Dagboek RaphaŽl Waterschoot
 (TEXTES OFFICIELS door mij aangepast na omzetting)

Gesetz- und Verordnungsblatt fur die okkupierten Gebiete Belgiens
Bulletin officiel des Lois et ArrÍtťs pour le territoire belge occupť
Wet- en verordeningsblad voor de bezette streken van BelgiŽ
Lťgislation Allemande pour le Territoire Belge Occupť
Textes officiels rťdigťe par
CHARLES HENRY HUBERICH docteur en droit, ancien professeur de droit a líuniversiť Stanford Californie , membre du barreau de la cour supreme des Etats Unis de LíAmerique, avocat La Haye Paris Berlin Hambourg
ALEXANDER NICOL-SPEYER Docteur en doit, avocat a la cour de cassation des Pays Bas La Haye

ROTTERDAM DEUXIEME SERIE 31 dec. 1914ó31 mars 1915
(Nos. 26-55)

No. 26. ó 31. DECEMBER 1914.
Het schijnt nodig de volgende bepalingen in herinnering te brengen:
A, Het bezit en het gebruik van draadloze telegraaftoestellen zijn alleen aan de Duitse troepen veroorloofd. Al wie in BelgiŽ welk danig vonk en telegraaftoestel bezit of van het bestaan daarvan kennis heeft, moet zulks terstond aan de Duitse Krijgsoverheid aangeven.
B. Telefoon- en telegraaftoestellen mogen in BelgiŽ alleen door de Duitse overheden en troepen gebruikt worden, alsmede door de gemeente vaarten spoorweg beheren, aan dewelke voor bepaalde lijnen een door het Generaal-Gouvernement of door de Krijgsspoorwegoverheid uitdrukkelijke en schriftelijke toelating verstrekt is. Al wie een of ander nog bruikbaar telefoon- of telegraaftoestel bezit, of van het bestaan daarvan kennis heeft, moet zulks terstond aan de naastliggende Duitse Krijgsoverheid aangeven. Worden alleen uitgezonderd huistelegraaftoestellen, welke enkel voor het verkeer binnen hetzelfde huis bruikbaar zijn en geen verbinding hebben met leidingen buitenhuis.
C. De Duitse overheden en troepen hebben alleen het recht duiven te laten vliegen. Alle andere houders van duiven moeten de volgende bepalingen stipt naleven:
1. De bezitters van duiven van welke soort ook zijn verplicht hunne duiven tot nader bevel in de hokken opgesloten te houden. Er mogen geen duiven in afzonderlijke delen der hokken of in andere plaatsen van het huis gehouden worden. Geen onderscheid wordt gemaakt tussen postduiven en andere duiven. Wie duiven loslaat, beloopt een gevangenisstraf tot drie maanden of een boete tot 3.000 frank.
2. Elke duivenhouder moet aan het Duitse plaatskommando, en, daar waar geen Duitse bezetting is, aan de Belgische Gemeenteoverheid voor elk hok een lijst overhandigen, met opgave van kleur en ringmerken (nummer, jaartal, enz.) voor elke duif afzonderlijk. De Belgische Gemeenteoverheden moeten deze lijsten steeds ter beschikking houden van de Duitse Toezichtkommando. Ligging en toegang tot het hok moeten ook nauwkeurig op de lijst aangegeven worden. D e sleutels der duivenhokken moeten te allen tijde bereikbaar zijn. Sterven naderhand enkele der aangegeven duiven, dan moeten hunne voetringen ongeschonden door de duivenhouders bewaard worden.
3. De duiven moeten gesloten, onafneembare ringen dragen. Duiven zonder ringen of met afneembare ringen, moeten terstond gedood worden, inzonderheid dus ook alle huis- of pronkduiven, welke geen genummerde, gesloten voetringen dragen. Duiven welke niet gewoonlijk tot het hok behoren, moeten ofwel gedood worden, ofwel hunne pennen moeten zodanig gekort worden dat ze niet in staat zijn te vliegen.
4. De hokbezitter moet alle toegevlogen duiven terstond doden en ze aan de Krijgsoverheid of aan de Belgische Gemeenteoverheid afgeven.
5. Alle vervoer van duiven is verboden, alsook het overbrengen van duiven van het een hok naar een ander. De handel en het ruilen van levende duiven zijn insgelijks verboden. Diens volgens mogen de duiven slechts dood op straat of ter markt gebracht worden, Wie met een levende duif buiten het hok aangetroffen wordt, beloopt een gevangenisstraf tot een jaar of een boete tot 10,000 frank.
6. De Belgische gemeenteoverheden moeten losvliegende duiven doen vangen en doden.
7. De Krijgsoverheid zal toezicht op de hokken en huiszoekingen doen geschieden, ten einde het stipt naleven dezer bepalingen na te gaan. Wanneer hij het militaire onderzoek van de duivenhokken minder duiven gevonden worden dan oorspronkelijk aangegeven werd, dan moet de duivenhouder het verschil bewijzen door het voorleggen van de gesloten ongeschonden ringen.
8. De overtredingen aan deze verordening, voor zoverre geen hogere straffen voorzien zijn, worden gestraft met gevangenzitting tot een maand of met een boete tot 2,000 frank. Bovendien wordt desgevallend een onderzoek wegens vermoedelijke bespieding ingesteld.
D. Na termijn voor aangiften: Wie de voorgaande opgelegde aangiften betreffende vonkentelegraaf, telefoon- en telegraaftoestellen evenals duiven, tot nu toe verzuimd heeft neer te leggen, wordt hierbij nogmaals verzocht zijne aangifte te doen ten laatste binnen de drie dagen na de openbare aanplakking van het tegenwoordig bericht. Kwijtschelding van straf wordt verleend voor het niet-nakomen van den vroeger vastgestelde termijn voor zover echter voor het nederleggen zijner aangifte geen onderzoek tegen hem begonnen was. Al wie ook deze nieuwen termijn laat verlopen, stelt zich hloot aan verswaarde straffen.
Brussel, den 22en December 1914.
No. 27. ó 4. januari 1915
Aan de bevolking van BelgiŽ wordt hierdoor een oorlogsschatting van maandelijks 40 miljoen franken opgelegd, voor den duur van een jaar. De verplichting tot betaling is aan de negen provinciŽn opgelegd, die daarvoor solidair aansprakelijk zijn. De betaling der twee eerste aandeelbedragen moet gedaan worden ten laatste tot den 15en januari 1915
, de betaling der volgende aandeelsbedragen ieder ten laatste tot den 10 van iedere maand, aan de veldoorlogskas van het Keizerlijk Generaal-Gouvernement in
Brussel. Indien door de provinciŽn schuldbekentenissen worden opgemaakt ten einde betalingsmiddelen te verschaffen, worden de vorm en de inhoud van dese schuldbekentenissen bepaald door den Keizerlijken Commissaris-Generaal voor de Banken in BelgiŽ.
Brussel, den 10 December 1914.
No. 28. ó 7. januari 1915
VERORDENING. De verordening van den Koning der Belgen, van 14 Augustus 1914, de prijzen voor levensmiddelenvaststellend, wordt door deze opgeheven. De Militaire Gouverneurs zijn gemachtigd, voor heel het onder hen staande gebied of gedeelten ervan, hoogste prijzen vast te stellen.
Brussel, den 10 en December 1914.
No. 28. ó 7 januari 1915
. Er wordt opnieuw op gewezen, dat in de onder Duits Bestuur gebrachte gedeelten van BelgiŽ van af het tijdstip der instelling van dit bestuur alleen de beschikkingen van den Generaal-Gouverneur en der onder hem geplaatste besturen geldigheid hebben. De sedert dit tijdstip reeds genomen of nog van den Koning der Belgen en van de huidige Belgische ministers uitgaande beschikkingen hebben binnen het bereik van het Duits Bestuur in BelgiŽ hoegenaamd geen rechtskracht. Ik zal er met al de ter mijner beschikking staande machtmiddelen de hand aan houden, dat de bestuursmacht uitsluitend door de in BelgiŽ aangestelde Duitse overheden uitgeoefend wordt. Ik moet verwachten, dat de Belgische beambten in het welbegrepen belang van het land, zich aan hun verdere werkzaamheden niet zullen onttrekken, om zomeer ik geen rechtstreekse bevordering der Duitse legerbelangen eisen zal, Bezoldigingen, die buiten weten en tegen den wil van het Duits Bestuur door voormalige Belgische besturen aan Belgische beambten uitbetaald worden, worden verbeurd verklaard.
Brussel, den 4n januari 1915
.
No. 29. ó 8. januari 1915
De uitvoer van voedermiddelen van allen aard uit BelgiŽ is voor alle grenzen verboden. Bij overtredingen wordt verbeurd verklaard.
Brussel, den 27n December 1914.
No. 29. ó 8. januari 1915
Voor het hij het Generaal-Gouvernement aangesloten Frans grondgebied Givet- Fumay (de nieuwe grens naar Frankrijk toe volgt van Fumay het Maasen Semoydal tot aan de Belgische grens ten Z.-O. van Hautes-Rivieres) zijn voortaan de Belgische tol- en belastingswetten van kracht.
Brussel den 3n januari 1915
No. 30. ó 11. januari 1915
Het ontgraven van lijken van Niet Duitse onderdanen en het overbrengen ervan naar andere begraafplaatsen mag alleen met mijne bezondere toelating geschieden, Overtredingen worden volgens artikel 315 van het Belgisch strafwetboek (met acht dagen tot twee maand gevangenis of een boete van 26 tot 300 frank) bestraft.
Brussel, den 9n januari 1915
No. 30. ó 11 januari 1915
Ingevolge het besluit van 22 December 1914 (Weten Verordeningsblad voor de belette streken van BelgiŽ No. 24 van 24 December 1914) wordt bepaald:
lo. De bankbrieven van de Societe Generale de Belgique gelden als wettig betaalmiddel. Tegenstrijdige bepalingen sijn ongeldig.
2o. De bankbrieven der Nationale Bank van BelgiŽ uitgegeven tot den 5n November 1914 en de bankbrieven na dien datum uitgegeven met de goedkeuring van den Commissaris Generaal voor de Banken in BelgiŽ, blijven gelden als wettig betaalmiddel en de dwangkoers blijft hen toegekend.
3o. Dit besluit heeft kracht van wet in vervanging van het besluit van den Koning der Belgen van 2 augustus 1914 (Nr. 215 van het Staatsblad Moniteur belge"" van 3 augustus 1914) en is geldig van den dag zijner afkondiging.
Brussel, den 9n januari 1915
No. 31. ó 14. januari 1915
Voorschrijving aangaande de uitgave van bankbrieven door de Societe Generale de Belgique. Overeenkomstig met het besluit van 22 December 1914 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van BelgiŽ,
No. 24, van 24 December 1914) stel ik de volgende voorschrijvingen (statuut) vast voor het Departement van Uitgave van de Societe Generale de Belgique. I. ó Verrichtingen.
Art.1. Het Departement van Uitgave is gemachtigd tot volgende verrichtingen alleen: lo. Het disconteren, kopen en verkopen van wissels of andere gelijkaardige effecten die op handelszaken berusten, alsook van cheques;
2o. Het kopen en verkopen van goud en zilver in haren of in munt, van hankhrieven der Deutsche Reichshank, van Deutsche Reichskassenscheine en Darlehenskassenscheine, alsook van bankhrieven uit den vreemde;
3o. Het toestaan van voorschotten op goud en zilver in munt en in haren;
4o. Het invorderen van de wissels, andere gelijkaardige effecten en cheques hem te dien einde overhandigd;
5o. Het aanvaarden van geld in overdrachtsrekening monder interest;
6o. Het toestaan van voorschotten in lopende rekening of uitsluitelijk voor korten tijd: a. Op titels van Belgische Staatsleningen, Belgische Schatkistbons of andere waarden door den Belgischen Staat gewaarborgd volgens de bepalingen en voorwaarden welke zullen vastgesteld worden door het Beheer van het Departement van Uitgave en goedkeuren zijn door den Commissaris-Generaal voor de banken in BelgiŽ
b) Op bons uitgegeven door de negen Belgische provinciŽn krachtens het besluit der provincieraden van 19 December 1914; deze voorschotten mogen toegestaan worden voor het nominale bedrag dezer bons;
c) Op vreemde waarden van volstrekte zekerheid (schatkistbons, Staatsleningen en schuldbrieven van Spoorwegen gewaarborgd door den Staat) vergezeld van een wissel ondergetekend van twee personen doch slechts met de goedkeuring van den Commissaris-Generaal voor de banken in BelgiŽ en volgens de bepalingen en voorwaarden door hem vast te stellen;
7o. Het kopen en verkopen van schatkistbons van vreemde Staten hebbende hoogstens een jaar en half te lopen.
8o. Het aankopen, verkopen of belenen van bezit bij banken of bankiers in den vreemde of bij andere ondernemingen in den vreemde van volstrekte zekerheid met de toestemming van den Commissaris-Generaal voor de banken in BelgiŽ.
Art.2. Het is aan het Departement van Uitgave uitdrukkelijk verboden andere zaken te verrichten dan diegene aangeduid in artikel 1. Het Departement van Uitgave mag voornamelijk geen leningen toestaan op hypotheken of op aandelen, noch rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemen aan andere ondernemingen, noch onroerende goederen aankopen tenzij wanneer dit noodzakelijk is tot het goede bedrijf van het Departement van Uitgave.
Art.3. De wissels en andere handelseffecten ter discontering of ter verhandeling toegelaten m eten volgende vereisten verenigen:
1. Getrokken zijn op order, gezegeld zijn en een bestaande handelsoorzaak hebben;
2. Vervallen ten laatste binnen de honderd dagen;
3. De ondertekening dragen van ten minste drie solvente personen of firmaís. Een pand in warrants, ladingsbrieven, in koopwaren, in publieke fondsen, wanneer dit pand toereikend is om de ganse schuldvordering te dekken, kan voor een der drie ondertekeningen gelden;
4. In algemeen regel van acceptatie voorzien zijn;
5. Als laatste overschrijver een bankgesticht hebben waarvan de zetel of het hulphuis in BelgiŽ gevestigd is.
Art.4. Wanneer op den vervaldag een lening door pand gewaarborgd niet betaald wordt, kan dit pand verkocht worden in de voorwaarden bepaald door artikels 4 en volgende der wet van 5 Mei 1872 betrekkelijk op het onderpand in handelszaken.
Art.5. De interest voor discontering en belening wordt vastgesteld met de goedkeuring van den Commissaris- Generaal voor de banken in BelgiŽ; elke wijziging aan den interest voor discontering moet afgekondigd worden in het Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van BelgiŽ.
II. ó Uitgave van Bankbrieven.
Art.6. Het Departement van Uitgave kan bankbrieven aan drager uitgeven en dit:
a) tot het driedubbel bedrag der waarden hierna aangekondigd;
1o. goud in baren of in munt, in BelgiŽ gangbare munt, bankbrieven der Deutsche Reichsbank, Deutsche Reichska senscheine en Darlehenskassenscheine;
2o. Bezit bij banken en bankiers in den vreemde of bij ondernemingen van volstrekte zekerheid in den vreemde;
3o. de tegenwaarde van leningen op dergelijk bezit;
4o. wissels en cheques op den vreemde;
5o. schatkistbons van vreemde Staten hebbende ten minste een jaar en half te lopen;
6o. de tegenwaarde van leningen op dergelijke schatkistbons.
b) voor het enkel bedrag der volgende waarden:
7o. de tegenwaarde van leningen op de bons uitgegeven door de negen Belgische provinciŽn krachtens het besluit der provincieraden van 19 December 1914;
c) voor het bedrag goed te keuren door den Cornmissaris- Generaal voor de Banken in BelgiŽ, zonder nochtans de % (drie vierden) van de koerswaarde der titels in waarborg gegeven te mogen te boven gaan; 8o. de tegenwaarde van leningen op vreemde waarden van volstrekte zekerheid en met vasten interest (leningen van Staten, schuldbrieven van Spoorwegen gewaarborgd door den Staat).
Art.7. De dragers van bankbrieven uitgegeven door het Departement van Uitgave van de Societe Generale de Belgique en de titularissen van overdrachtsrekeningen hebbe n voorrecht op al de waarden, gelijk dewelke door gezegd Departement van Uitgave aangekocht n tegenwaarde der bankbrieven en der sommen in overdrachtsrekening gestort. Te meer blijft de Societe Generale de Belgique verantwoordelijk voor haar gans vermogen, voor de terugbetaling der bankbrieven en de wedergave der sommen gestort in lopende overdrachtsrekening, evenals voor al hare andere schulden.
Art.8. De Commissaris-Generaal voor de Banken in BelgiŽ, in overeenstemming met het Beheer van het Departement van Uitgave, bepaalt den vorm en de onderverdeling der bankbrieven. Hij kan het uiterste gezamenlijke bedrag der in omloop te brengen bankbrieven bepalen. Hij heeft het recht het drukken en het uitgeven van de bankbrieven na te. zien. De gietafdrukken en de proefdrukken der uit te geven bankbrieven moeten aan mijne goedkeuring onderworpen worden alvorens tot het afdrukken mag worden overgaan. '
Art.9. De in omloop te brengen bankbrieven moeten een Vlaamse en een Franse tekst dragen. Onder de beambten van het Departement van Uitgave moeten er zijn die de Vlaamse taal machtig zijn.
III. ó Rekenplichtigheid. .
Art .10. Het Departement van Uitgave moet elke week aan den Commissaris-Generaal voor de banken in BelgiŽ een n staat laten geworden opgesteld volgens het hierbijgevoegd model en gesloten op den datum van den voorgaande Donderdag. Deze staat moet, na goedkeuring van den Commissaris-Generaal voor de Banken in BelgiŽ, afgekondigd worden in het Wet en Verordeningsblad voor de bezette streken van BelgiŽ.
Art.11. Het Departement van Uitgave moet alle drie maanden een volledige balans en een rekening van winst en verlies opmaken en deze in de vier weken aan den Commissaris-Generaal voor de banken in BelgiŽ laten geworden. Deze balans moet, na goedkeuring van den Commissaris-Generaal voor de Banken in Bel giŽ, aanstonds door de Societe Generale de Belgique afgekondigd worden in het Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van BelgiŽ.
Art.12. Zodra als de driemaandelijkse balans opgemaakt is mpet het Departement van Uitgave aan het Duitse Beheer storten:
a) de winst voortkomende van het verschil tussen den interest aan 3 2 % den werkelijke interest gerekend voor discontering en lening.
b) %voor het kwartaal op den gemiddelden omloop der bankbrieven. Tot het berekenen van den gemiddelden omloop soi geen rekening gehouden worden van de bankbrieven uitgegeven volgens de bepalingen van artikel 6b ß 7.
IV. ó Beheer.
Art.13. Het Departement van Vitgave zal bestuurd worden door een Raad van Beheer bestaande uit zeven leden ten hoogste, te benoemen door den Bestuurraad van de Societe Generale de Belgique. De beslissingen van den Raad van Beheer van het Departement van Uitgave worden bij de enkele meerderheid der stemmen genomen. De Raad van Beheer van het Departement van Uitgave kan in zijn midden een Bestendig Comiteit vormen, bestaande uit drie leden, wier beslissingen eveneens bij de enkele meerderheid der stemmen genomen worden. Alle verrichtingen aangeduid in artikels 1 par. 1ó3 en par. 6ó8 worden onderworpen aan de beraadslagingen en de beslissingen van den Raad van Beheer of van het Bestendig Comiteit. Het reglement van inwendige orde voor den Raad van Beheer moet de goedkeuring bekomen van den Commissaris-Generaal voor de Banken in BelgiŽ. De beslissingen van den Raad van Beheer en van het Bestendig Comiteit vergen de toestemming van de meerderheid der aanwezige leden of ten minste van twee der leden en die van den Keizerlijken Commissaris. (Zie artikel 14.)
V. ó Toezicht van het gouvernement.
Art.14. De Gouverneur-Generaal in BelgiŽ noemt bij het Departement van Uitgave een Keizerlijken Commissaris, die moet uitgenodigd worden op al de bijeenkom)sten van den Raad van Beheer en van het Bestendig Comiteit. De Keizerlijke Commissaris heeft een vetorecht op al de beslissingen genomen door den Raad van Beheer en door het Bestendig Comiteit. De processen-verbaal der zittingen vergen, om geldig te zijn, zijne ondertekening. Geen beslissing mag uitgevoerd worden zonder zijne schriftelijke goedkeuring. Hij heeft het recht van het bedrag, den duur en de voorwaarden der toegestane kredieten te doen afhangen van zijne goedkeuring. Al de schikkingen aangaande het bezit in den vreemde worden door hem goedgekeurd. Hij heeft te meer, het recht van voorstellen te doen aan den Raad van Beheer, en van de ganse briefwisseling, al de boeken en oorkonden na te zien welke betrekking hebben met de verrichtingen van het Departement van Uitgave.
Art.15. De Commissaris-Generaal voor de banken in BelgiŽ kan zich verzetten tegen elke maatregel, welken hij aanziet als zijnde in tegenspraak met de wetten of met de belangen van het Duitse, Beheer of van het Duitse Rijk.
Brussel, 9 januari 1915
No. 32. ó 15. januari 1915
Ten einde het weelderig leven in te tomen en de voorraden van het land voor de toebereiding van brood te vermeerderen, beschik ik, dat het vervaardigen van fijn gebak van alle soort in broodbakkerijen, koekbakkerijen en spijshuizen alleen op Woensdag en Zaterdag van iedere week mag geschieden. Overtredingen tegen deze verordening worden bestraft en kunnen desnoods het sluiten van de zaak voor gevolg hebben.
Brussel, den 10 januari 1915
No. 33. ó 19. januari 1915
Art.1. De gedurende het jaar 1914 voor de personele belasting voor den Staat aangeslagen Belgen, die na het uitbreken van den oorlog vrijwillig hun woonplaats verlaten en zich langer dan twee maand buiten BelgiŽ opgehouden hebben, zullen een buitengewone belastingbijslag ten bedrage van het tienvoude der vermelde belasting, de staatsbijslag inbegrepen, te betalen hebben, in geval zij niet voor In Maart 1915
zich weder in BelgiŽ huisvesten. Als buiten BelgiŽ verblijvend wordt, zolang niet het tegendeel bewezen wordt, elh belastingschuldige beschouwd, die zich niet in zijne Belgische woonplaats opgehouden heeft of ophoudt.
Art.2. Artikel 1 wordt niet toegepast op belastingschuldigen, voor welke het bedrag der hiervoren vermelde op de roi van 1914 ingeschreven belasting, de staatsbijslag inbegrepen, niet hoger is dan: 35 frank in gemeenten tot 10,000 inwoners; 45 frank Ą Ą van 10,000 tot 25,000 60 frank Ą Ą van 25,000 tot 50,000 80 frank Ą Ą van 50,000 tot 75,000 100 frank Ą Ą van meer dan 75,000 Ą Het Hoofd van Bestuur bij den Generaal-Gouverneur wordt gemachtigd, om redenen van billijkheid, van het betalen van den belastingbijslag te ontslaan.
Art.3. Van de opbrengst dezer belasting ontvangt een helft de Generaal-Gouverneur in BelgiŽ, tot dekking van de bestuurskosten der bezette streken, overeenkomstig art, 48 en 49 der Hager landkrijgsregeling, de andere helft ontvangt de gemeente, in welke de belastingschuldige voor de in
Art.1 vermelde belasting aangeslagen is.
Art.4. De belasting moet ten laatste op 15 April 1915 betaald zijn; na dit tijdstip wordt zij hij dwangbevel geÔnd.
Art.5. Op gelijke of gelijkaardige gronden steunende (Art.1) bijzonderlijke gemeentebelastingen worden hierbij opgeheven en van nu af verboden.
Art.6. Deze verordening wordt terstond van kracht. Het Hoofd van Bestuur bij den Generaal-Gouverneur in BelgiŽ wordt met de uitvoering ervan belast.
No. 34. ó 21. januari 1915
Verordening betreffend Vergaderingen en politieke Verenigingen.
Art.1. ó 1. Vergaderingen in open lucht zijn verboden.
2. Openbare vergaderingen, in welke over politieke aangelegenheden gesproken en heraadslaagd moet worden, zijn ook in gesloten plaatsen verboden.
3. Alle andere openbare en hijzondere vergaderingen behoeven een voorafgaande toelating, die ten minste vijf dagen te voren moet aangevraagd worden. Tot het toestaan van zulke toelating is de Plaatshevelhebber en, bij ontstentenis, de Kreitschef bevoegd.
4. Ontslagen van het voorschrift onder Nr. 3 zijn openbare vergaderingen tot godsdienstige doeleinden, evenals bijzondere vergaderingen tot zuiver kerkelijke, gezellige, wetenschappelijke, beroeps- en kunstdoeleinden. Zulke vergaderingen behoeven geen toelating, 5. Verantwoordelijk voor overtredingen van de voorschriften van deze artikel zijn niet alleen de oproepers, de inrichters en leiders, maar ook de deelnemers zulke vergaderingen.
Art.2. ó Alle klubs en verenigingen met politieke doeleinden of tot bespreken van politieke doeleinden zijn gesloten, Nieuw oprichten van zulke clubs en verenigingen is verboden. Strafbaar zijn: leiders, stichters en medeleden zulke verenigingen.
Art.3. ó Overtredingen van deze verordening worden met gevangenis tot een jaar of met een boete tot vijfduizend frank bestraft. Tot oordeelvelling zijn de krijgsgerechtshoven bevoegd.
Brussel, den 16n januari 1915
.
No. 34. ó 21 januari 1915
Op grond der artikelen 6 en 7 der wet van 16 maart 1865 betreffend het oprichten een Algemeen Spaar en Lijfrentekas evenals verder op grond van artikel 2 der Koninklijke verordening van 22 Mei daaropvolgend, betreffend de uitvoering dezer wet, benoem ik hierbij den heer Dr. Hjalmar Schacht tot lid van den Algemeen Raad, evenals van den Beheerraad der Algemeen Spaar- en Lijfrentekas
Brussel, den 16n januari 1915 .
No. 35. ó 23. januari 1915
Art.1. Aan onderdanen van het Duitse rijk evenals van zulke Staten, die niet in oorlogstoestand zijn met het Duitse rijk, kan op aanvraag uitstel, gedeeltelijke betaling, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van Belgische rechtstreekse belastingen voor den Staat, de Provincie en de Gemeente toegestaan worden, in geval de belastingschuldige ten gevolge van den oorlog genoodzaakt werd, zijn Belgische woonplaats of verblijf te verlaten en daardoor economisch zo zware schade leed, dat zijne belastbare betaalkracht wezenlijk verminderd blijkt. De aanvraag moet ernstig gewettigd met bijgevoegde belastingsbrief en andere bewijsstukken aan den voorzitter (der Civilverwaltung) van het burgerlijk Bestuur der provincie gestuurd worden, waarin de belastingschuldige aangeslagen werd.
Art.2, Voor de belastingschuldigen op wie
Art.1 toepasselijk is, worden de bepalingen van Art.15, ß 1, lut. 1 en Art.19, litt. 2 der Belgische wet van 12 December 1912 ó R 3035 ó op het verlies van het recht tot slijten van geestrijke en gegiste dranhen evenals op het patentrecht hij het heropenen van zulke slijterij, tol 30 Juni 1915 buiten kracht gesteld.
Art.3. deze verordening wordt terstond van kracht. De Verwaltungschef (Het Hoofd van Bestuur) hij den Generaalgouverneur in BelgiŽ wordt met de uitvoering ervan belast.
Brussel, den 16n januari 1915
No. 35. ó 23 januari 1915
De door de verordening van 18 December 1914 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van BelgiŽ, Nr. 22) tot 31 januari 1915 verlengde termijn voor protestverheffing en andere tot waring van regres bestemde rechtshandelingen wordt hierdoor tot den 28n Februari 1915 verlengd.
Brussel, den 20n januari 1915
No. 35. ó 23 januari 1915
De verordening des Konings der Belgen van 3 augustus 1914 betrekkelijk de terugtrekking van banktegoed blijft met de beperking, die zij door de verordening des Konings der Belgen van 6 Augusti 1914 en met de uitbreiding, die zij door de verordening van 23 September 1914 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van BelgiŽ, Nr. 4} verkregen heeft, tot 28 Februari 1915 in kracht.
Brussel, den 20n januari 1915 .
No. 36. ó 27 januari 1915
Tot mogelijke aankoop moeten alle stapels: lood; hardlood; grafiet; koper; kopervitriool; messing; tombak; aluminium; antimonium als regulus, als crttdum, als oxyde; antimoniumertsen en tussenproducten; brons; fijnzink; nikkel; kwikzÔlver; tin; tinblik zonder uitstel onder opgave van hoeveelheid en ligplaats door de eigenaars of stapelhouders aan de bevoegde kreitschefs of kommandanturen schriftelijk ter overmaking aan de n Commissaris van het Oorlogsministerie, te Brussel, Wetstraat, 65, aangegeven worden. Worden enkele der hiervoren vermelde waren verder in BelgiŽ vervaardigd of naar BelgiŽ ingevoerd, zo moet elke nieuwe aangroei van ware tot loden van elke maand, zo als onder 1 aangeduid, aangegeven worden. Wordt geen of een valse of onvolledige aangifte gedaan, zo wordt de ware door den Staat aangeslagen en de overtreder door de krijgsoverheid bestraft.
Brussel den 25n januari 1915
No. 37. ó 9. februari 1915
Verordening betreffend wijziging van het Dekreet van 10 den Vendemiaire van het jaar IV (2den Oktober 1795) over de verantwoordelijkheid der gemeenten voor diefstallen, plunderingen en gewelddaden. Gezien de rechtelijke en werkelijke hinderpalen, die de toepassing der in titel V artikel 2 en volgende van het dekreet van lO den Vendemiaire jaar IV voorgeschreven bespoedigde proceduur in den weg staan worden, ten einde de in Augustus 1914 tengevolge van baldadigheden in verscheidene gemeenten van BelgiŽ aangerichte schade alsmede de verplichting tot schadeloosstelling vast te stellen, de artikelen 2 tot 8 titel V van voornoemd dekreet door de volgende bepalingen vervangen.
Art.1. Het vaststellen der schade alsmede de beslissing over de verplichting tot schadevergoeding geschiedt in de gevallen der titel IV, artikel 1, en titel F, artikel 1 van het dekreet op aanvraag van den schadelijdende, door een scheidsgerecht. Dit wordt, zover er behoefte bestaat voor elke provincie, door het Hoofd van Bestuur bij den Generaalgouverneur afzonderlijk samengesteld.
Art.2. Het scheidsgerecht bestaat uit den voorzitter en twee bijzitters, naast plaatsvervangers. De voorzitter en diens plaatsvervanger worden door den Generaalgouverneur in BelgiŽ benoemd. De een bijzitter en diens plaatsvervanger wordt door de Bestendige Afvaardiging, de andere bijzitter en diens plaatsvervanger door den Voorzitter van het Burgerlijk Bestuur der provincie aangesteld. De voorzitter en diens plaatsvervanger moeten de bekwaamheid voor het rechterambt bezitten. Verzuimt de Bestendige Afvaardiging de aanstelling van een bijzitter of van diens plaatsvervanger binnen de tijdsruimte door den Voorzitter van het Burgerlijk Bestuur bepaald, zo wordt deze bijzitter of plaatsvervanger door het Hoofd van bestuur bij den Generaalgouverneur in BelgiŽ benoemd. De leden van het scheidsgerecht worden tot nauwgezet en onpartijdig uitvoeren van hun ambt bij eed verplicht en wel de Voorzitter door het Hoofd van bestuur, al de andere door den voorzitter.
Art.3. Het scheidsgerecht regelt zelf zijne werkzaamheid. Het heeft het recht, getuigen en deskundigen onder eed te ondervragen of hun ondervraging onder eed te bevelen. Aan het met dit doel gedane verzoek van den voorzitter moeten alle gerechtshoven en overheden gevolg geven.
Art.4. Het Hoofd van Bestuur bij den Generaalgouverneur kan op voorstel van den voorzitter van het scheidsgerecht in de plaats van een bijzitter, die den gang van het verhoor op onbehoorlijke wijze belemmert, of anderszins in strijd met zijne rechterlijke plichten handelt. een anderen scheidsrechter benoemen.
Art.5. Het scheidsgerecht wordt door den voorzitter opgeroepen. Zijne beslissingen worden hij meerderheid van stemmen genomen. Zij geschieden zonder beroep en zijn terstond uitvoerhaar.
Art.6. Spreekt het scheidsgerecht een veroordeling tot schadevergoeding uit. zo wordt deze door den voorzitter binnen drie dagen aan den voorzitter van het Burgerlijk Bestuur der provincie Brabant overgemaakt. Deze zal ze binnen vijf dagen aan het veroordeelde gemeentebestuur mededelen.
Art.7. De gemeente zal het bedrag der schadeloosstelling binnen de 10 dagen in de Kassa of bewaargevingsplaats storten door den Voorzitter van het Burgerlijk Bestuur der provincie aangeduid, ter uitbetaling aan den rechthebbende. Geschiedt de storting niet op tijd, zo worden de artikelen 11 en 12, titel V, van het dekreet overeenkomstig toegepast.
Art.8. Het scheidsgerecht bepaalt naar vrije waardering de kosten van het geding, de onkosten der partijen inbegrepen. Het ereloon, dat den leden van het scheidsgerecht en den deskundigen voor hunne werkzaamheid evenals de vergoeding der getuigen voor tijdverlet en reiskosten worden door den voorzitter vastgesteld.
Art.9. Werden aanspraken op schadeloosstelling reeds bij een andere rechtbank ingediend, zo gaat de verdere behandeling der zaak in den toestand, waarin zij zich bij het van kracht worden dezer verordening bevindt, op het bevoegde scheidsgerecht over.
Brussel, den 3n Februari 1915
No. 37. ó 9. februari 1915
De in Maart a.s. te houden verkiezingen voor de werkrechtersraden (
Art.138 der wet op de werkrechtersraden van 15 Met 1910) zullen niet plaats hebben. De mandaten der bijzitters en bijzitters - plaatsvervangers, die na voltrokken nieuwe verkiezing moesten aftreden, worden vooralsnog verlengd.
Brussel den 3n februari 1915
No. 38. ó 12 februari 1915
Verordening over de politiemacht der Gouverneurs, Kreitsehefs en Kommandanten.
Art.1. De Gouverneurs, Kreitsehefs en Kormnandanten zijn gerechtigd, binnen de uitgestrektheid van hun gebied politieverordeningen met strafbepalingen uit te vaardigen. De politieverordeningen worden, indien daarin niets anders hepaald wordt, op den dag der afkondiging van kracht. De Gouverneurs bepalen voor het gebied onder hun hevel den vorm der afkondiging.
Art.2. De Gouverneurs zijn in hunne strafbepalingen onbeperkt; de Kreitsehefs mogen tot drie weken opsluiting en drie honderd frank boete, de Kommandanten tot twee weken opsluiting en twee honderd frank boete voorschrijven.
Art.3. Op al wie zulke politieverordening overtreedt, wordt de strafbepaling volgens den inhoud der politieverordening toegepast. Bevoegd zijn in de eerste plaats de Kommandanten of Kreitschefs binnen de hun in artikel 2 aangewezen grenzen. Zijn deze niet toereikend voor de bestraffing der overtreding, zo komt deze den gouverneur toe.
Art.4. Van een vonnis der Kommandanten en Kreitschefs bestaat recht van beroep op den Gouverneur, wiens uitspraak heslist; van een vonnis van den Gouverneur bestaat recht van beroep op den Generaalgouverneur.
Art.5. Buiten zulke politieverordeningen, kunnen ook voor bijzondere gevallen door de Gouverneurs, Kreitschefs en Kommandanten politiebesluiten en daarin straffen volgens
Art.2 of uitvoering door derden of onmiddellijk dwanghevel bepaald worden. De uitspraak van de straf evenals het hevel tot uitvoering door derden of aanwending van onmiddellijke dwang behoort aan de overheid, die het politiebesluit genomen heeft.
Art.6. Beroep is ook van politiebesluiten toegelaten; het heeft, dringende gevallen daargelaten, schorsende werking.
Art.7. De in Art.1 vermelde overheden hebben verder het recht, zulke hevelen, die op die veiligheid der Duitse troepen betrekking hebben, onder strafbepalingen aan de bevolking uit te vaardigen en in geval van overtreding, straffen toe te passen. De bevoegdheid der Kreitschefs en Kommandanten in deze is wat de zwaarte der straf betreft evenzo beperkt, als bij overtredingen van de politieverordeningen.
Art.8. Met de Gouverneurs worden de Kommandan68 ten van Maubeuge en van het kamp van Beverlo gelijkgesteld.
Art.9. De Generaalgouverneur behoudt zich het onbeperkt recht tot het uitvaardigen van verordeningen, besluiten en bevelen, evenals tot toepassen van straffen en tuchtmaatregelen voor.
Brussel, den 5en Februari 1915
No. 39. ó 13 februari 1915
Het is verboden suikerbietenzaad in het bezette gebied van BelgiŽ in te voeren. Bij overtreding wordt aangeslagen. Het Hoofd van het burgerlijk Bestuur heeft de bevoegdheid om uitzonderingen op dit invoerverbod toe te staan.
Brussel, den 6en Februari 1915
No. 39. ó 13 februari 1915
Ik besluit hierbij het volgende: Voor Groot-Brussel wordt een enige zedenpolitie ingericht en den Voorzitter van het Burgerlijk Bestuur der provincie Brabant opgedragen als Hoofd der zedenpolitie voor Groot-Brussel. Ter uitvoering dient de volgende verordening:
Art.1. De zedenpolitie voor de gemeenten van Groot-Brussel ( Brussel, Anderlecht, Audergem, Etterbeek, Vorst, Elsene, Sint-Pieters-Jette, Koekelherg, Laken, Molenbeek, Schaarbeek, Sint-Gillis, Sint- Joost-ten-Noode, Ukkel, Sint-Lamhrechts-Woluwe Watermaal-Bosvoorde) wordt eengemaakt en onder den Voorzitter van het Burgerlijk Bestuur der provincie Brabant als Hoofd der zedenpolitie van Groot-Brussel gesteld.
Art.2. Het Hoofd der zedenpolitie van Groot-Brussel is bevoegd:
1. de ter uitoefening van de zedenpolitie nodige politieverordeningen uit te vaardigen en daarin geldboeten tot 300 frank en opsluiting tot 6 week en hij hervalling opsluiting in een verbeteringsinrichting te bepalen. Het bestraffen van overtredingen, evenals de hevelen tot opsluiting in een verbeteringsinrichting geschiedt door het Hoofd der zedenpolitie en wel na den Burgemeester gehoord te hebben. Over bezwaarschriften die bij het Hoofd der zedenpolitie binnen de 5 H dagen moeten ingediend worden, beslist het Hoofd van m Bestuur bij den Generaalgouverneur zonder beroep,
2. In het belang der zedenpolitie voor bijzondere gevallen onder bepaling van geldboeten tot 300 frank of opsluiting tot 6 week of tot uitvoering door derden op kosten van den plichtige of tot onmiddellijke dwang bevelen uit te vaardigen en uit te voeren. Over bezwaren tegen deze bevelen en de uitvoering ervan beslist het Hoofd van Bestuur bij den Generaalgouverneur zonder beroep. De bezwaren moeten binnen de 5 dagen bij het Hoofd der zedenpolitie ingediend worden. De op grond van dit artikel uitgesproken strafbepalingen worden als gerechtelijke vonnissen voltrokken.
Art.3. Voor het Hoofd der zedenpolitie hebben voornoemde gemeenten van Groot-Brussel, de door hem gevorderde beambten en bureelbedienden alsmede benodigde ruimten met inrichting kosteloos ter beschikking te stellen. De door het Hoofd der zedenpolitie opgevorderde beambten en bureelbedienden staan onder hem. Voor het gebruikmaken van ziekenhuizen en andere openbare inrichtingen zijn de voorgeschreven kosten te betalen. Bij betwisting beslist omtrent de hoogte der vergoeding het Hoofd van Bestuur bij den Generaalgouverneur in BelgiŽ zonder beroep.
Art.4. De overheden, inzonderheid die der politie, gerecht- en strafinrichtingen, zijn gehouden aan het verzoek van het Hoofd der zedenpolitie gevolg te geven.
Art.5. De kosten der zedenpolitie worden over de verschillende gemeenten van Groot-Brussel in verhouding harer bevolking verdeeld, hierbij wordt echter de bevolking der stad
Brussel op anderhalfmaal berekend. Het Hoofd der zedenpolitie deelt den gemeentebesturen maandelijks het bedrag der door hun gemeente binnen een week te betalen sommen mee. Tegen het hedrag der opgelegde som hebben de gemeentebesturen recht van beroep binnen een week hij het Hoofd van Bestuur hij den Generaalgouverneur; dit beroep heeft geen schorsende werking; het Hoofd van Bestuur heslist zonder beroep.
Art.6. Het Hoofd der zedenpolitie heeft de verplichting, de personen die onder zedentoezicht staan tot hetering aan te manen. De weldadigheidsinrichtingen en maatschappijen, die zich aan deze taah wijden, hebben hem hare voile medewerking te verlenen.
Art.7. Alle wettelijke- en politiebepalingen in strijd met deze verordening houden op van kracht te zijn.
Brussel, den 3n februari 1915
No. 39. ó 13 februari 1915
De volgende bepalingen zijn van toepassing op het vaststellen der personele belasting voor 1915
De belastingplichtigen die, buiten eigen schuld, hunne aangiften tot de personele belasting voor 1915 niet ten gestelde tijde hebben ingediend, worden door den ontvanger der belastingen van ambtswege volgens de grondslagen hunner belastingen van 1914 aangeslagen. Echter, ingeval aan hunne woningen merkelijke veranderingen zijn gebracht sedert het vaststellen der belasting voor 1914, wordt alsdan hij den onder medewerking van den afdelingscontroleur vastgestelde aanslagen daarmede rekenschap gehouden. De artikelen 62 tot en m t 72 der wei van 28 Juni 1822 zijn op gemelde belastingplichtigen niet van toepassing.
Brussel, den lO en februari 1915
No. 39. ó 13 februari 1915
Verordening betreffend het oprichten van scheidsgerechten voor huuraangelegenheden.
Art, 1. De wetten van 25 Maart 1876ó12 Augustus 1911 en van 26 December 1891 worden zodanig gewijzigd, dat voor de in artikel 3, No. 1 tot A, der wet van 25 Maart 1876ó12 Augustus 1911 en voor de in artikel 1, No. 1, der wet van 26 December 1891, geŗ noemde huuraangelegenheden in gemeenten van meer dan 20,000 zielen, de op grond dezer verordening op te richten scheidsgerechten, in gemeenten met minder inwoners de vredensrechters uitsluitend ó en welke ook de waarde zij van het betwiste bevoegd zijn.
Art.2. Voor elk kanton wordt een scheidsgerecht opgericht. Het scheidsgerecht bestaat uit den vrederechter van het kanton of diens plaatsvervanger als voorzitter en een verhuurder en huurder als bijzitters.
Art.3. Kan bijzitter zijn, wie:
a) hoven 30 jaar oud is,
b) op de verkiezingslijsten der gemeente van het betreffend kanton ingeschreven is,
c) binnen de tijdsruimte van 2 Augustus 1914 tot 15 januari 1915 niet langer dan twee maand afwezig geweest is,
d) in zijn kanton of wel enkel verhuurder of wel enkel huurder is; Staatsbeambten, advokaten, pleitbezorgers, notarissen, deurwaarders kunnen geen bijzitter zijn.
Art.4. De door den vrederechter van het kanton terstond na afkondiging van deze verordening op te stellen bijzitterslijst de namen van en 50 verhuurders en 50 huurders ( Art.3) bevatten.
Art.5. Binnen een week na afkondiging van deze verordening worden door den voorzitter der burgerlijke rechtbank uit de bijzitterlijst voor elk scheidsgerecht 6 verhuurders en 6 huurders voor den tijd van een jaar benoemd. In de kantons, die in het koninklijk besluit van 31 Mei 1891 als Vlaamse kantons aangeduid worden, moeten de bijzitters de Vlaamse taal machtig zijn.
Art.6. Bij het afsterven, ontslag nemen of vertrek van een bijzitter wordt een plaatsvervanger uit de lijst benoemd (
Art.5). De lijst moet aangevuld worden, zodra ze nog enkel 20 namen van huurders en verhuurders bevat.
Art.7. De bijzitters nemen volgens een door den vrederechter opgestelde zakenrooster afwisselend aan de zittingen deel; dezelfde zaak zal naar mogelijkheid voor dezelfde bijzitters afgehandeld worden.
Art.8. Is de bijzitter belet, zo geeft hij tijdelijk den voorzitter daarvan kennis onder opgeven der redenen; deze heslist of de redenen geldig zijn en in ontkennend geval den bijzitter een boete van 100 frank opleggen.
Art.9. De in het gebouw van het vredegerecht te houden zittingen van het scheidsgerecht zijn openbaar.
Art.10. Voor huuraangelegenheden in den zin van
Art.1 is het gerecht uitsluitend bevoegd in wiens gebied de huurruimte gelegen is. Zulke huurgeschillen, die op den dag der afkondiging van deze verordening hij een ander gerecht aanhangig zijn, worden, zolang het andere gerecht in de zaak nog geen uitspraak geveld heeft, van ambtswege aan het bevoegde scheidsof vredegerecht overgedragen.
Art.11. De vonnissen der scheidsgerechten en der vrederechters zijn hij een geschilwaarde van niet hoven 1,000 frank zonder beroep; hij hogere geschilwaarde is beroep toegelaten. Het beroep wordt aangetekend volgens de voorschriften der Belgische burgerlijke rechtsvordering en gaat aan de rechtbank van In aanleg.
Art.12. De klachten worden hij den griffier van het vredegerecht ingediend, die overigens ook het andere griffierswerk hij het scheidsgerecht uitvoert. De griffier dagvaart de partijen. De dagvaarding moet plaats, dag, uur der verhandeling, namen, beroep en woning der partijen evenals den inhoud der klacht in bondige vorm opgeven. De dagvaarding wordt door de politie de aangeklaagde, een volwassen huisgenoot of bediende tegen ontvangstbewijs afgeleverd. Wordt het ontvangstbewijs geweigerd, zo wordt dit op de oorspronkelijke dagvaarding vermeld. Worden de beklaagde, noch een volwassen huisgenoot noch een bediende aangetroffen, zo wordt de dagvaarding aan den burgemeester of schepen overhandigd, die de ontvangst ervan kosteloos op de oorspronkelijke dagvaarding erkent. Er moeten ten minste drie voile dagen liggen tussen den dag der aflevering der dagvaarding en den dag der verhandeling.
Art.13. De partijen moeten persoonlijk verschijnen. Wordt een partij door ziekte belet te verschijnen, zo kan zij zich laten door een met schriftelijke volmacht voorzien persoon vertegenwoordigen. De volmacht kan op ongestempeld papier of op de dagvaarding geschreven worden. Het gerecht kan in elk geval gehuwde vrouwen machtigen om voor den rechter te verschijnen; het kan ook voor een minderjarige, wiens vader of voogd afwezig of belet is, een bijzondere voogd ter vertegenwoordiging voor 't gerecht aanstellen. Advocaten en vertegenwoordigers van beroep worden op de verhandeling niet toegelaten.
Art.14. Bij onbehoorlijk gewettigde afwezigheid een partij wordt na regelmatige dagvaarding, vonnis hij verstek geveld. Beroep van een verstekvonnis geschiedt volgens de
Art.20, 21 en 22 der Belgische burgerlijke rechtsvordering .
Art.15. Verhuurders van Belgische nationaliteit kunnen, zolang zij niet in BelgiŽ zich hlijvend vestigen, noch wegens betalen van huur noch opzeg vervolging inspannen. De door deze personen afgestane huurverdragen en huurgelden kunnen tegenover den huurder niet geldend gemaakt worden.
Art.16. De scheidsgerechten en vrederechters kunnen in de artikel 1 dezer verordening voorziene betwistingen naar vrije waardering uitstel toestaan, de ontruiming tot op een bepaald tijdstip uitsluiten of vaststellen, dat de gestorte borgsom geheel of gedeeltelijk van den huurprijs af te trekken volt.
Art.17. Wanneer de betaling der huur bij gerechtelijk vonnis uitgesteld wordt, kan de verhuurder alleen met toelating van den scheidsrechter of vrederechter opzeg doen, in geval de jaarlijkse huurprijs niet 600 frank overtreft. In 't laatste geval kan de rechter, de tussen partijen overeengekomen, opzegtermijn verlengen.
Art.18. In geval beslaglegging in den zin van art. 819 der Belgische burgerlijke rechtsvordering (saisiegagerie) mogen van den dag der afkondiging dezer verordening aan mogelijke kosten van den garnisaire den huurder niet opgelegd worden.
Art.19. Dagvaardingen geschieden kosteloos. Alle gerechtelijke oorkonden zijn stempelvrij en behoeven niet geregistreerd te worden. Bij geschilvoorwerpen heneden 1000 frank worden de vonnissen kosteloos geregistreerd.
Art.20. Deze verordening wordt op den dag der afkondiging van kracht.
Brussel, den lO en februari 1915
No. 40. ó 15. februari 1915
De in mijne verordening van 9 januari j.l. (nr. 30 van het Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van BelgiŽ) mij voorbehouden toelating tot het ontgraven van lijken van onderdanen van niet Duitse staten en tot het overbrengen ervan naar andere begraafplaatsen zal voortaan in mijnen naam door het Hoofd van het burgerlijk Bestuur by den Generaalgouverneur toegestaan worden.
Brussel den 7en Februari 1915
No. 40. ó 15. februari 1915
Verordening betreffend het waarnemen van de dienstwerkzaamheden van den arrondissementscommissaris.
Art.1. De volgens de wetten over het provincialen over het gemeentebestuur aan de arrondissementcommissaris toegekende bevoegdheden worden door de Kreitschefs uitgeoefend, in wier naam de dezen bijgevoegde burgerlijke commissarissen het aan de arrondissementscommissarissen volgens
Art.132-138 der provinciale wet toekomend opsicht over de gemeenten en het houden van de registers van den burgerlijken stand, evenals over de daarmee samengaande werkzaamheden, waarnemen.
Art.2. Het Hoofd van het burgerlijk Bestuur bij den Generaalgouverneur vaardigt de ter uitvoering nodige besluiten uit,
Brussel, den 8en Februari 1915
No. 41. ó 20. februari 1915
Om twijfel te vermijden wijs ik erop, dat hij het volgens mijne verordening van 13 januari 1915 zonder vergoeding aangewezen kwartier, niet enkel onderdak voor man en paard behoort, maar ook ruimten voor kantoor- arrest- en wachtkamers. Alle ruimten moeten verlicht zijn, die tot verblijf dienende ook verwarmd. Het haardvuur moet mede ter beschikking gesteld worden, de slaapkamers moeten met legersteden, de stallen met strooisel voorzien zijn. In 't bijzonder gelden voor den omvang der zonder vergoeding opgelegde kwartierleveringen de bepalingen der Duitse kwartierleveringswet. De Spoorweg, Post- en Burgerlijke beambten hebben dezelfde aanspraak.
Brussel, den 5n Februari 1915
No. 41. ó 20. februari 1915
Verordening betreffend dwangbeheer.
Art.1. De Generaalkommissaris voor de banken in BelgiŽ kan met mijne toestemming voor rekening de aandeelhouders zulke ondernemingen onder dwangbeheer plaatsen,
1. die van uit vijandelijk land geleid of bewaakt worden, of
2. aan wier kapitaal, opbrengst of leiding voor ten minste een derde onderdanen van 't vijandelijk buitenland aandeel hebben, of
3. de wezenlijke delen van hun bedrijf in 't vijandelijk land onderhouden, of
4. hij welke een openbaar belang van het Duitse rijk of der bezette gedeelten van BelgiŽ aan het instandhouden of het hervatten van het bedrijf bestaat, of
5. wier bedrijf met de openbare belangen van het Duitse rijk in strijd is of van aard is dezen afbreuk te doen. Met ondernemingen in den sin dezer voorschriften worden hulpinrichtingen, agentschappen, stapelhuizen evenals grondstukken gelijk gesteld. De toepassing van deze voorschriften wordt niet opgeheven, doordien tot verduiken van aandeelhouders personen voorgeschoven worden, die geen onderdanen van 't vijandelijk buitenland zijn.
Na afkondiging dezer verordening voorkomende wijzigingen in de leiding of in de aandeelhebberschap aan het kapitaal, opbrengst of leiding van een onderneming, kunnen de toepassing dezer verordening niet beletten.
Art.2. Is bij een onderneming grond voorhanden om aan te nemen, dat de onderstellingen van artikel 1 werkelijkheid zijn, zo heeft de Generaal-kommissaris voor de banken het recht, de boeken en geschriften in te zien en van de leden van den beheerraad, eigenaars en bedienden, evenals van alle personen, die in staat zijn over de onderneming mededelingen te doen, in102 lichtingen over de zaaktoestanden te verlangen. Hij kan dit recht in elk bijzonder geval door zijne kommissarissen laten nemen.
Art.3. De met het dwangbeheer belaste personen worden door den Generaalkommissaris voor de banken benoemd en afgesteld. Door de afstelling vervallen de gezamenlijke den dwangbeheerder toegekende rechten. De naam der onder dwangbeheer geplaatste ondernemingen evenals de namen der dwangbeheerders moeten in het Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van BelgiŽ bekend gemaakt worden.
Art.4. De dwangbeheerder heeft hezit van de onderneming te nemen. Hij heeft alleen bevoegdheid tot alle rechtshandelingen voor de onderneming en om over gedeelten van het ondernemingsvermogen te beschikken. Over den helen duur van het dwangbeheer blijven de bevoegdheden van den eigenaar of der eigenaren van de onderneming geschorst, evenals die van andere personen, in een woord van alle organen tot rechtshandelingen voor de onderneming. Dit geldt inzonderheid ook voor de algemeen vergaderingen, beheerraden en andere organen der aandeelmaatschappijen. De beheerders kunnen tot hun ondersteuning met toestemming van den Generaalkommissaris voor de banken, de bevoegdheid tot het verrichten van rechtshandelingen voor de onderneming op andere personen, inzonderheid ook op vroegere bedienden der onderneming overdragen. De hedienden der onderneming hebben den beheerder elke inlichting te geven, alle hoeken, schriften, sleutels, goederen en andere waarden der onderneming te overhandigen en hun werkzaamheden naar de aanwijzingen van den dwangbeheerder te verrichten.
Art.5. De beheerder kan de onderneming geheel of gedeeltelijk voortzetten of zich tot het afdoen der lopende werkzaamheden bepalen.
Art.6. De onderneming heeft alle door het dwangbeheer meeqebrachte kosten te dragen, met inbegrip der door den Generaalkommissaris voor de banken vast te stellen sommen voor den dwangbeheerder. Deze kosten gelden dis bevoorrechte vorderingen.
Art.7. Voor de uitvoering van de hem opgedragen beheershandelingen is de dwangbeheerder uitsluitelijk tegenover den Generaalgouverneur verantwoordelijk.
Art.8. Het uitvaardigen van voltrekkingsvoorschriften, inzonderheid met het oog op het aanleggen van overschotten ten bate der rechthebbenden draag ik den Generaalkommissaris voor de banken op.
Art.9. Handelingen in strijd met de bepalingen dezer verordening worden met een geldboete van ten hoogste 100,000 frank voor elk geval en met gevangenis van ten hoogste een jaar of met een van beide gestraft. Het opzet is strafbaar. Bevoegd zijn de krijgsrechtbanken.
Art.10. Deze verordening wordt van af heden van kracht.
Brussel, den 17n Februari 1915
No. 42. ó 22. februari 1915
I De uitvoer van metaalbewerkingmachines uit BelgiŽ wordt verboden. De machines die men poogt uit te voeren worden aangeslagen,
II Uitzondering wordt gemaakt voor de machines, die op beevel van het Generaalgouvernement naar Duitsland uitgevoerd worden.
III. Deze verordening wordt- terstond van kracht.
Brussel, den 17en februari 1915
No. 43. ó 23. februari. 1915
De door de verordening van 20 januari 1915 (Weten Verordeningsblad voor de belette streken van BelgÔe nr. 35) tot 28 Februari 1915 verlengde termijn voor protestverheffingen en andere tot waring van regres bestemde rechtshandelingen wordt hierdoor tot den 31en Maart 1915 verlengd.
Brussel, den 20en februari 1915
No. 43. ó 23 februari. 1915
De verordening des Konings der Belgen van 3 augustus 1914 betreffelijk de terugtrekking van banktegoed blijft met de beperking, die zij door de verordening des Konings der Belgen van 6 augustus 1914 en met de uitbreiding, die zij door de verordening van 23 september 1914 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van BelgiŽ, No 4) verkregen heeft, tot 31 Maart 1915 in kracht.
Brussel den 20en februari 1915
No. 44. ó 26. februari 1915
Met toestemming van den Heer Generaalgouverneur in BelgiŽ heb ik overeenkomstig de verordening van 17en februari 1915 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van BelgiŽ No. 41 van den 20en februari 1915 ) de hierna vermelde banken onder dwangbeheer geplaatst:
Credit Lyonnais te
Brussel, Banque de Paris et des Pays-Bas te
Brussel, Comptoir National d'Eccompte de Paris te
Brussel, Societe FranÁaise de Banque et de DepŰts te
Brussel, Societe FranÁaise de Banque et de DepŰts te Antwerpen,
Societe Belge de Credit Industriel et Commercial et de DepŰts te Brussel,
Banque de DepŰts et de Credit te Brussel.
Tot dwangbeheerders heb ik benoemd:
De heren Berthold Kaufmann voor het Credit Lyonnais te
Brussel, Dr. Fritz Riihe voor de Banque de Paris et des Pays-Bas te
Brussel, Dr. jur. Hans Reiher voor het Comptoir national d'Escompte te Paris te
Brussel, Edmond Wilberg voor de Societe FranÁaise de Banque et de DepŰts te
Brussel, Dr. ing, Franz Herzherg voor de Societe FranÁaise de Banque et de DepŰts te Antwerpen,
Konsul Ernst Regensburger voor de Societe Belge de Credit Industriel et Commercial et de DepŰts te Brussel,
Leo Schuch voor de Societe de DepŰts et de Credit te Brussel.
Brussel, den 23en Februari 1915
.
No. 45. ó 28. februari 1915
. 7. Waren van welke soort ook mogen uit BelgiŽ zonder bijzondere toelating niet uitgevoerd worden. Deze kan alleen verkregen worden bij den Kommissaris van het Krijgsrninisterie bij het Generaalgouvernement te Brussel, Wetstraat, 65. IL Deze verordening wordt terstond van kracht.
Brussel, den 25en Februari 1915
No. 46. ó 2 maart. 1915
Om te hunnen overzien, welke voorraden aan suiker van alle soort en suikerbietzaad in BelgiŽ voorhanden zijn, beveel ik: leder suikerfabrikant en suikerraffinadeur is verplicht tot den tienden Maart a. c. aan te geven:
1. den dag der opening en der sluiting der laatste campagne, alsmede de dagen, op welke gedurende de campagne geen bieten verwerkt werden;
2. de hoeveelheid der verwerkte bieten;
3. het gemiddeld suikergehalte der bieten per honderd;
4. de voortbrengst aan suiker in percent en volgens gewicht, naar de soort gescheiden: witte suiker, ruwe suiker, andere voortbrengselen, mÍlasse, stroop
a) uit de campagne 1914 15
b) uit de campagne 1914-15 evenals aan tussen- en navoortbrengselen;
5. de op 25 Februari in de fabriek voorhanden voorraden aan suiker van verschillende soort, mÍlasse en stroop;
6. de voorraden aan suikerbietzaad. Evenzo moet ieder, die zonder suikerfabrikant noch raffinadeur te zijn, suikervoortbrengselen, mÍlasse, stroop en suikerbietzaad bezit of in bewaring heeft, deze voorraden onder vermelding der soort aangeven. Naam, firma en woonplaats des aangevers, even die de bergplaats der voorraden moeten juist aangegeven worden. Aangeven moeten die personen niet, wier suiker - voorraden minder dan 300 kilogram en suikerbietzaad minder dan 40 kilogram bedragen. De opstelling moet aan den burgemeester der gemeente ingezonden worden. Deze moet een samenstelling van alle aangiften voor den 15n Maart a. c. opmaken en den bevoegden militairen kreis-chefs overmaken, Degene, die het verzuimt deze aangifte binnen den bepaalden tijd te doen of valse aangiften maakt, wordt met gevangenis en met confiscatie der niet aangegeven voorraden gestraft.
Brussel, den 27n Februari 1915
.
No. 47. ó 3. maart 1915
De verordening van 10n november 1914 wordt als volgt gewijzigd: De loop van alle burgerlijkgerechtelijke (zowel gewone als handelsgerechtelijke) , straf- en proces-gerechtelijke termijnen zoals de loop der verjaringen is, voorzover deze termijnen en verjaringen jegens Duitsers, onderdanen van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie, Ottomanen en onderdanen van neutrale Staten in de bezette streken van BelgiŽ lopen of geldig gemaakt kunnen worden, voor den tijd van 1 Augustus 1914 tot 15 November 1914 geschorst.
Brussel, den 27en Februari 1915
No. 48. ó 6. Maart. 1915
Verordening betreffend toepassing van het verplicht onderwijs gedurende het schooljaar 1914/15. In afwijking van
Art.8 en 9 der organische schoolwet van 15 Juni 1914, die termijnen en uitstellen vastgestelde, waarvan de uitvoering voor het lopend schooljaar 1914/1915 de krijgsgebeurtenissen verhinderd hebben, wordt hierbij bepaald: Binnen de tweede helft der maand Maart 1915 , moeten de gemeenteoverheden den opziener van het lager onderwijs van het kanton, de lijst der kinderen, die den schoolplichtigen ouderdom bereikt hebben, ter hand stellen. Binnen de eerste helft der maand April zal de kantonale schoolopziener van het lager onderwijs, elke belanghebbenden huisvader, door de post, een mededeling toezenden, die dezen over de op hem rustende verplichtingen onderricht. Daarbij zullen zoveel aanmeldingskaarten gevoegd worden, dis de huisvader schoolplichtige kinderen heeft. Voor 1 Mei 1915 zullen deze kaarten aan den kantonalen schoolopziener teruggestuurd worden,
Brussel, den 3en Maart 1915
No. 49. ó 10 maart. 1915
Algemeen beschikking, betreffend de uitvoering der veeartsenpolitie. Om elke twijfel daarover weg te nemen, dat de in BelgiŽ uitgevaardigde wetten en voorschriften over het bestrijden der veeplagen van kracht zijn, zal zonder verwijl op geschikte wijze ter algemeen kennis worden gebracht, dat voor als nog elk uithrehen of elhe mogelijkheid van het uitbreken der volgende pla124 gen, terstond bij den burgemeester der gemeente, waarin sich de besmette of verdachte dieren bevinden, moet aangegeven worden:
1. Snotsiekte,
2. Mond- en klauwzeer,
3. Miltvuur en brandvuur
4. Hondsdolheid,
5. Besmettelijke longziekten
6. Runderpest,
7. Schaappokken,
8. Kwade klauwontsteking bij schapen,
9. Schapenschurft. Aan te melden is ook, wanneer dieren met smetzieke in aanraking gekomen zijn. De verplichting om aan te melden rust op den veebezitter of zijn aangestelde, verder op de werkzame veeartsen en veeartsbedienden. De werkzame veeartsen hebben buiten de vermelde verplichting nog van elk knobbelziektegeval bij slachtvee en van elke klinische vaststelling der knobbelziekte of van dringende verdachtheid bij runderen den bevoegden veeartsopzichter aangifte te doen. De smetzieke of dis verdacht aangeduide dieren moeten door den eigenaar of diens aangestelde reeds voor het optreden van den burgemeester zo afgesloten worden, dat er geen gevaar voor verbreiding bestaat. Het verdere wordt geregeld volgens de in zwang zijnde Belgische bepalingen, volgens welke door den burgemeester aanstonds ter onderzoeking van de smetzieke of smetverdachte dieren de bevoegde veearts moet ontboden worden, die den burgemeester de voorlopig nodige bestrijdingsmiddelen aanwijzen en buitendien aan den veeartsopzichter van het betreffend gewest voor verdere maatregelen bericht zenden moet.
Tot veeartsopzichters worden aangesteld: De heren Desmet, te Schaerbeek, ColUgnonplaats 52, voor de provincie Brabant, Monseur, te Laehen, Alhertstraat 19, voor de provincie Brahant, Firlefin, te Antwerpen, Hertoginstraat 17, voor de stad en provincie Antwerpen, Detilleux, te Meerhout, voor de provinciŽn Antwerpen en Limhurg, Moens, te Hasselt, Nieuwstraat 38, voor de provinciŽn Antwerpen en Limhurg, Boes, te Hasselt, Oudestraat, voor de provincie Limhurg, Futzeys, te Luik, rue des Ehurons, 5, voor de provincie Luik, Eougardy, te Hoei, voor de provincie Luik, Marcq, te Namen, boulevard Ad Aquam, 22, voor de provincie NamUen, Henin, te Rochefort, voor de provinciŽn Namen en Luxemburg, Woygnet,te Bertrix, voor de provinciŽn Namen en Luxemburg, Van Hemelryck, te Lens, voor de provincie Henegouw, Dehaye, te Gosselies, voor de provinciŽn Henegouw en Namen, De Rycke, te Zottegem, voor de provincie Oostvlaanderen, Vanderlinden, te Gent, voor de provincie Oostvlaanderen, Adriaen, te Oostende, Nieuwpoortsche steenweg, 55, voor de provincie Westvlaanderen.
De burgemeesters zullen den bevoegden Duitse Kreisefs, de veeartsopzichters den bevoegden gouvernements het uitbreken en het verdwijnen der voornoemde plagen melden. Den gouvernements wordt het vrijgelaten, den gouvernementsveearts in passende gevallen hij de bestrijding der ziekten onder de huisdieren der burgerbevolking aan 't werk te stellen. Voor 't overige zullen de veeartsopzichters, zoals tot nu, den Staatsveearts De Roo, Leopoldstraat, 28, te Laken, verslag doen. Voor de bestrijding van ziekten onder de huisdieren der burgerbevolking blijven de hierover in BelgiŽ uitgevaardigde wetten en verdere bepalingen van toepassing. Moest het blijken, dat de dienvolgens te nemen maatregelen ontoereikend zijn, zo zal daarover verslag ingediend worden. De bestrijding van plagen hij dienstpaarden, andere paarden en slachtveestapels van het Duitse Bestuur en der onder dit bestuur staande troependelen, paardenverzamelplaatsen, paardenlazaretten, conservenfabrieken, enz. volt niet onder toepassing van vorenstaande voorschriften.
Brussel, den 15en December 1914.
No. 49. ó 10 maart. 1915
Op 13 December 1914 werd binnen het gebied van het vesting-gouvernement Antwerpen een landstormman door een hond gebeten, bij welken door den bevoegden Gouvernements-veearts dolheidsverschijnselen vastgesteld werden. De gebetene is terstond naar Berlijn gezonden geworden, om in het Koninklijk Instituut voor smetziekten ĄRobert Koch" tegen hondsdolheid geŽnt te worden. Ten aanzien van dit geval en het bekende voorkomen der hondsdolheid in BelgiŽ wordt hierbij het onschadelijk maken van alle meesterloze honden, binnen het gebied van het Generaalgouvernement bevolen. Tot dit doeleinde moeten alle burgemeesters aangemaand worden, ten spoedigste te bevelen, dat alle hondeneigenaars hunne honden aangeven en een halshand omdoen, die naam en woonplaats of woning des eigenaars of een ander het bezit van den hond aanwijzend kenmerk (hondenpenning) zichthaar dragen. Vrij loslopende honden, hij welke dit voorschrift niet werd toegepast, worden van af den 6en januari 1915 als meesterloos beschouwd en gedood. Hetzelfde geschiedt met honden en katten, die verschijnselen van dolheid vertonen. Een algemeen bevattelijke onderrichting over de kentekenen der dolheid bij honden en katten wordt hieraan toegevoegd. De heren veeartsen zullen verwittigd worden, dat de koppen der van dolheid verdachte dieren tot buitentwijfel stellen der diagnose buiten aan het Instituut voor smetziekten ĄRobert Koch" te Berlijn ook mogen gezonden worden naar de ĄPasteur-Inrichting" te Brussel, Stoomsleeperstraat, 28, aan den heer Prof. Bordet, die zich met het onderzoek zal belasten.
Brussel, den 22en December 1914.
No. 49. ó 10 maart. 1915
Besluiten aangaande het verbod van slachten van zichtbaar drachtige zeugen en van varkens minder dan 60 kilos levend gewicht alsook van kalveren van het vrouwelijk geslacht uitgenomen de voor den kweek ongeschikt zogenoemde paardsbillen. Tot vooruitgang van den varkenskweek en het vermijden der nutteloze slachting van niet tot het slachten genoeg bereide varkens wordt hierdoor verboden:
lo. Het slachten van zichtbaar drachtige zeugen;
2o. Het slachten van varkens min dan 60 kilos levendgewicht wegende. Voor den vooruitgang van den veekweek wordt hierdoor verder verboden het slachten van kalveren van het vrouwelijk geslacht uitgenomen de voor den kweek ongeschikt zogenoemde Ąpaardsbillen' (billemans pletsers ens.). In geval van twijfel indien een vaarskalf paardsbillig is of niet zal daarover de plaatselijk aangenomen veearts beslissen. Dit verbod is niet toepasselijk bij slachtingen die geschieden wanneer het sterven van het dier uit reden van ziekte te vreesen is of wanneer het na een ongeluk moet gedood worden. Zulke slachtingen moeten nochtans dadelijk aan den burgemeester overgegeven worden. Beze moet die aangiften aan den bevoegden krijgsoverste overhandigen. Overtredingen van deze besluiten worden met een geldboete van 26 tot 200 franken of met gevang gestraft. Bij de bekendmaking van deze besluiten wordt voornamelijk opgemerkt dat, sedert 15 januari 1915 , alle vorderingen voor de troepen en in 't bijzonder de vorderingen van slachtvee tegen betaling met gereed geld moeten geschieden.
Brussel, den len Februari 1915
No. 50. ó 13 maart. 1915
Maatregelen tot tenuitvoerlegging betreffende de verordening van 16 januari 1915 , waarbij een belasting ten laste der afwezigen wordt gevestigd. (Wet- en Verordeningsbiad, Nr. 33, bl. 115-116). ß 1. Door de gemeentebesturen wordt ten spoedigste een kohier opgemaakt, bevattende de Belgische inwoners hunner gemeente, die, over 1914, ten bate van den Staat, hoofdelijk zijn aangeslagen in een hogere personele belasting dan het bedrag aangeduid onder Art.2, le lid, van de verordening, en die voor In Maart 1915 in hunne Belgische woonplaats niet zijn teruggekeerd. Het kohier behelst de volgende kolommen:
1. Volgnummer;
2. Namen en voornamen der afwezige belastingplichtigen;
3. Woonplaats (straat en nummer);
4. Bedrag der personele belasting in hoofdsom en opcentiemen ten bate van den Staat over 1914;
5. Datum van het vertrekken naar den vreemde;
6. Redenen ó in 't kort ó van het vertrekken indien het niet vrijwillige geschiedde;
7. Bedrag van den buitengewone belastingsbijslag;
8. Afschrijving \ f daghoek; ( betaalde sommen;
9. Aanmerkingen, De kolommen 7 en 8 worden door den ontvanger der belastingen ingevuld. ß 2.Voor het opmaken der kohieren zijn de volgende bepalingen in acht te nemen; 1. Een eenvoudig tijdelijke terugkomst, welke blijkhaar niet het gevolg is van het voornemen duurzaam verblijf te houden, kan niet worden beschouwd als een terugkeer in de woonplaats naar den geest van artikel 1, le lid, van de verordening; 2. De bevolking, die overeenkomstig
Art.2, le lid, van de verordening in aanmerking komt, is die vastgesteld bij de tienjaarlijkse volkstelling op 31 December 1910; 3. Ingeval meerdere woonplaatsen in den lande betrokken worden is de te beogen bevolking, die van de hoofdwoonplaats en in geval van twijfel, die van de winterwoonplaats. ß 3. Worden niet als vrijwillige afwezigen beschouwd en worden derhalve niet ten kohiere gebracht namelijk:
a) De militairen en de Staatsagenten die, op grond hunner betrekking, genoopt waren BelgiŽ te verlaten;
b) De gevangen gehouden Belgen of die welke hunne woning hebben moeten ontruimen;
c) De belastingplichtigen wier woningen vernield, onbewoonhaar of geheel door militairen of burgerlijke agenten betrokken zijn, Deze belastingplichtigen worden op een bijzondere lijst aangeschreven, welke hij het kohier gevoegd wordt.
ß 4. De overeenkomstig ßß 1 en 3 opgemaakte kohieren en lijsten worden door de gemeentebesturen uiterlijk den 15n Maart 1915 aan de bevoegde ontvangers der belastingen opgezonden; desgevallende winnen deze de door hen nodig geachte inlichtingen in, en vullen dien overeenkomstig de kohieren aan.
ß 5. De commissie belast met het onderzoek der aangiften tot de personele belasting in overeenkomst met artikel 79 der wet van 28 Juni 1822 heslist, na inzage te hebben genomen der kohieren en lijsten of de door artikel 1 van de verordening gestelde belastingsvoorwaarden vervuld sijn. In bevestigend geval, brengt de ontvanger het te innen bedrag der belasting ten kohieren; indien deze niet verschuldigd is, vermeldt de commissie de redenen daarvan in de kolom voor aanmerkingen. Over 't algemeen dient ingezien te worden, dat redenen van persoonlijken aard het verblijf buitenlands niet verschonen, en dat, uit dien hoofde, geen vrijstelling mag verleend worden van de belasting, welke bijzonder in het belang van de in het land gebleven Belgen gevestigd is,
ß 6. Uiterlijk den In April 1915 wordt het kohier, tot invorderbaarmaking, door den ontvanger aan den provincialen bestuurder der belastingen overgemaakt. De bepalingen betreffende de kennisgeving, het verhaal en de invordering in sake personele belasting zijn ter zake toepasselijk; echter moeten de bezwaren binnen de drie maanden na kennisgeving van den aanslag ingediend worden. Indiening van bezwaren schorst de betaling der belasting niet.
ß 7. De verzoekschriften strekkende om, op billijkheidsgronden in overeenkomst met artikel 2, 2e lid, van de verordening, vrijstelling der belasting te erlangen, moeten, ter dege met redenen omkleed, binnen den termijn bepaald in de voorlaatste ß, hij den voorzitter van het burgerlijk beheer der provincie waar de aanslag is gevestigd, worden ingediend. Door bemiddeling van den Commissaris voor het tolwezen en de belastingen vergewist zich de Voorzitter van het burgerlijk beheer of de requestrant nog rechtstreekse belastingen over 1914 verschuldigd is. Zo ja, laat hij den verzoeker weten, dat de aanvraag om vrijstelling van de belasting op de afwezigen slechts in overweging zal worden genomen nadat de onafbetaalde ó in cijfers te vermelden ó belastingen zullen voldaan zijn. Zijn geen achterstallige belastingen verschuldigd, dan neemt de Voorzitter van het burgerlijk beheer de aangevoerde bewijsgronden in overweging en hoort, desvereist daaromtrent het gemeentebestuur of den ontvanger der belastingen en, voor zover het verzoek op goede gronden schijnt te berusten, verleent hij voorlopig uitstel voor het betalen der belasting. Vervolgens onderwerpt hij het verzoek, met zijn met redenen omkleed advies, aan den Overste van het burgerlijk beheer, die uitspraak doet.
ß 8. Indien bijzondere omstandigheden, zoals krankheid of gebrek van vervoermiddelen, zich tegen een tijdige terugkomst hebben verzet, kan de Overste van het burgerlijk beheer den termijn voor terugkeer verlengen en inmiddels de invordering der betwisting schorsen.
Brussel, den 22 Februari 1915
No. 51. ó 18 maart. 1915
Aanvullende bepaling tot de verordening van 5 Februari 1915 over de politiemacht der Gouverneurs, Kreitschefs en Kommandanten.
Art.10. Gerechtigd tot het uitvaardigen van strafbepalingen e,n politiebesluiten zijn buiten de in Art.3 vermelde bevelhehbers, de door de krijgsgouverneurs der provinciŽn daartoe gemachtigde troepenkommandeurs voor het hun toegewezen ondergebied van een Kreits; echter strekt hun bevoegdheid tot straffen niet verder dan tot het toepassen van vijf dagen opsluiting en vijftig frank boete. In beroep van hunne beschikkingen beslist ten laatste de Kreitschef.
Brussel, den 3en Maart 1915
No. 52. ó 21 maart. 1915
Ik beveel hierbij het volgende: Voor Antwerpen, Luik, Namen, Bergen en Charleroi met de hieromliggende gemeenten worden, zoals voor Groot-Brussel eenvormige politiebesturen voor de zedenpolitie ingericht. Ter toepassing vaardig ik volgende verordening uit.
Art.1. I. De zedenpolitie voor de stad Antwerpen en de gemeenten Austruweel, Merksem, Deurne, Borgerhout, Berchem, Wilrijk, Hoboken, Schoten en Brasschaat wordt verenigd en onder den Voorzitter van het Burgerlijk Bestuur voor de provincie Antwerpen als Hoofd der zedenpolitie van Groot-Antwerpen geplaatst,
II De zedenpolitie voor de stad Luik en de gemeenten Angleur, Bressoux, ChÍnee, Grivegnee, Herstal Ougree, Seraing, Tilleur, Saint-Nicolas, Ans, Vottem, Jemeppe-a/ M. wordt verenigd en onder den Voorzitter van het Burgerlijk Bestuur voor de provincie Luik als Hoofd der zedenpolitie voor Groot-Luik geplaatst,
III De zedenpolitie van de stad Namen en de gemeenten Jambes en Saint-Servais wordt verenigd en onder den Voorzitter van het burgerlijk Bestuur voor de provincie Namen als Hoofd der zedenpolitie voor Groot-Namen geplaatst,
IV. De zedenpolitie voor de stad Bergen en de gemeenten Nimy, Obourg, Saint Symphorien, Maisieres, Havre, Spiennes, Hyon, Ghlin, Cuesmes, Flenu, Jemeppe, Mesvins, Nouvelles en Ciply wordt vereenigd en onder den Voorzitter van het Burgerlijk Bestuur voor de provincie Henegouwen als Hoofd der zedenpolitie voor Groot-Bergen geplaatst.
V. De zedenpolitie voor de stad Charleroi en de gemeenten Marcinelle, Chatelineau, Couillet, Marchienne, Jumet, Gilly en Montigny wordt vereenigd en onder den Voorzitter van het Burgerlijh Bestuur voor de provincie Henegouw als Hoofd der zedenpolitie voor Groot-Charleroi geplaatst. Beze heeft de bevoegdheid, zich door den Burgerlijken Kommissaris hij den Kreitschefs te Charleroi in de handhaving der zedenpolitie van Groot-Charleroi te laten vervangen.
Art.2. De bepalingen der verardening over de handhaving van de zedenpolitie in Groot-Brussel van den Sen Februari 1915 (Wet- en Verordeningsblad hl. 159) worden overeenkomstig toegepast. Waar in deze verordening van Brussel en de daartoe behorende gemeenten spraak is, worden de hiervoren genoemde steden en de daarbij opgesomde gemeenten in de plaats gezet. De bepalingen van artikel 5, ß 1, zijn op de zedenpolitieomschrijvingen Bergen en Charleroi van toepassing, derwijze, dat de kosten op de afzonderlijke gemeenten de steden het zij Bergen het zij Charleroi inbegrepen in gelijke mate volgens het getal inwoners verdeeld worden.
Brussel, den Sen Maart 1915
No. 52. ó 21 maart. 1915
Aangaande het verbod van slachten van zichtbare drachtige zeugen, van varkens min dan 60 kilos levendgewicht, alsook van kalveren van vrouwelflk geslacht uitgenomen voor den kweek ongeschikt zogenoemde Ąpaardsbillen". Als gevolg aan het besluit van In Februari 1915 sectie IVc, nr. 2460, betreffend het verbod van slachten van zichtbare drachtige zeugen, varkens van min dan 60 kilos levendgewicht en van kalveren van het vrouwelijk geslacht uitgenomen voor den kweek ongeschikt zogenoemde Ąpaardsbillen" , beslis ik dat moeten als kalveren aanzien worden al de jonge runderen die niet ten minste twee volwassen tanden bezitten. De veeartsen en andere keurders met de vleeskeuring gelast moeten met strengheid op de waarneming van het verbod van slachten het oog houden en moeten daarenboven al de overtredingen aanklagen. Zij moeten ook weigeren de dieren strijdiglijk met het verbod geslacht of die voor een andere reden onbruikbaar zijn te stempelen,
Brussel, den 25n Februari 1915
No. 53. ó 26 maart. 1915
De door de verordening van 20 Februari 1915 (N'r. 43 van het Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van BelgiŽ) tot 31 Maart 1915 verlengde termijn voor protestopmaken en andere tot vrij waring van verhaal bestemde rechtshandelingen wordt hierbij tot 30 April 1915 verlengd.
Brussel, den 21n Maart 1915
No. 53. ó 26 maart. 1915
De verordening des Konings der Belgen van 3 Augustus 1914 betreffend het terugtrekken van banktegoed, blijft met de beperking in de verordening des Konings der Belgen van 6 Augustus 1914 en met de uitbreiding in de verordening van 23 september 1914 vervat (Nr. 4 van het Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van BelgiŽ) tot den 30n April 1915 van kracht.
Brussel, den 21n Maart 1915 .
No. 54. ó 28. Maart. 1915
Het Koninklijk besluit van 8 December 1913, opgenomen in het Staatsblad van 20 December 1913, Nr. 354, waarbij vastgesteld werd de prijs per dag onderhoud, gedurende het jaar 1914, van de personen welke in de Weldadigheidsscholen, de Toevluchtshuizen en de Bedelaarsgestichten zijn geplaatst, blijft van kracht tot 31 December 1915 . Het Hoofd van de Burgerlijke administratie hij den Gouverneur-generaal in BelgiŽ is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, den 13en Maart 1915
.
No. 54. ó 28 maart. 1915
. In de bezette gebieden van BelgiŽ houdt voor den duur der bezetting
Art.261 van het Belgisch strafwetboek op van kracht te zijn. De gedurende deze tijdruimte benoemde Belgische beambten en de andere tot openbare, diensten aangestelde Belgen gelden als aangesteld, zodra hun de ambtelijke mededeling hunner benoeming of aanstelling afgeleverd wordt. Zij zijn van dit tijdstip af tot nauwgezette vervulling van hun ambtsplichten gehouden. De rechtskracht hunner ambtelijke handelingen is van het afleggen van den tot nu voorgeschreven eed (staatkundige- en beroepseed) niet afhankelijk.
Brussel, den 20en Maart 1915
No. 55. ó 29 maart. 1915
Gezien de toenemende verbetering in den algemeen toestand, ben ik bereid de tegen het misbruik van duiven getroffen maatregelen, derwijze te verzachten dat het kweken van duiven mogelijk blijven. De onder letter C van de kennisgeving van 22 December 1914 opgesomde bepalingen aangaande het houden van duiven, worden daarom van af 1 April 1915 door de volgende schikkingen vervangen:
1. De bezitters van duiven, van welke soort ook, zijn verplicht hunne duiven dagelijks in de hokken opgesloten te houden tot 1 uur 's namiddags (Duitse tijd). Van af 1 uur tot zonondergang mogen de duiven losgelaten worden. Van 3 tot 6 uur *s namiddags moet en alle hokken open zijn en alle duiven kunnen uitvliegen. Er wordt geen verschil gemaakt tussen reisduiven en andere.
2. Elke duivenhouder moet aan het Duitse plaatscommando, en, daar waar geen Duitse bezetting is, aan de Belgische gemeenteoverheid, voor elk hok, een lijst overhandigen, met opgave van kleur en ringmerken (nummer, jaartal, enz.) voor elke voor januari 1915 geboren duif afzonderlijk. De Belgische gemeenteoverheden moeten deze lijsten steeds ter beschikking houden van de Duitse toezichtkommandos. Ligging en toegang tot het hok moeten nauwkeurig op de lijst aangegeven worden. De sleutels der duivenhokken moeten, te allen tijde, bereikbaar zijn. Sterven naderhand enkele der aangegeven duiven, dan moeten hunne voetringen ongeschonden door de duivenhouders bewaard worden.
3. Alle duiven moeten gesloten, onafneembare voetringen dragen. Jonge duiven met gesloten voetring 1915 moeten tot nader bevel aan de overheid niet aangegeven worden, maar zij dienen te kunnen onderscheiden worden door het in 't rood verwen, ook langs den buitenkant, van de rechtervlerk. Diensvolgens mogen er nergens duiven aangetroffen worden welke voor 1915 geboren zijn en niet in de afgegeven lijst vermeld staan, of welke geen of wel open ringen dragen.
4. De tot het hok gewoonlijk behorende duiven moeten buiten staat gesteld worden te kunnen vliegen door het sterk afkorten der pennen van een vlerk. Indien tijdens de controle, tot het hok niet gewoonlijk behorende duiven aangetroffen worden, welke niet voldoende gekortwiekt zijn, dan worden deze duiven in beslag genomen. De aandacht wordt in 't bijzonder gevestigd op het feit dat al wie duiven bezit welke niet gewoonlijk tot het hok behoren en in staat z' n te vliegen, aanschouwd zal worden als zich aan bespieding verdacht te hebben gemaakt, inzonderheid wanneer hij ze houdt in afzonderlijke delen van het hok of in andere plaatsen van het huis.
5. De duivenhouders hij wie duiven zijn toegevlogen, moeten daarvan onmiddellijk schriftelijk kennis geven aan de aangeduide overheden onder nauwkeurige beschrijving van den voetring en van de kleur van de duif. De duiven moeten geslacht en den ring bewaard worden voor de controle. Moesten er duiven wegvliegen en niet terugkeren naar het hok waartoe zij behoren, dan moet door de duivenhouder daarvan insgelijks schriftelijk kennis gegeven worden aan de bevoegde overheid ten einde de lijsten in orde te brengen.
6. Alle vervoer van duiven is verboden, alsook het overbrengen van duiven van het een hok naar het andere. De handel en het ruilen van levende duiven zijn ingelijks verboden. Diensvolgens mogen de duiven slechts dood op straat of ter markt gebracht worden. Wie met een levende duif buiten het hok aangetroffen wordt, beloopt een gevangenisstraf tot een jaar of een geldboete tot 10,000 frank, voor zover geen nog hogere straf wegens verspieding van toepassing is.
7. De belgische plaatselijke overheden moeten alle in den voormiddag losvliegende duiven doen vangen en doden,
8. De krijgsoverheid zal toezicht op de hokken houden en tot huiszoekingen doen overgaan, ten einde het stipt naleven dezer bepalingen na te gaan. Wanneer bij het militaire onderzoek van de duivenhokken minder duiven aangetroffen worden dan oorspronkelijk aangegeven werd, dan moet de duivenhouder het verschil verrechtvaardigen door het voorleggen van de gesloten geschonden ringen.
9. De overtreding aan deze verordening, voor zover geen hogere straffen voorzien zijn, wordt gestraft met gevangenzetting tot een maand of met een geldboete tot 2,000 frank; bovendien worden telkens alle de duiven van het betrokken hok in beslag genomen. Desgevallend wordt zelfs een onderzoek wegens vermoedelijke bespieding ingesteld,
Brussel, den 26en Maart 1915

 Vorige pagina   Indexpagina   Volgende pagina

OF GA TERUG MET DE BACKTOETS


Kent U de v.z.w. KONINKLIJKE OUDHEIDKUNDIGE KRING VAN HET LAND VAN WAAS
(afgekort K.O.K.W.)

niet, of wil je meer weten over de doelstelling
en werking van deze kring, klik dan
"hier voor Werking K.O.K.W".

DOCUMENTATIE CENTRUM
M.Z. Zamanstraat 49 9100 Sint-Niklaas
Zaterdagen 9u30 tot 12u30
Documentatie centrum
gesloten in juli en aug.