en, kan deze niet vastgesteld worden, tot de waarschijnlijke waarde in geld veroordeeld
Art. 6. Deze verordening wordt terstond van kracht
Brussel, den 3n Juni 1915

No. 82. — 10. juni 1915
Dit jaar zullen de verkiezingen van leden der handelsrechtbanken niet plaats hebben. Het mandaat der leden der handelsrechtbanken, dat in het jaar 1915 vervalt, wordt tot een later tijdstip verlengd
Brussel, den 5n Juni 1915
No. 83. — 11. juni 1915
Om het onvermijdelijke noodlijden, dat de huidige omstandigheden voor België meebrengen, zoveel mogelijk door een geordenden onderstandsdienst te verzachten, heb ik, als aanvulling van de maatregelen, die van rechtswege den Staat en den gemeenten opgelegd zijn, ook de bijzondere liefdadigheid opgeroepen om mee te werken en de inrichting ervan aan het Belgische Rode Kruis opgedragen. Het hoofdbeheer van het Belgische Rode Kruis heb ik mijnen afgevaardigden, Graaf B. von Hatsfeldt-Trachenberg toevertrouwd. In elke provinciehoofdplaats werd een bijzondere Kommissaris onder hem gesteld. In de verschillende takken van mijn bestuur komen voortdurend en in toenemend aantal gevallen van bijzondere nooddruft ter kennis, voor welke spoedige hulp onontbeerlijk is. De liefdadige hulpmiddelen kunnen echter eerst hunne voile werking oefenen, indien er de verstrekking van door een nauwgezet toezicht uitsluitend aan de noodlijdende gezinnen ten goede komt. Daartoe zijn inrichting en nodig, zoals zij onder den vorm van stadsapotheken bij de bestrijding van volksziekten, vooral naar Belgisch voorbeeld, in het jongste jaartiental overal ingang gevonden hebben en sooals zij in België als armenkamers in vele gemeenten goed werk verrichten. Het Belgisch Rode Kruis heeft om te beginnen te Brussel in de voormalige sterrewacht, Bischoffsheimlaan, een volksapotheek met drie afdelingen voor kinderverpleging, tuberkulosebestrijding en werkverschaffing, in gang gesteld.
Zij dient tot hoofdbureel voor het inwinnen van inlichtingen omtrent de ter kennis komende gevallen van hulpbehoefte, doordat bijzonder bedreven zusters van daar uit naar de lijdende gezinnen gaan onderzoek doen naar de oorzaak der nooddruftigheid. Het inrichten van verdere volksapotheken, n.l. in grotere steden is in overweging genomen, Ik hen overtuigd, dat de Gemeenten, die door hun Armbestuur (openbare liefdadigheid, armenkamers) tot het lenigen van het huidige noodlijden reeds veel hebben bijgedragen, gaarne zullen bereid zijn, ook in deze bijzondere gevallen, den hulpbehoeftigen onderstand te verlenen en zoveel mogelijk helpend zullen bijspringen. Zij zullen ongetwijfeld door samen te werken met de inrichtingen van het Belgische Rode Kruis. zowel hij middel van de openbare alsook van de bijzondere liefdadigheid, niets onbeproefd laten, dat kan dienen tot het verzachten van den voorhanden nood in de gezinnen en aldus het ontwennen van geregelden arbeid te keer gaan. Ik bepaal dus hierbij, dat de afdelingen van het Rode Kruis den bevoegden gemeenten omtrent elk dezer gevallen zonder uitstel inlichten en deel nemen aan het doeltreffend bewaken der aangewende hulpmaatregelen
Brussel, den 17 n mei 1915
No. 83. — 11. juni 1915
De op 30 Juni a.s. vervallende mandaten der bijzitters (werkgevers en arbeiders) der scheidsgerechten krachiens de wet van 24 December 1903 over schadevergoeding bij werkongevallen ( Art. 26 lit. 2) en de Koninklijke verordening van 29 Augustus 1904, betreffend algemeen regeling der ongevallen-verzekering ( Art. 28 v.) ingesteld, worden tot een verder tijdstip verlengd
Brussel, den 5n Juni 1915
No. 84. — 14. juni 1915
Verordening voor den uitvoer van waren uit België. In de plaats der tot nu geldige bepalingen over den uitvoer van waren uit België — n.l. der verordeningen van 30 september, 26 oktober, 15 november, 20 en 27 december 1914 en van 17 en 25 februari 1915
(Wet en verordeningsblad, nrs. 7, 10, 13, 25, 29, 42, en 45), wordt het volgende verordend:
1. De uitvoer van volgende waren behoeft in elk geval de goedkeuring van den Kommissaris van het Krijgsministerie bij het Generaal-Gouvernement voor België ( Brussel, Wetstraat, 65): Runderen, zwijnen, schapen, paarden, duwen; Levens- en genotmiddelen, voeder, hulpvoeder inbegrepen; Metaalverwerhmachienen en motoren; Krijgsuitrustingstukken (n.l. motorwagens en hunne onderdeelen, motorwielen, rijwielen, rijwielonderdeelen, luchtschepen, vliegtuigen en hunne onderdeelen, motorwielen, rijwielen, rijwielonderdeelen, luchtschepen, vliegtuigen en hunne onderdeelen, telegraaf- en telefoongerief, spoorweg- en bedrijfsmateriaal, staalflesschen voor vloeibare gassen, spermateriaal, paardetuig, zadels, optische instrument en, oehlich ten, hoefijers) ; Wapens en schietvoorraad; Ruwe gom, ruwe rekgom, rekgom- en gomwaren, oudgom, guttapercha, balata en rekgomachtige voortbrengselen; Metalen (n.L ijzer, oudijzer, staal, speciaalstalen, silver, platina, aluminium, tin, koper, messing, lood, zink, antimonium, nikkel, ferromangaan, ferrosilicium, kwikzilver, blik, half- en afgewerkte fahrikaten uit metaal, gietschalen, gietschalenafval; Ertsen (ni. ijzerertsen, haematite, mangaanertsen, nikkelertsen, zwavelkies, zinkhlende (zwavelzink), galmei, koperkiesy hauxit, antimoniumertsen, tinertsen), grafiet, grafiettegels, ashest; Steenkolen, koks, brikets en bijprodukten der koksnijverheid; Verfstoffen (n.L anilineverven) en miner aalverv en; Verbandstoffen en artsenijmiddelen; Scheikundige stoffen (ni. salpeter, salpeterzuren, swavelzuren, zwavel, zoutzuren, kalizouten, kaliloog, vast etskali, glycérine, ontplof stoffen, kamfer, zwavelzure ammomak, ammomakwater, benzol, toluol, teer); Lucifers; Meststoffen (ni. ruwe fosfaat, superfosfaat, thomasmeel, beendermeel, guano, kalkstikstof); Huiden, leder, vellen, persen, allerhand looistoffen; Vlas, hennep, wol, katoen, kapok, jute, zijde en zulke garens, weefsels en afval, vodden, zakken; Dierlijke, mineraal- en plantaardige oliën en vetten (n.l. benzine, parafine, stéarine, petroleum, nafta en smeerolie), harsen; Suiker; Hout (uitgenomen mijnenhout); Wilgen, peddigriet, stoelriet; Cellulose en papier (vooral fotografische papier en), allerhande drukschriften, handschriften en films
2. De uitvoer van alle onder lit. 1 niet opgesomde waren naar Duitsland, Luxemburg en het bezette deel van Frankrijk is vrij, voor welke hoeveelheden ook. De uitvoer van alle onder lit. 1 niet opgesomde waren, naar andere, dan hiervoren vermelde landen behoeft, zoverre er spraak is van spoorwagenlading of scheepslading of van twee of meer voertuigen tegelijk met dezelfde ware (dus van geen stukgoederen), de goedkeuring van den Kommissaris van het Krijgsministerie. De uitvoer van alle onder lit. 1 niet opgesomde waren dis stukgoed is dus vrij, 't is gelijk voor welke hestemming3. Het vervoer van allerhande goederen binnen België hehoeft de goedkeuring van den Kommissaris van het Krijgsministerie alleen dan, wanneer er spraak is van metaalverwerkingsmachines, of van aangeslagen of anderszins uitgesloten waren of zulke, die moeten verklaard worden. Verg. de verordeningen over verklaringsplicht:
Voor benzine, benzol, enz. van 11 december 1914 (Wet- en Verordeningsblad, nr. 23);
Voor metalen en ertsen van 25 Januari 1915 (Weten Verordeningsblad, nr. 36);
Voor suiker en suikerbieten van 2 Maart 1915 (Weten Verordeningsblad, nr. 46)4.
Aanvragen om vrijstelling of uitvoer van de te Antwerpen ingehouden goederen moeten aan het Gouvernement Antwerpen ingezonden worden5. De volgens lit. 1 en 2 door den Kommissaris van het Krijgsministerie toegestane goedkeuringen houden op geldig te zijn, indien de waren niet binnen drie weken sedert den dag der verlening over de grenzen zijn, ten ware, dat een andere tijdruimte uitdrukkelijk toegestaan werd. Wie de voorschriften dezer verordening overtreedt, wordt met een geldboete van ten hoogste vijftigmaal de waarde der ware gestraft, in geval van onvermogen door ten hoogste één jaar opsluiting vervangen. Bovendien wordt de ware aangeslagen. Deze verordening wordt terstond van kracht.
Brussel, den In Juni 1915
No. 84. — 14. juni 1915
De bepaling van artikel AA van de provinciale wet van 30 april 1836, volgens welke de provinciale raden uit eigen rechtsbevoegdheid op 1 Juli te 10 uur 's morgens in gewone zitting vergaderen, wordt voor het jaar 1915 van geen kracht verklaard
Brussel, den 2n Juni 1915
No. 84. — 14. juni 1915
Die nachfolgenden Unternehmungen unter Zwangsverwaltung gestellt: L'Air Liquide, Liittich, A. E. Lewis,
BrusselZu Zwangsverwaltern habe ich ernnannt: Herrn Dr. K. Lepsius fiir L'Air Liquide, Liittich, „ Theodoor Eix fiir A. E. Lewis,
Brussel
Brussel, den 9. Juni 1915
Met toestemming van den Heer Generaalgouverneiir in België, heb ik, overeenkomstig de verordening van 17 februari 1915 (Wet- en Verordening sblad voor de bezette streken van Beïgië, No. 41 van 20n februari 1915 ) de hierna vermelde ondernemingen onder dwangheheer geplaatst: (Zie de namen hierboven)
Brussel, den 9n Juni 1915
No. 85. — 16. juni 1915
De verordening van 20 Met 1915
(Wet- en Verordeningsblad nr. 77 van 29 mei 1915 ) betreffend de regeling van den handel in vroege aardappelen, wordt tot de gemeenten Lier, Duffel, Hemiksem, Ranst en Boom in de provincie Antwerpen uitgebreid. De in de verordening voorziene goedkeuring wordt door den Président der Zwilverwaltung te Antwerpen gegeven
Brussel, den 10 n Juni 1915
No. 85. — 16. juni 1915
Het is mij bekend geworden, dat er met de opeisbewijzen van het Duitse legerbestuur handel gedreven wordt, die vaak aan woeker grenst. Zowel om een uitbuiten van den economische noodstand te beletten, als ook om de kopers, die ter trouw zijn, te beschermen, vestig ik er de aandacht op, dat opeisbewijzen geen waardepapieren zijn, maar enkel als bewijs dienen,dat de erop aangegeven krijgslevering in werkelijkheid gedaan werd. Ik waarschuw dus dringend voor aan- of verkopen van zulke bewijzen,
Brussel, den 15n Juni 1915
No. 85. — 16. juni 1915
Bij besluit van den Generaal-Gouverneur in België in data 15 mei 1915 is Mev. Machiels-Colpin, M.-L.-P., régentes aan de lagere Staatsnormaalschool te Brugge, op eigen verzoek, uit haar ambt ontslagen. Zij is er toe gemachtigd aanspraak op pensioen te maken en den eretitel van haar ambt te voeren
No. 85. — 16. juni 1915
Bij besluit van den Generaal-Gouvemeur in België in dato 15 mei 1915 is Mej. De Cavel, S., régentes aan de lagere Staatsnormaalschool te Brugge, op eigen verzoek uit haar ambt ontslagen. Zij is er toe gemachtigd aanspraak op pensioen te maken en den eretitel van haar ambt te voeren
No. 86. — 19. juni 1915
Verordening over gerechtelijke en politiebevoegdheid tegenover vreemdelingen.
Mijn verordening van 5 februari 1915 over de politiemacht der Gouverneurs, Kreits-chefs en Kommandantcn wordt opgeheven en door volgende op den dag der afkondiging in het Wet- en Verordeningsblad van kracht wordende verordening vervangen:
Art. 1. De krijgsrechtbanken zijn volgens het M. St. G. B. en volgens de Keizerlijke verordening van den 28. 12. 1899 over het buitengewoon krijgsgerechtelijk verhandelen tegen vreemdelingen en het uitoefenen van het strafrecht tegen krijgsgevangenen, wegens strafbare handelingen van vreemdelingen, bevoegd:
a. bij krijgsverraad. (Far. 57, 58, 59, 160 Mil. 87, 88, 89, 90, 91, 92 R. St. G. B.)
b. bij plundering van op het slagveld achtergebleven tot de Duitse of Verbonden troepen behorende personen of het afpersen van zaken tegenover zieken, gewonden of krijgsgevangenen. (Far. 134, 160 M. St, G. B.)
c. hij alle volgens de wetten van het Duitse Rijk strafbare handelingen, tegen Duitse troepen of die er toebehoren gericht of tegen een op hevel van den Duitse Keizer aangestelde overheid. (Par. 161 M. St. G. B.)
d. bij elke inbreuk op de onder strafaanzegging uitgevaardigde verordeningen der hiertoe gemachtigde Duitse Krijgsbevelvoerders of op de onder strafaanzegging uitgevaardigde, de veiligheid der Duitse troepen beoogende bevelen van den opperhevelhebber een gemeente of omschrijving. (Par. 3 der Keizerlijke verordening Nr. 2 van den 28. 12. 1899.) en. bij alle misdrijven zonder uitzondering , die door zulke personen begaan worden, die zonder militairpersonen te zijn, in de een of andere dienst- of verdragsbetrekking tot het Duitse leger staan of er zich hij ophouden of het volgen. (Par. 155 M. St. G. B.)
Art. 2. Het recht om de onder Art. 1, litt d vermelde verordeningen onder strafaanzegging uit te vaardigen bezitten: de Generaal- gouverneur, de Provinciegouverneurs, de Vesting gouverneurs, de Gouverneur van Brussel en de Bevelvoerder over Maubenge en het Kamp van Beverlo
Art. 3. Het recht om de onder
Art. 1, litt. d vermelde bevelen onder strafaanzegging, die de veiligheid der troepen beogen uit te vaardigen, bezitten de onder
Art. 2 genoemde bevelvoerder, verder de Kreitschefs, Kommandanten en de door de Provinciegouverneurs in 't bijzonder daartoe gemachtigde troepenbevelvoerders
Art. A. Overtredingen van onder Art. 1, litt. d. vermelden aard hunnen volgens par. 3, litt. 2, der Keizerlijke verordening van den 28. 12. 1899 in minder erge gevallen in plaats van gerechtelijk door een vonnis van enkele politie, door de onder
Art. 3 genoemde bevelhebbers gestraft worden. Bij politievonnis mag eventueel naast een mogelijke beslaglegging geen hogere straf opgelegd worden, dan:
a. door den onder Art. 2 genoemden bevelvoerder: 3 maand opsluiting of 1,000 Mh. geldboete,
b. door de Kreits-chefs: 3 week opsluiting of 300 Mk. geldboete,
c. door de Kommandanten: 2 week opsluiting of 200 Mk. geldboete, à. door de daartoe gemachtigde troepenbevelvoerders: 5 dagen opsluiting of 50 Mk. geldboete
Art. 5. De onder Art. 2 genoemde bevelvoerders hebben buitendien volgens § 18, 2, der Keizerlijke verordening het recht, door politiemaatregelen in t belang der veiligheid der troepen afzonderlijke schikkingen af te dwingen en naar beliefde bestuurmaatregelen te nemen. Zij bezitten daarbij in de op teleggen straffen onbeperkte keus
Art. 6. Van alle politiebesluiten wordt termijnloos beroep hij de eerst volgende overheid, dus over den troepenaanvoerder hij den Kreits-chef, over dezen en den Kommandant hij den hoven hem staanden Gouverneur, over dezen hij den Generaalgouverneur toegelaten. Het beroep heeft echter, indien de daartoe bevoegde overheid niet uitdrukkelijk anders beslist geen schorsende werking
Brussel, den 12n Juni 1915
No. 86. — 19. juni 1915
Het verkopen of slijten van andere geestrijke dranken dan wijn of hier aan personen, die tot het Duitse leger behoren, wordt voor hotels, spijs-, drank- en andere openbare huizen verboden. Overtredingen worden met hechtenis of gevangenis van 1 dag tot hoogstens 2 maand en met een boet van ten hoogste 500 Mark gestraft. Ook enkele geldboete kan uitgesproken worden. Het vonnis wordt door de krijgsrechtbanken of krijgsoverheden geveld
Brussel, den 16n Juni 1915
No. 86. — 19. juni 1915
Oorkonden, die door een Duits openhaar ambt of door een met ambtelijk gezag hekleed persoon uit het Duitse Rijk opgesteld of afgeleverd werden, verkrijgen in België geldigheid, zodra zij door het Hoofd van Bestuur hij den Generaal gouverneur wettig verklaard zijn
Brussel, den 16n Juni 1915
No. 87. — 22. juni 1915
Bekendmaking, betreffende het eigenmachtig verlagen van het kanaalpeil in een provincie is het geval voorgekomen, dat een burgemeester de hem gegeven opdracht, om naar in 't water verborgen voorwerpen te zoeken, meende derwijze uit te voeren dat hij eigenmachtig door onmiddellijk bevel het waterpeil in de vaart door een Belgischen beambte liet verlagen. Hieruit is aanzienlijk nadeel voor de scheepvaart ontstaan. Dergelijke ondeskundige en ongeoorloofde maatregelen van onbevoegden worden verboden Alle wensen betreffend het wijzigen van het waterpeil moeten in grondbegin tijdig aan de Baudirektion hij het Generaal-Gouvernement als bevoegde overheid gericht worden. , Eensluidend besluit verschijnt in het Militair-Verordeningsblad van het Generaal-Gouvernement in België
Brussel, den 11 n Juni 1915
No. 87. — 22. juni 1915
Art. 1. De bepalingen der verkiezingswetten over de jaarlijkse overziening van de verkiesingslijsten worden voordehand niet van kracht verklaard
Art. 2. De aanvullingsverkiezingen voor de gemeenteraden in 1915 , zullen niet plaats hebben
Brussel, den 16n Juni 1915
No. 88. — 24. juni 1915
Krachtens
Art. 2 der verordening van 3 Juni 1915 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België nr. 82) worden de hieronder volgende namen der huizen bekendgemaakt, die alleen gerechtigd en verplicht zijn, in België smeeroliën aan verbruikers te leveren: (Zie de namen hierboven). Zulke oliezaken, die nog over groten voorraad smeerolie beschikken en eveneens op de lijst der Belgische smeerolieverkopers wensen te komen, moeten zich, onder nauwkeurige aangifte van hunnen voorraad tot de Smeerolie-centrale te Antwerpen, Keiserlei, 14, schriftelijk wenden. Antwerpen, den 17 n Juni 1915
No. 88. — 24. juni 1915
Overeenkomstig de verordening van 22 mei betreffend den handel met goud-, zîlver- of nikkelmunt of franse bankbrieven, in het Wet- en Verordeningsblad nr. 77 van 29 Met 1915 afgekondigd, werd aan hieronder opgenoemde buien: (Zie de namen hierboven). de ten allen tijde herroepelijke toelating tot het handelen met Franse bankbrieven tot een de noemwaarde te bovengaanden prijs gegeven
Brussel, den 22n Juni 1915
No. 88. — 24. juni 1915
De bij verordening van 22n Met 1915 (Nr. 76 van het Wet- en verordeningsblad voor de bezette streken van België) tot 30n Juni 1915 verlengde termijn voor protestopmaken en andere tot vrijwaring van verhaal bestemde rechtshandelingen, wordt hierbij tot 31n Juli 1915 verlengd
Brussel, den 23n Juni 1915
No. 88. — 24. juni 1915
. 135 De verordening des Konings der Belgen van 3 Augustus 1914, betreffend het terugtrekken van banktegoed, blijft met de beperking in de verordening des Konings der Belgen van 6 Augustus 1914 en met de uitbreiding in de verordening van 23 September 1914 vervat (Nr. 4 van het Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België) tot den 31n Juli 1915 van kracht,
Brussel, den 23n Juni 1915
No. 89. — 27. juni 1915
De in de Verordening van 13 oktober 1914 en in de Bekendmaking van A Novemher 1914 over de censuur van drukwerk, voordrachten en dergelijke en de in de Bekendmaking van 15 December 1914 betreffende het overbrengen van brieven met straf bedreigde handelingen en te kortkomingen, worden, zoverre hij andere wetten of verordeningen geen strengere straffen voorzien zijn, met gevangenzitten van 1 dag tot ten hoogste 3 jaar en met ten hoogste 3,000 mh of met één van beide gestraft. De poging is strafbaar, de verheelde voorwerpen worden aangeslagen. Bevoegd zijn de Duitse krijgsrechtbanken en hij lichtere gevallen de krijgsoverheden. Deze verordening wordt op den dag harer afkondiging van kracht
Brussel, den 25n Juni 1915
No. 89. — 27. juni 1915
Wie op uitdagende wijze Belgische kentekens en wie, ook zonder uitdagende bedoeling, kentekens van andere met Duitsland of diens Bondgenoten oorlogvoerende landen draagt, uitstalt of anderzins in ‘t openhaar vertoont, wordt met ten hoogste 600 mark of ten hoogste 6 week gevangenis gestraft. Beide straffen kunnen ook te gelijk uitgesproken worden. Tot straffen bevoegd zijn de Duitse krijgsoverheden en krijgsrechtbanken. Deze verordening wordt op 1 Juli 1915
van kracht
Brussel, den 26n Juni 1915

 

Vorige pagina   Indexpagina  Volgende pagina

OF GA TERUG MET DE BACKTOETS


Kent U de v.z.w. KONINKLIJKE OUDHEIDKUNDIGE KRING VAN HET LAND VAN WAAS
(afgekort K.O.K.W.)

niet, of wil je meer weten over de doelstelling
en werking van deze kring, klik dan
"hier voor Werking K.O.K.W".

DOCUMENTATIE CENTRUM
M.Z. Zamanstraat 49 9100 Sint-Niklaas
Zaterdagen 9u30 tot 12u30
Documentatie centrum
gesloten in juli en aug.