Dagboek RaphaŽl Waterschoot 1914
 tekst brochure tentoonstelling Sint Niklaas 2015

Piet Van Bouchaute stadsarchivaris stad & OCMW Sint-Niklaas 03 778 33 80 www.sint-niklaas.be 

RaphaŽl Waterschoot (Sint-Niklaas, 1890 Ė 1962) † 

Architect, lid van de burgerwacht tijdens de Eerste Wereldoorlog. RaphaŽl Petrus Maria Waterschoot is op 3 augustus 1890 geboren te Sint-Niklaas, als tweede kind van de Sint-Niklase stadsarchitect August Waterschoot (Sint-Niklaas, 1864-De Panne, 1940) en diens echtgenote Leontina De Kreymer (Sint-Niklaas, 1868-1950). Hij groeit op in een kroostrijk burgergezin: hij heeft zes broers en vijf zussen, geboren in de jaren 1889-1908. Net als zijn vader volgt hij middelbare studies bij de Broeders HiŽronymieten te Sint-Niklaas. Op 6 augustus 1906 krijgt hij zijn einddiploma. †Hij bekwaamt zich in 1906-1912 verder in de plastische kunsten aan de Academie voor Schone Kunsten van zijn geboortestad en behaalt eerste prijzen voor de vakken ĎTekening naar antieke fragmentení (1907), ĎDecoratieschilderení (1909) en ĎBoetseringí (1910). In 1910 start hij een opleiding bouwkunde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen en studeert er af in 1914. †RaphaŽl Waterschoot wordt na de Duitse inval begin augustus 1914 opgeroepen door de burgerwacht van Sint-Niklaas en neemt met zijn korps tot half oktober 1914 diverse opdrachten op ter ondersteuning van het Belgische leger. Hij maakt nauwgezet aantekeningen over deze chaotische maanden in een oorlogsdagboek, dat hij tot aan de Wapenstilstand in november 1918 blijft stofferen. Van 15 oktober tot 21 november 1914 verblijft hij als vluchteling in Nederland. Bij zijn terugkomst wordt hij net als zijn ťťn jaar oudere broer Leander (Sint-Niklaas, 1889-Deurne, 1974) tewerkgesteld in het architectenbureau van zijn vader. 

Op 23 april 1919 wordt Waterschoot aangesteld als administratief medewerker bij het ministerie van Binnenlandse Zaken; hij krijgt een baantje op de weddendienst voor militairen en burgerwachten. Enkele maanden later, op 30 augustus 1919, treedt hij in het huwelijk met Maria Leonia Lentacker †(Leonie) (Sint-Niklaas, 1890-1968), dochter van treinrangeerder Jacob Lentacker (Sint-Niklaas, 1850-1919) en herbergierster Clemencia Janssens (Sint-Niklaas, 1850-1912). Zijn echtgenote heeft negen jaar een naaiatelier geleid bij de Sint-Niklase breigoedfabriek Van De Voorde. Het pas getrouwde echtpaar neemt in september 1919 zijn intrek in een woning aan de Kuregemstraat nr. 19 te Brussel. Van 16 maart 1921 tot 30 april 1922 gaat RaphaŽl Waterschoot als tekenaar-architect werken voor de Oost-Vlaamse afdeling voor Militaire Gebouwen en Constructies. Bij zijn afscheid ontvangt hij een attest, waarin zijn commandant hem looft voor zijn bekwaamheid en vlijt. †

Met Leonie verhuist hij in mei 1922 van de Jan Frans Willemsstraat 4 te Gent naar de Allťe des FrŤres in de Noord-Franse gemeente CourriŤres (arrondissement Lens, departement Pas de Calais). Het plaatselijke architectenbureau A. & H. Duquesnoy heeft hem ter versterking aangetrokken om de wederopbouw van vernielde kerken en civiele gebouwen technisch en organisatorisch te helpen coŲrdineren. Op 7 mei 1923 brengt zijn echtgenote er hun enige kind ter wereld, dochter Aline Augusta Emma (overleden te Kapellen 8 februari 2015) †

Begin juli 1925 beŽindigt RaphaŽl Waterschoot zijn werkzaamheden bij Duquesnoy en keert terug naar BelgiŽ. Hij woont met zijn gezin vanaf 12 augustus 1925 enkele weken in de Nieuwstraat nr. 4 te Sint-Niklaas en vestigt zich op 1 oktober 1925 aan de Antwerpse Steenweg nr. 38b (later 144). Hij fungeert van 1926 tot 1939 als zelfstandig architect. Begin 1931 gaat hij ook een associatie aan met meester-metselaar Louis Windey (Sint-Niklaas, 1895-1971). Het duo sticht een firma gespecialiseerd in de uitvoering van projecten voor openbare besturen. Bouwkundige Geo De Bock en tekenaar Emiel Joseph Waterschoot (Sint-Niklaas, 1877-1937), RaphaŽls oom, zijn hun assistenten op kantoor. In volle economische crisis komt het bedrijf in woelig water terecht en gaat over de kop, deels ook vanwege onzorgvuldig financieel beheer. In juli 1934 spreekt de Rechtbank van Koophandel het faillissement uit. RaphaŽls huis aan de Antwerpse Steenweg wordt in beslag genomen en openbaar verkocht in februari 1935. De maand daarop hebben RaphaŽl en Leonie een nieuw onderkomen gevonden aan de Spoorweglaan nr. 52. †

Het is onduidelijk welke professionele weg RaphaŽl Waterschoot inslaat na de faling, die zijn reputatie als ondernemer en architect aanzienlijke schade moet toegebracht hebben. Allicht heeft hij het moeilijk om zoals voordien nog particuliere opdrachten in de wacht te slepen. Hij zou twee jaar lang gewerkt hebben bij de Fordfabriek in Antwerpen, waar sinds 1930 autoís geassembleerd worden. Van 14 februari tot 12 mei 1940 is hij als arbeider actief in de munitieateliers van het Belgische leger te Zwijndrecht. †Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog wonen RaphaŽl, Leonie en Aline drie weken in het ouderlijk huis aan de Collegestraat 40, bij zijn moeder en ongehuwde zussen Maria Carolina (Sint-Niklaas, 1891-1990) en Ida Maria (Sint-Niklaas, 1908-1950). Op 13 juni 1940 betrekt hij een woning aan de Kalkstraat nr. 65. †Zijn dochter Aline trouwt op 2 oktober 1941 met Andrť August De Wilde (Aalst, 1920- Brasschaat †1995), een bediende uit Moerbeke-Waas. Het prille echtpaar laat zich halfweg 1942 domiciliŽren vlakbij Alineís ouders, in de Grote Peperstraat 30.

Na meer dan een jaar werkloosheid is RaphaŽl Waterschoot op 21 juli 1941 aangenomen als tekenaar-architect bij de stedelijke technische dienst van Sint-Niklaas. Hij blijft in functie tot 30 september 1944, maar wordt daarna uit zijn ambt gezet vanwege zijn lidmaatschap van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). RaphaŽl Waterschoot wordt op 4 oktober 1944 geÔnterneerd in de Weylerkazerne te Sint-Niklaas en later overgebracht naar het kamp van Lokeren, waar hij tot 12 december 1944 gevangen zit. Hij verliest zijn burgerrechten, maar verwerft die eind 1948 weer nadat hij buiten vervolging is gesteld. Tot 1962 oefent hij zijn beroep als zelfstandig architect opnieuw verder uit. Op 10 april 1962 om 14 u sterft RaphaŽl in zijn woning aan de Kalkstraat. Zijn overlijdensakte wordt gesigneerd door schepen Carolus Cool, begrafenisondernemer Albert Van Dael en onderbureauchef Joseph Smet. †

 Uit Art deco in Sint-Niklaas, Gent: Provinciebestuur Oost-Vlaanderen, 1998, p. 33-34 Anthony Demey,

ďIn RaphaŽls werken komen pas van 1927 af enkele art-decomotieven voor op heel conventionele gevelschemaís. Zijn ontwerpen zijn in elk geval eenvoudiger van versiering en strakker van opbouw dan die van zijn vader en broer. 

Een voorbeeld daarvan is te zien aan de Van Naemenstraat nr. 20, voor Jos. Mertens-De Permentier ontworpen op 8 januari 1931. De bakstenen gevel is vrij eenvoudig met een driezijdige erker op de middenverdieping en drie rechthoekige venstertjes met een V-vormige versiering op de latei, op de bovenverdieping. De deur en het benedenvenster hebben een getrapte boogvorm. Waar dit goed verzorgde huisje vooral mee opvalt, is niet zozeer de architectuur als wel de zeer kleurrijke glas-in-loodramen die op de drie verdiepingen voorkomen. †

Een ensemble van vier rijhuizen aan de Koningin Elisabethlaan nrs. 26-32, op 1 maart 1932 getekend voor fabrikant Ed. Bulteel, sluit stilistisch nauw aan bij de werken van vader en broer. Het schema van een smalle deurtravee en een brede venstertravee met een gebogen erker op de middenverdieping, een balkonnetje met smeedijzeren hekje op de bovenverdieping en een zware, getrapte kroonlijst heeft hij hier overgenomen. 

Voor brouwer E. Stoffijn ontwierp hij op 10 november 1934 een herenhuis aan de Guido Gezellelaan nr. 13. De gevelbekleding met witte machinesteen refereert aan de woning van Frederik Dirken in de Mgr. Stillemanssstraat die vier jaar ouder is. Enkel de poort en de vensters van de benedenverdieping hebben afgeschuinde bovenzijden; al de overige zijn rechthoekig. Ook de erker is eenvoudig rechthoekig en de glas-in-loodramen in alle bovenlichten hebben niet die vlakvullende en fel gekleurde tekening. Toch kan dit als het beste werk van RaphaŽl Waterschoot beschouwd worden en wellicht ook zijn laatste tijdens het interbellum.Ē †


Bronnen en literatuur:

Archief Jean-Marie De Wilde, Merksem: familiearchief Waterschoot-Lentacker;
Stadsarchief Sint-Niklaas, registers burgerlijke stand, 1800-1914;
Leslie Van Eyck, De architectenfamilie Waterschoot te Sint-Niklaas, onuitgegeven licentiaatsverhandeling Universiteit Gent, 1993, 118 p., met bijlagen en fotografische catalogus;
Anthony Demey, Art deco in Sint-Niklaas, Gent: Provinciebestuur Oost-Vlaanderen, 1998, 64 p. † 

 Indexpagina                     Inhoudsopgave site