Dagboek Raphaël Waterschoot
 (TEXTES OFFICIELS door mij aangepast na omzetting)

Gesetz- und Verordnungsblatt fur die okkupierten Gebiete Belgiens
Bulletin officiel des Lois et Arrêtés pour le territoire belge occupé
Wet- en verordeningsblad voor de bezette streken van België
Législation Allemande pour le Territoire Belge Occupé
Textes officiels rédigée par
CHARLES HENRY HUBERICH docteur en droit, ancien professeur de droit a l’universié Stanford Californie , membre du barreau de la cour supreme des Etats Unis de L’Amerique, avocat La Haye Paris Berlin Hambourg
ALEXANDER NICOL-SPEYER Docteur en doit, avocat a la cour de cassation des Pays Bas La Haye


ROTTERDAM PREMIERE  Serie 5 september 1914  tot 28 december 1914
(nrs 1- 25)

No. 1. — 5. september 1914.
Zijne Majesteit de Keizer van Duitsland heeft, door Allerhoogste Kabinetsorder, gegeven Groot Hoofdkwartier den 26 augustus 1914, benoemd tot Gouverneur Generaal in België Zijne Excellentie den

No. 1. — 5 september 1914.
Zyne Majesteit de Keizer van Duitsland na bezetting van het grootste gedeelte van het Belgisch territorium, heeft mij tot Gêner aal-Gouverneur in België benoemd; Ik heb den zetel van het Generaal-Gouvernement in Brussel (Ministerie van Schoone Kunsten) opgeslagen.
Op bevel van zijne Majesteit, is er een burgerlijke administratie bij het Generaal-Gouvernement ingericht. Zijne Excellentie de heer von Sandt is benoemd tot hoofd dezer administratie (Zetel: Ministerie van Oorlog).
De Duitse troepen dringen overwinnend in Frankrijk binnen. Mijne taak zal zijn de kalmte en openbare orde op Belgisch gebied oprecht te houden.
Alle vijandelijke handeling der inwoners tegen aangehorigen van het Duitse leger, Alle verzoek den verkeer met Duitsland te storen, den dienst der ijzeren wegen, des telegraaf en des telefoons te belemmeren of te breken, zal zeer streng gestraft worden. lederen wederstand of revolte tegen de Duitse administratie zal zonder genade gestraft worden.
Het is de harde noodzakelijkheid van den oorlog, dat de straffen van vijandelijke handelingen, buiten de schuldigen ook de onschuldige treffen. Des te meer is het de plicht van alle verstandige burgers op de onrustige elementen een druk uit te oefenen, deze van iedere handeling tegen de openbare orde te weerhouden.
De Belgische burgers, die wensen in rust hare nijverheid na te gaan, hebben niets te vrezen van wege de troepen of de Duitse autoriteiten. Zooveel het mogelijk zal zijn, moet de handel hernomen, de fabrieken in 't werk hersteld, de oogst binnengebracht worden.

No. 1. — 5 september 1914.
Belgische burgers,
Ik vraag aan niemand zijne patriottische gevoelens te ontzeggen. Maar ik verwacht van U allen een verstandige onderwerping en een volledige gehoorzaamheid tegenover de hevelen van het Generaal- Gouvernement. Ik verzoek U hem vertrouwen te schenken en hem Uwe hulp te verlenen. Ik richt dezen verzoek hoofdzakelijk aan alle ambtenaars van den Staat en van de gemeenten, die op hunne plaats gebleven zijn. Hoe meer U dezen wens voldoen zult, des te meer zult U Uw vaderland nuttig zijn.
Gegeven te Brussel, den 2. September 1914.
No. 1. — 5 september 1914.
Verordening nopens de verplichtende kracht der door den Gouverneur-Generaal voor de bezette streken van België gegeven wetten en verordeningen.
De wetten en verordeningen gegeven door den Gouverneur Generaal voor de bezette streken worden in de Duitse taal gegeven en verkrijgen hare verplichtende kracht met den aflop van den dag, waarop het betrokken stuk van het wet- en verordeningsblad verschenen is, voor zover erin niet een ander aanvangstermijn aangeduid is.
Brussel, den 3 september 1914.
No. 2. — 11 september 1914.
De door verordening des Konings der Belgen van 2 Augustus van dit jaar (Moniteur van 3 Augustus1914, Nr. 215) toegestane en door verordening des Konings der Belgen van 6 Augustus van dit jaar (Moniteur van 9 Augustus 1914, Nr. 221) verlengde termijn voor protestverheffingen en andere waring van regres bestemde rechtshandelingen wordt hierdoor verlengd en wel voorlopig tot 30 September van dit jaar.
Brussel, 10 September 1914.
No. 2. — 11 september 1914.
Het door verordening des Konings der Belgen van 3 Augustus van dit jaar (Moniteur van 4 Augustus 1914 Nr. 216) uitgevaardigde en door verordening des Konings der Belgen van 6 Augustus van dit jaar (Moniteur van 9 Augustus 1914, Nr. 221) gewijzigde besluit, betrekkelijk de terugtrekking van banktegoed, blijft tot 30 September van dit jaar in kracht.
Brussel, 10 September 1914.
No. 3. — 21 september 1914.
Verordening aangaande het toezicht over banken en bankfirma's.
I. Het beheer van Belgische filialen van zulke niet Belgische banken en bankfirmas, die hun hoofdzetel hebben in een Staat die zich in oorlogstoestand met het Duitse Rijk bevindt, wordt voor den duur des oorlogs, met bescherming van het privaat eigendom en de private rechten, onderworpen aan de beperkingen van % % 1 en 2.
§ 1. Van af den dag van bekendmaking van deze verordening mogen de voornoemde banken en bankfirma s alleenlijk in zooverre nieuwe zaken beginnen, als deze noodzakelijk zijn om de oude zaken ten einde te brengen en zulke Actieven los te maken die tot vervulling van hun verplichtingen bruikbaar zijn.
§ 2. De Actieven welke overblijven na vereffening van zulke verplichtingen die onder de huidige omstandigheden kunnen vervuld worden, moeten voor den duur van den oorlog in een nog aan te duiden plaats gedeponeerd worden.
II. Van af den dag der bekendmaking van deze verordening en gedurende den oorlog, mogen Belgische banken en bankfirma s hun zaken niet op een wijze doen die in tegenstrijd is met de Duitse intresten, in het bijzonder mogen zij, noch middelbaar noch onmiddelbaar, geld of hetzij welke waarden zenden of uitbetalen naar het vijandelijk buitenland, en ook niet naar de gebiedsdelen van België die niet door Duitse troepen bezet zijn.
III. Ten uitvoering der voorschriften van deze verordening worden alle banken en bankfirma s aan de toezicht van den Gouverneur-Generaal in België onderworpen, met bescherming van het privaat eigendom en de private rechten. Deze toezicht wordt uitgeoefend door een Commissaris-Generaal, den Heer Geheimen Ober-Finanzrat Dr. von LU MM, die gemachtigd is zijn bevoegdheden aan bijzonder e commissarissen te overdragen.
De Conimissaris-Generaal is gemachtigd alle maatregelen te nemen die voor uitvoering der voorschriften van deze verordening nodig zijn, en ook uitsonderingen toe te laten. De bestuurders en beambten van alle gecontroleerde banken en bankfirmas moeten zijn aan zijne schikkingen en aanwijzingen gevolg geven.
In het bijzonder is de Commissaris-Generaal bevoegd:
a) de hoeken en geschriften der banken en bankfirmas binnen te zien, het inventaris der kas, effecten, wissels, enz., te onderzoeken, en ook inlichtingen over alle zaken te verlangen;
b) maatregelen van allen aard voor handelszaken te verbieden, in het bijzonder beschikkingen over vermogenswaarden en mededelingen over handels zaken;
c) een bewaarplaats aan te duiden voor vereiste deposito’s.

IV. De Commissaris-Generaal is bevoegd van de banken en bankfirmas borgstellingen te verlangen voor de goede uitvoering der voorschriften van deze verordening, evenwel als der schikkingen die door hem zullen getroffen worden op grond van deze verordening. In geval van overtreding van deze borgstellingen geheel of gedeeltelijk ten gunste van het Duitse Rijk vervallen. Verdere maatregelen tegen de verantwoordelijke personen blijven voorbehouden.

V. De kosten door de toezicht ontstaan moeten door de gecontroleerde banken en bankfirmas, ieder voor zijne aandeel, gedragen worden.
Brussel, den 18 September 1914.

No. 4. — 26. september 1914
De door de verordening van 10en September 1914 (Wet- en Verordening sblad voor de bezette streken van België Nr. 2) verlengde termijn voor protestverheffingen en andere tot waring van regres bestemde rechtshandelingen wordt hier door opnieuw verlengd tot den 10en Oktober 1914.
Brussel, den 23en September 1914.

No. 4. — 26 september 1914.
Be door de verordening van 10 September 1914 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 2) tot den 10en September 19 14 staande gehouden verordeningen des Konings der Belgen van 3 en 6 Augustus 1914 (Moniteur van 14 Augustus 1914, Nr. 216 en 9 Augustus 1914, Nr. 221) betrekkelijk de terugtrekking van banktegoed, blijven tot 31. Oktober 1914 in kracht. Buiten dit wordt verordend dat de banken buiten de uitbetalingen die zij tot nu toe verplicht zijn geweest te doen aan bezitters van conto’s, van heden af ook in de volgende gevallen uitbetalingen zullen moeten doen:
1) Indien de bedragen bestemd zijn tot betaling van verschuldigde traktementen en lonen van de bedienden en werklieden van nijverheid- of handelsondernemingen, hetwelk moet bewezen worden, ofwel tot betaling van tijdelijke allocatie of lijfrenten vervolgens de Belgische wet over werkongevallen, waarvan bewijs geleverd wordt door contracten vonnissen ofwel door schriftstukken van den schuldenaar.
2) Indien de bedragen bestemd zijn tot betaling van belastingen, contributies, redevancien en huren voor staatsdomeinen, vervallen of niet vervallen. De uitbetaling dezer bedragen kan alleenlijk gedaan worden bij middel van een cheque op de bank gedaan aan de order der Kas van het Generaal-Gouvernement in Brussel,
Brussel, den 23en September 1914.
No. 5. — 29 september 1914
In alle gevallen waar buitenlanders, tengevolge van den oorlog verhinderd zijn in de bezette gebiedsdelen van België hun rechten voor de justitieoverheden te verdedigen, moet de rechter van ambtswege uitstel toestaan vervolgens artikel 1244 al. 2 van het in België geldend burgerlijk wethoek.
In geen geval mogen oordelen of rechterlijke beschikkingen tegen den verhinderden buitenlander uitgevaardigd worden.
Deze verordening treedt onmiddellijk in werking.
Brussel, den 25 September 1914.
No. 6. — 5. oktober 1914.
Duits geld moet in de bezette streken van België in betaling genomen worden waarbij, tot nader order, 1 mark met ten minste 1.25 frank moet berekend worden.
Brussel, den 3 Oktober 1914.
No. 7. — 5. oktober 1914.

De uitvoer van paarden, runderen, varkens, schapen en levensmiddelen iedere aard uit België voor alle grenzen is verboden. Bij tegenhandelingen zal inbeslagneming geschieden.
Brussel, den 30 September 1914,
No. 8. — 15. oktober 1914.
10. Alle voortbrengselen der drukpers, evenals alle andere door machinale of scheikundige middelen verkregen en tot uitbreiding onder het publiek bestemde vermenigvuldigingen van geschriften en afbeeldingen met of zonder schrift, en van muziekstukken met tekst of uitleggingen (drukwerken), zijn aan de Censuur van het Keiserlijk Duitse Gouvernement-Generaal onderworpen.
Al wie de in paragraaf, 1 aangegeven drukwerken zonder toestemming van den Censor daarstelt of uitbreidt wordt volgens de oorlogswetten gestraft. De drukwerken worden verbeurd verklaard en de vormen en platen onbruikbaar gemaakt.
als uitbreiding van een drukwerk in den zin van deze verordening wordt ook aanzien het aanplakken en ten toon stellen of ten toon leggen ervan op plaatsen waar het publiek ervan kan kennis nemen.
2o. Theatervertoningen, gezongen of gesproken recitaties, evenals tentoonstellingen van cinematografische of andere lichtbeelden mogen alleenlijk georganiseerd worden indien zij te voren door den censor toegelaten zijn.
Wie theatervertoningen, recitaties of tentoonstellingen van lichtbeelden zonder toelating van den censor organiseert of wie op hetzij welke wijze deel neemt aan de organisatie van zulke vertoningen, recitaties of tentoonstellingen wordt volgens de oorlogswetten gestraft. De platen en films worden verbeurd verklaard.
Deze verordening treedt onmiddellijk in werking.
Brussel, den 13 oktober 1914.
No. 9. — 24. oktober 1914.
De door de verordening van 23en September 1914 (Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België, Nr. 4) tot den Oktober 1914 verlengde termijn voor protestverheffingen en andere tot waring van regres bestemde rechtshandelingen wordt hierdoor tot den 10 November 1914 verlengd.
Brussel, den 21en oktober 1914.

No. 9. — 24. oktober 1914.
De verordening des Konings der Belgen van 3 Augustus 1914 betrekkelijk de terug trekking van banktegoed blijft met de beperking, die zij door de verordening des Konings der Belgen van 6 Augustus 1914 en met de uitbreiding, die zij door de verordening van 10 September 1914 (Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België, Nr. 4) verkregen heeft, tot SOen November 1914 in kracht.
Brussel, den 21en Oktober 1914.
No. 10. — 7 november 1914.
I. Verordening betrekkelijk het verkeer met stoffen voor oorlogsbehoeften. De hierna benoemde stoffen voor oorlogsbehoeften zijn onderworpen aan de bepalingen van deze verordening:
Zilver, koper, messing, lood, zink, nikkel, nikkelerts, aluminium, tin, antimonium, ferromanganese, mangaanerts, ferrosilicium, ruw- en superfosfaat, salpeter, salpeterzuur, solferpyrites, solferzuur, grafiet, glycerine, looistoffen, ontplof stoffen, kamfer, codeïne, morfine, opium, vodden, katoen, jute, wol, hennep en de garens en de fabricaten van deze materiën, zakken, vellen, leer, caoutchouc, ruwe gom, guttapercha, vetten, mineraaloliën, benzine, benzol.
II. De uitvoer uit België van de in par. I genoemde stoffen is tot op nader order onderworpen aan het toezicht van den Commissaris van het Ministerie van oorlog in België, Wetstraat 65, Brussel. Gegronde aanvragen wegens autorisatie van uitvoer moeten aan den Commissaris gezonden worden. De stoffen van wie zich aan deze opzicht onttrekt zullen verbeurd verklaard worden.
III. De Commissaris van het Ministerie van Oorlog (II) is gemachtigd te bepalen dat voorraden van de in par. 1 genoemde stoffen aan het Duitse Rijk of aan derden tot eigendom af te staan zijn tegen vergoeding der waarde. De waarde der voorraden wordt door een Commissie, benoemd door het Ministerie van Oorlog in Berlijn, afdoend vastgesteld.
TV. Deze verordening treedt onmiddellijk in werking.
Brussel, den 26 Oktober 1914.
No. 10. — 7 november 1914.
Verordening betrekkelijk verbod van betaling tegen Engeland en Frankrijk.
1. Het is tot nader order verboden middelhaar of onmiddelbaar betalingen naar Groot-Brittannië en Ierland of de Britse Koloniën en buitenlandse bezittingen, naar Frankrijk, de franse Koloniën en landen onder franse beschermheerschap, in haar, in wissels of check, door overdracht of op een ander wijze, evenals geld of effecten middelbaar of onmiddelbaar naar de aangegeven gebieden af te doen of te overdragen.
Betalingen tot ondersteuning van Duitsers blijven toegestaan.
2. Reeds ontstane of nog te ontstane vermogensrechtelijke eisen van zulke natuurlijke of juridische personen die in de in art. 1 aangegeven gebieden hun woonplaats of zetel hebben, gelden van af den juli 1914, of indien er maar op een later datum aan te voldoen is, van dezen datum af, tot op nader order als geschorst. Voor den duur van de schorsing mogen interesten niet gevorderd worden. Rechtsgevolgen die door niet voldoening ontstaan zijn volgens de bestaande wetten en overeenkomsten in den tijd van den juli 1914 tot het in werking treden van dese verordening, gelden als niet bestaande.
De schorsing treedt ook in werking tegenover iedere overnemer van den eis in zoverre de koop niet plaats gevonden heeft voor den SI Juli 1914 of, indien de koper in Duitsland of in de bezette streken van België zijn woonplaats of zetel heeft, voor het in werking treden van deze verordening. Aan den overnemer van den eisch wordt gelijkgesteld wie door diens voldoening een vergoedingssrecht verworven heeft.
3. De schuldenaar mag zich vrijmaken door de verschuldigde bedragen of effecten in de kas van het Duitse burgerlijke bestuur in Brussel te deponeren voor rekening van hem die er een recht op heeft.
4. Voor wissels, voor welke ter tijd van het in werking treden van deze verordening het termijn voor de indiening ter betaling en voor protestverheffingen wegens gebrek van betaling nog niet was afgelopen, en voor welke nog geen protest is verheffen worden, wordt door het verbod van betaling en de schorsing de tijd, die geoorloofd en vereist is voor de indiening ter betaling en voor de protestverheffingen wegens gebrek van betaling, uitgesteld tot naar het buiten werking treden van deze verordening.
Het termijn binnen hetwelk de indiening en de protestverheffing naar het buiten werking treden moet geschieden, wordt bestemd door de Gouverneur-Generaal in België.
De voorschriften van par. 1 worden ook toegepast op cheques, voor welke de tijd waarin zij moeten ter betaling ingediend worden nog niet afgelopen is op het ogenblik van het in werking treden van deze verordening.

5. De voorschriften van par. 1 tot A worden niet toegepast in geval van een, in of in de belette gebiedsdelen van België plaats hebbende voldoening aan eisen, die ontstaan zijn, voor de in par. 2 aangegeven natuurlijke of juridische personen, in het bedrijf van hun in Duitsland of in de bezette streken van België gelegen nederzettingen. De voorschriften van 2 en 3 worden echter wel toegepast in geval van regres-eisen der aangegeven personen wegens de niet aanneming of niet betaling van een in Duitsland of in de bezette streken van België betaalharen wissel.

6. Wie voorbedachtelijk de voorschrift van art. 1 overtreedt of een poging doet tot een zulke overtreding wordt volgens het krijgsrecht gestraft.
7. De Gouverneur-Generaal in België is gemachtigd uitzonderingen aan het verbod van art. 1 toe te staan.
8. Deze verordening treedt in werking op den dag van hare publicatie.
Brussel, den 3 November 1914.
No. 11. — 14 november 1914.
De loop van alle burgerijgerechtelijke (zoowel gewone als handelsgerechtelijke) , straf- en proces- gerechtelijke termijnen zoals de loop der verjaringen is, voor zover deze termijnen en verjaringen jegens Duitsers, Oostenrijkers, Ottomanen en onderdanen van neutrale Staten in de bezette streken van België lopen of geldig gemaakt hunnen worden, voor den tijd van 1 Augustus 1914 tot 15 November 1914 geschorst.
Deze verordening treedt met den dag hare verkondiging in kracht.
Brussel, den 10 November 1914.
No. 12. — 17 november 1914
Ten einde te kunnen constateren in hoeverre België met levensmiddelen is verzorgd, verorden ik:
leder landbouw- of nijverheidsondernemer in wiens bedrijven de volgende voorwerpen gemaakt of verwerkt worden: tarwe, rogge, gerst, haver, mals, meel, peulvruchten en aardappelen is verplicht, binnen de 10 dagen na de publicatie van dese bekendmaking, een opstelling te maken van zijne voorraden waarin de hovengenoemde voorwerpen elk afzonderlijk aangegeven zijn, met aangifte van zijn naam, woonplaats en arrondissement. Het is onverschillig of de voorraden eigendom zijn van den ondernemer of wel hij ze in bewaring heeft. Van deze verplichting zijn de landbouw- of nijverheidsondernemer s alleenlijk bevrijd voor bovengenoemde voorraden beneden de 500 kilogrammen.
De opstelling is aan den burgemeester der gemeente of aan zijnen plaatsvervanger te overhandigen. Door dezen moet een recapitulatie van alle aangegeven voorraden binnen verdere 8 dagen opgemaakt en aan den bevoegden militairen district-bevelhebber overhandigd worden.
Voorraden welke binnen het bovengenoemde termijn niet aangemeld zijn worden verbeurd verklaard.
De burgemeesters zijn verplicht moeite te doen opdat het graan spoedig worde gedorst en gemaald.
De aandacht wordt getrokken op het reeds bestaande verbod van uitvoer.
Brussel, den In November 1914.
No. 12. — 17 november 1914.
Het publiek wordt hierdoor ermede in kennis gesteld dat, in overeenstemming met artikel 48 van de overeenkomst van den Haag van 18 Oktober 1907, betrekkelijk de wetten en gebruiken van den oorlog op het vaste land, het Gouvernement-Generaal in het bezette gebied voortgaat met de ten gunste van den Belgischen Staat bestaande belastingen, rechten en accijnzen te heffen, en met de daardoor ontstane inkomsten de kosten zal betalen van de administratie van het bezette gebied.
De volgens de bestaande wetten te betalen belastingen, rechten en accijnzen moeten nu zoals voorheen afgedaan worden aan de bevoegde Belgische ontvangstburelen die voortgaan hunnen dienst te doen. De betaling der eventueel nog achterstallige belastingen, rechten en accijnzen moet onmiddellijk gedaan worden.
Brussel, den 12 November 1914.
No. 12. — 17 november 1914.
1. De door de Verordening van 3 Oktober 1914 (Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België van 5 Oktober 1914, No. 6) bepaalde verplichting Duits geld in betaling te nemen waarbij, tot nader order, 1 Mark met ten minste 1.25 frank moet berekend worden, kan door bijzondere overeenkomsten niet verwijderd worden.
2. Deze Verordening treedt in werking op den dag van hare bekendmaking . Brussel, den 15 November 1914.
De bepalingen der verordening, betreffende het verkeer met stoffen voor oorlogsbehoeften van 26 oktober 1914 (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België No. 10) worden ook toegepast aan de volgende stoffen:
Gemalen Thomas slakken, Kalkstikstof , Koolteer, Toluol, zwavelzure Ammonia, vlas, vlasafval, Katoenzaad, Lijnolie, Lijnzaad, Ricinusolie, Ricinuszaad Palmolie, Terpentijnolie, Oleine, Stearine, Hars, Verbandstoffen en de daartoe behorende ruwe stoffen en gedeeltelijk afgewerkte fabrikaten.
Deze Verordening treedt onmiddellijk in werking,
Brussel, den 15 november 1914.
No. 14. — 21 november 1914.
De door de verordening van 21 Oktober 1914 (Weten V verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 9) tot 30 November 1914 verlengde termijn voor protestverheffingen en andere tot waring van regres bestemde rechtshandelingen wordt hierdoor tot den 31 December 1914 verlengd.
Brussel, den 20 November 1914.
No. 14. — 21 november 1914.
De verordening des Konings der Belgen van 3 Augustus 1914 betrekkelijk de terugtrekking van banktegoed blijft met de beperking, die zij door de verordening des Konings der Belgen van 6 Augustus 1914 en met de uitbreiding, die\ zij door de verordening van 23 September 1914 (Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België, Nr. 4) verkregen heeft, tot 31. December 1914 in kracht.
Brussel den 20en November 1914.
No. 15. — 25. november 1914.
Huurders die ten gevolge van den oorlog aan het gebruik van het gehuurde voorwerp verhinderd waren, hebben het recht, ofwel de oplossing van de huurovereenkomst te verlangen ofwel een vermindering van de huursom voor den tijd hunner verhindering, zonder dat aan den verhuurder hierdoor een eis toestaat op schadeloosstelling tegenover den huurder.
De vrederechters zijn zonder aanmerking op de waarde van het voorwerp van het proces uitsluitend bevoegd voor de beslissing der hovenvermelde geschillen nopens de huur.
Deze verordening treedt met den dag haar afkondiging in werking.
Brussel, den 20en November 1914.
No. 16. — 30. november 1914.
I. 1. De Commissaris-Generaal voor de banken in België is gemachtigd, als bijwijze van vergelding, voor zulke ondernemingen of succursale van ondernemingen die zich bevinden in de belette streken van België en die bestuurd of gecontroleerd worden van uit een land dat zich in oorlogstoestand bevindt met het Duitse Rijk, of wiens opbrengsten geheel of gedeeltelijk af te doen zijn naar zulke landen of aan de onderdanen van zulke landen, of in de welke onderdanen van zulke landen op hetzij welke wijze geïnteresseerd zijn op kosten van deze ondernemingen opzichters te benoemen die, met bescherming van de eigendom- en andere particuliere rechten van het ondernemen, moeten controleren dat gedurende den oorlog de zaken niet gedaan worden op een wijze die in tegenstand is met de belangen van het Duitse Rijk of van de bezette streken van België.
2. De Commissaris-Generaal voor de banken in België is gemachtigd dezelfde maatregelen te nemen tegenover ondernemingen welke geheel of gedeeltelijk hun werkkring hebben in den Belgischen Kongostaat, zoowel als tegenover zulke Belgische ondernemingen van wiens kapitaal ten minste tien per cent eigendom zijn van Duitse onderdanen,
II. De toezichters zijn in het bijzonder bevoegd:
1. Maatregelen van elke aard te verbieden die de zaken betreffen, in het bijzonder beschikkingen over vermogenswaarden en mededelingen over de zaken;
2. De boeken en geschriften van de onderneming te zien en het bedrag der kas en het inventaris van de effecten en van de koopwaren te onderzoeken;
3. Inlichtingen te verlangen over alle zaken.
m. De leden van den beheerraad, directeuren en beambten der ondernemingen moeten gevolg geven van, voor de toezicht van de onderneming genomen schikkingen en verordeningen der toezichters. Zij moeten vroegtijdig de toezichters uitnodigen aan de zittingen van den beheerraad en aan de algemeen vergaderingen deel te nemen, en dit met kennisgeving van de dagorde, en hen kennis geven van alle hesluiten van den beheerraad en van de directie.

IV. Geld of andere vermogenswaarden van een onder toezicht geplaatste onderneming mogen noch rechtstreeks noch onrechtstreeks in het vijandelijk buitenland betaald of afgedaan worden.
De opzichters mogen uitsonderingen toestaan. Zij mogen ook in bijzondere gevallen bepalen dat geld of effecten, welke volgens alinea 1 niet mogen betaald of afgedaan worden, moeten gedeponeerd worden in de kas van het burgerlijk bestuur ten gunste van de rechthebbenden.
V. Wie als lid van den beheerraad, directeur of beambte van een onderneming opzettelijk tegen de voorschriften van artikelen 3 of 4 handelt, wordt gestraft met een geldboete tot 50,000 frank en met gevangenis tot drie jaar of een van deze straffen. De poging ervan is strafbaar. De militaire gerechten zijn bevoegd vonnissen uit te spreken.
VI. Indien een gecontroleerde onderneming of succursale in de bezette streken van België geen lid van den beheerraad, directeur of beambten heeft die gemachtigd is deze wettelijk te vertegenwoordigen, ofwel indien het lid van den beheerraad, directeur of beambte zijn ambt niet regelmatig uitoefent, is de Commissaris-Generaal voor de banken in België gemachtigd, op aanvrage van den toezichter, een plaatsvervanger te benoemen.
Deze plaatsvervanger moet de lopende zaken der onderneming en of succursale voortzetten, indien de Commissaris-Generaal voor de banken in België zulks aanschouwt als in overeenstemming zijnde met de belangen van het Duitse Rijk of van de bezette streken van België; in alle andere gevallen moet hij de lopende zaken geheel of gedeeltelijk tot een einde brengen en is hij ook bevoegd nieuwe zaken te beginnen, om lopende zaken ten einde te brengen. Hij moet aan de schikkingen en verordeningen van den toezichter gevolg geven.
De plaatsvervanger kan terugbetaling verlangen van zijne onkosten en een behoorlijke vergoeding voor zijne werkzaamheid. Het bedrag ervan zal geregeld worden door den Commissans-Generaal voor de banken in België en door den plaatsvervanger te ontvangen van de onderneming of de succursale.
Voor den duur der plaatsvervanging is de bevoegdheid der leden van den beheerraad directeuren en beambten de onderneming of de succursale wettelijk te vertegenwoordigen gestaakt.
De Commissaris-Generaal voor de banken in België mag de plaatsvervanging op aanvraag van den toezichter opheffen. VII. Door de bepalingen van deze verordening worden de meer uitgebreide voorschriften van de Verordening van 18 September 1914 betrekkelijk de toezicht over banken en bankfirma s (Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België No. 3) niet gewijzigd.
VIII. Deze Verordening treedt den dag van hun bekendmaking in werking.
Brussel, den 26 November 1914.
No. 17. — 1 december 1914
Art. 1. H et Duitse Rijk, Oostenrijk-Hongarije en Turkije gelden voor het belette gebied van België niet ah vreemde macht of als vijand in den zin van art. 113 enz. van het in België geldig zijnde strafwethoek (Code Penal) en van de wet van 4 Augustus 1904 (Loi sur les crimes et delits contre la sûrete exterieure de l'Etat).
Art. 2. Al wie het onderneemt, arbeidswilligen door dwang, dreiging, overreding of andere middelen van den arbeid voor Duitse overheden of door Duitse overheden gelaste ondernemers te weerhouden, wordt met gevangenis gestraft.
Art. 3. Tot de veroordeling zijn uitsluitend de militaire gerechten bevoegd.
Art. 4. Deze verordening treedt in werking met hare verkondiging.
Brussel, den 19 November 1914.
No. 17. — 1 december 1914.

I. De voorschriften der verordening van 3 November 1914 betrekkelijk het verbod van betaling naar Engeland en Frankrijk, (gepubliceerd in het Wet- en Verordeningsblad voor de bezette streken van België, Nr. 10) worden door wedervergelding ook op Rusland en Finland als aanwendbaar verklaard.

IL Het besluit der voltrekkings-voorschriften ten einde de handhaving dezer verordening en der verordening van 3 november 1914 te waarborgen, wordt hiermede den Generaal-Commissaris voor de banken in België overdragen,
III. Deze verordening treedt dadelijk in werking. Brussel, den 28 November 1914,

No. 18. — 7. Dezember 1914.
Verordening nopens opheffing der wet van 4 Augustus 1914 betreffende de overdraging van ambtsbevoegdheden in geval van vijandelijke inval en nopens de waarneming der volgens de wetten over het provinciaal- en over het gemeentebestuur aan de gouverneurs der provinciën en aan den Koning der Belgen toekomende bevoegdheden.
Art. 1, De wet nopens de overdraging van ambtsbevoegdheden in geval van vijandelijke inval van 4 Augustus 1914 (Loi relative aux delegations en cas d'invasion du territoire) wordt Tiiermede opgeheven.
Art. 2. De bevoegdheden die volgens de wetten over het provinciaal- en over het gemeentebestuur aan de gouverneurs der provinciën toekomen, worden door de Keizerlijk Duitse Militaire Gouverneurs uitgeoefend in wiens naam de dezen bijgevoegde presidenten van het burgerlijk bestuur de lopende zaken van het provinciaal bestuur zullen behandelen zoals in de bestendige afvaardigingen de zaken zullen behandelen en het voorzitterschap uitoefenen. De bevoegdheden die aan den Koning der Belgen toekomen worden door mij als den Keizerlijken Gouverneur-Generaal uitgeoefend.
Art. 3. De besluiten die sedert het in werking treden van bovenvermelde wet van 4 Augustus 1914 door de bestendige afvaardigingen, de provincieraden en de gemeenteraden zijn genomen worden, moeten, om geldig te zijn, naderhand door de in artikel 2 aangegeven overheden goedgekeurd worden, in zooverre de goedkeuring van den gouverneur der provincie of des Konings tot de geldigheid dezer besluiten zou nodig geweest zijn.
Brussel, den 3n December 1914.
No. 19. — 11. december 1914.
Verordening. Buitengewone zitting der Provincieraden.
Art. 1. De Provincieraden der Belgische provinciën worden hierbij tot een buitengewone zitting op Zaterdag 19 December 1914 te middag 12 uur (Duitse tijd) in de hoofdplaats hunner provincie bijeengeroepen.
Art. 2. Dese bijeenroeping wordt uitsluitend in het door het Keizerlijk Duitse Bestuur uitgegeven Weten Verordeningsblad bekend gemaakt.
Art. 3. De bijeenroeping van de leden der Provincieraden geschiedt door de Bestendige Deputaties.
De aanwezigheid van den Gouverneur der Provincie is niet verplichtend.
De Bestendige Deputatie duidt het lid der Deputatie aan, gelast de zitting te openen en te sluiten.
Het openen en sluiten geschiedt in den naam van den Keizerlijken Generaal Gouverneur.
Art. 4. De zitting duurt niet langer dan een dag en wordt hij gesloten deuren gehouden.
Enig punt aan de dagorde:
Onderzoeken hoe de Belgische Bevolking de haar opgelegde oorlogsbelasting zal opbrengen."
Art. 5. De Provincieraden mogen op deze zitting hesluiten nemen, welk ook het aantal der aanwezige leden zij.
Brussel den 8n December 1914.
No. 20. — 17 december 1914.
I. Volgens artikel 3 der wet van 26 Mei 1914 tot wijziging van de wet van 13 December 1889 op den arbeid der vrouwen, jongelingen en kinderen wordt de wet op den arbeid van vrouwen en kinderen als volgt afgekondigd.
II. De met de artikelen 1 en 2 der wet van 26 Mei 1914 overeenstemmende bepalingen en vervat in de artikelen 1, 2, 4, 9, 10, 11, 12, 19, 22, 23, 24 en 27 van de gewijzigde wettekst treden in werking den In Januari 1915.
Brussel, den 15n December 1914.
No. 20. — 17 december 1914.

WET OP DEN ARBEID VAN VROUWEN EN KINDEREN.
Art. 1. Is onderworpen aan het stelsel dezer wet, de arbeid verricht:
1o. In mijnen, bergwerken, steengroeven, werven;
2o. In de werkhuizen manufacturen fabrieken, werkplaatsen, spijshuizen, drankslijterijen en op de kantoren van nijverheid- en handelsondernemingen;
3o. In gestichten als gevaarlijk, ongezond of hinderlijk gerangschikt, alsmede in die waar de arbeid geschiedt met behulp van stoomketels of werktuiglijke beweegkracht;
4o. In havens, losplaatsen, statiën;
5o. In het vervoer te land of te water.
De bepalingen der wet zijn van toepassing op openbare zoowel als op bijzondere gestichten, zelfs dan wanneer zij een karakter van vakonderwijs of van weldadigheid bezitten.
Zijn uitgezonderd:
De werken verricht in gestichten waar alleen familieleden gebruikt worden, onder het gezag 't zij van den vader of de moeder, 't zij van den voogd, mits die gestichten niet als gevaarlijk, ongezond of hinderlijk gerangschikt zijn of er de arbeid niet geschiede met behulp van stoomketels of werktuiglijke beweegkracht.
Art. 2. Het is verboden kinderen heneden 14 jaar arbeid te doen verrichten.
Evenwel wordt de leeftijdsgrens tot 13 jaar teruggebracht voor de kinderen, die in het bezit zijn van een bewijs van lagere studiën afgeleverd overeenkomstig de wet tot invoering van leerplicht en wijziging van de wet tot regeling van het lager onderwijs.
De bepalingen van dit artikel en die van artikel 10 zijn van toepassing zelfs op den arbeid, die te huis wordt verricht voor rekening van een hoofd van onderneming.
Art. 3. Kinderen heneden 16 jaar mogen niet in den arbeid gebezigd worden na 9 uur 's avonds noch voor 5 uur 's morgens.
Art. 4. De Koning zal den duur van den dagelijkse arbeid, alsook den duur en de voorwaarden van den rusttijd regelen, wat aangaat hinderen heneden 16 jaar, alsmede meisjes en vrouwen hoven 16 en heneden 21 jaar, dit alles naar gelang van den aard der bezigheid waartoe zij gebruikt worden en volgens de noodwendigheden der nijverheidstakken, beroepen of ambachten.
Kinderen beneden 16 jaar, alsmede meisjes of vrouwen hoven 16 jaar en heneden 21 jaar, zullen niet langer aan den arbeid mogen gebezigd worden dan twaalf uren per dag, verdeeld door rusttijden waarvan de gehele duur niet minder dan anderhalf uur zal bedragen.
Aan de hoofden van onderneming is het verboden die personen te helasten met overwerk, dat zij te huis moeten verrichten buiten den tijd, bepaald hij deze wet of hij de uitvoeringsbesluiten.
Art. 5. Jongens heneden 14 jaar, alsmede vrouwen zonder onderscheid van leeftijd, mogen niet voor ondergrondse arbeid in mijnen, bergwerken en steengroeven gebezigd worden.
Art. 6. Vrouwen mogen niet aan den arbeid gebezigd worden binnen de vier weken volgende op hare bevalling.
Art. 7. Nachtarbeid is aan alle vrouwen, zonder onderscheid van leeftijd, verboden.
Art. 8. De in voorgaand artikel bedoelde nachtrust moet ten minste elf achtereenvolgende uren aanlopen; tot die elf uur behoort de tijdruimte van negen uur 's avonds tot vijf uur 's morgens.
Art. 9. De Koning kan de bepalingen dezer wet toepasselijk verklaren op elk anderen arbeid, die de gezondheid of de zedelijkheid der kinderen in gevaar brengen kan.
Art. 10. De Koning kan machtiging verlenen, kin deren van 13 tot 14 jaar en, totdat de vierde graad is ingericht, doch uiterlijk tot 1 Januari 1920, kinderen van 12 tot 14 jaar, arbeid te doen verrichten gedurende een bepaald getal uren per dag, gedurende een bepaald getal dagen, en onder bepaalde voorwaarden, en wel naar de vereisten van het lager onderwijs en van het beroepsonderwijs, naar den aard van den arbeid en de behoeften van de nijverheidstakken, bedrijven of ambachten.
Art. 11. De Koning Jean echter onvoorwaardelijk of voorwaardelijk machtiging verlenen, den arbeid van meerderjarige vrouwen in de spijshuizen en drankslijterijen later te doen eindigen dan te negen uur 's avonds, mits de tijdruimte tussen het eindigen en het hernemen van den arbeid ten minste elf uur bedraagt.
Art. 12. De Koning kan onvoorwaardelijk of onder zekere voorwaarden het gebruik machtigen van jongelingen boven 14 jaar, na 9 uur 's avonds en voor 5 uur 's morgens, waar het arbeid geldt die uit zijnen aard onderbroken noch uitgesteld, of slechts op gestelde uren verricht kan worden.
Wat aangaat den arbeid in de mijnen, kan de Koning insgelijks machtiging geven tot het bezigen aan nachtarbeid van zekere reeksen van werklieden boven 14 jaar.
Dergelijke machtiging zal kunnen verleend worden, voor een bepaalden tijd, door de gouverneurs, op verslag van den bevoegden opziener, voor alle nijverheidstakken of alle ambachten, in geval van werkstilstand voortkomende uit heirkracht of in uitzonderlijke omstandigheden.
Het besluit van den gouverneur zal ophouden van kracht te zijn indien het binnen de tien dagen zijner dagtekening niet goedgekeurd wordt door den Minister tot wiens ambtsbevoegdheid de nijverheidspolitie behoort.
De machtiging, overeenkomstig de twee voorgaande alinea’s, zal niet kunnen verleend worden dan voor hoogstens twee maanden; zij zal kunnen vernieuwd worden nadat de bevoegde opziener gehoord is geworden.
Art. 13, De Koning kan verbieden kinderen beneden 16 jaar, alsook meisjes en vrouwen hoven 16 en heneden 21 jaar, te bezigen aan arbeid welke boven hunne krachten gaat of welke het gevaarlijk zijn zou hun te laten verrichten.
Hij kan verbieden, of slechts voor een zeker getal uren per dag, voor een zeker getal dagen of onder zekere voorwaarden, toelaten, kinderen heneden 16 jaar, alsook meisjes en vrouwen boven 16 en heneden 21 jaar, te bezigen om arbeid welke als ongezond erkend is.
Art. 14. De Koning mag afwijkingen van de bepalingen van artikel 7 en S toelaten in bedrijven waar wordt gearbeid, hetzij aan grondstoffen, hetzij aan in bewerking zijnde stoffen, welke vathaar zijn voor zeer snel bederf en anders onvermijdelijk verloren zouden gaan.
Art. 15. Wanneer in een onderneming, uit hogere macht een afbreking, welke niet te voorzien en niet van geregelde aard is, voorkomt, dan mag het verbod omtrent nachtarbeid (Art. 7) opgeheven worden ten gevolge een machtiging verleend overeenkomstig artikel 12, 3e, 4e en 5e lid dezer wet.
Art. 16. In de bedrijven onderhevig aan den invloed der jaargetijden, mag de duur van onafgebroken nachtrust (Art. 8) zestig dagen 's jaar s gebracht worden op tien uur.
De bedrijven worden bepaald hij koninklijk besluit. Het besluit stelt vast onder welke vereisten het hoofd der onderneming, dat van het in dit artikel voor- 2ien recht gebruikt maakt den arbeidsopziener daarvan dient kennis te geven.
Art. 17. De uitzonderlijke omstandigheden mag de onafgebroken nachtrust, zestig dagen 's jaars, gebracht worden op tien uur, krachtens een machtiging verleend overeenkomstig artikel 12, Se en Ae lid dezer wet.
Art. 18. Ten einde de hem hij artikels 4, 9-16 dezer wet gegeven opdracht te volbrengen raadpleegt de Koning:
1o. De bevoegde afdelingen der nijverheid- en arbeidsraden;
2o. Den hogere gezondheidsraad;
3o. Den hogere arbeidsraad.
Die verschillende raden brengen hun advies uit binnen de twee maanden nadat het hun wordt gevraagd, zoo niet wordt het niet in acht genomen.
Art. 19. Ambtenaars door de Regering aangeduid houden toezicht op de uitvoering dezer wet, onverminderd de verrichtingen die aan de ambtenaren van de rechterlijke politie zijn opgelegd.
Hunne ambtsbevoegdheid wordt hij koninklijk besluit bepaald.
Art. 20. De ambtenaars aangeduid krachtens het voorgaande artikel, hebben vrijen toegang tot de gestichten vermeld onder artikel 1.
Zij mogen mededeling eisen van de boekjes en van het register bij artikel 21 voorgeschreven.
De hoofden van onderneming, patroons, beheerde s, beambten en werklieden zijn gehouden aan de inspecteurs de inlichtingen te verschaffen die zij vragen om zich te verzekeren dat de wet wordt nageleefd.
In geval van inbreuk op de wet, maken de inspecteurs processen-verbaal op die rechtsgeldig zijn tot bewijs van het tegenovergestelde.
Een afschrift van het proces-verbaal zal den overtreder binnen de acht en veertig uren overhandigd worden, op straf van nietigheid.
Art. 21. Kinderen heneden 16 jaar, alsook meisjes en vrouwen hoven 16 en heneden 21 jaar, moeten in bezit zijn van een boekje dat hun kosteloos zal afgeleverd worden door het gemeentebestuur van hun wettig woonverblijf of, zo het wettig woonverblijf niet gekend is, van hunne woonplaats; in dit boekje worden opgegeven naam en voornamen, geboortedag en -plaats, wettig woonverblijf, namen, voornamen en wettig woonverblijf hetzij van vader en moeder, het zij van den voogd.
De boekjes zullen vervaardigd worden naar een model bij koninklijk besluit vastgesteld.
Uittreksels van de registers der akten van den burgerlijken stand en alle andere uittreksels benodigd tot het bijhouden van het hoekje zullen kosteloos afgeleverd worden.
De hoofden van onderneming, patroons of beheerders houden een inschrijvingsregister waarop de aanduidingen onder het le lid van dit artikel opgesomd, ingeschreven worden.
Art. 22. De hoofden van onderneming zijn gehouden de tabellen aan te plakken, welke voor het toezicht nodig zijn bevonden.
Zij moeten zich gedragen naar al de andere voorschriften, hij koninklijk hesluit bepaald.
Art. 23. Hoofden van onderneming, patroons, bestuurders of beheerders die wetens en willens de bepalingen dezer wet en der hesluiten voor hare uitvoering overtreden, zullen gestraft worden met een geldboete van 26 tot 100 frank. Bij overtreding van artikel 2 dezer wet, wordt het minimum der boete gebracht op 50 frank.
De geldboete zal toegepast worden zoveel maal als
werden gebezigd, zonder dat de gezamenlijke boeten 1,000 frank mogen overtreffen.
Bij hervallen binnen de vijf jaren na de vorige veroordeling, zullen de straffen verdubbeld worden, zonder dat de gezamenlijke boeten 2000 frank mogen overtreffen.
Art. 24. Hoofden van onderneming, patroons, eigenaars, bestuurders of beheerders welke het toezicht belemmeren door deze wet voorgeschreven zullen gestraft worden met een geldhoete van 26 tot 100 frank, desnoods onverminderd de toepassing der straffen voorzien door artikelen 269 tot 274 van het Strafwethoek,
Bij hervallen binnen de vijf jaren na de vorige veroordeling, zal de straf verdubbeld worden.
Art. 25. De hoofden van onderneming zijn burgerlijk verantwoordelijk voor de betaling der geldboeten die ten laste hunner bestuurders of beheerders uitgesproken worden.
Art. 26. Zullen gestraft worden met geldboete van 1 tot 25 franken, de vader, moeder of voogd die hun kind of pleegkind zullen doen of laten arbeiden in strijd met de voorschriften dezer wet.
Bij hervalleng binnen de twaalf maanden na de vorige veroordeling, zal de vorige geldboete kunnen verdubbeld worden.
Art. 27. Bij afwijking van artikel 100 van het Strafwethoek, zijn hoofdstuk VII en artikel 85 van hoek I van dat wethoek van toepassing op de hij deze wet voorziene overtredingen. Evenwel wordt artikel 85 van gezegd wethoek niet toegepast in geval van herhaling.
Art. 28. De openbare actie, voorspruitende uit een overtreding dezer wet, zal vervallen zijn een vol jaar na den dag waarop de overtreding begaan werd.
Art. 29. Alle drie jaren zal de Regering over de uitvoering en de uitwerkselen der wet verslag doen aan de Kamers.
Art. 30. In de wolkammerijen en -spinnerijen eventueel zijn voorgaande bepalingen slechts van 1 Januari 1920 op de meerderjarige vrouwen van toepassing.
No. 21. — 18. december 1914.
Het is verboden, heetzout, zeezout en klipzout uit de met het Duitse Rijk in oorlogstoestand zijnde staten middellijk of onmiddellijk naar de bezette delen van België in te voeren.
Brussel, den 10 december 1914.

No. 21. — 18 december 1914.
Alle Belgische Wetten en Verordeningen betrekkelijk de Militie en de Burgerwacht houden op van kracht te zijn.
Vroegere overtredingen van de daarin bevatte voorschriften blijven straffeloos en zonder gevolgen. In bijzonder is het huwelijk, het toestaan van een pas of een bewijs van bedrijfsbelasting, of de benoeming in den dienst van Staat, Provincie of Gemeente, onafhankelijk van het bewijs van naleving dezer wetten en verordeningen.
De door den Generaal Gouverneur tot bewaking der gewezen militairen en burgerwacht en en tot beletten der oproeping voor het leger getroffen of nog te treffen schikkingen vallen niet onder toepassing dezer verordening.
Brussel, den 12n December 1914.
No. 22. — 19. december 1914.
Tot nader order wordt de overtol voor margarine opgeheven, zodat voortaan voor de uit het buitenland in de bezette streken in België ingevoerde margarine zoals voor de in het binnenland vervaardigde margarine, enkel de bij den ingang over de grens te heven de verbruiksbelasting van 5 frank voor 100 kilogram te ontrichten is.
Buitenlands meel uit graan dat nawijsbaar aan het Comite national de secours et d'alimentation toegevoerd wordt, kan tot op nader order tolvrij gelaten w orden.
Brussel, den 17n December 191 .
No. 22. — 19. december 1914.
De door de verordening van 20 November 1914 (Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België nr. 14), tot 31 December 1914 verlengde termijn voor protestverheffingen en andere tot waring van regres bestemde rechtshandelingen wordt hierdoor tot den 31 Januari 1915 verlengd.
Brussel, den 18n December 1914.
No. 22. — 19 december 1914.
De verordening des Konings der Belgen van 3 Augustus 1914 betreffende de terugtrekking van banktegoed blijft met de beperking, die zij door de verordening des Konings der Belgen van 6 Augustus 1914 en met de uitbreiding, die zij door de verordening van 23 September 1914 (Wet- en Verordening sblad voor de bezette streken van België, nr. 4) verkregen heefty tot 31 Januari 1915 in kracht.
Brussel, den 18n December 1914.
No. 23. — 23. december 1914.
Alle stapels benzine, benzol, petroleum, spiritus, glycerine, allerhande oliën en vetten, toluol, carbuur, ruw gummi en gummiafval, alsmede automobielbanden, moeten zonder uitstel, onder aangifte van hoeveelheid en stapelplaats, den bevoegden Kreitschefs of Kommandanturen schriftelijk aangemeld worden.
De krijgsoverheid beslist of de aangegeven ware aangekocht of voor het gebruik en den handel zal vrijgelaten worden.
In geval enkele der hierboven opgenoemde waren verder fabriekmatig vervaardigd of naar België ingevoerd worden, moet dit eveneens aangemeld worden.
Wordt de aangifte verzuimd, zoo wordt de ware door den Staat verbeurd verklaard en de overtreder door de krijgsoverheid gestraft.
Brussel, den 10 December 1914.
No. 24. — 24 december 1914
Aan de Societe Generale de Belgique hen ih uitsluitend het recht toe, aanvankelijk voor den duur van een jaar, om banknoten uittegeven. De uitgifte der\ hanJcnoten moet door een banknoten-afdeeling geschieden, wier werhzaamheden volstreht van de overigel werhsaamheden der bank moeten gescheiden blijven.i De banknoten der Societe Generale de Belgique ont-] vangen dwangkoers. De standregelen, waarnaar dei instelling der banknoten-afdeeling der Societe GeneÀ raie de Belgique wordt ingericht, verschijnen in het\ Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België. Tot regeeringskommissaris bij de banknoten-

No. 24. — 24 december 1914,
afdeling der Societe Generale de Belgique benoem ik den Heer Felix Somary.
Van heden af mag de Nationale Bank van België noch nieuwe banknoten uitgeven, noch oude banknoten, die weder in haar bezit gekomen zijn of in de toekomst komen zullen, terug in omloop brengen. De Commissaris-Generaal voor de banken in België wordt gemachtigd, alle nodige maatregelen te treffen en uitzonderingen op dit verbod, in bijzondere gevallen, toe te staan. Overtredingen van het verbod worden met gevangenis van niet minder dan twee jaar en met een boete van niet minder dan 100,000 frank gestraft, De poging is strafhaar. Bevoegd tot oordeelvelling zijn de krijgsgerechtshoven.
Brussel den 22 December 1914.
No. 24. — 24 december 1914.
Be 'Nationale Bank van België heeft naar een besluit van het Belgische Staatsministerie van 26 Augustus d. i haar gezamenlijke metaalvoorraad, een grote hoeveelheid ter uitgifte bereide banknoten, hare banknotencliche’s en -stempel, naast de hij haar neergelegde Staatswaarden, de door bijzondere als waarborg voor den Staat neergelegde waarden, alsmede de waardepapieren der Algemeen Spaar- en Lijfrentenkas naar Londen overgebracht.
Een met toestemming der Duitse Regering naar Londen gezonden Komissie, uit leden van den beheerraad der Nationale Bank bestaande, die een deel dezer waarden naar Brussel wilde terugbrengen, ontving van de Bank van Engeland, bij welke de waarden neergelegd zijn, het bescheid, dat zij moest zorgen met den Belgischen Minister van geldwezen te Le Havre het eens te zijn. Be Belgische Minister van geldwezen verklaarde dat hij zich de beschikking over de in Engeland rustende metaalvoorraden, banknoten en cliches der Nationale Bank, voorbehield.
Op wens van eerste Belgische banken en bankiers werd door een hogen persoon der Belgische nijverheid- en bankwereld, door hen uitgekozen, te Le Havre nog een poging aangewend, om den Minister van geldwezen van zijn hesluit aftebrengen, edoch eveneens te vergeefs.
Verder heeft de Nationale Bank, ln tegenstrijd met hare standregelen, die haar het toestaan van bank voorschotten verbieden, aan de Belgische Regering grote bedragen zonder dekking voorgeschoten. Be Belgische Minister van geldwezen heeft deze voorschotten geëist, met de woordelijke verklaring: „dat deze het karakter een opvordering droegen, waaraan de Bank te gehoorzamen had, ofschoon zij een privaatonderneming is." (Brief van den Minister van geldwezen aan de Nationale Bank van 20 Augustus V. d. j.).
De houding der Nationale Bank en van den Minister van geldwezen is in strijd met recht en wet. Zij schendt uitermate de door de Belgische Regering aan de Nationale Bank verleende grondregeling en brengt het land in een groot gevaar; want de Belgische Minister van geldwezen sou den metaalvoorraad der Bank, dezen steun van het volkhuishouden, middellijk of onmiddellijk tot krijgsdoeleinden kunnen bezigen. Daardoor zou de grondslag van de banknoten omloop van rond 1,600 miljoen frank kunnen geschokt worden. Dit alles bedreigt de levensbelangen der Belgische bevolking in de hoogste mate. De Duitse Regering staat voor de mogelijkheid, dat de Belgische Regering banknoten van een in 't bezette deel van België liggende inrichting tot het ondersteunen van vijandelijke ondernemingen tegenover de Duitse Regering uitgeven.
Om al deze redenen zie ik me genoodzaakt, de Nationale Bank van België het recht om banknoten uittegeven, te ontnemen en den Gouverneur alsmede den Staatskommissaris dezer inrichting af te stellen.
De rechtmatig uitgegeven banknoten der Nationale Bank behouden dwangkoers.
Om het economische leven van het land voor een ramp te bewaren, heb ik de oudste Belgische bankinrichting, de Societe Generale de Belgique, het banknoten-voorrecht toegekend. De banknoten dezer inrichting ontvangen dwangkoers. De banknotenafdeling der Societe Generale de Belgique zal de mogelijkheid hebben, in voile vrijheid en op den stevigsten grondslag de behoeften van handel, nijverheid en landbouw te voldoen. Zij zal meehelpen aan het opheffen van het moratorium. Het Burgerlijk Bestuur zal tezamen met de Societe Generale de Belgique insonderheid de vraag onderzoeken, welke stappen dienen aangewend te worden, om de bezitters van bewaargevingen bij de Algemeen Spaar- en Lijfrentekas en deze Inrichting zelve terug in bezit van hunnen eigendom te stellen, die thans wederrechtelijk in de Bank van Engeland terug gehouden wordt.
Brussel, den 22en December 1914.
No. 25. — 26. december 1914.
Art. 1. De rechtstreekse en onrechtstreekse belastingen, in principal en opcentiemen ten voordele van den Staat bestaande op 31 December 1914, zullen gedurende het jaar 1915, geïnd worden volgens de wetten en de tarieven welke de setting en de heffing ervan regelen.
Art. 2. Deze wet zal verplichtend wezen van en met 1 Januari 1915.
Brussel den 23 December 1914.
No. 25. — 26 december 1914.
Art. 1. De bepalingen der verordening, betreffend het verkeer met stoffen voor krijgsbehoeften van 26 Oktober 1914 (No. 10 van het Wet- en Verordeningsblad voor de belette streken van België), zijn ook op de volgende stoffen toepasselijk: platina, kwikzilver, specialstaalsoorten, blik, zoutzuur, ammoniakwater teerverf stoffen, invoerhoutsoorten in blokken en stammen, peddigriet, stoelriet en wilgroeden, balata, vulkaanwesels, zijde, zijdeafval, zijdegarens, lucifers.
Art. 2. Deze verordening wordt onmiddellijk van kracht.
Brussel, den 20n December 1914.
 

TER INFO

LEGISLATION ALLEMANDE POUR LE TERRITOIRE BELGE OCCUPE INTRODUCTION.
La legislation etablie par le gouvernement allemand pour la partie du territoire de la Belgique occupee par l'autorite militaire a une importance exceptionnelle non seulement à cause des problemes speciaux d'ordre social et economique reclamant une solution immediate et à laquelle cette legislation doit pourvoir, mais avant tout, comme exemple rare de l'exercice du pouvoir legislatif par un Etat belligerant en territoire ennemi occupe. Les circonstances sous lesquelles cette legislation est exercee, ainsi que les points qui doivent être regles à ce sujet ont ete prevus dans la quatrieme Convention de la Haye de 1907 dans le passage qui traite des lois et usages de la guerre sur terre et dont le texte officiel français est le suivant:
Art. 42. Un territoire est considere comme occupe lorsqu'il se trouve place de fait sous l'autorite de l'armee ennemie.
L'occupation ne s'etend qu'aux territoires où cette autorite est etablie et en mesure de s'exercer.
Art. 43. L'autorite du pouvoir legal ayant passe de fait entre les mains de l'occupant, celui-ci prendra toutes les mesures qui dependent de lui en vue de retablir et d'assurer, autant qu'il est possible, l'ordre et la vie publics en respectant, sauf empêchement absolu, les lois en vigueur dans le pays.
Art. 45. Il est interdit de contraindre la population d'un territoire occupe à prêter serment à la Puissance ennemie.
Art. 46. L'honneur et les droits de la famille, la vie des individus, et la propriete privee, ainsi que les convictions religieuses et l'exercice des cultes, doivent être respectes.
La propriete privee ne peut pas être t3onfisquee.
Art. 48. Si l'occupant preleve, dans le territoire occupe, les impôts, droits, et peages, etablis au profit de l'Etat, il le fera, autant que possible, d'apres les regles de l'assiette et de la repartition en vigueur, et. il en resultera pour lui l'obligation de pourvoir aux frais de l'administration du territoire occupe dans la mesure où le Gouvernement legal y etait tenu.
Art. 49. Si, en dehors des impôts vises à l'article precedent, l'occupant preleve d'autres contributions .en argent dans le territoire occupe, ce ne pourra être que pour les besoins de l'armee ou de l'administration de ce territoire. (
Art. 51. Aucune contribution ne sera perçue qu'en vertu d'un ordre ecrit et sous la responsabilite d'un general en chef. >
Il ne sera procede, autant que possible, à cette perception que d'apres les regles de l'assiette et de la repartition des 'impôts en vigueur.
Pour toute contribution, un reçu sera delivre aux contribuables.
Art. 53. L'armee qui occupe un territoire ne pourra saisir que le numeraire, les fonds, et les valeurs exigibles appartenant en propre à l'Etat, les depôts d'armes, moyens de transport, magasins et approvisionnements et, en general, toute propriete mobiliere de l'Etat de nature à servir aux operations de la guerre.
Tous les moyens affectes sur terre, sur mer, et dans les airs à la transmission des nouvelles, au transport des personnes ou des choses, en dehors ^es cas regis par le droit maritime, les depôts d'armes et, en general, toute espece de munitions de guerre, peuvent être saisis, même s'ils appartiennent à des personnes privees, mais devront être restitues et les indemnites seront reglees à la paix.
Le gouvernement allemand exerçant la legislation sur le territoire ennemi occupe a publie une serie d'ordonnances, proclamations et avis officiels qui viennent en partie modifier ou donner de Textension aux lois belges et en partie aussi creer de nouvelles mesures en faveur des interêts politiques du gouvernement dominateur.
Un grand nombre de ces mesures, en particulier celles de la deuxieme categorie, sont prises à l'instar de la legislation provisoire allemande.
L'exercice des pouvoirs legislatifs dans la partie occupee de la Belgique est attribue au GrouverneurGeneral de la Belgique. Ces fonctions ont ete confiees par Ordre de Cabinet Imperial du 26 août 1914 au Baron von der Goltz, remplace depuis par le Baron von Bissing. En même temps qu' etait creee cette fonction, une Administration civile etait instituee sous la direction du Dr. von Sandt.
Les lois, ordonnances, proclamations et avis de ce gouvernement sont publies dans le „Bulletin des Lois et Arrêtes pour le territoire occupe de la Belgique" dont le premier numero a paru à Bruxelles le 5 septembre 1914. Depuis ce bulletin a paru irregulierement. Une ordonnance du 23 decembre 1914 fait savoir toutefois, que toutes les informations qui, conformement aux lois belges paraissent au „Moniteur Belge", doivent être publiees dans le dit „Bulletin des Lois et Arrêtes pour le territoire occupe de la Belgique".
Les lois belges, tant celles admises dans les codes que les autres, restent en vigueur, à l'exception de celles qui ont ete formellement abrogees ou qui ne s'accordent plus avec la situation politique modifiee.
Il faut signaler ici, à titre d'exemple de reglementation legale de la situation, au point de vue du droit public, du territoire occupe de la Belgique, l'ordonnance du 19 novembre 1914 declarant que l'Empire allemand, l'Autriche-Hongrie et la Turquie ne doivent pas être considerees comme puissances etrangeres belligerantes dans le sens de l'art. 113 du Code penal belge et de la loi du 4 août 1914 (Loi sur les crimes et delits contre la sûrete exterieure de l'Etat).
La loi belge du 4 août 1914 (loi relative aux delegations en cas d'invasion du territoire) a ete formellement abrogee par ordonnance du 3 decembre 1914 et les pouvoirs des gouverneurs provinciaux sur les administrations provinciales et communales sont transmis au gouvernement imperial militaire allemand. Le pouvoir royal existant en vertu du droit public belge est exerce par le Gouverneur-General. Quant à la loi du 4 août 1914 reglant le pouvoir legislatif exerce par les Deputations permanentes, les Conseils provinciaux et les Conseils communaux sous reserve de la sanction du Roi ou du gouverneur provincial, il est fixe que la dite sanction doit emaner à l'avenir du gouverneur-general, alias gouverneur imperial militaire allemand. Toutes les lois et ordonnances belges concernant le Milice et la Garde civique sont ete abrogees par ordonnance du 12 decembre 1914.
L'on peut signaler encore ici comme pouvant être d'interêt general, l'ordonnance retirant à la „Banque Nationale de Belgique" le privilege d'emettre les billets de banque en le transferant à la Societe Generale de Belgique. De plus la legislation allemande regle le contrôle à exercer sur des entreprises dont la nature ou l'exploitation pourraient être juges contraires aux interêts allemands. La legislation renferme aussi des interdictions d'effectuer des paiements à la GrandeBretagne, à la France et à la Russie.
Considerant la difficulte de se procurer une edition officielle de cette legislation, les auteurs de la presente serie ont reproduit litteralement le texte des lois tel qu'il figure dans le „Bulletin des Lois et Arrêtes pour le territoire occupe de la Belgique" sans même en corriger aucune expression qui pourrait être fautive. Le texte allemand est donne comme texte original; les traductions française et flamande (hollandaise) sont celles mêmes qui figurent dans le„Bulletm des Lois et Arrêtes". Par consequent la presente publication contient une reproduction complete de toute la legislation mise en vigueur pour les territoires occupes de la Belgique, telle qu'elle a paru dans les numeros 1 — 25 du Bulletin des Lois et Arrêtes, c. à. d. du 5 septembre au 25 decembre 1914. A côte de la date et du numero du Bulletin des Lois et Arrêtes est indiquee la page où l'on trouvera chaque information.
La Haye — Rotterdam, C. H. H.
Fevrier, 1915. A. N.-S.

 

Volgende pagina    Indexpagina

OF GA TERUG MET DE BACKTOETS


Kent U de v.z.w. KONINKLIJKE OUDHEIDKUNDIGE KRING VAN HET LAND VAN WAAS
(afgekort K.O.K.W.)

niet, of wil je meer weten over de doelstelling
en werking van deze kring, klik dan
"hier voor Werking K.O.K.W".

DOCUMENTATIE CENTRUM
M.Z. Zamanstraat 49 9100 Sint-Niklaas
Zaterdagen 9u30 tot 12u30
Documentatie centrum
gesloten in juli en aug.