Dagboek Raphaël Waterschoot
DE BURGERWACHT  TE SINT-NIKLAAS-WAAS 

Annalen KOKW 685.jpg 626.8K
Vorige pagina | Volgende pagina
  Indexpagina of ga terug met de BACK-toets

vorige bladen bezit ik wel maar doen hier minder ter zake


- 685 -
niet op eigen kosten te kunnen kleden, het tekort aan nauwkeurigheid en stiptheid bij het inschrijven van de vreemdelingen. die zich in de stad kwamen vestigen, en de brave inschikkelijkheid om de wachten vrij te stellen, die reeds een broer in actieve dienst hadden. Bijkomende redenen waren nog het groot aantal schrappingen van de controlelijsten wegens ouderdom, verhuizing en sterfgevallen. Op 31 december 1879 bevatte het bataljon 361 manschappen.

De orderboeken van het bataljon en van de verschillende compagnies leren ook al niet veel meer bijzonderheden over de activiteiten. tenzij dat alles nogal rustig en burgerlijk was, met jaarlijkse oefeningen, wedstrijden in schijfschieten, vijfjaarlijkse of tussentijdse verkiezingen, nodig wegens ontslag of overlijden van sommige officieren. parades bij openbare feestelijkheden en wapenschouwingen. Tijdens de periode van 1848-1853 tot 1897 zijn er buiten de vermelde feiten geen opzienbarende gebeurtenissen voorgevallen.

4. Steviger militair karakter in 1897
De wet van 8 mei 1848 heeft bijna 50 jaar lang de lotsbestemming van de instelling beheerst. Het zal dan ook weinig verwondering baren, dat na ongeveer een halve eeuw behoefte aan herziening werd gevoeld; trouwens de veranderde internationale en binnenlandse politieke toestand maakten ook de evolutie onvermijdelijk van wat de burgerwacht eigenlijk diende te zijn. De reorganisatie. bij de Wet van 9 september 1897 doorgevoerd, steunde derhalve op een strakkere reglementering. Zij was het resultaat van een lange voorbereiding. Een eerste keer werd reeds in 1878 van herinrichting gewag gemaakt in de troonrede van Leopold II, die evenals zijn vader een stevige nationale defensie wenste. Een tweede en een derde mail werd op (le kwestie teruggekomen in de redevoeringen van De Bruyn en Mélot, in 1879 en in 1887. De minister van Binnenlandse Mélot brak opnieuw een lans voor hervorming in 1888. Hij behoorde tot het katholiek ministerie dat sedert 184 aan hei het bewind was.

Ongetwijfeld werd op de herziening zoveel nadruk gelegd wegens het ten onder gaan van de Franse « garde nationale » in de Frans Duitse oorlog van 1870. Het werd duidelijk dat de instelling ook in België ook niet langer voldoende waarborgen bood voor het behoud van de onafhankelijkheid.

De opeenvolgende regeringen hadden de morele verbintenis aangegaan de wacht te reorganiseren. De hervorming kon slechts door 2 zaken onnodig worden gemaakt. te weten de schrapping van het bekende artikel 122 en de algemeen verplichte legerdienst. De eerste  mogelijkheid werd zelf niet te vraag gesteld, terwijl de tweede door niemand in het land, en nog minder in de Kamer werd gewenst. Enkel en kleine minderheid in het