Dagboek RaphaŽl Waterschoot 1914
van Terneuzen naar Sluiskil
15 oktober 

scannen0128.jpg 183.7K

Vorige pagina
Indexpagina Volgende pagina

Terneuzen voortvaren waar wij naar schatting op een drij kwart uurs varen aanlanden.
Wanneer wij van Vlissingen wegvaarden stoomde juist een groot stoomboot volgeladen met vluchtelingen en Belgische officieren in kleedij naar Engeland. Wij werden als onwelkome gasten in Terneuzen ontvangen, niemand mocht daar blijven wonen en tusschen eene haag soldaten werden wij naar de statie geleid.
Vandaar ga ik te voet naar Sluiskil waar ik rond 15 uur aankom.
Aan de vestingen van Terneuzen worden wij aangesproken door een schildwacht die ons nochtans op vertoon onzer papieren doorlaat.
Ons getweeŽ, te zamen met schilder Proost van Sint Niklaas volontair voor den oorlog en gelicencieeerd voor bekomen kwetsuren zijn wij dan langs de vaart Gent Terneuzen gegaan. Deze weg was zeer schoon, de vaart lag vol gevluchte Belgische booten. Ik zag dan ook het houtveld van de compagnie De Smet- De Nayer van Willebroeck en de cokeovens van Sluiskil.
Na onze aankomst te Sluiskil ziet schilder Proost zijne ouders weder, zijne wederkomst was aandoenlijk om zien, hij zelf zegde mij dat hij nooit meer gehoopt had nog ooit thuis uit den oorlog weer te keeren. Ik heb dan die menschen verlaten en vond mijn broer weder die ondertusschen met den trein aangekomen was.
Men hadt destijds tegen Leander thuis gezegd dat eene zekere Dame Wed Van Havere op Sluiskil woonachtig was, die Dame zou misschien weten waar onze ouders verbleven. Per geluk loopen wij op menschen van Sint Niklaas die ons de woonst dier vrouw aanwijzen.
Zij was gelogeerd bij n'en meestergast op het Cokefabriek en wij vonden daar inderdaad n'en telegram die ons aanduidde dat onze ouders te St Jansteen waren. Ondertusschen was het avond geworden en daar wij niet meer vertrekken konden zijn wij daar blijven eten en hebben dient nacht op een matrasse geslapen bij voornoemde Dame Van Havere.


Vorige pagina
Indexpagina Volgende pagina