Dagboek Raphaël Waterschoot
DE BURGERWACHT  TE SINT-NIKLAAS-WAAS 

Annalen KOKW 686.jpg 575.3K
Vorige pagina | Volgende pagina
  Indexpagina of ga terug met de BACK-toets

686
leger was er voorstander van zoals bijvoorbeeld generaal Brassine die ook in de Kamer een voorstel in die zin had ingediend, 
doch wegens de miskenning hiervan ontslag nam

Ondanks het feit dat het antimilitarisme door het contact met de meetingpartij bij de katholieken in de zestiger jaren gegroeid was
zo oude burgerwacht. nu een meer krijgshaftig karakter krijgen.

Wie zich inspande ter verdediging van Zijn vrijheden en van land. mocht in vredestijd niet langer meer verontrust worden en 
bespot door lieden, die enkel maar liefde tot de « vederbos » konden opbrengen. 

Met het antimilitarisme van de katholieken mag niet zo erg van stapel worden gelopen. Het werd aangewend als een
propagandamiddel bij de verkiezingen. Het bestond trouwens ook bij de liberalen en de socialisten. Het wetsvoorstel van j. Schollaert  minister van Binnenlandse Zaken en Openbaar Onderwijs, werd in de Kamer goedgekeurd met 73 stemmen tegen 37. bij 8 onthoudingen.

Van de 37 contra's maken zeker de 34 socialisten deel uit, die in 1894 een ophefmakende intrede in de Kamer hadden gedaan. In de Senaat werd het wetsvoorstel aangenomen met 55 stemmen tegen 11, bij 6 onthoudingen.
De oppositie werd vooral gemotiveerd door artikel 98 waarin bepaald  werd dat gedurende de eerste vier jaren van de dienst de wachten van de eerste ban vijf dagen in het jaar konden worden opgeroepen voor gezamenlijke oefeningen 

De herinrichting had tot doel. van het korps werkelijk een goed gedrilde krijgsmacht te maken. Het moest gedaan zijn de
burgerwacht te beschouwen als een soort club, waar vooral naar werd gekeken omdat er eigenlijk weinig of geen
gelegenheden waren om zich aan belangrijker dingen te wijden.

Het is hier met de bredoe1ing de wet van:. 1897 volledig te ontleden, daar de grote lijnen dezelfde zijn gebleven. Wij beperken ons tot de schikkingen, die de nieuwe strekking doen, kennen. 

De burgerwacht is in twee bans verdeeld, die respectievelijk de jonge mannen van 21 tot 32 jaar, waarvoor de dienst persoonlijk en verplicht was, evenals vrijwilligers van 18 tot 21 en de wachten van 32-40 jaar met vrijwilligers boven de 40 bevatten.

Zij was slechts in de gemeenten, afzonderlijk of geagglomereerd  met meer dan 10.000 inwoners en bovendien in de versterkte steden actief. De wachten van de eerste ban zouden voor hun in1ijving bij hun respectievelijke compagnie of batterij moeten toetreden tot de onderrichtingspeletons, waar zij één jaar zouden verblijven en onderworpen zouden zijn aan 30 oefeningen elk van twee uur, tussen 1 januari en 31 juli. Na de opleidingsperiode moesten zij nog tien