Dagboek RaphaŽl Waterschoot
DE BURGERWACHT  TE SINT-NIKLAAS-WAAS 

Annalen KOKW 694.jpg 637.6K
Vorige pagina | Volgende pagina
  Indexpagina of ga terug met de BACK-toets

ó694ó
heid beroep had moeten doen op soldaten tegen onlusten door economische wantoestanden veroorzaakt gedurende bijna vijftig jaren heeft de wet van 8 mei 1848 de
burgerwacht beheerst. Het was een periode van sociale troebelen en manifestaties. De wetgeving bepaalde dat de wacht in vredestijd de orde en de rust zou handhaven.

Dikwijls werd beweerd dat de burgerwacht de burgerij, gewapend tegen het proletariaat. vertegenwoordigde. Het is niet helemaal onjuist. Maar er werd niet voldoende rekening gehouden met de sociale evolutie. Tot circa 1850 leefde men in onveiligheid. De ę gevaarlijke klassen Ľ van de maatschappij vormden een zo talrijke massa, dat zij in geval van beroering heel gemakkelijk de zwakke inrichting van de openbare macht konden omverwerpen. Zelfbescherming was derhalve de voor de hand liggende oplossing voor de vreedzame maar bezittende bevolkingslagen. 

Pas tegen het einde van de 19 eeuw, begin van de 201 bracht de economische vooruitgang een zekere stabilisatie. Het probleem van de veiligheid ruimde plaats voor de sociale kwestie. De onlusten verdwenen voor georganiseerde betogingen van de arbeiders. Het was niet alleen in BelgiŽ het geval. ook in Frankrijk bijvoorbeeld werd hetzelfde verschijnsel waargenomen. De nationale wacht bestond tijdens die overgangsperiode.

De burgerwacht had ook nog een tweede taak te vervullen. In oorlogstijd moest zij namelijk bijdragen tot het behoud van de onafhankelijkheid en de territoriale ongeschondenheid.

De Frans-Duitse campagne van 1870-71 veroorzaakte de mobilisatie van de wacht ter verdediging van de grenzen. Het bleek slechts een voorzorgsmaatregel te zijn. Doch meteen werd ook vastgesteld, dat het probleem van de burgerwacht als hulptroep van het leger acuut was. Er werd bijgevolg geijverd voor een strakkere militaire inrichting en training; de inspanningen werden bekroond in de wet van 9 september 1897. Het amalgaam van het leger met de wacht mislukte echter. De eerste wereldoorlog bewees, dat ondanks de nieuwe organisatie, de instelling een uitgesproken burgerlijk karakter
en een tekort aan militaire geest en discipline, die reeds voor 1914 legendarisch waren geworden, bleef behouden.

De burgerlijke instelling, op militaire wijze georganiseerd, per gemeente of stad, was nog het meest doeltreffend als de verdedigster van de orde. De inwoners, bedienden en winkeliers, als militairen
verkleed, waren het best op de hoogte van de situatie in hun eigen gemeente; beter dan vreemde troepen kenden zij de mentaliteit van hun stadsgenoten. 

In 1902 wist de burgerwacht van Sint-Niklaas op efficiŽnte wijze en zonder moeilijkheden de openbare rust te beveiligen. In 1914 beschermde zij een Duits magazijn tegen plundering. Haar taak was steeds ondankbaar.
Met een karakter dat meer burgerlijk dan militair was, en meer folkloristisch nog dan burgerlijk door haar optreden in parades en openbare plechtigheden en door de goodwill van de leden, verdween  de burgerwacht voorgoed in de gebeurtenissen van de eerste we oorlog.
J Verschaeren
licentiaat geschiedenis