Dagboek Raphal Waterschoot
19170321opneming van de landbouwvlakten.
Lowres downloads van Waaserfgoed.be afkomstig uit de collectie van het KOKW

19170321opneming van de landbouwvlakten.jpg 60.4K
Vorige pagina | Volgende pagina
Indexpagina
of ga terug met de backtoets.

Verordening betreffende de opneming van de landbouwvlakten in het jaar 1917. I. Tussen den 20n April en den 5n Mei 1917 wordt een opneming gedaan van alle landbouwvlakten, d. i. : waarop wintertarwe, zomertarwe, rogge, masteluin, spelt, zomergerst, wintergerst, haver, boekweit, bonen, erwten, vlas, koolzaad, tabak, hop, cichorei, suikerbieten, voederbieten, wortelen, rapen, aardappelen, klaver, luzern, grassen en voedergewassen gewonnen worden, evenals van hooiland, weiden, boomgaarden en andere teelten.
2. De opneming geschiedt per gemeente en wordt door de gemeenteoverheden gedaan. De landbouwers of hun plaatsvervangers zijn gehouden, aan de gemeenteoverheid en bij het toezicht ook aan de Duitse beambten en dezer lasthebbers de gewenste inlichtingen te geven. De gemeentebesturen of de personen aan wie zij opdracht gegeven hebben zijn bevoegd, ten einde juiste gegevens te bekomen omtrent de landbouw] lakten, zich op de akkerlanden te begeven van hen die aangifte moeten doen en er tot metingen over te gaan, alsook op het kadaster inlichtingen in te winnen omtrent de uitgestrektheid van bebouwde akkerlanden.
3. De opneming geschiedt op afzonderlijke lijsten (blad I), die door de landbouwers, en op gezamenlijke lijsten (blad H), die door de plaatselijke overheid in te vullen zijn.
4 De opneming omvat alleen de landbouwbedrijven met een gezamenlijke landbouwvlakte (akkers, hooiland, weiden, tuinen) van ten minste 1 hektaar. De Voorzitters van het burgerlijk bestuur (Presidenten der Zivilverwaltung) kunnen deze opneming ook tot de kleinere bedrijven uitbreiden.
:5. Elke landbouwer moet de aangifte enkel in n en wel, in de door hem bewoonde gemeente doen. Hij moet daarbij eveneens de landerijen aangeven, die hij in andere gemeenten uitbaat. 6. De aangifte, door eiken landbouwer te doen omtrent de grootte van zijn huisgezin, omvat al de personen, die in zijn bedrijf in den kost zijn.
7. De landbouwers moeten bij de aangifte omtrent hun gezamenlijk getal paarden, runderen en zwijnen den stapel opgeven, zoals die op het ogenblik der opneming is.,
8. De aangiften betreffende de landbouwvlakten moeten alle in hektaren en aren gedaan worden.
9 . Uitbaters van landbouwondernemingen of hun lasthebbers, die opzettelijk de aangiften, waartoe zij op grond dezer Verordening en der uitvoeringsbepalingen verplicht, zijn, niet of onjuist of onvolledig doen, worden met ten hoogste 6 maand gevangenis of met ten hoogste 10.000 mark boete gestraft. Boete en gevangenisstraf kunnen te gelijk uitgesproken worden. Uitbaters van landbouwondernemingen of hun lasthebbers, die uit nalatigheid de aangiften; waartoe zij op grond dezer Verordening en der uitvoeringsbepalingen verplicht zijn, niet of onjuist of onvolledig doen, worden met ten hoogste 3000 mark boete gestraft. "
10.
De krijgsbevelvoerders en krijgsrechtbanken zijn tot oordeelvellen bevoegd.
11. Het Hoofd van het burgerlijk bestuur (Verwaltungschef) is belast met de uitvoering van deze Verordening. Brussel, den 24n Maart 1917. Der Generalgouverneur in Belgien, Freiherr VON BISSING, Generaloberst.

Vorige pagina | Volgende pagina
Indexpagina
of ga terug met de backtoets.
 


Kent U de v.z.w. KONINKLIJKE OUDHEIDKUNDIGE KRING VAN HET LAND VAN WAAS
(afgekort K.O.K.W.)

niet, of wil je meer weten over de doelstelling
en werking van deze kring, klik dan
"hier voor Werking K.O.K.W"

DOCUMENTATIE CENTRUM
M.Z. Zamanstraat 49 9100 Sint-Niklaas
Zaterdagen 9u30 tot 12u30
Documentatie centrum
gesloten in juli en aug. 2013