Dagboek Raphaël Waterschoot
DE BURGERWACHT  TE SINT-NIKLAAS-WAAS 

Annalen KOKW 687.jpg 597.8K
Vorige pagina | Volgende pagina
  Indexpagina of ga terug met de BACK-toets

687 -
oefeningen per jaar bijwonen, De leden van de tweede ban moesten slechts drie oefeningen per  jaar presteren, tenzij zij nooit tot de eerste hadden behoord want dan zouden zij ook  jaarlijks tot tien oefeningen worden verplicht. 
Op het einde van het verblijf in de instructiepelotons moest er een bekwaamheidsexamen  worden afgelegd; in geval van mislukking kwam dan een nieuwe opleidingstermijn van één jaar.  Daardoor werd de dienst vooral voor de jongeren aanmerkelijk verzwaard. Daarenboven konden voor de eerste hun gedurende elk van de eerste vier jaren gezamenlijke prestaties gedurende maximum vijf jaren worden opgelegd .

Terwijl volgens de wet van 1848 om de vijf jaar nieuwe verkiezingen voor de verschillende graden moesten worden ingericht en telkens van de gegradueerden een examen werd afgenomen, bleef volgens de nieuwe wetgeving een officier, eens gekozen, zijn graad behouden, zelfs na overschrijding van de ouderdomsgrens.

Voor het eerst kwam ook de bekommernis om het gebruik van de taal tot uiting « De bepalingen van de wet van 3 mei 1889, op het gebruik van de Nederlandse taal in strafzaken, werden toepasselijk op vervolgingen voor de tuchtraden ». In de Vlaamse gemeenten van het land is het beheer van de burgerwachten onderworpen aan de voorschriften van de wet van 22 mei 1878 en de schutters worden in het Nederlands onderricht en aangevoerd.

In werkelijkheid was het echter niet vaak zo. De bevelen werden verder in het Frans gegeven. Te Gent werden wie het Nederlands verkozen of wilden, in één of meer afzonderlijke secties verenigd.
In uitvoering van de nieuwe wet werd de burgerwacht van Sint-Niklaas ontbonden om een andere organisatie te krijgen. 

In haar gewijzigd uitzicht bestond zij uit drie compagnies, waarvan de eerste twee tot de eerste en de laatste tot de tweede ban behoorden. Zij bevatte een totaal van 338 leden, waarvan 191, kader inbegrepen, deel uitmaakten van de eerste, 101 van de tweede ban en 46 van een groep vrijwilligersbrandweerlieden uit Temse. 

In 1899 bereikte zij, wat het aantal inlijvingen betreft, een hoogtepunt. Tot tweemaal toe kreeg zij 30 rekruten, een aantal dat voordien nooit was bereikt. De revisieraad trad toen wel bijzonder streng op, want een betrekkelijk groot aantal mannen, die zich geen uniform konden aanschaffen, werden toch op de lijsten ingeschreven. De stad telde toen 30.152 inwoners, waarvan omtrent 18.000 behoeftigen. 

Zij was ertoe verplicht voor ongeveer een derde van haar inkomsten subsidies te verlenen aan de weldadigheidsinstellingen, die daarnaast over eigen middelen beschikten. Zij telde slechts een in aantal beperkte bourgeoisie en praktisch geen middenstand. Door haar industrieel  karakter - en waren sigarenfabrieken en vooral bloeide de weefnijverheid.